Bijlage I - Jaarverslag hûs en hiem 2021
Tekst van het document
Jaarverslag 2021
hûs en hiem
1
2
Jaarverslag 2021
Inhoud
Pagina
Jaarverslag Programma - Doelstelling en taken - Inleiding Paragrafen - Onderhoud kapitaalgoederen - Bedrijfsvoering - Weerstandsvermogen - Verbonden partijen
5 6 14 14 14 17
Jaarrekening -
Financieel jaarverslag Balans per 31 december 2021 Overzicht baten en lasten 2021 Toelichting op de balans per 31 december 2021 Toelichting op overzicht baten en lasten 2021 Controleverklaring
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Samenstelling bestuur/bureau Samenstelling commissies Overzichten productiecijfers 2021
3
18 18 19 21 23 28
32 34 35
4
Doelstelling en Taken Doelstelling: De Gemeenschappelijke Regeling ‘hûs en hiem’, welstandsadvisering en monumentenzorg, is opgericht 1 januari 1985 en voortgekomen uit: 1925: Provinciale Friesche Adviescommissie ter wering van de inbreuk op de schoonheid van stad en land. 1947: Provinciale Friese Schoonheidscommissie. 1980: Friese Schoonheidscommissie ‘HUS en HIEM’. De regeling heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Friesland. Taken: Het lichaam geeft met behulp van een hem ten dienste staand bureau uitvoering aan de bovengenoemde doelstelling en oefent daarbij de volgende taken uit: a. het voorzien van de gemeenten in de welstandsadvisering als bedoeld in de Woningwet; b. het geven van adviezen over algemene welstandsvraagstukken aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke Regeling deelnemende gemeenten; c. het voorzien van de gemeenten in de advisering over de toepassing van de Monumentenwet* en de Monumentenverordening in het bijzonder in de advisering als bedoeld in artikel 11 van die wet; d.
het op verzoek van gemeenten, voorzien in de advisering over de toepassing van de Monumentenwet* en de Monumentenverordening, in het bijzonder ten aanzien van beschermde gemeentelijke monumenten en/ of in de advisering ten aanzien van (beeldbepalende) panden binnen ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en/of in de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarde. Hoewel in het werkveld de benamingen ‘welstandscommissie’ en ‘monumentencommissie’ nog wel eens worden gebruikt, functioneert hûs en hiem al enkele jaren als integrale Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De integratie van disciplines als welstand, monumentenzorg, stedenbouw en landschap in één commissie kent, zo is al vaak gebleken, veel voordelen. Advisering gaat over het algemeen vlotter, is consistenter en is voordeliger voor de aanvrager.
* Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Hoewel daarmee de jure beoogd is de Monumentenwet uit 1988 te vervangen, is in afwachting van het in werking treden van de Omgevingswet, de facto overgangsrecht van toepassing. In die zin dat artikel 9.1 van de Erfgoedwet voorziet in het onverminderd van toepassing zijn van relevante artikelen uit de Monumentenwet 1988.
5
Inleiding
In verband met de coronapandemie was 2021 een moeilijk jaar voor iedereen. Zittingen van de lokale adviescommissies in de gemeentehuizen konden in verband met de beperkende maatregelen gedurende het grootste deel van het jaar niet plaatsvinden. Toch is zo goed als mogelijk de advisering gecontinueerd, al moest wederom worden overgeschakeld op videosoftware voor de dialoog met aanvragers en gemeentelijk vertegenwoordigers. Door bij de zittingen van de Centrale Adviescommissie ook vertegenwoordigers van de pers de gelegenheid te bieden om de beraadslagingen te volgen kon het principe van openbaarheid in zekere zin overeind gehouden worden. Met enige regelmaat publiceerden de kranten over initiatieven die bij de zitting van de adviescommissie aan de orde zijn gekomen. Spraakmakende aanvragen in 2021 waren o.a. het nieuwe Cambuur-stadion in Leeuwarden en de torenspits op het kerkje van Vinkega. Bijzondere projecten op het gebied van industrieel erfgoed zijn de transformatie van watertorens in Lippenhuizen en Sint Jacobiparochie. In de categorie woonzorgcentra rolde een aantal uitbreidingen van monumentale gebouwen van de tekentafels: het Karmelklooster in Drachten, Wilhelminaoord in Sint Nicolaasga en Anna Schotanus in Heerenveen. Ook had dit jaar een flink aantal aanvragen betrekking op de aanwijzing tot gemeentelijk monument.
Bij uitzondering wordt een positief advies van de commissie weleens niet overgenomen door het college. Dat overkwam Nij Ylostins, ooit een experimenteel wederopbouwproject in IJlst. Het gebouw kreeg de status van gemeentelijk monument uiteindelijk niet, de zogenaamde knechtenwoningen in Woudsend bijvoorbeeld wel. In 2021 was ook sprake van een toenemend aantal Nije Pleats sessies. nije hoarizon Hein de Haan, bestuursvoorzitter van hûs en hiem en wethouder van de gemeente Leeuwarden heeft op 25 november een kunstwerk onthuld getiteld ‘nije hoarizon’. Het 95-jarig bestaan van het adviesorgaan kon in 2020 niet gevierd worden. In plaats daarvan is de opdracht gegeven om een kunstwerk te maken aan fotoregisseur Maartje Roos. Zij stelde een fotomontage samen met historische en recente bouwwerken en objecten in Friesland. De onthulling vormde ook de afsluiting van de excursie van de leden van de Centrale Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit in het schitterend verbouwde monument De Utrecht aan de Tweebaksmarkt in Leeuwarden.
Fotoregisseur Maartje Roos creëert schilderachtige beelden waar de mens en de wereld maakbaar lijken. Met behulp van haar creatieve geest, inlevingsvermogen, fotografische kennis en het digitale palet zet Maartje de werkelijkheid naar haar hand. Aan Maartje Roos is de Talentprijs 2021 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Fryslân toegekend. Op verzoek van hûs en hiem stelde zij de collage
6
samen van historische en recente bouwwerken en objecten, die Friesland voorzien van het perspectief op een nieuwe horizon. Kleine windmolens Met de toenemende zorg om het klimaat groeit de ambitie om energie op een duurzame manier op te wekken. Europese en landelijke regelgeving worden aangepast om alternatieve energieopwekking te stimuleren. Ook in de Omgevingswet wordt duurzame ontwikkeling benadrukt als belangrijke factor voor een goede omgevingskwaliteit. Toch levert duurzame ontwikkeling soms ook een spanning op met die omgevingskwaliteit. Daar waar elementen worden toegevoegd aan het landschap om energie duurzaam op te wekken, gaan deze het omgevingsbeeld beïnvloeden. Ook de provincie Fryslân heeft hiermee te maken. Voor zonnepanelen is in de meeste Friese gemeenten inmiddels beleid opgesteld om een goede inpassing te waarborgen. Momenteel lijkt daarnaast ook de vraag toe te nemen naar kleine windmolens voor energieopwekking door agrariërs en mkb-bedrijven.
Wethouder Jan Dijkstra zet de eerste boerenwindmolen van Fryslân in werking op het bedrijf van (vanaf links) Sietse de Boer en Wietske en Germ de Boer. Foto: MARCHJE ANDRINGA
Een beperkt aantal gemeenten heeft voor de vergunningverlening uitgangspunten opgenomen in hun beleid, maar veelal moet nog worden teruggegrepen op de algemene beleidsintenties. Er is een notitie gemaakt met het resultaat van een eerste verkenning naar de mogelijkheden om energieopwekking door kleine windmolens zorgvuldig in te passen in het landschap. Onze zusterorganisatie Libau heeft in de provincie Groningen inmiddels ruimschoots ervaring opgedaan met de inpassing van kleinschalige molens in het landschap. De notitie bevat een pleidooi om ook voor de kleine windmolens een helder, eenduidig beleid en procedure aanpak vast te stellen. Symposium In de 125-jarige Statenzaal van het Provinsjehûs in Leeuwarden vond op 23 september het minisymposium “Bouwhistorie en herbestemming; keuzes in behoud – en de praktijk” plaats. Aan de bijeenkomst werd deelgenomen door architecten, bouwhistorici, medewerkers van gemeenten en van organisaties die zich bezighouden met de herbestemming van erfgoed. Sprekers waren o.a. Dolf van Weezel Errens, Ronald Stenvert en Karianne Vandenbroucke (“Mag dit weg?”). Presentaties werden gegeven over twee succesvolle monumentenprojecten: de woningen aan de Grote Kerkstraat te Leeuwarden en het voormalig gemeentehuis van Wymbritseradiel te Sneek. Aan deze projecten ging bouwhistorisch onderzoek vooraf aan het ontwerp. Nut en noodzaak
7
daarvan bleek duidelijk. Met deze voorbeelden werd ook getoond hoe inspirerend bouwhistorie kan zijn. Het symposium was een coproductie van Steunpunt Monumentenzorg Fryslân, Provincie Fryslân en hûs en hiem. Abe Bonnema Lezing door Rijksbouwmeester Architecten Mike Korth, Gus Tielens en Marcel Lok hebben de Abe Bonnema Architectuurprijs 2021 gewonnen voor hun project Spaarndammerhart in Amsterdam. Zij ontvingen een bedrag van 50.000 euro. Voorafgaand aan de prijsuitreiking in het Rijksmuseum hield Rijksbouwmeester Francesco Veenstra de jaarlijkse Abe Bonnema Lezing 2021. Francesco Veenstra, die in Leeuwarden is geboren, begon zijn redevoering in het Frysk, waarbij hij zich tot de weduwe van Abe Bonnema richtte. In de lezing getiteld ‘de tijd zal het leren’ verwijst Veenstra naar een uitspraak van Bonnema: “De mens is niet volmaakt, dus de mens kan ook niet een volmaakt gebouw maken.” Honderd dagen na zijn officiële aantreden als Rijksbouwmeester hield Francesco een inspirerende lezing over kwaliteit van architectuur. Opgegroeid in Leeuwarden, waar het ‘’bijna onmogelijk was om in een woning te wonen die níet door Abe Bonnema was ontworpen’’, laat hij zien dat kwaliteit vrijwel altijd te danken is aan het nog altijd geldende principe van de Romein Vitruvius: utilitas (bruikbaarheid) – firmitas (stabiliteit) – venustas (schoonheid).
Veenstra pleit ervoor om zowel honderd jaar vooruit te kijken als terug te kijken. “Zodat we weten wat we nú moeten doen en wat we nu juist níet moeten doen. Het is zinvol om parallellen door de tijd heen op te sporen, om aan die miljoen woningen voor 2030 te kunnen voldoen in een land waar ruimte schaars is. De huidige werkelijkheid is complex en chaotisch, we hebben ontwerpers en ingenieurs nodig die uitgaan van onzekerheid, van permanent bijstellen. Die kunnen bouwen voor een samenleving die minder gericht is op groei, kwantiteit en materiële welvaart, maar meer gericht is op volhoudbaarheid en duurzaamheid, op meer kwaliteit en een beter welzijn voor iedereen.” De ‘Friese’ Rijksbouwmeester betoogt dat door bewuste keuzes te maken de actuele woningbouwopgave kan worden gerealiseerd met hoge architectonische kwaliteit. Volgens de jury van de Abe Bonnema Prijs is het winnende woningbouwproject in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt daar een uitmuntend voorbeeld van. Een expositie in het Fries Museum toonde alle inzendingen voor de Abe Bonnema Prijs 2021. Het secretariaat van de Abe Bonnema Prijs is ondergebracht bij hûs en hiem.
Expositie in Fries Museum
8
Hûs en hiem-prijs Op 10 juni 2021 is door bestuursvoorzitter Hein de Haan de hûs en hiem-prijs 2020 uitgereikt aan Niek Verdonk. De prijsuitreiking zou aanvankelijk in september 2020 plaatsvinden ter gelegenheid van het 95-jarig jubileum van de Friese adviesorganisatie, maar is toen in verband met corona uitgesteld. Niek Verdonk, die sinds 2005 als stedenbouwkundig supervisor voor de gemeente Leeuwarden heeft gewerkt, ontving de onderscheiding tijdens een bijeenkomst ter gelegenheid van zijn afscheid in het Stadhuis van Leeuwarden. De hûs en hiem-prijs is bestemd voor een persoon, die zich op bijzondere wijze heeft ingezet voor het behoud en de verbetering van de ruimtelijke schoonheid in Fryslân. Het gaat daarbij niet om een éénmalig project, maar om het ‘oeuvre’ van een persoon gedurende een langere periode. De winnaar van de hûs en hiem-prijs ontvangt een speciaal ontworpen houten beeldje en een zilveren speld.
Niek Verdonk
Niek Verdonk vervulde van 2005 tot 2020 de rol van stedenbouwkundig supervisor in Leeuwarden. Daar was hij verantwoordelijk voor het architectuurbeleid in het algemeen en voor de productie van nieuwe architectuur in het bijzonder. Verdonk was een van de grondleggers van de manifestatie Kloppend Hart Leeuwarden, waarbij de gemeente ontwikkelaars, architecten en pandeigenaren uitnodigde om plannen te initiëren die konden leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de binnenstad. Hij is altijd bezig geweest met het versterken van de positie van het ontwerpen. Vanuit zijn directe betrokkenheid bij majeure projecten en als voorzitter van verschillende Q-teams (Leeuwarden Zuidwest, De Zuidlanden en Middelsee) schoof Verdonk ook regelmatig aan bij de centrale adviescommissie ruimtelijke kwaliteit van hûs en hiem. Op charmante wijze nam hij de commissieleden mee in de stedenbouwkundige overwegingen, die in het prilste beginstadium van belangwekkende initiatieven zijn gemaakt. De commissie ervaart zijn inbreng als zeer stimulerend. Uit de toekenning van de hûs en hiem-prijs 2020 aan Niek Verdonk spreekt grote waardering voor Verdonks jarenlange bijdrage aan de ruimtelijke schoonheid van de stad.
”Zijn vakkennis, zijn toewijding, zijn overtuigingskracht, zijn strategische en serieuze manier van werken inspirerend en dit strekt tot voorbeeld voor anderen” aldus bestuursvoorzitter Hein de Haan.
9
Organisatie Bestuur Het AB bestond in 2021 uit 17 (stemgerechtigde) wethouders uit de deelnemende gemeenten. Het DB bestond uit vijf (stemgerechtigde) leden van het AB. Van de twee (niet-stemgerechtigde) leden die door de afdeling Fryslân van de Bond van Nederlandse Architecten zijn voorgedragen, liep in 2020 de maximale zittingstermijn (acht jaar) af. Zij zijn in 2021 nog niet vervangen. In de vergadering van het AB van juni 2021 is wel besloten om opnieuw adviserende leden te werven. Het DB zal daartoe in 2022 stappen ondernemen. Secretaris van zowel het AB als DB is directeur Marc A. Visser van hûs en hiem. Personeel In 2021 hebben zich geen mutaties voorgedaan in het personeelsbestand. Vanwege hoge werkdruk is aan een aantal medewerkers een tijdelijke uitbreidingen van uren verleend. Hierdoor is in 2021 met 12 medewerkers gemiddeld 9,79 FTE bezet. Het ziekteverzuim bij hûs en hiem is in 2021 uitgekomen op ongeveer 2%. Helaas is een exact percentage niet te berekenen. Dit wordt veroorzaakt door quarantaine (isolatie) in het kader van coronamaatregelen. Daardoor kan iemand ziek zijn en toch thuis werken. Of niet ziek zijn maar toch thuis moeten blijven.
Productiecijfers 2021 In 2021 zijn in totaal 3.901 (eerste) adviesaanvragen behandeld. In 2020 zijn dat er 3.540 geweest. Daarmee is het aantal (eerste) adviesaanvragen ten opzichte van 2020 met 10,2% toegenomen. Omdat in veel gevallen na de (eerste) adviesaanvraag nog een vervolgaanvraag komt is het totale aantal planbehandelingen een veelvoud van het aantal (eerste) adviesaanvragen. Het aantal planbehandelingen is fors toegenomen: 7.570 in 2021 ten opzichte van 6.763 in 2020, hetgeen een toename van 11,9% betekent. Er zijn ook in 2021 weer meer behandelingen per aanvraag nodig geweest: gemiddeld 1,94. In 2020 was dat nog 1,91. Het effect van de virusziekte covid-19 (‘corona’) leidde ook in 2021 niet tot noemenswaardige effecten op het aantal adviesaanvragen. Wél van invloed waren de nieuwe overheidsregels per 1 januari 2021 inzake de energieprestatie van nieuwe gebouwen (BENG). Vooral in het eerste halfjaar van 2021 werd hûs en hiem bijna overspoeld met adviesaanvragen. Niet alleen was er een toename van meer dan 10%, de aanvragen betroffen ook naar verhouding veel nieuwe woningen/kantoren/ bedrijfsgebouwen met een hoge bouwsom. In 2021 was van de eerste aanvragen 36,4% vooroverleg. Van het totale aantal behandelingen in 2021 was 29,7% vooroverleg.
Het voeren van vooroverleg alvorens over te gaan tot het aanvragen van een omgevingsvergunning blijft een veel gehanteerd instrument bij de aangesloten gemeenten.
10
In 2021 is de gemiddelde opbrengst per aanvraag (dossier) uitgekomen op € 323,18. In 2020 was dit nog € 293,47. De toename bedraagt 10,1%.
Opbrengsten reguliere advisering per gemeente Achtkarspelen Ameland Dantumadiel De Fryske Marren Harlingen Heerenveen Leeuwarden Noardeast-Fryslân Ooststellingwerf Opsterland Schiermonnikoog Smallingerland Súdwest-Fryslân Terschelling Vlieland Waadhoeke Weststellingwerf
2016 € 35.782 € 25.500 € 16.917 € 43.441 € 25.480 € 27.983 € 171.729
2017 € 35.139 € 29.033 € 9.412 € 50.388 € 30.630 € 39.387 € 197.920
2018 € 45.018 € 31.940 € 7.197 € 53.350 € 34.638 € 41.304 € 203.262
€ 34.822 € 49.457 € 8.691 € 58.302 € 112.738 € 19.137 € 6.769
€ 33.776 € 64.302 € 7.520 € 61.469 € 161.928 € 19.628 € 8.340
€ 28.836
€ 40.731
€ 37.891 € 54.340 € 8.602 € 71.145 € 170.370 € 18.676 € 7.462 € 92.706 € 63.264
11
2019 € 45.957 € 28.057 € 8.000 € 48.596 € 47.573 € 31.822 € 195.962 € 99.731 € 42.172 € 56.539 € 7.965 € 78.279 € 158.204 € 16.605 € 8.396 € 78.102 € 43.093
2020 € 47.199 € 39.762 € 10.768 € 55.416 € 27.151 € 39.908 € 194.714 € 123.432 € 41.445 € 67.040 € 6.114 € 62.999 € 145.880 € 20.394 € 10.057 € 82.928 € 63.355
2021 € 49.578 € 44.828 € 10.126 € 78.975 € 36.304 € 39.596 € 218.416 € 126.244 € 54.898 € 65.236 € 8.642 € 105.975 € 196.698 € 30.139 € 15.257 € 107.607 € 68.149
Ontwikkeling eigen vermogen hûs en hiem 2001-2021
500.000 450.000 400.000 350.000 300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0 200120022003200420052006200720082009201020112012201320142015201620172018201920202021
Jaar
inkomsten-uitgaven-resultaat 2008-2021 1400000 1200000 1000000 800000 inkomsten
600000
uitgaven
400000
resultaat
200000 0 20082009201020112012201320142015201620172018201920202021 -200000 -400000
12
Aantal dossiers/behandelingen 2011-2021 9000 8000 7000 6000 5000
aantal behandelingen aantal dossiers
4000 3000 2000 1000 0 20112012201320142015201620172018201920202021
13
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Om te voldoen aan de wettelijke verplichting om het kantoor van hûs en hiem al per 1 januari 2023 van het energielabel C te voorzien zijn op korte termijn forse investeringen nodig. Eind 2021 is een team van externe en interne adviseurs gestart met een inventarisatie van de mogelijkheden tot verduurzaming van het pand op de Johan Willem Frisostraat 1 te Leeuwarden. Een pakket van maatregelen is noodzakelijk om de sprong van label G naar label C te kunnen maken. FINANCIERING Inzake de realisatie van beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille (art. 13 BBV), kan worden opgemerkt dat het ‘Treasurystatuut Hûs en Hiem’ dd 24-11-2006 van toepassing is. Hûs en hiem is tevens onderworpen aan de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) en de regeling (verplicht) Schatkistbankieren. BEDRIJFSVOERING Hûs en hiem voert welstands- en monumentenadvisering uit voor de deelnemende gemeenten. Ook biedt hûs en hiem diensten aan de deelnemende gemeenten aan voor Nije Pleats, neemt deel aan kwaliteitsteams en biedt ondersteuning op het gebied van (gemeentelijke) monumentenzorg en de actualisering van welstandsnota’s. Daarnaast verricht hûs en hiem incidenteel opdrachten voor derden in het kader van second opinions en als secretariaat van architectuurprijsvragen.
De dienstverlening wordt afgestemd op de adviesbehoefte van de deelnemende gemeenten. De tarifering voor de dienstverlening is gebaseerd op een kostendekkende exploitatie, immers, hûs en hiem is een non-profit organisatie. Gewoonlijk worden de tarieven (op basis van CBSinflatie-indexen) eens per drie jaar herzien. De jongste herziening is sinds 1-1-2020 van kracht. Om verantwoording af te leggen aan de deelnemende gemeenten inzake het functioneren van de lokale commissies worden (lokale) jaarverslagen gemaakt. Tevens vinden jaarlijkse evaluatiegesprekken plaats met de verantwoordelijke gemeentelijke portefeuillehouders. Het aantal fte’s per 31 december 2021 bedraagt 9,79. Voor de bezetting van de centrale adviescommissie beschikt hûs en hiem over een poule van circa 25 externe deskundigen. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Hierbij gaat het om het vermogen om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat beleid moet worden aangepast. Het gaat dus om de robuustheid van de begroting. Het vermogen om het beleid door te kunnen zetten is afhankelijk van de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit omvat de middelen en mogelijkheden van de organisatie om niet-begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit van hûs en hiem bestaat naast het eigen vermogen uit het begrote positieve resultaat uit de bedrijfsvoering.
Tevens is het bezit van het kantoorpand (Johan Willem Frisostraat 1 in Leeuwarden) als stil vermogen een belangrijk onderdeel van de weerstands-capaciteit. Het pand is onbelast met hypotheek. De WOZ-waarde is per 1-1-2021 vastgesteld op € 403.000. De waarde voor de
14
opstalverzekering (op basis van herbouwwaarde) is, na een her-taxatie in 2019, gesteld op € 1.070.000. Het eigen vermogen (exclusief de waarde van het pand), inclusief bestemmingsreserves per 31-12-2021 bedraagt € 350.189. Van het resultaat over 2021 ad € 104.369 wordt voorgesteld om € 3.000 toe te voegen aan de ‘Bestemmingsreserve onderhoud pand’, € 5.000 toe te voegen aan de ‘Bestemmingsreserve label C’ en € 96.369 toe te voegen aan de algemene reserve. De weerstandscapaciteit is bij hûs en hiem dynamisch, dat wil zeggen dat het eigen vermogen beïnvloedbaar is. Immers, ook de tarifering voor de dienstverlening kan bij een dreigend tekort in de dekking van de vaste lasten redelijk snel aangepast worden. De bedrijfsvoering is er echter op gericht om een verhoging van de tarieven zoveel mogelijk te voorkomen. De meerjarenraming (2023 – 2025) is gebaseerd op een stabiel aantal adviesaanvragen. In 2020 heeft Nederland te maken gekregen met de coronapandemie, die ook in 2021 merkbaar is gebleven. Ondanks sterke negatieve effecten hiervan in grote delen van de economie, is het aantal door hûs en hiem verzorgde adviezen juist flink toegenomen. Inmiddels is de invoeringsdatum van de Omgevingswet op 1-1-2023 gesteld. De verwachting is dat in elk geval in 2023 de rol van hûs en hiem binnen de in de GR deelnemende gemeenten niet anders zal zijn dan in 2021.
Algemene reserve In 2018 heeft het Algemeen Bestuur besloten dat, gelet op de risico’s die zijn verbonden aan de aard van de werkzaamheden, gestreefd moet worden naar een algemene reserve van hûs en hiem van € 900.000. In dit bedrag ligt besloten de waarde van het pand (stille reserve). Aanwezige stille reserve De waarde van het pand, Johan Willem Frisostraat 1 te Leeuwarden, is door de gemeente Leeuwarden voor de WOZ vastgesteld per 1-1-2021 op € 403.000. Het pand is onbelast met hypotheek.
15
Behoud kwaliteit in woningbouwproductie Met het aantreden van Hugo de Jonge in het nieuwe kabinet als minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening lijkt de overheid oog te willen hebben voor de inmiddels als problematisch ervaren woningmarkt. En de moeizame ontwikkeling daarvan. In een interview met bouwhistoricus Anita Blom, gepubliceerd in de NRC van 31 januari 2022, breekt zij een lans voor behoud van kwaliteit van woningbouw, waar zij in politiek en beleidsvorming te veel alleen maar getalsmatige productie tegenkomt. Als de projectontwikkelaars hun gang gaan ontstaat er ook makkelijk eenheidsworst. De uitbreidingswijken in de jaren zeventig met eenvormige hoogen laagbouw hebben destijds vaak geleid tot gevoelens van onveiligheid. Het woord flatneurose stamt uit die tijd. Investeren in gevarieerde bouw (voor jongeren, gezinnen én ouderen) mét voorzieningen kan ervoor zorgen dat er een gezonde gemeenschapszin ontstaat. Wonen is ook leven, tenslotte.
16
VERBONDEN PARTIJEN In de Gemeenschappelijke Regeling hûs en hiem hebben in 2021 alle gemeenten in Fryslân met uitzondering van Tytsjerksteradiel deelgenomen. Conform artikel 34 lid 1 van de GR hûs en hiem draagt elke deelnemende gemeente in de kosten van het lichaam bij naar rato van de dienstverlening op basis van tarieven die door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld en meegedeeld aan de gemeenten. Conform artikel 34 lid 2 van de GR hûs en hiem kan een nadelig saldo van de vastgestelde rekening, na in achtneming van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde reserveringsbeleid, door de gemeenten worden gedragen in verhouding tot het aantal ingezetenen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Conform artikel 34 lid 3 van de GR hûs en hiem kan een batig saldo van de vastgestelde rekening, na in achtneming van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde reserveringsbeleid, naar rato van de gemeentelijke bijdragen op basis van de tarieven in het betreffende kalenderjaar, aan de deelnemende gemeenten worden uitbetaald.
17
JAARREKENING 2021 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING hûs en hiem Balans
31.12.2021
31.12.2020
61.180
77.583
Activa vaste activa materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen Depot PostNL Overige vorderingen
147.328 290 8.556
Liquide middelen
149.924 290 8.218 156.174 373.587
158.432 195.080
590.941
431.095
Passiva vaste passiva eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve onderhoud pand Bestemmingsreserve energielabel C Gerealiseerd resultaat
339.189 9.000 10.000 96.369
330.895 6.000 5.000 8.294 454.558
vlottende passiva Schulden aan kredietinstellingen Schulden aan openbare lichamen Overige schulden Overlopende passiva
0 1.180 59.861 75.342
Totaal
18
350.189
0 638 11.145 69.123 136.383
80.906
590.941
431.095
Overzicht van baten en lasten
Rekening 2021
Begroting 2021
Rekening 2020
Adviesgeld projecten (NP, ABP) Buitengewone baten/rente
1.263.915 26.628 0
1.045.000 25.000 0
1.052.908 23.044 0
totaal baten
1.290.543
1.070.000
1.075.952
18.627 983.126 14.781 48.765 18.429 46.644 41.610 13.669 0 523
20.000 890.000 20.000 30.000 19.000 33.000 33.000 10.000 0 7.000
19.231 897.758 9.537 36.379 15.565 36.123 32.295 6.431 5.845 494
1.186.174
1.062.000
1.059.658
resultaat voor bestemming naar bestemmingsreserve onderhoud naar bestemmingsreserve energielabel C
104.369 -3.000 -5.000
8.000 -3.000 -5.000
16.294 -3.000 -5.000
resultaat na bestemming
96.369
0
8.294
Baten
Lasten Kapitaallasten Directe personeelskosten Indirecte personeelskosten Externe personeelskosten Huisvesting Kantoorkosten Organisatiekosten Inkoop projecten (NP, ABP) Aanloopkosten Omgevingswet Diverse lasten (rente, Vpb) totaal lasten
19
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarop uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.
Balans Vaste Activa Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Gronden en terreinen n.v.t. Bedrijfsgebouwen 15 Overige materiële vaste activa 5-10 Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid kan een voorziening in mindering gebracht worden. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichtingen c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (en deels van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid terzake nader uiteengezet.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
20
TOELICHTING OP DE BALANS Materiële vaste activa
Het onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: 2021 2020 Boekwaarde per 1 januari € 77.583 € 95.898 Investering 2.224 916 Afschrijvingen - 18.627 19.231 Desinvesteringen 0 0 Boekwaarde 31 december
€
61.180
€
77.583
Vlottende activa
Liquide middelen Het saldo van de rekening-courant bij de BNG Bank op 31 december bedraagt € 123.587. Het saldo van de schatkistbankierenrekening bedraagt op 31 december € 250.000. De kredietfaciliteit die hûs en hiem bij de BNG Bank geniet, betreft een bedrag van € 500.000. Schatkistbankieren Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren. Begroting verslagjaar € 1.070.000 Drempelbedrag 0,75% van begrotingsbedrag € 8.025 Minimaal drempelbedrag t/m 30-6-2021 € 250.000 Minimaal drempelbedrag vanaf 1-7-2021* € 1.000.000 Kwartaal 1 Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden Ruimte onder het drempelbedrag
€ €
179.013 70.987
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
€ 206.519 € 44.070
€ 201.608 € 798.392
€ 193.580 € 860.420
* De regeling schatkistbankieren is per 1-7-2021 gewijzigd: per die datum is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Het effect op de saldi bij de BNG is echter pas zichtbaar in 2022. Vaste passiva / verloop eigen vermogen
saldo per 1 januari resultaat voorgaand jaar saldo per 31 december Gerealiseerd resultaat
saldo per 1 januari resultaat huidig jaar resultaat voorgaand jaar onttrekking bestemmingsreserve naar bestemmingsreserve saldo per 31 december Bestemmingsreserve
saldo per 1 januari bestemming resultaat saldo per 31 december
2021 € 330.895 8.294 € 339.189
2020 € 324.353 6.542 € 330.895
2021 € 8.294 - 104.369 8.2940 8.000€ 96.369
2020 € 6.542 - 16.294 6.5420 8.000€ 8.294
2021 € 11.000 8.000 € 19.000
2020 € 3.000 8.000 € 11.000
21
Resultaatverdeling
resultaat voor bestemming onttrekking bestemmingsreserve naar bestemmingsreserve resultaat na bestemming
2021 € 104.369 0 8.000€ 96.369
2020 € 16.294 0 8.000€ 8.294
Onder ‘Overige schulden’, onder vlottende passiva is opgenomen een bedrag ad € 26.000. Deze schuld vloeit voort uit een vaststellingsovereenkomst die in december 2021 is opgemaakt voor het vervroegde pensioneren van een medewerker. Overeenkomstig het BBV dient de waarde van een dergelijke overeenkomst als overige schuld op de balans van het jaar van vaststelling te worden opgenomen. Dit bedrag zal overigens uiteindelijk ten laste van 2023 komen en dus ook op de balans over 2022 als schuld moeten worden opgenomen.
22
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Adviesgelden en overige inkomsten Aan inkomsten uit (welstands- en monumenten)advisering aan gemeenten inclusief second opinions voor derden is in 2021 een bedrag van € 1.263.915 geboekt (hierin begrepen is een bedrag van € 197.692 uit vooroverlegadvisering). Daarnaast is uit de loketfunctie Nije Pleats en organisatie Abe Bonnema Prijs een bedrag van totaal € 26.628 geboekt. In 2021 zijn aan (eerste) welstandsadviesaanvragen 3.588 behandeld en aan (eerste) monumentenadviesaanvragen 313. Dit is ten opzichte van 2020 een stijging van 10,2% bij de welstandsadviesaanvragen en een stijging van 10,6% bij de monumentenadviesaanvragen. Het totale aantal behandelingen voor welstand betrof 7.055 en voor monumenten 515. Voor welstand is in 2021 het gemiddeld aantal behandelingen per aanvraag 1,97 geweest en voor monumenten 1,65. Daarmee is het gemiddeld aantal behandelingen per aanvraag in 2021 voor welstand gestegen ten opzichte van 2020, toen voor welstand 1,92 behandelingen per aanvraag plaats hebben gevonden. Voor monumenten was in 2021 het aantal behandelingen 1,65 per dossier, dit betreft een daling ten opzichte van 2020 (1,81). Voor ‘second opinions’ is in 2021 aan verkopen een bedrag ad € 4.056 geboekt. Second opinions worden veelal aangevraagd door rechtsbijstandsverzekeraars.
In 2021 zijn opbrengsten voor een bedrag van € 12.400 geboekt uit deelname aan de Nije Pleats. In 2021 is voor de vijfde keer de (‘grote’) Abe Bonnema Prijs uitgereikt. De organisatie hiervan lag deels bij hûs en hiem. Aan verkopen (uren en doorbelaste inkoopkosten) hieruit kon in 2021 een bedrag ad € 14.228 worden geboekt. Personeelslasten De lopende cao liep af per 1-1-2021. Gedurende 2021 is dan ook onderhandeld over een nieuwe cao. Pas in november werd een onderhandelaarsakkoord bereikt over een cao die met terugwerkende kracht per 1-1-2021 in zou moeten gaan. Nabetalingen in februari 2022 ten bedrage van € 17.104 worden nog wel ten laste van 2021 gebracht. Ook is een bedrag van € 26.000 ten laste van 2021 gebracht, zijnde de waarde van een vaststellingsovereenkomst inzake vervroegde pensionering, feitelijk uit te betalen in 2023. In 2021 zijn er geen mutaties geweest in het personeelsbestand. Wel is een aantal medewerkers een tijdelijke uitbreiding van uren verleend, waardoor het aantal FTE´s in 2021 gemiddeld 9,79 bedraagt. De post Netto salarissen is met € 464.010 in 2021 hoger geweest dan in 2020 (€ 449.358). De post Loonheffingen is met € 300.086 in 2021 ook hoger dan in 2020 (€ 286.203). De post Pensioenen is in 2021 met € 175.926 eveneens hoger dan in 2020 (€ 162.196) De totale salarislast in 2021 is uitgekomen op € 983.126. En dat is hoger dan in 2020 (€ 897.757).
De post Indirecte personeelskosten is in 2021 uitgekomen op € 14.781, ruim hoger dan in 2020 (€ 9.537). De post Externe personeelskosten (presentievergoeding commissieleden en invalkrachten) is in 2021 uitgekomen op € 48.964. Hiervan is ruim € 14.000 besteed aan inhuur van een (tijdelijke) invalkracht. De personeelslast is vooral door hoge werkdruk en daarmee gepaard gaande (tijdelijke) uitbreiding van uren alsmede de inhuur van een invalkracht behoorlijk hoger geworden dan begroot. Het Dagelijks Bestuur heeft hiervoor toestemming verleend.
23
Directe personeelskosten Indirecte personeelskosten Externe personeelskosten Totaal
Rekening 2021
Begroting 2021
Rekening 2020
983.126 14.781 48.765
890.000 20.000 30.000
897.758 9.537 36.379
1.046.672
940.000
943.674
Wet WNT (Wet normering topinkomens) Het normenkader rondom de ‘Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Publieke en Semipublieke Sector (hierna: WNT) is bekrachtigd in het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2014, nr. 2014-0000106049 en de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2014, nr. 2014-0000 104920. De WNT is per 1 januari 2013 in werking getreden. Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi)publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Hiermee wordt WOPT ingetrokken. De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De gemeenschappelijke regeling is verplicht om jaarlijks in de jaarrekening de bezoldiging van iedere topfunctionaris en gewezen topfunctionaris op persoonsnaam op te nemen voor zover deze een drempelbedrag van € 1.700 overschrijden, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum.
Ten aanzien van interim-functionarissen die geen topfunctie vervullen hebben wij gebruik gemaakt van de mogelijkheid die paragraaf 6 van de Beleidsregels toepassing WNT biedt inzake de volledige openbaarmaking van deze functionarissen. Op basis van de Beleidsregels toepassing WNT (inclusief de wijziging van paragraaf 6 volgens besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 maart 2014, nr. 2014-0000142706 kunnen en hoeven wij niet volledig te voldoen aan de verplichting voor openbaarmaking van deze interim-functionarissen zoals voorgeschreven in artikel 4.2 lid 2c van de WNT (inclusief verwerking Aanpassingswet WNT). Voor 2021 geldt als maximumbedrag € 209.000,- inclusief belaste onkostenvergoedingen en pensioenbijdrage. In 2021 hebben geen bezoldigingen boven deze bezoldigingsnorm plaatsgevonden. Zowel bij vast als bij tijdelijk personeel.
24
De WNT geeft aan dat de gemeenschappelijke regeling verplicht is om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionaris en gewezen topfunctionaris op persoonsnaam op te nemen voor zover deze een drempelbedrag van € 1.700 overschrijden, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. Dit houdt in dat de directeur mét financiële gegevens en de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling hûs en hiem zónder financiële gegevens opgenomen moeten worden in de jaarrekening. In 2021 betreft dit alsdan de volgende personen:
Functiegegevens van - tot deeltijdfactor dienstbetrekking?
Marc A. Visser directeur/secretaris 1-1-2021 / 31-12-2021 0,8 FTE Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding€ 90.953 Beloningen betaalbaar op termijn € 18.322 Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum € 167.200 Totale bezoldiging € 109.275 Gegevens 2020 van - tot 1-1-2020 / 31-12-2020 deeltijdfactor 0,8 FTE Beloning plus belastbare onkostenvergoeding€ 88.306 Beloningen betaalbaar op termijn € 17.305 Totale bezoldiging € 105.611
Aan de hieronder vermelde functionarissen zijn in 2021 (evenals in 2020) geen vergoedingen betaald. Leden van het DB: • H. de Haan, J. Spoelstra, H. Zonderland, N. Haarsma en J. van Veen Leden van het AB: • J. Spoelstra, Th. Faber, G. Wiersma, R. de Jong, E. de Groot, J. van Veen, H. de Haan, E. Hanemaaijer, F. Hijlkema, A. Postma, E.E. Gerbrands, M. le Roy, E. Faber, S. Haringa, P.D. Visser, N. Haarsma, H. Zonderland
25
Huisvestings-/Apparaatskosten Het totaal van de huisvestings-, kantoor en organisatiekosten zijn in 2021 hoger uitgevallen dan begroot. Huisvesting: De onder Huisvesting geboekte kosten in 2021 zijn in totaal een fractie lager dan de begrote kosten, € 18.429 ten opzichte van € 19.000. Kantoorkosten: De post Kantoorkosten in 2021 was € 13.644 hoger dan begroot (€ 46.644 ten opzichte van € 33.000). De oorzaak ligt voornamelijk in een kostenpost voor de website van hûs en hiem. Voor het verwerken en publiceren van lokale jaarverslagen is de CMS (Content Management System) behoorlijk aangepast. Ook zijn de kosten voor IT-beheer door de gemeente Leeuwarden wederom toegenomen. Organisatiekosten: De post Organisatiekosten kende in 2021 een overschrijding van € 8.610 van de begrote kosten. Dit werd grotendeels veroorzaakt door niet-begrote kosten van juridische advisering. De totale post (€ 41.610) is hoger dan de begroting (€ 33.000). Diverse lasten Inkoop Nije Pleats Aan inkoopkosten voor Nije Pleats is in 2021 een bedrag ad € 9.743 geboekt. Deze post bestaat uit kosten van externe projectmedewerkers. Omdat er aan verkopen een bedrag ad € 12.400 tegenover staat, is er een positief saldo van € 2.657. Hiermee wordt bijgedragen aan dekking van de kosten van adviseurs van hûs en hiem. Inkoop Abe Bonnema Prijs In 2021 is de ‘grote’ Abe Bonnema Prijs uitgereikt.
De totale kosten in 2021 hebben € 3.926 bedragen. Hier staan € 14.228 aan inkomsten (uren en doorbelaste inkoopkosten) tegenover, zodat er een positief saldo is van € 10.302.
26
De opstelling van de Huisvesting/Apparaatskosten:
Huisvesting Onderhoudskosten gebouw Onderhoudskosten tuin Schoonmaakkosten Gas en elektrisch Water Huisvuilkosten Overige huisvestingskosten Kantoorkosten Kantoorartikelen Kantine Drukwerk Kosten kopieermachine/printer Kosten website Kosten beheer IT Overige kantoorkosten Organisatiekosten Verzekeringen Contributies Abonnementen/boeken Porti Telefonie Belastingen divers Accountantskosten Kosten abt kunstuitleen Kosten TRKN/Bestuur Diverse organisatiekosten Totaal
Rekening 2021
Begroting 2021
Rekening 2020
1.116 1.226 9.052 5.659 49 330 997
1.000 1.000 9.000 6.000 100 250 1.650
291 807 8.918 4.564 65 298 622
1.093 197 479 84 10.582 34.209 0
1.250 500 1.250 0 750 27.250 2.000
1.073 197 1.824 166 600 32.114 149
2.866 14.395 804 1.257 964 3.959 7.500 336 0 9.529
3.000 13.500 500 1.250 1.000 3.750 7.000 0 1.000 2.000
2.859 14.359 836 748 907 3.881 7.200 336 4 1.165
106.683
85.000
83.983
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur als bedoeld in art. 33 van de Gemeenschappelijke Regeling ‘hûs en hiem’. d.d. 24 juni 2022
H. de Haan, voorzitter
M.A. Visser, secretaris
27
Aan: het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Hûs en Hiem
CONTROLEVERKLARING ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2021 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2021 van de Gemeenschappelijke Regeling Hûs en Hiem (hierna: GR Hûs en Hiem) te Leeuwarden gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel het vermogen van GR Hûs en Hiem per 31 december 2021 als van de baten en lasten over 2021 in overeenstemming met het in Nederland geldende Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, waaronder de verordeningen van GR Hûs en Hiem. De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2021; 2. het overzicht van baten en lasten over 2021; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, en 4. verantwoording in het kader van de Wet Normering Topinkomens (WNT), als zelfstandig paragraaf onderdeel uitmakend van de jaarrekening van GR Hûs en Hiem.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO), de controleverordening dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 24 november 2006 en het Controleprotocol WNT 2021. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'. Wij zijn onafhankelijk van GR Hûs en Hiem zoals vereist in zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Bentacera Registeraccountants B.V. Lavendelheide 17 Postbus 129 9200 AC Drachten
T (088) 321 08 60 drachten@bentacera.nl IBAN: NL27RABO0157957667 BIC: RABONL2U
KvK-nummer: 01100531 Btw-nummer: NL812168628B01
Onze vestigingen: Bolsward Dokkum Drachten
Heerenveen Leeuwarden Sneek
Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 11.800. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstoleranties bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten, inclusief toevoegingen aan reserves. De materialiteit is gebaseerd op het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan hen tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 500 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn. B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit: - de programmaverantwoording; - de paragrafen.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: - met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; - alle informatie bevat die op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vereist is. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 213 lid 3 onder d Gemeentewet en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen in overeenstemming met het BBV. C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuurd voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV.
Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder de controleverordening van de GR Hûs en Hiem. In dit kader is het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Pagina 2 van 4
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het BADO, de controleverordening dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 24 november 2006, het Controleprotocol WNT 2021, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.
Onze controle bestond onder andere uit: - het identificeren en inschatten van de risico's • dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, • dat baten en lasten alsmede balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico's bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; - het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.
Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; - het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; - het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.
Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; - het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en - het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Pagina 3 van 4
Drachten, 28 maart 2022 Bentacera Registeraccountants B.V.
Ondertekenaar1
T.A. Schurer RA
Pagina 4 van 4
BIJLAGE 1. SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR EN BUREAU DAGELIJKS BESTUUR. Leden:
H. de Haan, voorzitter N. Haarsma, vice-voorzitter J. van Veen, penningmeester J. Spoelstra H. Zonderland
ALGEMEEN BESTUUR. Ingevolge artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling zijn door de deelnemende gemeentebesturen de volgende leden en plaatsvervangende leden bestuurders aangewezen als lid van het Algemeen Bestuur Gemeente
Lid
Plaatsvervangend lid
Achtkarspelen
J. Spoelstra
Vacature
Ameland
Th. Faber
Vacature
Dantumadiel
G. Wiersma
Vacature
De Fryske Marren
R. de Jong
Vacature
Harlingen
E. de Groot
Vacature
Heerenveen
J. van Veen
Vacature
Leeuwarden
H. de Haan
Vacature
Noardeast-Fryslân
E. Hanemaaijer
T. Berends
Ooststellingwerf
F. Hijlkema
J. Jongsma
Opsterland
A. Postma
E. van Selm
Schiermonnikoog
E.E. Gerbrands
Vacature
Smallingerland
M. le Roy
Vacature
Súdwest-Fryslân
E. Faber
Vacature
Terschelling
S. Haringa
J. Hoekstra-Sikkema
Vlieland
P.D. Visser
E. de Ruijter
Waadhoeke
N. Haarsma
J. Dijkstra
Weststellingwerf
H. Zonderland
J. Jongebloed
32
BUREAU. 1. G. Boschloo, adviseur ruimtelijke kwaliteit 2. A. R. J. Bremer, adviseur ruimtelijke kwaliteit 3. M. Eskens, adviseur ruimtelijke kwaliteit 4. M. Helder, administratie 5. W. Kingma, adviseur ruimtelijke kwaliteit 6. G.J. Timmer, monumentenadviseur 7. A. van Sloten, administratie 8. S. Stienstra, adviseur ruimtelijke kwaliteit 9. M.A. Visser, directeur 10. Joh. de Vries, adviseur ruimtelijke kwaliteit 11. F.F. van der Werff, hoofd administratie 12. J. van Zellingen, adviseur ruimtelijke kwaliteit
33
BIJLAGE 2 SAMENSTELLING COMMISSIES ADVISERENDE LEDEN: ARCHITECTEN. 1. J. Nauta 2. T. Smits 3. E. Wijffels 4. B. Zantman 5. J. Bosma 6. K. Couwenbergh 7. S. van der Wal
Rotterdam Leeuwarden Langezwaag Leeuwarden Leeuwarden Engwierum Burum
(reserve) (reserve) (reserve)
Leeuwarden Almere Haren Wijnaldum
(reserve) (reserve)
Leeuwarden Oudehorne Haren Leeuwarden
(reserve) (reserve)
Leeuwarden Leek Oosthem Burdaard Leeuwarden
specialist (woon)schepen (reserve) (reserve)
Bolsward Beetsterzwaag Balk
(reserve)
Leeuwarden Goutum Blesdijke Haren
(reserve) (reserve)
ADVISERENDE LEDEN: STEDENBOUWKUNDIGEN. 1. H. Goudswaard 2. E. Marcusse 3. T. Hoek 4. J. Kalfsbeek
ADVISERENDE LEDEN: LANDSCHAPSKUNDE. 1. B. Daan 2. C. Snoep 3. A. Garrelts 4. J. Plantenga
ADVISERENDE LEDEN: BURGERS C.S. 1. T. Huisink 2. S. Kromkamp 3. J. Hobma 4. H. Talsma 5. M. Schroor
ADVISERENDE LEDEN: MONUMENTENARCHITECTEN. 1. M. Berenschot 2. J.G. Brouwer 3. W. Bouma
ADVISERENDE LEDEN: ARCHITECTUURHISTORICI. 1. C. Versloot 2. D. Wendt 3. R. de Vries 4. C. The
34
Overzichten productiecijfers per gemeente
Productiecijfers 2021: opbrengst per gemeente/derden
gemeente
1 Achtkarspelen 2 Ameland 3 Dantumadiel 4 De Fryske Marren 5 Harlingen 6 Heerenveen 7 Leeuwarden 8 Noardeast-Fryslân 9 Ooststellingwerf 10 Opsterland 11 Schiermonnikoog 12 Smallingerland 13 Súdwest-Fryslân 14 Terschelling 15 Vlieland 16 Waadhoeke 17 Weststellingwerf
opbrengst adviesaanvragen
opbrengst opbrengst Nije Pleats divers
totaal opbrengst
€ 49.578 € 44.828 € 10.126 € 78.975 € 36.304 € 39.596 € 218.416 € 126.244 € 54.898 € 65.236 € 8.642 € 105.975 € 196.698 € 30.139 € 15.257 € 107.607 € 68.149
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 € 2.400 €0 €0 €0 €0 € 2.600 €0 €0 € 4.800 € 2.600
€0 €0 € 208 €0 €0 €0 €0 € 624 €0 €0 €0 € 1.144 € 64 € 234 €0 €0 € 917
€ 49.578 € 44.828 € 10.334 € 78.975 € 36.304 € 39.596 € 218.416 € 129.268 € 54.898 € 65.236 € 8.642 € 107.119 € 199.362 € 30.373 € 15.257 € 112.407 € 71.666
€ 1.256.668
€ 12.400
€ 3.191
€ 1.272.259
second opinions Abe Bonnema Prijs
€ 4.056 € 14.228 € 1.290.543
35
Productiecijfers 2021: naar aard (eerste) adviezen in %
gemeente
voldoet
voldoet mits voldoet niet aanhouden
vooroverleg
1 Achtkarspelen 2 Ameland 3 Dantumadiel 4 De Fryske Marren 5 Harlingen 6 Heerenveen 7 Leeuwarden 8 Noardeast-Fryslân 9 Ooststellingwerf 10 Opsterland 11 Schiermonnikoog 12 Smallingerland 13 Súdwest-Fryslân 14 Terschelling 15 Vlieland 16 Waadhoeke 17 Weststellingwerf
18,1 22,4 21,7 15,3 31,4 27,3 29,4 24,6 17,8 20,3 40,5 16,7 25,1 24,7 20,0 37,6 24,4
12,6 13,6 26,1 17,4 21,6 15,1 21,9 18,2 12,7 9,9 18,9 19,0 22,6 18,8 14,0 15,9 19,0
15,0 10,4 21,7 19,9 21,6 9,9 17,2 10,9 7,5 5,5 8,1 11,0 20,0 15,3 16,0 17,0 8,3
4,7 3,2 0,0 2,9 3,2 4,1 9,5 1,5 3,4 2,8 0,0 6,0 6,6 2,4 12,0 3,0 5,4
49,6 50,4 30,5 44,5 22,2 43,6 22,0 44,8 58,6 61,5 32,5 47,3 25,7 38,8 38,0 26,5 42,9
totaal hûs en hiem
25,3
18,4
14,8
5,1
36,4
36
Productiecijfers 2021: naar categorieën bouwsommen in %
< 5000 ≤5.000 gemeente Totaaaanltal %
50005.-025000 25000 100000 0125.0-0100000 1100.0-0250000>25000001 1≥250.0 25.000 100.000 250.000
aantal
% aantal
%
aantal
%
aantal %
1 Achtkarspelen 2 Ameland 3 Dantumadiel 4 de Fryske Marren 5 Harlingen 6 Heerenveen 7 Leeuwarden 8 Noardeast-Fryslân 9 Ooststellingwerf 10 Opsterland 11 Schiermonnikoog 12 Smallingerland 13 Súdwest-Fryslân 14 Terschelling 15 Vlieland 16 Waadhoeke 17 Weststellingwerf
16,2 18,1 12,5 20,3 21,1 16,5 25,3 22,8 14,0 13,4 23,3 20,4 16,7 17,4 46,9 18,7 14,7
14,7 21,7 25,0 21,6 31,6 25,6 26,5 25,8 26,6 27,5 30,0 26,4 27,8 29,0 25,0 29,8 19,1
26,5 20,5 12,5 22,3 16,8 37,2 18,7 20,2 26,6 33,1 26,7 22,7 25,8 20,3 6,2 27,1 33,1
23,5 20,5 37,5 17,6 17,9 14,9 8,6 14,1 19,5 13,4 13,3 9,7 12,0 10,1 9,4 14,0 15,4
19,1 19,2 12,5 18,2 12,6 5,8 20,9 17,1 13,3 12,6 6,7 20,8 17,7 23,2 12,5 10,4 17,7
totaal hûs en hiem
19,7
26,2
24,0
13,5
16,6
37