Bijlage I - Ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
De soorten genoemd onder punt 3 vallen onder een lager beschermingsregime dan een soorten genoemd onder punt 1 en 2. In principe geldt voor alle beschermde soorten een ontheffingsplicht, ook voor de algemenere Andere Soorten. De Wet natuurbescherming biedt provincies de mogelijkheid om een vrijstellingsbesluit op te stellen. In dit besluit staat onder andere voor welke soorten een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Voor vogels geldt een aanvullend beschermingsregime, waarbij er extra regels kunnen worden gesteld voor bijvoorbeeld jaarrond beschermde nesten. Naar verwachting blijft de bescherming van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten gelijk onder de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten geldt dat er meestal geen ontheffing wordt verleend. 4.4.1
Gebiedsbescherming
Ten behoeve van het planvoornemen is een ecologische inventarisatie uitgevoerd, bestaande uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek waarbij zowel op de soortenbescherming als op de gebiedsbescherming is ingegaan. De onderzoeksrapportage hiervan is als Bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Het dichtstbijzijnde beschermd natuurgebied in het kader van de Wnb betreft Natura 2000-gebied Oude Gaasterbrekken, Fluessen en omgeving op ruim 1 km ten westen van het plangebied. Het gebied is aangewezen vanwege de aanwezigheid van de habitattypen Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden en de Ruigten en zomen en de habitatsoorten meervleermuis en noordse woelmuis. Daarnaast is het aangewezen voor de vogelsoorten brandgans, kemphaan, kleine rietgans, kolgans, kuifeend, nonnetje, porseleinhoen, smient en wulp.
26
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Het betreffende Natura 2000-gebied is tevens aangewezen als NNN evenals het meer De Kûfurd op een afstand van 1,5 km richting het oosten. Daarnaast is de Welle aangewezen als ecologische verbindingszone tussen meren ten westen en oosten van Woudsend. De Welle is van belang voor vleermuizen die de Welle gebruiken als foerageergebied en vliegroute. De gronden direct ten zuiden Vos-senleane en oosten van het plangebied zijn aangewezen als weidevogelkansgebied. Effecten en conclusie Gezien de terreinomstandigheden en ligging van het projectgebied (ten opzichte van beschermde gebieden) en de aard van de ontwikkeling kunnen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden in het kader van de Wnb en NNN op voorhand worden uitgesloten. Voorwaarde hierbij is wel dat de Welle de functie als vliegroute voor vleermuizen kan behouden. Er dient te worden voorkomen dat kunstlicht uitstraalt over de Welle. Ten aanzien van weidevogelkansgebieden is het van belang dat door de geplande ontwikkelingen de openheid en rust niet worden aangetast. Er wordt geen bebouwing of opgaande beplanting gerealiseerd. Er is bovendien al sprake van een verstoringzone vanuit de provinciale weg (N928) die tussen het plangebied en het weidevogelkansgebied ligt. Daarnaast staat langs de provinciale weg een bomenrij waarmee rekening gehouden moet worden.
Aangezien deze bomenrij dezelfde verstoringsafstand heeft als het toekomstige rietland van de landschappelijke inpassing, namelijk 200 meter, zal er geen extra verstoring zijn. De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen negatief effect op weidevogelkansgebied. Stikstof Een AERIUS- berekening van de stikstofuitstoot van het planvoornemen moet uitwijzen of er negatieve effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. Op 26 november 2020 is de berekening stikstofdepositie voor onderhavig project uitgevoerd (Bijlage 6). De berekening met AERIUS genereert een bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. Conclusie Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling geen effect heeft op de aanwezige (beschermde) natuurwaarden. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar. 4.4.2
Soortenbescherming
In het plangebied kunnen op verschillende plaatsen beschermde soorten (waaronder vleermuizen en vogels) voorkomen. Wanneer hier sprake van is, dan vindt bescherming plaats via de Wet natuurbescherming. Ontwikkelingen leiden mogelijk tot schade aan bijvoorbeeld de verblijfplaatsen of foerageergebieden van beschermde soorten, wat leidt tot overtreding van de verbodsbepalingen van de genoemde wet. Bij toekomstige initiatieven is een onderzoek dan ook vaak noodzakelijk, afhankelijk van de werkzaamheden die hiervoor verricht worden. Ten behoeve van het planvoornemen is een ecologische inventarisatie uitgevoerd, bestaande uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek waarbij zowel op de soortenbescherming als op de gebiedsbescherming is ingegaan. De onderzoeksrapportage hiervan is als Bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Effecten en conclusie Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Uit de ecologische
27
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
inventarisatie is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek in het kader van de Wnb nodig is voor de soorten grote modderkruiper, waterspitsmuis en otter. Daarnaast dient ervoor te worden gezorgd dat de Welle als vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen geschikt blijft. Uitstraling van kunstlicht over de Welle dient te worden voorkomen. Tevens dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Uit het nader onderzoek kan naar voren komen dat een ontheffing van de Wnb voor soorten nodig is. Aanvullend ecologisch onderzoek Naar aanleiding van de ecologische inventarisatie is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar diverse beschermde diersoorten. Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat in het plangebied de Waterspitsmuis, Grote modderkruiper en Otter niet voorkomen. Een vervolgtraject in de vorm van een ontheffing aanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming (onderdeel 'Soortenbescherming') is daarom niet noodzakelijk. De onderzoeksrapportage van het aanvullend onderzoek is als Bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Aandachtspunt is wel de Otter, deze zou de baggerbuizen op de oever van De Welle in de toekomst kunnen gaan benutten als (tijdelijke) verblijfplaats.
Het is daarom belangrijk deze buizen op korte termijn te verwijderen (buiten het broedseizoen, in de rietkraag broeden namelijk veel vogels) zodat voorkomen wordt dat de Otter zich onverhoopt toch vestigt in het plangebied. Inmiddels zijn maatregelen getroffen om te voorkomen dat de otter zich in het plangebied gaat vestigen. Conclusie Een ecologisch onderzoek heeft in beginsel een houdbaarheid van 3 jaar. De ecologische inventarisatie is uitgevoerd in 2017 en het aanvullend onderzoek in 2020. Omdat het grondgebruik (agrarisch) van de gronden sinds de inventarisatie in 2017 niet is gewijzigd en het nader onderzoek zoals aanbevolen in 2020 is uitgevoerd kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een actueel ecologisch onderzoek. Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden het bestemmingsplan niet belemmerd wordt op basis van ecologie. Er wordt rekening gehouden met de aanbevelingen in het kader van de zorgplicht zoals omschreven in de onderzoeksrapportage. Het planvoornemen kan op het gebied ecologie uitvoerbaar geacht worden.
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door de volgende risicobronnen: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (in inrichtingen/bedrijven); het transport van gevaarlijke stoffen (door buisleidingen, over wegen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door deze activiteiten. Hiertoe zijn risico's gekwantificeerd, namelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hierbij is het PR de berekende kans per jaar, dat iemand overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat deze persoon op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Het externe veiligheidsbeleid is opgenomen in wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Met het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.
28
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op basis van het Bevb dienen plannen, vergelijkbaar met het Bevi, te worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het PR en de oriëntatiewaarde voor het GR. Wet basisnet Het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over de weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). De wetgeving over het basisnet wordt de Wet basisnet genoemd. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd. Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) Het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende regeling is de opvolger van een groot aantal AMvB's. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, zoals veiligheidsafstanden waaraan voldaan moet worden. Verantwoordingsplicht In het Bevi, Bevb en Bevt is onder meer een verantwoordingsplicht van het groepsrisico opgenomen.
Deze verantwoording houdt in dat als in of in de nabijheid van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn, in combinatie met de aanwezigheid van beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten zoals woningen, de planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag. Toetsing In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Hierin is informatie opgenomen die met risico te maken heeft; zowel risicobronnen als kwetsbare objecten worden getoond die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In of nabij het plangebied (minimaal 2 kilometer) zijn geen risicobronnen aanwezig, zodat externe veiligheid geen relevant aspect is voor dit bestemmingsplan. Het opstellen van een verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Wat betreft het aspect externe veiligheid mag het planvoornemen uitvoerbaar worden geacht.
4.6
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. Indien binnen een geluidzone nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, moet door middel van akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden uit de Wgh wordt voldaan. Wegverkeerslawaai In de Wgh is bepaald dat elke weg een geluidzone heeft. Met het planvoornemen van dit bestemmingsplan wordt niet voorzien in het oprichten van een nieuw geluidgevoelig object. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde. Ook vinden er geen ingrijpende wijzigingen in de omringende en toeleidende verkeersinfrastructuur plaats waardoor verkeersstromen in belangrijke mate
29
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
veranderen ten nadele van geluidgevoelige objecten in de omgeving. Ook daarom is het verrichten van akoestisch onderzoek niet aan de orde. Spoorweglawaai Er is in de nabijheid van het plangebied geen spoorweg gelegen. Industrielawaai Op grond van de Wgh dient bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan onder meer aandacht aan industrielawaai te worden besteed. Dit is met name het geval als een bestemmingsplan de mogelijkheid van de vestiging van een inrichting als bedoeld in artikel 40 juncto artikel 1 Wgh insluit. Voor dit bestemmingsplan is industrielawaai wel relevant. In het plangebied is namelijk de ingestelde geluidzone rondom bedrijventerrein De Welle van kracht. Met voorliggend bestemmingsplan is de ter plaatse geldende regeling voortgezet. Conclusie De uitvoering van het planvoornemen van dit bestemmingsplan wordt niet door diverse aspecten van geluidhinder belemmerd.
4.7
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken door te hoge niveaus van luchtverontreiniging. De wet heeft ook tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de hiervoor gestelde grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10 ) wordt als 'niet in betekenende mate' beschouwd.
Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.655 voertuigbewegingen van personenwagens of meer dan 141 voertuigbewegingen van vrachtwagens per weekdagetmaal leidt. Het planvoornemen dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, leidt niet tot een dusdanig extra aantal verkeersbewegingen dat het aspect luchtkwaliteit in het geding is. Het plan moet dan ook worden beschouwd als een project met een invloed van 'nibm'. Conclusie Het planvoornemen van voorliggend bestemmingsplan wordt niet door de wettelijk gestelde eisen wat betreft het aspect luchtkwaliteit belemmerd.
30
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
4.8
Verkeer en parkeren
Normstelling Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden beoordeeld. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). De gemeente Súdwest-Fryslân hanteert hiervoor haar eigen parkeernormenbeleid zoals reeds is besproken in paragraaf 3.3.3. De ‘Parkeernormennota SúdwestFryslân 2018’ spreekt zich uit over de meest voorkomende functies. In het geval dat het functies betreft die niet in deze nota worden gemeld wordt er verwezen naar de meest recente CROW publicatie omtrent parkeercijfers waarbij er wordt uitgegaan van een matige stedelijkheid en het cijfer tussen het gemiddelde en maximale parkeerkencijfer wordt gebruikt. Ook wordt er in de ‘Parkeernormennota SúdwestFryslân 2018’ geen rekening gehouden met dubbelgebruik. Onderzoek Het parkeren moet in principe gerealiseerd worden op eigen terrein. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen moet in overeenstemming zijn met de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. Omdat op deze locatie vooral aan en afvoer over het water plaats zal vinden zal er een geringe behoefte zijn aan parkeerplaatsen. Wel zal er ook grond worden afgevoerd over de weg.
Uit een eerste inventarisatie blijkt dat dit niet tot onoverkomelijke problemen zal leiden. Conclusie Het planvoornemen kan wat betreft het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar geacht worden.
4.9
Water
Op basis van het Bro, moet een paragraaf worden opgenomen waarin wordt beschreven hoe er rekening is gehouden met de waterhuishouding binnen het bestemmingsplan. Voor de schriftelijke onderbouwing van de waterhuishouding binnen het bestemmingsplan, is gebruik gemaakt van de wettelijk verplichte 'Watertoets'. In de Watertoets wordt door het Wetterskip advies gegeven hoe om te gaan met de waterhuishouding, zodat deze wordt gewaarborgd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat het Wetterskip vroegtijdig betrokken wordt. Watertoets Voor dit bestemmingsplan is op 13-09-2017 een digitale watertoets aangevraagd bij Waterschap. Op basis van de aangeleverde gegevens is met de digitale watertoets geconstateerd dat met betrekking tot het planvoornemen een 'normale procedure' dient te worden gevolgd. De eerste reactie van het waterschap op het planvoornemen is als bijlage opgenomen. Dit betreft de uitgangspuntennotitie die automatisch is gegenereerd met relevante informatie op basis van de verstrekte gegevens ter verwerking in de waterparagraaf. Naar aanleiding van de watertoets heeft overleg plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en het Wetterskip. Vanuit Wetterskip Fryslân is onderzocht of de aanwezige boezemkade kan worden verplaatst naar de provinciale weg. Overeenkomstig de aangeleverde variant door het Wetterskip wordt de aanwezige boezemkade verplaatst.
De Provinciale weg wordt de regionale kering. a. b.
vanuit het waterbeheer blijkt het technisch mogelijk te zijn om de aanwezige weg aan te wijzen voor een aanvullende functie van regionale kering; de provinsje Fryslân kan als wegbeheerder instemmen met deze variant.
31
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Figuur 5, hoogtekaart
De hoogtekaart laat zien dat de hoogte van de kruin van de provinciale weg varieert van ca. +0,20 nap tot ca. +0,40 nap en aan de uiteinden kan oplopen tot +0,80 nap of hoger. De hoogteligging van de beide percelen varieert flink. De maaiveldhoogte varieert van ca. -0,90 nap tot ca. -0,00 nap. Dat betekent dat bij het instellen van het boezempeil (-0,52 nap) de beide percelen deels onder water komen te staan. Watercompensatie Binnen het plangebied wordt 1485 m2 aan halfverharding toegevoegd. Hiermee wordt onder de norm van 1500 m2 gebleven, waardoor er sprake is van een vrijstelling van de compensatienorm. Waterbeheer Voor beide varianten geldt dat het waterbeheer terplaatse zal moeten worden aangepast. Nu de percelen buiten de regionale kering komen te liggen, dient de initiatiefnemer zelf zorg te dragen voor het beheersen van te hoge waterstanden. In de sloten moet er voldoende water blijven staan voor het inlaten van Wetterskip Fryslan. Dit is afgestemd met de gemeente Súdwest-Fryslân. Er zijn afgespraken gemaakt met de huurder van het naastgelegen perceel. De huurder realiseert zelf een waterpomp om het waterpeil in de sloot te beheersen zodat het perceel niet onder water komt te staan.
Figuur 6, overzicht waterbeheer, aanpassen kunstwerken
Voor de uitvoer van de werken zal de initiatiefnemer te zijner tijd alle benodigde (water)vergunningen
32
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
aanvragen. Conclusie Het plan zal in het kader van overleg toegestuurd worden aan het Wetterskip. Vooralsnog kan het planvoornemen wat betreft het aspect water uitvoerbaar geacht worden.
4.10 Nautische aspecten De werkschepenhaven zal rechtstreeks op provinciale vaarweg De Welle worden ontsloten. Op een deel van de nautische aspecten uit provinciaal oogpunt is hierom reeds ingegaan in paragraaf 3.2.4 handelend omtrent de Vaarwegenverordening Fryslân uit 2014. Daar waar nodig worden voorwaarden gesteld aan de manier van aansluiting van de haven op De Welle. Verder geldt het volgende ten aanzien van het varend materieel. Varen bovenmaatse schepen Voor het varen met schepen die de toegestane afmetingen overschrijden, kunnen zo nodig aanvullende voorwaarden worden gesteld. Dit om de nautische veiligheid op de vaarweg te garanderen. Gedacht kan worden aan: het uitrusten van schepen met boegschroef/voorspanboot en/of spudpaal; schepen alleen in bepaalde periodes te laten varen; varen onder begeleiding. Afmeren (werk)schepen Het regulier afmeren van vaartuigen wordt geregeld in de ligplaatsenverordening of APV van de gemeente. Door de Provinsje Fryslân wordt alleen een ligplaatsenverbod ingesteld als de nautische veiligheid in het geding is. Algemeen gesteld kan worden aangenomen dat het afmeren van vaartuigen in een haven voorkomt dat vaartuigen her en der door de provincie op locaties worden afgemeerd die niet wenselijk zijn vanuit nautisch- als wel uit landschappelijk perspectief.
4.11 Kabels en leidingen Nabij en door het plangebied zijn diverse (water)leidingen van Vitens gelegen. Deze zijn met paarse lijnen weergegeven op onderstaande kaart. De ligging van deze leidingen zijn bepalend geweest voor het inrichtingsplan.
33
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Figuur 7. Aanwezige (water)leidingen in en rondom het plangebied.
Het planvoornemen is mede tot stand gekomen na goed overleg tussen de opdrachtgever, Vitens en Wetterskip Fryslân. De waterleidingen die door het perceel lopen zijn daarbij nogal bepalend geweest voor het huidige plan. Dit overleg heeft geleidt tot de volgende uitgangspunten en afspraken: Bij de realisatie van de plannen wordt aan beide zijden van leiding 1 3 meter vrijgehouden, de damwand loopt parallel met leiding. Hierdoor hoeven er geen leidingen te worden verlegd; Leidingpakket 2 blijft buiten het werkgebied en blijft bereikbaar voor Vitens; Leiding 3 is een loze leiding en behoeft geen verdere aandacht. De aanwezige hoofdwaterleidingen in het plangebied hebben de bestemming 'Leiding – Water' gekregen. Voor de aanvoer van rioolwater moeten deze leidingen beschermd worden. De bestemming ligt dan ook 5 meter aan weerszijden van de leiding, waarin onder meer bouwen en graafwerkzaamheden niet zonder meer mogelijk zijn. Voor aanvang van de werkzaamheden wordt een werkplan ingediend ter beoordeling bij Vitens en het werk wordt uitgevoerd na toestemming van Vitens en/of er vindt begeleiding plaats tijdens de werkzaamheden.
4.12 Vormvrij m.e.r.-beoordeling De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. Het planvoornemen bevat geen concreet benoemde activiteit die in kolom D van het Besluit m.e.r. is opgenomen. Voor het planvoornemen geldt daarom geen plan-MER-plicht maar een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is wel aan de orde. De in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen verantwoording ten aanzien van omgevingsaspecten voorziet voldoende in een beoordeling van alle milieuaspecten. Op grond daarvan kan worden geconcludeerd dat een MER niet noodzakelijk is.
34
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Inleiding
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen samen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. In dit hoofdstuk wordt de juridische systematiek van het bestemmingsplan toegelicht. Ook wordt een beschrijving per bestemming en een toelichting op de algemene bepalingen en de overgangs- en slotbepalingen gegeven.
5.2
Planregels
In deze paragraaf wordt de algemeen gehanteerde indeling van de bestemmingsregels aan de orde gesteld. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Begrippen; Wijze van meten. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Bedrijf - Baggerdepot; Water; Leiding - Water. Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Overige regels. Hoofdstuk 4: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht; Slotregel. 5.2.1
Inleidende regels
Dit onderdeel bestaat uit de begrippen en de wijze van meten. In de begripsomschrijving wordt aangegeven wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft een standaardbegrippenlijst waarvan alleen in uitzonderingsgevallen van wordt afgeweken. In het bestemmingsplan worden alleen de begrippen opgenomen die van toepassing zijn op het plan. Ook de wijze van meten zal in het bestemmingsplan worden beschreven.
35
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
5.2.2
Bestemmingsregels
Een bestemming is een omschrijving van aan de grond toegekende functies, zoals wonen, bedrijven, groenvoorzieningen, etc. In de bestemmingsregel wordt aangegeven waarvoor en – wanneer nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. Voor de bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid wordt een vaste volgorde worden gehanteerd. In het bestemmingsplan van de gemeente Súdwest-Fryslân zijn verschillende bestemmingen te onderscheiden. Aan deze bestemmingen zijn bepaalde regelingen gekoppeld, zoals de bestemmingsomschrijving, bouwregels, gebruik, etc. De volgende indelingen worden bij de gemeente Súdwest-Fryslân gebruikt voor het opstellen van bestemmingsregels. Artikel (nummer) Bestemmingsnaam Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De bestemmingsomschrijving is voornamelijk functioneel, maar bevat ook enkele inrichtingsaspecten. Bouwregels In de bouwregels worden de bebouwingsbepalingen voor alle bouwwerken geregeld. Het gaat daarbij onder meer om oppervlakten, hoogten en afstanden ten opzichte van naburige functie(s). Nadere eisen Wanneer nodig worden nadere eisen gesteld voor bepaalde kwalitatief omschreven criteria, zoals woonsituatie, straat- en bebouwingsbeeld en verkeersveiligheid.
De nadere eisen bieden de mogelijk om sturend op te treden wanneer dit nodig is in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning. De nadere eisen worden meestal gesteld aan de plaats en de afmeting van bebouwing. Om deze reden en omdat het gaat om een aanvulling op een basiseis, volgt dit onderdeel op de bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel wordt aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen worden genoemd, maar vooral die, waarvan het niet meteen duidelijk is of deze in strijd is met de bestemming. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Voor het uitvoeren van bepaalde werken en/of werkzaamheden, zoals graven of planten, vereist de gemeente hierin dat een vergunning wordt verleend, voordat hiermee wordt gestart. Ook kunnen deze werken/werkzaamheden worden verboden. Dit is bedoeld om aanwezige waarden (cultuurhistorie, landschap, etc.) te beschermen. In dit onderdeel staat wanneer een vergunning nodig is en welke voorwaarden hieraan zijn gesteld. 5.2.3
Algemene regels
Hierin staan de regelingen over de afstemming met andere regelgeving (waaronder een anti-dubbeltelbepaling) en de algemene procedurebepalingen, afwijkingsregels en/of wijzigingsbevoegdheden. De stedenbouwkundige bepalingen (bijvoorbeeld parkeerbepaling) die vroeger waren opgenomen in de Bouwverordening worden in dit hoofdstuk als algemene bouwregels opgenomen. De algemene regels gelden voor alle bestemmingen, tenzij ze gekoppeld zijn aan een specifieke aanduiding, bijvoorbeeld bij een geluidzone rond een industrieterrein.
36
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
5.2.4
Overgangs- en slotregel
Voor de overgangsregels wordt verwezen naar het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij wordt per 1 oktober 2010 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in acht te genomen. De formulering van de overgangsen slotregels is vastgelegd in de landelijke Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP).
5.3
Procedure
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staan de regels voor de bestemmingsplanprocedure. De procedure bestaat uit de volgende onderdelen: Voorbereiding De gemeente bekijkt de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in het gebied waarvoor het bestemmingsplan geldt. Er wordt een nieuw voorontwerpbestemmingsplan gemaakt. Het voorontwerp wordt toegestuurd aan diverse besturen en diensten, zoals het Rijk, de Provincie en het Waterschap. Zij kunnen hun reactie geven op het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt eventueel ook voor inspraak ter inzage gelegd. Iedereen kan dan binnen zes weken een reactie geven. Burgemeester en wethouders (B&W)geven een reactie op de overleg- en inspraakreacties. Ontwerp B&W verwerken de overleg- en inspraakreacties in een ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd. Iedereen kan dan een zienswijze indienen. B&W geven een reactie op de ingediende zienswijzen in een zienswijzennota. Vaststelling De gemeenteraad stelt de zienswijzennota en het ontwerpbestemmingsplan, met of zonder wijzigingen, vast. Dit moet binnen een periode van ten hoogste 12 weken na de termijn van inzage van het ontwerp gebeuren.
Beroep Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan zes weken ter inzage. Als de Provincie of het Rijk een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of als de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, moet de bekendmaking en terinzagelegging binnen zes weken na vaststelling gebeuren. Uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS). Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan zienswijzen van de Provincie en het Rijk wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad bekendgemaakt en het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Dit moet binnen twee weken gebeuren. Terinzagelegging Bij de onderdelen Ontwerp en Beroep moet het plan ter inzage worden gelegd. Voor een voorontwerpbestemmingsplan is dit niet verplicht en kan het dus voorkomen dat deze niet ter inzage wordt gelegd. Voor de bekendmaking van een plan plaatsen B&W een publicatie. Dit gebeurt in het Gemeenteblad en/of de Staatscourant. Hierin staat onder andere vermeld óf en binnen welke periode er gereageerd kan worden
37
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
en waar deze reactie naartoe gestuurd moet worden. De publicaties staan de op de website www.officielebekendmakingen.nl. Op de gemeentelijke website www.gemeentesudwestfryslan.nl staat ook een link naar deze website.
5.4
Toelichting op de bestemmingen
Dit bestemmingsplan behelst in totaal twee bestemmingen: 1. 2. 3.
'Bedrijf - Baggerdepot; 'Water'; 'Leiding - Water'.
De navolgende tekst bespreekt de twee bestemmingen afzonderlijk. 'Bedrijf - Baggerdepot' De eerste bestemming betreft de bestemming 'Bedrijf - Baggerdepot'. Op een deel van deze gronden mag de hoofdfunctie van dit bestemmingsplan worden uitgevoerd: grondoverslag om op locatie te worden gedroogd. Zodra die is ingedroogd zal deze grond worden verwerkt in een ander werk of worden verkocht. Bij die functie (de uitoefening van een baggerbedrijf) mogen bijbehorende voorzieningen zoals erven, terreinen, parkeervoorzieningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde enzovoorts worden aangelegd. Ten aanzien van het uitoefenen van het baggerbedrijf geldt dat dit alleen is toegestaan op de gronden die zijn voorzien van de aanduiding 'baggerspeciedepot'. Ook is nog een aanduiding 'ecologische verbindingszone' opgenomen. dit conform het bestemmingsplan buitengebied dat elders geldt. Op grond van de bouwregels zijn gebouwen niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn wel toegestaan tot een bouwhoogte van 3,00 meter. Mocht het bij dat laatste gaan om erf- en terreinafscheidingen, dan mag de bouwhoogte niet meer dan 2,00 meter bedragen. Ten aanzien van die bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag het college van burgemeester en wethouders nadere eisen stellen. Ook bestaat de bevoegdheid om door middel van een omgevingsvergunning een bouwhoogte toe te staan van 14,00 meter.
Dit correspondeert met elders in de gemeente. Verder wordt nog opgemerkt dat damwanden worden gerekend als bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Verder bevat deze bestemming ook een specifieke gebruiksregel. Die specifieke gebruiksregel luidt: "Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In afwijking hiervan mogen de gronden worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van twaalf maanden na ingebruikneming van de gronden uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing." Deze regel betreft een voorwaardelijke verplichting. Dat houdt in dat -zoals de regel voorschrijft- de gronden met deze bestemming alleen mogen worden gebruikt als het wordt ingericht (en ook als zodanig in stand wordt gehouden) als het Landschappelijk inpassingsplan voorschrijft. Het Landschappelijk inpassingsplan is om die reden ook opgenomen als Bijlage 1 bij deze regels.
Tot slot bevat deze bestemming ook een regel (lid 3.5) dat voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig zijn. Het gaat dan om ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden. Indien die werkzaamheden dieper gaan dan 2,00 meter of meer dan 10.000 m3 aan bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd (of in depot wordt gezet) dan is een omgevingsvergunning noodzakelijk.
38
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
'Water' De tweede bestemming betreft de bestemming 'Water'. Gronden die als zodanig zijn aangewezen zijn bestemd voor vaarwegen, waterlopen, waterpartijen, aanlegvoorzieningen voor boten, havens en een ecologische verbindingszone. Voor deze laatste functie geldt dat dit bedoeld is ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone'. Deze functieomschrijving sluit grotendeels aan bij het omliggende gebied. Wat betreft bouwmogelijkheden geldt dat deze voorschrijven dat gebouwen niet zijn toegestaan en dat bouwwerken, die geen gebouwen zijn, niet hoger mogen zijn dan 3,00 meter. Voor bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag de bouwhoogte niet meer dan 15,00 meter zijn. ook dit sluit aan bij de regels in de nabije omgeving. 'Leiding - Water' Grotere waterleidingen in het plangebied hebben de bestemming 'Leiding - Water'. Voor de aanvoer van rioolwater moeten deze leidingen beschermd worden. De bestemming ligt dan ook 5 meter aan weerszijden van de leiding, waarin onder meer bouwen en graafwerkzaamheden niet zonder meer mogelijk zijn. Overleg met de leidingbeheerder is nodig wanneer omgevingsvergunningplichtige activiteiten binnen de bestemming nodig zijn. Pas na advies van de leidingbeheerder kan hiervoor vergunning worden verleend.
Verder wordt opgemerkt dat in Hoofdstuk 3 (Algemene regels) behalve de gebruikelijke regels, ook een gebiedsaanduiding is opgenomen. De gronden gelegen binnen de als 'Geluidzone - industrie' aangegeven lijnen zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting vanwege een industrieterrein op geluidgevoelige objecten.
39
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
40
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet over een bestemmingsplanprocedure overleg plaatsvinden met verschillende adviespartners en overheden. Het voorontwerpbestemmingsplan is opgestuurd naar een aantal vaste overleg- en adviesinstanties. Inspraak en overleg Omdat de gemeente de belanghebbenden wil betrekken bij de planvorming, is op basis van de Inspraakverordening inspraak verleend op het bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 15 januari 2021 tot en met 25 februari 2021 ter inzage gelegen. Tijdens de inzagetermijn zijn geen schriftelijke reacties ontvangen. Tevens is het bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg toegezonden aan de verschillende overlegpartners. Een samenvatting van de inspraak- en overlegreacties met de gemeentelijke beantwoording daarop is opgenomen in Bijlage 9. Hierin is aangegeven op wat voor punten het bestemmingsplan is aangepast. De overlegreacties zijn als Bijlage 10 bijgevoegd. Zienswijzen Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan eenieder zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. Eventuele zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en al dan niet gegrond verklaard. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld.
Vaststelling Na de ter inzagelegging besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Uiteindelijk is tegen het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Grondexploitatie Op grond van artikel 6.12 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Wat onder grondexploitatie als een bouwplan moet worden verstaan, is in artikel 6.2.1 Bro aangegeven. Omdat het planvoornemen van dit bestemmingsplan het realiseren van een nieuwe werkschepenhaven betreft, is in geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Een grondexploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. Er zal wel een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente worden gesloten. Hierin wordt geregeld dat de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan voor de initiatiefnemer zijn alsmede de ambtelijke uren die besteed worden aan de begeleiding van het plan en het voeren van de ruimtelijke procedure. Realisatiekosten Invulling van het plangebied met een werkschepenhaven vindt plaats door de eigenaar van de betreffende gronden. De initiatiefnemer draagt alle kosten voor de inrichting van het plangebied. De gemeente hoeft hiertoe geen risicodragende investeringen voor haar rekening te nemen.
41
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Onderzoeks- en plankosten De kosten voor dit bestemmingsplan en de daarbij behorende noodzakelijke onderzoeken worden door de aanvrager van de bestemmingsplanherziening gedragen. Planschade Door het vaststellen van dit bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het projectgebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. Diegenen die schade lijden omdat hun onroerend goed in waarde vermindert, kunnen de schade verhalen (voor zover deze redelijkerwijs niet voor de aanvrager behoort te blijven) wanneer dit boven de 2% van de waarde van het onroerend goed uitkomt. Afspraken over de mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zijn, in de tussen initiatiefnemer en gemeente overeengekomen anterieure overeenkomst, opgenomen.
42
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Bijlagen bij de toelichting
43
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
44
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Bijlage 1 Principe-uitspraak provincie Fryslân
45
bestemmingsplan Woudsend - werkhaven Vosseleane
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
49
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 1 van 12
RAPPORTAGE VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOSSELEANE TE WOUDSEND
Rapportnummer : Projectnummer : Opdrachtgever : Realisatie
:
205020 2000-50/06-01 Van der Meulen Woudsend BV Vosseleane 71 8551 ML WOUDSEND Jansma Drachten B.V. Postbus 591 9200 AN DRACHTEN
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 2 van 12
INHOUDSOPGAVE: 1.
INLEIDING
3
2. 2.1 2.2 2.3 2.4
VOORONDERZOEK Situatie Historie Regionale geohydrologie Hypothese
4 4 4 7 7
3. 3.1 3.2 3.3
UITVOERING ONDERZOEK Opzet onderzoek Veldwerkzaamheden Analyses
8 8 8 8
4. 4.1 4.2
ONDERZOEKSRESULTATEN Veldresultaten Analyseresultaten
9 9 9
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
11
Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Lijst van werkwijze en methodes Boorstaat monsterpunten Wettelijk toetsingskader Analysecertificaten en toetsingsresultaten Rapport “Drie partijkeuringen grond conform Besluit Bodemkwaliteit Lemmerweg – Riperwei te Sneek”, BK Bodem, projectnummer 144743 van 9-1-2015. Rapport “Verkennend waterbodemonderzoek wijk Lemmer 2000”, Anteagroup, projectnummer 10269-412535 van 3-11-2016.
Tekeningen: Tekening 1 Tekening 2
Luchtfoto onderzoekslocatie Overzichtskaart met boorpunten
AUTEUR Opgesteld door: Projectleider BRL SIKB 2000 Jansma Drachten B.V.
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
1.
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 3 van 12
INLEIDING
In opdracht van Van der Meulen Woudsend B.V. heeft Jansma Drachten B.V. op 16 en 17 april 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie gelegen aan de Vosseleane te Woudsend. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Woudsend, sectie D, nummers 1075 en 1076 en het te onderzoeken deelheeft een oppervlakte van circa 15.000 m2. Aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. Van der Meulen Woudsend BV is voornemens om op het terrein een werkschepenhaven te realiseren en tevens het overige terrein te gebruiken voor opslag van bagger. Het doel van het verkennend onderzoek in deze situatie is om aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde. Het bodemonderzoek is uitgevoerd onder certificatie, conform de Beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Jansma Drachten B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer- SIKB), conform protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen) en protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters). Het procescertificaat van Jansma Drachten B.V. en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake milieuhygiënisch bodemonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever.
Jansma Drachten B.V. heeft geen organisatorische relatie met de opdrachtgever en is geen belanghebbende in de uitkomsten van het uit te voeren onderzoek. Het veldwerk is verricht door de heer J. Spitse. De heer J. Spitse is door RWS-leefomgeving erkend als gekwalificeerde veldwerker voor protocol 2001 en 2002. De opzet van het onderzoek is afgeleid van de NEN 5740 met de onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-GR-NL). Tekening 1 geeft de locatie van het onderzochte terrein weer.
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
2.
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 4 van 12
VOORONDERZOEK
2.1 Situatie De locatie is kadastraal bekend als gemeente Woudsend, sectie D, nummer 1076. De oppervlakte van de locatie bedraagt circa 24.000 m2. De oppervlakte van de te onderzoeken deellocatie bedraagt circa 15.000 m2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de vaarweg De Welle en aan de zuidzijde door de Vosseleane. Het perceel is momenteel in gebruik als grasland. Het perceel is deels opgehoogd met circa 2.500 m3 schone grond (kade rondom baggerdepot). De grond is afkomstig van de locatie Lemmerweg – Riperwei te Sneek. Door Van der Meulen Woudsend BV is het volgende rapport van de grond overlegd: Drie partijkeuringen grond conform Besluit bodemkwaliteit Lemmerweg - Riperwei te Sneek partij 1 t/m 3, projectnummer 144743, BK Ingenieurs van 9-1-2015. Het rapport is opgenomen in bijlage 5. Op basis van de rapportage blijkt dat alle 3 de partijen zijn beoordeeld als klasse AW. Daarnaast is de locatie deels in gebruik geweest voor opslag van bagger. De baggerspecie met een omvang van circa 4.600 m3 is afkomstig uit Lemmer en ligt momenteel opgedroogd in depot. Door Van der Meulen Woudsend BV is het volgende rapport van de baggerspecie overlegd: Verkennend waterbodemonderzoek wijk Lemmer 2000 projectnummer 412535, Anteagroup, 3 november 2016. Het rapport is opgenomen in bijlage 6. De baggerspecie die opgeslagen ligt is afkomstig uit de vakken 1 en 10.
Uit de rapportage blijkt dat de bagger uit beide vakken is beoordeeld als altijd toepasbaar. Op de westzijde van het terrein, wat buiten de onderzoekslocatie valt, is een schuur aanwezig voor schapen en opslag van hooi. Uit de topografische kaarten en het bodemloket is gebleken dat het perceel altijd in gebruik is geweest voor agrarische doeleinden. Aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. Van der Meulen Woudsend BV is voornemens om op het terrein een werkschepenhaven te realiseren en tevens het overige terrein te gebruiken voor opslag van bagger. 2.2 Historie Voorafgaand aan het uitvoeren van onderhavig bodemonderzoek is informatie verkregen van de opdrachtgever, bodemloket en het internet. Deze informatie is afkomstig van navolgende internetsites: • • •
www.bodemloket.nl; www.zichtopgrond.nl; www.topotijdreis.nl;
Op basis van de website topotijdreis blijkt dat de locatie altijd in gebruik is geweest als weiland. Tevens blijkt uit deze website dat op het midden van het perceel begin jaren 90 van de vorige eeuw mogelijk een sloot is gedempt. Op basis van de bodemkwaliteitskaart via de website zicht op grond blijkt dat op de locatie het generiek beleid van toepassing is en de locatie is ingedeeld in de functieklasse landbouw en natuur. Op basis van de ontgravingskaart blijkt dat de bovengrond en ondergrond is ingedeeld in de klasse achtergrondwaarde.
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 5 van 12
Onderstaande kaart is afkomstig van topotijdreis en is van 1980.
Perceel 1075 en 1076
Onderstaande kaart is afkomstig van topotijdreis en is van 1993.
Perceel 1075 en 1076
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 6 van 12
Onderstaande kaart is afkomstig van topotijdreis en is van 2018.
Perceel 1075 en 1076
Op basis van bovengenoemde kaarten blijkt dat op de locatie mogelijk een sloot aanwezig is geweest die begin jaren negentig is gedempt. Tevens blijkt dat er rond 2018 een deel van de locatie in gebruik is genomen als een grond- en baggerdepot, wat nog steeds aanwezig is. De rapporten van de grond en bagger zijn als bijlage 5 en 6 toegevoegd. Uit de rapporten blijkt dat de grond en bagger is beoordeeld als AW. Daarnaast is informatie van bodemloket verkregen. Hieruit blijkt dat nabij de Wellebrug in 2010 een saneringsplan is geschreven door REASeuro met kenmerk 07692/RO-100070 van 18-6-2010. Voor zover bekend ging het om de sanering van explosieven en is deze sanering rond 2010 uitgevoerd. De onderzoekslocatie is niet verdacht op het voorkomen van PFAS. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 7 van 12
2.3 Regionale geohydrologie De geohydrologische bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is afgeleid uit de grondwaterkaart van Nederland (Dinoloket, identificatie: B10H0046) en hieronder weergegeven.
Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich voor zover bekend geen grondwateronttrekkingen. De locatie bevindt zich voor zover bekend niet in of nabij een grondwaterbeschermingsgebied. 2.4 Hypothese Volgens de NEN 5740 dient vooraf een hypothese te worden opgesteld of het terrein “verdacht” of “onverdacht” is ten aanzien van aanwezigheid van bodemverontreiniging. Aan de hand van bekende gegevens kan het terrein ingedeeld worden in de categorie verdacht of onverdacht. De locatie wordt op basis van de verkregen informatie, waaruit blijkt dat er geen verdenkingen zijn, beoordeeld als een onverdachte locatie. Voor het onderzoek is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL).
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
3.
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 8 van 12
UITVOERING ONDERZOEK
3.1 Opzet onderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL) zoals vermeld in de NEN 5740 richtlijn. De situering van de monsterpunten is weergegeven in tekening 2 (overzichtskaart met boorpunten). 3.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16 en 17 april 2020 volgens de geldende NENnormen. Op de locatie zijn in totaal 24 boringen verricht waarvan 16 boringen tot 0,5 m-mv, 5 boringen tot 2,0 m-mv en 3 boringen welke zijn afgewerkt met een peilbuis. Aanvullend zijn 2 boringen nabij de vermoedelijk gedempte sloot geplaatst. In tabel 3.1 zijn de samengestelde grond(meng)monsters weergegeven. Tabel 3.1 Samenstelling grond(meng)monsters mm1; 1: 0-50, 4: 30-80, 10: 0-50, 11: 0-40, 12: 0-50, 13: 0-30, 15: 0-50, 20: 0-30, 25: 0-50, 8: 50-100 mm2; 2: 0-35, 6: 0-40, 7: 0-35, 16: 0-40, 17: 0-35, 18: 0-40, 22: 0-50, 23: 0-35, 24: 0-50 mm3; 1: 50-100, 1: 100-150, 4: 80-130, 4: 130-180, 8: 100-150, 8: 150-200, 26: 50-100, 26: 100-130 mm4; 2: 85-110, 2: 35-85, 6: 100-150, 6: 150-200 3.3 Analyses De chemische analyses van de grond zijn uitgevoerd in het door sterlab erkend laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. De originele resultaten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 4.
Twee mengmonsters van de bovengrond en twee mengmonster van de ondergrond zijn samengesteld en onderzocht op zware metalen (barium, cadmium, cobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PAK-10, minerale olie en PCB’s. Het grondwater uit peilbuis 1, 2 en 3 is na voldoende doorpompen op 24 april bemonsterd. Het grondwater is geanalyseerd op zware metalen (barium, cadmium, cobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
4.
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 9 van 12
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Veldresultaten De veldwaarnemingen zijn aangegeven in de als bijlage 2 opgenomen boorstaten. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden bleek dat een deel van de locatie waar het depot lag niet alle boringen gezet konden worden. De boringen zijn rondom het grond/baggerdepot verricht. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op de onderzochte locatie geen bodemvreemde materialen aangetroffen. De grondwaterstand bevond zich tijdens de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 0,6 m-mv. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn de geleidbaarheid (Ec), de pH en troebelheid gemeten. De gegevens zijn opgenomen in tabel 4.1. Tabel 4.1 Gegevens grondwater Meetpunt Peilbuis 1 (200-300) Watermonsters Datum 24-04-2020 Belucht Nee Geleidbaarheid stabiel 960 µS/cm Grondwaterstand (cm) 50 cm Ref. vlak grondwaterstand BOPB Temperatuur stabiel 11,3 °C Troebelheid monster 75 NTU Voorpompen 4l Zuurgraad stabiel 6.37
Peilbuis 2 (200-300)
Peilbuis 3 (180-280)
24-04-2020 Nee 901 µS/cm 60 cm BOPB 11,2 °C 75 NTU 4l 6.42
24-04-2020 Nee 799 µS/cm 60 cm BOPB 10,7 °C 69 NTU 4l 6.1
4.2 Analyseresultaten De analyseresultaten en de toetsingsresultaten van de samengestelde mengmonsters van de bovengrond, ondergrond en grondwater zijn weergegeven in bijlage 4. In tabel 4.2 zijn de toetsingsresultaten van de grond kort samengevat. Tabel 4.2 Toetsingsresultaten grond(meng)monsters Grond (AS3000) Humus:9.3%, Achtergrondwaarde Lutum:14% overschrijding mm1: 1: 0-50, 4: 30-80, 10: 0-50, 11: 0- lood(44) 40, 12: 0-50, 13: 0-30, 15: 0-50, 20: 0-30, molybdeen(1.6) 25: 0-50, 8: 50-100 Grond (AS3000) Humus:15%, Achtergrondwaarde Lutum:24% overschrijding mm2: 2: 0-35, 6: 0-40, 7: 0-35, 16: 0-40, molybdeen(1.8) 17: 0-35, 18: 0-40, 22: 0-50, 23: 0-35, 24: 0-50 Grond (AS3000) Humus:34.9%, Achtergrondwaarde Lutum:6.5% overschrijding mm3: 1: 50-100, 1: 100-150, 4: 80-130, 4: 130-180, 8: 100-150, 8: 150-200, 26: 50-100, 26: 100-130 Grond (AS3000) Humus:32.6%, Achtergrondwaarde Lutum:17% overschrijding mm4: 2: 85-110, 2: 35-85, 6: 100-150, 6: 150-200
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 10 van 12
Uit tabel 4.2 blijkt dat in de mengmonsters mm1 van de bovengrond een verhoogd gehalte ten opzichte van de achtergrondwaarde is gemeten van de parameters molybdeen en lood. Van de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde gehalten vastgesteld. In de bovengrond van mm2 is een verhoogd gehalte ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten van de parameters molybdeen. Van de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde gehalten vastgesteld. In de ondergrond van mm3 en mm4 zijn van de geanalyseerde parameters geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde vastgesteld. Indicatief is vastgesteld dat zowel de boven- als de ondergrond voldoet aan klasse altijd toepasbaar. De toetsingsresultaten van het grondwater uit peilbuis 1, 2 en 3 zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3 Toetsingsresultaten grondwater Grondwater (AS3000) 1: 200-300 2: 200-300 3: 180-280
Streefwaarde overschrijding barium(100) barium(70) koper(33) dichloormethaan(0.22) naftaleen(0.03)
Tussenwaarde overschrijding -
Interventiewaarde overschrijding -
Uit tabel 4.3 blijkt dat in het grondwater afkomstig van peilbuis 1 de parameter barium, licht verhoogd is ten opzichte van de Streefwaarde. Van de overige parameters zijn geen verhoogde concentraties gemeten ten opzichte van de streefwaarde. In het grondwater afkomstig van peilbuis 2 zijn de parameters barium, koper en dichloormethaan licht verhoogd ten opzichte van de Streefwaarde. Van de overige parameters zijn geen verhoogde concentraties gemeten ten opzichte van de streefwaarde. In het grondwater afkomstig van peilbuis 3 is de parameter naftaleen licht verhoogd ten opzichte van de Streefwaarde. Van de overige parameters zijn geen verhoogde concentraties gemeten ten opzichte van de streefwaarde.
U:\Rapporten Milieu\2020\200520 2000-50-06-01 Vosseleane Woudsend.doc
Jansma Drachten B.V. Verkennend bodemonderzoek Vosseleane te Woudsend Projectnummer 2000-50/06-01
5.
Protocol 2001 & 2002
Datum: 20-05-2020 Pagina 11 van 12
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Op de onderzoekslocatie gelegen aan de Vosseleane te Woudsend heeft Jansma Drachten B.V. op 16 en 17 april jl. in opdracht van Van der Meulen Woudsend B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 15.000 m2. Aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. Van der Meulen Woudsend BV is voornemens om op het terrein een werkschepenhaven te realiseren en tevens het overige terrein te gebruiken voor opslag van bagger. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Op de locatie ligt grond en ingedroogde baggerspecie opgeslagen. De locatie is plaatselijk opgehoogd met de grond en de grond is plaatselijk gebruikt voor de kade voor baggeropslag. De gedempte sloot is tijdens de uitvoering van het veldwerk niet aangetroffen. Uit de analyses blijkt dat in mengmonster mm1 van de bovengrond verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarde zijn gemeten van de parameters molybdeen en lood. Van de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten. In mengmonster mm2 van de bovengrond is een verhoogde concentratie ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten van de parameter molybdeen.
Van de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten. In de mengmonsters van de ondergrond mm3 en mm4 zijn van de geanalyseerde parameters geen verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten. Uit de analyseresultaten van het grondwater blijkt dat in het grondwater van peilbuis 1 een concentratie aan barium is gemeten wat de streefwaarde overschrijdt. In het grondwater van peilbuis 2 is een concentratie aan barium, koper en dichloormethaan vastgesteld wat de streefwaarde overschrijdt. In het grondwater van peilbuis 3 is een concentratie aan naftaleen vastgesteld wat de streefwaarde overschrijdt. Van de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde concentraties ten opzichte van de streefwaarde vastgesteld. Geconcludeerd kan worden dat op basis van de onderzoeksresultaten de onderzochte locatie niet geheel vrij is van verontreinigingen. De lichte overschrijdingen zijn geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. De hypothese van onverdachte locatie wordt hiermee formeel gezien verworpen. Opgemerkt wordt dat de conclusie is gebaseerd op het vooronderzoek en de onderzoeksresultaten van dit onderzoek. Dit onderzoek schetst een algemeen beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater).