Bijlage 8 Reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Hemelum De Soal 4 - geannonimiseerd
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen ex artikel 3.8 Wro Ontwerpbestemmingsplan ‘Hemelum, de Soal 4’
vastgesteld door B&W d.d.: 26 februari 2019 naam bestemmingsplan: Hemelum De Soal 4 planidentificatienummer: NL.IMRO.1900.2018BPDeSoal4-ontw
INHOUDSOPGAVE
blz
1.
3
1.1 1.2 1.3 2.
INLEIDING Inhoud bestemmingsplan Procedure Zienswijzen en beantwoording ZIENSWIJZEN
3 3 3 4
Pagina 2 van 17
Hoofdstuk 1 1.1 Inhoud bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Hemelum, de Soal 4’ is opgesteld ten behoeve van de voorgenomen uitbreiding van het kernfokbedrijf ‘De Hemelumer Hoeve’. Op het perceel De Soal 4 is sinds de jaren ’80 het kernfokbedrijf ‘De Hemelumer Hoeve’ gevestigd. Dit bestemmingsplan maakt de gewenste bedrijfsontwikkeling van het bedrijf mogelijk, op deze wijze kan het bedrijf voldoen aan de voorwaarden van het Besluit huisvesting. De voorgenomen uitbreiding bestaat uit de uitbreiding van het bedrijf met twee nieuwe stallen en het uitoefenen van activiteiten op het gebied van mestverwerking en voerbereiding. Rondom het gehele perceel wordt een beplantingsstrook aangelegd om de uitbreiding landschappelijk in te passen. 1.2 Procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan lag van 30 november 2018 tot en met 10 januari 2019 ter inzage. Dit is bekendgemaakt in de Staatscourant, het Gemeenteblad en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen deze termijn kon iedereen zijn of haar zienswijze over het ontwerp bij de gemeenteraad indienen. 1.3 Zienswijzen en beantwoording Binnen de bovengenoemde periode zijn 180 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend (ontvankelijk). Er zijn 27 pro forma zienswijzen ingediend die deels buiten de termijn zijn aangevuld.
Degenen die een pro forma zienswijze hebben ingediend hebben twee weken extra tijd gekregen om de zienswijze aan te vullen. De ingediende zienswijzen worden in hoofdstuk 2 van deze nota samengevat. De zienswijzen zijn in hun geheel beoordeeld. Bij de beoordeling is zoveel mogelijk rekening gehouden met de volledige inhoud van de ingezonden zienswijzen.
Pagina 3 van 17
Hoofdstuk 2 Zienswijzen Het ontwerp van het bestemmingsplan Hemelum, De Soal 4 heeft conform het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen de ter inzage termijn zijn 180 zienswijzen ontvangen. Onderstaande zienswijze zijn ingediend in het kader van de procedure van het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân, dat op 5 oktober 2017 is vastgesteld. De voorgenomen uitbreiding was in dit bestemmingsplan opgenomen. De indieners van de zienswijzen zijn:
Nr 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38
Woonplaats Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Bakhuizen Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Tynaarlo Broek in Waterland Hemelum Hemelum Hemelum, Gaast Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum Hemelum
Pagina 4 van 17
Samenvatting zienswijzen Indiener 1 Inhoud zienswijze Verzocht wordt om niet mee te werken aan de uitbreiding van het varkenshouderijbedrijf op het perceel De Soal 4 te Hemelum, omdat: a. De leefbaarheid van de woonomgeving wordt aangetast en het landelijk uitzicht neemt af en gezondheidsrisico’s voor de direct omwonenden en met name de basisschool; Reactie gemeente: Naast de uitbreiding van het bedrijf wordt het bedrijf ook gemoderniseerd en kan daarmee aan het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij voldoen. Het bedrijf moet aan alle milieueisen voldoen die in het kader van zowel nationale als Europese regels voor veehouderijbedrijven van toepassing zijn. Op 10 mei 2017 is voor het bedrijf een Natuurbeschermingswetvergunning afgegeven. De varkenshouderij wordt in de nieuwe situatie uitgerust met biologische combi-luchtwassers die de uitstoot van ammoniak met 50% ten opzichte van de vergunde situatie verminderen. De geuruitstoot van het bedrijf moet voldoen aan de norm die op grond van de Wet geurhinder en veehouderij en voor het criterium van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, geldt. b. Milieurisico’s en megastallen zijn gevaarlijk voor uitbraken van dierziektes. Reactie gemeente: Het aspect volksgezondheid wordt primair geregeld via andere wetgeving zoals de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
In een omgevingsvergunning kunnen milieuvoorschriften worden opgenomen om de volksgezondheid van de directe omgeving te kunnen waarborgen. Ook de bestrijding van besmettelijke dierenziektes zijn primair geregeld in andere wetgeving dan de Wet ruimtelijke ordening. c. Greenwashing is onzin, mest blijft mest! Reactie gemeente: Het bedrijf wordt niet uitgerust met een vergistingsinstallatie. De mest die op het bedrijf vrijkomt wordt bewerkt door dit te scheiden in een natte en droge fractie en vervolgens afgevoerd. d. Geen agrarisch bedrijf maar een ‘varkensfokkerij’. Reactie gemeente: Een varkensfokkerij is een agrarisch bedrijf. Een agrarisch bedrijf is een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 2, 25 Inhoud zienswijze Verzocht wordt om geen medewerking te verlenen aan de uitbreiding van het niet-grondgebonden veehouderijbedrijf op het perceel De Soal 4 te Hemelum door geen groter bouwvlak op de verbeelding op te nemen.
De leefbaarheid van de woonomgeving wordt aangetast en het landelijk uitzicht neemt af en gezondheidsrisico’s voor de direct omwonenden en met name de basisschool; Reactie gemeente: Naast de uitbreiding van het bedrijf wordt het bedrijf ook gemoderniseerd en kan daarmee aan het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij voldoen. Het bedrijf moet aan alle milieueisen voldoen die in het kader van zowel nationale als Europese regels voor veehouderijbedrijven van toepassing zijn. Op 10 mei 2017 is voor het bedrijf een Natuurbeschermingswetvergunning afgegeven. De varkenshouderij wordt in de nieuwe situatie uitgerust met biologische combi-luchtwassers die de uitstoot van ammoniak met 50% ten opzichte van de vergunde situatie verminderen. De geuruitstoot van het bedrijf moet voldoen aan de norm die op grond van de Wet geurhinder en veehouderij en voor het
Pagina 5 van 17
criterium van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, geldt. b. Milieurisico’s en megastallen zijn gevaarlijk voor uitbraken van dierziektes, in de zienswijze wordt het RIVM-onderzoek aangehaald dat voor de specifieke situatie in Noordoost Brabant is uitgevoerd. Reactie gemeente: Het aspect volksgezondheid wordt primair geregeld via andere wetgeving zoals de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. In een omgevingsvergunning kunnen milieuvoorschriften worden opgenomen om de volksgezondheid van de directe omgeving te kunnen waarborgen. Ook de bestrijding van besmettelijke dierenziektes zijn primair geregeld in andere wetgeving dan de ruimtelijke ordening. Het aangehaalde RIVM-onderzoek is niet representatief voor heel Nederland maar is specifiek gericht op de situatie in Noordoost Brabant. c. Aangegeven wordt dat de vestiging van de uitbreiding van intensieve veehouderijbedrijven ten koste gaat van het toerisme in onze gemeente. Reactie gemeente: Het is niet aangetoond dat de voorgenomen uitbreiding gevolgen kan hebben voor de toeristische sector. Dit betreft geen ruimtelijk motief. Het bestemmingsplan schept alleen het ruimtelijk kader. d. Het aantal transportbewegingen zal door de uitbreiding toenemen. Reactie gemeente: Door de uitbreiding is de kans aanwezig dat het aantal verkeersbewegingen toe zal nemen.
Uit de toelichting van het bestemmingsplan die ten behoeve van de uitbreiding is aangeleverd is aangetoond dat dit niet tot overlast zal leiden. Door het scheiden van de mest in een natte – en een droge fractie wordt het volume aan mest verkleind en zijn er minder verkeersbewegingen nodig om de mest af te voeren. De vrachtauto’s rijden niet meer door het dorp gezien de komst van de nieuwe rondweg om Hemelum. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast.
Indiener 3, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 13, 14, 15, 16, 19, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 33, 35, 38 Inhoud zienswijze Er wordt bezwaar gemaakt tegen de uitbreiding van de zeugenstal op het perceel De Soal 4 in Hemelum. Er is bij westenwind veel last van stank en uitstoot van fijnstof en ammoniak. Verwezen wordt naar een onderzoek van RIVM. Dit onderzoek is gericht op de gezondheidsaspecten van omwonenden bij intensieve veehouderijen. Reactie gemeente: Het onderzoek van het RIVM is specifiek opgesteld voor Noordoost Brabant en is daarom niet representatief voor geheel Nederland. Dit neemt niet weg dat de geur, uitstoot van fijnstof en ammoniak veel hinder kunnen veroorzaken. Het bestemmingsplan schept echter alleen het ruimtelijk kader en regelt niet genoemde mogelijke overlastklachten. Dit wordt geregeld in de milieuwetgeving of andere specifieke wetgeving waar het bedrijf aan moet voldoen, zoals de Wet geurhinder en veehouderij. b De uitbreiding van de varkenshouderij heeft bijna een verdubbeling in de bedrijfsomvang tot gevolg. Reactie gemeente: De voormalige gemeente Nijefurd heeft in 2010 in principe besloten mee te werken aan de voorgenomen uitbreiding van het bedrijf. Het bouwvlak van het bedrijf wordt in westelijke richting uitgebreid. Dit is nu in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen.
Het aantal dieren dat gehouden kan worden wordt geregeld in de milieuwetgeving en andere specifieke wetgeving waar het bedrijf aan moet voldoen.
Pagina 6 van 17
c De intensieve en grootschalige veehouderij is op korte afstand van de dorpsschool gevestigd. Kinderen spelen buiten in de lucht van de varkenshouderij. Hetzelfde geldt voor de buitenplaats van de crèche. Reactie gemeente: Zoals onder a en b is aangegeven moet het bedrijf aan vereiste wettelijke normen voldoen, zoals de geurnorm welke is geregeld in de Wet geurhinder en veehouderij. In de nieuwe situatie worden een aantal bio-luchtwassers geplaatst waardoor de geuroverlast zal afnemen. Ook de uitstoot van fijnstof zal daardoor afnemen. Naast de geurnormen zijn in de specifieke wetgeving ook minimale afstanden opgenomen waaraan voldaan moet worden. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 10 Inhoud zienswijze Er wordt bezwaar gemaakt tegen de uitbreiding van het varkensfokbedrijf op het perceel De Soal 4. Door de toename van het aantal dieren op dit bedrijf, zal de overlast van ongedierte toenemen, waardoor de koeien niet meer kunnen weiden. De voorgenomen uitbreiding geeft een waardedaling van het agrarisch bedrijf van de maatschap. Rondom de voorgenomen uitbreiding van het bedrijf op het perceel De Soal 4 moet een voor de landschappelijke inpassing een boomsingel worden aangeplant.
Als de boomsingel te dicht op de kant wordt ingeplant is er geen ruimte voor onderhoud van de sloot en heeft de boomsingel een negatief effect op de omliggende graslanden. Reactie gemeente: De uitbreiding van het varkensfokbedrijf op het perceel De Soal 4 mag niet tot gevolg hebben dat er overlast ontstaat door ongedierte. Het bedrijf moet aan alle relevante regelgeving voldoen. Overigens wordt dit niet geregeld in het bestemmingsplan. Als men van mening bent dat de waarde van uw perceel minder wordt, kunt u een verzoek om planschade indienen. Bij de aanleg van de boomsingel moet rekening worden gehouden met het schoonhouden van de sloot en het onderhouden van boomsingel. In het bestemmingsplan wordt aangegeven dat een boomsingel moet worden aangeplant. Het onderhoud wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Het bestemmingsplan schept uitsluitend het ruimtelijk kader. Het onderhoud kan privaatrechtelijk worden geregeld. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 12 Inhoud zienswijze Verzocht wordt om geen medewerking te verlenen aan de uitbreiding van het varkenshouderijbedrijf. De uitbreiding van het bedrijf gaat ten koste van het woongenot en de volksgezondheid van de inwoners van Hemelum. Verwezen wordt naar de mogelijkheid van een provincie om intensieve veehouderijen te laten krimpen.
Reactie gemeente: Met het opnemen van de uitbreiding van het varkenshouderijbedrijf wordt uitvoering gegeven van het principebesluit van de voormalige gemeente Nijefurd. Aan de uitbreiding liggen de vereiste onderzoeken ten grondslag. Het bedrijf moet aan alle relevante wetgeving voldoen. Het bestemmingsplan schept uitsluitend het ruimtelijk kader. De milieuaspecten worden geregeld in de milieuwetgeving en andere specifieke wetgeving. Zo wordt het voorkomen van geuroverlast geregeld in de Wet geurhinder en veehouderij. De provincie Brabant heeft een regeling opgenomen om de groei van de niet-grondgebonden bedrijven te beperken. Dit is echter een specifieke regeling voor Noordoost Brabant en niet van toepassing voor de rest van Nederland. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast.
Pagina 7 van 17
Indiener 17: Inhoud zienswijze: Bezwaar tegen de uitbreiding van de zeugenstal op het perceel De Soal 4 te Hemelum in strijd met het bestemmingsplan. Reactie gemeente: In de zienswijze worden geen argumenten genoemd, maar is men tegen de voorgenomen uitbreiding. In het bestemmingsplan is op de verbeelding een bouwvlak opgenomen waarbinnen de beoogde uitbreiding kan plaatsvinden. Het bestemmingsplan schept het ruimtelijk kader waaraan voldaan moet worden. Daarnaast moet het bedrijf aan alle relevante en meer specifieke milieuwetgeving voldoen. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 18: Inhoud zienswijze: Bezwaar tegen de uitbreiding van de zeugenstal op het perceel De Soal 4 te Hemelum. De uitbreiding van bio-industrie in de directe woonomgeving is een gevaar voor de volksgezondheid. Een dergelijk bedrijf hoort niet thuis op het platteland maar op een industrieterrein. Reatie gemeente: De reactie is gericht tegen de bio-industrie in het algemeen en bevat geen inhoudelijke argumenten. Het bestemmingsplan schept het ruimtelijk kader voor de voorgenomen uitbreiding. De uitbreiding is in het bestemmingsplan opgenomen door een bouwvlak op de verbeelding. Het aspect gezondheid wordt in specifieke wet en regelgeving geregeld en niet in een bestemmingsplan.
Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 20: Inhoud zienswijze: Gevraagd wordt om geen medewerking te verlenen aan de uitbreiding van de zeugenstal op het perceel De Soal 4 te Hemelum. Tevens wordt aangegeven de uitbreiding MER plichtig is. Reactie gemeente: De reactie is gericht tegen de uitbreiding van het niet-grondgebonden bedrijf en bevat geen inhoudelijke argumenten. Het bestemmingsplan schept het ruimtelijk kader voor de voorgenomen uitbreiding. De uitbreiding is in het bestemmingsplan opgenomen door bouwvlak op de verbeelding. Ten behoeve van de uitbreiding is onderzocht of het bedrijf MER-plichtig is of dat een mer-beoordeling moet worden opgesteld. Voor de uitbreiding van het niet-grondgebonden bedrijf is een vormvrije mer-beoordeling uitgevoerd. De voorgenomen uitbreiding van het bedrijf is niet mer-plichtig. De toename van het aantal dieren blijft onder de norm. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 21, 22: Inhoud zienswijze: Aangegeven wordt dat het bestemmingsplan in strijd is met Europese richtlijnen omdat uitbreidingen van stikstofdepositie alleen mogen plaatsvinden als de natuur die verloren gaat wordt gecompenseerd.
Vervolgens wordt ingegaan op de gevolgen van uitbreidingen van niet-grondgebonden bedrijven die in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. In het bestemmingsplan is onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de volksgezondheid die dergelijke uitbreidingen kunnen veroorzaken. Reactie gemeente: Voor het bestemmingsplan is een getoetst of een MER moest worden uitgevoerd. Voor de uitbreiding van het niet-grondgebonden bedrijf is een vormvrije mer-beoordeling uitgevoerd.
Pagina 8 van 17
De voorgenomen uitbreiding van het bedrijf is niet mer-plichtig. De toename van het aantal dieren blijft onder de norm. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke bepaling opgenomen om te voorkomen dat de stikstofdepositie toeneemt door een uitbreiding van een veehouderijbedrijf, dit geldt zowel voor niet-grondgebonden als voor grondgebonden bedrijven. Dierziektes en dergelijke worden niet in een bestemmingsplan geregeld. Daarvoor geldt andere wetgeving. Het onderzoek van RIVM, waarnaar wordt verwezen, is puur gericht op de situatie in Noordoost-Brabant en daarom niet representatief voor de rest van Nederland of meer specifiek Súdwest-Fryslân. Voor de uitstoot van geur is de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing. In deze wet is bepaald hoeveel geurunits per m³lucht mag worden uitgestoten. Dit kunnen wij niet in het bestemmingsplan regelen. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 23: Inhoud zienswijze: a. Een varkensfokbedrijf op het perceel de Soal 4 is niet–grondgebonden en hoort niet in het landelijk gebied maar op een industrieterrein. Reactie gemeente: Een varkensfokbedrijf is inderdaad een niet-grondgebondenveehouderijbedrijf. Een dergelijk bedrijf heeft op de verbeelding een specifieke aanduiding gekregen.
Een veehouderijbedrijf in het algemeen, dus wel- of niet-grondgebonden, past niet op een industriebedrijf. Als een dergelijk bedrijf op een industrieterrein gevestigd zou zijn, ontstaan er beperkingen voor de omliggende bedrijven. Een veehouderijbedrijf is gebonden aan het landelijk gebied. b. De uitbreiding van het bedrijf heeft uitsluitend een economisch belang van de ondernemer. Reactie gemeente: Een bestemmingsplan schept het ruimtelijk kader om bedrijven te vestigen en te exploiteren. Het is niet aan de gemeente om aan de bedrijfsvoering van een bedrijf regels op te nemen in een bestemmingsplan. Een gemeente moet een aanvraag beoordelen zoals deze is ingediend. c. Het bedrijf op het perceel De Soal 4 is ecologisch, en milieu – en klimaat technisch onverantwoord. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan schept een ruimtelijk kader waarbinnen bedrijven zich kunnen vestigen. Een bedrijf moet aan het ruimtelijk kader van het bestemmingsplan en aan alle relevante milieuwetgeving en andere aanvullende wetgeving voldoen. d. Het bedrijf op het perceel De Soal 4 geeft aan dat de uitbreiding van het bedrijf gericht is op dierenwelzijn, maar in feite is gericht op het houden van meer varkens. Reactie gemeente: Het aantal dieren op het bedrijf zal toenemen. Het bedrijf moet daarnaast aan alle relevante milieuwetgeving en andere aanvullende wetgeving voldoen. e.
De voorgenomen uitbreiding gaat ten koste van de volksgezondheid. Er wordt verwezen naar een krantenartikel. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan schept een ruimtelijk kader waarbinnen bedrijven zich kunnen vestigen. Een bedrijf moet daarnaast aan alle relevante milieuwetgeving en andere aanvullende wetgeving voldoen. De zienswijze is niet gemotiveerd met relevante onderzoeken specifiek voor dit perceel. Het krantenartikel is ook niet specifiek voor deze locatie. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast.
Pagina 9 van 17
Indiener 24: Inhoud zienswijze: Er wordt verwezen naar een aanvraag omgevingsvergunning voor de voorgenomen uitbreiding die bekend is gemaakt. Het bedrijf veroorzaakt nu al veel overlast. Met een uitbreiding van het bedrijf zal de overlast alleen maar toenemen. Gelet op de korte afstand tot het dorp (school en woningen). Reactie gemeente: Hoewel de zienswijze is gericht tegen de bekendmaking van de aanvraag omgevingsvergunning, kan deze ook worden gezien als een zienswijze tegen het bestemmingsplan waar de voorgenomen uitbreiding planologisch wordt geregeld. Het bestemmingsplan schept het ruimtelijk kader om de beoogde uitbreiding te realiseren. De mogelijke overlast wordt geregeld in de milieuwetgeving. Het bedrijf moet voldoen aan de regels die in deze wet en andere relevante wetgeving worden geregeld. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 31, 34 inhoud zienswijze a Aangegeven wordt dat de uitbreiding van zeugenstal op het perceel De Soal 4 in Hemelum in strijd is met het provinciale beleid geformuleerd in haar beleidsbrief ‘Naar een duurzame landbouw in Fryslân’. Reactie gemeente: De beleidsbrief ‘Naar een duurzame landbouw in Fryslân’ is met name gericht op grondgebonden landbouw. In de beleidsbrief zijn geen regels opgenomen waarmee een bedrijf of een ontwikkeling in strijd kan zijn.
In de beleidsbrief wordt de koers van de provincie voor de komende jaren voorgesteld. Deze zal vervolgens een plaats moeten krijgen in andere beleidsdocumenten van de provincie. b In 2006 is er vanuit Hemelum protest geweest tegen de uitbreiding van de varkenshouderij. Dit beroep is ongegrond verklaard. Aangegeven werd dat er niet gevreesd hoefde te worden voor onaanvaardbare stankhinder. Er is echter wel sprake van onaanvaardbare stankhinder. Reactie gemeente: Tot 1 oktober 2010 was in artikel 8.10 van de Wet milieubeheer geregeld dat een vergunning slechts in het belang van het milieu kon worden geweigerd. Dit artikel is komen te vervallen en is nu in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgenomen. Daarnaast is de aanvraag destijds getoetst aan de Richtlijn veehouderij en stankhinder. Als een bedrijf daaraan kan voldoen moet een vergunning worden verleend, ondanks dat er toch stankhinder wordt ervaren. Het bestemmingsplan schept echter alleen het ruimtelijk kader en regelt niet genoemde mogelijke overlastklachten. Dit wordt geregeld in de milieuwetgeving of andere specifieke wetgeving waar het bedrijf aan moet voldoen, zoals de Wet geurhinder en veehouderij. c Gewezen wordt op de vele berichten in de media over de gezondheidsrisico’s van de intensieve veehouderij. Hierbij wordt geciteerd uit het programma De Monitor.
Reactie gemeente: Het bestemmingsplan schept echter alleen het ruimtelijk kader en regelt niet genoemde mogelijke overlastklachten. Dit wordt geregeld in de milieuwetgeving of andere specifieke wetgeving waar het bedrijf aan moet voldoen, zoals de Wet geurhinder en veehouderij. Gezondheidsaspecten zoals volksgezondheid worden in andere wetten geregeld en is geen bevoegdheid van de gemeente. d Uit het recente rapport Veehouderij en gezondheid omwonenden van het RIVM blijkt dat wonen in de omgeving van veestallen de longfunctie kan aantasten en er een verhoogd risico is op longontstekingen. Ook is er angst voor de uitbraak van dierziekten waar ook mensen ziek van kunnen worden. Reactie gemeente: Het aspect volksgezondheid wordt primair geregeld via andere wetgeving zoals de
Pagina 10 van 17
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. In een omgevingsvergunning kunnen milieuvoorschriften worden opgenomen om de volksgezondheid van de directe omgeving te kunnen waarborgen. Ook de bestrijding van besmettelijke dierenziektes zijn primair geregeld in andere wetgeving dan de ruimtelijke ordening. Het aangehaalde RIVM-onderzoek is niet representatief voor heel Nederland maar is specifiek gericht op de situatie in Noordoost Brabant Aangegeven wordt dat de gedeputeerde Kramer aangeeft dat de provincie Fryslân vooral rekening hield met een verband tussen gezondheidsklachten en het houden van varkens en pluimvee. Om die reden worden nieuwe intensieve varkens-en kippenstallen niet meer toegestaan in Fryslân. Het is onbegrijpelijk dat dit bestaande bedrijf mag uitgroeien tot megaschaal. Reactie gemeente: Zowel het provinciaal – als het gemeentelijk beleid staat geen nieuwe vestigingen van nietgrondgebonden veehouderij toe. In dit bestemmingsplan wordt de mogelijkheid om een nieuw niet-grondgebonden veehouderijbedrijf te starten op een agrarisch perceel uitgesloten. Een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf kan zich uitsluiten vestigen op een agrarisch perceel met de specifieke aanduiding ‘IV’. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast.
Indiener 36 Inhoud zienswijze: Indiener heeft bezwaren tegen de uitbreiding van de Hemelumer Hoeve op het perceel De Soal 4 in Hemelum. De volgende punten worden aangedragen: Overlast stank; waardevermindering woning, uitbreiding gaat gepaard met hoogte van 14 meter (niet passend in kleinschalig gebied) geen onderzoek uitgevoerd naar vervuiling oppervlaktewater en grondwater een varkensflat past niet binnen een duurzame agrarische sector. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan schept echter alleen het ruimtelijk kader en regelt niet genoemde mogelijke overlastklachten. Dit wordt geregeld in de milieuwetgeving of andere specifieke wetgeving waar het bedrijf aan moet voldoen, zoals de Wet geurhinder en veehouderij. Bij het bepalen van de goot- en bouwhoogte is rekening gehouden met de schaalvergroting die in de landbouw heeft plaatsgevonden. Dit heeft ook tot gevolg dat de bedrijfsgebouwen hoger moeten worden. Ook in het kader van voldoende ventilatie van de stallen zijn hogere gebouwen nodig. In kader van de uitbreiding moet een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend. Aan een dergelijke aanvraag moet een goede ruimtelijke onderbouwing worden ingediend. In deze ruimtelijke onderbouwing moeten alle omgevingsaspecten worden onderzocht en beschreven. In de waterparagraaf van de ruimtelijke onderbouwing worden de wateraspecten beschreven. Ook is een watervergunning vereist.
Voor zowel de wateraspecten en watervergunning moet overleg met het Wetterskip Fryslân worden gevoerd. Het bestemmingsplan maakt geen varkensflat mogelijk. Zowel het provinciaal beleid (Verordening Romte 2014) als het gemeentelijk beleid (Uitgangspuntennotitie Buitengebied) staan geen meerdere bouwlagen in veestallen toe, met uitzondering van een zolder. Eventuele waardevermindering van de woning op het perceel wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. In de Wet ruimtelijke ordening is een artikel opgenomen dat de basis biedt om tot maximaal 5 jaar na het inwerking treden van een bestemmingsplan een verzoek om planschade in te dienen bij het bevoegd gezag. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet aangepast. Indiener 37 Inhoud zienswijze:
Pagina 11 van 17
a. Verzocht wordt om de uitbreiding van het bedrijf op het perceel De Soal 4 niet op te nemen. Reactie gemeente: In januari 2010 is een aanvraag ingediend voor de beoogde uitbreiding. In april 2010 heeft de voormalige gemeente Nijefurd in principe ingestemd met de uitbreiding mits er sprake was van een goede landschappelijke inpassing. De voorbereidingen en onderzoeken zijn toen gestart. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een Nije Pleatssessie georganiseerd. In eerste instantie zou een partiële herziening van het bestemmingsplan worden opgesteld voor deze ontwikkeling op het perceel. De provincie heeft in november 2013 voor de voorgenomen uitbreiding een uitzondering gemaakt en zich bereid verklaard om in afwijking van de Verordening Romte de uitbreiding toe te staan. De gemeenteraad van SWF heeft in maart 2014 ingestemd met het verzoek om de coördinatieregeling toe te passen. Dit houdt in dat een ontwerpbestemmingsplan en een aanvraag omgevingsvergunning gelijktijdig ter inzage worden gelegd. Inmiddels was het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân ook in voorbereiding. Dit bestemmingsplan is een actualisatie van het geldend beleid. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen meegenomen, tenzij hiervoor een concrete aanvraag is ingediend, waarvan de uitvoerbaarheid door middel van relevante en recente onderzoeken is aangetoond.
Zoals aangegeven waren de voorbereidingen van de voorgenomen uitbreiding van het bedrijf al gestart en zijn veel onderzoeken uitgevoerd. Er is een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend inclusief ruimtelijke onderbouwing. Uit jurisprudentie blijkt dat een aanvraag omgevingsvergunning die voorzien is van een ruimtelijke onderbouwing moet worden meegenomen in een actualisatie van het geldende bestemmingsplan. b. Toename geurhinder Reactie gemeente: Het bestemmingsplan schept uitsluitend het ruimtelijk kader. De milieuaspecten worden geregeld in de milieuwetgeving en andere specifieke wetgeving. Zo wordt het voorkomen van geuroverlast geregeld in de Wet geurhinder en veehouderij. Het bedrijf moet aan de in deze wet gestelde voorwaarden voldoen. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet gewijzigd. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Hemelum, de Soal 4’ in het kader van de coördinatieregeling
1.2 Procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan lag van 30 november 2018 tot en met 10 januari 2019 ter inzage. Dit is bekendgemaakt in de Staatscourant, het Gemeenteblad en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen deze termijn kon iedereen zijn of haar zienswijze over het ontwerp bij de gemeenteraad indienen. 1.3 Zienswijzen en beantwoording Binnen de bovengenoemde periode zijn 180 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend (ontvankelijk). Er zijn 27 pro forma zienswijzen ingediend die deels buiten de termijn zijn aangevuld. Degenen die een pro forma zienswijze hebben ingediend hebben twee weken extra tijd gekregen om de zienswijze aan te vullen. De ingediende zienswijzen zijn samengevat en gerubriceerd. De zienswijzen zijn in hun geheel beoordeeld. Bij de beoordeling is zoveel mogelijk rekening gehouden met de volledige inhoud van de ingezonden zienswijzen. Er is gebruik gemaakt van
Pagina 12 van 17
standaardbrieven die (soms) door meerdere mensen zijn ondertekend. Iedereen krijgt de reactie van de gemeente op de zienswijze. 2.1. Megastal 2.1.1 Zienswijzen Er is sprake van een megastal volgens de definitie van de overheid; Woningen in de buurt van megastal minder verkoopbaar; Megastallen hebben over 10 à 15 jaar geen bestaansrecht meer; Megastallen zijn met de uitstoot van fijn stof en geuroverlast een gezondheidsrisico. Een megastal is een industriële activiteit en hoort op een industrieterrein en niet in het landelijk gebied; Reactie: Er is geen sprake van een megastal zoals wordt gesteld. Universiteit Wageningen heeft normen gesteld wanneer sprake is van een megastal. Per diercategorie moet dan aan de norm worden voldaan om te zeggen dat er sprake is van een megastal. Er ontstaat geen megastal door het totale aantal varkens, van verschillende categorieën, bij elkaar op te tellen. De woningen liggen op redelijke afstand van het bedrijf. In de Wet ruimtelijke ordening is een artikel opgenomen op basis waarvan men een verzoek om planschade kan indienen indien de eigenaar van een perceel van mening is dat de waarde van zijn perceel als gevolg van een ruimtelijke ingreep is gedaald. Op dit moment is niet te voorzien hoe lang de ‘haalbaarheid’ van een veestal is. Door voortdurende wijzigingen in regelgeving moet huisvesting van dieren worden aangepast.
Zo wordt het Besluit emissiearme huisvesting iedere 5 jaar herzien en indien nodig worden strengere eisen gesteld om de uitstoot van schadelijke stoffen of geuroverlast te beperken. Een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf is geen industriële activiteit, maar een agrarische activiteit die passend is in het buitengebied van een gemeente en is niet passend op een bedrijventerrein. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet gewijzigd.
2.2. Gezondheid: 2.2.1 Zienswijze - De uitbreiding is een gevaar voor de volksgezondheid door uitstoot van emissies; - Ondanks de milieuregelgeving en andere criteria heeft de uitbreiding negatieve effecten op de volksgezondheid; Reactie: Het aspect volksgezondheid wordt primair geregeld via andere wetgeving zoals de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. In een omgevingsvergunning kunnen milieuvoorschriften worden opgenomen om de volksgezondheid van de directe omgeving te kunnen waarborgen. Ook de bestrijding van besmettelijke dierenziektes is primair geregeld in andere wetgeving dan de ruimtelijke ordening. Het aangehaalde RIVM-onderzoek is niet representatief voor heel Nederland maar is specifiek gericht op de situatie in Noordoost Brabant. 2.2.2. Zienswijze - GGD – onderzoek / rapport is gebaseerd op verkeerde gronden omdat informatie is achtergehouden dat het bedrijf illegaal handelde ten aanzien van het Besluit huisvesting. Reactie: Bij het verstrekken van de opdracht is geen aanvullende informatie gegeven en is dus ook geen informatie achter gehouden. De GGD heeft de bestaande situatie onderzocht, waarbij het voor het onderzoek niet van belang is of de feitelijke situatie illegaal of legaal is. Met het onderzoek is de huidige (feitelijke) situatie vergeleken met de toekomstige situatie.
De advieswaarde wordt inderdaad overschreden maar blijft ruim binnen de waarde 20% hinder. In de toekomstige situatie
Pagina 13 van 17
worden mogelijk meerdere maatregelen en/of technieken toegepast om de geuremissie verder te verlagen zoals ook door de GGD geadviseerd wordt. In ieder geval draagt de uitbreiding bij aan een betere en emissiearme huisvesting. 2.2.3 Zienswijze - Uit een onlangs verschenen rapport blijkt dat luchtwassers niet goed werken. - Luchtwassers kunnen haperen, stuk gaan en vergen veel onderhoud. Luchtwassers kunnen oorzaak zijn van stalbranden. Reactie: Bij de keuze van het type luchtwassers is rekening gehouden met het rapport over luchtwassers dat vorig jaar is gepubliceerd. In eerste instantie was gekozen voor een type combiluchtwasser dat in het onderzoek beoordeeld is. Na bestudering van het rapport is nu gekozen voor een ander type combiluchtwasser. De eisen voor luchtwassers staan in paragraaf 3.5.8. van het Activiteitenbesluit. In artikel 3.123 van het Activiteitenbesluit is voorgeschreven dat het huisvestingssysteem overeenkomstig de eisen van de leaflet in werking moet zijn. Tevens gelden er op grond van artikel 3.125 lid 7 van het Activiteitenbesluit gedragsvoorschriften als blijkt dat niet aan de gestelde parameters van de leaflet wordt voldaan. Hiermee worden risico’s naar de omgeving zo veel mogelijk beperkt. Vanuit de landelijke regelgeving wordt niet specifiek ingegaan op het verhoogde brandrisico door luchtwassers.
Wel worden er door het opleggen van maatregelen risico beperkende maatregelen genomen zowel in “kans op” als in de “gevolg voor” risico’s. Het klopt dat er sinds 2009 ook stalbranden zijn geweest waarbij dieren om het leven zijn gekomen. Elke brand is echter specifiek, bij de berekening van gelijkwaardigheid wordt uitgegaan van de juiste gegevens. Het bevoegd gezag dient bij de beoordeling van stank, ammoniak en fijnstof te toetsen aan de wettelijke normen. Daarbij dient het bevoegd gezag te beslissen op grondslag van de aanvraag, in dit geval de uitbreiding van een varkenshouderij. Voor de gevraagde situatie is de toetsing aan voornoemde aspecten beschreven in de ontwerpbeschikking. Hieruit blijkt dat er wordt voldaan aan de wettelijke gestelde normen. Het aspect bestrijding van besmettelijke ziekten is een aspect dat primair zijn regeling vindt in andere wetgeving dan de onderhavige te toetsen wetgeving. Daarnaast blijft in het kader van verlening van een vergunning krachtens de Wabo ruimte voor een aanvullende toets in dit verband. Indien door het in werking zijn van de inrichting risico's voor de volksgezondheid kunnen ontstaan, moeten deze risico's als gevolg voor het milieu bij de beoordeling van de aanvraag worden betrokken. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet gewijzigd.
2.3 ruimtelijk beleid 2.3.1 Zienswijze - er is sprake van een slechte ruimtelijke ordening want de uitbreiding past niet in het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân zoals op 5 oktober 2017 is vastgesteld ; - bestemmingsplan is in strijd met ruimtelijk beleid (op grond van bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân mag de oppervlakte van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf niet toenemen; Reactie: In de raadsvergadering van 5 oktober 2017 heeft de gemeenteraad besloten om het nieuwe bestemmingsplan “Buitengebied SWF” vast te stellen zonder het plan van de Hemelumer Hoeve er in mee te nemen. De reden om de uitbreiding niet op te nemen in het bestemmingsplan had mede te maken met een late reactie van de provincie waarin werd gevraagd de mestbewerking en voerbereiding beter te onderbouwen. Om te voorkomen dat een eventueel beroep of schorsing van het vaststellingsbesluit het gehele bestemmingsplan Buitengebied op slot zou zetten, is besloten het
Pagina 14 van 17
perceel De Soal 4 in de bestaande omvang op te nemen in het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân. De gemeenteraad heeft in haar vergadering van 2014 eerder ingestemd met de voorgenomen uitbreiding van het bedrijf en heeft toen besloten de coördinatieregeling van toepassing te verklaren. Door verschillende redenen is van dit besluit geen gebruik gemaakt. In maart 2018 heeft de gemeente nogmaals de coördinatieregeling van toepassing verklaard en tevens een startnotitie vastgesteld waarin de uitgangspunten, overeenkomstig het vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied SWF, zijn opgenomen en waaraan onderhavig bestemmingsplan aan moet voldoen. Op basis van het bestemmingsplan Buitengebied SWF mag de oppervlakte van een bouwvlak van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf niet meer bedragen dan 1,5 ha. De oppervlakte van het bouwvlak van het bedrijf in de huidige omvang is kleiner dan de maximale oppervlakte die op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Gelet op het feit dat de maximale oppervlakte van het bouwvlak kleiner is dan 1,5 ha, heeft het niet-grondgebonden bedrijf nog uitbreidingsmogelijkheden. Om het bouwvlak van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf te vergroten tot de maximale oppervlakte moet een partiële herziening van het bestemmingsplan worden opgesteld. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van het bouwvlak tot maximaal 1,5 ha.
De voorgenomen uitbreiding past binnen het nieuwe bouwvlak van 1,5 ha, waarbij de grens van het bouwvlak strak om de bestaande – en nieuwe bebouwing waarin de dieren zijn gehuisvest is getrokken. Deze systematiek, een bouwvlak met een oppervlakte van maximaal 1,5 ha (tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt) voor niet-grondgebonden veehouderijbedrijven geldt voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied. Het perceel De Soal 4 ligt binnen het plangebied van bestemmingsplan Buitengebied SWF). Het onderhavige bestemmingsplan past daarmee binnen het vastgestelde ruimtelijk beleid voor het buitengebied van de gemeente Súdwest-Fryslân. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet gewijzigd. 2.3.2 Zienswijze: - Systematiek bouwperceel (Verordening Romte) versus bouwvlak (bestemmingsplan) Begripsbepaling agrarisch bouwperceel (Verordening Romte): een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van een ruimtelijk plan, zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing, verharding en bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een agrarisch bedrijf zijn toegelaten. Begripsbepaling bouwperceel (bestemmingsplan Buitengebied SWF): een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Erfverhardingen, toegangswegen en/of infrastructuur op het perceel is geen bebouwing (één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde) en worden niet tot de denkbeeldige rechthoek of bouwvlak gerekend. Dit is de systematiek die toegepast is in het vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân. De provincie kan deze lijn volgen en heeft daarom op dit punt ook geen zienswijze ingediend of een aanwijzing gegeven. Bij het bepalen van het maximale bouwvlak wordt dezelfde systematiek gebruikt als voor het bepalen van de maximale oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek voor grondgebonden bedrijven. De denkbeeldige rechthoek is een denkbeeldig vlak dat niet geometrisch is bepaald en begrensd is met denkbeeldige bouwgrenzen. Een denkbeeldige bouwgrens is de grens van een denkbeeldig bouwvlak. De denkbeeldige rechthoek wordt gevormd door de (uiterste) grenzen/hoekpunten van bebouwing. Bij het bepalen van het bouwvlak voor niet-grondgebonden veehouderijbedrijven wordt dezelfde systematiek gebruikt en wordt dus bepaald door de hoekpunten van bestaande, dan wel toekomstige bebouwing voor het huisvesten van vee van het niet-grondgebonden bedrijf. Zoals aangegeven bedraagt de maximale oppervlakte van het bouwperceel van een nietgrondgebonden bedrijf 1,5 ha. Deze oppervlakte wordt met de voorgenomen uitbreiding bereikt.
Een verdere uitbreiding van het bedrijf is niet aan de orde en wordt ook niet aangevraagd.
Pagina 15 van 17
Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze niet gewijzigd. 2.3.3 Zienswijze: - Uitbreiding is in strijd met de Verordening Romte en met de beleidsbrief van de provincie ‘Naar een duurzame landbouw in Fryslân’ waarin wordt aangegeven dat Fryslân streeft naar een duurzame natuurinclusieve landbouw. Reactie: De uitbreiding is niet in strijd met de Verordening Romte. In de Verordening Romte wordt aangegeven dat de oppervlakte van een bouwperceel van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf niet groter mag zijn dan 1,5 ha. De oppervlakte aan bebouwing voor de huisvesting van de varkens van het bedrijf bedraagt niet meer dan 1,5 ha en voldoet daarmee aan de Verordening Romte. De maximale oppervlakte van 1,5 ha mag met maximaal 0,5 ha worden vergroot voor mestbewerking of – verwerking of een daarmee vergelijkbare activiteit. Zowel op de verbeelding als in de regels is bepaald dat dit deel van het perceel niet gebruikt mag worden voor het huisvesten van vee (varkens). Op grond van de Beleidsnotitie Intensieve Veehouderij kan medewerking worden verleend aan een ruimtelijk plan om in beperkte mate en bij aangetoonde noodzaak de oppervlakte van het bouwvlak van een niet-grond gebonden veehouderijbedrijf groter dan 1,5 ha (c.q.
2ha inclusief mestverwerking) als er sprake is van een innovatieve bedrijfsvorm die niet gesplitst kan worden, zoals een kernfokbedrijf als de Hemelumer Hoeve. De provincie streeft naar een duurzame, natuurinclusieve landbouw in 2025, die grondgebonden en circulair is en bijdraagt aan het herstel van de biodiversiteit. Zowel de provincie als de gemeente moet verworven rechten respecteren en de bestaande bedrijven voldoende bestaansrecht bieden. Het streven naar een duurzame en grondgebonden landbouw is jaren geleden bij de vaststelling van het Streekplan en de Verordening Romte al ingezet, door nieuw vestigingen van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven in de provincie Fryslân uit te sluiten. Ook de geldende bestemmingsplannen van de gemeente Súdwest-Fryslân maken geen nieuwe niet-grondgebonden veehouderijbedrijven mogelijk. De aanvraag omgevingsvergunning en het ontwerpbestemmingsplan maken niet de vestiging van een nieuw niet-grondgebonden veehouderijbedrijf mogelijk, maar een uitbreiding van een bestaand bedrijf tot de maximale oppervlakte zoals in het ruimtelijk beleid is vastgelegd. Voor een aanvraag omgevingsvergunning is het bestemmingsplan het toetsingskader en niet de Verordening Romte van de provincie Fryslân. Overigens is op de Hemelumer Hoeve sprake van circulaire landbouw in de vorm van hergebruik van verschillende stoffen.
2.3.4 Zienswijze: - Uitbreiding gaat ten koste van Nationaal Landschap waar Súdwest-Fryslân deel van uitmaakt; - Uitbreiding is in strijd met de Visie Ruimtelijke Kwaliteit Súdwest-Fryslân; Reactie: De gemeente Súdwest-Fryslân ligt inderdaad in het gebied dat vroeger, op grond van de Nota Ruimte (2004), was aangewezen als Nationaal Landschap. Sinds de beleidswijzigingen van het Rijk in 2011 en 2012 (in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) vormen de Nationale Landschappen geen onderdeel meer van het nationale beleid. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen in hun provinciale beleid opgenomen, soms met een apart budget, vaak niet. Omdat het samenwerkingsverband van de provincie, het IPO (interprovinciaal overleg) geen afspraken wil maken over een gezamenlijk landschapsbeleid, is er geen beleid meer dat is gericht op samenhang van Nationale Landschappen. Nationaal Landschap Zuidwest-Friesland heeft dan ook geen specifieke (beschermings) status meer. Dat wil niet zeggen dat de landschappelijke waarden niet gerespecteerd moeten worden. Daarom is een advies Nije Pleats opgesteld om de landschappelijke inpassing van de uitbreiding op een verantwoorde manier in te passen. In de bestaande situatie is het bedrijf omzoomd met beplanting. In de nieuwe situatie wordt aan de westkant van het perceel een beplantingsstrook ingeplant.
In de regels is tevens een voorwaardelijke bepaling opgenomen om de aanplant van de beplantingsstrook af te dwingen.
Pagina 16 van 17
2.3.5 Zienswijze: - Waardedaling onroerend goed door uitbreiding bedrijf. Reactie: In de Wet ruimtelijke ordening is een artikel opgenomen waarin is geregeld hoe gehandeld kan worden wanneer men, als gevolg van een ruimtelijk plan, van mening is dat de waarde van een pand is gedaald. Hiertoe kan men binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van een bestemmingsplan een verzoek om planschade indienen bij de betreffende gemeente. 2.4. Overig 2.4.1 Zienswijze: - B&W hebben misleidende informatie verschaft aan burgers, raadsleden en de provincie. Dit is een schending van het rechtszekerheidsbeginsel en het recht op inspraak. Ambtenaren hebben omwonenden gehinderd in hun poging om te begrijpen hoe de hele situatie procedureel in elkaar stak en zich daarmee niet onpartijdig opgesteld. Reactie: Wij herkennen ons niet in deze zienswijze. De procedure is conform de Algemene wet bestuursrecht bekend gemaakt. Het plan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen en gedurende deze termijn kon een ieder een zienswijze indienen. In het kader van de procedure van het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân is eveneens de wettelijke procedure doorlopen. Tijdens deze laatste procedure (2016 en 2017) zijn verschillende inloopbijeenkomsten georganiseerd waar iedereen in de gelegenheid is gesteld kennis te nemen van het bestemmingsplan.
Tijdens deze bijeenkomsten waren verschillende ambtenaren aanwezig die op verzoek informatie hebben gegeven.
Pagina 17 van 17
2
'
5HDFWLHQRWD]LHQVZLM]HQ RQWZHUSYHUJXQQLQJ
,QKRXGVRSJDYH
ϭ͘
/ŶůĞŝĚŝŶŐ͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘ϯ
Ϯ͘
ŝĞŶƐǁŝũnjĞŶ͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘͘ϰ
3DJLQDYDQ
2
,QOHLGLQJ
$OJHPHHQ
,QGLWGRFXPHQWZRUGHQGH]LHQVZLM]HQEHVFKRXZGGLH]LMQLQJHGLHQGWHJHQGHWHULQ]DJHJHOHJGH RQWZHUSRPJHYLQJVYHUJXQQLQJHQEHVWHPPLQJVSODQYRRU¶KHWUHDOLVHUHQYDQWZHH]HXJHQVWDOOHQHQKHW HPLVVLHDUPXLWYRHUHQYDQEHVWDDQGHVWDOOHQ·DDQ'H6RDOWH+HPHOXP'HRPJHYLQJVYHUJXQQLQJLV JHUHJLVWUHHUGRQGHUKHWQXPPHU89
2QWYDQJHQ]LHQVZLM]HQ
'HRQWZHUSRPJHYLQJVYHUJXQQLQJKHHIWWHULQ]DJHJHOHJHQYDQQRYHPEHUWRWHQPHWPDDQGDJ MDQXDUL'HRQWZHUSRPJHYLQJVYHUJXQQLQJHQKHWEHVWHPPLQJVSODQKHEEHQPHWKHWWRHSDVVHQ YDQGHFR|UGLQDWLHUHJHOLQJJH]DPHQOLMNWHULQ]DJHJHOHJHQYDQQRYHPEHUWRWHQPHW MDQXDUL7LMGHQVEHLGHSHULRGHQ]LMQ]LHQVZLM]HQLQJHGLHQG ,QELMODJHLVHHQRYHU]LFKWRSJHQRPHQYDQGHLQJHGLHQGH]LHQVZLM]HQ
3DJLQDYDQ
2
5HDFWLHRS]LHQVZLM]HQ +LHURQGHUVWDDQ VDPHQJHYDW GH]LHQVZLM]HQZHHUJHJHYHQPHWRQ]HUHDFWLHKLHURS
*HXU
=LHQVZLM]HQ
,NKHEODVWYDQVWDQNZDQQHHUGHZLQGULFKWLQJPLMQZRQLQJVWDDWRRNRSYHUGHUHDIVWDQG UXLNMHKHW9RRUVWDQNNXQMHMHPRHLOLMNDIVOXLWHQ
9ROJHQVGHYHUJXQQLQJDDQYUDDJLVGHJHXUXLWVWRRWQDXLWEUHLGLQJQRJVWHHGVKRJHUGDQGH ZHWWHOLMNWRHJHVWDQHQRUP9ROJHQVGH:HWJHXUKLQGHUHQYHHKRXGHULMLVKHWWRHJHVWDDQGH KHOIWYDQGHJHXUZLQVWGLHEHKDDOGZRUGWGRRUKHWWUHIIHQYDQPDDWUHJHOHQWHJHEUXLNHQ YRRUXLWEUHLGLQJ+RHNDQKHWGDWRYHUVFKULMGLQJYDQGHZHWWHOLMNHQRUPGRRUGHDQGHUH ZHWZRUGWWRHJHVWDDQ
'HRQGHUQHPHUQHHPW]LMQPDDWVFKDSSHOLMNHYHUDQWZRRUGHOLMNKHLGQLHWQXKLM]HOIVGH PRJHOLMNKHLGWRWXLWEUHLGLQJQLHWDDQJULMSWRPGHJHXURYHUODVWYRRU]LMQGRUSVJHQRWHQWH EHSHUNHQWRWGHZHWWHOLMNHQRUP 'HJHXUQRUPHQZRUGHQQXHQQDGHXLWEUHLGLQJRYHUVFKUHGHQ,QGHPLOLHXELMODJHZRUGW HHQEHURHSJHGDDQRSDUWLNHO:JY(FKWHUHULVJHHQJHPHHQWHOLMNHJHXUYHURUGHQLQJGLH DQGHUHZDDUGHQVWHOWYRRU'H6RDOGDQGHZHWWHOLMNH $OZDVHUHHQJHXUYHURUGHQLQJYDQWRHSDVVLQJGDQPRHWHHQYROVWUHNWQLHXZHVLWXDWLHDOV GH]HZDDUELMHHQEHGULMIWZHHNHHU]RJURRWZRUGWRSQLHXZZRUGHQEHNHNHQ 9RRUKHWEHUHNHQHQYDQGH]RJHQDDPGHJHXUZLQVWGLHQWWHZRUGHQXLWJHJDDQYDQGH ZHWWHOLMNHQRUPWHZHWHQ8LWGHPLOLHXELMODJHEOLMNWGDWGLWQLHWKHWJHYDOLVHQ GDDURPGHXJWGHEHUHNHQLQJQLHW +HWLGHHYDQJHXUZLQVWLVJHEDVHHUGRS]XLYHUWKHRUHWLVFKHPRGHOOHQHQGHVWHOOLQJGLH ZRUGWLQJHQRPHQGDWGHJHXURYHUODVWPLQGHUZRUGWGRRUGHXLWEUHLGLQJLVJHEDVHHUGRS ]XLYHUWKHRUHWLVFKHPRGHOOHQHQELHGWGDDURPJHHQHQNHOHJDUDQWLHYRRUHHQZHUNHOLMNH UHGXFWLHYDQJHXURYHUODVWHQGDWGH]HELQQHQGHZHWWHOLMNHQRUPHQ]DOEOLMYHQ+HW]HOIGH JHOGWYRRUGHXLWVWRRWYDQDPPRQLDNHQILMQVWRI ,NPDDNEH]ZDDUWHJHQQRJPHHUVWDQNHQHPLVVLHYDQDPPRQLDNHQILMQVWRILQGHQDELMH WRHNRPVW+HWLVQRJDORQJHORRIZDDUGLJGDWPppUYDUNHQVPLQGHUVWLQNHQ
'H]RUJEHVWDDWRIGHJHXUVLWXDWLHRSSDSLHURYHUHHQNRPWPHWGHIHLWHOLMNHVLWXDWLH 'HPDDWUHJHOHQGLHQRRG]DNHOLMN]LMQRPWHYROGRHQDDQGHZHWJHYLQJNXQQHQXLWVWHNHQG ZRUGHQJHWURIIHQ]RQGHUKHWEHGULMIXLWWHEUHLGHQ6WHUNHUQRJGH]HPDDWUHJHOHQKDGGHQ DOODQJPRHWHQ]LMQJHWURIIHQ+HWLVDDQKHWRQWEUHNHQYDQKDQGKDYLQJWHZLMWHQGDWGLW QLHWUHHGVYHHOHHUGHUGRRUGHJHPHHQWHLVDIJHGZRQJHQ'HZHUNHOLMNHUHGHQZDDURPKHW EHGULMIZLOXLWEUHLGHQLVYDQHFRQRPLVFKHDDUGZDWRS]LFKXLWHUDDUGOHJLWLHPNDQ]LMQ 0LQGHUOHJLWLHPLVKHWJHEUXLNYDQPLVOHLGHQGHDUJXPHQWHQRPGHXLWEUHLGLQJODQJVDQGHUH ZHJWHUHFKWYDDUGLJHQHQGDDUPHHGHJHPHHQWHHQGHEXUJHUVLQHHQSDWVWHOOLQJWH PDQRHXYUHUHQ(pQYDQGHEHRRJGHPDDWUHJHOHQLVGHLQ]HWYDQOXFKWZDVVHUVRPGH
3DJLQDYDQ
2
XLWVWRRWQDDUGHRPJHYLQJWHYHUPLQGHUHQ*HWXLJHGH5XLPWHOLMNH2QGHUERXZLQJZRUGHQ GHOXFKWZDVVHUVQLHWLQJH]HWRPGDDGZHUNHOLMNHHQUHGXFWLHYDQGHXLWVWRRWWHUHDOLVHUHQ PDDURPPHWEHKRXGYDQGHEHVWDDQGHRYHUVFKULMGLQJYDQKHWQRUPHQNDGHUYDQGH:YJ HQPHWJHEUXLNPDNLQJYDQGHYRRUKDQGHQUHJHOVHQULFKWOLMQHQKHWDDQWDOYDUNHQVWH PD[LPDOLVHUHQHQGH+HPHOXPHU+RHYHXLWWHEUHLGHQWRWHHQPHJDVWDOPHWELMQD YDUNHQV
5HDFWLH 'H:HWJHXUKLQGHUHQYHHKRXGHULM :JY LVKHWWRHWVLQJVNDGHUYRRUGHRPJHYLQJVYHUJXQQLQJYRRUKHW DVSHFWJHXUKLQGHUYDQGLHUHQYHUEOLMYHQYDQYHHKRXGHULMHQ ,QGH :JY LVEHSDDOGGDWYRRUGLHUHQZDDUYRRULQGH5HJHOLQJJHXUKLQGHUHQYHHKRXGHULM 5JY HHQ JHXUHPLVVLHIDFWRULVYDVWJHVWHOGGHJHXUEHODVWLQJRSJHXUJHYRHOLJHREMHFWHQEXLWHQHHQ FRQFHQWUDWLHJHELHGGLH]LMQJHOHJHQELQQHQGHEHERXZGHNRPPD[LPDDORX(POXFKWPDJ EHGUDJHQHQGLH]LMQJHOHJHQEXLWHQGHEHERXZGHNRPPD[LPDDORX (PPDJEHGUDJHQ%LQQHQGH JHPHHQWHLVJHHQJHPHHQWHOLMNHJHXUYHURUGHQLQJ ]RDOVEHGRHOGLQDUWLNHO:JY YDVWJHVWHOGZDDULQ DIZLMNHQGHQRUPHQ]LMQRSJHQRPHQ 9RRUGHJHYUDDJGHVLWXDWLHLVHHQJHXUEHUHNHQLQJPHW9VWDFNVYHUJXQQLQJHQJHPDDNW'H JHXUJHYRHOLJHREMHFWHQ DQGHUVGDQYHHKRXGHULMHQ ]LMQDOOHELQQHQGHEHERXZGHNRPJHOHJHQ'H EHUHNHQGHJHXUEHODVWLQJRSJHXUJHYRHOLJHREMHFWHQLQGHRPJHYLQJYDQGHLQULFKWLQJLVZHHUJHJHYHQLQ RQGHUVWDDQGHWDEHO JHXUJHYRHOLJREMHFW %XRUUHQ %XRUUHQ +HJHZHL 'H.ODVWHU 'H.ODVWHU
JHXUQRUP
JHXUEHODVWLQJ
+LHUXLWEOLMNWGDWYRRUERYHQVWDDQGHORFDWLHVGHJHOGHQGHJHXUQRUPZRUGWRYHUVFKUHGHQ2SJURQGYDQ DUWLNHOYLHUGHOLGYDQGH:JYZRUGWZDQQHHUKHWDDQWDOGLHUHQWRHQHHPWHQHHQJHXUUHGXFHUHQGH PDDWUHJHOZRUGWWRHJHSDVWHHQYHUJXQQLQJQLHWJHZHLJHUGYRRU]RYHUKHWEHWUHIWGHZLM]LJLQJYDQKHW DDQWDOGLHUHQHQGHWRHQDPHYDQGHJHXUEHODVWLQJWHQJHYROJHYDQGLHZLM]LJLQJQLHWPHHUEHGUDDJW GDQGHKHOIWYDQGHYHUPLQGHULQJYDQGHJHXUEHODVWLQJGLHKHWJHYROJ]RX]LMQYDQGHWRHJHSDVWH JHXUEHODVWLQJUHGXFHUHQGHPDDWUHJHOELMKHWHHUGHUYHUJXQGHYHHEHVWDQG ,QRQGHUVWDDQGHWDEHOLVHHQRYHU]LFKWJHJHYHQYDQGHJHXUEHODVWLQJLQGHUHHGVYHUJXQGHVLWXDWLHGH YHUJXQGHVLWXDWLHLQFOXVLHIGHDDQJHYUDDJGHJHXUUHGXFHUHQGHPDDWUHJHOHQHQGHQXDDQJHYUDDJGH JHXUEHODVWLQJ $GUHVJHXUJHYRHOLJ REMHFW
*HXUEHODVWLQJ 28(Pñ :HUNHOLMN YHUJXQG
9HUJXQG PHW UHGXFHUHQ GH PDDWUHJHO HQ
5HGXFWL H
3ODIRQG
:HUNHOLMN JHYUDDJG
%XRUUHQ
+HJHZHL
3DJLQDYDQ
2
%XRUUHQ
'H.ODVWHU
'H.ODVWHU
8LWHHQYHUJHOLMNLQJYDQGHZHUNHOLMNHJHXUEHODVWLQJLQGHDDQJHYUDDJGHVLWXDWLHHQKHW JHXUEHODVWLQJSODIRQGYROJWGDWHUZRUGWYROGDDQDDQKHWJHVWHOGHXLWDUWLNHOOLGYDQGH:JY 'HDDQJHYUDDJGHZLM]LJLQJHQYROGRHQZDWEHWUHIWKHWDVSHFWJHXUGHUKDOYHDDQGHZHWWHOLMNHQRUPHQ HQ]LMQYHUJXQEDDU(ULVJHHQZHWWHOLMNHJURQGRPGHDDQYUDDJYRRUGLWDVSHFWWHZHLJHUHQ :LMDFKWHQGH]H]LHQVZLM]HRQJHJURQG =LHQVZLM]H 'HJHXUQRUPGLHJHKDQWHHUGZRUGWLVHHQQRUPYRRUYOHHVYDUNHQV+HWJDDWKLHURPRSIRNYDUNHQVGH QRUPLVKLHUYRRUGXVQLHWJHVFKLNW 5HDFWLH (ULVJHUHNHQGPHWGHJHXUHPLVVLHIDFWRUHQ]RDOVYHUPHOGLQGH5JY,QELMODJHYDQGH5JYLVGH GLHUFDWHJRULHDOVYROJWRPVFKUHYHQ'GLHUFDWHJRULHYOHHVYDUNHQVRSIRNEHUHQYDQFLUFDNJWRW PDDQGHQRSIRN]HXJHQYDQFLUFDNJWRWHHUVWHGHNNLQJ :LMDFKWHQGH]H]LHQVZLM]HRQJHJURQG =LHQVZLM]HQ (UEHVWDDWJHHQEHWURXZEDDUPLGGHORPWHFRQVWDWHUHQKRHJURRWGHRYHUVFKULMGLQJYDQGH JHXUDPPRQLDNHQILMQVWRIXLWVWRRWQRUPHQIHLWHOLMNLVRPGDWHUQRRLWZRUGWJHPHWHQ PDDUZRUGWXLWJHJDDQYDQDIJHOHLGHFLMIHUV 'HRQWZHUSYHUJXQQLQJLPSOLFHHUWGDWGHWKHRUHWLVFKHJHXUKLQGHULQGHQLHXZHVLWXDWLH VWUXFWXUHHOIRUVKRJHU]DOEOLMYHQGDQGHZHWWHOLMNHQRUPYDQ28HPELQQHQGH EHERXZGHNRP,QGHJHQRHPGH5XLPWHOLMNH2QGHUERXZLQJ VSHFLILHNRSS
ZRUGW JHVXJJHUHHUGGDWGHKXLGLJHRYHUVFKULMGLQJYDQGHZHWWHOLMNHJHXUQRUPLVYHUJXQGLQ 'HWHNVWYDQGHGHILQLWLHYHPLOLHXYHUJXQQLQJYDQGHFHPEHU PHWQXPPHU EHYHVWLJWGLW/RVYDQGHFRQVWDWHULQJGDWGLWHHQVFKDQGHLVLVKHWRQEHJULMSHOLMNGDWGLW JHJHYHQHUDQGHUPDDOWRH]RXOHLGHQGDWGRRUKDQGLJHWRHSDVVLQJYDQHHQDDQWDOUHJHOVHQ ULFKWOLMQHQGH]HRQZHWWLJHVLWXDWLHPHWGHRQGHUKDYLJHRPJHYLQJVYHUJXQQLQJSHUPDQHQW ZRUGWJHOHJDOLVHHUG:HONHEHWHNHQLVKHHIWZHWJHYLQJDOVGH]HRS]R QHHQYRXGLJHZLM]H NDQZRUGHQHQZRUGWRP]HLOGQRWDEHQHEHNUDFKWLJGPLGGHOVHHQEHVOXLWYDQKHWFROOHJH" (QZHONHPRJHOLMNKHLGWRWKDQGKDYLQJEHVWDDWHULQGLHVLWXDWLHQRJ"2SZHON WRHWVLQJVNDGHUNDQKDQGKDYLQJYDQJHXURYHUODVWEHUKDXSWQRJSODDWVYLQGHQDOVKHW ZHWWHOLMNWRHWVLQJVNDGHUYDQGH:YJWHU]LMGHLVJHVFKRYHQ" +HWLGHHYDQJHXUZLQVWLVJHEDVHHUGRS]XLYHUWKHRUHWLVFKHPRGHOOHQHQGHVWHOOLQJGLH ZRUGWLQJHQRPHQGDWGHJHXURYHUODVWPLQGHUZRUGWGRRUGHXLWEUHLGLQJLVJHEDVHHUGRS ]XLYHUWKHRUHWLVFKHPRGHOOHQHQELHGWGDDURPJHHQHQNHOHJDUDQWLHYRRUHHQZHUNHOLMNH UHGXFWLHYDQJHXURYHUODVWHQGDWGH]HELQQHQGHZHWWHOLMNHQRUPHQ]DOEOLMYHQ+HW]HOIGH JHOGWYRRUGHXLWVWRRWYDQDPPRQLDNHQILMQVWRI ,NPDDNEH]ZDDUWHJHQQRJPHHUVWDQNHQHPLVVLHYDQDPPRQLDNHQILMQVWRILQGHQDELMH
WRHNRPVW+HWLVQRJDORQJHORRIZDDUGLJGDWPppUYDUNHQVPLQGHUVWLQNHQ 'H]RUJEHVWDDWRIGHJHXUVLWXDWLHRSSDSLHURYHUHHQNRPWPHWGHIHLWHOLMNHVLWXDWLH 7HQRQUHFKWHJHOGHQHUJHHQYRRUVFKULIWHQGLHGHRQGHUQHPHUELQGWDDQGHJHVWHOGH HPLVVLHUHGXFWLH7HQRQUHFKWHJHOGHQHUJHHQYRRUVFKULIWHQGLHGHRQGHUQHPHUELQGWDDQ GHSOLFKWWRWKHWPHWHQYDQGHIHtWHOLMNRSWUHGHQGHHPLVVLHV(U]LMQRQYROGRHQGH YRRUVFKULIWHQJHVWHOGRPRPZRQHQGHQ]HNHUKHLGWHELHGHQGDWGHJHQRHPGHUHQGHPHQWHQ ZRUGHQJHUHDOLVHHUG
3DJLQDYDQ
2
5HDFWLH 'H:JYLVKHWH[FOXVLHYHWRHWVLQJVNDGHUYRRUGHRPJHYLQJVYHUJXQQLQJPLOLHXYRRUKHWDVSHFW JHXUKLQGHUYDQGLHUHQYHUEOLMYHQYDQYHHKRXGHULMHQ2SJURQGYDQDUWLNHOOLGYDQGH5HJHOLQJ JHXUKLQGHUHQYHHKRXGHULM 5JY ZRUGWGHJHXUEHODVWLQJYDQZHJHHHQYHHKRXGHULMEHUHNHQGPHW LQDFKWQHPLQJYDQKHWYHUVSUHLGLQJVPRGHO96WDFNVYHUJXQQLQJ9RRUGHDDQJHYUDDJGHVLWXDWLHLV HHQJHXUEHUHNHQLQJPHWGLWSURJUDPPDJHPDDNW(UZRUGWKLHUPHHYROGDDQDDQGH:JYHQGH5JY %LQQHQGHLQULFKWLQJZRUGHQHPLVVLHDUPHKXLVYHVWLQJVWHFKQLHNHQWRHJHSDVW'HXLWJHEUHLGHYHUVLHYDQ HHQKXLVYHVWLQJVV\VWHHPVWDDWEHVFKUHYHQLQGH]RJHQDDPGHOHDIOHW VWDOEHVFKULMYLQJ 'HHLVHQGLHDDQ KHWV\VWHHPJHVWHOGZRUGHQLQFOXVLHIHHQYHUKHOGHUHQGHWHNHQLQJZRUGHQKLHULQYDVWJHOHJG,QGH OHDIOHWVWDDWGHJHXUDPPRQLDNHQILMQVWRIHPLVVLHUHGXFWLHYHUPHOG+HWWRHJHSDVWHVWDOV\VWHHP GLHQWFRQIRUPGHV\VWHHPHLVHQXLWGHOHDIOHWHQGHHLVHQXLWKHW$FWLYLWHLWHQEHVOXLWWHZRUGHQ XLWJHYRHUG'LWVWDDWLQDUWLNHOYDQKHW$FWLYLWHLWHQEHVOXLW+LHUPHHZRUGWHHQJRHGHZHUNLQJYDQ KHWV\VWHHPJHERUJG$OOHHQDOVDDQGHVWDOEHVFKULMYLQJZRUGWYROGDDQNDQJHEUXLNJHPDDNWZRUGHQ YDQGHELMEHKRUHQGHHPLVVLHIDFWRUHQ(ULVGDQJHHQUHGHQRPDDQWHQHPHQGDWQLHWDDQGHJHVWHOGH JHXUDPPRQLDNHQILMQVWRIHPLVVLHIDFWRUZRUGWYROGDDQ
+HW$FWLYLWHLWHQEHVOXLWKHHIWHHQUHFKWVWUHHNVHZHUNLQJ(U]LMQGDDURPWHQDDQ]LHQYDQGLWDVSHFW JHHQYRRUVFKULIWHQDDQGHYHUJXQQLQJYHUERQGHQ 8LWGHGLHUDDQWDOOHQWDEHOXLWGHELMODJH´DDQYUDDJRPJHYLQJVYHUJXQQLQJRQGHUGHHOPLOLHXµEOLMNWGDW HUVSUDNHLVYDQHHQDIQDPHYDQILMQVWRIWHQRS]LFKWHYDQGHYHUJXQGHVLWXDWLH+RHZHOGDDUQDDUJHHQ H[SOLFLHWRQGHU]RHNLVYHUULFKWLVYROGRHQGHDDQQHPHOLMNGDWGHOXFKWNZDOLWHLWLQGHQDELMHRPJHYLQJ YDQGHLQULFKWLQJGRRUGHDDQJHYUDDJGHDFWLYLWHLWHQQLHWYHUVOHFKWHUWRPGDWHUHHQDIQDPHLVLQGH HPLVVLHYDQILMQVWRI 2YHULJHQVPHUNHQZLMRSGDWYRRU]RYHUGH]H]LHQVZLM]HQ]LHQRSWRH]LFKWHQKDQGKDYLQJGLWJHHQ DVSHFWHQ]LMQGLHLQGH]HYHUJXQQLQJSURFHGXUHWHUEHRRUGHOLQJVWDDQ :LMDFKWHQGH]H]LHQVZLM]HRQJHJURQG =LHQVZLM]H +HWJHPHHQWHEHVWXXUPDJGHRQGHUQHPHUQLHWKHOSHQVWDQNUHFKWHQWHEHKRXGHQ'HJHPHHQWH VWDDWWRHGDWGHRQGHUQHPHUHHQOXFKWZDVVHUPDJSODDWVHQ]RQGHUYHUHLVWHYHUJXQQLQJ +LHUGRRUNDQGHRQGHUQHPHUVWDQNUHFKWHQEHKRXGHQ%RYHQGLHQNORSWGHYHUJHOLMNLQJPEWGH VFKDGHOLMNHHPLVVLHVQLHWRPGDWHUYHUJHOHNHQZRUGWPHWHHQVLWXDWLHGLHQXLOOHJDDOLV 5HDFWLH +HWLVQLHWJHKHHOGXLGHOLMNRSZHONHYHUJHOLMNLQJGH]H]LHQVZLM]H]LHW9RRU]RYHUGH]LHQVZLM]H EHWUHNNLQJKHHIWRSGHEHRRUGHOLQJYDQGHDDQYUDDJYRRUZDWEHWUHIWKHWDVSHFW´JHXUµPHUNHQZLM
KHWYROJHQGHRS %LMGHWRHWVLQJLQKHWNDGHUYDQGHRPJHYLQJVYHUJXQQLQJRQGHUGHHOPLOLHXLVHHQYHUJHOLMNJHPDDNW WXVVHQGHUHHGVYHUJXQGHHQGHDDQJHYUDDJGHVLWXDWLH 9RRUHHQQDGHUHWRHOLFKWLQJRSGHJHXUEHUHNHQLQJHQHQGHWRHWVLQJDDQGHJHXUQRUPHQYHUZLM]HQZLM QDDUGHHHUGHUHUHDFWLHRQGHU´*HXUµ :LMDFKWHQGH]H]LHQVZLM]HRQJHJURQG =LHQVZLM]H (UVWDDWGDWHUJHHQXLWVWRRWLV7HUZLMOGHJHKHOHSURFHGXUHEROVWDDWRYHUGHDPPRQLDN XLWVWRRWHQGHUHVWDIYDOVWRIIHQYDQGHOXFKWZDVVHUV 5HDFWLH