CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Reactienota op zienswijze

Raadsvergadering 18 juli 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Oanfraach omjouwingsfergunning rekreaasjewenning Sândfurd6.650 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota zienswijze ontwerpvergunning UV20221150 Perceel nabij Nr 9a te Sandfirden

Gemeente

Súc/ivesŕ-Fryslân

1. Inhoudsopgave 1.

Inhoudsopgave.................................................................................................................................2

l.Inleiding.................................................................................................................................................3

2.

1.1

Algemeen..................................................................................................................................3

1.2

Ontvangen zienswijze...............................................................................................................3

Reactie op zienswijze........................................................................................................................4

Gemeente

Súc/ivesŕ-Fryslân

l.Inleiding 1.1

Algemeen In dit document wordt de zienswijze beschouwd die is ingediend tegen de ter inzage gelegde ontwerpweigering omgevingsvergunning voor het project het herontwikkelen van een (kleinschalig) kampeerterrein naar een recreatiewoning op het perceel nabij Nr 9a te Sandfirden. De aanvraag omgevingsvergunning is geregistreerd onder het nummer: UV20221150.

1.2

Ontvangen zienswijze De ontwerpweigering omgevingsvergunning heeft ter inzage gelegen in de periode van 21 maart 2024 tot en met 1 mei 2024. Tijdens deze inzageperiode is er 1 zienswijze ingediend. Het is de gemachtigde van de aanvrager (de heer M. Snel namens de eigenaar de heer Oosterhuis). In de reactie op de zienswijze hieronder zal deze indiener van de zienswijze als 'de aanvrager' worden aangeduid.

Gemeente

Súc/ivesŕ-Fryslân

2. Reactie op zienswijze Hieronder staan (samengevat) de gronden vanuit de zienswijze weergegeven met onze reactie hierop. Deze reactie op de zienswijze maakt integraal onderdeel uit van (de motivering van) het definitieve besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. De gronden vanuit de zienswijze zien op: - Er wordt in strijd met de Awb gehandeld (artikel 2:4 Awb, vooringenomenheid) - Er is niet serieus beoordeeld of er afwijking op bestemmingsplan kan worden verleend - Het begrip 'goede ruimtelijke ordening' wordt misbruikt als weigeringsgrond - De aanvraag is getoetst aan het verkeerde bestemmingsplan - De aanvraag is niet getoetst aan de regels omtrent Natura 2000 - De omvang en gebruik recreatiewoning worden overdreven - Op het buurperceel is recreatiebestemming wel toegestaan en dat schept precedent - Er wordt wel aan provinciaal beleid voldaan - Signalen uit de buurt komen voornamelijk vanuit de bestaande camping - De gemeente geeft niet aan wat te willen met een kampeerterrein met slechts 1 kampeermiddel - Er heeft geen eerlijke en oprechte toetsing plaatsgevonden - De hoogte van de leges zijn gebaseerd op verkeerde bouwkosten, dat moet zijn C 160.000 Hieronder wordt puntsgewijs ingegaan op de aangevoerde onderdelen uit de zienswijze.

2.1 Er wordt in strijd met de Awb gehandeld (artikel 2:4 Awb, vooringenomenheid) In de zienswijze wordt gesteld dat de gemeente vooringenomen is. Niet alleen de ambtenaren, maar ook de wethouders en de (meeste) raadsleden. Dat zijn nogal zware woorden. Als gemeente werpen wij dergelijke uitspraken ver van ons af. Als gemeente handelen wij uiteraard zonder vooringenomenheid. Dat het antwoord van de gemeente de aanvrager niet uitkomt (of niet past binnen zijn visie), maakt niet dat de gemeente vooringenomen is. Sterker nog, de gehele procedure die inmiddels is doorlopen getuigt in onze ogen van het consequent en transparant uitvoeren van het gemeentelijk beleid. Al aan het begin van het traject bij de beantwoording van de conceptaanvraag hebben wij aangegeven dat het bouwplan (omzetten van een kampeerterrein naar een recreatiewoning) niet passend is binnen onze beleidsuitgangspunten en dat wij niet wilden meewerken aan een afwijking op het bestemmingsplan. Op 7 april 2022 hebben wij dit reeds schriftelijk aangegeven. Vervolgens wordt er ondanks dit duidelijke bericht een aanvraag omgevingsvergunning ingediend op 22 december 2022. Er is meerdere malen contact met de (eerdere) gemachtigde van de aanvrager geweest over deze aanvraag. Ook over de onmogelijkheden. Op 22 februari 2023 is zelfs een fysiek overleg op het gemeentehuis geweest onder meer.

Het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is toen ook aan bod gekomen en dat is aanleiding geweest dat eerst af te wachten en daarna door te gaan met deze aanvraag omgevingsvergunning. De aanvrager heeft er bewust voor gekozen de aanvraag niet in te trekken maar te laten behandelen nadat dit nieuwe bestemmingsplan was vastgesteld. Tegen dit bestemmingsplan werd ook een zienswijze ingediend (en nu ook beroep).

Gemeente

Sííċ/ivesř-Fryslân

De inhoud van de zienswijze en het beroep verschilt dan wel weer. Bij de zienswijze gaat het om het aantal kampeermiddelen (en in beroep ook) en niet om een recreatiewoning. Dat staat dan weer los van het herontwikkelen van dit kampeerterrein naar een recreatiewoning(-bestemming). In het najaar van 2023 komt de huidige gemachtigde (en indiener van de zienswijze tegen het ontwerpbesluit) in beeld. Deze gemachtigde heeft ook een overleg geweest met de wethouder. Als gemeente hebben wij ons beleid consequent gehanteerd en zijn wij daar altijd duidelijk over geweest. Dat betekent niet dat wij niet elk bouwplan beoordelen op zijn eigen merites, maar het betekent wel dat wij ons eigen beleid hierin zwaar laten meewegen. Immers, het opstellen van ruimtelijk beleid heeft potentieel effect op de omgeving en andere gevallen. Als gemeente willen wij consequent en transparant handelen en duidelijkheid geven aan de indieners van een aanvraag. In dit geval is deze duidelijkheid er wel geweest in onze ogen. In de conceptaanvraag is deze integrale afweging al gemaakt en deze afweging is nogmaals gedaan tijdens de lopende aanvraag (waaronder begrepen de documenten die hierbij zijn aangeleverd). In de afweging van de betrokken belangen, waar wij reeds in de conceptaanvraag mee zijn begonnen, komen wij tot de conclusie dat wij geen medewerking willen verlenen aan dit initiatief.

Dat heeft niets met vooringenomenheid te maken maar met een zorgvuldige uitvoering van onze taak. Dit initiatief past niet binnen onze gemeentelijke beleidsuitgangspunten en wij zijn niet bereid hiervoor een afwijking op het bestemmingsplan te verlenen. De inkt van dit bestemmingsplan is nog niet eens droog ook.

2.2 Er is niet serieus beoordeeld of er afwijking op bestemmingsplan kan worden verleend In de zienswijze wordt gesteld dat er niet serieus is beoordeeld of er medewerking aan een afwijking op het bestemmingsplan kan worden verleend. Wij zien dit anders. Net zoals dat bij alle aanvragen die niet aan het bestemmingsplan voldoen gebeurt, beoordelen wij aan de hand van de wet- en regelgeving en de bijbehorende beleidsstukken en -visies of wij medewerking kunnen verlenen aan een initiatief. Dat is eerst gedaan bij de beoordeling van de conceptaanvraag en later bij de nu lopende aanvraag omgevingsvergunning. Deze beoordeling is altijd serieus en zorgvuldig. Dat kan ook niet anders want voor welk besluit er ook genomen wordt, er dient een zorgvuldige en grondige motivering onder te liggen. En daar is sprake van. Dat dit besluit een andere uitkomst heeft dan hetgeen de aanvrager wil, maakt niet dat er daarmee niet serieus naar de aanvraag gekeken is. Om nogmaals duidelijk te maken waarom wij geen medewerking willen verlenen aan een afwijking op de bestemming voor dit bouwplan, zullen wij nogmaals herhalen en verduidelijken waarom wij geen gebruik willen en kunnen maken van de discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Let wel, er is geen verplichting om mee te werken ook al doet de initiatiefnemer dat bijna wel geloven.

Feit is en blijft dat er strijd met het bestemmingsplan aan de orde is (en onder het oude bestemmingsplan was). Dit nieuwe bestemmingsplan is op 28 september 2023 vastgesteld en op 22 december 2023 in werking getreden. Op het perceel ligt de enkelbestemming 'Natuur-waterrecreatief medegebruik' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - archeologie 2' en 'Waarde - landschap verkaveling'. Tevens ligt op het perceel de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - natura 2000' en de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein'. Gemeente

Sííc/ivesŕ-Fryslân

Op grond van artikel 16.1 onder i zijn deze gronden bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorisch, natuurlijke en landschappelijke waarden van de meren en poelen, riet- en oeverstroken en eiland. Binnen de functieaanduiding is een kleinschalig kampeerterrein toegestaan waarbij het aantal staanplaatsen per locatie is opgenomen in bijlage 4 van het bestemmingsplan. Dat is voor deze locatie 1 kampeermiddel. Voor het oude bestemmingsplan geldt dezelfde situatie. Ook daarin was 1 kampeermiddel toegestaan. Op dit moment loopt een beroepszaak tegen het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan waarbij wordt gesteld dat er in plaats van 1 kampeermiddel er 3 tot 6 kampeermiddelen toegestaan zijn op deze locatie. Ofwel op basis van de regels van het oude bestemmingsplan danwel op grond van het overgangsrecht. Inhoudelijk zien wij dat anders en zijn wij van mening dat er 1 kampeermiddel is toegestaan net zoals dat ook was voorgeschreven in het voorheen geldende bestemmingsplan. De aanvraag voorziet in het herontwikkelen van het terrein naar een recreatiewoning.

In plaats van de functieaanduiding 'kleinschalig kampeerterrein' zal het perceel feitelijk de bestemming 'recreatierecreatiewoning' moeten krijgen (op termijn) danwel toestemming voor de bouw van een recreatiewoning in plaats van de toestemming voor het plaatsen van een (of meerdere) kampeermiddelen. Feitelijk dus min of meer het uitruilen van het kampeermiddel (of zoals de aanvrager stelt tot 6 kampeermiddelen) naar een recreatiewoning. Recreatie is een belangrijk aspect binnen onze gemeente. In de toelichting van het bestemmingsplan onder 3.1.8 (pagina 35 en verder) komt naar voren hoe de recreatie in dit bestemmingsplan is opgenomen en waarom dit zo is gedaan. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het regulier kampeerterrein (camping met allerlei voorzieningen zoals wasgelegenheid en receptie) en de kleinschalige kampeerterreinen. Deze laatste groep ontstaan vanuit de nevenactiviteit bij een (voormalig) agrarisch bedrijf. Bij reguliere kampeerterreinen is er sprake van tientallen tot over de honderd kampeermiddelen. Bij kleinschalige kampeerterreinen lopen de aantallen tot maximaal 25 stuks. Het perceel van initiatiefnemer is geen regulier kampeerterrein. Allereerst blijkt dit al uit de onderliggende enkelbestemming. Dat is geen 'recreatie - recreatiebedrijven'.

Daarnaast is er ook 1 kampeermiddel toegestaan en op basis van dit aantal blijkt ook al dat het kleinschalig is (overigens ook indien er onverhoopt wel 6 kampeermiddelen toegestaan zouden moeten worden dus). De situatie op het perceel is van oudsher een onderdeel geweest van een hoofdfunctie als kleinschalig kampeerterrein. Deze hoofdfunctie is er inmiddels al geruime tijd niet meer en het kleinschalig kampeerterrein is hier nog een overblijfsel van. In het voorgaande bestemmingsplan was dit als kampeerterrein aangeduid mede omdat dit ruimtelijk plan de term 'kleinschalig kampeerterrein' niet kent. De kleinschaligheid zit hem echter in de aantallen die zijn toegestaan. In dit geval slechts 1. Binnen de agrarische bestemming, bij uitstek de hoofdbestemming waarbij er een ondergeschikte recreatieve voorziening aan de orde kan zijn, is er ook alleen de aanduiding kampeerterrein (in plaats van kleinschalig kampeerterrein). Ook hierin worden de aantallen staanplaatsen opgesomd waarbij deze allemaal onder de 25 stuks zitten (kleinschalig). De conclusie dat er sprake is van een regulier kampeerterrein wordt reeds hierom al niet gevolgd. Kleinschalige kampeerterreinen zijn ondergeschikt aan de hoofdbestemming. Het recreatieve aspect is dus ondergeschikt aan de hoofdbestemming. In dit geval de natuurbestemming. Het bouwplan Gemeente

Sííc/ivesŕ-Fryslân

voorziet in het omdraaien van deze prioriteit. Door het bouwplan wordt er een recreatiewoningbestemming beoogd waardoor de natuur niet meer de belangrijkste bestemming is. Een eventueel verleende omgevingsvergunning hiervoor zal ook opgenomen moeten worden in een nieuw Omgevingsplan wat dan resulteert in de bestemming 'recreatie - recreatiewoning'. Dat betekent dat er geen natuurbestemming meer onder ligt, een dubbelbestemming natuur kennen wij namelijk niet. De gebiedsaanduiding blijft dan overigens wel gelden. De enkelbestemming 'natuur - waterrecreatief medegebruik' gebruiken wij op specifieke plekken in onze gemeente. Hieronder is een knipsel opgenomen van een deel van de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan. De donkergroene vlakken geven deze enkelbestemming weer. Deze liggen op en aan de oevers van de beschermde wateren (en de wateren zelf) en deze bestemming beoogt om deze natuurlijke waarden ook te beschermen (los van de bestaande rechten).

Het is dus niet zomaar een bestemming die is opgelegd. Het is, zoals wij dat noemen, een zware natuurbestemming. Behoud van de natuurlijke en landschappelijke waarden van de riet- en oeverstroken en de meren is hierbij essentieel en beschermingswaardig. De gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - natura 2000' wijzigt niet. Deze gebiedsaanduiding ziet alleen op de beschermde waarden vanuit de voorheen van toepassing zijnde Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet). Daar moet zonder meer aan voldaan worden voor wat betreft gebiedsbescherming en de soortenbescherming. Dat is een andere natuurtoets dan de enkelbestemming welke nu op het perceel ligt. Binnen de doelomschrijving wordt ook duidelijk gemaakt dat de natuur hier vooraan staat. Immers het behoud van de natuurlijke en landschappelijke waarden van de meren en de poelen, riet- en oeverstroken en de eilanden.

Gemeente

Súc/ivesŕ-Fryslân

Het perceel is onderdeel van de oeverstrook van de Flakke (en Aldegeaster) Brekken. Een belangrijk watergebied en nabij een beschermd natuurgebied. De functie en het gebruik op dit perceel heeft direct danwel indirect effect op dit gebied. Op dit moment is er een kampeermiddel toegestaan welke jaarrond aanwezig mag zijn vanuit een bestaand recht. Dat is ook in het bestemmingsplan gerespecteerd. Dit kampeermiddel kan er weliswaar jaarrond staan, maar nu het een kampeermiddel is zal dit gelet op de weersomstandigheden buiten de zomer om niet jaarrond gebruikt worden. Een kampeermiddel is daar minder geschikt voor. Het is immers een kampeermiddel en niet een gebouw. In theorie zou dit wel kunnen maar uit de stukken van de aanvrager blijkt ook dat het voornamelijk ziet op de plaatsing van tenten. Daar is in de winter geen sprake van. Laat staan dat wij als onderdeel van onze reactie op het beroepschrift ook luchtfoto's van de afgelopen jaren hebben bijgesloten waaruit blijkt dat er toch weinig kampeermiddelen aanwezig zijn (weinig tot geen zelfs). Het toestaan van een gebouw in de vorm van een recreatiewoning houdt dus ook in dat er in potentie meer recreatief gebruik gemaakt kan worden van het perceel dan de feitelijke situatie nu (feitelijk en gelet op het kampeermiddel). Intensivering van het gebruik in de zin van de periode van het jaar.

Of dit feitelijk wel of niet plaatsvindt is hierbij van minder belang. Bij de beoordeling of wij willen afwijken van het bestemmingsplan dienen wij uit te gaan van de mogelijkheden en rechten die de vergunning geeft. In dit geval dus jaarrond recreatief gebruik van de recreatiewoning met de oppervlakte en inhoud zoals deze wordt aangevraagd. Daar komt bij dat de omvang van het gebouw ook groter is dan hetgeen nu feitelijk aanwezig is. Hierbij is goed te beseffen dat er op basis van het bestemmingsplan geen 55m2 is toegestaan en een goothoogte van 3,50 meter. Er wordt een kampeermiddel toegestaan welke voldoet aan de definitie vanuit het bestemmingsplan. Deze zijn echter niet zonder meer 55 m2. Deze komen doorgaans overeen met de huidige omvang van de pipowagen of een tent (zoals de eigenaar stelt dat deze aanwezig zijn). Dat is evident kleiner dan hetgeen de initiatiefnemer naar voren brengt. Laat staan dat deze onderkomens ook niet jaarrond gebruikt worden vanwege de weersomstandigheden.

2.3 Het begrip 'goede ruimtelijke ordening7 wordt misbruikt als weigeringsgrond In de zienswijze wordt gesteld dat 'een goede ruimtelijke ordening' wordt misbruikt als weigeringsgrond. Wij zien dat anders. Zoals terecht wordt gesteld kan er alleen medewerking worden verleend aan een afwijking op het bestemmingsplan, indien er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze aanvraag is ingediend voor de komst van de Omgevingswet en voor de afhandeling van de aanvraag is daardoor nog de oude wetgeving (Wabo en Bor) van toepassing. Artikel 2.12 lid 1 Wabo is duidelijk. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Voor een grote afwijking (projectbesluit) op het bestemmingsplan is als aanvullende voorwaarde gesteld dat de motivering van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. In onze ogen is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening doordat er strijd met het gemeentelijk en provinciaal beleid aan de orde is. In de ruimtelijke onderbouwing wordt Gemeente

Sííc/ivesŕ-Fryslân

onderbouwd dat het anders is, maar dat klopt in onze ogen dus niet (en in de ogen van de provincie overigens ook niet). Alleen daarom is er al geen goede ruimtelijke ordening. Een goede ruimtelijke ordening is er alleen indien er geen strijd met de wet- en regelgeving aan de orde is en de gemeente (het bevoegd gezag) wil meewerken aan een initiatief. Daarvan is geen sprake zoals al onderbouwd is. Dus het standpunt van aanvrager dat er misbruik wordt gemaakt van 'een goede ruimtelijke ordening; zien wij dus anders.

2.4 De aanvraag is getoetst aan het verkeerde bestemmingsplan De aanvrager stelt dat er aan het verkeerde bestemmingsplan is getoetst en kijkt hierbij naar de datum van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning. In zijn ogen is het (oud)bestemmingsplan 'Buitengebied Wymbritseradiel' van toepassing. De vaste lijn in de jurisprudentie is dat het bestemmingsplan dat van toepassing is op het moment van besluitvorming op die aanvraag leidend is op de aanvraag.1 Het bestemmingsplan dat van toepassing was ten tijde van het indienen van de aanvraag (en niet meer tijdens het besluit op de aanvraag) mag alleen nog worden toegepast indien in dat oude bestemmingsplan een rechtstreekse aanspraak op het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het bouwen aanwezig was. Anders gezegd, dat het bouwplan voldeed aan dat oude bestemmingsplan en de omgevingsvergunning daarom verleend had moeten worden. Van deze uitzondering is hier geen sprake. Daar is ook geen discussie over. Er wordt door de indiener van de zienswijze niet gesteld dat er wel aan het oude bestemmingsplan wordt voldaan. Een recreatiewoning is niet 'bij recht' mogelijk in het voorheen geldende bestemmingsplan. Kortom, gelet op bovenstaande dient het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning te worden gebaseerd op het nu van toepassing zijnde bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân II'.

Deze is in werking getreden op 22 december 2023 (nu er geen voorlopige voorziening is ingediend). Overigens maakt het weinig verschil welk bestemmingsplan gehanteerd zou zijn. In beide gevallen is er strijdigheid met het bestemmingsplan aanwezig en is er een (projectbesluit)afwijking op het bestemmingsplan nodig. Bij die afwijking op het bestemmingsplan zal er zonder meer gekeken worden naar het gemeentelijke ruimtelijke beleid (welke overigens ook verwoord is in het nieuwe bestemmingsplan).

2.5 De aanvraag is niet getoetst aan de regels omtrent Natura 2000 In de zienswijze komt naar voren dat de term 'zware natuurbestemming' een aanduiding is waarmee slechts bedoeld is stemming te maken. De indiener van de zienswijze geeft hierbij aan dat het feit dat het om een Natura 2000 gebied gaat als reden voor de weigering wordt aangevoerd, dit terwijl er in de regels van het bestemmingsplan geen bouwwerende regels staan. 1 Zie onder meer r.o. 2.2 uit ECLI:NL:RVS:2018:2010

Gemeente

Súc/ivesŕ-Fryslân

De indiener van de zienswijze begrijpt niet goed wat er feitelijk en juridisch wordt bedoeld. De bestemming op het perceel is 'Natuur - Waterrecreatief medegebruik'. In artikel 16.2 onder a staat in onze ogen heel duidelijk dat er geen gebouwen en overkappingen gebouwd mogen worden. Dat de indiener van de zienswijze aangeeft dat er geen bouwwerende bestemming op ligt zien wij dus anders. Artikel 16 is hierover heel duidelijk. Los daarvan ligt er ook een gebiedsaanduiding (naast enkele dubbelbestemmingen) op het perceel. In dit geval de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - natura2000'. Hierbinnen geeft artikel 44.9 aan wat er wel en niet mogelijk is. Binnen deze gebiedsaanduiding is de Natura 2000 beschermd (floraen fauna en de gebiedsbescherming van de voorheen geldende Wet natuurbescherming). Deze gebiedsaanduiding staat echter los van de enkelbestemming 'Natuur-Waterrecreatief medegebruik'. Deze natuurbestemming ligt er niet primair op vanwege de Natura 2000. Deze bestemming ligt erop omdat wij als gemeente deze locaties (en vergelijkbare locaties met dezelfde bestemming) als waardevol vinden. De oevers aan een natuurgebied hebben voor het landschap en de natuur ook veel waarde in onze ogen.

Niet voor niets hebben wij in ons huidige (maar ook in het voorheen geldende bestemmingsplan) regels gesteld ter conservering van hetgeen er legaal aanwezig mag zijn, zonder uitbreidingsmogelijkheden toe te staan. Anders gezegd, recht doen aan bestaande rechten maar geen uitbreidingen. In de doelomschrijving komt ook naar voren dat de gronden binnen deze bestemming bestemd zijn voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de meren en poelen, riet- en oeverstroken en eilanden. Slechts extensief dagrecreatief medegebruik is hierbij toegestaan, los van bestaande rechten welke middels een aanduiding zijn opgenomen zoals bijvoorbeeld een kleinschalig kampeerterrein. Dat de aanvrager aangeeft dat de zware natuurbestemming planjuridisch geen betekenis heeft wordt dus niet gevolgd. De redenatie van de indiener van de zienswijze is gericht op de Natura 2000wetgeving. Maar daarvoor is een gebiedsaanduiding opgenomen. Dat staat los van de enkelbestemming waarin (ook) andere kwaliteiten van het landschap worden beschermd. Met de term zware natuurbestemming wordt dus niet gedoeld op de beschermde soorten en gebieden vanuit de voorheen geldende Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet), maar op de kwaliteit van het water, oeverstroken en het landschap ter plaatse.

Dat deze bestemming op het perceel is gelegd is overigens ook geen twistpunt geweest in de zienswijze en later het beroep tegen het vigerende bestemmingsplan. De aanvrager is het hier (kennelijk) mee eens. Dus ook met hetgeen wat hiermee wordt beoogd te beschermen. Hetzelfde als in het voorheen geldende bestemmingsplan overigens. Als gemeente hechten wij veel waarde aan de kernkwaliteiten die onze gemeente heeft. Dat is de natuur, het open landschap en de agrarische omgeving (naast de vele mooie kernen). In de gemeentelijke Omgevingsvisie van 29 april 2021 staan vijf thema's benoemd waarbij onder 2 deze sterke kernwaarden benoemd worden zoals cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap. Deze aspecten komen ook terug in het bestemmingsplan. Niet voor niets is de natuurbestemming op dit perceel gebleven (ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan).

Gemeente

Súc/ivesŕ-Fryslân

2.6 De omvang en gebruik recreatiewoning worden overdreven In dit onderdeel van de zienswijze komt naar voren dat de omvang en het gebruik van de beoogde recreatiewoning wordt overdreven. Bijvoorbeeld dat de hoogte slechts 43% hoger is dan 100%. Dat hangt er echter vanaf waarmee dit wordt vergeleken. Deze percentages zijn berekend vanuit de feitelijke situatie. Niet vanuit de mogelijk toegestane bouwhoogten. Overigens verwijst de indiener van de zienswijze naar het oude bestemmingsplan voor wat betreft bouwrechten en dergelijke. Los van dat het gebruik als recreatiewoning niet passend was (en is) in deze bestemming, zijn er geen bouwmogelijkheden in het vigerende (en het van toepassing zijnde) bestemmingsplan. Alleen het bestaande bouwwerk/pipowagen is toegestaan. Een goothoogte van 3,50 meter en een oppervlakte van 55 m2 is op basis van het relevante bestemmingsplan niet toegestaan. Het gaat namelijk om een kampeermiddel en daarvoor zijn geen directe bouwregels opgesteld. Dat verklaart zich doordat uit de definitie van een kampeermiddel al duidelijk wordt om wat voor soort object het dient te gaan.

1.46 kampeermiddel: een mobiel en/of demontabel kampeermiddel en/of vast kampeermiddel dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; Dat is anders dan een kampeergebouw zoals ook uit de definitie blijkt. In de zienswijze wordt verwezen naar de definitie van kampeermiddel van het oude bestemmingsplan uit 2010 (onder aa). Dat bestemmingsplan is echter niet meer van toepassing, laat staan dat een kampeermiddel die aan de definitie moet voldoen realistisch gezien geen 55 m2 kan bedragen. In de onderbouwing hebben wij de percentages gebaseerd op hetgeen feitelijk aanwezig is en op hetgeen wordt aangevraagd. Qua gebruik en qua bebouwing. Het spreekt wat ons betreft voor zich dat het gebruik van het perceel door een gebouw potentieel intensiever zal zijn (zeker in de seizoenen) dan het kampeermiddel dat doorgaans alleen in de zomerperiode gebruikt zal worden (wat ook blijkt uit de luchtfoto's door de jaren heen). Al was het alleen al doordat isolatie en verwarming van dergelijke kampeermiddelen van een geheel andere orde zijn dan in een goed geïsoleerde recreatiewoning.

Hierbij wordt dan uitgegaan van de beoogde planologische mogelijkheden en niet van hetgeen de aanvrager op dit moment denkt te gaan doen qua gebruik. Immers, voor de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening is het van belang om de maximale mogelijkheden die worden gefaciliteerd te beschouwen. Dat er beroep loopt tegen het bestemmingsplan waarbij er 3 tot 6 kampeermiddelen zijn toegestaan maakt dit in onze ogen niet veel anders. Allereerst is het nieuwe bestemmingsplan in werking getreden. Er is geen voorlopige voorziening ingediend door de aanvrager. Daarnaast hebben wij inmiddels in de reactie op de beroepsgronden onderbouwd waarom er geen 3 tot 6 kampeermiddelen aanwezig kunnen zijn op basis van het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal hier uiteindelijk een oordeel over vellen.

Gemeente

Súċ/ivesŕ-Fryslân

Maar ook in het geval er meer kampeermiddelen zijn toegestaan (op basis van het overgangsrecht), dan nog betekent dat in onze ogen niet dat wij moeten gaan meewerken aan het omzetten van de bestemming naar een recreatiewoning zoals hier eigenlijk wordt gevraagd. Een recreatiewoning is in onze ogen niet te vergelijken met een kampeermiddel. De recreatiewoning wordt potentieel veel vaker (jaarrond) gebruikt en biedt ruimte aan meer personen. Het gebruik zal dus intensiveren. En dat is binnen de natuurbestemming niet gewenst. De beschermde waarden vanuit de enkelbestemming waarderen wij hoger dan het persoonlijke belang van de aanvrager voor het realiseren van een recreatiewoning in plaats van het nu toegestane kleinschalig kampeerterrein. Op dit moment zijn wij als gemeente bezig het recreatiebeleid meer vorm te geven. Daarin maken wij als gemeente keuzes over welke recreatievormen wij willen toevoegen, op welke plekken en aan welke kwaliteiten dit moet gaan voldoen. Als wij iets faciliteren dan is het van belang dat dit een meerwaarde heeft voor de recreatie in onze gemeente. Meerwaarde moet er dan zijn voor de (recreatiekern) en niet voornamelijk voor de eigenaar van het perceel. Onze gemeente kenmerkt zich door water, recreatie en weidse openheid.

Toevoegen of omzetten van recreatie willen wij alleen faciliteren indien dit een meerwaarde voor de recreatie in onze gemeente heeft. Bestaande recreatieparken opwaarderen is hier een voorbeeld van. Maar hierbij moet wel oog blijven voor de kampeervelden. Het geheel weghalen van velden voor tenten in plaats van vaste kampeerverblijven is in de ogen van de gemeenteraad ongewenst en niet goed voor bijvoorbeeld de mensen met de kleinere beurs. Dat is recent onderwerp van discussie geweest in Makkum bijvoorbeeld. De aanvraag voorziet in een recreatiewoning in plaats van een kleinschalig kampeerterrein waar 1 kampeermiddel is toegestaan. Deze omzetting heeft voornamelijk alleen meerwaarde voor de eigenaar van het perceel zelf. Er wordt wel gesteld dat het verhuurd zal gaan worden, maar de vraag is of dit wel aan de orde is. Los daarvan ziet het dus op de toevoeging van een recreatiewoningbestemming in dit gebied zonder dat dit directe meerwaarde heeft voor de kern zelf. Het is een solitaire ontwikkeling. Het voegt niets tot weinig toe aan de recreatiesector in deze omgeving voor wat betreft de recreatie, anders dan intensiever gebruik. In de aanvraag wordt alleen onderbouwd waarom de omzetting geen of weinig effect heeft op de beschermde waarden. Niet of weinig over de toegevoegde waarde die deze omzetting gaat of kan hebben voor de gemeenschap.

Ook met het oog op het vervangen van een (goedkoper te huren) kampeermiddel naar een (duurder te huren) recreatiewoning.

2.7 Op het buurperceel is recreatiebestemming wel toegestaan en dat schept precedent In de zienswijze wordt verwezen naar het naastgelegen perceel waar een recreatie-recreatiewoning bestemming op ligt. Volgens de indiener van de zienswijze schept dit precedent en zal dat moeten betekenen dat er ook een recreatie-recreatiewoning bestemming op het eigen perceel gelegd moet gaan worden. Wij zien dat anders. Allereerst is het goed om te weten dat deze bestemming van het buurperceel als bij recht was opgenomen in het oude bestemmingsplan 'Buitengebied Wymbritseradeel'. Dus al sinds 2010. Dus voordat het perceel door de indiener van de zienswijze wordt aangekocht. Hieronder een knipsel van de plankaart van dit oude bestemmingsplan met de bestemming van het buurperceel. Gemeente

Sííc/ivesŕ-Fryslân

Kijken wij naar de toelichting van dit oude bestemmingsplan op pagina 137, dan lezen wij dat er binnen het gehele plangebied van dit oude buitengebied-bestemmingsplan slechts twee percelen zijn waarop een solitaire recreatiewoning positief is inbestemd. Waaronder dus het buurperceel in Sandfirden. Niet geheel toevallig staat in de eerste zin op pagina 138 van deze toelichting het volgende opgenomen: 'De gemeente wijst het ontwikkelen van nieuwe individuele recreatiewoningen af.' Op basis van bestaande rechten is op het buurperceel een recreatie-recreatiewoning bestemming gelegd. Maar dat is zoals uit de toelichting blijkt een uitzondering en nieuwe recreatiewoningen worden niet gefaciliteerd. Voor het buurperceel ligt er een behoorlijke historie onder het uiteindelijk inbestemmen van het recreatieve gebruik. In de Tweede wereldoorlog (WO-II) is de destijds aanwezige boerderij door de Duitsers in brand gestoken. Alleen de schuur is destijds blijven staan. Deze boerderij is nooit meer teruggebouwd. Deze schuur is in de periode daarna altijd recreatief gebruikt. Op grand van de toen nog geldende Kampeerwet en de Wet Openluchtrecreatie werd hiervoor ook een vergunning verleend. Deze laatste wet kwam te vervallen en gelet op de vergunningen die er lagen is in 2010 de recreatieve bestemming op dit buurperceel gelegd.

Niet valt in te zien waarom de indiener van de zienswijze denkt rechten te kunnen ontlenen aan de recreatiebestemming op het buurperceel. Er is geen sprake van een vergelijkbare situatie. Al was het alleen maar vanwege de bestemming in het oude bestemmingsplan. Er is in onze ogen sprake van een precedent als wij, in afwijking van het beleid dat wij als gemeente al minstens sinds 2010 voeren, nu opeens wel een recreatiewoning-bestemming gaan toevoegen in ons buitengebied.

2.8 Er wordt wel aan provinciaal beleid voldaan In de zienswijze komt naar voren dat er wel degelijk aan het provinciale beleid wordt voldaan. Dit wordt onderbouwd doordat er geen sprake is van een kleinschalig kampeerterrein in de zin van de Gemeente

Súc/ivesŕ-Fryslân

provinciale verordening, maar van een regulier kampeerterrein. Dit wordt voornamelijk gebaseerd op de definities vanuit de Verordening Romte (Verordening provincie van 2014). De redenatie wordt aangehouden dat er sprake is van een regulier kampeerterrein en dat deze op grond van artikel 5.1.3 van de Verordening Romte kan worden omgezet naar recreatiewoningen. Artikel 5.1 van de Verordening Romte regelt de mogelijkheden van recreatiewoningen en aan artikel 5.1.1 en 5.1.2 wordt zonder meer niet voldaan. Er is geen bestaand complex en de locatie is niet gelegen aan of nabij een recreatiekern. Allereerst stellen wij vast dat er een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld waarbij de functieaanduiding 'kleinschalig kampeerterrein' op het terrein is gelegen. De waarde die de indiener van de zienswijze aan artikel 11.2.2 van de Verordening Romte geeft, is anders door dit in werking getreden nieuwe bestemmingsplan. Laat staan dat er in het voorheen geldende bestemmingsplan geen bouw- en gebruiksmogelijkheden bij recht (of met binnenplanse ontheffing) waren opgenomen voor een recreatiewoning op deze locatie. Deze overgangsrechtbepaling in de provinciale verordening regelt uitsluitend dat deze verordening niet bestaande rechten vanuit een eerder vastgesteld bestemmingsplan makkelijk opzij kan schuiven. Daar is hier geen sprake van.

Immers, in dit voorheen geldende bestemmingsplan was er al geen recht op een recreatiewoning. Daar komt bij dat er sinds 1 januari 2024 een Omgevingsverordening vanuit de provincie geldt. In het advies van de provincie wordt hier ook al naar verwezen overigens. Inhoudelijk verandert er niet veel voor wat betreft dit bouwplan. Zoals de provincie zelf al zegt voldoet het plan hier (ook) niet aan. De opsteller van de Verordening oordeelt dat het bouwplan niet voldoet aan het provinciale beleid (oude beleid en nieuwe beleid). Dat de indiener van de zienswijze dit anders ziet kan zo zijn, maar wij zien dat (net zoals de provincie) anders. De Omgevingsverordening Fryslân 2022 is op 1 januari 2024 in werking getreden. In afdeling 2.6 is recreatie en toerisme opgenomen. In deze nieuwe verordening zijn voor kleinschalige recreatieve voorzieningen en recreatieve voorzieningen voorwaarden gesteld. Volgens de indiener van de zienswijze is het geen kleinschalige recreatieve voorziening. In artikel 2.15 zijn de voorwaarden voor een (gewone) recreatieve voorziening. Aan die voorwaarden wordt zonder meer niet voldaan. Overigens wordt ook niet aan de voorwaarden vanuit een kleinschalige recreatieve voorziening voldaan (artikel 2.14). In haar advies geeft de provincie zelf nota bene aan dat er niet aan het provinciaal beleid wordt voldaan.

Wij delen deze conclusie als wij dit provinciale beleid bekijken. Overigens is hier geen sturing vanuit de gemeente geweest over de beoordeling aan de verordening. Dat zou ook wel heel bijzonder zijn als de provincie zich zou laten sturen door een gemeente over de toetsing aan haar eigen verordening. Ook hier geldt dat het antwoord van de provincie de aanvrager niet uitkomt. In de beoordeling van verzoeken toetsen wij aanvragen aan landelijk en provinciaal beleid. Zo ook hier. Onze toetsing kwam uit op een strijdigheid met het provinciale beleid. Gelet op de aangevoerde zaken in allerlei stukken bij deze aanvraag, hebben wij de provincie gevraagd of onze conclusie klopt. Niet meer en ook niet minder. Het getuigt dus niet van vooringenomenheid, maar van het zorgvuldig onderbouwen van een besluit. Wie anders dan de provincie zelf kan de toetsing aan de provinciale verordening het beste doen.

Gemeente

Súdwest- Fryslân

Tenslotte merken wij nog op dat de strijdigheid met het provinciaal beleid niet de enige onderbouwing is waarom wij niet willen meewerken aan een afwijking op het bestemmingsplan. Er is namelijk ook strijd met het gemeentelijk beleid. Dus ook in het geval de provincie zou aangeven dat er geen strijdigheid met het provinciaal beleid aan de orde is, dan nog kan een gemeente haar eigen beleid en afweging hierop toepassen. De provincie geeft de (rand)kaders waarbinnen wij als gemeente keuzes kunnen maken. Bijvoorbeeld over recreatie. Binnen deze kaders kan een gemeente dan eigen keuzes en afwegingen maken. Zoals al onderbouwd is, vinden wij als gemeente deze ontwikkeling niet passend.

2.9 Signalen uit de buurt komen voornamelijk vanuit de bestaande camping In de zienswijze wordt geschetst van wie de signalen uit de buurt zijn. Die zouden gerelateerd zijn aan de bestaande camping in de omgeving. Volgens de zienswijze zijn er in totaal 35 inwoners en 8 daarvan hebben de brief ondertekend. Deze mensen wonen allemaal ver van de locatie af en kunnen het niet zien. Min of meer wordt er aangegeven dat deze mensen er niets van zouden moeten kunnen vinden. Toch hechten wij er als gemeente wel waarde aan wat de directe omgeving van de plannen vindt. Binnen de Omgevingswet is participatie niet voor niets heel belangrijk gemaakt door de wetgever. Weliswaar is de Omgevingswet niet van toepassing op deze aanvraag, maar dat betekent niet dat wij als gemeente geen oog mogen hebben voor de signalen die wij krijgen van bijna een 25% van de inwoners van Sandfirden (op basis van de aantallen die de aanvrager zelf aangeeft). Dat de aanvrager al sinds 2011 eigenaar van het perceel is en al lang in Sandfirden komt maakt dit natuurlijk niet anders. Ook dat belang nemen wij logischerwijs mee in de afweging maar uiteindelijk hebben wij als gemeente onze algemene en ruimtelijke belangen ook mee te wegen. Dat de eigenaar van de camping Ykema door de opmerkingen over rust en authenticiteit schaamteloos zou zijn, onderschrijven wij niet.

Wij zien de brief als een signaal uit de omgeving van meerdere mensen over deze ontwikkeling. Het geeft een signaal over hoe deze betreffende mensen denken over deze ontwikkeling. Niet meer en ook niet minder.

2.10 De gemeente geeft niet aan wat te willen met een kampeerterrein met slechts 1 kampeermiddel De indiener van de zienswijze geeft aan dat de gemeente niet duidelijk is wat zij wil met een kampeerterrein waar slechts 1 kampeermiddel is toegestaan. In onze ogen zijn wij juist de hele tijd heel duidelijk geweest. Wij maken het rechtens bestaande gebruik mogelijk maar zien geen ruimte voor uitbreiding van het terrein. In de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan is dit op 28 september 2023 ook nog maar eens zo vastgelegd. Er mag 1 kampeermiddel aanwezig zijn net zoals dat op basis van het oude bestemmingsplan al mogelijk was. Dat is hetgeen wij willen toestaan op het terrein. Dat was al bij de aankoop van het perceel aan de orde en dat was dus ook bekend bij de eigenaar van de grond (of had bekend kunnen zijn). Wat hier niet duidelijk aan is, is voor ons dan weer niet duidelijk. Deze boodschap is al vele malen overgebracht, maar de inhoud van die boodschap wordt niet geaccepteerd. De visie op het terrein is Gemeente

Sííc/ivesŕ-Fryslân

anders. Maar zowel in het voorheen geldende bestemmingsplan als in het huidige bestemmingsplan is duidelijk wat er voor gebruik mogelijk wordt gemaakt op het terrein. In de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan gaat het nog over de vraag of er in plaats van de momenteel toegestane 1 kampeermiddel niet 3 tot 6 kampeermiddelen toegestaan zouden moeten zijn. Indien dit beroep zou slagen (bijvoorbeeld omdat er onverhoopt een gerechtvaardigd beroep op het overgangsrecht gedaan kan worden), dan zou die uitkomst van dat beroep hetgeen zijn wat wij als gemeente voor deze locatie mogelijk willen maken. Maar ook dan geldt dat uitbreiding van de activiteiten niet wenselijk zijn gelet op de onderliggende (en belangrijk geachte) enkelbestemming. Op het perceel is 1 kampeermiddel toegestaan (los van de uitkomst van de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan). Dat was in 2010 al zo in het oude bestemmingsplan en daarin is niets veranderd. Duidelijker wordt het wat ons betreft niet. Het is consequent en duidelijk beleid.

2.11 Er heeft geen eerlijke en oprechte toetsing plaatsgevonden Zoals hierboven al eerder naar voren is gekomen, is de aanvrager van mening dat de aanvraag niet eerlijk is behandeld en dat er geen oprechte toetsing heeft plaatsgevonden. Dit wordt niet echt onderbouwd anders dan dat de uitkomst niet uitkomt voor de aanvrager. Allerlei documenten zijn de afgelopen periode naar voren geschoven om te onderbouwen waarom het wel een passende ontwikkeling is. Goed te lezen is dat ook de indiener van de zienswijze van mening is dat het wel of niet afwijken van een bestemmingsplan een discretionaire bevoegdheid is. Dat is namelijk ook zo. Uiteraard dienen wij bij een besluit de zogenaamde algemene beginselen van behoorlijk bestuur toe te passen bij de besluitvorming. Bijvoorbeeld een grondige motivering van ons besluit. Hier is in onze ogen wel degelijk sprake van geweest. Bijvoorbeeld doordat er advies van de provincie is gevraagd. Daarnaast hebben wij ook in de procedure bij de vaststelling van het bestemmingsplan uitvoerig gemotiveerd waarom de bestemming op dit perceel is gelegen. Nogmaals, tegen deze enkelbestemming is geen beroep ingesteld door de aanvrager dus er is geen discussie over het leggen van de enkelbestemming op dit perceel.

Al vanaf de conceptaanvraag zijn wij met dit plan bezig en hebben wij uitgelegd en gecommuniceerd dat deze ontwikkelingen niet past binnen onze visie. Wij zijn geen reden om mee te werken aan deze ontwikkeling. Deze conclusie is gekomen doordat er een eerlijke en oprechte toetsing heeft plaatsgevonden. Dat de uitkomst anders is dan dat de aanvrager wil of hoopt, maakt niet dat er geen oprechte toetsing is geweest. Ons ruimtelijk beleid is heel duidelijk hier en in de afgelopen jaren hebben wij logischerwijs veel meer vergelijkbare aanvragen gekregen. Niet 1-op-1 toepasbaar op dit geval, maar wel de verzoeken tot omzetten van de bestemming naar een reguliere recreatiebestemming. Daar zijn wij terughoudend mee omdat wij in onze beleidsuitgangspunten willen behouden wat wij hebben en alleen willen uitbreiden (of omzetten) indien dat een bewezen en onderbouwde kwaliteitsimpuls geeft voor de (recreatie)kern of de regio. Dat ziet dan op de recreatieparken en niet op solitaire locaties. Die hebben niet tot nauwelijks een (te onderscheiden) positief effect op de recreatiebehoefte in onze gemeente.

Gemeente

Súċ/ivesŕ-Fryslân

2.12 De hoogte van de leges zijn gebaseerd op verkeerde bouwkosten, dat moet zijn C 160.000 Uit de zienswijze komt naar voren dat de zelf opgegeven bouwkosten niet juist zijn en verlaagd dienen te worden. In plaats van de opgegeven bouwkosten van C 200.000 zou dit C 160.000 moeten zijn. Op basis van de Legesverordening moeten wij via vaste patronen en normen de bouwkosten vaststellen. Wij hebben beoordeeld of de aangegeven bouwkosten van C 160.000 binnen deze normen vallen. Wij komen tot de conclusie dat dit aan de orde is. De bouwkosten zullen wij dan ook vaststellen op (de gevraagde) C 160.000.

Gemeente

Súc/ivesŕ-Fryslân

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14294815/1