Bijlage I Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders
Tekst van het document
įL
ĮHLj
"“S.
1
3 í. įt 1
ií
İ
ì J
^
|
f li
J V ļři “īļ H Į|'rjļ. |,
ļ
«s» TT *
Gedragscode integriteit burgemeester å wethouders Gemeente
Súdwest-Frys\àr\
Inhoudsopgave
Inleiding
.................................................................................................
3
Over integriteit..............................................................................
3
Leeswijzer.......................................................................................
3
Paragraaf 1: voorkomen van belangenverstrengeling........................
4
Paragraaf 2: nevenfuncties..................................................................... 4 Paragraaf 3: giften, geschenken, uitnodigingen en declaraties........
5
Paragraaf 4: omgang met informatie ...................................................
5
Paragraaf 5: omgangsvormen................................................................. 6 Paragraaf 6: evaluatie en verantwoordelijkheden..............................
6
Artikelsgewijze toelichting ..........................................................
7
Artikel 1............................................................................................ 7 Artikel 2 ........................................................................................... 8 Artikel 3............................................................................................ 9 Artikel 4............................................................................................ 10 Artikel 5............................................................................................. 10 Artikel 6........................................................................................... 11
2
Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
Gemeente
Siíť/ivest-Fryslân
Inleiding Een goed functionerende en integer handelende gemeente levert een belangrijke bijdrage aan het vertrouwen van inwoners in de politiek. Het handelen van de gemeente krijgt daarmee legitimiteit. Voor het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur is integriteit onmisbaar. Kortom: goed bestuur is integer bestuur. Maar wat verstaan we onder integriteit? En wat betekent dat voor onze werkwijze in de praktijk? Dat wordt geregeld in deze gedragscode integriteit bestemd voor burgemeester en wethouders (hierna: collegeleden). Het laat zien aan welke uitgangspunten wij ons committeren en het biedt ons handvatten om te handelen. We zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor de integriteit van ons handelen, maar is er ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om integriteit te agenderen, bewaken en borgen.
Over integriteit Integriteit gaat over het dienen van het algemeen belang en het waarborgen van zorgvuldige besluitvorming. Inwoners van Súdwest-Fryslân moeten er van op aan kunnen dat de het college onafhankelijk beslissingen neemt in het algemeen belang van de gemeente, zonder dat oneigenlijke (particuliere) belangen daarbij een rol hebben gespeeld. Bovendien moet die besluitvorming zorgvuldig zijn. Dat betekent dat in de afweging om tot besluiten te komen de verschillende belangen en argumenten worden gewogen en verantwoording wordt afgelegd over gemaakte keuzen. Om het algemeen belang te kunnen behartigen is het essentieel om te weten wat er speelt. Dat vraagt van collegeleden het actief ophalen en ontvangen van informatie. Veel van die informatie komt in het dagelijks leven voorbij, collegeleden staan dan ook middenin de samenleving. Maar dat kan ook dilemma’s met zich meebrengen die raken aan integriteit. Want hoe zorgen we dat onze betrokkenheid bij de samenleving het maken van onafhankelijke en verstandige keuzes niet in de weg zit? Integriteit gaat dus over onafhankelijke oordeelsvorming, maar ook over openheid en respect. Eerlijkheid en transparantie zijn essentieel om het vertrouwen van inwoners te behouden. Daarom willen we als collegeleden open zijn over onze eventuele belangen en over gemaakte keuzes.
In de omgang met elkaar staat wederzijds respect altijd voorop. Binnen het college en daarbuiten richting de gemeenteraad, inwoners en organisaties. Dat is essentieel voor de goede naam van het gemeentebestuur én voor een constructieve onderlinge samenwerking. Bij integriteit gaat het over meer dan juridische regels en onze waarden. Het krijgt betekenis in het handelen van collegeleden. Niet in elke situatie is het even duidelijk wat de juiste handelswijze is. Daarom is het belangrijk om als college met elkaar in gesprek te blijven over integriteit. Dilemma’s moeten altijd bespreekbaar kunnen zijn. En conclusies over gedragslijnen navolgbaar. De gedragscode vormt daarbij een beoordelingskader en een leidraad bij twijfel, vragen en discussies.
Leeswijzer In deze gedragscode staan de afspraken omschreven die wij als college met elkaar hebben gemaakt rondom het thema integriteit. De concrete afspraken zijn zo bondig als mogelijk gevat in de artikelen. In de kop van elk artikel kan worden doorgeklikt naar de artikelsgewijze toelichting. Hier worden begrippen uitgelegd, wettelijke kaders geschetst en voorbeelden gegeven die houvast bieden bij het interpreteren van de artikelen.
3
Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
Paragraaf 1: voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling Artikel 1.1 Leden van het college nemen niet deel aan stemming en beraadslaging in het college wanneer er sprake is van een directe of indirecte persoonlijke betrokkenheid bij het dossier. Van een direct of indirect belang is in ieder geval sprake wanneer een voorstel of onderwerp een collegelid persoonlijk aangaat of wanneer het collegelid hier als vertegenwoordiger bij is betrokken. Het gaat dan om zaken waarbij collegeleden vanuit hun netwerk, hun financiële belangen of vanuit hun nevenfunctie dermate betrokken zijn dat (de schijn van) belangenverstrengeling aan de orde is of kan komen. Collegeleden hebben een beleidsbepalende invloed, al helemaal als het issue gaat over de eigen portefeuille. Hier is dus snel de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Daarnaast geldt dat we besturen als collegiaal bestuur, en dus ook alert en voorzichtig zijn wanneer het dossiers uit de portefeuille van een collega betreft.
Artikel 1.2 Leden van het college voorkomen (de schijn van) belangenverstrengeling door vooraf open en transparant te zijn richting elkaar over hun eventuele belangen bij een dossier. Als collegeleden niet deelnemen aan beraadslaging en stemming stellen zij elkaar via de burgemeester hiervan op de hoogte. Artikel 1.3 Collegeleden treden niet op als woordvoerder of vertegenwoordiger van inwoners en organisaties richting de gemeente. Dit laat onverlet dat collegeleden bij hun vertegenwoordigende rol signalen van inwoners en organisaties over het functioneren en handelen van de gemeente wel kunnen gebruiken in de beraadslagingen of bij het vormen van nieuw beleid. Artikel 1.4 Om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen ondergaan nieuwe wethouders een risicoanalyse integriteit, waarin de risico’s op professioneel, financieel en sociaal vlak in kaart worden gebracht. De conclusies van de risicoanalyse integriteit worden gedeeld met de commissie geloofsbrieven.
Paragraaf 2: nevenfuncties Artikel 2.1 Leden van het college maken bij aanvang van het ambt hun (neven)functies bekend bij de gemeentesecretaris, zodat dit openbaar gemaakt kan worden. Daarbij delen collegeleden wat de (neven)functies inhouden en in hoeverre er een relatie met de gemeente bestaat. Ook geven zij aan of het om een betaalde of onbetaalde functie gaat. Wijzigingen in (neven)functies worden per direct gemeld bij de gemeentesecretaris en indien relevant besproken in het college. Eventuele maatregelen en/of constateringen over (wijzigingen in) nevenfuncties worden vastgelegd. Artikel 2.2 De gemeentesecretaris legt een register aan met de (neven)functies van collegeleden en beheert dit. Het register is openbaar en op de website van de gemeente staat aangegeven welke nevenfuncties collegeleden vervullen. De gemeentesecretaris attendeert het collegeleden een keer per jaar op het controleren van de actualiteit van hun nevenfuncties. Artikel 2.3 (Neven)functies mogen enkel vervuld worden als zij verenigbaar zijn met het collegelidmaatschap. Artikel 2.4 Als (neven)functies raakvlakken hebben met de functie als lid van het college, wordt onderzocht in hoeverre beide functies verenigbaar zijn. Hiervoor treedt het collegelid in overleg met de burgemeester of gemeentesecretaris.
In ieder geval vinden we het als college belangrijk dat: - de belangen van de nevenfunctie niet conflicteren met die van het ambt. Hoe meer collegeleden het boegbeeld van de nevenorganisatie zijn en hoe meer collegeleden een beleidsbepalende rol hebben, hoe
4
Gedragscode integriteit burgemeester
wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
-
-
groter de conflicterende belangen kunnen zijn of hoe vaker deze kunnen voorkomen. Dit kan ertoe leiden dat de combinatie van zowel de nevenfunctie als het collegelidmaatschap praktisch onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat collegeleden zich zeer vaak dienen te onthouden van beraadslaging en stemming; de nevenfunctie niet op gespannen voet staat met de voorbeeldfunctie die collegeleden - als vertegenwoordiger van de gemeente - hebben; de nevenfunctie niet te veel tijd vraagt. Collegeleden willen voorkomen dat ze dusdanig veel tijd aan de nevenfunctie(s) kwijt zijn, dat er onvoldoende tijd overblijft om het ambt goed te kunnen vervullen (rekening houdende met de omvang van onze aanstelling); de nevenfunctie niet een te hoge mate van zichtbaarheid en activiteit vraagt van het collegelid; de eventuele risico’s op reputatieschade in de uitvoering van de nevenfunctie worden meegenomen in de afweging voor het aannemen van een nevenfunctie.
Indien nodig maakt het collegelid aanvullende afspraken met de burgemeester over de uitvoering van beide functies. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd en gedeeld met de rest van het college. Collegeleden vervullen ook nevenfuncties uit hoofd van het ambt, de zogeheten qualitate qua-functies. Bovenstaande overwegingen gaan daarvoor niet op.
Paragraaf 3: giften, geschenken, uitnodigingen en declaraties Artikel 3.1 Collegeleden nemen geen giften, geschenken of uitnodigingen aan wanneer dit hun onafhankelijke positie kan beïnvloeden of het die indruk kan wekken. Artikel 3.2 Leden van het college nemen geen giften en geschenken aan wanneer deze niet in verhouding staan tot de reden waarvoor ze worden aangeboden. Collegeleden nemen nooit geld aan en ontvangen geen giften en geschenken op hun huisadres. Artikel 3.3 Collegeleden gaan alleen in op uitnodigingen wanneer deze bijdragen aan een goede uitvoering van het collegelidmaatschap. Uitnodigingen die aan het college als geheel worden gedaan, worden door de gemeentesecretaris gepubliceerd. Indien een collegelid persoonlijk een uitnodiging ontvangt voor een evenement, congres of bijzondere gelegenheid en het collegelid besluit gebruik te maken van de uitnodiging, dan meldt het collegelid dit voorafgaand aan het evenement, congres of bijzondere bijeenkomst aan de rest van het college. Deelname aan een evenement of excursie op rekening van anderen dan de gemeente - in Nederland dan wel het buitenland - wordt openbaar gemaakt, inclusief voor wiens rekening die kosten zijn gekomen.
Artikel 3.4 Altijd geldt dat een collegelid zich houdt aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen, interne voorzieningen van algemene aard (werkkamers, computerapparatuur en dergelijke), onkostenvergoedingen en declaraties.
Paragraaf 4: omgang met informatie Artikel 4.1 Collegeleden gaan zorgvuldig om met informatie die zij bij de uitoefening van hun ambt ontvangen. Het is de verantwoordelijkheid van collegeleden om vertrouwelijke en geheime informatie veilig te bewaren. Artikel 4.2 Collegeleden maken niet ten eigen bate of ten bate van anderen gebruik van informatie die op het moment van gebruik niet openbaar of kenbaar is voor anderen en die zij hebben verkregen bij de uitoefening van hun ambt.
5
Gedragscode integriteit burgemeester
wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
Paragraaf 5: omgangsvormen Artikel 5.1 Leden van het college behandelen elkaar met respect, binnen en buiten de vergadering, en zijn hierop aanspreekbaar. Ook raadsleden, ambtenaren, inwoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen en organisaties bejegenen zij met respect. Collegeleden zijn aanspreekbaar op hun gedrag. Artikel 5.2 Discussies worden gevoerd op de inhoud en niet op de persoon. Vanwege de bijzondere rol van collegeleden binnen de gemeente zijn collegeleden extra alert op hoe gedrag op de ander overkomt.
Paragraaf 6: evaluatie en verantwoordelijkheden Artikel 6.1 Bij het aantreden van een nieuw college wordt deze gedragscode doorgenomen met de burgemeester, waarbij eveneens de opgave van (neven)functies wordt ingevuld en besproken. Artikel 6.2 Indien een collegelid twijfel heeft over de juistheid van handelen van zichzelf of de ander, maakt het collegelid dit bespreekbaar. De burgemeester kan het collegelid hierin adviseren. Artikel 6.3 Wanneer er vermoedens zijn van een integriteitsschending door een politiek ambtsdrager welke niet besproken kunnen worden met de politiek ambtsdrager in kwestie, worden deze gemeld bij de burgemeester. De burgemeester zal de melding in behandeling nemen en volgt daarbij de procedure zoals die is afgesproken voor de omgang met vermoedens van een integriteitsschending. Artikel 6.4 Binnen het college wordt minstens eenmaal per jaar aandacht besteed aan het onderwerp integriteit. Artikel 6.5 Eenmaal per vier jaar bepaalt de burgemeester of de gedragscode aanpassing behoeft.
6
Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1.1 Van belangenverstrengeling is sprake wanneer een voorstel of onderwerp een collegelid persoonlijk aangaat of wanneer het collegelid hier als vertegenwoordiger bij is betrokken. Ook is er sprake van belangenverstrengeling wanneer het gaat over de rekening van een lichaam waaraan het collegelid rekenplichtig is of waarvan het collegelid in het bestuur zit, zo volgt uit artikel 28 van de Gemeentewet. De gemeentewet bepaalt daarnaast welke betrekkingen onverenigbaar zijn met het collegelidmaatschap, welke handelingen verboden zijn en wanneer collegeleden zich moeten onthouden van stemming en beraadslaging. Concreet betekent dit dat collegeleden moeten voorkomen dat zij het algemene gemeentelijke belang vermengen met een persoonlijk belang. Het moet voor een collegelid mogelijk zijn een zuiver en objectief besluit te nemen. Belangen van het collegelid zelf als privépersoon, of dat van vrienden, familie, bedrijven of organisaties mogen het handelen van collegeleden niet beïnvloeden. Hierbij is een verschil tussen specifieke besluiten en bulkbesluiten. Bij bulkbesluiten is minder snel sprake van (de schijn van) belangenverstrengeling. Collegeleden kunnen bijvoorbeeld wel meestemmen over het tarief van de onroerendzaakbelasting, ook al zijn zij zelf huiseigenaar in de gemeente.
Meestemmen als collegelid over de aanleg van nieuwe sportvelden van de sportvereniging waarvan het betreffende lid zelf bestuurslid is, is daarentegen niet gepast. Hoe specifieker en directer het belang is, hoe lastiger het wordt voor een collegelid om een zuiver en objectief besluit te nemen. Waar de grens precies ligt, is niet wettelijk vastgelegd. Ook kán de schijn van belangenverstrengeling, zelfs indien er feitelijk geen sprake van belangenverstrengeling is, leiden tot publieke reputatieschade en daarmee voor een minder effectief functioneren als collegelid. Daarom is het belangrijk om hierover het gesprek met elkaar te voeren, twijfels bespreekbaar te maken én conclusies en/of beheermaatregelen navolgbaar. Dat gebeurt binnen de collegevergadering bij het voorbereiden van de werkzaamheden en de vergaderingen. Daarnaast kunnen collegeleden altijd bij de burgemeester terecht voor advies.
Artikel 1.2 Het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling, vraagt van collegeleden dat zij open en transparant zijn over belangen bij een dossier. Het juiste moment hiervoor is op het moment dat er sprake is van een aankomend besluit. Hierdoor kan tijdig worden besproken met de burgemeester of het collegelid deelneemt aan beraadslaging en stemming. Indien een collegelid zich onthoudt van beraadslaging en stemming meldt hij of zij dat zo snel mogelijk bij de gemeentesecretaris, en voorafgaand aan de betreffende collegevergadering. Artikel 1.3 Als volksvertegenwoordiger zijn collegeleden er voor alle inwoners. Daarom treden collegeleden niet op als woordvoerder of vertegenwoordiger van bepaalde inwoners of organisaties. Zo is het niet de bedoeling dat collegeleden binnen de gemeente spreken als woordvoerder van een actiegroep of dat zij hier lid van zijn. Collegeleden kunnen vanuit hun rol als vertegenwoordigers van het gemeentebestuur wel signalen die zij ontvangen van inwoners of organisaties gebruiken bij het dienen van het algemeen belang. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de signalen niet op zichzelf staan en iets zeggen over het bredere functioneren van de gemeente. Ook past het bij deze rol om inwoners en organisaties te voorzien van informatie over hoe de gemeente werkt en hoe zaken geagendeerd kunnen worden. Voorbeeld
De gemeente is voornemens om een plein waaraan een van de collegeleden woont opnieuw in te richten. In het nieuwe plan verdwijnt de veelgebruikte speeltuin en een stuk groen, waar de buurt elkaar in de zomer vaak ontmoet. De voorgenomen plannen leiden tot veel weerstand in de buurt en er wordt een actiegroep opgericht. Het collegelid wordt gevraagd om op te treden als voorman van de actiegroep die in verzet komt. Het collegelid gaat niet op het verzoek in, omdat zijn belang als bewoner en als lid van het college hier te veel met elkaar verstrengeld raken. Als hij voorman zou worden, zou onduidelijk zijn uit welke rol hij spreekt: namens de actiegroep waarbij hij een eigen belang heeft of als collegelid waarin hij het algemeen belang verdedigt. 7
Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
Het collegelid kan de actiegroep wel steunen door hen advies te geven over hoe de actiegroep het beste met de gemeente in contact kan komen over de plannen. Dat past immers bij de rol als vertegenwoordiger van het gemeentebestuur van het collegelid. Mocht het zo ver komen dat de plannen in de collegevergadering worden besproken, dan doet het collegelid er verstandig aan hierover niet het woord te voeren vanwege zijn directe belang bij de plannen als inwoner. Dit kan ook reden zijn om je te onthouden van stemming en beraadslaging.
Artikel 1.4 Een risicoanalyse integriteit is niet wettelijk verplicht, maar is in veel gemeenten standaard onderdeel van de procedure voor kandidaat-wethouders. Artikel 2.1 Nevenfuncties mogen niet leiden tot (de schijn van) belangenverstrengeling of bevoordeling. De Gemeentewet stelt dat wethouders geen nevenfuncties uitoefenen waarbij de uitoefening ongewenst is met oog op een goede vervulling van het wethouderschap (art. 41b). Daarnaast is het belangrijk dat collegeleden de nevenfuncties en mogelijke vergoeding daarvoor openbaar maken, zoals collegeleden zijn verplicht volgens de Gemeentewet. Ook is het van belang dat duidelijk is wat de nevenfuncties inhouden en of er een relatie met de gemeente bestaat. Dat maakt het mogelijk om, indien nodig, vroegtijdig afspraken te maken over de combinatie van de nevenfunctie met het collegelidmaatschap. Het is de verantwoordelijkheid van het collegelid dat het overzicht van nevenfuncties en vergoedingen actueel is. Daarom moeten wijzigingen onverwijld worden gemeld. Artikel 2.2 De gemeentesecretaris houdt het register bij waarin de (neven)functies van collegeleden zijn vastgelegd. Op de website staat gepubliceerd welke nevenfuncties collegeleden vervullen.
Op die manier is het voor betrokkenen in het besluitvormingsproces mogelijk om een collegelid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt en kunnen inwoners en pers de controlerende taak uitoefenen. Een jaarlijkse herinnering van de gemeentesecretaris helpt collegeleden zich bewust te blijven van het belang van een actueel overzicht van nevenfuncties. Artikel 2.3 Functies die leiden tot de schijn van belangenverstrengeling of waarbij men moet optreden als woordvoerder richting de gemeente, zijn niet verenigbaar met het collegelidmaatschap. In artikel 36b van de Gemeentewet zijn een aantal functies opgesomd die onverenigbaar zijn met het collegelidmaatschap. Artikel 2.4 Naast functies die wettelijk onverenigbaar zijn met het collegelidmaatschap, zijn er functies waarbij een grote kans bestaat op belangenverstrengeling. Het betreft functies waarbij veel raakvlakken zijn met de functie als collegelid, waarbij de belangen groot zijn, de belangen vaak aan elkaar zullen raken en de functie het functioneren als collegelid in de weg staat. Als een nevenfunctie bijvoorbeeld betekent dat een collegelid zich vaak moet onthouden van beraadslaging en stemming, is het de vraag of het wijs is beiden te combineren. Soms is niet op voorhand duidelijk of sprake is van feitelijke onverenigbaarheid.
In dat geval en wanneer er discussie dreigt over de verenigbaarheid van functies, overlegt de burgemeester hierover met het collegelid. Dit kan leiden tot de conclusie dat van onverenigbaarheid geen sprake is of dat het maken van afspraken over de uitoefening van beide functies noodzakelijk zijn. Wanneer er afspraken worden gemaakt, worden deze door de gemeentesecretaris vastgelegd en gedeeld met het presidium. De afspraken zijn opvraagbaar bij de burgemeester door belangstellenden. In het geval dat de conclusie luidt dat er wel sprake is van onverenigbaarheid van functies, zal het collegelid een keuze moeten maken welke functie wordt neergelegd. Voorbeeld
Een collegelid is voorzitter van de barcommissie van een sportclub. De vraag dringt zich op of het collegelid wel voorzitter van de barcommissie kan zijn en wat dat eventueel betekent voor wat het collegelid moet doen of juist laten. De functie is niet per definitie onverenigbaar met het collegelidmaatschap. Het gaat om een interne functie waarbij in principe geen direct contact is met de gemeente (daar is immers het bestuur van de vereniging voor verantwoordelijk). Het collegelid geeft in ieder geval deze functie op als nevenfunctie en vermeldt daarbij wat de relatie met de gemeente is en of er betaling tegenover staat. Wel kunnen zich situaties voordoen waarbij er sprake kan zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling. Wanneer bijvoorbeeld binnen het college gesproken wordt over de regels met betrekking tot drank in 8
Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
sportkantines kan het collegelid niet optreden als woordvoerder namens deze sportclub. Dat leidt immers tot vermenging van rollen. Evenmin mag het collegelid dit dossier op zich nemen binnen het college. Of het collegelid zich ook moet onthouden van stemming en beraadslaging over de nieuwe regels hangt af van de vraag of het alleen gaat om de regels in de kantine van deze sportclub, of dat het een besluit betreft voor alle sportkantines. In het eerste geval moet het collegelid zich onthouden, maar wanneer het een breed besluit betreft kan het collegelid meestemmen en meedoen aan de beraadslaging.
Artikel 3.1 Bij het afleggen van de eed verklaren en beloven collegeleden dat zij geen geschenken of beloften aannemen om iets in het ambt te doen of te laten (zie ook artikel 14 van de Gemeentewet). Hierbij kan het gaan om giften, geschenken of uitnodigingen die een tegenprestatie zijn voor een positieve beslissing of wanneer deze bij de gever de verwachting kunnen wekken dat het tot een positieve beslissing zal leiden. Ook als het aannemen ervan buitenstaanders de indruk kan geven dat het een tegenprestatie is, wordt het geweigerd. De bedoeling van de gever en timing van de gift zijn belangrijke voorwaarden om uitnodigingen, geschenken en giften wel of niet aan te nemen. Door scherp te zijn op mogelijke voordelen voor de andere partij, voorkomen collegeleden dat er tegenprestaties verwacht worden voor de gift. Artikel 3.2 Of een gift, uitnodiging of geschenk in verhouding staat is moeilijk in een geldelijke waarde uit te drukken. Het gaat hierbij om een persoonlijke inschatting van de proportionaliteit. In veel gedragscodes wordt in dit kader de stelregel genoemd dat geschenken en uitnodigingen met een geschatte waarde van meer dan f50 in ieder geval niet in verhouding staan. In deze gedragscode is een dergelijke normering niet opgenomen omdat het de indruk kan wekken dat geschenken onder de grens per definitie wel proportioneel zijn, en daarboven niet.
Dat is niet het geval. Het is de verantwoordelijkheid van collegeleden om een juiste afweging te maken bij het wel of niet aannemen van een gift, uitnodiging of geschenk. Geschenken die thuis worden ontvangen, worden teruggestuurd aan de gever met de vermelding dat er geen prijs op wordt gesteld dat ze op het thuisadres worden gestuurd. Als het niet mogelijk is geschenken terug te sturen, leveren collegeleden deze in bij de gemeentesecretaris die er een gemeentelijke bestemming voor zoekt. Artikel 3.3 Ingaan op uitnodigingen kan bijdragen aan een goede uitvoering van het collegelidmaatschap wanneer het inzicht geeft in wat er speelt in de gemeente of in activiteiten die raken aan de gemeente. Ook kan ingaan op een uitnodiging nuttig zijn voor het onderhouden van het netwerk of juist verwacht worden om als gemeente aanwezig te zijn. Vaak zijn uitnodigingen aan het gehele college gericht. Tijdens de collegevergadering kan bij deze uitnodigingen overlegd worden wanneer het onwenselijk is gebruik te maken van de uitnodiging. Het komt ook voor dat collegeleden direct en individueel worden uitgenodigd. Wanneer daarvan sprake is en het gaat om een uitnodiging voor het bijwonen van een congres, evenement of andere bijzondere gelegenheid waarvoor andere deelnemers moeten betalen, meldt het collegelid dat gebruik wil maken van de uitnodiging dit vooraf tijdens de collegevergadering.
Dit kan in voorkomende gevallen leiden tot een gesprek over de wenselijkheid van het bijwonen van het congres, evenement of de gelegenheid op kosten van de organisator. Voor alle uitnodigingen geldt dat collegeleden zelf de afweging maken of een uitnodiging functioneel is of dat er mogelijk een ander belang meespeelt bij de uitnodiging. In het tweede geval gaan collegeleden niet op de uitnodiging in. Hiermee voorkomen collegeleden de schijn vatbaar te zijn voor beïnvloeding. Voorbeeld
Een gemeente pleegt veel inzet voor een wielerklassieker. De organisatie nodigt de leden van de raad en het college uit voor een rondleiding achter de schermen. Daarna mogen zij, met partners, het evenement bijwonen als VIP-gasten. Er ontstaat tijdens de collegevergadering discussie over de vraag hoe deze uitnodiging moet worden beoordeeld. In het algemeen kan gesteld worden dat het normaal is dat de leden van het college de projecten die de gemeente financieel steunt bezoekt. Niet alleen uit interesse voor het project, maar ook om te beoordelen of het gemeenschapsgeld dat in het project is gestoken goed wordt benut. Een rondleiding achter de schermen past daarbinnen. Het bijwonen van het evenement als VIP-gast kan echter anders uitgelegd worden. Aan een VIP-kaartje zijn kosten verbonden, die andere bezoekers zelf moeten betalen. Het gratis krijgen van dit kaartje kan je uitleggen als een tegenprestatie voor een positief besluit door decollege om het evenement 9
Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
financieel te steunen. In dat licht is het niet verstandig om het evenement - op kosten van de organisatie bij te wonen als VIP-gast. Uiteraard geldt dit zeker ook voor de aanwezigheid van de partners van collegeleden.
Artikel 3.4 Collegeleden houden zich aan het gemeentelijke beleid aangaande het gebruik van faciliteiten en financiële middelen. Declaraties doen we als college alleen op het moment dat het onderdeel is van de uitvoering van onze werkzaamheden als collegelid. Dat betekent bijvoorbeeld dat we geen kilometers declareren wanneer we naar de fractievergadering gaan. Artikel 4.1 Het college opereert zo veel als mogelijk in de openbaarheid. In het belang van de gemeente kan er op bepaalde informatie geheimhouding worden opgelegd volgens artikel 25, 55 of 86 van de Gemeentewet. In dat geval moet er duidelijk worden uitgelegd om welke belangen het gaat. Als collegeleden het niet eens zijn met deze geheimhouding, bespreken zij dit tijdens de collegevergadering. In geen geval kiezen leden van het college ervoor om geheime informatie zelf openbaar te maken of om stukken te lekken. Collegeleden zijn eveneens verplicht om informatie waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden geheim te houden (artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht). Onder geheimhouding valt niet alleen dat collegeleden de informatie niet delen, maar ook dat collegeleden de verantwoordelijkheid hebben om maatregelen te treffen om vertrouwelijke informatie te beveiligen.
Denk hierbij aan beveiliging van de computer, tablet en smartphone, geheimhouding van wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van informatiedragers.
Artikel 4.2 Het belang van de gemeente staat voor collegeleden voorop. Voor de uitoefening van hun taak krijgen collegeleden beschikking over veel informatie. Deze informatie gebruiken collegeleden om het collectief te dienen. Niet-openbare informatie wordt nooit gebruikt voor advisering van derden. Ook gebruiken collegeleden deze informatie nooit om persoonlijk voordeel te krijgen. Dit geldt ook voor informatie die op zichzelf niet geheim is, maar op het moment van verkrijging en gebruik nog niet kenbaar is voor anderen. Voorbeeld
Een gemeente is bezig met de ontwikkeling van een centrumplan. Er is veel verzet tegen de beoogde locatie van een supermarkt. Een van het collegeleden is het niet eens met de beoogde locatie en weet dat er alternatieve locaties in beeld zijn. Voor de onderhandelingspositie van de gemeente is het van belang dat informatie over alternatieve locaties geheim blijft en er is dan ook geheimhouding opgelegd. Mag het collegelid de informatie over de alternatieve locaties delen? Het antwoord op deze vraag is nee. Informatie over onderhandelingsposities is geheime informatie. Mocht geheimhouding niet expliciet zijn opgelegd, maar als er wel in die termen over wordt gesproken, dan geldt dat het collegelid vanwege de belangen die meespelen het vertrouwelijke karakter van de informatie redelijkerwijs kon vermoeden en daardoor de informatie niet mag delen. Dit betekent ook dat een collegelid met deze informatie in het achterhoofd een familielid of vriend niet mag adviseren om bijvoorbeeld af te zien van een woning in de directe omgeving van de voorgestelde locatie. Dat zou immers betekenen dat het collegelid nietopenbare informatie gebruikt ten bate van anderen.
Artikel 5.1 Leden van het collegegaan respectvol om met elkaar, inwoners, ondernemers, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en instellingen, raadsleden en ambtenaren, zowel offline als online. Respectvol betekent ook dat we als college bewust zijn van onze positie ten opzichte van medewerkers van de organisatie en sensitief zijn voor alle vormen van grensoverschrijdende gedrag. De vuistregel hierbij is dat men de ander behandelt zoals men zelf behandeld zou willen worden. Inwoners worden door collegeleden allen gelijk behandeld. Collegeleden zijn aanspreekbaar op hun gedrag, zowel binnen het college als daarbuiten. Dat betekent dat collegeleden open staan voor feedback van elkaar en dat zij zich tijdens de vergaderingen laten aanspreken door de burgemeester.
10 Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
Artikel 5.2 Natuurlijk zijn collegeleden het niet altijd met elkaar eens. Dat betekent echter niet dat leden van het college elkaar in het openbaar persoonlijk afvallen of ergens van beschuldigen. Discussies worden gevoerd op de inhoud en nooit op de persoon. Zowel binnen de collegevergadering, als daarbuiten. Voorbeeld
Een raadslid van GemeenteVooruit houdt een pleidooi voor een warmtenet in de gemeente. Het raadslid komt niet uit zijn woorden en laat ook zijn papieren nog vallen. De aanwezige wethouder reageert hierop: ‘u staat te stuntelen, als het plan net zo overtuigend is als uw persoonlijke kwaliteiten houd ik m’n hart vast voor het voorstel!’. Een ander raadslid vindt het ook wel vermakelijk en plaatst snel een tweet: ‘GemeenteVooruit rommelt lekker door: geen touw aan vast te knopen. Ik word er niet WARM van!’. In een verhit raadsdebat kunnen inhoud en emotie gemakkelijk met elkaar worden vermengd. Op zichzelf is dat niet erg, het hoort ook een beetje bij de politiek. De grens van wat toelaatbaar is, is per persoon verschillend. Wel is duidelijk dat discussies altijd gevoerd worden op de inhoud en niet op de persoon. In dit voorbeeld wordt de emotie over de plannen geprojecteerd op het raadslid dat niet goed uit zijn woorden komt en zijn papieren laat vallen. Daarmee wordt het persoonlijk gemaakt. En dat is niet de bedoeling. De voorzitter van de vergadering kan het collegelid dat de opmerking maakte hierop aanspreken en aanwezigen bij de vergadering onderling kunnen dat ook. Dat geldt ook voor de geplaatste tweet. Ook daarop mag feedback gegeven worden.
Artikel 6.1 Op een nieuw college komt veel nieuwe informatie af op het moment dat zij aan de slag gaan, ook als het gaat om integriteit. De burgemeester neemt met het college de gedragscode door en bespreekt het thema integriteit in bredere zin. Daarnaast is er aandacht voor de nevenfunctie(s) van de collegeleden, waaronder wat die functies inhouden en of er een relatie met de gemeente is. Door het ter plekke invullen van het formulier voor opgave van nevenfuncties kan meteen worden voldaan aan de wettelijke plicht om nevenfuncties kenbaar te maken. Artikel 6.2 In bijzondere situaties kan het zo zijn dat het niet duidelijk is hoe een collegelid volgens de gedragscode te werk zou moeten gaan. Het is dan van belang om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Ook wanneer er twijfels zijn omtrent het handelen van een ander collegelid is het van belang hier een open gesprek met elkaar over te voeren. De burgemeester kan het collegelid dat twijfel heeft over het eigen handelen of dat van een ander collegelid adviseren over de wijze waarop dit bespreekbaar gemaakt kan worden. Artikel 6.3 De burgemeester heeft op grond van artikel 170 van de Gemeentewet de verantwoordelijkheid om de bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen.
Bij twijfels over het handelen van politieke ambtsdragers die niet met de persoon in kwestie kunnen worden besproken, is de burgemeester een logisch aanspreekpunt. De burgemeester neemt de melding in behandeling en geeft daar opvolging aan in lijn met de gemaakte afspraken over het omgaan met vermeende integriteitsschendingen. De wijze waarop de zaak wordt afgehandeld kan per geval verschillen. Zo kan de burgemeester beslissen een gesprek met de persoon in kwestie te voeren en/of een (extern) onderzoek in te stellen. Indien sprake is van strafbare feiten, zal de burgemeester hiervan aangifte doen. Artikel 6.4 Om het integriteitsbewustzijn scherp te houden en de drempel om te praten over dilemma’s zo laag mogelijk te maken is het belangrijk om als college over dit thema in gesprek te blijven. Ook kan het voorkomen dat zich zaken hebben voorgedaan waarvan het goed is om daarop te reflecteren. Het college besteedt daarom minstens eens per jaar aandacht aan het onderwerp. De burgemeester zal hiervoor jaarlijks een voorstel doen. Artikel 6.5 De waarde van deze gedragscode ligt in het gebruik ervan door het college. Daarom is het belangrijk dat de gedragscode actueel blijft en voldoende houvast biedt bij het maken van afwegingen die raken aan integriteit. Eens per vier jaar bespreekt het college met elkaar of de gedragscode nog voldoet of dat aanpassingen nodig zijn.
11
Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
Voorbeeld
De gedragscode kan niet in alle dilemma’s voorzien. Zo kan de vraag voorkomen of uw politieke partij uw fractiekamer in het gemeentehuis mag gebruiken voor het voorbereiden van de verkiezingscampagne, bijvoorbeeld om in de fractiekamer een informatieavond te organiseren om nieuwe leden te werven. Wanneer je dit als een partijbelang beschouwd, is het gemeentehuis hiervoor niet bedoeld. Maar wanneer je deze bijeenkomst ziet in het licht van de lokale democratie en versterken van de gemeenteraad zou je ook kunnen zeggen dat het wel kan. In dit geval is het verstandig om de vraag voor te leggen aan de burgemeester of de griffier. Zij kunnen helpen in de oordeelsvorming of besluiten dat het onderwerp zich leent om afspraken met alle partijen over te maken. In dat geval kan het bijvoorbeeld geagendeerd worden in het presidium.
12 Gedragscode integriteit burgemeester ŭ wethouders
naar inhoudsopgave
Gemeente
Siíť/west-Fryslân
Gemeente
Súdwest-Frysìån februari 2024