CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Regels ontwerpbestemmingsplan OUD BGB-II

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân II’31.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

k. kanoverhuurbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van recreatie - kanoverhuur'; l.

een architectenbureau ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen architectenbureau';

m. een ‘rijbak’ ter plaatse van de aanduiding 'rijbak'; n. een ‘ecologische verbindingszone’ ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone'. met daaraan ondergeschikt: o. aan-huis-verbonden beroep; p. bêd & brochje, mits het aantal daarvoor beschikbare kamer beperkt blijft tot 2 per woning, met een maximum van 5 slaapplaatsen; q. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; r. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; s. water; t parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 46.1; u. groenvoorzieningen; v. tuinen en erven. en met inbegrip van de volgende nevenactiviteiten: w. het hobbymatig houden van vee; x. stalling en/of opslag van vaartuigen of kampeermiddelen; y. theeschenkerij.

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

86

26.2

Bouwregels

a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – monument' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 41.2;

2

ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 41.3.

b. Voor het bouwen van een hoofdvorm gelden de volgende regels: 1

het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel niet meer dan het aantal aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';

2

de oppervlakte per hoofdvorm mag niet meer dan 150 m² bedragen;

3

de goothoogte mag niet meer dan 4,5 m bedragen dan wel de bestaande goothoogte indien deze meer is;

4

de bouwhoogte mag niet meer dan 10,0 m bedragen;

5

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, dan wel de bestaande afstand;

6

de afstand van de voorgevel van een woning tot de as van een weg met de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' mag niet minder dan de bestaande afstand bedragen;

7

de hoofdvorm dient, gezien vanaf de weg, gesitueerd te zijn voor de (bestaande) bijbehorende bouwwerken en overkappingen, danwel de bestaande situering.

c. In afwijking van het bepaalde onder b geldt dat binnen de bebouwde kom van Oudega de volgende bouwregels van toepassing zijn: 1

de hoofgebouwen dienen in het bouwvlak te worden gebouwd;

2

het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het aantal aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';

3

tenminste één zijde van de woning dient in de aangegeven gevellijn te worden gebouwd;

4

de oppervlakte per hoofdvorm mag niet meer dan 150 m² bedragen;

5

ter plaatse van de aanduiding 'minimum en maximum goot- en bouwhoogte (m) en minimum en maximum dakhelling': − bedragen de goot- en bouwhoogte niet minder dan de minimum goot- en bouwhoogte en niet meer dan de maximum goot- en bouwhoogte, en; − bedraagt de dakhelling niet minder dan de minimum dakhelling en niet meer dan de maximum dakhelling; − mogen, in afwijking van sublid 1 en 2, de bestaande goot- en bouwhoogte en dakhelling gehandhaafd blijven, indien deze hiervan afwijken.

d. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdvorm gelden de volgende regels: 1

bijbehorende bouwwerken op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de hoofdvorm mogen worden gebouwd;

2

de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van de hoofdvorm waaraan wordt gebouwd;

3

de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen;

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

87

4

de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 5,5 m mag bedragen;

5

de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 7 m mag bedragen, met dien verstande dat: − de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken minimaal 1 m lager is dan de bouwhoogte van de hoofdvorm, en − de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken welke maximaal 1 wand hebben, niet meer dan 5,5 meter mag bedragen

6

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op de overige gronden per hoofdvorm niet meer dan 100 m² mag bedragen, met dien verstande dat: − indien de hoofdvorm meerdere woningen omvat, de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bestemmingsvlak niet dan 150 m2 mag bedragen; − niet meer dan 50% van een bouwperceel mag worden bebouwd; − de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer dan 90% van de oppervlakte van de hoofdvorm mag bedragen;

e. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

f.

1

de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw mag niet meer dan 1 m bedragen;

2

de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;

3

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5,5 m bedragen.

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een recreatiewoning ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: 1

gebouwen mogen uitsluitend binnen een bestemmingsvlak worden gebouwd;

2

de oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte;

3

de goothoogte mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen;

4

de bouwhoogte mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen.

26.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: −

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

−

de milieusituatie;

−

het straat- en bebouwingsbeeld;

−

de verkeersveiligheid;

−

de watersituatie;

−

de (openlucht) recreatiemogelijkheden;

−

het landschappelijk beeld,

nadere eisen stellen aan: a. de plaats van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken.

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

88

26.4 26.4.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. het bepaalde in lid 26.2, sub b, onder 6 voor het bouwen van de voorgevel van een woning op een afstand van de weg die minder is dan de bestaande afstand, met dien verstande dat, indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de omgevingsvergunning slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; b. het bepaalde in lid 26.2, sub c, onder 1 voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw. 26.4.2

Toetsingscriteria

a. De in lid 26.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen afbreuk wordt gedaan aan: −

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

−

de milieusituatie;

−

het straat- en bebouwingsbeeld;

−

de verkeersveiligheid;

−

de watersituatie;

−

de (openlucht) recreatiemogelijkheden;

−

het landschappelijk beeld,

b. De in lid 26.4.1, sub a bedoelde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. 26.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; b. het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning; c. het gebruik van een woonhuis en/of bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning; d. het gebruik van gedeelten van een woning, inclusief aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen bij de woning, voor aanhuis-verbonden beroepen, indien de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte in de woning meer bedraagt dan 30% van de begane vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m²; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden anders dan logiesverstrekking voor recreatieve bewoning in de woning op de wijze van bêd & brochje ten behoeve waarvan maximaal twee kamers worden ingericht voor ten hoogste 5 logiesgasten;

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

89

Artikel 27 27.1

Wonen - Woonboerderij

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Wonen - Woonboerderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met de daarbij behorende: b. tuinen en erven; c parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 46.1; d. water; e. bos; met daaraan ondergeschikt: f.

bêd & brochje, mits het aantal daarvoor beschikbare kamer beperkt blijft tot 2 per woning, met een maximum van 5 slaapplaatsen;

g. aan-huis-verbonden beroep; h. bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een kleinschalig kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein', waarbij: 1

het aantal staanplaatsen voor mobiele kampeermiddelen is beperkt tot het aantal dat is vastgelegd in bijlage 4 'Lijst met aantal kampeermiddelen'; en

2

in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn;

i.

trekkershutten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - trekkershutten', waarbij het aantal trekkershutten niet meer mag bedragen dan het aantal zoals is vastgelegd in bijlage 4 'Lijst met aantal kampeermiddelen';

j.

bestaande windturbines, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'windturbine';

k. een kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; l.

opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag';

m. een hoveniersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hovenier'; n. een transportbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf'; o. een paardenhouderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’; p. een loodgietersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loodgietersbedrijf'; q. een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen plattelandswoning'; r. een hondenpension, uitsluitend ter plaatse van een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - hondenpension'; s. recreatieappartementen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieappartement', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding aantal recreatie appartementen’ het aantal recreatie appartementen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal; t. een groepsaccommodatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie'; u. het parkeren van vrachtwagens, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - parkeerterrein voor vrachtwagens'; v. een kangoeroewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - kangoeroewoning';

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

90

w. een dierenartsenpraktijk, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van dienstverlening - dierenartsenpraktijk'; x. een caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling'; y. een relatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'relatie'; z. stacaravans, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - stacaravans toegestaan'. en met inbegrip van de volgende nevenactiviteiten: aa. het hobbymatig houden van vee; bb. stalling en/of opslag van vaartuigen of kampeermiddelen; cc. boerderijwinkel ten behoeve van verkoop van voornamelijk productiegebonden streekproducten met een netto verkoopvloeroppervlakte van ten hoogste 100 m²; dd. theeschenkerij; ee. mestopslag, uitsluitend in de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aanwezige mestopslag; met dien verstande dat: 1 de activiteiten als genoemd onder w. t/m z. uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij de woonfunctie; 2

de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan in voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen;

3

niet meer dan 1/3 deel van de voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen, tot ten hoogste een oppervlakte 500 m² voor deze nevenactiviteiten mogen worden gebruikt;

4

in afwijking van 3 geldt de maat van 500 m 2 niet voor de stalling en/of opslag van vaartuigen of kampeermiddelen.

27.2

Bouwregels

a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – monument' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 41.2;

2

ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 41.3;

b. Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: 1

het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel het aantal woningen aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';

2

de oppervlakte per hoofdvorm mag niet meer dan 150m 2 bedragen dan wel het bestaande oppervlakte indien deze meer is;

3

de goothoogte van de hoofdvorm mag niet meer dan 4,5 m bedragen, dan wel de bestaande goothoogte indien deze meer is;

4

de bouwhoogte van de hoofdvorm mag niet meer dan 10 m bedragen, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer is;

5

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, dan wel de bestaande afstand.

6

de hoofdvorm dient, gezien vanaf de weg, gesitueerd te zijn voor de (bestaande) bijbehorende bouwwerken en overkappingen, danwel de bestaande situering.

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

91

c. Met betrekking tot bijbehorende bouwwerken bij een hoofdvorm geldt dat: 1

bijbehorende bouwwerken op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de hoofdvorm mogen worden gebouwd;

2

de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van de hoofdvorm waaraan wordt gebouwd;

3

de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen;

4

de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 5,5 m mag bedragen;

5

de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 7 m mag bedragen, met dien verstande dat: − de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken minimaal 1 m lager is dan de bouwhoogte van de hoofdvorm, en; − de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken welke maximaal 1 wand hebben, niet meer dan 5,5 meter mag bedragen

6

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op de overige gronden per hoofdvorm niet meer dan 150 m² mag bedragen, met dien verstande dat: − indien de hoofdvorm meerdere woningen omvat, de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bestemmingsvlak niet meer dan 150 m2 mag bedragen; − niet meer dan 50% van een bouwperceel mag worden bebouwd; − de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer dan 90% van de oppervlakte van de hoofdvorm mag bedragen.

d. Voor het bouwen van bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein' gelden de volgende regels: 1

er mogen geen stacaravans/chalets/trekkershutten worden geplaatst;

2

de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van beheervoorzieningen en sanitaire voorzieningen mag maximaal 200m² bedragen;

3

de bouwwerken moeten gebouwd worden binnen het bestemmingsvlak van de bijbehorende woonboerderij.

e. Voor het bouwen van bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - trekkershutten', gelden de volgende regels:

f.

1

de oppervlakte mag niet meer dan 40m 2 bedragen;

2

de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen;

3

de bouwhoogte mag niet meer dan 5,5 m bedragen;

4

de dakhelling van trekkershutten mag niet minder dan 40° bedragen;

5

de trekkershutten moeten binnen het bestemmingsvlak gebouwd worden;

6

het aantal trekkershutten mag niet meer bedragen dan bestaand.

Met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat: 1

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw niet meer dan 1 m mag bedragen;

2

de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen niet meer dan 2 m mag bedragen;

3

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, niet meer dan 5,5 m mag bedragen;

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

92

Met opmerkingen [RB1]: Weghalen (ook in BGB-I), ambtshalve

g. Voor het bouwen van een windturbine, ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' gelden de volgende regels: 1

de bouwhoogte van een windturbine mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte;

2

de diameter van een windturbine mag niet meer bedragen dan de bestaande diameter.

27.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a. lid 27.2 onder c, sub 1 het bouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdvorm; b. lid 27.2 onder b, sub 2 voor het bouwen van een woning met een oppervlakte >150 m2, mits: 1

er in geringe mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke bebouwing in de vorm van een stelp, kophals-rompboerderij of kop-rompboerderij;

c. lid 27.2 onder c, sub 5 en 6 voor het bouwen van nieuwe bijbehorende bouwwerken bij een woonboerderij, met dien verstande dat: 1

de gezamenlijke oppervlakte van de nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken maximaal 150 m² bedraagt plus 50% van de oppervlakte van de gesloopte gebouwen, met dien verstande dat de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken nooit meer mag bedragen dan 500 m²;

2

de goothoogte mag niet meer dan 4 m bedragen;

3

de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen;

4

er sprake is van een goede landschappelijke inpassing.

d. lid 27.2 onder d voor het bouwen van maximaal 10 trekkershutten ten behoeve van het kleinschalig kamperen mits: 1

de trekkershutten binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd;

2

er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

3

de oppervlakte van een trekkershut niet meer dan 40 m 2 bedraagt;

4

de goothoogte niet meer dan 3,5 m bedraagt;

5

de bouwhoogte niet meer dan 5,5 m bedraagt;

6

de dakhelling van trekkershutten mag niet minder dan 40° bedragen;

7

de trekkershutten niet voor de voorgevel worden geplaatst;

8

de trekkershutten niet voor permanente bewoning worden gebruikt.

27.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel en overige bedrijfsactiviteiten anders dan een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf of nevenactiviteit, al dan niet in combinatie met de daarvoor benodigde opslagruimte;

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

93

c. het gebruik van een woonhuis en of bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning; 27.5 27.5.1

Afwijken van de gebruiksregels Afwijkingen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijvigheid: 1

mits de bedrijven zijn opgenomen in categorie 1 of 2 van de bij deze regels als bijlage 5 opgenomen Staat van Bedrijven;

2

mits de bedrijven geen grote verkeersaantrekkende werking hebben;

3

mits de bedrijvigheid niet gepaard gaat met opslag en/of stalling buiten gebouwen;

4

met dien verstande dat de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor bedrijvigheid als nevenactiviteit bij de woonfunctie;

5

met dien verstande dat de bedrijvigheid uitsluitend is toegestaan in gebouwen;

6

met dien verstande dat de omgevingsvergunning wordt verleend voor ten hoogste 1/3 deel van de gebouwen, tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m²;

b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor maximaal 3 woningen ten behoeve van permanente bewoning mits: 1

de woonfunctie uitsluitend gerealiseerd wordt binnen de contouren van de oorspronkelijke boerderijvorm;

2

een toename van het aantal woningen past binnen een goedgekeurd woningbouwprogramma;

3

een hogere grenswaarde is verleend, wanneer de geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt.

c. voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1

per dorps- of stadsgebied binnen de planperiode één kleinschalig kampeerterrein is toegestaan; deze beperking geldt niet voor de stads- en dorpsgebieden die in het streekplan zijn aangeduid als 'stedelijk centrum' (Sneek), 'regionaal centrum' (Makkum en Workum) en de recreatiekernen (Hindeloopen, Koudum en Stavoren);

2

(de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein op het erf wordt gerealiseerd;

3

(de uitbreiding van) het kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd;

4

de omgevingsvergunning niet wordt verleend voor zover de gronden grenzen aan de bebouwde kom of gelegen zijn binnen een afstand van 50 m tot een woon- of een bedrijfsperceel van derden;

5

de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

6

het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 35 mag bedragen;

7

er geen stacaravans mogen worden gebouwd / geplaatst;

8

in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn;

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

94

9

de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van beheervoorzieningen en sanitaire voorzieningen ten hoogste 200 m² per kleinschalig kampeerterrein mag bedragen;

10 voor het bouwen van gebouwen de regels uit lid 27.2 overeenkomstig van toepassing zijn. d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor maximaal 2 recreatieappartementen met een oppervlakte van niet meer dan 100 m² vloeroppervlakte per appartement, met dien verstande dat: 1

de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor recreatieappartementen als nevenactiviteit bij de woonfunctie;

2

de recreatieappartementen uitsluitend zijn toegestaan in voormalige bedrijfsgebouwen;

3 e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een groepsaccommodatie, met dien verstande dat:

f.

1

de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor een groepsaccommodatie als nevenactiviteit bij de woonfunctie;

2

de groepsaccommodatie uitsluitend is toegestaan in voormalige bedrijfsgebouwen;

3

de omgevingsvergunning wordt verleend voor ten hoogste 1/3 deel van voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen, tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m²;

het gebruik van gronden en bouwwerken voor maatschappelijke, zorg- en/of recreatieve activiteiten, met dien verstande dat: 1

de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor maatschappelijke, zorgen/of recreatieve activiteiten als nevenactiviteit bij de woonfunctie;

2

de maatschappelijke, zorg- en/of recreatieve activiteiten uitsluitend zijn toegestaan in voormalige bedrijfsgebouwen;

3

de omgevingsvergunning wordt verleend voor ten hoogste 1/3 deel van voormalige bedrijfsgebouwen, tot een oppervlakte van niet meer dan 500 m²;

g. voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een groepsaccommodatie, met dien verstande dat: 1

het aantal ligplaatsen niet meer dan 25 mag bedragen;

2

de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang;

3

alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, door de initiatiefnemer overleg is gepleegd met de waterbeherende instantie.

h. lid 27.1. voor het bouwen van maximaal 10 trekkershutten ten behoeve van het kleinschalig kamperen mits: 1

de trekkershutten moeten gebouwd worden binnen een bestemmingsvlak in aansluiting op de bestaande bebouwing;

2

er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

3

de oppervlakte van een trekkershut niet meer dan 40 m2 bedraagt;

4

de goothoogte niet meer dan 3,5 m bedraagt;

5

de bouwhoogte niet meer dan 5,5 m bedraagt;

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

95

6

de dakhelling van trekkershutten mag niet minder dan 40° bedragen;

7

de trekkershutten niet voor de voorgevel worden geplaatst;

8

de trekkershutten niet voor permanente bewoning worden gebruikt.

27.5.2

Toetsingscriteria

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 27.5.1 wordt slechts verleend: a. wanneer geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1

de hoofdbestemming (indien er meerdere aspecten uit 27.5 onder a op het perceel aanwezig zullen zijn);

2

het straat- en bebouwingsbeeld;

3

de milieusituatie;

4

de woonsituatie;

5

het landschappelijk beeld;

6

de ecologische waarde;

7

de cultuurhistorische waarde;

8

de verkeersveiligheid, en

9

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, en;

b. wanneer, indien er meerdere nevenactiviteiten op het perceel aanwezig (zullen) zijn, voor de cumulatie van de nevenactiviteit(en) genoemd in 27.5.1 onder a, d, e en f geldt dat dit gezamenlijk voor ten hoogste 1/3 deel van voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen, tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m² wordt gebruikt ten behoeve van de nevenactiviteit(en). 27.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: a. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij in combinatie met 1 bedrijfswoning met dien verstande dat: 1

de wijziging uitsluitend betrekking kan hebben op de bebouwing binnen het bestaande bestemmingsvlak;

2

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij niet meer dan 2.500 m² mag bedragen;

3

parkeren op eigen erf dient plaats te vinden;

4

de gebruiksgerichte paardenhouderijfunctie geen onevenredige verkeersaantrekkende werking mag hebben;

5

de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

6

voor het overige de regels van de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' van overeenkomstige toepassing zijn.

b. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming ‘Bedrijf’ in combinatie met 1 bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1

de wijziging uitsluitend betrekking kan hebben op de bebouwing binnen het bestaande bestemmingsvlak;

2

de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend kan worden toegepast ten behoeve van bedrijven genoemd in de categorieën 1 en 2 van bijlage 5 'Staat van Bedrijven' dan wel bedrijven welke niet zijn genoemd, mits deze bedrijven naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

96

niet onder te stellen voorwaarden, voor wat betreft geur, stof, gevaar en geluid kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven welke wel zijn genoemd; 3

de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

4

parkeren op eigen erf dient plaats te vinden;

5

buitenopslag niet is toegestaan;

6

de bedrijvigheid geen onevenredige verkeersaantrekkende werking mag hebben;

7

voor het overige de regels uit de bestemming 'Bedrijf' van overeenkomstige toepassing zijn.

c. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming 'Maatschappelijk' of 'Maatschappelijk - Zorgboerderij' ten behoeve van maatschappelijke, zorg- en/of recreatieve activiteiten in combinatie met 1 bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1

de wijziging uitsluitend betrekking kan hebben op de bebouwing binnen het bestaande bestemmingsvlak;

2

de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

3

parkeren op eigen erf dient plaats te vinden;

4

voor het overige de regels uit de bestemming 'Maatschappelijk' of de bestemming 'Maatschappelijk - Zorgboerderij' van overeenkomstige toepassing zijn.

d. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming ‘Recreatie - Recreatiebedrijven' ten behoeve van de realisatie van recreatieappartementen in combinatie met 1 bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1

de wijziging uitsluitend betrekking kan hebben op de voormalige agrarische bebouwing met bijbehorende erven, binnen een bestaande denkbeeldige rechthoek of bouwvlak;

2

de wijziging uitsluitend kan worden toegepast indien de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse volledig zijn beëindigd;

3

de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

4

recreatieappartementen uitsluitend mogen worden gerealiseerd in de voormalige bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en de voormalige bedrijfswoningen;

5

per voormalig agrarisch bedrijf ten hoogste 5 recreatieappartementen mogen worden gerealiseerd;

6

de oppervlakte per recreatieappartement niet meer dan 100 m² vloeroppervlakte mag bedragen;

7

parkeren op eigen erf dient plaats te vinden;

8

voor het overige de regels uit de bestemming 'Recreatie - Recreatiebedrijven' van overeenkomstige toepassing zijn.

e. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming 'Recreatie - Recreatiebedrijven' ten behoeve van de realisatie van een groepsaccommodatie in combinatie met 1 bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met bijbehorende ligplaatsen, met dien verstande dat: 1

de wijziging uitsluitend betrekking kan hebben op de voormalige agrarische bebouwing met bijbehorende erven, binnen een bestaande denkbeeldige rechthoek of bouwvlak;

2

de wijziging uitsluitend kan worden toegepast indien de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse volledig zijn beëindigd;

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

97

3

de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

4

de groepsaccommodatie uitsluitend mag worden gerealiseerd in de voormalige bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en de voormalige bedrijfswoningen;

5

parkeren op eigen erf dient plaats te vinden;

6

het aantal ligplaatsen niet meer dan 1 ligplaats per 4 personen mag bedragen, waarbij het totaal aantal ligplaatsen per groepsaccommodatie nooit meer dan 10 mag bedragen;

7

de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang;

8

voor het overige de regels uit de bestemming 'Recreatie - Recreatiebedrijven' van overeenkomstige toepassing zijn.

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

98

Artikel 28 28.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Leiding - Gas’ aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming) tevens bestemd voor: a. een aardgastransportleiding; met de daarbij behorende: b. veiligheidszones. 28.1.1

Voorrangsregeling

De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 28.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen op of in deze gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de leiding(en) worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 2 m. 28.3

Afwijken van de bouwregels

Mits de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 28.2 in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde gebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: 1

met een vooraf ingewonnen schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder wordt aangetoond dat de bouw mogelijk is;

2

een positief advies van de brandweer is verkregen.

28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1

het aanbrengen van diepwortelende beplanting (of bomen) en/of hoogopgaande beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;

2

het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;

3

het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk;

4

diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen;

5

het aanbrengen van wegen of paden en het aanbrengen van andere (gesloten) verhardingen;

6

het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

99

7

het aanbrengen/aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen, vijvers en andere wateren.

b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1

mechanisch worden uitgevoerd en daarmee vallen onder de werking van de Wet Informatie Uitwisseling Ondergrondse Netwerken;

2

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;

3

mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;

4

normaal onderhoud en beheer betreffen;

5

worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en).

c. De onder a bedoelde vergunning wordt slechts verleend nadat vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân II ontwerp

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13086091/2