CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Ingediende zienswijze

Raadsvergadering 18 juli 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Oanfraach omjouwingsfergunning rekreaasjewenning Sândfurd8.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van B&Wvan de gemeente Sudwest-Fryslan T.a.v. Team Vergunningen Postbus 10.000 8600 HASNEEK

Datum : 1 mei 2024 Betreft : Schríftelijke zienswijze Ontwerp-omgevingsvergunning uitgebreide procedure (weigering) Recreatiewoning nabij Nr 9a te Sandfirden Kenmerk aanvraag: UV 20221150

Geacht college, Op 20 maart 2024 is naar de aanvrager een ontwerpbesluit gestuurd waarin de gemeente het voornemen aangeeft tot weigering van de gevraagde omgevingsvergunning voor een recreatiewoning te Sandfirden (aanvraag met kenmerk UV 20221150). Het ontwerpbesluit ligt vanaf 21 maart gedurende 6 weken ter inzage. Bij deze wil ik namens de aanvrager een zienswijze indienen. De aanvrager is het niet eens met de voorgenomen weigering en is van mening dat de gemeente haar besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, op onjuiste gronden tot een (voorlopige) conclusie is gekomen en vrijwel niet is ingegaan op de door de aanvrager aangeleverde indieningsbescheiden. Redenen gemeente om te weigeren De gemeente geeft aan dat afwijken van het bestemmingsplan niet wenselijk is omdat er geen sprake zou zijn van een goede ruimtelijke ordening. In bijlage 1 van het ontwerpbesluit zijn de redenen toegelicht: 1. “Ten eerste, en die is juridisch erg relevant, het project voldoet niet aan het provinciaal beleid." 2. “Het omzetten van dit kleinschalig kampeerterrein naar een recreatiewoning is ongewenst en voldoet niet aan het gemeentelijk beleid.” a. “Met dit plan is er ongeveer een verdubbeling van de oppervlakte aan de orde en kan er het hele jaar recreatief worden verbleven. Het gaat om permanente bebouwing” b.

“Het is een enorme intensivering van het aantal gebruikers per keer ten opzichte van de huidige kampeermogelijkheden.” c. “De hoogte is bijna twee keer zo hoog waardoor de impact op de omgeving wordt vergroot” d. “Met dit plan kan er veel meer recreatief gebruik gemaakt worden van het perceel dan dat dit nu op basis van bestaande rechten kan”. e. “Juist het intensieve recreatieve gebruik is binnen de zware natuurbestemming ongewenst”. f. “In dit geval is de ontwikkeling ongewenst omdat het perceel een zware natuurbestemming heeft en dit plan een behoorlijke intensivering van het recreatieve gebruik mogelijk maakt op een plek waarbij wij juist gekozen hebben om de natuur op 1 te zetten en alleen extensief recreatief medegebruik toe te staan.”

1

3. “Oprichten van permanente bebouwing is ongewenst omdat dit ook niet strookt met het oog op het gevoerde consistente beleid in gevallen vanuit het verleden en mogelijke precedentwerking. ”

Samengevat stelt de gemeente dus: 1. De aanvraag voldoet niet aan provinciaal beleid 2. De aanvraag voldoet niet aan gemeentelijk beleid a. Het bouwvolume wordt aanzienlijk vergroot b. Het gebruik wordt veel intensiever c. Het intensievere gebruik past niet in het Natura 2000 gebied 3. De omzetting is ongewenst en kan leiden tot precedentwerking Hierna wordt de zienswijze puntsgewijs toegelicht. De gemeente handelt in strijd met de Algemene wet bestuursrecht In de Algemene Wet Bestuursrecht wordt een belangrijke gedragsregel gesteld: “Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid” (Awb artikel 2:4). Naar onze mening heeft de gemeente Sudwest-Fryslan in deze aanvraagprocedure gehandeld in strijd met genoemd artikel van de Awb. Zowel de (meeste) raadsleden, de wethouder als de betrokken ambtenaren hadden hun oordeel al klaar voordat men de feiten onder ogen nam. Er is tijdens de aanvraagprocedure op geen enkel moment serieus onderzocht of het mogelijk is om medewerking te verlenen. De behandelende ambtenaren hebben in het gehele traject slechts één focus gehad, namelijk weigeren van de aanvraag. Op 11 januari 2022 is een conceptaanvraag ingediend voor het realiseren van een recreatiewoning. Inhoudelijk is door de gemeente niet ingegaan op de ingediende documenten.

Op 7 april 2022 is het principe-standpunt ingenomen dat er geen aanleiding is om af te wijken van het geldende bestemmingsplan: “Gelet op het provinciaal en het gemeentelijk beleid zijn wij niet bereid mee te werken aan een wijziging van het bestemmingsplan om een recreatiewoning mogelijk te maken." Er wordt slechts verwezen naar het beleid en niet onderbouwd waarom er niet afgeweken kan worden. Op 22 december 2022 is vervolgens een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een recreatiewoning ter vervanging van het kampeerterrein. Ook in het kader van deze procedure is door de gemeente niet ingegaan op de door de aanvrager ingebrachte argumenten en/of onderbouwingen. De gemeente heeft steeds wisselende argumenten aangevoerd om niet mee te werken. Zo was eerst het weidevogelgebied nog een belangrijk argument, maar dit is na ons memo van 7 november 2023 als argument komen te vervallen (zie bijlage A). De gemeente is niet inhoudelijk ingegaan op de door de aanvrager ingediende onder­ bouwingen. Er is door het bevoegd gezag niet serieus beoordeeld of de vergunning in afwijking van het bestemmingsplan kan worden verleend terwijl dit op grond van Wabo artikel 2.11 en 2.12 wel had moeten gebeuren.

De gemeente misbruikt het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ als weigeringsgrond Op grond van Wabo artikel 2.10 lid 1 onder c moet een aanvraag omgevingsvergunning worden geweigerd indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan. Maar op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3 kan een omgevingsvergunning toch worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

2

De gemeente is van mening dat een goede ruimtelijke ordening ontbreekt indien niet aan het provinciaal en/of gemeentelijk beleid wordt voldaan. In de onderbouwing bij het Ontwerpbesluit wordt letterlijk gesteld: “Omdat er niet aan het provinciaal beleid wordt voldaan, is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening.” De gemeente stelt dus dat als er niet wordt voldaan aan het beleid, er per definitie geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op deze grond kan je aanvragen echter niet zomaar weigeren. Dat zou betekenen dat het in geen enkel geval zin heeft om een aanvraag in te dienen die afwijkt van een bestemmingsplan of actueel beleid. En dat zou in strijd zijn met onze wetgeving. De wet- en regelgeving in Nederland voorziet juist in de mogelijkheid om af te wijken maar geeft de gemeente daarbij een discretionaire bevoegdheid. Die bevoegdheid verplicht echter wel tot een serieuze, inhoudelijke behandeling van de aanvraag. En dat is bij deze aanvraag niet gebeurd. In deze procedure is door de gemeente geen enkele keer inhoudelijk ingegaan op de aangeleverde brieven, rapporten en/of andere onderbouwingen. In plaats daarvan is, regelmatig met wisselende argumenten, door de gemeente gezocht naar argumenten om niet mee te werken.

De gronden om niet mee te werken zijn echter niet tot nauwelijks onderbouwd en/of zijn gebaseerd op onjuiste gronden of geridiculiseerde kenschetsen van de aanvraag. Aanvraag getoetst aan verkeerde bestemmingsplan In het ontwerpbesluit is aangegeven dat de aanvraag is getoetst aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sudwest-Fryslan II’. De aanvraag is echter ingediend op 22 december 2022 en dient te worden getoetst aan het op dat moment vigerende bestemmingsplan uit 2010. Het gestelde ten aanzien van het bestemmingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van het ontwerpbesluit gaat mank. Hier is geen sprake van een zorgvuldig onderbouwd (ontwerp)besluit. Het enige wat overeind blijft is het feit dat sprake is van een buitenplanse afwijking. Aanvraag niet getoetst aan de regels omtrent Natura 2000 In de overwegingen bij het ontwerpbesluit wordt consequent gesproken over een ‘zware natuurbestemming’: “Op het perceel ligt een zware natuurbestemming. Dat betekent dat de natuur hier leidend is." en “De onderhavige locatie is zo specifiek en (natuurgevoelig dat ook het plaatsen van trekkershutten hier niet mogelijk is." En “Niet voor niets ligt deze zware natuurbestemming op dit perceeľ’. De term ‘zware natuurbestemming’ is een aanduiding die slechts ten doel heeft om stemming te maken. Planjuridisch heeft deze aanduiding geen betekenis.

Het feit dat het om een Natura 2000 gebied gaat, wordt door de gemeente aangewend als reden om de vergunning te weigeren. In de regels van het bestemmingsplan is echter niet opgenomen dat in een Natura 2000 gebied niet mag worden gebouwd. De regels van het bestemmingsplan bepalen dat “slechts gebouwd mag worden indien geen sprake is van een significant negatieve en/of negatieve effecten als bedoeld in de Natuurbeschermingswet 1998 op de kwalificerende vogelsoorten en habitattypen/soorten.” De voor ‘Natura 2000’ aangewezen gronden zijn, naast de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen tevens bestemd voor de instandhouding van de in het bestemmingsplan aangegeven, kwalificerende vogelsoorten en habitattypenAsoorten. In de aanvraagbescheiden is met rapporten onderbouwd dat er geen sprake is van significant negatieve gevolgen. De gemeente is niet inhoudelijk ingegaan op de aangeleverde rapporten en heeft ook niet gesteld dat er wel sprake zou zijn van significante gevolgen voor de natuur.

3

In de ingediende ruimtelijke onderbouwing van RHO adviseurs wordt geconcludeerd dat het project op het gebied van flora en fauna niet tot negatieve effecten leidt en ook geen negatieve effecten heeft op de omliggende gebieden. In plaats van het hanteren van het dogma “in een Natura 2000 gebied mag je niet bouwen’ dient de gemeente de aangeleverde rapportages serieus te toetsen en moet daarbij conform de regels van het bestemmingsplan beoordelen of er sprake is van effecten op grond waarvan bebouwing niet is toegestaan. Als van dergelijke effecten geen sprake is, mag het ‘Natura 2000’ argument op zich geen reden zijn tot weigering. Schromelijk overdrijven van omvang en gebruik recreatiewoning Met aanduidingen als “met dit plan is er ongeveer een verdubbeling van de oppervlakte aan de orde” en “tenslotte is de hoogte bijna twee keer zo hoog” wordt schromelijk overdreven en wordt bewust getracht de beeldvorming ten aanzien van de aanvraag zo negatief mogelijk neer te zetten. Het plan wordt geridiculiseerd. Op grond van het bestemmingsplan van 2010 was een kampeermiddel toegestaan met een maximale hoogte van 3,5m en een maximale oppervlakte van 55 m2. Het ontwerp van de recreatiewoning heeft een goothoogte van 2,7m en een nokhoogte van 5,Om. Het bruto bouwvlak is 12,88m x 5,70m = 73,4 m2.

De oppervlakte is dus slechts 3307o groter (niet 10007o) en de bouwhoogte wordt slechts voor een deel van de nok overschreden (430fo hoger dan de toegestane 3,5m, niet 10007o, zie hieronder). Door de gemeente is gedurende de aanvraag nooit gevraagd om het volume aan te passen of gesteld dat dit te groot zou zijn. En mocht dat doorslaggevend zijn, dan zijn er voldoende mogelijkheden om zowel het vloeroppervlak als de nokhoogte nog iets aan te passen.

Ook het gebruik wordt geridiculiseerd: “Het bouwplan voorziet in een recreatiewoning met in totaal 1 slaapplaatsen (5 slaapkamers) en een zogenaamde ‘chill-kamer’ waarin ook twee slaapplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Dat is een mogelijke enorme intensivering van het aantal gebruikers per keer ten opzichte van de mogelijkheden binnen het huidige mobiele kampeermiddel." De gemeente suggereert dat er in totaal plaats is voor 9 slaapplaatsen en spreekt van een ‘enorme intensivering’.

4

Op de ontwerptekening zijn ten eerste niet 5 slaapkamers maar slechts 3 zeer compacte slaapkamers ingetekend. Verder zijn inderdaad 7 slaapplaatsen ingetekend, maar in het bestaande grote kampeermiddel bevinden zich ook al 5 slaapplaatsen. Dus van een enorme intensivering is in het geheel geen sprake, zeker gelet op het feit dat wij van mening zijn dat er op het terrein méér dan 1 kampeermiddel mag staan (waarvoor een beroepschrift is ingediend inzake het in 2023 vastgestelde bestemmingsplan). Als het kampeerterrein komt te vervallen is er per saldo juist sprake van een minder intensief gebruik. In de beoordeling rekent de gemeente zelfs nog een extra slaapkamer met twee slaapplaatsen en komt tot 9 slaapplaatsen in totaal. Het lijkt overbodig om te vermelden dat de gemeente de aanvraag objectief moet beoordelen conform de ingediende bescheiden en zelf niet op subjectieve wijze functies en bezettingen mag aanpassen omdat dit helpt bij een bepaalde argumentatie. De gemeente heeft over het huidige gebruik nooit vragen gesteld. Het is onzinnig om te suggereren dat één recreatiewoning van 70m2 ter vervanging van een kampeerterrein zou leiden tot een ‘enorme intensivering’ van het gebruik. De gemeente maakt van de aanvraag bewust een karikatuur met als enige doel om richting gemeenteraad een beeldvorming te bereiken die uiteindelijk resulteert in een weigering van de vergunning.

Ook het feit dat de recreatiewoning jaarrond aanwezig zal zijn, is geen wijziging. Op grond van het bestemmingsplan uit 2010 was het ook al toegestaan om jaarrond kampeermiddelen op het terrein neer te zetten. En voor een recreatiewoning zal net als voor de grote schaftwagen gelden dat deze in de wintermaanden veel minder intensief wordt gebruikt dan in het zomerseizoen. Tot slot kan op basis van het gebruik van de recreatiewoning aan de andere zijde van het haventje (met een vergelijkbare omvang) ook worden vastgesteld dat dit (jaarrond) niet resulteert in een ‘enorm intensief gebruik. Zoals hiervoor al aangegeven geldt dat de familie Oosterhuis claimt dat op het kampeerterrein meerdere kampeermiddelen mogen staan. Hierover is ook een beroepschrift ingediend naar aanleiding van het nieuwe bestemmingsplan. Op basis van die claim zouden er op het terrein, volgens de definitie van een kampeermiddel zoals opgenomen in het bestemmingsplan uit 2010, 3 tot 6 kampeermiddelen van maximaal 55 m2 mogen staan. In vergelijking met een

5

dergelijk oppervlak is één recreatiewoning van 70m2 te beschouwen als een forse reductie van de gebruiksmogelijkheden. Kortom, bladzijde 5 van bijlage 1 van het ontwerpbesluit is misleidend en onjuist. Indien naar de feiten wordt gekeken, dan is de conclusie simpel: het gebruik van de recreatiewoning resulteert niet in een intensivering ten opzichte van het huidige kampeerterrein en het volume van de recreatiewoning past prima in de omgeving. Het is in ieder geval zeker geen forse uitbreiding van oppervlak en hoogte. Belangenafweging Op grond van artikel 3:2 en 3:4 Awb moet de gemeente bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaren. En de voor een belanghebbende nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Op bladzijde 5 van bijlage 1 van het ontwerpbesluit stelt de gemeente de volgende vraag: “De vraag die beantwoord moet worden is of uw belang om een kampeermiddel om te zetten naar een permanente recreatiewoning zwaarder moet wegen dan het ruimtelijk en algemeen belang." Op bladzijde 6 wordt als antwoord gegeven dat het algemeen belang zwaarder moet wegen. Als reden wordt aangevoerd dat de aanvraag niet voldoet aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Maar dat is geen steekhoudend antwoord op de gestelde vraag.

Anders zouden in Nederland alle aanvragen die afwijken van het beleid moeten worden afgewezen in het kader van het algemeen belang. En dat is in strijd met de wet- en regelgeving. Wat is in dit geval het algemeen belang? Op grond van de bestemming “Natuur- Waterrecreatief medegebruik” kan worden gesteld dat het algemeen belang is gericht op het ‘onderhoud en herstel van ter plaatse aanwezige natuurlijke waarden van meren, water, rietlanden, eilanden en oeverstroken". Indien de bestaande pipowagen van 55 m2 wordt gewijzigd naar een recreatiewoning van 70m2 zal dit op geen enkele wijze van negatieve invloed zijn op het onderhoud en herstel van de aanwezige natuurlijke waarden of enig ander algemeen belang. Het algemeen belang is reeds gediend met het vaststellen van de bestemming Natura 2000. De gemeente dient de aanvraag gewoon te toetsen aan de hand van de voor Natura 2000 geldende planregels. Het individuele belang is duidelijk te benoemen. De eigenaar heeft de grond in 2011 gekocht en wil die grond gebruiken voor verblijfsrecreatie. Gelet op de structurele tegenwerking van de gemeente ten aanzien van het gebruik als kampeerterrein, zou het niet meer dan redelijk zijn om als gemeente mee te werken aan een permanente oplossing zonder terugkerende discussies. Het intrekken van het kampeerterrein in ruil voor een recreatiewoning schaadt geen enkel aantoonbaar algemeen belang.

Bovendien is ook moeilijk vol te houden dat, als er geen nadelige gevolgen zijn voor de natuur, de gemeente op het aangrenzende perceel HEE04 G 557 wel een recreatiewoning toestaat en aan de andere kant van het insteekhaventje, op minder dan 50m afstand, hier plotseling grote bezwaren tegen zou hebben. Het feit dat de gemeente bij de buren heeft ingestemd met een recreatiewoning heeft een precedentwerking. Dit is meerdere malen gemeld, maar ook hier is door de gemeente nooit op ingegaan. Toetsing aan Provinciaal beleid De gemeente stelt dat de aanvraag in strijd is met het provinciaal beleid en laat dit zwaar wegen in haar afweging: “Ten eerste, en die is juridisch erg relevant, het project voldoet niet aan het provinciaal beleid."

6

Namens de aanvrager is hier al meerdere malen inhoudelijk op ingegaan en aangegeven dat die strijdigheid niet aanwezig is. Op 27 februari 2024 is ingesproken op de vergadering van de raadscommissie en op 5 maart 2024 is door advocatenkantoor Van Doorne namens de aanvrager een brief aan de raad gestuurd. Door Van Doorne wordt geconcludeerd dat het provinciaal beleid de omzetting naar een recreatiewoning niet in de weg staat. De gemeente heeft niet gereageerd op de brief van Van Doorne. De brief is bijgevoegd (bijlage D) en dient (net als de andere bijlagen) te worden beschouwd als integraal onderdeel van deze zienswijze. Feit is dat het bestemmingsplan uit 2010 het begrip ‘kleinschalig kampeerterrein’ helemaal niet kende. De enige relevante aanduiding in dat plan was die van ‘kampeerterrein’. De Verordening Romte Fryslân 2014 is pas later, op 25 juni 2014 vastgesteld. In die verordening wordt een onderscheid geïntroduceerd tussen “kampeerterrein” en “kleinschalig kampeerterrein”. kampeerterrein: een terrein met standplaatsen voor kampeermiddelen inclusief de bij die kampeermiddelen behorende gemeenschappelijke faciliteiten, niet zijnde een kleinschalig kampeerterrein.

kleinschalig kampeerterrein: een terrein in een kleinschalige opzet met een beperkt aantal standplaatsen voor kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, inclusief de bij die kampeermiddelen behorende gemeenschappelijke faciliteiten, welk terrein uitsluitend in het toeristische seizoen opengesteld is en op welk terrein de kampeermiddelen ook alleen in het toeristische seizoen aanwezig zijn.

In de brief van Van Doorne is reeds aangegeven dat het terrein in Sandfirden niet voldoet aan de provinciale definitie van ‘kleinschalig kampeerterrein’ en mede daarom moet worden aangemerkt als ‘kampeerterrein’. Dit laatste volgt ook uit de overgangsbepalingen van de Verordening Romte Fryslan. In de VRF is in artikel 11.2.2 bepaalt dat de verordening niet van toepassing is op bouw- en gebruiksmogelijkheden die bij recht of vrijstelling/ontheffing in een geldend ruimtelijk plan staan. 11.2.2 1. De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op bouw- en gebruiksmogelijkheden die bij recht of ontheffingsbevoegdheid zijn opgenomen in een ruimtelijk plan dat voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening in werking is getreden en onherroepelijk is, of in een ruimtelijk plan dat voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening formeel in ontwerp ter inzage is gelegd volgens de daarvoor geldende wettelijke procedures. Artikel 11.2.2 bepaalt dat de verordening niet van toepassing is op bouw- en gebruiksmogelijkheden die bij recht of vrijstelling/ontheffing in een geldend ruimtelijk plan staan. Dat betekent dat vigerende bestemmingen, ook al zijn die in strijd met de verordening, gehandhaafd kunnen blijven in een nieuw plan.

De overgangsbepaling regelt dus dat de vigerende bestemming “kampeerterrein”, zoals opgenomen in het bestemmingsplan uit 2010, gehandhaafd blijft, ook al is deze in strijd met de nieuwe verordening. Het kampeerterrein is na juni 2014 dus geen “kleinschalig kampeerterrein” geworden. Dat zou ook onterecht zijn, want voor een “kleinschalig kampeer­ terrein” is in de verordening een heel ander gebruiksregime opgenomen dan geldt voor een “kampeerterrein”. De overgangsbepaling ziet er juist op toe dat de gebruiksmogelijkheden gehandhaafd blijven.

7

Op een kampeerterrein aanwezige staanplaatsen kunnen op grond van het provinciaal beleid worden omgezet in recreatiewoningen. In het advies geeft de provincie dit ook zelf aan: “Een omzetting is passend op een regulier kampeerterrein maar niet op een kleinschalig kampeerterrein". In het advies van de provincie wordt aanbevolen om niet mee te werken aan het initiatief. Dit is echter gebaseerd op de veronderstelling dat het hier gaat om een kleinschalig kampeerterrein. Aangezien het terrein kwalificeert als ‘kampeerterrein’ valt het advies van de provincie niet te handhaven. De omzetting van een staanplaats naar een recreatiewoning is volgens de provincie juist “passend’. Waar bij deze aanvraag verder ook geen rekening mee is gehouden, is het feit dat de aanvrager niet vraagt om de omzetting van één staanplaats naar een recreatiewoning. De aanvraag voorziet in het volledig intrekken van de bestemming Kampeerterrein in ruil voor één recreatiewoning. Ten aanzien van de beoordeling wordt tot slot opgemerkt dat in het advies van de provincie opvalt dat de gemeente vrij directief is geweest in de vraagstelling naar de provincie: “De gemeente komt bij de toetsing tot de conclusie dat het plan niet past binnen de VRF.

De gemeente vraagt of deze conclusie klopt’ maar ook “De dienst is het eens met de motivering van de gemeente dat er geen aanleiding is om af te wijken van de regels in de VRF." De gemeente legt de woorden bij de provincie in de mond terwijl besproken had moeten worden of er mogelijkheden zijn om mee te werken aan de aanvraag. Signalen uit de buurt In de overwegingen wordt door de gemeente ingegaan op het feit dat de gemeente “signalen vanuit de buurt krijgt over de onwenselijkheid van dit plan (geen draagvlak)". Op 23 februari 2024 is door enkele bewoners een brief naar de gemeenteraadgestuurd. Degenen die ondertekend hebben behoren tot of zijn bevriend met de die aan het eind van de doodlopende weg nota bene zelf een camping hebben waar ze in het verleden mochten uitbreiden, een haventje mochten aanleggen en blokhutten hebben mogen plaatsen. stelt in de brief van 23 februari dat de rust en authenticiteit van Sandfirden, ons Mienskip en ons Natura 2000 gebied in gevaar komen. Hiervoor is reeds aangegeven dat de intensiteit van het gebruik niet toeneemt en dat er ten aanzien van de Natura 2000 geen significante effecten zijn te verwachten. Als het gaat om de rust en authenticiteit van Sandfirden, dan geldt dat minstens 9007o van al het verkeer dat dagelijks door Sandfirden rijdt, als bestemming camping heeft.

Dat juist zich uitspreekt over ‘rust en authenticiteit’ is schaamteloos. De brief is ondertekend door 8 personen, terwijl het dorp 35 inwoners telt. Geen van de bewoners die de brief aan de raad heeft gestuurd woont binnen een straal van 500m van het kampeerterrein of heeft überhaupt zicht op het terrein. Vanaf de openbare weg zijn de huidige kampeermiddelen bovendien in het geheel niet zichtbaar. Het terrein is volledig uit het zicht onttrokken door een hoge groenwal met bomen en struiken. komt al decennia lang in Sandfirden en is sinds 2011 eigenaar van de grond. Het onderhoud van het terrein en de boten wordt lokaal verzorgd en met de directe buren (o.a. de is er prima contact.

8

heeft een historie met Friesland en Sandfirden die teruggaat tot ruim in de vorige eeuw. De gemeente hoort er te zijn voor al haar inwoners, niet alleen voor degenen die claimen onderdeel te zijn van “ons” Mienskip. Ongewenste ontwikkeling en precedentwerking De gemeente stelt “binnen de gemeente bevinden zich tal van dit soort plekken en deze plekken moeten wij koesteren” en “Oprichten van permanente bebouwing is ongewenst omdat dit ook niet strookt met het oog op het gevoerde consistente beleid in gevallen vanuit het verleden en mogelijke precedentwerking." Deze formuleringen zijn dusdanig vaag dat je op basis hiervan vrijwel elke aanvraag kunt afwijzen. De gemeente geeft niet aan waarom de ontwikkeling ongewenst is en om welk precedent het gaat. En over welke ‘gevallen vanuit het verleden’ gaat het hier? Het is volstrekt onduidelijk wat hier bedoeld wordt. Van alle kampeerterrein in de gemeentezijnerslechtstweewaar de gemeente slechtséén standplaats heeft willen toestaan en de locatie in De overige kampeerterreinen hebben over het algemeen 15 standplaatsen of meer. Er is aan de gemeente al meerdere malen gevraagd om antwoord te geven op de vraag waar men naartoe wil met deze “1 standplaats-terreinen”. Want een kampeerterrein met slechts 1 standplaats kan je niet beschouwen als serieus kampeerterrein (zelfs niet als je daar het label ‘kleinschalig’ aan zou hangen).

Mag het een kampeerterrein blijven, zorg dan als gemeente dat het als zodanig kan worden gebruikt, uitgaande van het beschikbare terreinoppervlak. En is de gemeente het kampeer­ terrein liever kwijt dan rijk, zorg dan dat je de eigenaar een eerlijk alternatief biedt. Op 9 november 2023 is deze vraag per brief gesteld aan het college (zie bijlage B) en nogmaals per brief d.d. 15 december 2023 (zie bijlage C), maar hier is niet op gereageerd. In een mondeling gesprek met de wethouder is getracht om hierin een concrete uitspraak te krijgen, maar ook dit leidde tot niets. Discretionaire bevoegdheid De gemeente heeft in dit dossier een discretionaire bevoegdheid. Maar dat betekent niet dat het volledig naar eigen inzicht kan beslissen. Bij het nemen van een besluit dient rekening gehouden te worden met de beleidsregels en moeten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden gevolgd. Anders is er sprake van willekeur. De gemeente staat bij de behandeling van dit dossier op het punt om een besluit te nemen dat niet is gebaseerd op de beginselen uit de Awb, de van toepassing zijnde regelgeving of een gedegen, inhoudelijke motivering. De manier waarop dit dossier aan de gemeenteraad is gepresenteerd had als enig doel om geen ‘verklaring van geen bedenkingen’ te krijgen.

Het is de taak van een bestuursorgaan om burgers eerlijk te behandelen en aanvragen van vergunningen oprecht te toetsen. Dat is in deze procedure tot nu toe niet gebeurd. Hoogte Legeskosten In de brief van 20 maart 2024 is alvast aangegeven hoe hoog de verwachte legeskosten zullen zijn. Die legeskosten zijn behoorlijk hoog, zeker gezien het feit dat de gemeente in het geheel niet is toegekomen aan een toetsing van de activiteit bouwen. Na controle van de ingediende stukken blijkt dat de architect bij de aanvraag niet de bouwkosten heeft aangegeven, maar de totale projectkosten heeft opgevoerd (zie hieronder).

9

Kosten Bouwen Woning bouwen Wat zijn de geschatte kosten in euro's (exclusief BTW)?

0

Projectkosten Wat zijn de geschatte kosten voor het totale project in euro's (exclusief BTW)?

200000

De legeskosten zijn door de gemeente berekend op basis van de legesverordening 2022 en de opgegeven totale projectenkosten á 6 200.000. De geschatte bouwkosten zijn echter fE 160.000 excl. BTW uitgaande van 250Zo bijkomende kosten. Dit resulteert in een kostenniveau van 6 2.2851 m2, hetgeen voor een dergelijke, relatief simpele recreatiewoning in feite nog aan de hoge kant is. Wij verzoeken de gemeente de leges te berekenen op basis van de bouwkosten á C 160.000 excl. BTW en niet op basis van de totale projectkosten.

Wij hopen dat deze zienswijze aanleiding geeft tot heroverweging en tot een oprechte beoordeling van de aanvraag om het kampeerterrein in te ruilen voor een recreatiewoning. Een bestaand insteekhaventje met aan beide zijden een bescheiden recreatiewoning lijkt ons bij uitstek een voorbeeld van een goede ruimtelijke ordening. Met vriendelijke groet, Namens de

10

FKSN ADVIES S PROJECTMANAGEMENT

MEMO Project

: Aanvraag recreatiewoning, Sandfirden I

-

Betreft

: Analyse dossier en motivering door gemeente

Datum

: 7 november 2023

ANALYSE AANVRAAG VERGUNNING SANDFIRDEN (OLO 7480403) 1. REACTIE EN ONDERBOUWING GEMEENTE De gemeente heeft inmiddels meerdere keren gereageerd op het planinitiatief om een recreatiewoning te bouwen: *

Op 7 april 2022 n.a.v. de conceptaanvraag d.d. 11 januari 2022

*

In een nota als reactie op een brief d.d. 23 september 2022 (inspraak op het voorontwerp Bestemmingsplan)

»

In een nota als reactie op een brief d.d. 6 juli 2023 (zienswijze op ontwerp Bestemmingsplan)

De boodschap is: 1. Om op deze locatie een recreatiewoning te kunnen bouwen moet het bestemmingsplan worden gewijzigd of moet een vergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden verleend. 2. Gronden zijn door de Provincie aangewezen als Natura-2000 gebied. 3. Gronden zijn door de Provincie aangewezen als weidevogelgebied. Hier zijn planologische ontwikkelingen alleen toegestaan als het een agrarische ontwikkeling betreft. Daar is hier geen sprake van. 4. Gronden zijn door de gemeente aangewezen voor "Natuur-Waterrecreatief medegebruik". Verblijfsrecreatie is binnen deze bestemming niet toegestaan. 5. Binnen de gemeente bevinden zich tal van dergelijke plekken. Te allen tijde zal moeten worden voorkomen dat hier permanente bebouwing wordt gerealiseerd. Dit mede uit het oogpunt van het voeren van consistent beleid en de precedentwerking. Eindconclusie gemeente: "Wij achten 1) de enkelbestemming "Natuur-Waterrecreatief medegebruik" en 2) de dubbelbestemming "Natura 2000" en 3) het weidevogelgebied zwaarwegend voor ons besluit. "Gelet op het provinciaal en gemeentelijk beleid zijn we niet bereid mee te werken aan een wijziging om een recreatiewoning mogelijk te maken." 2. GEMEENTELIJK BELEID Bestemmingsplan Van toepassing is de bestemming "Natuur-Waterrecreatief medegebruik". »

Bouwen: in artikel 15.2 onder a van het nieuwe bestemmingsplan staat aangegeven dat op of in de gronden met de bestemming "Natuur-Waterrecreatief medegebruik" geen gebouwen mogen worden gebouwd.

»

Gebruik: in artikel 15.4 staat aangegeven dat tot strijdig gebruik in ieder geval wordt gerekend, het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden.

1

FKSN APVIËS S PROJECTMANAGEMENT

Om op deze locatie een recreatiewoning te kunnen bouwen moet een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden verleend. Daartoe moet worden aangetoond dat zo'n recreatiewoning niet in strijd is met het provinciaal of gemeentelijk beleid. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie van de gemeente zijn geen relevante aanknopingspunten gevonden voor beleid ten aanzien van recreatie en toerisme. 3. PROVINCIAAL BELEID De gemeente stelt in haar motivatie: 1. De grond is aangewezen als Natura-2000 gebied. 2. Het aangrenzende gebied (de weilanden) is aangewezen als weidevogelgebied. Daar zijn alleen ontwikkelingen toegestaan als het om agrarische ontwikkelingen gaat. 3. Er wordt verwezen naar artikel 5.5.1 van de Verordening Romte Fryslân 2014 en geconcludeerd dat recreatiewoningen niet zijn toegestaan. Ad 1. - Natura 2000 De grond is inderdaad aangewezen als Natura-2000. In de Verordening Romte Fryslân 2014 is het volgende aangegeven: »

Artikel 7.1.1, lid 2: een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) maakt geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur (NNN).

»

Artikel 7.1.1, lid 3: een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden nabij het NNN kan nieuwe, niet-agrarische activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, mits die niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur (NNN).

In feite betekent dit dat niet-agrarische ontwikkelingen in of nabij het NNN (voorheen: EHS) mogelijk zijn, mits die geen significante negatieve effecten op het NNN hebben ('ja, mits' principe). Doorwerking naar planinitiatief: De bouw en het gebruik van een recreatiewoning ter vervanging van een kleinschalig kampeerterrein leidt niet tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur (NNN). In de ruimtelijke onderbouwing van RHO Adviseurs is in paragraaf 4.2 (Ecologie) onderbouwd dat er voor de ecologie geen negatieve effecten zijn. Er is op dit punt geen strijdigheid met het beleid. Ad 2. - Weidevogelkansgebied Uit de "Nota Weidevogels 2021-2030" van de Provincie blijkt dat het kampeerterrein niet is aangewezen als weidevogelkansgebied. Het aangrenzende gebied (weilanden) is wel als zodanig aangewezen, zie onderstaande afbeeldingen uit de betreffende Nota.

2

FKSN APVIËS S PROJECTMANAGEMENT

NatuurNetwerk (NNN) NNN water i NNN overige natuur NNN beheergebied Natuur buiten NNN OUD Natura2000 V//Å Weidevogelkansgebied Bron: Provincie Fryslân Weidevogelkansgebied: Ontwerp Omgevingsverordening Fryslân 2022 Natura2000: Min. v. LNV

Bestanden zijn aan gebruiksrestrkties onderhevig 23 juli 2021 Q:\Opdracht\NatuurWaterBodem\2021\NotaWeidevogels 20210720\ArcgisPro\NotaWV.aprx

kaart: cluster Cijfers S Kaarten

In de Verordening Romte Fryslân 2014 is het volgende aangegeven: »

Artikel 7.2.2: een bestemmingsplan voor landelijk gebied dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn in of grenzen aan gebieden die zijn aangewezen als weidevogelkansgebieden, voorziet in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de agrarische productiefunctie inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven zijn toegestaan.

De stelling dat in het weidevogelkansgebied alleen ontwikkelingen zijn toegestaan als het om agrarische ontwikkelingen, is niet correct. Ontwikkelingen die niet verstorend werken op de openheid en rust van het weidevogelkansgebied zijn in principe toegestaan, zo blijkt ook uit de toelichting op de verordening.

3

FKSN APVIËS S PROJECTMANAGEMENT

Doorwerking naar planinitiatief: Met de bouw en het gebruik van een recreatiewoning ter vervanging van een kleinschalig kampeerterrein wordt voldoende openheid en rust gehandhaafd voor het aangrenzende weidevogelkansgebied. Het initiatief heeft geen negatieve invloed op het weidevogelgebied. Er is op dit punt geen strijdigheid met het beleid. Ad 3 - Beleid recreatie en toerisme De gemeente verwijst naar artikel 5.5.1 van de Verordening Romte Fryslân 2014. Dat artikel gaat echter over nieuwe ruimtelijke plannen met betrekking tot kleinschalige dag- en verblijfsrecreatie. Daar is hier geen sprake van. Het initiatief betreft het intrekken van het gebruik als kleinschalig kampeerterrein in ruil voor de bouw van een recreatiewoning. In artikel 5.1.3 van de Verordening Romte Fryslân 2014 is aangegeven dat een bestemmingsplan op een bestaand kampeerterrein recreatiewoningen kan toestaan, ter vervanging van standplaatsen.

De verordening geeft voor "kampeerterrein" als definitie: "een terrein met standplaatsen voor kampeermiddelen inclusief de bij die kampeermiddelen behorende gemeenschappelijke faciliteiten, niet zijnde een kleinschalig kampeerterrein." Voor een kleinschalig kampeerterrein geldt een aparte definitie: "een terrein in een kleinschalige opzet met een beperkt aantal standplaatsen voor kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, inclusief de bij die kampeermiddelen behorende gemeenschappelijke faciliteiten, welk terrein uitsluitend in het toeristische seizoen opengesteld is en op welk terrein de kampeermiddelen ook alleen in het toeristische seizoen aanwezig zijn." In het nieuwe bestemmingsplan is voor de definitie van "kleinschalig kampeerterrein" kennelijk aansluiting gezocht bij de gehanteerde definitie in de Verordening Romte Fryslân 2014. In artikel 5.1.3 is expliciet geregeld dat op een bestaand kampeerterrein recreatiewoningen zijn toegestaan ter vervanging van standplaatsen. Het streekplan verbindt daaraan de voorwaarde dat de gemeente die omzetting motiveert in het licht van het totale regionale aanbod in de verschillende segmenten. Die voorwaarde is niet in de verordening opgenomen. Het beleid van de Provincie is gericht op kwaliteitsverbetering. Groei van het aanbod is in principe niet nodig.

In de toelichting op de Verordening Romte Fryslân 2014, is aangegeven dat de behoefte aan nieuwe kampeerterreinen en standplaatsen, per saldo, in het algemeen gering is. De Provincie laat via artikel 5.5.1, tweede lid enige groei van het kleinschalig kamperen (voorheen: kamperen bij de boer) toe, maar wel onder de voorwaarde dat gemeenten selectief beleid voeren om wildgroei en 'verrommeling' van het landschap te voorkomen. Het beleid van de Provincie is erop gericht om het contrast tussen reguliere professionele campings en het kleinschalig kamperen duidelijk zichtbaar te houden.

4

FKSN APVIËS S PROJECTMANAGEMENT

Doorgroei van een kleinschalig kampeerterrein naar een groter kampeerterrein is niet meer mogelijk. En er is in de begripsomschrijving ook expliciet bepaald dat stacaravans niet toegestaan zijn opdat het landschap 's winters weer schoon is. Doorwerking naar planinitiatief: Het beleid t.a.v. recreatie en toerisme staat de omzetting van een standplaats naar een recreatiewoning wel toe bij 'een kampeerterrein', maar niet bij 'een kleinschalig kampeerterrein'. Ten aanzien van kleinschalige kampeerterreinen bestaat de wens dat "het landschap 's winters weer schoon" is. Het beleid is echter ook gericht op het doorvoeren van een kwaliteitsverbetering in combinatie met het, per saldo, gelijk houden van het totale regionale recreatieve aanbod. Het planinitiatief voorziet in het intrekken van de functieaanduiding "specifieke vorm van recreatie kleinschalig kampeerterrein" in ruil voor de realisatie van een recreatiewoning. Dit draagt bij aan een kwaliteitsverbetering van de verblijfsrecreatieve voorzieningen en biedt elders in de regio op een (kleinschalig) kampeerterrein ruimte voor groei van het aantal standplaatsen zonder dat dit op regionaal niveau leidt tot een toename van het aantal plaatsen. Op het buurperceel is reeds een recreatiewoning aanwezig.

De bouw van een recreatiewoning op het huidige kampeerterrein zou betekenen dat rondom het bestaande insteekhaventje twee recreatiewoningen komen te liggen, ontsloten via één gezamenlijk oprit. Voor de nabijgelegen recreatiekernen Oudega en Heeg betekent dit een kwaliteitsverbetering: een kleinschalig kampeerterrein wordt ingeruild tegen één recreatiewoning. Kortom, op grond van het beleid is het omzetten van een standplaats naar een recreatiewoning in principe niet gewenst, maar het volledig intrekken van de functieaanduiding "specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein" in ruil voor de realisatie van één recreatiewoning past wel in het provinciaal beleid. Dit levert een concrete verbetering van het regionale recreatieve aanbod.

5

FKSN ,

ADVIES 8 PROJECTMANAGEMENT

Gemeente Súdwest-Fryslân T.a.v. het college van B&W Postbus 1000 8600 HASNEEK

Betreft: Kleinschalig kampeerterrein te Sandfirden Datum : 9 november 2023

Geacht college, Namens de heer kleinschalig kampeerterrein te Sandfirden,

wil ik u hierbij informeren over het kadastraal bekend als

Aanleiding is de mededeling van de heer Reinder Boersma dat komende week in uw college over deze locatie gesproken zal worden. Oorspronkelijke situatie Oorspronkelijk heeft op deze locatie een boerderij gestaan. Deze is in de tweede wereldoorlog door de Duitsers platgebrand. Na de oorlog is de boerderij herbouwd op een nieuwe locatie tegen de dorpskern van Sandfirden aan (I I. Dit verklaart waarom in het verleden een splitsing is ontstaan van boerderij en erf. Kleinschalig kampeerterrein Het terrein is sinds 1987 in gebruik als kampeerterrein (kamperen bij de boer). Dit gebruik is door diverse partijen schriftelijk bevestigd. De getekende verklaringen zijn ingediend en bekend bij de gemeente (zie eventueel bijlage). De verklaringen tonen aan dat er sinds 1987 sprake was van een kampeerterrein met meerdere standplaatsen en een omvang van 3 tot 6 kampeermiddelen. Verzoek van de tot reparatie van het bestemmingsplan uit 2010 In 2011 heeft toen nog eigenaar van de grond, bij de gemeente een verzoek ingediend tot reparatie van het bestemmingsplan (zie bijlage). In het plan van 2010 was opgenomen "kampeerterrein", tevens voor 1 standplaats voor kampeermiddelen; In 2011 heeft de H heeft naar d

de gronden verkocht aan d en later richting d

FKSN Advies S Projectmanagement B.V. De Waal Malefijtlaan 22 2111 BW Aerdenhout

. De heer I, aangegeven dat de

kvk 342 799 33 btw NL 8183 40 915 B01 iban NL69 ABNA 0608 9179 82

FKSN ,

ADVIES 8 PROJECTMANAGEMENT

noodzakelijk reparatie wat betreft het aantal standplaatsen en kampeermiddelen zou worden meegenomen in het volgende bestemmingsplan. Dit is niet gebeurd. Overgangsrecht en een nieuw verzoek tot reparatie In het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Wymbritseradiel, vastgesteld op 19 november 1991, is het volgende artikel met betrekking tot het overgangsrecht van het gebruik opgenomen (artikel 18 lid 2 onder a): "Ten aanzien van de in het plan begrepen gronden geldt dat: indien en voor zover het gebruik afwijkt van de in het plan gegeven bestemming op het tijdstip, dat het bestemmingsplan rechtskracht verkreeg, zij slechts mogen worden gebruikt voor de doeleinden, waartoe zij op dat moment dienden, behoudens wijzigingen in gebruik, welke niet leiden tot een grotere afwijking van het bestemmingsplan" Dit betekent dat wanneer de gronden vóór inwerkingtreding van het Bestemmingsplan uit 1991 werden gebruikt als kampeerterrein, dit gebruik ook onder het Bestemmingsplan 1991 was toegestaan. Dit werkt vervolgens door onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan Buitengebied Wymbritseradiel uit 2010 en het overgangsrecht van het recent vastgestelde bestemmingsplan. Het dossier is uitgezocht door advocatenkantoor Van Doorne uit Amsterdam.

Op basis van het overgangsrecht concluderen zij dat het gebruik van de gronden als kampeerterrein met meerdere standplaatsen en kampeermiddelen niet in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. Namens de

wil ik daarom nogmaals het verzoek doen om dit te repareren.

Wat is de visie van de gemeente ten aanzien van het kampeerterrein? Het lijkt er sterk op dat de gemeente niet blij is met het kampeerterrein en dit terrein stap voor stap probeert weg te bestemmen. Want hoe serieus moetje een kampeerterrein met één standplaats nemen? Dat is net zo betekenisloos als een leger met één soldaat of een gemeente met één ambtenaar. Een kleinschalig kampeerterrein betekent 'per definitie' dat er meerdere standplaatsen zijn, anders is het geen kampeerterrein. De is sinds 2011 eigenaar van de gronden en tevreden met het gebruik als kampeerterrein. Op grond van het overgangsrecht mogen daar volgens advocatenkantoor Van Doorne jaarrond meerdere kampeermiddelen staan. In december 2022 is door een vergunningsaanvraag ingediend waarbij de gedachte was dat ook de gemeente blij zou zijn met de bouw van een recreatiewoning op deze locatie onder gelijktijdig intrekken van de functieaanduiding 'kampeerterrein'. Deze woning zou met de reeds aanwezige recreatiewoning van aan de andere kant van de insteekhaven, een heldere stedenbouwkundige opzet betekenen. En de 'verrommeling' door het kamperen zou verdwijnen. Voor die aanvraag is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld door RHO Adviseurs. Recent is door ondergetekende ook een analyse ingediend (zie bijlage). Mijn conclusie is dat de strijdigheid die de

FKSN ,

ADVIES 8 PROJECTMANAGEMENT

gemeente stelt ten aanzien van het provinciaal beleid, er niet is. En ten aanzien van het gemeentelijk beleid zijn er voldoende aanknopingspunten om als bevoegd gezag medewerking te verlenen. Dit dossier vraagt vooral om een bestuurlijke overweging. Wil je als college een kleinschalig kampeerterrein in stand houden, of wil je het kampeerterrein liever weg bestemmen en in plaats daarvan een recreatiewoning toestaan? Het verzoek is om de Ínhoud van deze brief komende week mee te nemen in de behandeling van het dossier. Met vriendelijke groet,

Bijlagen: _____________ * Verzoek^^^^^^^^ļ en verklaringen uit 2011 »

Memo FKSN d.d. 7 november 2023

FKSN ,

ADVIES 8 PROJECTMANAGEMENT

Gemeente Súdwest-Fryslân T.a.v. het college van B&W Postbus 1000 8600 HASNEEK

Betreft: Kleinschalig kampeerterrein te Sandfirden Datum : 15 december 2023

Geacht college, Namens de heer kleinschalig kampeerterrein te Sandfirden, gemeente

wil ik u hierbij informeren over het kadastraal bekend als

Deze brief is een vervolg op onze brief d.d. 9 november 2023 en het gesprek dat op 27 november jl.

heeft plaatsgevonden met

en

Middels deze brief doen wij verslag

van dat gesprek en leveren wij, conform afspraak, een memo aan inzake het overgangsrecht. Gebruik als kampeerterrein Het terrein is sinds 1987 in gebruik als kampeerterrein met meerdere standplaatsen en een omvang van 3 tot 6 kampeermiddelen. Dit is aangetoond met diverse verklaringen van omwonenden. Reparatie bestemmingsplan 2010 - gerechtvaardigd vertrouwen In het bestemmingsplan uit 2010 is het gebruik van het kampeerterrein door de gemeente aanzienlijk ingeperkt. Sinds 2011 is hierover contact met de Daarbij zijn namens de gemeente toezeggingen gedaan dat de fout gerepareerd zou worden in de eerstvolgende herziening van het bestemmingsplan. Dit is niet gebeurd terwijl er wel het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat dit zou gebeuren. Er zal een beroepschrift worden ingediend in het kader van de lopende bestemmings­ planprocedure. Overgangsrecht In het gesprek op 27 november is afgesproken dat wij binnen 2 á 3 weken een onderbouwing van advocatenkantoor Van Doorne uit Amsterdam ten aanzien van het overgangsrecht zouden aanleveren (zie bijlage). Zij concluderen dat op grond van het overgangsrecht uit de bestemmings­ plannen uit 1991 en 2010, het gebruik als kampeerterrein met 3 tot 6 kampeermiddelen mag worden voortgezet, ook als er strijd is met het nieuwe bestemmingsplan uit 2023.

FKSN Advies S Projectmanagement B.V. De Waal Malefijtlaan 22 2111 BW Aerdenhout

kvk 342 799 33 btw NL 8183 40 915 B01 iban NL69 ABNA 0608 9179 82

FKSN ,

ADVIES 8 PROJECTMANAGEMENT

Lopende aanvraag omgevingsvergunning (UV 20221150) De is in principe tevreden met het gebruik als kampeerterrein met drie tot zes kampeermiddelen. Maar als je het procesverloop bekijkt dan kom je al snel tot de conclusie dat de gemeente sinds 2010 bezig is met het sterk inperken van het gebruik (wegbestemmen) van het kampeerterrein. Dat staat haaks op het belang van de eigenaar en het is onduidelijk welk zwaarwegend, algemeen nut de gemeente daarmee dient. Maar als de gemeente het kampeerterrein inderdaad graag ziet verdwijnen, dan zou als alternatief een recreatiewoning kunnen worden gerealiseerd met gelijktijdige beëindiging van het gebruik als kampeerterrein. Aan de andere zijde van het bestaande insteekhaventje bevindt zich ook al een recreatiewoning. Inhoudelijke bezwaren onterecht In het gesprek op 27 november en de brief van 9 november 2023 is onderbouwd dat de regelgeving wat betreft Natura 2000 en/of het weidevogelkansgebied absoluut geen beletsel vormt om als gemeente medewerking te verlenen. Wij hebben hier na het gesprek van 27 november inhoudelijk geen feedback van de gemeente meer op ontvangen. Nieuwe datum collegevergadering In het gesprek d.d. 27 november jl. is door de wethouder toegezegd dat wij vooraf worden geïnformeerd over de datum waarop ons dossier opnieuw op de agenda van B&W komt. Wij hebben daar nog niets over gehoord.

We nemen dan ook aan dat dit in januari zal gaan plaatsvinden. Bij deze willen wij het college nogmaals vragen om medewerking te verlenen aan de realisatie van de recreatiewoning met gelijktijdige intrekking van het kampeerterrein. Met vriendelijke groet, Mede namen

Bijlagen: »

Notitie Van Doorne d.d. 14 december 2023

VANDOORNE®

Van Doorne N.V.

AANGETEKEND EN PER GEWONE POST Aan de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân Ter attentie van de griffier Postbus 10000 8600 HA Sneek

Datum Onze ref. Inzake

Jachthavenweg 121 1081 KM Amsterdam Postbus 75265 1070 AG Amsterdam KvK Amsterdam 34199342 Jan van der Grinten Advocaat vandergrinten@vandoorne.com t 020 678 93 10 m 06 2247 4493

5 maart 2024 250915007 Aanvraag realisering recreatiewoning Sandfirden tbv raadsvergadering 14 maart a.s.

Geachte raad,

1

INLEIDING

heeft op 27 februari jl. ingesproken op de vergaderinç^arMJ^Badscommissie over haar aanvraag een recreatiewoning te mogen realiseren op haar perceel Haar inspraakreactie is als bijlage aan deze brief gehecht (bijlage). Dit onderwerp is geagendeerd voor de raadsver­ gadering van 14 maart aanstaande. In aansluiting op de commissievergadering heeft de ļ mij gevraagd nog een korte toelichting te geven op het feit dat haar aanvraag geheel in lijn is met het provin­ ciale beleid en de toepasselijke provinciale verordening, omdat daar in de commissievergadering twijfel over leek te bestaan. De aanvraag is ook in overeenstemming met het gemeentelijke beleid. Dat volgt uit de uit­ voerige ruimtelijke onderbouwing die bij de aanvraag is gevoegd en is ook in de bijgevoegde inspraakreactie nog eens kort toegelicht.

2

DEFINITIES KAMPEERTERREIN EN KLEINSCHALIG KAMPEERTERREIN

De toepasselijke provinciale verordening (dat is de Verordening Romte Fryslan) staat uitdrukkelijk toe dat standplaatsen op een “kampeerterrein” worden omgezet in recreatiewoningen. Het terrein valt onder de om­ schrijving van het begrip “kampeerterrein” van de provinciale verordening. Het valt niet onder de omschrijving van “kleinschalig kampeerterrein”. In het toepasselijke gemeentelijke bestemmingsplan (dat is het bestem­ mingsplan Buitengebied Wymbritseradiel) is het terrein ook als “kampeerterrein” aangemerkt. De omschrijvingen van “kampeerterrein is: "een terrein met standplaatsen voor kampeermiddelen inclusief de bij die kampeermiddelen behorende ge­ meenschappelijke faciliteiten, niet zijnde een kleinschalig kampeerterrein.” De omschrijving van “kleinschalig kampeerterrein is: “een terrein in een kleinschalige opzet met een beperkt aantal standplaatsen voor kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, inclusief de bij die kampeermiddelen behorende gemeenschappelijke faciliteiten, welk ter­ rein uitsluitend in het toeristische seizoen opengesteld is en op welk terrein de kampeermiddelen ook alleen in het toeristische seizoen aanwezig zijn.”

Van Doorne N.V. is de enige opdrachtnemer van aiie werkzaamheden. Op deze werkzaamheden en alle rechtsverhoudingen met derden zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden van Van Doorne N.V. en haar dochtermaatschappijen, waarin een beperking van aansprakelijkheid is opgenomen. Deze Voorwaarden die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Amsterdam, kunnen worden geraadpleegd op www.vandoorne.com en worden op verzoek toegezonden.

VANDOORNE®

pagina 2

Het kampeerterrein van de schalig kampeerterrein”:

voldoet op twee onderdelen niet aan de definitie van een "klein-

het terrein is niet alleen in het toeristische seizoen opengesteld maar kent juist geen openstellingsbeperkingen. Dit volgt uit het hiervoor genoemde bestemmingsplan. En het bestaande gebruik mag vol­ gens het nieuwe bestemmingsplan “Buitengebied Súdwest-Fryslân” worden voortgezet; er is het hele jaar door tenminste een kampeermiddel aanwezig, en niet alleen in het toeristische seizoen. Dat wordt door niemand betwist.

3

CONCLUSIE

Hei terrein van de^^^^^^^^is een kampeerterrein In de zin van de provinciale verordening. Op een kampeerterrein aanwezige staanplaatser^mogen worden omgezet in recreatiewoningen. Het provinciaal be­

leid staat de omzetting waar

om vraagt dus toe. De aanvraag kan dan ook niet op grond

van die verordening worden geweigerd. Naar aanleiding van de inspraakreactie heeft de wethouder tijdens de behandeling niet inhoudelijk gereageerd, maar volstaan met een verwijzing naar de eerder door het college aan de raad toegezonden stukken. Het college heeft daarmee miskend dat de stelling dat de aanvraag niet zou voldoen aan provinciaal beleid, niet houdbaar is. Voor de besluitvorming op de aanvraag is een deugdelijke motivering nodig. De deugdelijke motivering voor het honoreren van de aanvraag is met de uitvoerige ruimtelijke onderbouwing gegeven. Indien uw raadechterhetadvies van het college zou volgen, dan wordt dat gedaan op basis van onjuiste gronden.

De

verzoekt u met klem uw medewerking te verlenen aan dit project, dat van minimale

omvang is, een ruimtelijke verbetering oplevert van de bestaande situatie en voor de familie van grote bete­ kenis is.

Bijlage 1

Inspraaknotitie - behandeling dossier in Raadscommissie d.d. 27 februari 2024 Recreatiewoning Sandfirden

Geachte raadsleden, De heeft ín 2011 in Sandfirden aan de Vlakke Brekken een stuk grond gekocht met de bestemming 'kampeerterrein'. De grond was op dat moment al enkele decennia in gebruik als kampeerterrein met daarop meerdere standplaatsen. In 2010 is dat gebruik niet goed in het bestemmingsplan opgenomen. Het plan bestemde wel de aanwezigheid van een kampeerterrein maar ging uit van slechts 1 standplaats. De gemeente heeft in de periode daarna herhaaldelijk toegezegd dat het aantal standplaatsen in een volgend bestemmingsplan zou worden gecorrigeerd naar 4 á 6 standplaatsen. Dat is niet gebeurd. Op grond van het overgangsrecht geldt wel dat het vóór 2010 gebezigde gebruik mag worden voortgezet. Voor uw beeld: op het terrein staat het hele jaar door een grote kampeerwagen in de vorm van een voormalige schaftwagen die precies voldoet aan de eisen die in het bestemmingsplan van 2010 aan kampeermiddelen werden gesteld: namelijk maximaal 3,5m hoog en maximaal 55m2 groot. Verder wordt het terrein gebruikt voor 4 tot 6 andere kampeermiddelen, voornamelijk in de lente, zomer en vroege herfst. Daarbij gaat het om een kleine pipowagen en meerdere tenten. heeft al járen de indruk dat de gemeente het kampeerterrein in Sandfirden liever kwijt dan rijk is.

Daarom is in december 2022 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend die voorziet in het intrekken van de bestemming 'kampeerterrein' in ruil voor de realisatie van één recreatiewoning. Deze aanvraag is voorzien van een uitvoerige, door een deskundig adviesbureau opgestelde ruimtelijke onderbouwing waaruit volgt dat de aanvraag kan worden gehonoreerd. De voorgestelde recreatiewoning is net zo groot als die bij de buren en is slechts 15m2 groter dan de 55m2 die op grond van het bestemmingsplan 2010 was toegestaan voor kampeermiddelen. Indien in plaats van een kampeerterrein één recreatiewoning wordt toegestaan, dan zal dit leiden tot een minder intensief gebruik. De suggestie dat het gebruik enorm zou intensiveren is niet terecht. Van strijdigheid met het Provinciaal beleid is verder ook geen sprake. De recreatiewoning is vanaf het water nauwelijks zichtbaar en de bouw en het gebruik van de nieuwe recreatiewoning leidt niet tot aantasting van natuurwaarden, laat staan tot een significante aantasting. Ook is aangetoond dat voldoende openheid en rust wordt gehandhaafd voor het aangrenzende weidevogelgebied. Er is op dit punt geen strijdigheid met het beleid. In tegendeel: een recreatiewoning is ten opzichte van het huidige toegelaten gebruik zonder meer een verbetering.

De Provinciale verordening die op de aanvraag van toepassing is, staat toe dat op een bestaand kampeerterrein recreatiewoningen worden gerealiseerd ter vervanging van standplaatsen. Dat beleid geldt voor alle kampeerterreinen met uitzondering van "kleinschalige kampeerterreinen". Nu zou u kunnen denken dat in Sandfirden sprake is van een "kleinschalig kampeerterrein". Maar dat is volgens de provinciale verordening niet het geval. Op een "kleinschalig kampeerterrein" zijn volgens de verordening buiten het toeristische seizoen namelijk geen kampeermiddelen aanwezig en het terrein mag alleen in het toeristische seizoen worden gebruikt.

In Sandfirden is de kampeerwagen jaarrond aanwezig en is het gebruik van het terrein jaarrond toegestaan. Dat betekent dat het terrein in Sandfirden op grond van het Provinciaal beleid moet worden aangemerkt als regulier "kampeerterrein", precies zoals het eerder ook al door u in het bestemmingsplan van 2010 is aangeduid. Het Provinciaal beleid staat een recreatiewoning op deze locatie dus toe. Op grond van artikel 5.1.3 van de Verordening kan de standplaats in Sandfirden worden omgezet naar een recreatiewoning. Zo'n recreatiewoning voldoet verder ook aan het beleid van de Provincie dat is gericht op het doorvoeren van een kwaliteitsverbetering van de bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen en het tegengaan van een verrommeling van het landschap. De recreatiewoning komt beschikbaar voor de verhuur aan toeristen en draagt bij aan Gastvrij Fryslân. Tot slot geldt dat het Provinciaal beleid is gericht op het per saldo gelijk houden van het regionale aanbod. Gelet op het feit dat de meeste kampeerterreinen die in het nieuwe bestemmingplan nu als 'kleinschalige kampeerterreinen' zijn aangemerkt, veel meer standplaatsen aanbieden dan toegestaan, is het verdwijnen van een kampeerterrein in Sandfirden gunstig voor de mogelijkheden van de overige kampeerterreinen. Wij verzoeken uw raad een 'verklaring van geen bedenkingen' af te geven.

Op het aangrenzende perceel is al vele járen een recreatiewoning aanwezig. Het verlenen van de aangevraagde vergunning zou resulteren in een insteekhaven met aan beide zijden een recreatiewoning. Dat lijkt ons een zeer goed te motiveren ruimtelijke oplossing. Indien de gemeente het kampeerterrein in Sandfirden inderdaad liever kwijt dan rijk is, dan biedt de aangevraagde omgevingsvergunning de ideale gelegenheid om daar gevolg aan te geven. Dank voor uw aandacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14294814/1