Bijlage 6 Nieuwe AERIUS-berekening
Tekst van het document
01312830
A1.5. Uw aanvraag en de bescherming van Natura 2000 Uw project of handeling vindt plaats in of nabij de Natura 2000-gebieden Alde Feanen, Van Oordt’s Mersken, Rottige Meenthe & Brandemeer, Drents-Friese Wold & Leggelderveld en Weerribben. Informatie over de gebieden vindt u via de volgende link: http://www.fryslan.frl/2111/natuurbeschermingswetvergunning-en-ammoniakdepositie/.
A2.
Bevoegdheid
De bescherming van Natura 2000-gebieden door Nederlandse wetgeving wordt stapsgewijs ingevoerd. Deze gefaseerde invoering is van invloed op de manier waarop de op grond van Europese wetgeving (artikel 6, lid 3, van de HR) verplichte beoordeling van uw project of handeling plaatsvindt en door welke instantie dit gebeurt (zie de onder A1.5. genoemde website). Het project of de andere handeling waarvoor een vergunning wordt gevraagd is geen project of andere handeling die op grond van artikel 19d, vierde lid, van de Nb-wet, is aangewezen in het Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998. Voor deze aanvraag zijn Gedeputeerde Staten van Fryslân daarom thans bevoegd.
A3.
Procedure
De vergunningprocedure is uitgevoerd in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk VIII van de Nb-wet en de hiervoor relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht. A3.1. Zienswijze 1. Naar aanleiding van uw aanvraag zijn, op grond van artikel 44, lid 3, Nb-wet, burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân gedurende een termijn van 8 weken in de gelegenheid gesteld over deze aanvraag hun zienswijze kenbaar te maken. 2. Daarnaast zijn op grond van artikel 4:8, van de Algemene wet bestuursrecht, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Natuurmonumenten gedurende een termijn van 8 weken in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over deze aanvraag kenbaar te maken. 3. Van de mogelijkheid tot het kenbaar maken van zienswijzen hebben gemeente en belanghebbenden geen gebruik gemaakt. 4. Deze rectificatie is niet opnieuw voor zienswijze aan genoemde partijen voorgelegd omdat het uitsluitend verbetering van de omschrijving van reeds vergunde rechten betreft. A3.3. Coördinatie met andere wetgeving 1. U heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid als bedoeld in artikel 19ka, lid 2, Nbwet om een van de betrokken bestuursorganen schriftelijk te verzoeken om coördinatie van besluitvorming. 2.
Ingevolge artikel 19ka, lid 1, Nb-wet, en artikel 3:20 Algemene wet bestuursrecht, stel ik u er van in kennis dat voor de door u te verrichten activiteit, voor zover mij bekend, ook de navolgende op de aanvraag te nemen besluiten nodig zijn: Naam en adres van het bestuursorgaan, bevoegd tot het nemen van het besluit • Gemeente Súdwest-Fryslân
Wettelijk voorschrift krachtens welk het besluit wordt genomen • Omgevingsvergunning (Wabo)
Wanneer de uitbreiding niet past in het bestemmingsplan dan gelden bij het toetsen van de bestemmingsplanwijziging vanuit het ruimtelijk beleid van de provincie de volgende criteria: • Bij een bouwperceel kleiner dan 1,5 ha moet het perceel worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing;
- 9 / 14 -
Ons kenmerk:
01312830
•
•
•
Bij een bouwperceel voor een melkveehouderij groter dan 1,5 ha moet de gemeente zorgen voor een integrale afweging en onderbouwing van alle relevante aspecten, waaronder landschappelijke inpassing, ontsluiting en milieusituatie (De Nije Pleats methode). Op basis van dit maatwerk bepaalt de gemeente per bedrijf de mate en wijze van uitbreiding, waarbij het bouwperceel op basis van provinciaal beleid in ieder geval niet groter mag zijn dan 3 ha. Aangetoond moet worden dat de melkveehouderij grondgebonden is. In een ruimtelijk plan kan een bestaand bouwperceel voor een niet grondgebonden veehouderij een uitbreiding krijgen tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha, dan wel de bestaande oppervlakte behouden indien deze meer bedraagt dan 1,5 ha, met dien verstande dat in geval op het bouwperceel bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zoals bedoeld in artikel 6.2.1, eerste lid, van een extra oppervlak tot maximaal 0,5 ha mag worden uitgegaan. In afwijking van het eerste lid kan een groter bouwperceel worden toegestaan indien: a. het bedrijf al een bouwperceel van bijna 1,5 ha of meer dan 1,5 ha heeft en de bedrijfsuitbreiding redelijkerwijs niet binnen dat bouwperceel is te realiseren, b. de uitbreiding van het bouwperceel beperkt blijft, en c. de nieuwe situatie een maatschappelijk voordeel oplevert voor een of meer van de volgende aspecten: 1. verbetering van dierenwelzijn, 2.
vermindering van milieubelasting en van uitstoot van milieubelastende stoffen; 3. een innovatieve bedrijfsvoering die bijdraagt aan duurzaamheid en daardoor een voorbeeldfunctie heeft, 4. aanmerkelijke landschappelijke verbetering, waaronder begrepen het elders slopen van minimaal een gelijke oppervlakte aan bebouwing.
A3.4. Betrokkenheid van een andere provincie waarin het betreffende Natura 2000gebied mede is gelegen Op 30 november 2015 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe en de provincie Overijssel schriftelijk met deze beslissing ingestemd, voor zover de vergunning betrekking heeft op delen van de Natura 2000-gebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld en Weerribben gelegen in die provincie.
A4.
Vergunningplicht
1.
Op basis van de aanvraag en de daarbij behorende rapporten en tekeningen heb ik beoordeeld of het door u aangevraagde project en/of andere handeling schadelijke gevolgen kan hebben voor de natuurlijke kenmerken van de gebieden, zoals beschreven in de instandhoudingsdoelstelling van deze Natura 2000-gebieden. Ik stel vast dat: 2.1 het onder A1. omschreven project en/of andere handeling niet wordt gerealiseerd overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in de artikelen 19a of 19b Nb-wet; 2.2 het onder A1. omschreven project en/of de andere handeling weliswaar gevolgen kan hebben voor de Natura 2000-gebieden, maar dat het de instandhoudingsdoelstelling daarvan niet in gevaar kan brengen, afzonderlijk noch in combinatie met andere projecten of plannen, zodat het niet kan worden beschouwd als een project dat significante gevolgen kan hebben voor het betrokken gebied; 2.3 er dus vergunning nodig is op grond van artikel 19d Nb-wet, maar er geen toepassing hoeft te worden gegeven aan artikel 19 g, lid 2, en artikel 19 h.
2.
- 10 / 14 -
Ons kenmerk:
01312830
Ik verwijs voor de motivering van dit oordeel naar mijn overwegingen onder B (Toetsing).
B.
Toetsing
B1.
Wettelijk kader
B1.1. Nb-wet 1. Artikel 19d, lid 1, van de Nb-wet, bepaalt, dat het verboden is zonder vergunning, of in strijd met aan die vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten, die, gelet op de instandhoudingdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, in een op grond van artikel 10a, lid 1, aangewezen gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. 2. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. 3. Voor de beoordeling van de vergunningaanvraag is het van belang na te gaan of, en in welke mate, het voorgenomen project en/of de andere handeling de doelstellingen kan aantasten, zoals die zijn opgenomen in: • het aanwijzingsbesluit tot Natura 2000-gebied van Alde Feanen van 23 mei 2013; • het aanwijzingsbesluit tot Natura 2000-gebied van Van Oordt’s Mersken van 4 juli 2013; • het aanwijzingsbesluit tot Natura 2000-gebied van Rottige Meenthe & Brandemeer van 25 april 2013; • het aanwijzingsbesluit tot Natura 2000-gebied van Drents-Friese Wold & Leggelderveld van 30 december 2013; • het aanwijzingsbesluit tot Natura 2000-gebied van Weerribben van 6 januari 2014. 4.
Voor wat betreft stikstofdepositie geldt dat, indien de wijziging of uitbreiding niet leidt tot een verhoging van stikstofdepositie ten opzichte van de vergunde situatie ten tijde van de referentiedatum, significante gevolgen kunnen worden uitgesloten en geen passende beoordeling behoeft te worden gemaakt. In zo'n geval vindt saldering plaats met de bestaande rechten van de aanvrager en kan de vergunning ex artikel 19d, lid 1, Nb-wet 1998, worden verleend.2 5. In een geval als onder 4 beschreven, geldt als enig vereiste voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, dat met de volgende in artikel 19e van de Nb-wet 1998 genoemde aspecten rekening wordt gehouden: a. met de gevolgen die een project of andere handeling, waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, kan hebben voor een Natura 2000-gebied; b. met een op grond van artikel 19a of artikel 19b vastgesteld beheerplan, en c. vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede regionale en lokale bijzonderheden.
B2.
Inhoudelijke beoordeling
B2.1. Kwalificerende waarden 1. Het onder A1 genoemde project en/of andere handeling betreft een project en/of andere handeling die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, mogelijk de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de onder A1.1 genoemde Natura 2000-
2
Kortheidshalve verwijs ik terug naar de onder A1.1. besproken jurisprudentie.
- 11 / 14 -
Ons kenmerk:
01312830
gebieden kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. 2. De kwalificerende waarden van de onder A1.1 genoemde Natura 2000-gebieden zijn in de aanwijzingsbesluiten verdeeld in kwalitatieve instandhoudingdoelstellingen voor habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten en vogelsoorten (en mogelijk de doelstellingen ten aanzien van het behoud, herstel en de ontwikkeling van het natuurschoon of de natuurwetenschappelijke betekenis van het gebied, anders dan vereist ingevolge de Vogel- en de Habitatrichtlijn). Informatie over de instandhoudingsdoelstellingen van de gebieden vindt u via de volgende link: http://www.fryslan.frl/2111/natuurbeschermingswetvergunning-enammoniakdepositie/. 3. Hieronder wordt uw aanvraag getoetst aan de beoordelingskaders van de onder 1 genoemde Natura 2000-gebieden. Daarbij worden mogelijke verslechteringen en verstoringen besproken in het licht van de relevante kwalificerende waarden van genoemde gebieden. 4. Onder de vergunningplicht ex artikel 16 Nb-wet vallen de schadelijke handelingen die in de gebieden zelf plaatsvinden, en niet de handelingen buiten de gebieden (externe werking) tenzij dat in het aanwijzingsbesluit van de Natura 2000-gebieden uitdrukkelijk is geregeld (artikel 16, vierde lid, Nb-wet). B2.2 .
Toetsing aan relevante kwalificerende waarden Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten Gezien de relatief grote afstand van het bedrijf waarvoor vergunning wordt aangevraagd tot de gebieden (circa 28 km) is toetsing met betrekking tot effecten op Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten waarvoor het gebied mede is aangewezen niet noodzakelijk. Habitattypen Het Natura 2000-gebied Alde Feanen is aangewezen voor zes habitattypen die gevoelig tot zeer gevoelig zijn voor stikstofdepositie, met kritische depositiewaarden variërend van 714 2143 mol/ha/jr. De depositie in de omgeving van het gebied varieert van 1045 - 1395 mol/ha/jr, waardoor de kritische depositiewaarde van alle habitattypen wordt overschreden. Gezien de achtergronddepositie in het gebied is daarbij sprake van een overbelaste situatie. Het Natura 2000-gebied Van Oordt’s Mersken is aangewezen voor vier habitattypen die gevoelig tot zeer gevoelig zijn voor stikstofdepositie, met kritische depositiewaarden variërend van 714 – 1214 mol/ha/jr. De depositie in de omgeving van het gebied varieert van 1169 1608 mol/ha/jr, waardoor de kritische depositiewaarde van alle habitattypen wordt overschreden. Gezien de achtergronddepositie in het gebied is daarbij sprake van een overbelaste situatie.
Het Natura 2000-gebied Rottige Meenthe & Brandemeer is aangewezen voor zeven habitattypen die gevoelig tot zeer gevoelig zijn voor stikstofdepositie, met kritische depositiewaarden variërend van 714 – 2143 mol/ha/jr. De depositie in de omgeving van het gebied varieert van 1077 – 1403 mol/ha/jr, waardoor de kritische depositiewaarde van alle habitattypen wordt overschreden. Gezien de achtergronddepositie in het gebied is daarbij sprake van een overbelaste situatie. Het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld is aangewezen voor zeven habitattypen die gevoelig tot zeer gevoelig zijn voor stikstofdepositie, met kritische depositiewaarden variërend van 517 – 1429 mol/ha/jr. De depositie in de omgeving van het Natura 2000-gebied varieert van 1040 – 1987 mol/ha/jr, waardoor de kritische depositiewaarde van
- 12 / 14 -
Ons kenmerk:
01312830
een aantal habitattypen wordt overschreden. Gezien de achtergronddepositie is daarbij sprake van een overbelaste situatie Met behulp van het model AAgro-Stacks is het verschil tussen de depositie van de referentiesituatie en de aangevraagde situatie berekend. Als rekenpunt is daarbij het habitattype met de hoogste kritische depositiewaarde en tevens de rand van de getoetste habittattypen gehanteerd. Aangenomen mag worden dat, als hier geen toename van de depositie zal plaatsvinden, die conclusie zeker ook ten aanzien van verderaf gelegen locaties geldt. In onderstaand overzicht is het resultaat weergegeven. Referentiepunt
depositie referentie De Soal 4, Hemelum (mol / ha per jaar)
depositie overgedragen van Otterweg 17, Tjalleberd (mol / ha per jaar)
depositie gewenst (mol / ha per jaar)
X
Y
0,03
depositie overgedragen van Neushoornweg 30, Kraggenburg (mol / ha per jaar) 0,01
Alde Feanen H7140B Weerribben rand Van Oordt’s Mersken H6230 Drents-Friese Wold&Leggelderveld H3130 Rottige Meenthe & Brandemeer H7140B
0,08
0,08
191 483
569 173
0,03 0,07
0,04 0,01
0,01 0,09
0,07 0,05
189 165 199 971
534 245 561 079
0,05
0,01
0,01
0,04
213 469
551 974
0,12
0,02
0,02
0,1
187 213
542 599
Uit de berekeningen blijkt dat er een afname van de depositie plaatsvindt op de gevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden Alde Feanen, Van Oordt’s Mersken, Rottige Meenthe & Brandemeer, Drents-Friese Wold & Leggelderveld en Weerribben. Dit is te verklaren door saldering met de bedrijven aan de Neushoornweg 30 te Kraggenburg en PG Otterweg 17 te Tjalleberd. Hierdoor is naar mijn oordeel sprake van een situatie, zoals bedoeld in de vaste jurisprudentie van de Afdeling: de wijziging of uitbreiding leidt niet tot een verhoging van stikstofdepositie ten opzichte van de vergunde situatie ten tijde van de referentiedatum, zodat significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Ik heb de saldogevende bedrijven erop gewezen dat, nadat de saldering heeft plaatsgevonden, de in overweging A1.1 opgenomen situatie de nieuwe referentiesituatie betreft voor het saldogevende bedrijven. Indien de saldogevende bedrijven later alsnog wensen uit te breiden, is een Nb-wetvergunning noodzakelijk.
C.
Conclusie
Verzekerd is dat, in samenhang met voor die activiteit getroffen maatregelen, de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden Alde Feanen, Van Oordt’s Mersken, Rottige Meenthe & Brandemeer, Drents-Friese Wold & Leggelderveld en Weerribben, als gevolg van die activiteit of gebruik, per saldo niet is toegenomen of zal toenemen.
- 13 / 14 -
Ons kenmerk:
01312830
Het project is passend beoordeeld, met dien verstande dat daarbij is gebleken dat aan de vereisten van de vaste jurisprudentie van de Afdeling3 is voldaan. Gelet op de relatief grote afstand van het bedrijf waarvoor vergunning wordt aangevraagd tot de gebieden zijn effecten op Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten waarvoor de gebieden mede zijn aangewezen op voorhand uitgesloten. Daarmee staat vast dat de uitbreiding van varkenshouderij Hemelumer Hoeve BV te Hemelum van dhr. Lorist, op de door u aangegeven wijze, géén significante negatieve effecten zal veroorzaken op de beschermde natuurwaarden. Door het stellen van voorschriften en beperkingen, worden de te verwachten niet-significante schadelijke gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van het/de Natura 2000-gebied(en) voldoende voorkomen. De in artikel 19e van de Natuurbeschermingswet 1998 genoemde aspecten verzetten zich derhalve niet tegen de vergunning.
3
Kortheidshalve verwijs ik terug naar de onder A1.1. besproken jurisprudentie.
- 14 / 14 -
Ons kenmerk:
01312830
Bijlage Aanvraag Natuurbeschermingswet vergunning
Tekening
RENVOOI luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,47m² Ep hoogte 4m BWL 2007.03.V7
luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,45m² Ep hoogte 5,8m BWL 2009.12.V4
+6499 8
centraal afzuigkanaal 10,63 m2
±0
32100
3000
21450
±0
-1110
4,00 kW
Ventilator Ø50 3 stuks
á 0,65 kW
1,95 kW
Ventilator Ø40 21 stuks
á 0,25 kW
5,25 kW
Ventilator Ø90 14 stuks
á 1,50 kW
21,00 kW
Regelkleppen 54 stuks
á 0,09 kW
4,86 kW
96 vleesvarkens
80 gespeende biggen
80 gespeende biggen
80 gespeende biggen
4
±0
4
-1250
80 gespeende biggen
2000 96 vleesvarkens
96 vleesvarkens
216 gespeende biggen
80 gespeende biggen
G
43500
B
216 gespeende biggen
1400
11t
P12
4
12200
80 gesp. biggen
1174
80 gesp. biggen
selectiehok
4
4
4
C
2800
1
1
5t
7t
overkapping vaste mestopslag
overkapping
9000
5.000
100
3.200
luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,47m² Ep hoogte 4m BWL 2007.03.V8 1.450 5.000 21450
B
GEBOUW 3
9600
7.000
kantoor
42100
50.450
50
1 beer
1 beer
24 kraamzeugen
50
1,75 kW 30,0 kW
Shovel met dieselmotor
12
Dieselolietank 1000 ltr. in lekbak met electrische pomp
0,25 kW
13
eigen waterinstallatie
2,25 kW
14
aggregaat met stationaire motor
150 kW
15
voermenger 2st. á 4,00 kW
8,00 kW
16
mestverwerkingsinstallatie á 10,00 kW
10,00 kW
17
opslag zwavelzuur in multibox 1m³
P12
16 guste en dragende zeugen
luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,77m² gem Ep hoogte 7m BWL 2007.03.V8
243,31 kW
VARKENSSTAL
GEBOUW 6
300
1 beer
vezelcement-golfplaten steen beton 760 m3
Aantal dieren:
1344 Vleesvarkens RAV: D3.2.15.4 BWL: 2009.12.V4
±0 -500
per afdeling 1 regelklep Ø90 1,50 kW 5 stuks 0,09 kW 14 stuks
GEBOUW 2
-1.500
GEBOUW 8
Doorsnede luchtwasser gebouw 9
woning
luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,45m² Ep hoogte 5,8m BWL 2009.12.V3
TOTAAL BEDRIJF
centraal afzuigkanaal 19,33 m2
+5800
Mestkelderinhoud incl. mestsilo: Aantal dieren:
3144 Vleesvarkens 4608 Gespeende biggen 682 Guste en dragende zeugen 5 Dekberen 240 Kraamzeugen
Aantal dieren:
2160 Gespeende biggen RAV: D1.1.12.2 BWL 2007.03.V8 480 Gespeende biggen RAV: D1.1.3 BB 95.12.031V1 BWL 2007.03.V8 per afdeling 1 regelklep Ø82 1,00 kW 4 stuks 0,09 kW 14 stuks
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud:
vezelcement-golfplaten damwandprofielplaat beton n.v.t.
Aantal dieren:
283 Guste en dragende zeugen RAV: D1.3.10 BB 00.06.086 1 Dekbeer RAV: D2.100 ventilatoren Ø50 0,65 kW 3 stuks
-2110 50
Ventilatie:
6.500 50 centrale gang
11,25m² Centraal afzuigkanaal
46.200
45.800
6.500
+6.500
2.000
2.000
2.000
vezelcement-golfplaten steen / hout beton 189 m3
Aantal dieren:
(4A) 960 Gespeende biggen RAV: D1.1.3 BB 95.12.031V1 (4B) 528 Gespeende biggen RAV: D1.1.3 BWL 2006.07.V2
50
GEBOUW 5
±0 -500 6.500
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud: Aantal dieren:
-1.500
50 800
GEBOUW 8
BERGING
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud:
vezelcement-golfplaten steen beton n.v.t.
I 27
luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,94m² gem Ep hoogte 8,5m BWL 2009.12.V2
50
VARKENSSTAL vezelcement-golfplaten metselwerk beton 1250m³ 240 Kraamzeugen RAV: D1.2.10 BWL 2007.03.V8 4 Dekberen RAV: D2.1 BWL 2007.03.V8 346 Guste en dragende zeugen RAV: D1.3.6 BWL 2007.03.V8 d.m.v. ventilatoren voor de luchtwasser Ø 90 cm, 1,50 kW,(6 st.)
Ventilatie:
+8.500 +8.000
Ventilatie: I 23
14,4m²
in
Centraal afzuigkanaal
tin rich
gsg
ren
0,09 kW 16 stuks
GEBOUW 10
VARKENSSTAL
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud:
vezelcement-golfplaten metselwerk beton 1400 m³
Aantal dieren:
1800 Vleesvarkens RAV: D3.2.7.1.2, BWL 2004.04.V2 BWL 2009.12.V4
Ventilatie:
d.m.v. ventilatoren voor de luchtwasser Ø 90 cm,1,5 kW (8 st.) 0,09 kW 10 stuks
per afdeling 1 ventilator Ø40 0,25 kW 13 stuks Regelkleppen
6.500
24 kraamzeugen
24 kraamzeugen
800
vezelcement-golfplaten hout beton n.v.t.
VARKENSSTAL
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud:
Ventilatie:
luchtwasser
346 guste- en dragende zeugen
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud:
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud: Aantal dieren:
+3.060 +2.800
50 guste- en dragende zeugen
24 kraamzeugen
24 kraamzeugen
GEBOUW 4A&B
+11.468 luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,77m² gem Ep hoogte 7m BWL 2007.03.V7
HYGIENESLUIS
Regelkleppen
DOORSNEDE I - I
5
vezelcement-golfplaten damwand beton 61 m3 53 Guste en dragende zeugen RAV: D1.3.101 2 ventilatoren Ø40 0,25 kW
GEBOUW 9
GEBOUW 3 VARKENSSTAL
2800
2800
damwandprofielplaat steen beton 800 m3
-1110
5 5
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud: Aantal dieren:
GEBOUW 7
VARKENSSTAL
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud:
Ventilatie: Ventilatoren Regelkleppen
±0
2.050 50 guste- en dragende zeugen
24 kraamzeugen
24 kraamzeugen 24 kraamzeugen
Centraal afzuigkanaal
5
VARKENSSTAL
9186 m3
+2500
5
GEBOUW 6
Ventilatie:
douches
15000
6.500
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud:
Ventilatie: Ventilatoren Regelkleppen
woning
kantine
4.000
24 kraamzeugen
centrale gang
100 luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,77m² gem Ep hoogte 7m BWL 2007.03.V8
12.000
-2.550
hal
1 beer
5
17.200
mestsilo Ø 23,1m 2000 m³
11
50
750
100 5.825
17.000
2.000
centrale gang
Centraal afzuigkanaal
100
DOORSNEDE G - G
CV installatie 7 st. á 0,25 kW
DOORSNEDE H - H
5.825 -1430
-2.250
0,50 kW
5.675
9
8000 50
P12
100
±0
10
+8565
43.615
46.200
4a
luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,94m² gem Ep hoogte 8,5m BWL 2009.12.V4
-1.210
10
I
2000
centrale gang
7.525
+2200
Opslag oud ijzer
5400
hygienesluis
berging
+4151
5
E
berging
DOORSNEDE F - F
4
41500
2.000
berging
mestsilo Ø 23,1m 2000 m³
-930
9
+7.000
13.200
stro-ruimte
3
16 guste en dragende zeugen
15200 283 guste en dragende zeugen
2.000
±0
4 P12
+4497
+2200
+8.500
kantoor
6.500
100
50m³
11
3
200
2.000
3
2.500
DOORSNEDE E - E
100
2.085
-1000
3.200
2
3
garage/ berging
2.050
32100 luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,45m² Ep hoogte 5,8m BWL 2009.12.V4 onder luchtwasser: proces kelder en spuiwateropslag
L
±0
3000
12.150
5.020
1.775
5.925
voorraadbak t.b.v. spoelwater
2
kadaverkoeling
+2300
GEBOUW 2
koelkerder voor kadavers
GEBOUW 1
200
3.400
6.950
+3500
2
2.800
GEBOUW 1
1.000
2
+4720
216 gespeende biggen vloeistofdichte vloer
luchtwasser
8
TOTAAL VERMOGEN 1.725
10.580
6.220
216 gespeende biggen
DOORSNEDE D - D
Chemicalien/ontsmettingsmiddelen
putjes
2.620
96 vleesvarkens
1
7
±0 4000
1.600
1
6.220
1
P12
1
Diergeneesmiddelenkast (koelkast)
ontsmettingsruimte
4 21 guste en dragende zeugen
werkplaats
10100
P12 1
6
Doorsnede luchtwasser gebouw 10
10000
putjes
±0 -500 96 vleesvarkens
5000
216 gespeende biggen
3.600
216 gespeende biggen
uitzakkend vocht naar mestkelder
+2200
5,00 kW
18.000
600
2500
F
F
E
putjes
19600
2500
7,50 kW
7.5 kW
Diverse handgereedschapmachine's
GEBOUW 7
1400 2500
Mestpomp 10 Pk
5
Doorsnede luchtwasser gebouw 2
4
27000
GEBOUW 4B
putjes
3400
96 vleesvarkens
3440
96 vleesvarkens
+4559
1200 1740 500
+5500 (EP hoogte)
6,00 kW
3,00 kW
1500
4
P12
1 beer
selectiehok 2400
4
1
P12
2400
4
80 gespeende biggen
H
H
1600
10
80 gespeende biggen
DOORSNEDE C - C
1350
4
80 gespeende biggen
9850
+2200
80 gespeende biggen
216 gespeende biggen
50400
49920
216 gespeende biggen
Voerpomp 3 stuks á 2 kW
Hogedrukspuit
8000
96 vleesvarkens
+4151
4
2
±0
D
80 gespeende biggen
4
4,50 kW
4
7t
8500
A
C
7
80 gespeende biggen
1
spoelplaats
80 gespeende biggen
Vijzel totaal 6 stuks á 0,75 kW
3
spoelwater afvoeren naar mestkelder
A
P12 2000
1
P12
centrale gang
10 10
+4.000
10450
P12
P12
DOORSNEDE B - B
4
1340
GEBOUW 4A
G
14
12
4
Brandblusapparaat 12 stuks
P12
1600 10
1
voerkeuken
4
P12 kantoor
216 gespeende biggen
4
luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,47m² Ep hoogte 4m BWL 2007.03.V8
72 gespeende biggen
96 vleesvarkens
2 2
6
4
1231
96 vleesvarkens
13
32t
4
80 gespeende biggen 1231
±0
11t
2000
2400
6t
GEBOUW 5
72 gespeende biggen
120 gespeende biggen
6t
1600
72 gespeende biggen
6t
+4500
mestsilo 600 m3
80 gesp. biggen
216 gespeende biggen
72 gespeende biggen
40t 6t
P12
96 vleesvarkens
Spuiwatersilo totaal 50m³
4000
96 vleesvarkens
Krachtvoersilo's totaal 71 ton
D 80 gesp. biggen
120 gespeende biggen
Doorsnede luchtwasser gebouw 1
80 gespeende biggen
6t
+8067
80 gesp. biggen
P12
stalen mestsilo voorzien van spankap
vuile weg
80 gespeende biggen
EP +10000
4010
80 gesp. biggen
32t
25160
1174
96 vleesvarkens
Brijvoersilo's totaal 96 ton 3600
berging tbv. vrachtwagen
4.800
120 gespeende biggen
120 gespeende biggen
14600 Mestgoot met schuine wand en ontmestingssysteem voor gespeende biggen > 0,35 m2 Groen-labelsysteem 'Sondag' nr. BB-95-12-031 V1
Mestpompput
32t
96 vleesvarkens
+4200
á 1,00 kW
-1.110
DOORSNEDE A - A
+5000
Ventilator Ø82 4 stuks
5
+2.500
73300
7660
7,50 kW
4
oal
vuile weg
vuile weg
á 1,50 kW
3
De S
vuile weg
Mestgoot met schuine wand en ontmestingssysteem voor gespeende biggen > 0,35 m2 Groen-labelsysteem 'Sondag' nr. BB-95-12-031 V1
Ventilator Ø90 5 stuks 2
+5.800
+4000 +2500
1
VARKENSSTAL vezelcement-golfplaten steen beton 126 m3 per afdeling 1 ventilator Ø40 0,25 kW 6 stuks
GEBOUW 11 VOERKEUKEN/OPSLAG
480 Gespeende biggen RAV: D1.1.3 BWL 2006.07.V2
Dak: Wanden: Vloeren: Mestkelderinhoud:
vezelcement-golfplaten steen beton n.v.t.
s
+4.050
3.400 50
2.000
6.500
3.100
100
200
I 1077
I 1108 5.200
3.000 200
200
ens
300
I 1219
sgr
200
ing
82.600
al So
I 1079 I 1075
83.100
4
100 2.000
+9.429 centrale gang
2.800
17 17
I 1107
centrale gang
e D
berging +4.500
inr
100
MVI module I & module III
I 446
ns
5
6t
15 15
6t
K
21-06-2018
Revisie B:
19-05-2014
20-06-2018
Revisie A:
16-05-2014
05-03-2018
Datum:
09-05-2014
Leon van der Veen
Hemelumer Hoeve De Soal 4 8584 VS Hemelum
26.500
1
+8.100
I 443
werknr:
14 - 014 - M
100 3.000
100 100 10.550
Schaal 1:200
Prefab mestsilo 2000m3
technische ruimte
200
4.600
100
www.bouwbureaujansman.nl
±0 -625 -1.000
10
200
25.300
Prefab mestsilo 2000m3
8.200
50
8.200
50
8.200
50
J
8.200
50
8.200
50
8.200
87.550
GEBOUW 10
50
8.200
50
8.200
50
8.200
50
8.200
200
DOORSNEDE L - L
Prinses Julianastraat 21 7731 GG Ommen 0529 - 43 44 38 ommen@bouwbureaujansman.nl
Situatie Gemeente: Súdwest-Fryslân Sectie I nr: 1107, 1108, 1075 Schaal 1: 2000
ForFarmers Hendrix B.V. FarmConsult
NL -7491 GA Delden
Sluisstraat 24
tel: 0573 - 288 989
BOUWBUREAU
Contactpersoon: Sander Hooch Antink sander.hoochantink@forfarmers.eu mobiel: 06 - 22 37 25 55
fax: 0573 - 288 733
JANSMAN BV
841 x 1470 mm
GEBOUW 11
10-06-2014
3
50t
40.000
28-08-2018
Revisie C:
I 663
+5.000
50t
39.800
27-11-2014
opdrachtgever:
3.400
vaste mest
100
04-09-2018
Revisie D:
I 19
DOORSNEDE K - K
6t
opslag:
100
19-12-2014
5 6t
14.400
11-10-2018
Revisie E:
I 1072
2400
5
1
16-10-2018
16-03-2015
Milieutekening De Soal 4 te Hemelum
I 444
2
opslag: losse veevoer grondstoffen
19-10-2016
Revisie F:
project:
2400
5
Revisie G:
I 445
±0 -300
180 vleesvarkens
180 vleesvarkens
180 vleesvarkens
180 vleesvarkens
180 vleesvarkens
3600
180 vleesvarkens
1000
180 vleesvarkens
3600
180 vleesvarkens
5
1200 1600 800
2400
luchtwasser: uitstroom oppervlak: 1,94m² gem Ep hoogte 8,5m BWL 2009.12.V4
15.600
18.000
24.400
voerkeuken
5
ng
I 865 al So
+1.500
2400
5
180 vleesvarkens
5
16
ti ich
re sg
I 1074
180 vleesvarkens
loosbaar water 50m³
cht
K
J
-2.250
DOORSNEDE J - J
83.100 4.600
-1.210
inri
200
e D
ens
±0
2.500 50 2.500 50 2.500
I
sgr
GEBOUW 9
ing
10
L
luchtwasser
cht
technische ruimte tbv. luchtwasser
inri
gelten hokken
1.400
+3.000