Bijlage 9 - Memo toelichting procedures
Tekst van het document
MEMO Van Datum Voor Betreft Corsa
: : : : :
het college van B&W 24 januari 2023 leden van de raad Informatie over voorgeschiedenis geitenhouderijen O23.000212
*O23.000212* Geacht(e) leden van de raad, Als aanvulling op ons voorstel om geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de gevraagde uitbreiding van de geitenhouderij in Raerd, hebben wij deze memo opgesteld om u meer achtergrondinformatie te geven over geitenhouderijen en de voorgeschiedenis van de gemeentelijke geitenstop in onze gemeente. VGO-onderzoeken In de afgelopen jaren zijn geitenhouderijen onder de aandacht gekomen vanwege de potentiële gevolgen voor de gezondheid van omwonenden. Vanuit het ministerie zijn er verschillende onderzoeken gedaan naar de effecten op de gezondheid van omwonenden bij (onder andere) geitenhouderijen. Dit zijn de zogenaamde VGO-onderzoeken (Veehouderij en gezondheid omwonenden). Uit de eerste onderzoeken vanaf 2010 kwam naar voren dat er negatieve (en ook deels positieve) verbanden zijn op de gezondheid en wonen in de buurt van veehouderij. Vanaf deze tijd zijn er aanvullende onderzoeken gedaan om duidelijk te krijgen wat de relatie tussen gezondheid en veehouderij is. In 2024 moeten de (laatste) VGO-III onderzoeken zijn afgerond. Dit moet duidelijkheid geven over wat de oorzaak is van de sterk verhoogde kans op longontstekingen. En ook eventueel welke maatregelen nodig zijn om dit gezondheidseffect te voorkomen of te verminderen.
Sinds de eerste onderzoeksresultaten bekend zijn geworden, hanteert de GGD een landelijk advies om binnen 2 kilometer van gevoelige objecten (zoals woningen) geen geitenhouderij te laten vestigen (of uit te laten breiden). In de afgelopen drie jaar is er een opkomst van geitenhouderijen. Dat komt deels doordat geitenhouderijen gelet op de regels (waaronder stikstof) “makkelijker” mogelijk te maken zijn, maar ook doordat er meer vraag naar geitenmelk is. Vanaf 2021 speelt de geitendiscussie ook prominenter in onze gemeente. Hierbij spelen ook de zogenaamde “vier lopende aanvragen” een rol. Aan het eind van deze memo wordt teruggekomen op deze lopende aanvragen. Hieronder zal eerst uitgelegd worden welke twee sporen er zijn binnen het toetsingskader voor geitenhouderijen. Toetsingskader geitenhouderijen Voor alle bedrijven, dus ook voor geitenhouderijen, geldt dat er (in de basis) twee sporen zijn die relevant zijn bij de vestiging of uitbreiding van een bedrijf. Dat is het ruimtelijke spoor en het milieuspoor. Beide sporen lopen langs elkaar (parallel) en hebben hun eigen toetsingskader. Beide sporen moeten positief doorlopen zijn, wil de ontwikkeling mogelijk te maken zijn. In het ruimtelijke spoor is het bestemmingsplan van belang. In het bestemmingsplan staat welk soort bedrijf op een perceel mag zitten en welke bouwregels er gelden voor het bouwen van een stal bijvoorbeeld.
In de gebruiksregels wordt voorgeschreven welk gebruik is toegestaan.
Als het gebruik niet past in het bestemmingsplan, dan kan er een afwijking op dit bestemmingsplan worden verleend als dat wenselijk is. Daarvoor is een belangenafweging nodig. In de grote afwijkingen op het bestemmingsplan (afwijking met een grote ruimtelijke impact) is een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig. In de kleine afwijkingen op een bestemmingsplan is dit niet nodig. Naast dit ruimtelijke spoor is er ook nog een milieuspoor. Dus ook als een geitenhouderij past in het bestemmingsplan (ruimtelijke spoor), zal er nog steeds ook voldaan moeten worden aan de milieuregels (milieuspoor). In het milieuspoor wordt getoetst of de ontwikkeling voldoet aan de milieuregels. Ruimtelijke spoor binnen onze gemeente Bestemmingsplannen (buitengebied) in onze gemeente Binnen onze bestemmingsplannen in het buitengebied liggen voornamelijk agrarische bestemmingen op de percelen. In de meeste gevallen zijn deze gronden bedoeld voor zogenaamde grondgebonden agrarische bedrijven. In heel specifieke gevallen ook voor intensieve veehouderij. Een geitenhouderij valt onder de categorie grondgebonden agrarisch bedrijf. Dat betekent dat er op de meeste agrarische percelen in onze gemeente (met een bouwvlek, dus op een bestaand bedrijf) een geitenhouderij mag worden gevestigd.
Concreet betekent dit dat als er alleen naar de huidige bestemmingsplannen wordt gekeken, er geen ruimtelijke belemmering is voor bestaande bedrijven om de bedrijfsvoering om te zetten naar een geitenhouderij (mits het nu grondgebonden agrarische bedrijven zijn). Voorbereidingsbesluiten geitenstop Omdat bestaande agrarische bedrijven in onze gemeente vanuit het bestemmingsplan makkelijk (zonder specifieke vergunning voor het gebruik) kunnen worden omgezet naar een geitenhouderij, is er een zogenaamde geitenstop ingesteld. Dat is gedaan door het nemen van een voorbereidingsbesluit. Een voorbereidingsbesluit bevriest als het ware het onderliggende bestemmingsplan op onderdelen. In dit geval wordt alleen de nieuwvestiging of uitbreiding van geiten bevroren. Dat betekent dat de agrarische bedrijven gewoon kunnen uitbreiden conform deze bestemmingsplan mits dit maar niet op geiten ziet. Dus de omzetting naar een geitenhouderij (of uitbreiding van een bestaande geitenhouderij) is door dit voorbereidingsbesluit niet meer mogelijk. Met dit besluit is de mogelijke groei van geitenhouderijen in aantal en omvang voorkomen. Dit besluit is genomen om te voorkomen dat er veel meer geitenhouderijen in de gemeente worden gevestigd.
Vanwege de mogelijke negatieve gevolgen op de gezondheid van de omwonenden is er voor gekozen geen risico te nemen en eerst de VGO-onderzoeken af te wachten voordat er eventueel nieuwe geitenhouderijen worden toegestaan. Dit voorbereidingsbesluit dateert van 3 juni 2021. Een voorbereidingsbesluit is op basis van de wet maximaal 1 jaar geldig en vervalt daarna automatisch. Op 9 mei 2022 is het tweede voorbereidingsbesluit geitenstop genomen. Met dat besluit blijft de situatie voor wat betreft geiten bevroren binnen de gehele gemeente. Dit besluit is op 31 mei 2022 in werking getreden wat betekent dat het tweede (huidige) voorbereidingsbesluit 31 mei 2023 automatisch vervalt als er niets wordt gedaan. Het is juridisch niet mogelijk om onbeperkt voorbereidingsbesluiten te nemen voor hetzelfde onderwerp. Twee keer is nog wel mogelijk maar veel vaker niet. Een voorbereidingsbesluit is namelijk bedoeld als een “voorbereiding op”. Bijvoorbeeld de voorbereiding op een nieuw bestemmingsplan. De geitenstop zoals deze er nu ligt, wordt meegenomen in de in procedure zijnde bestemmingsplannen Buitengebied (Veegplan Buitengebied en Buitengebied II). Indien deze bestemmingsplannen op de voorgestelde wijze worden vastgesteld, dan is de geitenstop definitief vastgelegd. Hierbij is dan wel
een mogelijkheid om af te wijken van de geitenstop indien aangetoond is dat er geen negatief effect op de gezondheid aan de orde is (bijvoorbeeld in de situatie dat uit de VGO-3 onderzoeken blijkt dat er geen 2 kilometer moet worden aangehouden maar 500 meter vanaf een geitenhouderij). Milieuspoor Naast het ruimtelijke spoor waar het bestemmingsplan van belang is, is er ook nog een milieuspoor. In de milieuwetgeving staan regels omschreven waar een agrarisch bedrijf aan moet voldoen. Dus ook een geitenhouderij. Dat zijn bijvoorbeeld regels over de uitstoot van geur, geluid, fijnstof en stikstof. Deze milieuregels zijn landelijke regels (in tegenstelling tot de bestemmingsplanregels). Met name de afstanden van het bedrijf tot aan gevoelige objecten zoals woningen is hier van belang. Voor geitenhouderijen geldt dat er doorgaans een m.e.r.-beoordelingsbesluit (milieu effectrapportage) genomen moet worden. In deze m.e.r.-beoordeling moet worden onderbouwd wat de milieueffecten zijn van de geitenhouderij en in hoeverre er aan de milieuregels wordt voldaan. Als er aan de milieuregels wordt voldaan en er geen ernstige nadelige gevolgen voor het milieu aan de orde zijn, dan kan het m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen worden. Dat is de basis om de geitenhouderij in het milieuspoor toe te staan.
Binnen deze milieuregels is op dit moment geen harde richtlijn voor gezondheid omwonenden nabij geitenhouderijen aanwezig (waar de VGO-onderzoeken over gaan). De wetgever heeft er niet voor gekozen de milieuregels strenger te maken (door bijvoorbeeld de 2 kilometer grens op te nemen). Dat betekent dat wij als gemeente de mogelijke effecten op de gezondheid van omwonenden van een geitenhouderij niet (makkelijk) als weigering voor een milieutoestemming kunnen gebruiken. Dit is alleen anders als de situatie heel specifiek is dat het voorzorgsbeginsel ingeroepen kan worden. Dat is een beginsel vanuit Europese richtlijnen. Dit is echter niet snel aan de orde als er wordt gekeken naar de rechterlijke uitspraken in Nederland. Als gemeenten toch vanuit voorzorg willen voorkomen dat er een geitenhouderij komt (totdat zeker is dat er geen nadelig gezondheidseffect is), dan zal hiervoor het ruimtelijke spoor moeten worden gebruikt. Op basis daarvan is er meer ruimte voor het maken van de afweging om geen geitenhouderijen toe te staan, bijvoorbeeld door middel van een voorbereidingsbesluit. Dat is in onze gemeente dan ook gedaan. Vier lopende aanvragen Ten tijde van het nemen van het eerste voorbereidingsbesluit in onze gemeente (3 juni 2021) waren er vier lopende aanvragen voor een vergunning voor de omzetting van de bedrijfsvoering naar een geitenhouderij.
Door het voorbereidingsbesluit bevriest het bestemmingsplan. Echter dat ziet alleen op de gevallen die na dit voorbereidingsbesluit aan de orde zijn. Anders gezegd, de aanvragen die voor het voorbereidingsbesluit al ingediend waren, worden niet “geraakt” door het voorbereidingsbesluit. Deze aanvragen moeten nog aan het onderliggende bestemmingsplan worden getoetst. Deze vier aanvragen waren voor geitenhouderijen in Raerd, Oosthem, Kubaard en Scharnegoutum. Voor deze aanvragen geldt dat het milieuspoor doorlopen werd en dat heeft erin geresulteerd dat de vergunningen voor de locaties is Raerd, Oosthem en Kubaard ook verleend zijn. Voor de locatie in Scharnegoutum (Blankendalwei 3) geldt dat het bestemmingsplan eerst nog aangepast moest worden wegens een abusievelijk fout in het oude bestemmingsplan. Die procedure loopt nu nog. Het milieuspoor voor deze locatie is al wel positief doorlopen voor deze beoogde geitenhouderij.
Geitenhouderij in Raerd De geitenhouderij in Raerd heeft een vergunning voor een geitenhouderij van 1975 geiten (dat was een lopende aanvraag destijds). Recent heeft deze ondernemer een nieuwe aanvraag ingediend waarin hij de geitenhouderij wil gaan uitbreiden naar 2650 geiten. Dit is geen lopende aanvraag meer nu deze aanvraag is ingediend nadat het (tweede) voorbereidingsbesluit in werking is getreden. Voor deze aanvraag geldt dat het milieuspoor al positief doorlopen is, maar het ruimtelijke spoor nog niet. Het onderliggende raadsvoorstel ziet op dit ruimtelijke spoor. Gelet op de gemeentelijke geitenstop wordt voorgesteld om geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de gevraagde uitbreiding van de geitenhouderij.