CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Bijlage bij regels BGB-I - Adviesboek De Nije Pleats in Fryslan

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I’19.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

B i j l a g e

9 :

Adviesboek De Nije pleats in Fryslan

Inhoudsopgave Voorwoord 1.

2.

3.

4.

3

Inleiding

5

1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

7 7 8 8 9

Aanleiding Vraagstelling Onderzoeksopzet Maatschappelijke context Leeswijzer

Advies

11

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

13 14 16 18 20 22

Algemeen Ruimtelijke schaalvergroting in de landbouw Landschappelijke effecten Effecten op woon- en leefomgeving Ruimtelijke schaalvergroting nader beschouwd: advies over inhoud en proces Ten slotte: enkele adviezen uitgelicht

Analyse

25

3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

27 34 40 44

Landbouw in Fryslân Ruimtelijke dimensies Effecten op woon- en leefomgeving Landschap

Ontwerp

57

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

59 59 62 72 79 81

Inleiding Vertrekpunten voor de ontwerpateliers Ontwerpatelier 1: Lokale inpassing Ontwerpatelier 2: Regionaal schaalniveau Ontwerpatelier 3: Resultaat en Proces Ontwerpatelier 4: De bebouwing op het boerenerf

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân !

!

!

1

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân !

!

!

2

Voorwoord Voor u ligt een ontwerpend onderzoek naar schaalvergroting in de landbouw – en dan met name de landschappelijke inpassing van bebouwing. Het onderzoek bestaat uit twee delen: naast dit adviesboek met beleidsaanbevelingen ligt een praktische handleiding in de vorm van een werkboek. In november 2007 zijn in Provinciale Staten vragen gesteld over de mogelijkheden van vestiging van megabedrijven in Fryslân. Die vragen vloeiden voort uit discussies elders in het land over ontwikkelingen, die aangeduid worden met termen als "varkensflats". Naar aanleiding van de Statenvragen hebben wij als College in juni 2008 de notitie ‘Megabedrijven’ opgesteld. Tegelijkertijd echter zagen we een duidelijke toename van het aantal plannen voor uitbreiding van agrarische bebouwing. Daarom is vooruitlopend op de start van het "Atelier Fryslân, werkplaats voor ruimtelijke kwaliteit", dat er is gekomen dankzij de inspanning van onze onlangs overleden gedeputeerde Andriesen, opdracht gegeven voor dit ontwerpend onderzoek naar schaalvergroting in de landbouw. De uitkomsten van het onderzoek zijn mede op basis van een aantal gehouden "atelierbijeenkomsten" tot stand gekomen. Daaraan is door alle betrokkenen, zoals landbouworganisaties, natuurorganisaties, stallenbouwers, landschapsarchitecten, architecten en stedenbouwers deelgenomen.

Ik wil op deze plaats mijn waardering uitspreken voor dit proces van werken.

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân !

Het resultaat dat nu voor u ligt is een onafhankelijk advies. We hebben er als College van Gedeputeerde Staten nog geen standpunt over ingenomen. Dat neemt niet weg, dat ik erg blij ben met dit advies. In combinatie met de door Provinciale Staten in oktober 2008 gehouden expert-meeting, de eerdergenoemde notitie ‘Megabedrijven’ en dit advies zullen wij een provinciaal standpunt over schaalvergroting in de landbouw voorbereiden. De landbouw is voor onze provincie een belangrijke sector. Ik kan mij daarom voorstellen dat wij, net zoals wij dat doen voor het bedrijfsleven, in de recreatie en het toerisme, ons zullen inspannen om ook de landbouwsector in staat te stellen een schaalsprong te maken. Maar dan wel een schaalsprong die past bij het landschap van onze provincie. Dit onderzoek is een goede basis om gezamenlijk geïnspireerd verder te werken aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. En natuurlijk om er samen voor te zorgen dat Fryslân op afstand de mooiste provincie is en blijft! Sjoerd Galema gedeputeerde ruimtelijke ontwikkeling

!

!

3

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân !

!

!

4

1. Inleiding

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 1 Inleiding!

!

!

5

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 1 Inleiding!

!

!

6

1.1.

Aanleiding

“Megastallen, megabedrijven, varkensflats”; begrippen die de verdergaande schaalvergroting in de landbouw verbeelden. In de periode 2000-2005 is het aantal megastallen [naar maatstaven van Alterra/Wur] in Nederland toegenomen van 100 naar 184. Die stallen zijn vooral gerealiseerd in Noord-Brabant, Limburg en Fryslân. Fryslân is gezien de recente ontwikkelingen een aantrekkelijk vestigingsgebied voor grote stallen en bedrijven; met name voor de melkveehouderij. Het provinciaal bestuur stelt zich de vraag in hoeverre het Friese landschap bestand is tegen de ontwikkelingen in de landbouw. Dit onderzoek geeft antwoord op die vraag. De resultaten zijn neergelegd in een tweetal documenten. Dit adviesboek doet verslag van het onderzoek, laat de uitkomsten van de ontwerpateliers zien en geeft een advies. Het werkboek is een praktische handreiking om de ontwikkeling van agrarische bedrijven in goede banen te leiden. Dit werkboek kan direct worden gebruikt en biedt een goed landschappelijk kader voor inpassing van grootschalige agrarische bedrijven.

1.2.

Vraagstelling

De opgave van het te verrichten onderzoek is om vanuit draagkracht en kwetsbaarheid van de verschillende landschappen te kijken naar de mogelijkheden om de ruimtelijke schaalvergroting van agrarische gebouwencomplexen landschappelijk in te passen.

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 1 Inleiding!

Het onderzoek valt uiteen in drie delen. Achtereenvolgens is een analyse uitgevoerd, daarna zijn ontwerpateliers gehouden en ten slotte is op basis van de bevindingen het advies geschreven. De analyse biedt in de eerste plaats inzicht in de ontwikkeling van de landbouw in Fryslân, uitgesplitst in de ontwikkelingen tot nu toe en de verwachtingen voor de toekomst.

In de tweede plaats is inzichtelijk gemaakt welke ruimtelijke componenten bij schaalvergroting/schaalsprongen een rol spelen. Van groot naar klein gaat het daarbij om de omvang van bouwpercelen, de omvang en typering van gebouwen en de situering daarvan binnen het bouwperceel en de vormgeving van gebouwen. Ten derde biedt het dit analysedocument een verdiepingsslag op de 8 landschapstypen uit het Streekplan Fryslân 2007. Onlosmakelijk verbonden met het begrip “megastallen” zijn de effecten op de woon- en leefomgeving. Aan deze discussie kan niet voorbij worden gegaan. Vragen als: welke invloed heeft een megastal of megabedrijf

!

7

op de gezondheid, de infrastructuur, het milieu en visuele hinder en welke aspecten spelen daarbij een rol, zullen daarom beantwoord moeten worden.

1.3.

Onderzoeksopzet

Het onderzoek in de analysefase is primair gericht op het in beeld brengen van de werkelijkheid omtrent de ontwikkelingen in de landbouw; een werkelijkheid die iedereen kan omarmen. Het onderzoek in de analysefase is daarom toegespitst op zoveel mogelijk overleg en weerspiegeling van resultaten met deskundigen “uit het veld”. Allereerst is literatuuronderzoek verricht. Zowel inhoudelijke stukken als cijfermateriaal zijn daarbij betrokken. De conclusies uit die analyse zijn vervolgens voorgelegd aan deskundigen op het gebied van landbouw, stallenbouw, landschap en natuur. De resultaten uit het literatuuronderzoek zijn daarbij geverifieerd, aangescherpt en uitgebreid. Het resultaat daarvan is “de werkelijkheid”, zoals vastgelegd in de analyse, die als input voor de ontwerpateliers heeft gediend.

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 1 Inleiding!

In deze ateliers is aan de hand van een gerichte vraagstelling met betrokken partijen naar oplossingen gezocht voor de [landschappelijke] inpassing van grootschalige landbouw. Daarbij hebben niet alleen landschappelijke argumenten een rol gespeeld, maar ook aspecten van woon- en leefomgeving hebben hun stempel gedrukt op de ateliers. Het was niet alleen een zoektocht naar inhoudelijke oplossingen, maar ook een zoektocht naar de werkvorm, waarbij alle aspecten van de dynamiek van grootschalige landbouw aan de orde zijn gekomen. Kortom, het ging niet alleen over de inhoud, maar ook over het proces.

1.4.

Maatschappelijke context

Het begrip “megastallen” is beladen. Diverse partijen dragen hun mening over dit relatief nieuwe fenomeen uit in regionale en landelijke pers. Oud-minister Veerman van LNV opperde in het TV-programma Zembla onlangs dat Nederland dergelijke stalvormen helemaal niet moet willen. Milieudefensie heeft een speciale website opgesteld waarvan de titel: “stopveefabrieken.nl” boekdelen spreekt.

!

8

De ontwikkeling van megastallen is derhalve niet alleen een ruimtelijk vraagstuk, maar juist ook een maatschappelijk vraagstuk. Ethische vragen over dierenwelzijn in megastallen dienen beantwoord te worden, evenals vragen over aantasting van het woon- en leefmilieu van omwonenden. Deze ethische vragen gaan echter de reikwijdte van het voorliggende onderzoek deels te buiten. Het onderzoek beperkt zich hoofdzakelijk tot het ruimtelijke vraagstuk. De maatschappelijke discussie speelt daarbij op de achtergrond echter wel mee. Uit de Toekomstvisie op de veehouderij, die Minister Verburg in januari 2008 heeft gepresenteerd aan de Tweede Kamer blijkt ook het belang van de maatschappelijke context. De kernboodschap daaruit is dat de Nederlandse veehouderij zich in de komende 15 jaar moet ontwikkelen tot een in alle opzichten duurzame bedrijfstak, met een breed draagvlak in de samenleving. De Minister bedoelt daarmee een veehouderij die produceert met respect voor mens, dier en milieu waar ook ter wereld. Daarvoor zijn zes speerpunten van beleid aan de Tweede Kamer gepresenteerd: • systeeminnovaties: het ontwikkelen van integraal duurzame innovatieve stal- en houderijsystemen voor zowel varkens, kippen als koeien. • welzijn en gezondheid van dieren: het verder verbeteren van het welzijn en de gezondheid van dieren.

• maatschappelijke inpassing: de veehouderij moet weer dichter bij de burgers komen te staan. • energie en milieu: nakomen van harde afspraken die er al liggen op diverse terreinen ten aanzien van energiegebruik en milieubelasting.

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 1 Inleiding!

•

markt en ondernemerschap: terugdringing van administratieve en nalevingslasten voor veehouders en belemmeringen voor innovaties, • verantwoord consumeren: bewustmaking van consumptiegedrag op mens, milieu en dierenwelzijn, waar ook ter wereld. Naast het Ministerie van LNV moedigt de Minister boeren, toeleveranciers, verwerkende industrie, retail, catering, horeca en maatschappelijke organisaties uit om ook hun pakket op tafel te leggen voor een gezamenlijke aanpak.

1.5.

Leeswijzer

Zoals gezegd bestaat dit adviesboek uit drie delen. Om snel toegang te krijgen tot de resultaten wordt eerst het advies gegeven. Het advies zet kort de uitkomsten van de analyse en de ontwerpateliers op een rij en verbindt daar direct de aanbevelingen en adviezen aan. De lezer heeft daarmee direct het resultaat te pakken, maar de onderbouwing ontbreekt. Die onderbouwing is terug te vinden in de hoofdstukken 3 en 4, de analyse en het ontwerp.

Quotes “Dat soort grote eenheden hoort niet in het landschap. Die ontsieren. Het is ook slecht voor het imago van de sector”; C. Veerman, Zembla 25 mei 2008.

!

9

Actiecomité Behoud de Parel haalt ruim 2000 handtekeningen op: “dat is ruim voldoende om de afwijzing van de megastallen met een zogenaamd Burgerinitiatief op de agenda van provinciale Staten te zetten, aldus het actiecomité”; www.nu.nl/news, 26 mei 2008 ”Provincie Fryslân onderzoekt inpassing megastallen”; Leeuwarder Courant, 4 juni 2008 “Als provincie willen we goed weten of en hoe deze bedrijven passen in ons Friese landschap”; Gedeputeerde Anita Andriesen, Leeuwarder Courant, 4 juni 2008 “Nederland kan trots zijn op zijn boeren en tuinders, maar het debat gaat over dierenwelzijn en megastallen, terwijl het zou moeten gaan over hoe we de wereld te eten geven”; Albert Jan Maat, voorzitter LTO Nederland, Trouw, 28 februari 2008

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 1 Inleiding!

!

10

2. Advies

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

!

!

11

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

!

!

12

2.1.

Algemeen

In dit onderzoek was en is de vraag aan de orde: is de ruimtelijke schaalvergroting die plaatsvindt in de landbouw inpasbaar in het Friese landschap. Of anders gezegd:

zijn grote gebouwen, maar het zijn niet de gebouwen waarover de maatschappelijke discussie vooral gaat. Vandaar dat wij in ons begrippenkader liever spreken van “De Nije Pleats in Fryslân”. Het feitelijk advies valt uiteen in twee delen:

biedt Fryslân ruimte voor megastallen? Dit hoofdstuk (Advies) geeft antwoord op die vraag. In dit hoofdstuk worden allereerst de bevindingen uit het onderzoekstraject nog eens op een rij gezet. Dat gebeurt langs een aantal lijnen: • Eerst wordt de ruimtelijke schaalvergroting in de landbouw in Fryslân in beeld gebracht. • Daarna worden effecten voor het Friese landschap zichtbaar gemaakt. • Ook is gekeken naar andere effecten van de schaalvergroting in de landbouw, met name naar de gevolgen voor woon- en leefmilieu. Daarna (in paragraaf 2.5 en 2.6) laten wij ons licht schijnen op de vraag hoe we met de gevolgen van de ruimtelijke schaalvergroting kunnen omgaan. Deze beide paragrafen vormen het feitelijke advies.

Het eerste deel van het advies [dit Adviesboek] doet aanbevelingen om de huidige praktijk op een aantal punten bij te stellen, waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het Friese landschap beter wordt gewaarborgd. Het tweede deel krijgt vorm door het Werkboek De Nije Pleats in Fryslân. Daarin wordt concreet aangegeven hoe we met de ruimtelijke inpassing van grootschalige landbouw om kunnen gaan. Dat werkboek is een hulpmiddel voor de praktijk van nu en voor de plannen van morgen. Het werkboek is toepasbaar binnen de huidige beleidsruimte en biedt aanknopingspunten voor een betere inpassing van de ruimtelijke schaalvergroting in de landbouw.

Voordat we antwoord geven op de hierboven gestelde onderzoeksvraag past een relativerende opmerking bij het begrip megastal. De maatschappelijke discussie, waarbij dat begrip wordt gebruikt, gaat vooral over varkensflat, megabedrijven en dergelijke. Dat is in Fryslân nauwelijks aan de orde. Hier gaat het vooral om de ruimtelijke schaalvergroting in de melkveehouderij. Daarvoor zijn grote stallen nodig. Die stallen zijn een volgende stap in de generatie van ligboxenstallen. Het

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

!

!

13

2.2.

Ruimtelijke schaalvergroting in de landbouw

De landbouw heeft een sterke positie in Fryslân en is van groot belang voor deze provincie. 80% van de gronden is in gebruik als landbouwgrond. Er zijn op dit moment circa 5500 agrarische bedrijven, waarvan circa 90% melkveehouderijbedrijven zijn. Er voltrekt zich binnen de landbouw een schaalvergrotingsproces, dat tot gevolg heeft dat er bedrijven verdwijnen, maar ook dat bedrijven zullen groeien of een schaalsprong zullen maken. Er ligt een ontwikkelingsperspectief naar schaalvergroting voor ongeveer 1700 agrarische bedrijven. Dit zijn de grotere in hoofdzaak melkveehouderijbedrijven. De andere bedrijfssectoren zijn naar verhouding ondergeschikt. Er zijn in Fryslân zo'n 400 akkerbouwbedrijven. De ruimtelijke schaalvergroting in deze sector heeft vooral betrekking op bouwvolumes en is beperkt vergeleken met de melkveehouderij.

De intensieve veehouderij is met zo'n 100 bedrijven vooral op de zandgronden een zeer bescheiden bedrijfstak. Uitbreiding van deze bedrijfstak valt niet te verwachten vanwege het restrictieve beleid van gemeenten in Fryslân, de nabijheid van natuurgebieden en de beperkte agglomoratievoordelen.

Ook de gemengde bedrijven en de paardenhouderijen zijn in aantal beperkt en naar hun ruimtelijke invloed ondergeschikt. De schaalvergroting voltrekt zich dus vooral in de melkveehouderij. In die sector zijn de komende jaren de volgende [ruimtelijke] ontwikkelingen te verwachten:

•

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

Een gemiddeld "volwaardig" melkveehouderijbedrijf heeft een omvang van 100 – 120 NGE. Een aantal van die bedrijven groeit door naar ± 150 NGE of maakt een schaalsprong naar gemiddeld 300 NGE. In orde van grootte zal het gaan om 500 – 800 bedrijven [ter vergelijking: het totale aantal bedrijven nu is 5500]. Een zeer klein aantal bedrijven zal

!

!

14

•

•

•

•

aanmerkelijk groter worden. Daarbij moet gedacht worden aan een grootte van 500-1000 NGE. De bedrijven blijven in grote mate grondgebonden. Dit aspect zal ook een sturende invloed hebben op aantal en de ontwikkeling van de bedrijven die een schaalsprong maken. Er zijn geen aanwijzingen dat deze ontwikkeling in de melkveehouderij in bepaalde delen van de provincie sterker zal zijn dan in andere delen. Tot nu toe spreidt het proces van schaalvergroting zich over de hele provincie. Bedrijven die doorgroeien of een schaalsprong maken zullen hun bedrijfsoppervlakte aanmerkelijk willen uitbreiden. Voor een bedrijf van 300 NGE is een stal of zijn stallen nodig met een oppervlakte van 3000 – 5000 m2. Met de ruimte voor voer- en mestopslag, de logistieke ruimte en de ruimte om de bebouwing en verharding is een effectief bedrijfserf nodig van circa 2 ha. De feitelijke ruimtebehoefte is groter om het bedrijfserf in een goed landschappelijk kader te plaatsen. De uitbreidingsbehoefte zal ook groter zijn wanneer de bestaande [niet effectief te gebruiken] stallen blijven bestaan. Ten slotte is de wens om een helder onderscheid te maken tussen boerderij / woonerf en bedrijfserf. Ook dit leidt ertoe, dat de totale oppervlakte van wat we in planologische zin het agrarisch bouwperceel noemen, voor bedrijven die de schaalsprong maken vaak groter is dan 2 ha.

Er bestaat vanuit de bedrijfsoptiek behoefte aan een dubbele ontsluiting van grote agrarische bedrijven; een "schone en veilige" ontsluiting ten behoeve van boerderij / woonerf en een "bedrijfsmatige" ten behoeve van het bedrijfserf.

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

•

Bedrijven die een schaalsprong maken, maar ook bedrijven die doorgroeien, zullen vaak genoodzaakt zijn een nieuwe stal te bouwen. De vorige generatie ligboxenstallen is afgeschreven, biedt beperkte uitbreidingsmogelijkheden en voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen van een veehouderijbedrijf. Door nieuwbouw van stallen blijven veel oude [overbodige] stallen staan. Soms gebeurt dit ook om logistieke redenen.

De ruimtelijke schaalvergroting van agrarische bedrijven in Fryslân, die hiervoor is beschreven, is leidend geweest voor de vraag of deze schaalvergroting landschappelijk is in te passen. Bovendien is aan deze schaalvergroting de vraag gekoppeld wat daarvan de effecten zijn op woon- en leefomgeving.

!

!

15

2.3.

Landschappelijke effecten

Om de vraag te beantwoorden of de schaalvergroting in de landbouw landschappelijk is in te passen, is een analyse van de Friese landschappen uitgevoerd en zijn met name de kwetsbaarheid en de draagkracht onder de loep genomen. Om de effecten op het Friese landschap te kunnen beoordelen zijn de volgende stappen gezet. 1. Vertrekpunt vormen de hoofdlandschapstypen die in het Streekplan Fryslân 2007 worden onderscheiden. In het Streekplan zijn per landschapstype de kernkwaliteiten gegeven. Op deze landschapstypen is een nadere analyse uitgevoerd die zicht geeft op de invloed van ruimtelijke schaalvergroting. 2. De effectvraag van de schaalvergroting is gekoppeld aan drie hoofdkenmerken die door de landschapstypen heen lopen: o is er sprake van een open of besloten landschap;

open landschap

besloten landschap

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

!

!

16

o

aan welk occupatiepatroon is de ruimtelijke schaalvergroting gebonden: "punt in de ruimte", "groep van punten" of "aan een lint";

o

in welk verkavelingspatroon vindt schaalvergroting plaats.

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

3. Vervolgens zijn per landschapstype ontwerpuit-

gangspunten gegeven, waaraan de ruimtelijke schaalvergroting is getoetst. 4. De effectvraag is voorgelegd aan het ontwerpatelier, dat in een aantal sessies antwoord heeft gegeven op de gestelde vraag. Daarbij is gekeken zowel naar de inpassingsmogelijkheden bij uitbreiding van een agrarisch bedrijf op het bestaande boerenerf als naar vestiging van een nieuw agrarisch bedrijf, ten gevolge van een verplaatsing. Vanuit dit proces is antwoord gegeven op de gestelde vragen. Daaruit kunnen de volgende conclusies worden getrokken. • In geen enkel landschapstype zijn er vanuit landschappelijke overwegingen bij voorbaat zodanige belemmeringen, dat uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf of verplaatsing van een agrarisch bedrijf onmogelijk is. Lokaal maatwerk is altijd vereist. Daaruit kan een nuancering op deze algemene conclusie voortkomen, bijvoorbeeld voor een uitbreiding of verplaatsing op of tegen een terp, op een es of dergelijke. • De ruimtelijke schaalvergroting door uitbreiding van een bestaand bedrijf of door verplaatsing stelt, afhankelijk van lokatie, landschappelijke ligging en nabijheid van andere functies, haar eigen voorwaarden. Zoals gezegd lokaal maatwerk is in alle gevallen vereist, waarbij wel een aantal algemene aanwijzingen geldt.

!

!

17

•

•

•

•

Het landschappelijk effect van schaalvergroting is groter in een open landschap dan in een besloten landschap. De schaalvergroting vraagt in een open landschap een uiterste zorgvuldigheid. Voor de landschappelijke inpassing van een uitbreiding of verplaatsing / inplaatsing geldt meer dan de oppervlakte van het bouwperceel het landschappelijk kader als grens. Dat landschappelijk kader is richtinggevend voor omvang en uitbreidingsrichting van het agrarisch bedrijfserf. Bij uitbreiding of inplaatsing moet ruimtelijk onderscheid worden gemaakt tussen het boerderijerf / woonerf en het bedrijfserf. Beide hebben een eigen identiteit, die richtinggevend is voor de uitbreidingsmogelijkheden van het agrarisch bedrijf. Bij inplaatsing van een agrarisch bedrijf moet de nieuwe vestiging bij voorkeur plaatsvinden aansluitend bij een bestaand boerenerf.

We willen nogmaals de noodzaak van lokaal maatwerk benadrukken. Als onderdeel van dit advies is een werkboek opgesteld, dat aanwijzingen geeft voor dat lokale maatwerk en daarmee voor een goede landschappelijke inpassing van de ruimtelijke schaalvergroting van agrarische bedrijven. Toepassing van het werkboek brengt de ruimtelijke kwaliteit van grootschalige landbouw naar een hoger niveau. Het is van groot belang dat er wordt toegezien op de landschappelijke inpassing en met name op de uitvoe-

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

ring daarvan. Er kan veel, maar daarvoor is strikte uitvoering van het landschappelijke inrichtingsplan een voorwaarde. De landschappelijke inpassing moet bij voorkeur voorafgaand, maar in ieder geval parallel aan de uitbreiding van de bebouwing plaatsvinden.

2.4.

Effecten op woon- en leefomgeving

De ruimtelijke schaalvergroting heeft naast landschappelijke effecten belangrijke gevolgen voor woon- en leefomgeving. Die effecten betreffen milieu, visuele hinder en de toename van het aantal verkeersbewegingen. Daarnaast is er een kritische relatie ten opzichte van natuurgebieden. Als we de gevolgen per aspect onder de loep nemen, komen we tot de volgende bevindingen: • De kritische relatie tussen agrarische bedrijven en burgerwoningen wordt vanuit milieuoptiek uitgedrukt in een afstandmaat [thans van 30 – 100 meter]. Bij ruimtelijke schaalvergroting moet er rekening mee gehouden worden, dat deze afstand 100 meter of meer is. • Voor visuele hinder is geen objectieve maat. Dit is afhankelijk van de lokale situatie. In een open landschap is de confrontatie tussen agrarische bedrijven en woningen in dit opzicht groter dan in een besloten landschap. Met de maat die voortvloeit uit de milieuoptiek [100 meter of meer] en een goede landschappelijke inpassing moet ook de visuele hinder voldoende ingedamd kunnen worden. • Ruimtelijke schaalvergroting leidt tot toename van het aantal verkeersbewegingen. Bovendien worden voertuigen steeds zwaarder en omvangrijker. Dit

!

!

18

legd. Een actieve rol van de overheid en van vertegenwoordigers van de landbouw is gewenst. Uit het onderzoek is naar voren gekomen, dat "te veel" bedrijven enorme investeringen hebben gedaan in de uitbreiding van een agrarisch bedrijf op een lokatie, waarvan de geschiktheid voor ontwikkeling wordt betwijfeld. Om te voorkomen dat dit in de toekomst opnieuw gebeurt, zijn er in dit advies aanwijzingen opgenomen voor een primaire beoordeling van de vraag van bedrijven die willen doorgroeien of een schaalsprong willen maken. Het betreft de volgende aanwijzingen:

leidt tot een kritische belasting van het wegennet en heeft gevolgen voor de nabijheid van woningen. Ook de verkeersveiligheid is in het geding. De amoniakuitstoot van veehouderijbedrijven belast natuurgebieden. In dit opzicht moet rekening worden gehouden met een afstandscriterium tussen agrarische bedrijven en bepaalde typen natuurgebied. De hiervoor genoemde aspecten leggen beperkingen op aan de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven. Die beperkingen zullen bij de ontwikkeling op lokatie zichtbaar moeten worden. Wanneer bij het doorontwikkelen of bij een schaalsprong van een agrarisch bedrijf een of meerdere aspecten in het geding is / zijn, is het de vraag of het mogelijk of verstandig is op die lokatie door te groeien of een schaalsprong te maken. Wanneer het op meerdere aspecten kritisch ligt, moet verplaatsing worden overwogen. Dat is een ingrijpende beslissing die niet alleen op het bord van agrarische bedrijven kan worden ge-

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

• •

•

•

Houd een afstand van minimaal 100 meter aan tussen het bedrijfserf van een agrarisch bedrijf en de dichtstbijzijnde woning[en]. Stel de uitbreidingsvraag ter discussie als de verkeersbewegingen van het agrarisch bedrijf in hoofdzaak door een dorp of een vergelijkbare concentratie van bebouwing lopen. Dit is zeker aan de orde als een agrarisch bedrijf deel uit maakt van een dorp of bebouwingsconcentratie. Een agrarisch bedrijf moet bij voorkeur aan of nabij een ontsluitingsweg liggen met een breedte van > 4 meter. Kijk ook naar mogelijkheden voor een dubbele ontsluiting van het agrarisch bedrijf. Kijk naar de kritische grens ten opzichte van het nabijgelegen natuurgebied. In het algemeen zal het van belang zijn hiervoor preventieve zones vast te leggen [aandachtsgebied].

!

!

19

Wanneer bij een concrete uitbreidingsvraag een of meerdere van deze aanwijzingen kritisch ligt, moet verplaatsing van het agrarisch bedrijf worden overwogen. Daarvoor is een actieve inbreng van andere partijen [overheid] gewenst [gebiedsontwikkeling].

2.5.

Ruimtelijke schaalvergroting nader beschouwd: advies over inhoud en proces

De centrale vraag was en is: is ruimtelijke schaalvergroting inpasbaar in het Friese landschap. Het antwoord op die vraag kan ja zijn. Het is echter wel een ja met een aantal restricties. Als we in Fryslân kijken naar het aantal agrarische bedrijven dat naar verwachting zal doorgroeien of een schaalsprong maakt en we kijken naar de sector, waarin die ontwikkeling in hoofdzaak plaatsvindt [melkveehouderij], dan zijn we in staat die ontwikkeling in principe overal in Fryslân in te passen in het landschap. Daarvoor wordt aanbevolen de aanwijzingen te volgen van dit advies en met name van het werkboek. Kijkend naar de effecten van de ruimtelijke schaalvergroting van agrarische bedrijven op woon- en leefomgeving en op natuurgebied, dan liggen er kritische af-

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

standsgrenzen en / of meetbare voorwaarden voor doorontwikkeling of een schaalsprong. Wanneer we die kritische afstanden en meetbare voorwaarden volgen, dan is het op een groot aantal agrarische bouwpercelen onmogelijk of onverstandig het agrarisch bedrijf aanmerkelijk uit te breiden. In die situaties is verplaatsing zeer aan te bevelen. De verplaatsingsvraag komt tot nu toe bij grootschalige ontwikkeling onvoldoende op tafel, waardoor er in de afgelopen periode een aantal agrarische bedrijven is uitgebreid op lokaties die daarvoor feitelijk niet geschikt zijn. Het is gewenst dat agrarische bedrijven bij grote ontwikkelingen en investeringsbeslissingen worden bijgestaan om tot een goede en integrale afweging te komen. Daarbij ligt zeker [ook] een taak voor de overheid. Dit vaststellende moet er een weg worden aangegeven waarbij de verplaatsingsvraag eerder aan de orde komt en reëel wordt afgewogen. Hier ligt het kantelpunt in dit advies. Tot nu toe ging het alleen over de inhoudelijke vraag. Die inhoudelijke vraag is hiervoor beantwoord. Daaraan is de "procesvraag" toegevoegd. De procesvraag luidt: langs welke weg, met wie en met welke middelen [instrumenten] komen we tot een betere "inhoud". Of anders gezegd: hoe komen we tot een reële afweging tussen uitbreiding op lokatie of verplaatsing in een vroeg stadium van de uitbreidingsvraag.

Het antwoord op de procesvragen is op dezelfde wijze gezocht als het antwoord op de inhoudelijke vragen: in een ontwerpatelier met dezelfde deelnemers is een gezamenlijke zoektocht gedaan.

!

!

20

Die zoektocht heeft geleid tot de volgende conclusies en aanbevelingen: • Een verzoek / oriënterende vraag om uitbreiding van een agrarisch bedrijf komt meestal binnen bij de gemeentelijke afdeling bouwplantoetsing [bouw- en woningtoezicht]. Daar zou voor grote uitbreidingsvragen van agrarische bedrijven het signaal in de richting van een ander toetsingstraject moeten worden gegeven. • Het verdient aanbeveling "een loket" [aanspreekpunt] in het leven te roepen, waar grote uitbreidingsvragen gecoacht, gefaciliteerd en getoetst worden. Dit loket moet uitgerust zijn voor een integrale afweging / ontwikkeling. Daarin moeten in ieder geval vertegenwoordigd zijn: de landbouw, landschap / ruimtelijke kwaliteit, economie / grondbeheer en plantoetsing. Dat loket moet de middelen en mogelijkheden krijgen voor een snel en effectief uitvoeringstraject [onder andere grond, proceduremogelijkheden, geld voor bijdragen aan de fysieke inrichting, ruimte voor ruimte regeling]. • Het loket leidt het traject van initiatief tot uitvoering en brengt daarover advies uit aan de gemeente. Gemeente en provincie maken afspraken over de verankering van het besluitvormingstraject. Daarbij kunnen ook contractuele afspraken met de inititiefnemer worden gemaakt. • Het loket fungeert als aanspreekpunt voor het agrarisch bedrijf. Het moet herkenbaar en zichtbaar worden voor agrarische ondernemers.

Het moet bij voorkeur op lokatie opereren.

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

•

Het loket opereert binnen vastgelegde kaders. Die kaders zullen op hoofdlijnen kwantitatief zijn, maar vooral kwalitatief. Dit advies en met name het werkboek, levert de ingrediënten voor die kaders. Die kaders zullen betrekking hebben op de landschappelijke inpassing, de relatie met natuurgebied en op aspecten van woon- en leefomgeving.

De winst van zo'n gedragslijn zal op vele fronten tot uitdrukking komen. • Vroegtijdig in het proces van ontwikkeling van een agrarisch bedrijf vindt een integrale en reële afweging plaats. De agrarische ondernemer wordt daarbij actief gesteund in het vinden van een oplossingsrichting met toekomstperspectief. • De agrarische ondernemer kan worden gefaciliteerd met middelen [grond, inzet ruimte voor ruimteregeling, landschappelijke inrichting, et cetera] die gezonde doorgroeimogelijkheden van een agrarisch bedrijf betekenen. • Het brengt landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit naar een hoger plan en levert daarmee een grote bijdrage aan de kwaliteit van het Friese landschap. • Het leidt tot heldere en eenduidige trajecten van initiatief tot uitvoering. Bij een goede uitvoering kan procedurewinst worden geboekt.

!

!

21

2.6.

Ten slotte: enkele adviezen uitgelicht

In het voorafgaande worden conclusies getrokken, adviezen gegeven en aanbevelingen gedaan. Dit wordt gedaan vanuit de inhoud en het proces en kijkend naar de ruimtelijke schaalvergroting van agrarische bedrijven aan de ene kant en de invloed daarvan op landschap, natuur en leef- en woonmilieu aan de andere kant. Tot nu toe is er steeds vanuit die samenhang gekeken. Ten slotte willen we als onderdeel van het advies nog enkele aspecten en onderwerpen voor het voetlicht brengen: Hoe verhoudt dit advies zich ten opzichte van de eisen en voorwaarden in het Streekplan [bijvoorbeeld oppervlakte- en hoogte-eisen agrarische bedrijven]. Het Streekplan ziet vooral toe op een goede landschappelijke situering van grote agrarische bouwblokken en op aspecten van ruimtelijke kwaliteit. In de toelichting op het steekplan wordt een maat van 1,5 tot 2 ha genoemd. Veel bestemmingsplannen volgen deze maten. Op de eerste plaats moet worden vastgesteld dat deze richtmaten voldoende zijn voor zeker 80% van de agrarische bedrijven. Het streekplan laat de ruimte om een groter oppervlakte toe te staan. Dit onderzoek pleit voor het benutten van die ruimte voor grote agrarische bedrijven. Het onderzoek doet ook de aanbeveling om ruimtelijke schaalvergroting primair te richten op het landschappelijk kader. In zo’n situatie is de oppervlakte van een bouwperceel de uitkomst van een goed ruim-

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

telijk-landschappelijk plan. Dit betekent ook dat flexibel omgegaan moet kunnen worden met oppervlaktebegrenzingen van agrarische bouwpercelen in bestemmingsplannen. Deze inzet van flexibiliteit moeten niet leiden tot extra procedurele inspanningen [zie ook aanbevelingen "een loket"]. We hebben gemerkt, dat agrarische bedrijven geneigd zijn de gebouwen dicht bij elkaar te zetten en bijvoorbeeld de opslag buiten het bouwperceel te realiseren om aan extra procedures te ontkomen. Uit het onderzoek komt naar voren dat het lastiger wordt in een vernieuwend platteland met een grote variëteit van functies de ruimtelijke schaalvergroting van de landbouw een plek te geven. De historisch gegroeide lokatie van een agrarisch bedrijf is vaak niet meer de beste plek voor een gezonde ontwikkeling van dat bedrijf. Het biedt onvoldoende mogelijkheden om door te groeien of een schaalsprong te maken, nu of in de toekomst. Geadviseerd wordt veel eerder in het proces van uitbreiding van een agrarisch bedrijf de verplaatsingsoptie in de afweging te betrekken. Dit kan veel problemen in de toekomst voorkomen. Het advies en het werkboek geven aanwijzingen voor zo'n afweging. Het proces van ruimtelijke schaalvergroting in de landbouw heeft een zodanige impact, dat de overheid niet meer kan volstaan met de klassieke rol van plantoetser.

Een actieve overheid die ook andere instrumenten inzet in de ruimtelijke sturing van agrarische schaalvergroting is meer dan nodig. Gebiedsontwikkeling [ook op lokaal niveau] kan daarvoor een

!

!

22

sleutel zijn. Ook verdient het aanbeveling de grondbank actief in te zetten in gewenste processen van verplaatsing of inplaatsing. Het onderzoek laat zien dat ruimtelijke schaalvergroting steeds vaker gepaard gaat met de bouw van nieuwe stallen, omdat bestaande stallen onvoldoende toegerust zijn voor een grote uitbreiding. De oude stallen blijven vaak staan, maar worden marginaal gebruikt. Ruimtelijk heeft dit een grote impact: het draagt bij aan de verrommeling van het landschap en vergt in combinatie met de nieuwe stal een onnodig groot bouwperceel. Geadviseerd wordt een stimulerend beleid te voeren om marginaal gebruikte stallen op agrarische bouwpercelen af te breken. Hiervoor kan de ruimte voor ruimteregeling worden ingezet. Naar verwachting zal niet meer dan 10 - 20% van het huidige aantal agrarische bedrijven in Fryslân [circa 5500] doorgroeien of een schaalsprong maken. In deze notitie worden dat de grootschalige agrarische bedrijven genoemd. Bij zulke bedrijven hoort een agrarisch bouwperceel dat groter kan zijn dan 1,5 - 2 ha. De omvang kan oplopen tot 3 - 4 ha. Hiermee ontstaan in het buitengebied kleine “bedrijfsterreintjes”. We hebben vastgesteld dat dit op de schaal waarop het zich voordoet, landschappelijk is in te passen.

Wel mag daarbij de vraag worden gesteld of deze “bedrijfsterreintjes” niet op dezelfde wijze behandeld moeten worden als bijvoorbeeld bedrijfsterreintjes bij de dorpen. Dat wil zeggen dat er een vergelijkbare prijs per m2 voor wordt

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

gerekend, uiteraard met aftrek van de ingebrachte eigen grond. Daar staat dan tegenover dat de overheid een deel van de inrichtingskosten voor haar rekening neemt [bijvoorbeeld landschappelijke inrichting en aansluiting op de openbare weg]. De landschappelijke inrichting van agrarische bouwpercelen is en blijft een onderwerp van zorg. De inrichting is vaak erg mager, voor zover er al beplanting aanwezig is. Hier moet echt verandering in komen. Het onderzoek maakt duidelijk, dat juist de landschappelijke inrichting van bouwpercelen bepalend is voor de ruimtelijke kwaliteit in relatie tot de omgeving. De aanwijzingen voor een goede landschappelijke inrichting liggen er [het werkboek], maar even belangrijk is dat de uitvoering is verzekerd. In het algemeen zou als eis moeten gelden dat bij het indienen van een bouwplan ook een landschappelijk inrichtingsplan wordt ingediend. Op de uitvoering daarvan moet worden toegezien [handhaving] en zo nodig voert de overheid zelf uit, uiteraard op kosten van het agrarisch bedrijf. In dit proces kan het loket een belangrijke rol spelen [contracten]

!

!

23

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 2 Advies!

!

!

24

3. Analyse

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

!

!

25

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

!

!

26

3.1.

Landbouw in Fryslân

De ontwikkelingen in de landbouw in Fryslân in de afgelopen jaren en de toekomstige ontwikkelingen voor de komende jaren vormen een belangrijke input voor het onderzoek. Met deze analyse is getracht het fundament van de landbouw in Fryslân in beeld te brengen. Het voorliggende hoofdstuk biedt inzicht in de ontwikkelingen van de afgelopen 10 tot 15 jaar én de verwachtingen voor de middellange termijn. De eerste paragraaf geeft inzicht in de ontwikkelingen in de landbouw, waarbij verschillende aspecten van de landbouw onder de loep zijn genomen. Alle sectoren van de landbouw zijn geanalyseerd, met uitzondering van de glastuinbouw. Voorts wordt de schaalvergroting in beeld gebracht en tot slot komen de conclusies aan bod.

3.1.1.

Ontwikkelingen in de landbouw

De landbouw heeft in Fryslân van oudsher een sterke positie met goede productiemogelijkheden en is met ruim 80% [ruim 228.700 hectare] van de landoppervlakte de grootste ruimtegebruiker in de provincie. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de ontwikkelingen in het aantal bedrijven, het type bedrijven, de gemiddelde bedrijfsomvang in NGE’s. Bij deze analyse is gebruik gemaakt van cijfers van het CBS [19932003/2005]. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de dynamiek binnen de landbouw in Fryslân op basis van gegevens van hûs en hiem. Aantal bedrijven Het aantal agrarische bedrijven neemt sinds 1993 gemiddeld af met 2% per jaar en vanaf 2000 met 3,5%

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

[wat overigens onder het landelijk gemiddelde ligt]. Waren er in 1993 nog 6.989 agrarische bedrijven, in 2008 bedraagt dit aantal nog zo’n 5.500 agrarische bedrijven. Het totale aantal agrarische bedrijven loopt dus terug en die terugloop versnelt de afgelopen jaren enigszins. Als we 3,5% krimp als uitgangspunt nemen voor de terugloop van het aantal agrarische bedrijven, zou dat betekenen dat we over ongeveer 10 jaar uitkomen op ongeveer 4000 bedrijven in Fryslân. De verwachting is dat op de middellange termijn bijna 4000 agrarische bedrijven in Fryslân overblijven.

Type bedrijven Naast het aantal agrarische bedrijven is het type bedrijven van belang. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen melkveehouderijen, akkerbouwbedrijven, intensieve veehouderijen, de paardenhouderij en de gecombineerde bedrijven. Verreweg het grootste aantal agrarische bedrijven in Fryslân betreft melkveehouderijen [4800 bedrijven]. Dat is bijna 90% van het totaal aantal agrarische bedrijven. Daarnaast zijn er zo’n 400 akkerbouwbedrijven, 100 intensieve veehouderijen en 140 combinatiebedrijven. De melkveehouderij en [in mindere mate] de akkerbouw zijn de belangrijkste sectoren binnen de landbouw in Fryslân. De melkveehouderij is verspreid over Fryslân gelegen en de akkerbouw is vooral geconcentreerd langs de noordwestkust van Fryslân. De intensieve veehouderij is voornamelijk geconcentreerd op de zandgronden van zuidoost Fryslân. De verwachting is dat deze sector vanwege het ontbreken van agglo-

!

!

27

meratievoordelen en de aanwezigheid van vele natuurgebieden niet explosief zal groeien. Hetzelfde geldt voor de gecombineerde bedrijven. Voor de paardenhouderij zijn geen specifieke cijfers beschikbaar. De ontwikkeling van grote bedrijven in deze sector zijn echter in Fryslân incidenten gebleken. In de onderstaande analyse wordt verder ingezoomd in de belangrijkste sectoren van Fryslân, te weten de melkveehouderij en de akkerbouw.

Bedrijfsomvang in NGE’s De omvang van bedrijven heeft zijn weerslag op de verschijningsvorm van deze bedrijven in het Friese landschap. De bedrijfsomvang kan worden uitgedrukt in NGE’s [Nederlandse grootte eenheid] en de oppervlakte cultuurgrond. In onderstaande paragraaf wordt gefocust op de omvang in NGE’s omdat daarmee een relatie met de grootte van het bouwperceel en met de gebouwen op het bouwperceel kan worden gelegd. Hierop wordt in paragraaf 3.1 nader ingegaan. In de periode 1993-2003 is de gemiddelde bedrijfsomvang van agrarische bedrijven in Fryslân toegenomen van 81 NGE naar 94 NGE. Opvallend hierbij is dat de akkerbouwbedrijven in NGE’s achteruit zijn gegaan [van 94 NGE naar 86 NGE in 2003] terwijl de andere bedrijfstakken zijn gestegen. De melkveehouderijen zijn in omvang toegenomen van 79 NGE naar 89 NGE. Globaal zijn de melkveehouderijen onder te verdelen in de niet volwaardige bedrijven [kleiner dan 70 NGE] en de volwaardige bedrijven [100-120 NGE]. De niet vol-

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

waardige bedrijven betreffen de kleine bedrijven en de deeltijdbedrijven. De volwaardige bedrijven kunnen worden onderverdeeld in de familiebedrijven [100-120 NGE] en de meermansbedrijven [groter dan 120 NGE]. Ongeveer de helft van de melkveehouderijen is kleiner dan 70 NGE en zal niet of nauwelijks een rol spelen in de verdergaande schaalvergroting. De groeipotentie zit bij de volwaardige bedrijven [50% van de melkveehouderijen]. Uitgaande van een verdere vermindering van het aantal agrarische bedrijven [tot bijna 4000 agrarische bedrijven] en een aandeel van de melkveehouderij van bijna 90% [ruim 3400 melkveehouderijen] betekent dat in de komende 10 jaar de helft daarvan [ruim 1700 volwaardige melkveehouderijen] op de middellange termijn een stap in de schaalvergroting zal maken. Alterra heeft onderzoek gedaan naar het aantal grotere [meermansbedrijven] in Nederland. Daaruit blijkt dat het aantal grote agrarische bedrijven [meer dan 250 NGE] ook in Fryslân toeneemt. Samen met Noord-Brabant huisvest Fryslân verreweg het grootste aantal van deze grote bedrijven in Nederland. In 2005 zijn 40 van deze bedrijven in Fryslân gevestigd. Op één na betreft het allemaal melkveehouderijen. Nevenfuncties De ruimtelijke impact van het agrarisch bedrijf is niet alleen een afgeleide van de grootte van het bedrijf zoals hierboven omschreven.

Die impact kan ook afhankelijk zijn van nevenfuncties die op een agrarisch bedrijf worden uitgeoefend. Er worden twee typen nevenfuncties onderscheiden in deze analyse, te weten de nevenfuncties zoals een

!

!

28

kaasboerderij, zorgboerderij, boerderijwinkel of een boerencamping en nevenfuncties in de sfeer van energiewinning, zoals biomassa vergisting. De eerste groep van nevenfuncties wordt doorgaans in het oorspronkelijke boerderijgebouw geëxploiteerd en heeft daarom nauwelijks gevolgen voor de schaal van het traditionele boerenerf. De professionele energiewinning [in de vorm van bijvoorbeeld de mestvergisting] heeft dat wel. Hierop wordt in paragraaf 3.3 dan ook nader ingegaan. Kanttekening daarbij is wel dat de grotere agrarische bedrijven vaak geen tijd en ruimte hebben om dergelijke professionele nevenfuncties erbij te exploiteren. Hoe groter het bedrijf hoe minder ruimte voor een professionele neventak. Professionele energiewinning is een nevenfunctie die een grote landschappelijke impact heeft.

Dynamiek binnen de agrarische sector Voorgaande heeft een indruk gegeven van de ontwikkelingen in de landbouw in Fryslan. In onderstaande wordt verder ingezoomd op de dynamiek binnen de landbouw in de afgelopen 1,5 tot 2 jaar. Investeringen door agrariërs geven blijk van die dynamiek. Met name in de afgelopen 5 jaar is de investeringsdrang door melkveehouders aanzienlijk. Met het oog op het verdwijnen van het melkquotum [men investeert niet meer in quotum] én de nog steeds stijgende melkprijzen investeren melkveehouders in machines, grond en gebouwen. Om een beeld te krijgen van de investeringen in gebouwen door agrariërs in Fryslân is een analyse gemaakt van bouwaanvragen die bij hûs en hiem in 2007

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

en 2008 zijn beoordeeld. Het gaat hierbij om bouwaanvragen met een bouwsom van meer dan !50.000,=.

In de periode 1 januari 2007 tot 1 juni 2008 zijn bij hûs en hiem ruim 400 bouwaanvragen voor stallen beoordeeld. Ruim 400 agrariërs [bijna 10% van het totaal aantal agrariërs in Fryslân en bijna 20% van de volwaardige melkveehouderijen] hebben in de afgelopen 1,5 jaar derhalve een wens tot uitbreiding verwezenlijkt. Meer dan 90% van de bouwaanvragen had betrekking op melkveehouderijen [ligboxenstallen, jongveestallen en serrestallen]. De overige aanvragen betroffen stallen voor intensieve veehouderijen en paardenhouderijen. De akkerbouw is vanwege de gehanteerde selectiecriteria niet in deze analyse betrokken. De afgelopen 2 jaar vond in de agrarische sector, en met name in de melkveehouderij, een grote dynamiek plaats. Bijna 20% van de volwaardige melkveehouderijen heeft zich uitgebreid.

!

!

29

Spreiding Spreiding van de investeringen over de provincie biedt inzicht in de potentie van gebieden om zich als agrarische regio te ontwikkelen. Ook wordt in het navolgende ingegaan op de spreiding van de eerder genoemde grote agrarische bedrijven [meer dan 250 NGE] over Fryslân. De spreiding van de bouwaanvragen uit 2007 en 2008 over Fryslân per bedrijfstak is in onderstaande figuur in beeld gebracht. Uit deze figuur blijkt dat investeringen in agrarische gebouwen in heel Fryslân aan de orde waren. Ten aanzien van de melkveehouderij is een lichte nadruk op investeringen in het zuidwestelijke en zuidoostelijke deel van de provincie. Voor intensieve veehouderijen geldt een lichte nadruk op investeringen in de oostelijke helft van Fryslân. De investeringen in paardenhouderijen tot slot, zijn eveneens voornamelijk in de oostelijke helft van Fryslân gepleegd. De akkerbouw is niet in de analyse betrokken. De uitbreiding van agrarische bedrijven heeft zich over de hele provincie voorgedaan, met slechts lichte concentraties.

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

Figuur: Spreiding investeringen in gebouwen 2007-2008, > !50.000,=

Door Alterra is de spreiding van de grote agrarische bedrijven met een bedrijfsomvang van meer dan 250 NGE over Fryslân in beeld gebracht [zie onderstaande figuur]. Hieruit blijkt eveneens een redelijk divers spreidingspatroon. In de westelijke helft van Fryslân zijn de minste van deze bedrijven gesitueerd, terwijl er een lichte concentratie in het zuidoosten en middennoorden van de provincie is.

!

!

30

Figuur: Spreiding bedrijven > 250 NGE, Fryslân 2005 [Bron: Alterra/Wur]

3.1.2.

Schaalvergroting in de landbouw

Voor de analysefase, maar met name voor het vervolg van het onderzoek [de ontwerpfase en de adviesfase] is het van belang om duidelijk voor ogen te hebben welke ontwikkelingen in de landbouw in Fryslân een

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

wezenlijke ruimtelijke impact zullen hebben. In de literatuur wordt met megabedrijven / stallen voornamelijk de intensieve veehouderij bedoeld. In Fryslân vindt dit op zeer bescheiden schaal plaats en verdient derhalve dan ook niet die benaming. Volgens Alterra is in Fryslân sprake van een megabedrijf bij > 250 NGE. Uit analyse blijkt echter dat er geen knip te maken is bij 250 NGE. Wel doen zich in Fryslân op ruime schaal grootschalige ontwikkelingen voor. Gelet op de ruimtelijke impact verdienen deze bedrijven echter niet de kwalificatie “megabedrijf”, maar spreken we van grootschalige landbouw in Fryslân. Wannneer we spreken over > 500 NGE dan is de kwalificatie “megabedrijf” wel op zijn plaats. De verwachting is dat deze “megabedrijven” in Fryslân slechts incidenteel zullen worden opgericht. Deze verwachting is ondermeer gebaseerd op de hoeveelheid beschikbare agrarische cultuurgrond [ruim 200.000 ha] en het aantal agrariërs. De helft van de beschikbare grond is namelijk nodig voor de “kleine” boeren [ruim 40 ha per boer]. Voor de doorgroeiers en de boeren die een schaalsprong nemen is daardoor slechts 100.000 ha over. De meeste van die boeren zullen doorontwikkelen waardoor ze per bedrijf minstens 2 maal zoveel hectare cultuurgrond nodig hebben. Voor deze schaalvergroting zou dus al te weinig grond in Fryslân beschikbaar zijn.

Er blijft voor echte “megabedrijven” dus nauwelijks grond over! Wanneer de ontwikkeling naar “megabedrijven” wel incidenteel aan de orde komt, is daarvoor maatwerk noodzakelijk.

!

!

31

Gelet op de ruimtelijke impact is in Fryslân vooral sprake van grootschalige landbouw. Veel prominenter in het Friese landschap zullen dus de ontwikkelingen in de schaalvergroting/schaalsprongen zijn, die de komende jaren voor ruim 1700 Friese melkveebedrijven voor de deur staat. In paragraaf 3.2 wordt daarom nader ingegaan op de ruimtelijke dimensies van die schaalvergroting/schaalsprongen. In het onderstaande wordt eerst ingegaan op de aard van schaalvergroting en de aanleiding tot schaalvergroting. Daarbij is de focus [zoals uit bovenstaande analyse is gebleken] gericht op de melkveehouderij en op de akkerbouw. De schaalvergroting in de landbouw heeft een belangrijke ruimtelijke impact. Schaalvergroting kan zich op twee manieren manifesteren. Enerzijds de reguliere schaalvergroting, waarbij de bedrijfsvoering geleidelijk aan kostenefficiënter wordt, de inkomsten worden vergroot en het bedrijf fysiek groeit. Anderzijds manifesteert schaalvergroting zich momenteel steeds vaker in schaalsprongen, waarbij [met name in de melkveehouderij] bedrijven ineens aanzienlijk groeien [verdubbelen in omvang]. De nieuwe bedrijfsomvang staat daarbij niet meer in verhouding tot de oude omvang van het bedrijf.

Reguliere schaalvergroting Motieven voor de individuele boer voor reguliere schaalvergroting zijn vooral om doorgroei naar een volwaardige melkveehouderij mogelijk te maken en vanwege de positie in de markt. De stappen per bedrijf

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

Stoppers

Stoppers

Volwaardige bedrijven 100120 nge

Volwaardige bedrijven 150 nge

Volwaardige bedrijven 300 nge

zijn afhankelijk van schaalgrootte, bedrijfsvoering en organisatie. Kenmerk is dat reguliere schaalvergroting vaak in kleine stappen plaatsvindt. Schaalvergroting betekent voor de melkveehouderij allereerst een investering in gebouwen. Zonder gebouwen kunnen geen extra melkkoeien worden gehouden en gemolken. Na de investering in gebouwen wordt geïnvesteerd in koeien [ofwel door aankoop ofwel door eigen aanfok]. Om deze extra dieren voldoende te kunnen voeren en om te voldoen aan de wetgeving wordt daarna geïnvesteerd in extra cultuurgrond. Bij de akkerbouw is deze volgorde omgekeerd. In deze sector wordt eerste geïnvesteerd in grond. Zonder extra grond kan geen extra omzet worden behaald. Na deze investering in grond wordt geïnvesteerd in extra [en hogere] gebouwen en machines om de extra opbrengsten te kunnen verwerken en op te kunnen slaan. In het voorgaande is reeds ingegaan op de ontwikkeling van het aantal agrarische bedrijven en de omvang daarvan. Daarin is aangegeven dat op de middellange termijn bijna 4000 bedrijven zullen overblijven. De helft daarvan betreft volwaardige bedrijven die op de mid-

!

!

32

dellange termijn een stap in de schaalvergroting zullen maken. Het gaat op de middellange termijn dus om ruim 1700 melkveehouderijen met groeipotentie.

•

De ruimtelijke gevolgen van reguliere schaalvergroting uiten zich vooral in het vergroten van de lengte en/of breedte.

Schaalsprongen in het proces van de schaalvergroting Een schaalsprong betekent zoals gezegd een vergroting van het bedrijf die niet meer in verhouding staat tot de huidige omvang van het bedrijf. Men kan niet meer volstaan met uitbreiding van de huidige stal maar kiest voor de bouw van een geheel nieuwe stal. Schaalsprongen worden vooral genomen door bedrijven die zich dergelijke investeringen kunnen veroorloven. Motieven voor een schaalsprong: • De groei naar een maatschap kan de wens naar schaalvergroting stimuleren. In zo’n geval zijn er twee [of meer] gezinnen die een volwaardig inkomen uit het bedrijf moeten generen. Vergroten van

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

•

•

•

het bedrijf is daarbij in sommige gevallen noodzakelijk. De moderne boer wordt steeds meer een manager en ruimt meer tijd in om ook buiten het bedrijf actief te kunnen zijn. Vanwege bedrijfseconomische redenen zal hij meer werkzaamheden uitbesteden. Deze extra kosten kunnen alleen worden opgevan-

gen door het bedrijf te vergroten. In sommige gevallen kan het samenvoegen van bedrijven een schaalvoordeel opleveren. Bij samenvoeging van bedrijven is geen sprake van reguliere schaalvergroting maar juist van een schaalsprong. Door de inbreng van kapitaal van meerdere ondernemers kunnen vaak ook grote investeringen worden gedaan. Ook de al grote bedrijven nemen, wanneer ze gaan groeien, vaak een schaalsprong. Grote bedrijven hebben de kapitaalkracht om grote investeringen te doen. Voor hen is een schaalsprong dan ook beter haalbaar. Sommige investeringen noodzaken tot schaalsprongen. Wanneer bijvoorbeeld een tweede melk-

!

!

33

robot moet worden aangeschaft is het belangrijk dat die melkrobot meteen goed benut wordt. Een verdubbeling van het aantal koeien is dan in veel gevallen onontbeerlijk.

gen. Daarbij gaat het om het agrarisch bouwperceel, de dynamiek binnen het bouwperceel en de grootte en de vormgeving van gebouwen.

De schaalvergroting, en met name de schaalsprongen hebben ruimtelijke gevolgen. De bedrijven worden groter, het aantal gebouwen op het erf neemt toe en de omvang van de gebouwen neemt toe. Op deze ruimtelijke componenten wordt in paragraaf 3.2 nader ingegaan. Een schaalsprong kan echter ook een aanleiding zijn om opnieuw na te denken over de locatie. De vraag is namelijk of iedere locatie geschikt is voor een schaalsprong. Omdat bij een schaalsprong grote investeringen gedaan moeten worden moet de vraag worden gesteld of die investering niet beter op een andere locatie gedaan kan worden. Deze vraag diende als voeding voor de ontwerpfase.

3.2.1.

Grote investeringen als gevolg van een schaalsprong roepen de vraag op of die investering niet beter op een andere locatie gedaan kan worden.

Figuur: Ontwikkelingen in de omvang van het agrarisch bouwvlak

3.2.

Bouwperceel

Het agrarisch bouwperceel betreft het ruimtelijk herkenbare bedrijfserf waarop de gebouwen maar ook andere bedrijfsvoorzieningen zoals mestsilo’s, sleufsilo’s, verhardingen en dergelijke zijn gelegen. Door schaalvergroting in de landbouw groeit ook het agrarisch bouwperceel, met name voor de melkveehouderijbedrijven. Niet alle bedrijven zullen eenzelfde soort ontwikkeling in bouwperceel doormaken en/of doorgroeien naar grootschalige landbouw. Hierdoor zullen niet alle bedrijven dus eenzelfde grootte bouwvlak nodig hebben in de toekomst.

Ruimtelijke dimensies

Uit voorgaande paragraaf blijkt dat met name de melkveehouderij en [in mindere mate] de akkerbouw van belang zijn voor het onderzoek naar de ontwikkeling in schaalvergroting/schaalsprongen en de gevolgen daarvan op de ruimtelijke kwaliteit van het Friese landschap. Dit paragraaf gaat in op de diverse ruimtelijke dimensies van de schaalvergroting en de schaalspron-

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

!

!

34

Er kan een driedeling gemaakt worden in “kleine bedrijven”, “volwaardige [familie]bedrijven” en “meermansbedrijven”. De “kleine bedrijven” [minder dan 70 NGE] hebben aan een bouwvlak van rond de 1 hectare voldoende. De "volwaardige" [familie]bedrijven [gemiddeld 100-120 NGE] hebben, wanneer ze doorgroeien [± 150 NGE] voldoende aan een bouwperceel van 1,5-2 ha. Wanneer bedrijven een schaalsprong maken [naar ± 300 NGE] komt de oppervlaktegrens van 2 ha in het geding. Theoretisch hebben ze voldoende aan een bedrijfsoppervlakte van 2 ha, uitgaande van de bouw van een nieuwe stal. Als we naar de praktijk kijken, waarbij oude stallen vaak blijven staan, de ruimte om de oude boerderij [woonerf] ontbreekt en landschappelijke inpassing beperkt blijft tot een smalle beplantingsrand op de perceelgrens, dan is een oppervlakte van 2 ha on-

Adviesboek De Nije Pleats in Fryslân - Hoofdstuk 3 Analyse!

voldoende. Incidenteel zullen we te maken krijgen met echt grootschalige bedrijven [meermansbedrijven, > 500 NGE]. Deze bedrijven hebben aan een bouwperceel van 2 ha niet voldoende maar hebben een groter bouwperceel nodig, namelijk > 3 ha.

3.2.2.

Dynamiek binnen het bouwperceel

Binnen het agrarisch bouwperceel heeft zich in de loop der tijd een enorme dynamiek afgespeeld. Voorheen kon al het vee én het voer én de machines binnen de oorspronkelijk kop-hals-romp-boerderij of stelpboerderij worden gehuisvest. De ligboxstal deed in de jaren ’60’70 van de vorige eeuw zijn intrede en zorgde voor een nieuwe manier van bedrijfsvoering. De erfinrichting werd daarop ook aangepast. Er kan gesproken worden van de eerste schaalsprong voor het agrarisch bedrijf. Naast de schaalvergroting van bestaande boerderijen, werden ook nieuwe boerderijen in de vorm van een vrijstaande woning met daaraan geschakeld een ligboxstal gerealiseerd. Deze erven vormden een nieuwe entiteit in het buitengebied. Grotere stallen, betekende ook meer mest en voer. Ook dat kreeg een plaats op het nieuwe boerenerf. Na deze schaalsprong volgde een periode van schaalvergroting. De ligboxstallen werden groter of er kwam een tweede ligboxstal of kleinveestal bij. Ook werd er meer opslagcapaciteit voor ruwvoer op het erf gerealiseerd. Op sommige erven verscheen een tweede bedrijfswoning.

!

!

35

Een analyse van bestaande agrarische bedrijven leert dat bij melkveehouderijen en bij akkerbouwbedrijven een relatie bestaat tussen de grootte van het bouwperceel, het percentage bebouwing en het percentage verharding binnen dat bouwperceel. Het betreft de effectieve ruimtebesteding op het bedrijfserf van een boerderij. Voor de melkveehouderij is die verhouding 1:1 en voor de akkerbouw is de verhouding 2:1. Met andere woorden: de akkerbouw heeft bijna twee keer zoveel bebouwing als verharding op het erf, terwijl voor de melkveehouderij geldt dat extra bebouwing leidt tot evenveel extra verharding op het erf. De agrarische bouwvlakken [daadwerkelijk voor de bedrijfsvoering benutte erf; dus niet het vergunde planologische bouwvlak] voor melkveehouderijen zijn doorgaans groter dan voor akkerbouwbedrijven. Het percentage bebouwd/verhard oppervlak schommelt voor beide bedrijfstypen rond de 50%. Opvallend is dat naarmate een agrarisch bedrijf groter is, de percentages bebouwd oppervlak en verhard oppervlak nauwelijks veranderen. Met andere woorden: de grootte van het bouwperceel is niet van invloed op het percentage bebouwd en verhard oppervlak voor zowel melkveehouderijen als voor akkerbouwbedrijven. Wel moet worden opgemerkt dat volledig nieuw gebouwde bedrijven efficiënter met het bouwperceel omgaan dan de gestaag gegroeide bedrijven.

Het percentage bebouwd/verhard terrein is voor deze volledig nieuwe bedrijven groter [tussen de 60% en 70%].

Melkveehouderij

Akkerbouw

Schematische weergave indeling bouwperceel bij groei van een bedrijf

Een schaalsprong betekent [naast grótere bouwpercelen] binnen het bouwperceel nóg grotere stallencomplexen met een evenredige toename van de oppervlak te verharding. Daarnaast doen nieuwe fenomenen zoals mestvergistingsinstallaties, algenkwekerijen en dergelijke intrede op het boerenerf. Extra rij- en manoeuvreerruimte ten opzichte van volwaardige bedrijven lijkt minder noodzakelijk. Op dat punt kan dus sprake zijn van enige “ruimtewinst”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13085849/4