Bijlage I - Notitie 'Vervolgstappen richting grondstoffenbeleid'
Tekst van het document
O21.002443
O21.002443*
Vervolgstappen richting Grondstoffenbeleid 15 december 2021
1. Inhoudsopgave 1.
Inhoudsopgave .......................................................................................................2
2.
Inleiding ...............................................................................................................3
3.
Afvalbeleid ............................................................................................................4
4.
5.
3.1
Wettelijk kader ................................................................................................4
3.2
Huidig afvalbeleid en prestaties Súdwest-Fryslân .......................................................4
3.3
Uitdaging voor komende jaren ..............................................................................6
Doel en proces nieuw grondstoffenbeleid .......................................................................7 4.1
Ambitieniveau grondstoffenbeleid .........................................................................7
4.2
Mogelijke inzamelstrategieën ...............................................................................7
4.3
Milieustratenstructuur ........................................................................................8
4.4
Aanpak andere gemeenten ..................................................................................9
4.5
Dilemma’s.......................................................................................................9
4.6
Waardepeiling onder inwoners ............................................................................ 10
4.7
Vervolgstappen .............................................................................................. 10
Bijlagen .............................................................................................................. 11
Pagina 2 van 12
O21.002443
2. Inleiding Gemeente Súdwest-Fryslân is bezig met de optimalisatie van het huidige afvalbeleid. Het huidige afvalbeleid van 2013 is namelijk verouderd en de ontwikkelingen op gebied van duurzaamheid en restafvalreductie gaan wel door. Zo zijn er door het Rijk VANG-doelstellingen opgesteld om te komen tot een afvalloze samenleving in 2050. Vandaar de stap naar een nieuw grondstoffenbeleid. In 2021 zijn er diverse bijeenkomsten geweest met het college en de gemeenteraad. In een informerende en opiniërende sessie met de raad zijn diverse afvalscenario’s gedeeld. Daarbij is afgesproken om enkele scenario’s verder uit te werken: diftar, omgekeerd inzamelen en een combinatie van deze. Verderop in deze notitie is daar meer over te lezen. Bij het uitwerken van de scenario’s en het vertalen ervan naar een ambitie, inzamelstrategie en maatregelen werd tegen een aantal dilemma’s aangelopen, waarvan het goed is om deze alvast te delen voorafgaand aan de beleidsnotitie. Bovendien is het verstandig om een processtap in te bouwen, waarin de behoefte aan dienstverlening alsook het draagvlak van mogelijke maatregelen onder de inwoners wordt gepeild (waardepeiling). Dat is in deze notitie verder toegelicht. Ook wordt ingegaan op de situatie rondom de milieustraten.
In het kader van beter scheiden van afval – ofwel grondstoffen – is het wenselijk om te onderzoeken of een grondstoffencentrum in SúdwestFryslân ook tot de mogelijkheden behoort. Deze notitie bevat verder onder andere de landelijke doelstellingen, de huidige afvalprestaties, ontwikkelingen van andere gemeente en de te nemen maatregelen om een (nader te bepalen) ambitieniveau te bereiken. Deze notitie vormt de basis voor het nog uit te werken beleidsplan.
Pagina 3 van 12
O21.002443
3. Afvalbeleid 3.1 Wettelijk kader In het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) is het nationaal afvalstoffenbeleid voor de komende jaren uitgestippeld. Het Nederlandse afvalstoffenbeleid is, sterker dan voorheen gericht op preventie van afval en het beperken van de milieudruk. Conform het LAP worden gemeenten geacht gezamenlijk een hoog scheidingsresultaat te halen. Met het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) spant het kabinet zich in om de transitie naar een circulaire economie in Nederland te stimuleren. De doelstellingen en tussendoelen, conform het landelijk beleid zijn: In 2018 nog maximaal 175 kg restafval per inwoner per jaar (afvalscheiding 60%); In 2020 nog maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar (afvalscheiding 75%); In 2025 nog maximaal 30 kg restafval per inwoner (afvalscheiding 90%). Gemeenten hebben dus niet alleen een zorgplicht voor het (doen) inzamelen van huishoudelijk afval, maar hebben daarbij ook de ‘opdracht’ om daarmee de doelstellingen te bewerkstelligen zoals in het LAP geformuleerd. De VANG-doelstellingen zijn opgesteld als ‘tussenstappen’ naar een circulaire economie met 0 kg restafval in 2050. Gemeenten kunnen zelf aanvullende of afwijkende doelstellingen opnemen in hun grondstoffenbeleid. Gestelde doelen moeten voor de gemeente uiteraard wel haalbaar zijn binnen de gestelde termijn.
Het stellen van hoge doelen is goed en werkt motiverend, maar een te hoge en niet haalbare doelstelling werkt in het algemeen niet bevorderend. Bovenstaande doelstellingen laten ook een enorme daling in kilo’s restafval zien in korte tijd. Verwacht wordt dat de doelstellingen nog zullen worden aangepast. Verderop in deze notitie blijkt dat de gemeente Súdwest-Fryslân lang goed presteerde, maar dat een volgende stap nodig is om de doelstellingen te blijven volgen.
3.2 Huidig afvalbeleid en prestaties Súdwest-Fryslân Het huidige afvalbeleid is met name gericht op een hoog serviceniveau en lage kosten. In onderstaand plaatje is aangegeven hoe Súdwest-Fryslân momenteel haar inzamelstructuur heeft geregeld.
Nascheiden van het RESTafval 204 kg fijn restafval / inwoner 26 kg grof restafval / inwoner
34%
66%
PDB 27,9kg Mineraal 13,9kg ONF 34,5kg metaal 2,6kg
extra grondstof
totaal restafval
79 kg/inw.
151 kg/inw.
Deze vorm van inzameling zorgt ervoor dat de gemeente Súdwest-Fryslân al enkele jaren zo’n 150 kg restafval ophaalt per inwoner per jaar. Dat is na de nascheiding die Omrin verzorgt. Daarmee zit de gemeente op een gemiddeld niveau in Friesland (zie figuur 1 hieronder). Echter is de landelijke
Pagina 4 van 12
O21.002443
doelstelling van 2020 niet gehaald en om dat te bereiken is een enorme stap nodig. Dat is de keuze waar de gemeente Súdwest-Fryslân voor staat. Het vergelijk met alle gemeenten in Nederland is hieronder terug te vinden in figuur 2.
Kilogram huishoudelijk RESTafval per inwoner
300
199 178
171
173 153
152 133 109
151 123
123
100
162
151
142
139
133 Súdwest-Fryslân
200
73
36
0
Figuur 1. Overzicht met vergelijking per gemeente van de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar na de nascheiding door Omrin.
Figuur 2. Kaart van Nederland met de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar in 2019.
Pagina 5 van 12
O21.002443
Om beter inzicht te krijgen wat inwoners van Súdwest-Fryslân in hun restafvalcontainer gooien, worden er ook diverse sorteeranalyses uitgevoerd in 2022. Hieruit kan blijken op welke onderdelen meer inzet nodig is om een bepaalde stroom beter in te zamelen. Dit kan GFT of OPK zijn, maar ook glas of textiel. Een uitkomst van de sorteeranalyse van 2018 is opgenomen in de bijlage (figuur 3). De kosten van het huishoudelijk afval voor de inwoners van Súdwest-Fryslân liggen gemiddeld, gezien de rest van Friesland. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de afvalstoffenheffing van alle Friese gemeenten in 2020 (figuur 4). Figuur 5 geeft het vergelijk met alle Nederlandse gemeenten weer.
3.3 Uitdaging voor komende jaren Gezien de huidige prestaties en de landelijke doelstellingen, wacht er een forse opgave. De gemeente Súdwest-Fryslân volgt doorgaans de landelijke doelstellingen op en om daaraan te voldoen, is een beleidswijziging nodig. De mogelijkheden hiervoor komen in hoofdstuk 4 aan bod. De afgelopen jaren is al ingezet om inwoners het afval beter te laten scheiden. Zo heeft inmiddels circa 75% van de huishoudens een papiercontainer aan huis staan. Ook heeft de gemeente zich ingezet om meer milieuparkjes bij supermarkten te plaatsen. Bij deze milieuparkjes is het mogelijk om OPK (oud papier en karton), textiel en glas weg te gooien. Ook acties met handhaving en communicatie zijn meermaals uitgevoerd, maar het effect daarvan is beperkt. Dat laat de trend van de afgelopen jaren (gemiddeld 150 kg restafval per inwoner per jaar) ook zien.
Pagina 6 van 12
O21.002443
4. Doel en proces nieuw grondstoffenbeleid In dit hoofdstuk worden de inzamelstrategieën/maatregelen genoemd die behoren bij een bepaalde ambitie. De ambitie wordt onder andere bepaald op basis van de bereidheid van onze inwoners, maar ook de landelijke ontwikkelingen/doelstellingen en het toekomstige financiële plaatje. De dilemma’s waar tegenaan gelopen wordt, worden ook omschreven in dit hoofdstuk.
4.1 Ambitieniveau grondstoffenbeleid De landelijke ambitie voor 2050 is een afvalloze samenleving, wat betekent 0 kg restafval en 100% grondstoffen. Dat is de stip die op de horizon is gezet en waar de gemeente Súdwest-Fryslân ook naartoe gaat werken. De weg daar naartoe kan geleidelijk, maar er kan ook gekozen worden om de komende jaren een flinke stap vooruit te zetten. De verschillende ambitieniveaus staan hieronder genoemd. Ambitieniveau laag (120-150 kilo restafval) Dit ambitieniveau zou gerealiseerd kunnen worden door het continueren van het huidige beleid. Dus voortzetting van de nascheidingsstrategie aangevuld met een goede service op grondstoffen, communicatie en handhaving. Met het verlagen van de inzamelfrequentie op restafval zou eventueel nog een extra stap binnen dit ambitieniveau gezet kunnen worden. Ambitieniveau midden (90-120 kilo restafval) Dit ambitieniveau zou gerealiseerd kunnen worden door het toepassen van de huidige nascheidingsstrategie aangevuld met een prijsprikkel/diftar alsook goede service op grondstoffen, communicatie en handhaving. Ambitieniveau hoog (30-90 kilo restafval) Dit ambitieniveau zou gerealiseerd kunnen worden door het toepassen van de strategie prijsprikkel/diftar in combinatie omgekeerd inzamelen met daarbij een goede service op grondstoffen, communicatie en handhaving.
De strategie omgekeerd inzamelen en nascheiding gaan slecht samen.
4.2 Mogelijke inzamelstrategieën Om te komen tot een van de bovenstaande ambities kunnen er verschillende inzamelstrategieën worden ingezet. Hieronder worden de verschillende vormen nader uitgelegd. Nascheidingsstrategie (huidig) Inwoners van de gemeente Súdwest-Fryslân kunnen het PMD-afval1 in de restafvalcontainer doen. Men hoeft het thuis niet te scheiden. Omrin verwerkt het huishoudelijk restafval voor onze gemeente en haalt met moderne nascheidingstechnieken het plastic- en kunststofverpakkingsafval, metalen verpakkingen en de drankenkartons uit het restafval, zodat die weer als grondstof ingezet kunnen worden. Het aanwezige organisch afval wordt er ook uit gehaald en sinds kort ook luiers. Door een recente doorontwikkeling van de nascheidingsinstallatie van Omrin kan het aantal kilo’s restafval per inwoner van onze gemeente nog met 10-20 kg afnemen. Hiermee verandert er qua service niets voor onze inwoners, maar bestaat in de toekomst wel het risico voor hogere verwerkingskosten, omdat het restafval door belastingen van het Rijk steeds zwaarder wordt belast. Dit komt verderop aan de orde (paragraaf 4.5). Wijzigen inzamelfrequentie Naast het voortzetten van de nascheidingsstrategie via Omrin, kan er daarnaast gekozen voor een wijziging van de inzamelfrequentie. Een mogelijkheid is om de restafvalcontainer niet 1x per 2 weken, maar bijvoorbeeld 1x per 3 weken te ledigen.
Daarnaast zouden de minicontainers van GFT2 (met name in de zomer) en OPK vaker geledigd kunnen worden. Afgaande op de voorlopige resultaten in een andere Friese gemeente zou de hoeveelheid huishoudelijk restafval (voor de nascheiding) met zo’n 15 procent kunnen dalen. Voor Súdwest-Fryslân zou het verlagen van de inzamelfrequentie van het restafval een daling van grofweg 30 kilo restafval per 1 2
PMD staat voor plastic & metalen verpakkingen en drankkartons. GFT staat voor groente-, fruit- en tuinafval.
Pagina 7 van 12
O21.002443
inwoner per jaar kunnen betekenen. Het effect van de verbeterde nascheidingsinstallatie van Omrin komt daar nog bij. Voor de inwoners heeft dit dus gevolgen voor het aantal keer dat men de verschillende minicontainers bij de weg kan zetten. Een risico dat daarbij kan ontstaan is dat er voor grote huishoudens te weinig ruimte is voor restafval, omdat PMD en luiers omvangrijke afvalstromen kunnen zijn. Dat vraagt nader onderzoek. Invoering prijsprikkel (diftar) Naast een frequentiewijziging kan er ook gekozen worden (in combinatie met de nascheidingsstrategie) voor de invoering van een prijsprikkel op restafval. Deze systematiek staat ook wel bekend als diftar (gedifferentieerd tarief). Voor de inwoner betekent het dat huishoudens betalen voor het aantal keren dat zij de restafvalcontainer aanbieden (diftar op frequentie) of de hoeveelheid kilo restafval dat zij aanbieden (diftar op gewicht). In beide gevallen kan het tarief dat men betaald, worden opgebouwd door een vast en een variabel deel. Het variabele deel wordt bepaald aan de hand van bovenstaande, ofwel ‘de vervuiler betaald’. De frequentie van het ophalen van afval verandert in dit geval niet. Met de invoering van diftar wordt verwacht de hoeveelheid restafval met circa 50 kg terug te kunnen brengen. Dit neemt wel enkele jaren in beslag.
De invoering van diftar vraagt namelijk wel om enkele veranderingen in de inzamelwijze. Zo moeten de minicontainers en huisvuilwagens vernieuwd/aangepast worden. Ook moet er nagedacht worden over hoe om gegaan moet worden met recreatieafval, openbare prullenbakken en containers. In de bijlage (figuur 6) is een overzicht opgenomen van het aantal gemeenten dat is overgestapt naar een inzamelstrategie met diftar (bijna 50%). Invoering prijsprikkel (diftar) en omgekeerd inzamelen Als laatste is er de mogelijkheid om diftar in te voeren in combinatie met omgekeerd inzamelen. Omgekeerd inzamelen houdt in dat de restafvalcontainer aan huis verdwijnt en dat inwoners de zak met (overgebleven) restafval kwijt moeten bij een milieuparkje. Deze inzamelstrategie gaat niet goed samen met de huidige nascheidingsstrategie, omdat in onze gemeente PMD niet apart (bij de bron) wordt ingezameld. Huishoudens zouden het volumineuze PMD-afval dan met het restafval naar een milieuparkje moeten brengen. In de opiniërende bijeenkomst is indicatief aangegeven dat met de invoering van diftar in combinatie met omgekeerd inzamelen de hoeveelheid restafval tot circa 75 kg teruggebracht kan worden. De gemeente kan ervoor kiezen om afscheid te nemen van de nascheidingsstrategie van Omrin en te kiezen voor diftar met omgekeerd inzamelen. Voor de inwoner betekent dit een wijziging van de afvalinzameling.
In de beleidsnotitie wordt hier verder op ingegaan.
4.3 Milieustratenstructuur Momenteel bevinden de milieustraten zich in Bolsward, Sneek, Heeg en Koudum. Dat is sinds het ontstaan van Súdwest-Fryslân al het geval. Inwoners kunnen hun afval dat niet in de minicontainers thuishoort bij de milieustraten kwijt. Men kan 12 keer 2 m3 gratis brengen. Met de ontwikkelingen van de huisvesting buitendienst, is er echter geen ruimte meer voor de milieustraat in Bolsward. Hierover volgt een apart raadsvoorstel en -besluit in de raadsvergadering van 3 februari 2022. Dat voorstel strekt ertoe om de dienstverleningsactiviteiten van de milieustraat Bolsward geleidelijk onder te brengen bij de milieustraat van Sneek, zodat deze kan sluiten om daarmee plaats te maken voor de nieuwe buitendienstlocatie. Op dit moment worden nog geen wijzigingen verwacht voor de milieustraten van Heeg en Koudum. Wel is duidelijk dat deze op termijn aan renovatie toe zijn. Op lange termijn zijn traditionele milieustraten niet geschikt om een rol in de transitie naar een circulaire economie te vervullen. Daarom is het van belang om in het grondstoffenbeleidsplan een doorkijk richting een circulair grondstoffencentrum te maken. Bij een grondstoffencentrum ligt de focus nog meer op het sorteren en hoogwaardig hergebruik van grondstoffen. Dat vraagt om een andere opzet dan de huidige milieustraten.
In het beleidsplan wordt een toekomstplaatje voor het door ontwikkelen van de milieustraten opgenomen dat zich op zowel de middellange als de lange termijn richt. Pagina 8 van 12
O21.002443
De milieustraten zijn ook onderdeel van de waardepeiling onder inwoners (paragraaf 4.6).
4.4 Aanpak andere gemeenten Om de landelijke doelstellingen te kunnen halen, zijn al veel gemeenten aan de slag gegaan met een andere manier van inzamelen. Navraag bij de NVRD 3 heeft de onderstaande gegevens opgeleverd. Inzamelstrategie Nascheiding PMD Frequentieverlaging restafval Diftar (gewicht, frequentie of volume) Omgekeerd inzamelen
% van Nederlandse gemeenten 12% 30% 48% 35%
Peiljaar 2021 2019 2020 2019
Uit de cijfers blijkt dat in 2020 hebben 48% van de gemeenten in Nederland een vorm van diftar toegepast. De verschillende vormen zijn opgenomen in figuur 6 in de bijlage. Het aandeel ‘diftargemeenten’ in Nederland laat al enige tijd een gestage groei zien. In Friesland zijn bijna alle gemeenten aangesloten bij Omrin en die partij verzorgt de nascheiding van PMD-afval. Deze stroom hoeft dus niet aan de bron te worden gescheiden, hetgeen dat betekent dat inwoners in Friesland geen extra minicontainer voor PMD aan huis hebben staan. In Friesland zijn er ook gemeenten die een vorm van diftar (gaan) toepassen, zoals Opsterland (2000), Heerenveen (2019), Ooststellingwerf (2019), Leeuwarden (2023) en Weststellingwerf (2023).
4.5 Dilemma’s Bij het kiezen van een ambitie, een inzamelstrategie en maatregelen komen een aantal dilemma’s bovendrijven. Deze worden hieronder benoemd. Ook worden er acties aan gekoppeld. Het resultaat van die acties wordt in het grondstoffenbeleidsplan verwerkt. De rijksdoelen zijn niet afdwingbaar, maar negeren kan ook niet De in paragraaf 3.1 genoemde rijksdoelen zijn niet afdwingbaar. Maar gemeenten moeten de doelstelling uit het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) wel betrekken bij het maken van beleidskeuzes. Dit maakt dat een gemeente wel argumenten moet hebben om af te wijken. Bijvoorbeeld dat de rijksdoelen niet haalbaar zijn. Actie: in beeld brengen welke ambitieniveaus voor Súdwest-Fryslân haalbaar zijn. Nieuwe maatregelen kosten geld, maar niets doen ook Nieuwe maatregelen kosten geld. Maar als er voor wordt gekozen om de komende jaren geen extra maatregelen te nemen, heeft dit (ook) gevolgen voor de afvalstoffenheffing. Onder andere door fiscale vergroeningsmaatregelen door de Rijksoverheid, en specifiek de CO2-heffing en de verbrandingsbelasting op restafval. De verwachting is dat deze kosten jaarlijks stijgen en daarmee komt de afvalstoffenheffing meer onder druk te staan. Bij een lagere hoeveelheid restafval (door beter te scheiden) neemt deze kwetsbaarheid sterk af.
Actie: niet alleen de kosten van nieuwe maatregelen in beeld brengen, maar ook de verwachte kostenontwikkeling van voortzetting huidige beleid. Diftar ligt gevoelig, maar erover praten is onvermijdelijk Het is niet wenselijk dat het proces om te komen tot nieuw afvalbeleid uitmondt in een discussie over wel of geen diftar. Maar als de gemeente het ambitieniveau wil verhogen, dan komt de discussie linksom of rechtsom toch uit op het onderwerp diftar. Want vooral met diftar kunnen grote stappen worden gezet. Tegelijkertijd ligt het onderwerp soms gevoelig. Toch is het onvermijdelijk om de discussie te voeren en een duidelijke keuze te maken. Actie: in het grondstoffenbeleidsplan een apart beslispunt over wel/geen diftar opnemen.
3
De NVRD verenigt de Nederlandse gemeenten en hun publieke bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer en het beheer van de openbare ruimte. Pagina 9 van 12
O21.002443
Het primaat ligt bij de gemeenteraad, maar de inwoners hebben ook een mening Het primaat voor het gemeentelijke afvalbeleid ligt bij de gemeenteraad. Maar het succes ervan hangt af van het gedrag (lees: meewerken met het gekozen systeem) van de inwoners. Actie: te kiezen voor een zorgvuldig proces door eerst een ‘waardepeiling’ onder de inwoners houden zodat een beeld ontstaat van de behoefte aan dienstverlening en het draagvlak van mogelijke ambitieniveaus en maatregelen voor het nieuwe afvalbeleid. De gemeente heeft een verantwoordelijkheid, maar producenten ook Als de gemeente de milieuprestatie van afvalverwerking wil verhogen dan moet er niet alleen meer afval worden gescheiden, maar moet tegelijkertijd de recycling omhoog. Echter, de gemeente heeft daar beperkt invloed op. Enerzijds omdat het ontwerp van een product in grote mate bepaalt of dat na gebruik circulair tot nieuwe grondstoffen kan worden verwerkt. Anderzijds wordt voor steeds meer consumptiegoederen en verpakkingen de producentenverantwoordelijkheid ingevoerd wat leidt tot een afname van de gemeentelijke zorg. Actie: in beeld brengen positie en rol gemeente bij afvalrecycling
4.6 Waardepeiling onder inwoners Zoals eerder vermeld bevat het nieuwe grondstoffenbeleid keuzes op het vlak van ambitie, inzamelstrategieën en maatregelen op het vlak van dienstverlening, kosten en milieuprestatie. Ook keuzes met betrekking tot het doorontwikkelen van de huidige milieustraten naar één of meer grondstoffencentra horen daarbij. Omwille van de zorgvuldigheid is het wenselijk om een processtap in te bouwen, waarbij onze inwoners worden betrokken. Op basis daarvan kan de gemeenteraad bij het maken van de keuzes een bredere afweging maken. Er wordt een peiling onder de inwoners van de gemeente uitgevoerd. Onderdeel daarvan is een waardepeiling, vergelijkbaar met de aanpak zoals deze is toegepast bij de Regionale Energie Strategie (RES). Hierbij worden de waarden van inwoners met betrekking tot de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval gepeild. De peiling moet representatief zijn, dus is het van belang om voldoende inwoners te bereiken. De peiling wordt in de eerste helft van 2022 uitgezet. Eventuele kosten worden verrekend uit reguliere budgetten.
4.7 Vervolgstappen De notitie vormt de opmaat naar het grondstoffenbeleidsplan. Na vaststelling van de notitie wordt de waardepeiling uitgezet bij de inwoners. Met het college en de gemeenteraad worden vervolgens het ambitieniveau en de inzamelstrategie bepaalt. Daarna kan het grondstoffenbeleidsplan worden afgerond en ter vaststelling worden voorgelegd aan de raad. De voorlopige planning ziet er dan als volgt uit: # 1. 2. 3.
Periode Februari 2022 1e helft 2022 2e helft 2022
4. 5.
Begin 2023 Vanaf 2023/2024
Pagina 10 van 12
Wat Vaststellen notitie Peiling onder inwoners Súdwest-Fryslân Derde sessie met gemeenteraad om ambitie en bijbehorende inzamelstrategie te bepalen Vaststellen grondstoffenbeleidsplan Vaststellen uitvoeringsplannen
O21.002443
Door Gemeenteraad Team Schoon/Communicatie Gemeenteraad Gemeenteraad College
5. Bijlagen Hieronder volgen nog enkele bijlagen ter ondersteuning van de eerdere hoofdstukken. Figuur 3. Uitkomst van een sorteeranalyse van de restafvalcontainer in Súdwest-Fryslân (2018):
Figuur 4. Overzicht van de afvalstoffenheffing van de Friese gemeenten in 2020: Afvalstoffenheffing gemeenten in Friesland 2020 Grondslag voor de afvalstoffenheffing
Achtkarspelen Ameland Dantumadiel De Fryske Marren Harlingen Heerenveen Leeuwarden Noardeast-Fryslân Ooststellingwerf Opsterland Schiermonnikoog Smallingerland Súdwest-Fryslân Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Waadhoeke Weststellingwerf Gemiddeld
Aantal personen Aantal personen Aantal personen Volume Aantal personen Gewicht & frequentie Aantal personen Aantal personen Gewicht & frequentie Volume & frequentie Aantal personen Aantal personen Aantal personen Vast tarief Aantal personen Aantal personen Aantal personen Aantal personen
Tarief per huishouden meer-persoons
een-persoons
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € €
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € €
335 223 251 210 250 321 325 278 236 226 365 265 241 207 283 324 260 260 270
Bron CBS 2020
Pagina 11 van 12
O21.002443
afvalbeheer
234 170 201 210 181 223 217 195 153 181 280 225 202 207 198 243 208 170 205
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € €
335 235 251 216 250 321 353 278 236 226 365 276 265 207 283 324 299 260 277
Figuur 5. Overzicht van de afvalstoffenheffing van de Nederlandse gemeenten in 2020:
Figuur 6. Overzicht van het aantal gemeenten dat een diftar systeem heeft ingevoerd (2020):
Kerncijfers gemeenten met diftar systeem 2020 (bron RWS 2020) Diftar systeem
varianten
# gemeenten
% gemeenten h
1. Volume
Volume
15
4,3%
2. Volume & frequentie
Volume & frequentie
88
24,9%
Volume, frequentie & aantal personen
17
4,8%
Dure zak
27
7,6%
Dure zak & aantal personen
8
2,3%
3
0,9%
Gewicht & frequentie
11
3,2%
Gewicht, frequentie & aantal personen
1
0,3%
170
48,3%
3. Dure zak
4. Gewicht (en frequentie) Gewicht
Totaal
Pagina 12 van 12
O21.002443