CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Gedragscode integriteit raadsleden

Raadsvergadering 18 november 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Gedrachskoade foar rieds- en kommissjeleden5.310 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gedragscode integriteit raads- en commissieleden Súdwest-Fryslân 2021

Inhoudsopgave

Inleiding

............................................................................................... 3

Over integriteit ............................................................................. 3 Leeswijzer ...................................................................................... 3 Infographic (samenvatting) ................................................................... 4 Paragraaf 1: voorkomen van belangenverstrengeling ......................... 5 Paragraaf 2: nevenfuncties .................................................................... 5 Paragraaf 3: giften, geschenken en uitnodigingen .............................. 5 Paragraaf 4: omgang met informatie ................................................... 6 Paragraaf 5: omgangsvormen ................................................................ 6 Paragraaf 6: evaluatie en verantwoordelijkheden ............................... 6 Artikelsgewijze toelichting .......................................................... 7 Artikel 1 .......................................................................................... 7 Artikel 2 ......................................................................................... 8 Artikel 3 ......................................................................................... 9 Artikel 4 .........................................................................................

10 Artikel 5 ......................................................................................... 10 Artikel 6 ......................................................................................... 11

2

Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

Inleiding Een goed functionerende en integer handelende gemeente levert een belangrijke bijdrage aan het vertrouwen van inwoners in de politiek. Het handelen van de gemeente krijgt daarmee legitimiteit. Voor het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur is integriteit onmisbaar. Kortom: goed bestuur is integer bestuur. Maar wat verstaan we onder integriteit? En wat betekent dat voor onze werkwijze in de praktijk? Dat wordt geregeld in deze gedragscode integriteit raadsleden, die door de gemeenteraad is vastgesteld. De gedragscode geldt voor alle raads- en commissieleden individueel en voor de gemeenteraad als geheel. Het laat zien aan welke uitgangspunten wij ons committeren en het biedt ons handvatten om te handelen. We zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor de integriteit van ons handelen, maar is er ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om integriteit te agenderen, bewaken en borgen.

Over integriteit

Integriteit gaat over het dienen van het algemeen belang en het waarborgen van zorgvuldige besluitvorming. Inwoners van Súdwest-Fryslân moeten er van op aan kunnen dat de raad onafhankelijk beslissingen neemt in het algemeen belang van de gemeente, zonder dat oneigenlijke (particuliere) belangen daarbij een rol hebben gespeeld. Bovendien moet die besluitvorming zorgvuldig zijn. Dat betekent dat in de afweging om tot besluiten te komen de verschillende belangen en argumenten worden gewogen en verantwoording wordt afgelegd over gemaakte keuzen. Om het algemeen belang te kunnen behartigen is het essentieel om te weten wat er speelt. Dat vraagt van raadsleden het actief ophalen en ontvangen van informatie. Veel van die informatie komt in het dagelijks leven voorbij, raadsleden staan dan ook middenin de samenleving. Maar dat kan ook dilemma’s met zich meebrengen die raken aan integriteit. Want hoe zorgen we dat onze betrokkenheid bij de samenleving het maken van onafhankelijke en wijze keuzes niet in de weg zit? Integriteit gaat dus over onafhankelijke oordeelsvorming, maar ook over openheid en respect. Eerlijkheid en transparantie zijn essentieel om het vertrouwen van inwoners te behouden. Daarom willen we als raads- en commissieleden open zijn over onze eventuele belangen en over gemaakte keuzes. En in de omgang met elkaar staat wederzijds respect altijd voorop.

Binnen de raad en daarbuiten richting inwoners en organisaties. Dat is essentieel voor de goede naam van het gemeentebestuur én voor een constructieve onderlinge samenwerking. Bij integriteit gaat het over meer dan juridische regels en onze waarden. Het krijgt betekenis in het handelen van raads- en commissieleden. Niet in elke situatie is het even duidelijk wat de juiste handelswijze is. Daarom is het belangrijk om als raad met elkaar in gesprek te blijven over integriteit. Dilemma’s moeten altijd bespreekbaar kunnen zijn. De gedragscode vormt daarbij een beoordelingskader en een leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

Leeswijzer

In deze gedragscode staan de afspraken omschreven die wij als raads- en commissieleden met elkaar hebben gemaakt rondom het thema integriteit. De concrete afspraken zijn zo bondig als mogelijk gevat in de artikelen. In de kop van elk artikel kan worden doorgeklikt naar de artikelsgewijze toelichting. Hier worden begrippen uitgelegd, wettelijke kaders geschetst en voorbeelden gegeven die houvast bieden bij het interpreteren van de artikelen.

3

Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

Gedragscode integriteit raadsleden Súdwest-Fryslân 2021

Maar hoe zorgen we dat onze betrokkenheid bij de samenleving het maken van onafhankelijke en wijze keuzes niet in de weg zit? En hoe gaan we om met andere dilemma’s die raken aan onze integriteit?

Daarover hebben we afspraken met elkaar gemaakt, die vast zijn gelegd in de gedragscode integriteit.

Het gesprek over integriteit blijven we met elkaar voeren We willen scherp blijven op het onderwerp integriteit. Daarom gaan we elk jaar met elkaar in gesprek over dit thema. En bespreken we de gedragscode altijd met nieuwe raadsleden. Twijfelen we over het handelen van onszelf of de ander? Dan maken we dat bespreekbaar.

4

Gedragscode integriteit raadsleden

We voorkomen belangenverstrengeling Bijvoorbeeld door niet mee te praten of stemmen over onderwerpen waar wij persoonlijk bij betrokken zijn. En door eerlijk en open te zijn over belangen die we hebben. Ook treden we niet op als woordvoerder of vertegenwoordiger richting de gemeente.

Onze nevenfuncties mogen ons werk als raadslid niet in de weg staan Raadsleden staan middenin de samenleving. Daardoor kunnen nevenfuncties raken aan het werk als raadslid. We kijken kritisch of een nevenfunctie te combineren valt en of er aanvullende afspraken moeten worden gemaakt. Nevenfuncties maken we openbaar.

We waarborgen onze onafhankelijke positie Giften en geschenken die dit in gevaar brengen, nemen we dan ook niet aan. We gaan alleen in op uitnodigingen die ons helpen ons werk goed uit te voeren. Zo voorkomen we dat de gever ervan tegenprestaties van ons verwacht.

Vertrouwelijke informatie gebruiken wij alleen voor het raadswerk Als raadslid lezen we regelmatig vertrouwelijke informatie. Met die informatie gaan wij zorgvuldig om. We houden het geheim en gebruiken het niet voor eigen gewin.

We behandelen elkaar met respect Natuurlijk zijn we het niet altijd met elkaar eens. Maar discussies voeren wij op de inhoud en nooit op de persoon. We gaan respectvol om met iedereen die we ontmoeten tijdens ons raadswerk.

naar inhoudsopgave

design © Necker van Naem | www.necker.nl

Inwoners van Súdwest-Fryslân moeten er van op aan kunnen dat de gemeenteraad onafhankelijk en zorgvuldig beslissingen neemt in het algemeen belang van de gemeente. Daarvoor is het nodig dat we als raadsleden weten wat er speelt in de samenleving en hier betrokken bij zijn.

Paragraaf 1: voorkomen van belangenverstrengeling Artikel 1.1 Leden van de raad nemen niet deel aan stemming wanneer er sprake is van een directe of indirecte persoonlijke betrokkenheid bij het dossier. Van een direct of indirect belang is in ieder geval sprake wanneer een voorstel of onderwerp een raadslid persoonlijk aangaat of wanneer het raadslid hier als vertegenwoordiger bij is betrokken. Ook neemt het raadslid in dat geval niet deel aan de beraadslaging in de raad of binnen de fractie. Artikel 1.2 Leden van de raad voorkomen de schijn van belangenverstrengeling door vooraf open en transparant te zijn richting elkaar over hun eventuele belangen bij een dossier. Als raadsleden niet deelnemen aan beraadslaging en stemming stellen zij via de griffier de voorzitter van de raad hiervan op de hoogte. Artikel 1.3 Raadsleden treden niet op als woordvoerder of vertegenwoordiger van inwoners en organisaties richting de gemeente. Dit laat onverlet dat raadsleden vanuit hun volksvertegenwoordigende rol signalen van inwoners en organisaties over het functioneren en handelen van de gemeente wel kunnen gebruiken in de beraadslagingen of bij het stellen van schriftelijke vragen.

Paragraaf 2: nevenfuncties Artikel 2.1 Leden van de raad maken bij aanvang van het raadslidmaatschap hun (neven)functies bekend bij de griffier, zodat dit openbaar gemaakt kan worden. Daarbij delen raadsleden wat de (neven)functies inhouden en in hoeverre er een relatie met de gemeente bestaat. Ook geven zij aan of het om een betaalde of onbetaalde functie gaat. Wijzigingen in (neven)functies worden per direct gemeld bij de griffier. Artikel 2.2 De griffier legt een register aan met de (neven)functies van raadsleden en beheert dit. Het register is openbaar en op de website van de gemeente staat aangegeven welke nevenfuncties raadsleden vervullen. De griffier attendeert de raadsleden een keer per jaar op het controleren van de actualiteit van hun nevenfuncties. Artikel 2.3 (Neven)functies mogen enkel vervuld worden als zij verenigbaar zijn met het raadslidmaatschap. Artikel 2.4 Als (neven)functies raakvlakken hebben met de functie als lid van de raad, wordt onderzocht in hoeverre beide functies verenigbaar zijn. Hiervoor treedt het raadslid in overleg met de griffier en de voorzitter van de raad. Indien nodig maakt het raadslid aanvullende afspraken met de voorzitter van de raad over de uitvoering van beide functies. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd door de griffier en gedeeld met het presidium.

Paragraaf 3: giften, geschenken en uitnodigingen Artikel 3.1 Raadsleden nemen geen giften, geschenken of uitnodigingen aan wanneer dit hun onafhankelijke positie kan beïnvloeden of het die indruk kan wekken. Artikel 3.2 Leden van de raad nemen geen giften en geschenken aan wanneer deze niet in verhouding staan tot de reden waarvoor ze worden aangeboden. Raadsleden nemen nooit geld aan en ontvangen geen giften en geschenken op hun huisadres. Artikel 3.3 Raadsleden gaan alleen in op uitnodigingen wanneer deze bijdragen aan een goede uitvoering van het raads-

5

Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

lidmaatschap. Uitnodigingen die aan de raad als geheel worden gedaan, worden door de griffie bij de digitale stukken gepubliceerd. Indien een raadslid persoonlijk een uitnodiging ontvangt voor een evenement, congres of bijzondere gelegenheid en het raadslid besluit gebruik te maken van de uitnodiging, dan meldt het raadslid dit voorafgaand aan het evenement, congres of bijzondere bijeenkomst aan de griffier. Deelname aan een evenement of excursie op rekening van anderen dan de gemeente – in Nederland dan wel het buitenland – wordt openbaar gemaakt, inclusief voor wiens rekening die kosten zijn gekomen.

Paragraaf 4: omgang met informatie Artikel 4.1 Raadsleden gaan zorgvuldig om met informatie die zij bij de uitoefening van hun ambt ontvangen. Het is de verantwoordelijkheid van raadsleden om vertrouwelijke en geheime informatie veilig te bewaren. Artikel 4.2 Raadsleden maken niet ten eigen bate of ten bate van anderen gebruik van informatie die op het moment van gebruik niet openbaar of kenbaar is voor anderen en die zij hebben verkregen bij de uitoefening van hun ambt.

Paragraaf 5: omgangsvormen Artikel 5.1 Leden van de raad behandelen elkaar met respect, binnen en buiten de raadszaal, en zijn hierop aanspreekbaar. Ook bestuurders, ambtenaren, inwoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen en organisaties bejegenen zij met respect. Raadsleden zijn aanspreekbaar op hun gedrag. Artikel 5.2 Discussies worden gevoerd op de inhoud en niet op de persoon.

Paragraaf 6: evaluatie en verantwoordelijkheden Artikel 6.1 Bij het aantreden van nieuwe raads- en commissieleden wordt deze gedragscode doorgenomen met de griffier, waarbij eveneens de opgave van (neven)functies wordt ingevuld en besproken. Artikel 6.2 Indien een raadslid twijfel heeft over de juistheid van handelen van zichzelf of de ander, maakt het raadslid dit bespreekbaar. De griffier of de burgemeester kan het raadslid hierin adviseren. Artikel 6.3 Wanneer er vermoedens zijn van een integriteitsschending door een politiek ambtsdrager welke niet besproken kunnen worden met de politiek ambtsdrager in kwestie, worden deze gemeld bij de burgemeester. De burgemeester zal de melding in behandeling nemen en volgt daarbij de procedure zoals die is afgesproken voor de omgang met vermoedens van een integriteitsschending. Artikel 6.4 Binnen de raad wordt minstens eenmaal per jaar aandacht besteed aan het onderwerp integriteit. Artikel 6.5 Eenmaal per vier jaar bepaalt de gemeenteraad, voorbereid door een werkgroep integriteit, of de gedragscode aanpassing behoeft.

6

Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1.1 Van belangenverstrengeling is sprake wanneer een voorstel of onderwerp een raadslid persoonlijk aangaat of wanneer het raadslid hier als vertegenwoordiger bij is betrokken. Ook is er sprake van belangenverstrengeling wanneer het gaat over de rekening van een lichaam waaraan het raadslid rekenplichtig is of waarvan het raadslid in het bestuur zit, zo volgt uit artikel 28 van de Gemeentewet. De gemeentewet bepaalt daarnaast welke betrekkingen onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap, welke handelingen verboden zijn en wanneer raadsleden zich moeten onthouden van stemming. Concreet betekent dit dat raadsleden moeten voorkomen dat zij het algemene gemeentelijke belang vermengen met een persoonlijke belang. Het moet voor een raadslid mogelijk zijn een zuiver en objectief besluit te nemen. Belangen van het raadslid zelf als privépersoon, of dat van vrienden, familie, bedrijven of organisaties mogen het handelen van raadsleden niet beïnvloeden. Hierbij is een verschil tussen specifieke besluiten en bulkbesluiten. Bij bulkbesluiten is minder snel sprake van belangenverstrengeling. Raadsleden kunnen bijvoorbeeld wel meestemmen over het tarief van de onroerendzaakbelasting, ook al zijn zij zelf huiseigenaar in de gemeente.

Meestemmen als raadslid over de aanleg van nieuwe sportvelden van de sportvereniging waarvan het betreffende lid zelf bestuurslid is, is daarentegen niet gepast. Hoe specifieker en directer het belang is, hoe lastiger het wordt voor een raadslid om een zuiver en objectief besluit te nemen. Waar de grens precies ligt, is niet wettelijk vastgelegd. Daarom is het belangrijk om hierover het gesprek met elkaar te voeren en twijfels bespreekbaar te maken. Dat gebeurt binnen de eigen fractie bij het voorbereiden van de werkzaamheden en de vergaderingen. Daarnaast kunnen raadsleden altijd bij de burgemeester of griffier terecht voor advies. Artikel 1.2 Het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling, vraagt van raadsleden dat zij open en transparant zijn over belangen bij een dossier. Het juiste moment hiervoor is op het moment dat er sprake is van een aankomend besluit. Hierdoor kan tijdig worden afgesproken of het raadslid deelneemt aan beraadslaging (binnen de fractie en de raad) en stemming. Indien een raadslid zich onthoudt van beraadslaging en stemming meldt hij of zij dat zo snel mogelijk bij de griffier, maar in ieder geval voorafgaand aan de betreffende raads- of commissievergadering. Artikel 1.3 Als volksvertegenwoordiger zijn raadsleden er voor alle inwoners. Daarom treden raadsleden niet op als woordvoerder of vertegenwoordiger van bepaalde inwoners of organisaties.

Zo is het niet de bedoeling dat raadsleden in de gemeenteraad spreken als woordvoerder van een actiegroep of dat zij hier lid van zijn. Raadsleden kunnen vanuit hun volksvertegenwoordigende rol wel signalen die zij ontvangen van inwoners of organisaties gebruiken bij het dienen van het algemeen belang. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de signalen niet op zichzelf staan en iets zeggen over het bredere functioneren van de gemeente. Ook past het bij de rol van volksvertegenwoordiger om inwoners en organisaties te voorzien van informatie over hoe de gemeente werkt en hoe zaken geagendeerd kunnen worden. Voorbeeld De gemeente is voornemens om een plein waaraan een van de raadsleden woont opnieuw in te richten. In het nieuwe plan verdwijnt de veelgebruikte speeltuin en een stuk groen, waar de buurt elkaar in de zomer vaak ontmoet. De voorgenomen plannen leiden tot veel weerstand in de buurt en er wordt een actiegroep opgericht. Het raadslid wordt gevraagd om op te treden als voorman van de actiegroep die in verzet komt. Het raadslid gaat niet op het verzoek in, omdat zijn belang als bewoner en het lidmaatschap van de gemeenteraad hier te veel met elkaar verstrengeld raken. Als hij voorman zou worden, zou onduidelijk zijn uit welke rol hij spreekt: namens de actiegroep waarbij hij een eigen belang heeft of als raadslid waarin hij het algemeen belang verdedigt.

Het raadslid kan de actiegroep wel steunen door hen advies te geven over hoe de actiegroep het beste met de gemeente in contact kan komen over de plannen. Dat past immers bij de volksvertegenwoordi7

Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

gende rol van het raadslid. Mocht het zo ver komen dat de plannen in de gemeenteraad worden besproken, dan doet het raadslid er verstandig aan hierover niet het woord te voeren vanwege zijn directe belang bij de plannen als inwoner. Dit kan ook reden zijn om je te onthouden van stemming. Artikel 2.1 Nevenfuncties mogen niet leiden tot (de schijn van) belangenverstrengeling of bevoordeling. Daarom is het belangrijk dat raadsleden de nevenfuncties en mogelijke vergoeding daarvoor openbaar maken, zoals raadsleden zijn verplicht volgens artikel 12 van de Gemeentewet. Daarnaast is het ook van belang dat duidelijk is wat de nevenfuncties inhouden en of er een relatie met de gemeente bestaat. Dat maakt het mogelijk om, indien nodig, vroegtijdig afspraken te maken over de combinatie van de nevenfunctie met het raadslidmaatschap. Het is de verantwoordelijkheid van het raadslid dat het overzicht van nevenfuncties en vergoedingen actueel is. Daarom moeten wijzigingen onverwijld worden gemeld. Artikel 2.2 De griffier houdt het register bij waarin de (neven)functies van raadsleden zijn vastgelegd. Op de website staat gepubliceerd welke nevenfuncties raadsleden vervullen.

Op die manier is het voor betrokkenen in het besluitvormingsproces mogelijk om een raadslid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt en kunnen inwoners en pers de controlerende taak uitoefenen. Een jaarlijkse herinnering van de griffier helpt raadsleden zich bewust te blijven van het belang van een actueel overzicht van nevenfuncties. Artikel 2.3 Functies die leiden tot de schijn van belangenverstrengeling of waarbij men moet optreden als woordvoerder richting de gemeente, zijn niet verenigbaar met het raadslidmaatschap. In artikel 13 van de Gemeentewet zijn een aantal functies opgesomd die onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap. Artikel 2.4 Naast functies die wettelijk onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap, zijn er functies waarbij een grote kans bestaat op belangenverstrengeling. Het betreft functies waarbij veel raakvlakken zijn met de functie als raadslid, waarbij de belangen groot zijn, de belangen vaak aan elkaar zullen raken en de functie het functioneren als raadslid in de weg staat. Als een nevenfunctie bijvoorbeeld betekent dat een raadslid zich vaak moet onthouden van beraadslaging en stemming, is het de vraag of het wijs is beiden te combineren. Soms is niet op voorhand duidelijk of sprake is van feitelijke onverenigbaarheid.

In dat geval en wanneer er discussie dreigt over de verenigbaarheid van functies, overlegt de voorzitter van de raad samen met de griffier hierover met het raadslid. Dit kan leiden tot de conclusie dat van onverenigbaarheid geen sprake is of dat het maken van afspraken over de uitoefening van beide functies noodzakelijk zijn. Wanneer er afspraken worden gemaakt, worden deze door de griffier vastgelegd en gedeeld met het presidium. De afspraken zijn opvraagbaar bij de griffie door belangstellenden. In het geval dat de conclusie luidt dat er wel sprake is van onverenigbaarheid van functies, zal het raadslid een keuze moeten maken welke functie wordt neergelegd. Voorbeeld Een raadslid is voorzitter van de barcommissie van een sportclub. De vraag dringt zich op of het raadslid wel voorzitter van de barcommissie kan zijn en wat dat eventueel betekent voor wat het raadslid moet doen of juist laten. De functie is niet per definitie onverenigbaar met het raadslidmaatschap. Het gaat om een interne functie waarbij in principe geen direct contact is met de gemeente (daar is immers het bestuur van de vereniging voor verantwoordelijk). Het raadslid geeft in ieder geval deze functie op als nevenfunctie en vermeldt daarbij wat de relatie met de gemeente is en of er betaling tegenover staat.

Wel kunnen zich situaties voordoen waarbij er sprake kan zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling. Wanneer bijvoorbeeld in de gemeenteraad gesproken wordt over de regels met betrekking tot drank in sportkantines kan het raadslid niet optreden als woordvoerder namens deze sportclub. Dat leidt immers tot vermenging van rollen. Evenmin mag het raadslid het woord voeren over dit onderwerp in de raad. Of het raadslid zich ook moet onthouden van stemming over de nieuwe regels hangt af van de vraag of het alleen gaat om de regels in de kantine van deze sportclub, of dat het een besluit betreft voor alle sportkantines. In het eerste geval moet het raadslid zich onthouden, maar wanneer het een breed besluit betreft kan het raadslid meestemmen. 8

Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

Artikel 3.1 Bij het afleggen van de eed verklaren en beloven raadsleden dat zij geen geschenken of beloften aannemen om iets in het ambt te doen of te laten (zie ook artikel 14 van de Gemeentewet). Hierbij kan het gaan om giften, geschenken of uitnodigingen die een tegenprestatie zijn voor een positieve beslissing of wanneer deze bij de gever de verwachting kunnen wekken dat het tot een positieve beslissing zal leiden. Ook als het aannemen ervan buitenstaanders de indruk kan geven dat het een tegenprestatie is, wordt het geweigerd. De bedoeling van de gever en timing van de gift zijn belangrijke voorwaarden om uitnodigingen, geschenken en giften wel of niet aan te nemen. Door scherp te zijn op mogelijke voordelen voor de andere partij, voorkomen raadsleden dat er tegenprestaties verwacht worden voor de gift. Artikel 3.2 Of een gift, uitnodiging of geschenk in verhouding staat is moeilijk in een geldelijke waarde uit te drukken. Het gaat hierbij om een persoonlijke inschatting van de proportionaliteit. In veel gedragscodes wordt in dit kader de stelregel genoemd dat geschenken en uitnodigingen met een geschatte waarde van meer dan €50 in ieder geval niet in verhouding staan. In deze gedragscode is een dergelijke normering niet opgenomen omdat het de indruk kan wekken dat geschenken onder de grens per definitie wel proportioneel zijn, en daarboven niet. Dat is niet het geval.

Het is de verantwoordelijkheid van raadsleden om een juiste afweging te maken bij het wel of niet aannemen van een gift, uitnodiging of geschenk. Geschenken die thuis worden ontvangen, worden teruggestuurd aan de gever met de vermelding dat er geen prijs op wordt gesteld dat ze op het thuisadres worden gestuurd. Als het niet mogelijk is geschenken terug te sturen, leveren raadsleden deze in bij de griffier die er een gemeentelijke bestemming voor zoekt. Artikel 3.3 Ingaan op uitnodigingen kan bijdragen aan een goede uitvoering van het raadslidmaatschap wanneer het inzicht geeft in wat er speelt in de gemeente of in activiteiten die raken aan de gemeente. Ook kan ingaan op een uitnodiging nuttig zijn voor het onderhouden van het netwerk. Vaak komen uitnodigingen voor de raad binnen bij de griffie en zorgt de griffie voor publicatie in het digitale vergadersysteem. De griffie kan bij deze uitnodigingen aangeven wanneer het onwenselijk is gebruik te maken van de uitnodiging. Het komt ook voor dat raadsleden zonder tussenkomst van de griffie worden uitgenodigd. Wanneer daarvan sprake is en het gaat om een uitnodiging voor het bijwonen van een congres, evenement of andere bijzondere gelegenheid waarvoor andere deelnemers moeten betalen, meldt het raadslid dat gebruik wil maken van de uitnodiging dit vooraf bij de griffie.

Dit kan in voorkomende gevallen leiden tot een gesprek over de wenselijkheid van het bijwonen van het congres, evenement of de gelegenheid op kosten van de organisator. Voor alle uitnodigingen geldt dat raadsleden zelf de afweging maken of een uitnodiging functioneel is of dat er mogelijk een ander belang meespeelt bij de uitnodiging. In het tweede geval gaan raadsleden niet op de uitnodiging in. Hiermee voorkomen raadsleden de schijn vatbaar te zijn voor beïnvloeding. Voorbeeld Een gemeente pleegt veel inzet voor een wielerklassieker. De organisatie nodigt de leden van de raad en college uit voor een rondleiding achter de schermen. Daarna mogen zij, met partners, het evenement bijwonen als VIP-gasten. Er ontstaat in de raad discussie over de vraag hoe deze uitnodiging moet worden beoordeeld. In het algemeen kan gesteld worden dat het normaal is dat de leden van de raad de projecten die de gemeente financieel steunt bezoekt. Niet alleen uit interesse voor het project, maar ook om te beoordelen of het gemeenschapsgeld dat in het project is gestoken goed wordt benut. Een rondleiding achter de schermen past daar binnen. Het bijwonen van het evenement als VIP-gast kan echter anders uitgelegd worden. Aan een VIP-kaartje zijn kosten verbonden, die andere bezoekers zelf moeten betalen.

Het gratis krijgen van dit kaartje kan je uitleggen als een tegenprestatie voor een positieve besluit door de gemeenteraad om het evenement financieel te steunen. In dat licht is het niet verstandig om het evenement – op kosten van de organisatie – bij te wonen als VIP-gast. Uiteraard geldt dit zeker ook voor de aanwezigheid van de partners van raadsleden.

9

Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

Artikel 4.1 De gemeenteraad opereert zo veel als mogelijk in de openbaarheid. In het belang van de gemeente kan er op bepaalde informatie geheimhouding worden opgelegd volgens artikel 25, 55 of 86 van de Gemeentewet. In dat geval moet er duidelijk worden uitgelegd om welke belangen het gaat. Als raadsleden het niet eens zijn met deze geheimhouding, bespreken zij dit in de raad. In geen geval kiezen leden van de raad ervoor om geheime informatie zelf openbaar te maken of om stukken te lekken. Raadsleden zijn eveneens verplicht om informatie waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden geheim te houden (artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht). Onder geheimhouding valt niet alleen dat raadsleden de informatie niet delen, maar ook dat raadsleden de verantwoordelijkheid hebben om maatregelen te treffen om vertrouwelijke informatie te beveiligen. Denk hierbij aan beveiliging van de computer, tablet en smartphone, geheimhouding van wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van informatiedragers. Artikel 4.2 Het belang van de gemeente staat voor raadsleden voorop. Voor de uitoefening van hun taak krijgen raadsleden beschikking over veel informatie. Deze informatie gebruiken raadsleden om het collectief te dienen. Niet-openbare informatie wordt nooit gebruikt voor advisering van derden.

Ook gebruiken raadsleden deze informatie nooit om persoonlijk voordeel te krijgen. Dit geldt ook voor informatie die op zichzelf niet geheim is, maar op het moment van verkrijging en gebruik nog niet kenbaar is voor anderen. Voorbeeld Een gemeente is bezig met de ontwikkeling van een centrumplan. Er is veel verzet tegen de beoogde locatie van een supermarkt. Een van de raadsleden is het niet eens met de beoogde locatie en weet dat er alternatieve locaties in beeld zijn. Voor de onderhandelingspositie van de gemeente is het van belang dat informatie over alternatieve locaties geheim blijft en er is dan ook geheimhouding opgelegd. De meerderheid van de raad is voorstander van de voorgestelde locatie. Mag het raadslid de informatie over de alternatieve locaties delen? Het antwoord op deze vraag is nee. Informatie over onderhandelingsposities is geheim informatie. Mocht geheimhouding niet expliciet zijn opgelegd, maar als er wel in die termen over wordt gesproken, dan geldt dat het raadslid vanwege de belangen die meespelen het vertrouwelijke karakter van de informatie redelijkerwijs kon vermoeden en daardoor de informatie niet mag delen. Dit betekent ook dat een raadslid met deze informatie in het achterhoofd een familielid of vriend niet mag adviseren om bijvoorbeeld af te zien van een woning in de directe omgeving van de voorgestelde locatie.

Dat zou immers betekenen dat het raadslid niet-openbare informatie gebruikt ten bate van anderen. Artikel 5.1 Leden van de raad gaan respectvol om met elkaar, inwoners, ondernemers, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en instellingen, collegeleden en ambtenaren, zowel offline als online. De vuistregel hierbij is dat men de ander behandelt zoals men zelf behandeld zou willen worden. Inwoners worden door raadsleden allen gelijk behandeld. Raadsleden zijn aanspreekbaar op hun gedrag, zowel binnen de raad als daarbuiten. Dat betekent dat raadsleden open staan voor feedback van elkaar en dat zij zich tijdens de vergaderingen laten aanspreken door de voorzitter van de vergadering. Artikel 5.2 Natuurlijk zijn raadsleden het niet altijd met elkaar eens. Dat betekent echter niet dat leden van de raad elkaar in het openbaar persoonlijk afvallen of ergens van beschuldigen. Discussies worden gevoerd op de inhoud en nooit op de persoon. Zowel in de raadsvergadering, als daarbuiten. Voorbeeld Een raadslid van GemeenteVooruit houdt een pleidooi voor een warmtenet in de gemeente. Het raadslid komt niet uit zijn woorden en laat ook zijn papieren nog vallen. Een ander raadslid reageert hierop: ‘u staat te stuntelen, als het plan net zo overtuigend is als uw persoonlijke kwaliteiten stem ik alvast tegen!’.

Een ander raadslid vindt het ook wel vermakelijk en plaatst snel een tweet: ‘GemeenteVooruit rommelt lekker door: geen touw aan vast te knopen. Ik word er niet WARM van!’.

10 Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

In een verhit raadsdebat kunnen inhoud en emotie gemakkelijk met elkaar worden vermengd. Op zichzelf is dat niet erg, het hoort ook een beetje bij de politiek. De grens van wat toelaatbaar is, is per persoon verschillend. Wel is duidelijk dat discussies altijd gevoerd worden op de inhoud en niet op de persoon. In dit voorbeeld wordt de emotie over de plannen geprojecteerd op het raadslid dat niet goed uit zijn woorden komt en zijn papieren laat vallen. Daarmee wordt het persoonlijk gemaakt. En dat is niet de bedoeling. De voorzitter van de vergadering kan het raadslid dat de opmerking maakte hierop aanspreken en raadsleden onderling kunnen dat ook. Dat geldt ook voor de geplaatste tweet. Ook daarop mag feedback gegeven worden. Artikel 6.1 Op nieuwe raads- en commissieleden komt veel nieuwe informatie af op het moment dat zij aan de slag gaan, ook als het gaat om integriteit. Om hen snel wegwijs te kunnen maken in de werkwijze van de gemeente, neemt de griffier in een gesprek met hen de gedragscode door. Daarnaast is er aandacht voor de nevenfunctie(s) van het nieuwe raads- of commissielid, waaronder wat die functies inhouden en of er een relatie met de gemeente is. Door het ter plekke invullen van het formulier voor opgave van nevenfuncties kan meteen worden voldaan aan de wettelijke plicht om nevenfuncties kenbaar te maken.

Artikel 6.2 In bijzondere situaties kan het zo zijn dat het niet duidelijk is hoe een raadslid volgens de gedragscode te werk zou moeten gaan. Het is dan van belang om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Ook wanneer er twijfels zijn omtrent het handelen van een ander raadslid is het van belang hier een open gesprek met elkaar over te voeren. De griffier of de burgemeester kan het raadslid dat twijfel heeft over het eigen handelen of dat van een ander raadslid adviseren over de wijze waarop dit bespreekbaar gemaakt kan worden. Artikel 6.3 De burgemeester heeft op grond van artikel 170 van de Gemeentewet de verantwoordelijkheid om de bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen. Bij twijfels over het handelen van politieke ambtsdragers die niet met de persoon in kwestie kunnen worden besproken, is de burgemeester een logisch aanspreekpunt. De burgemeester neemt de melding in behandeling en geeft daar opvolging aan in lijn met de gemaakte afspraken over het omgaan met vermeende integriteitsschendingen. De wijze waarop de zaak wordt afgehandeld kan per geval verschillen. Zo kan de burgemeester beslissen een gesprek met de persoon in kwestie te voeren en/of een (extern) onderzoek in te stellen. Indien sprake is van strafbare feiten, zal de burgemeester hiervan aangifte doen.

Artikel 6.4 Om het integriteitsbewustzijn scherp te houden en de drempel om te praten over dilemma’s zo laag mogelijk te maken is het belangrijk om als raad over dit thema in gesprek te blijven. Ook kan het voorkomen dat zich zaken hebben voorgedaan waarvan het goed is om daarop te reflecteren. De raad besteedt daarom minstens eens per jaar aandacht aan het onderwerp. De griffier en de burgemeester zullen hiervoor jaarlijks een voorstel doen en dat afstemmen in het fractievoorzittersoverleg. Artikel 6.5 De waarde van deze gedragscode ligt in het gebruik ervan door de gemeenteraad. Daarom is het belangrijk dat de gedragscode actueel blijft en voldoende houvast biedt bij het maken van afwegingen die raken aan integriteit. Eens per vier jaar bespreekt de gemeenteraad via een werkgroep integriteit met elkaar of de gedragscode nog voldoet of dat aanpassingen nodig zijn. De werkgroep hiervoor wordt per keer samengesteld. Voorbeeld De gedragscode kan niet in alle dilemma’s voorzien. Zo kan de vraag voorkomen of uw politieke partij uw fractiekamer in het gemeentehuis mag gebruiken voor het voorbereiden van de verkiezingscampagne, bijvoorbeeld om in de fractiekamer een informatieavond te organiseren om nieuwe leden te werven. Wanneer je dit als een partijbelang beschouwd, is het gemeentehuis hiervoor niet bedoeld.

Maar wanneer je deze bijeenkomst ziet in het licht van de lokale democratie en versterken van de gemeenteraad zou je ook kunnen zeggen dat het wel kan. In dit geval is het verstandig om de vraag voor te leggen aan de burgemeester of de griffier. Zij kunnen helpen in de oordeelsvorming of besluiten dat het onderwerp zich leent om afspraken met alle partijen over te maken. In dat geval kan het bijvoorbeeld geagendeerd worden in het presidium.

11 Gedragscode integriteit raadsleden

naar inhoudsopgave

juni 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10665194/1