Bijlage 8 - Bijlage bij regels BGB-I - Adviesboek De Nije Pleats in Fryslan
Tekst van het document
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
Preventief zoneren Tijdens het ontwerpatelier blijkt dat agrarische ondernemers bij inplaatsing het liefst zo ver mogelijk van natuurgebieden en bewoningsconcentraties willen zitten. Dit is een gevoel wat nog verder gaat dan de wettelijk verplichte afstanden. De boeren nemen liever een ruimere marge om problemen in de toekomst te vermijden. Inplaatsing overal mogelijk Het ontwerpatelier heeft er niet toe geleid dat bepaalde gebieden van Fryslân uitgesloten zouden moeten worden van inplaatsing van nieuwe melkveehouderijen. Wanneer de ontwerpuitgangspunten worden gehanteerd, iis inplaatsing goed mogelijk. Het landschap is daarmee op regionale schaal soms sturend maar vormt vrijwel nergens een belemmering [maatwerk]. Kansen op lokale schaal benutten Op lokaal niveau liggen er kansen die benut kunnen worden. Ook hier is sprake van maatwerk. Een voorbeeld hiervan is het benutten van een boerenerf dat dicht tegen een natuurgebied aan ligt voor het houden en weiden van jongvee. Daarvoor gelden namelijk soepelere eisen dan voor het melkvee. Bestaande boerenerven benutten Alle groepen benutten bestaande boerenerven voor de inplaatsing van de nieuwe melkveehouderij. Enerzijds omdat bij deze boerenerven ook al een redelijke hoeveel cultuurgrond aanwezig zal zijn. Anderzijds om het landschap te sparen voor nieuwe bouwpercelen in het buitengebied.
Dus zowel vanuit praktische overwegingen als vanuit landschap-
!
!
74
pelijke kwaliteit bestaat de voorkeur voor het benutten van bestaande boerenerven. De volgende beeldenreeks laat zien, wat samengevat het resultaat is geweest van de zoektocht naar mogelijkheden voor het inpaatsen van een agrarisch bedrijf. Deze reeks geeft naast een beeld in enkele fragmenten die zaken weer, waarop gelet moet worden. Noordelijke Wouden
Bestaande situatie: ! overgang open en besloten gebied ! overgang is gevoelig en rafelig ! lintbebouwing maakt schaalsprong onmogelijk ! natuurgebied op afstand ! elzensingels langs opstrekkende verkaveling ! dwarsbeplanting tussen singels in de lengterichting
Mogelijkheid 1: ! bouwen in de open ruimte ! gekoppeld aan de weg ! bedrijf maakt gebruik van natuurgebied ! erf heeft zelfde breedte als opstrekkende verkaveling in/van het lint ! erf heeft erfbeplanting; kenmerkend voor erven in de open ruimte
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
!
!
75
Mogelijkheid 2: ! bouwen zo dicht mogelijk aan uitvalswegen [rotonde] ! erf heeft nieuw kavelpad in richting van verkaveling; zo hoeft er geen gebruik te worden gemaakt van het lint ! erf heeft kavelgrensbeplanting en ligt in één slag ! woning op te korte afstand van het bedrijf wordt gesloopt
Mogelijkheid 3: ! bouwen op 1 locatie zover mogelijk van het natuurgebied, overgangsgebied én lintbebouwing ! erf is gekoppeld aan de weg ! erg ligt in één slag ! erf heeft kavelgrensbeplanting waarbij dwarsbeplanting is gekapt en op nieuwe plek is herplant
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
!
!
76
Zuidelijke Wouden
Bestaande situatie: ! beekdal de Tjonger / open landschap ! opstrekkende verkaveling met hier en daar houtsingels en boscomplexen / half besloten landschap ! reliëf ! wegen lopen parallel aan de rivieren de Tjonger en de Linde ! weg beplant met eiken [smal]; hoofdsoort in houtsingels en bos ook eik ! plaatselijke verdichting rond beekloop [els, wilg]
Mogelijkheid 1: ! aan de weg ! erf heeft kavelgrensbeplanting aan weerszijden ! breedte van bouwkavel doet er niet toe
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
!
!
77
Mogelijkheid 2: ! bedrijf in tweeën splitsen ! erf aan de weg en erf in nabijheid van de Tjonger ! erf aan de weg is onderdeel van de kavelgrensbeplanting ! erf bij de Tjonger heeft erfbeplanting die past in begeleidende beplanting langs de Tjonger
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
!
!
78
4.5.
Ontwerpatelier 3: Resultaat en Proces
Voor het derde ontwerpatelier waren alle deelnemers van de beide voorgaande ontwerpateliers uitgenodigd. Het doel van het derde ontwerpatelier was namelijk tweeledig. In de eerste plaats werden de resultaten en de lessen van de beide voorgaande ontwerpateliers gepresenteerd aan alle deelnemers. Het was namelijk van belang dat alle deelnemers zich in de resultaten en conclusies van de ontwerpateliers konden vinden. Daarnaast was er een derde ontwerpatelier nodig om één van de belangrijkste conclusies uit de voorgaande ateliers [het belang van het proces] nader uit te diepen. Dat uitdiepen van het proces vormde het tweede deel van dit ontwerpatelier. In de vorige ateliers is vastgesteld dat de kans op succes voor een "betere inhoud" [het bereiken van een goede ruimtelijk-landschappelijke kwaliteit voor de ruimtelijke schaalvergroting] alleen maar kan slagen als er invloed op het proces komt. Uit het ter discussie voorleggen van de resultaten en conclusies van de voorgaande ontwerpateliers bleek dat die breed werden gedragen. Met name het belang van het proces werd nogmaals benadrukt. Iedereen was het er over eens dat, wanneer je lokaal maatwerk wil toepassen [en zo tot de voor iedereen meest acceptabele oplossing komt] het van groot belang is dat je bij de boer zelf aan tafel komt, om al in een vroegtijdig stadium over de uitbreidingsplannen van gedachte te wisselen.
Daar is wat iedereen betreft de meeste winst te halen.
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
De vraag van het procesgedeelte van dit ontwerpatelier was dan ook: Hoe komen we vroegtijdig aan tafel [en wie is "we"]; wat hebben we te bieden en waar ligt de winst? Als toelichting is er in de inleiding op dit atelier gewezen op een aantal aspecten. Elk proces begint bij het initiatief en eindigt met de uitvoering van het plan. Ook voor de beheersfase daarna moeten goede afspraken worden gemaakt. Bij het initiatief van de boer is vroegtijdige discussie noodzakelijk. Voor de boer liggen er bij het initiatief een aantal vertrekpunten, te weten:
•
•
•
is hij boer of juist manager: met andere woorden, wat zijn de toekomstplannen voor het bedrijf? Wil het bedrijf doorgroeien en een familiebedrijf blijven met voldoende toekomstperspectief of wil het bedrijf een schaalsprong maken naar een strak geleide organisatie, waarin het bedrijfsmatige karakter voorop staat? hoe liggen de grondposities: hoe groot is de huiskavel, waar liggen de gronden, wat is de omvang, zijn er voldoende aaneengesloten gronden en wat zijn de uitbreidingsmogelijkheden in de toekomst? kan de lokale infrastructuur de uitbreiding aan: welke aspecten van woon- en leefmilieu spelen een rol en welke gevolgen heeft dit? In welke landschappelijke situatie speelt de ontwikkeling zich af?
De boer moet de meerwaarde zien van "inmenging" van overheden. Als dit namelijk niet door de boer wordt
!
!
79
onderkend, beschouwt hij deze inmenging waarschijnlijk als snel als "bemoeienis". Het is dus van belang wat overheden meenemen naar de keukentafel van de boer, wil die geïnteresseerd raken. In hoofdlijnen gaat het dan om drie zaken die voor de boer van nut kunnen zijn: • kennis • geld/grond • proceduremogelijkheden Met deze kennis en vragen zijn de deelnemers wederom in groepjes uiteen gegaan. Binnen de groepjes leverde dit in sommige gevallen flinke discussies op, terwijl men in een ander groepje al vrij snel tot een gezamenlijke conclusie kwam. Na deze groepsdiscussies werden de resultaten plenair aan elkaar gepresenteerd.
Eerst leken de groepjes mijlen ver uit elkaar te staan, maar in het debat bleek dat iedereen uiteindelijk dezelfde visie deelde. Deze visie laat zich best vertalen door de volgende lessen uit het derde ontwerpatelier. LESSEN lokaal maatwerk is vereist Het proces begint bij de boer en eindigt bij diezelfde boer. Het proces is daarom ook lokaal maatwerk, maar wel met de juiste ingredienten. kwaliteitskaders vastleggen Om maatwerk te kunnen leveren met voldoende kwaliteit dienen vooraf kwaliteitskaders vastgelegd te worden. Het loket kan met deze kwaliteitskaders de boer goed adviseren. 1 loket Die ingrediënten zouden bij 1 loket beschikbaar moeten zijn, zodat een boer niet van het kastje naar de muur moet om alle informatie tot zich te kunnen
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
!
!
80
nemen. Het loket zou het vaste aanspreekpunt voor de boer moeten zijn en het loket adviseert de boer op basis van de kwaliteitskaders men zorgt voor communicatie tussen alle betrokken partijen. verantwoordelijkheidsvraag / regierol De deelnemers waren het nog niet eens over de verantwoordelijkheidsvraag. Ligt die verantwoordelijkheid nu bij de provincie of bij de gemeenten? Wanneer is dit vraagstuk van provinciaal belang? De gemeenten moeten uiteindelijk de vergunningen verlenen. winst De winst van het proces zou moeten zijn: "een maatschappelijk verantwoord doorgroeilandschap" loket komt naar de boer De belangrijke voorwaarde voor de succes van het proces is dat het loket naar de boer komt. Dit in relatie tot het zo nodige lokale maatwerk.
4.6.
Ontwerpatelier 4: De bebouwing op het boerenerf
Na de tot nu toe gehouden ontwerpateliers bestond de indruk dat de bebouwing op het agrarisch bouwperceel onvoldoende uit de verf was gekomen. Dat had vooral moeten plaatsvinden in het eerste ontwerpatelier. Daar ging het echter vooral om de landschappelijke inpassing van omvang en volumes van gebouwen en opslag en om de logistieke situatie op het bouwperceel. Een aantal onderwerpen was onvoldoende belicht.
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
In het vierde atelier stond de vraag centraal: hoe kan door de vormgeving van bebouwing een bijdrage worden geleverd aan een goede ruimtelijklandschappelijke inpassing? Zijn daarvoor algemene aanknopingspunten te geven? In de toelichting op dit thema is ingegaan op een aantal dimensies van de bebouwing op het boerenerf. Aspecten die in dit geval van belang zijn, zijn genoemd en in beelden uitgedrukt:
• • •
plaatsing van de gebouwen op het erf de vormtaal van de gebouwen kleur en materialisering van de gebouwen
Daarna gingen de deelnemers in twee groepen uiteen, die elk met 2 boerenerven aan de slag gingen. Voor elk van deze erven waren 3D-schaalmodellen van stallen beschikbaar. Met die schaalmodellen en ander maquettemateriaal gingen de beide groepen vervolgens aan de slag. Na deze creatieve sessie kwamen de beide groepen weer bijeen om gezamenlijk te debatteren over de uitkomsten. Hieruit volgde weer een aantal lessen:
!
!
81
LESSEN
Grote stallen hebben ruimte op het erf nodig. Zeker ten opzichte van de kavelgrensbeplanting; Een groot gebouw komt in conflict met zijn omgeving als deze te dicht op de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd Een groot gebouw heeft een enorme impact op het aanzicht van het erf vanaf de openbare weg Een stal moet als stal herkenbaar in het landschap blijvenDe vorm van de stal is daaraan inherent Rust in het ontwerp [qua vorm, kleur en materiaal] van een stal zorgt voor een meer anonieme situering van de stal op het boerenerf.
Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 4 Ontwerp!
!
!
82
!
!
!
83
Colofon uitgave © 2009, provincie Fryslân oplage 250 exemplaren tekst en eindverantwoordelijkheid Kernteam De Nije Pleats in Fryslân: Alex Visser, adviseur en procesmanager Barend van der Veen, planoloog Greet Bierema, landschapsarchitect Annemarie Hoogwoud, projectsecretaris eindredactie, vormgeving en fotografie Annemarie Hoogwoud illustraties Greet Bierema met dank aan deelnemers werkateliers Sandra van Assen [Sterke Stedenbouw], Ico Boersma [DLV], Gerrit Boschloo [hûs en hiem], Hennie Bruynzeel [hûs en hiem], Anne Dorenbos [architect], Durk Durksz [Nij Bosma Zate], Jan Galema [LTO Noord], Edo Gies [Alterra], Bertus de Jong [provincie Fryslân], Jelle de Jong [architect], Jurjen Kingma [LTO Noord], Hilde Kloosterziel [provincie Fryslân], Els van Loon [Landschapsbeheer Friesland], Jan Lycklema a Nijeholt [Wilaard Operations], Gerhard Noordhof [Simmer Stallenbouw], Carolien Reynders [Landschapsbeheer Friesland], Johannes van Sinderen [DLG], Ap Timmermans [hûs en hiem] met dank aan geïnterviewden Durk Durksz [Nij Bosma Zate], Jurjen Kingma [LTO Noord], Nico Konijn [van Hall Larenstein], Cor Kwakernaak [van Hall Larenstein], Jan Lycklema a Nijeholt [Wilaard Operations], Lieuwe Melchers [Royal de Boer stalinrichting], Arthur Scheper [Landschapsbeheer Friesland], Johannes van Sinderen [DLG], Ap Timmermans [hûs en hiem], Henk de Vries [It Fryske Gea]