Bijlage 5. Integrale geactualiseerde bijdragenregeling
Tekst van het document
Vergadering van het Algemeen Bestuur Datum:
Woensdag 9 juni 2021
Tijd:
13.00 – 14.30 uur
Locatie:
Digitaal via Teams
9. Integrale geactualiseerde bijdrageregeling Herijking van de bijdrageregeling In het afgelopen jaar is meermalen binnen het DB gesproken over het komen tot een geactualiseerde en integrale bijdrageregeling. Vooruitlopend op een definitief voorstel is in het AB van 25 juni 2020 alvast een tweetal praktische besluiten genomen, die per 2021 ook daadwerkelijk zijn doorgevoerd: 1. Per 2021 worden de deelnemersbijdragen per 1 februari volledig beschikbaar gesteld van het begrotingsjaar. 2. Per 2021 wordt de doorschuif-BTW op voorschotbasis in rekening gebracht bij de deelnemers. Op basis van de realisatie van de afgelopen jaren is dit voorschot bepaald op € 600.000 (ca. 6/7e deel), het restant verrekenen we op nacalculatie. Er zijn twee redenen waarom de herijking van de bijdrageregeling überhaupt op de agenda staat: Ten eerste geldt de afspraak binnen de GR dat de bijdragen van de deelnemers periodiek moeten worden herwogen. Als een bepaalde gemeente er bijvoorbeeld steigers bij heeft gekregen, zou die ook meer moeten gaan bijdragen. Deze herijking is echter al enige tijd niet gebeurd, mede als gevolg van het feit dat de hiervoor benodigde data (deels) niet beschikbaar kwamen. Ten tweede is de huidige regeling complex, ondoorzichtig en bewerkelijk. Het zou voor alle partijen winst opleveren om hierin een slag te maken.
Zo is het een historisch gegeven dat de domeinen Water en Land een verschillende positie hebben binnen de organisatie. Onze taken op Land zijn er in 2012 “bijgekomen”, terwijl wij ons werk op Water al vanaf 1957 doen. Die historie ziet zich ook weerspiegeld in de regeling. Bij Water is sprake van een integrale bijdrage vooraf, terwijl op Land veel kostenposten achteraf, op nacalculatie, worden vergoed. Dit gaat gepaard met stevige facturenstromen, met alle belasting van dien, zowel voor Marrekrite als voor de deelnemers. Daarbij betaalt de provincie niet mee aan de kosten op Land. Anderzijds, op het domein Water levert de provincie vanouds juist een relatief hoge bijdrage (45%). In de nieuwe regeling hebben we gekeken naar nieuwe verdeelpercentages voor de provincie en de overige deelnemers, de gemeenten, aansluitend bij de huidige uitgangspunten. Daarbij zou deze nieuwe regeling integraal moeten zijn voor de domeinen Water en Land en dicht in de buurt moeten liggen van de huidige bijdragen. Die analyse heeft een verdeelpercentatie van 40% voor de provincie, en derhalve 60% voor de gemeenten opgeleverd. Omdat dit andere getallen zijn dan in de GR staan vermeld, dient deze op dit punt te worden aangepast (artikel 22).
De 60% die door de gemeenten wordt bijgedragen, wordt onder deze deelnemers verdeeld op basis van weging van een aantal onderliggende factoren, zowel op het domein Water als op het domein Land. In het onderstaande wordt hierop nader ingegaan.
1
Wegingsfactoren bestaande regeling In de huidige regeling wordt de gezamenlijke “bijdrage water” van de gemeenten (55% van het totaal / provincie betaalt overige 45%) onderling verdeeld op basis van basis van 3 factoren: het aantal meters aanlegvoorziening (20%); het aantal inwoners (40%) en het aantal toeristische overnachtingen (40%). Voor Landrecreatie (volledig door de gemeenten opgebracht) is de bijdrage gebaseerd op 2 factoren: het aantal inwoners (50%), en het aantal toeristische overnachtingen op land (50%). Deze opzet impliceert onder meer dat gemeenten die nauwelijks aanlegvoorzieningen hebben, toch op het domein Water in enige mate meebetalen en wel op basis van het aantal inwoners en het aantal overnachtingen op water. Hoewel niet uitgedrukt in een wegingsfactor, speelt solidariteit in de regeling ook een belangrijke rol. Het essentie van de regeling is dat samen optrekken profijtelijk is voor alle deelnemers en Fryslân als geheel. Nieuwe set wegingsfactoren voor het gemeentelijk deel van de bijdragen Aangezien de variabele “aantal toeristische overnachtingen” al jaren niet meer kan worden ververst met actuele data, konden de bijdragen al geruime tijd niet meer worden herijkt. De afspraak was om dit actualiseren eens in de 5 jaar te doen, maar die lijn is bij gebrek aan data noodgedwongen doorbroken.
Het bestuur heeft de bijdragen op de laatst bekende stand van de variabelen in feite “bevroren”. Binnen het DB is naar diverse opties gekeken om het probleem van de ontbrekende data op te lossen. De meest eenvoudige was om de variabele toeristische overnachtingen in een nieuwe regeling geheel te laten vervallen en ons te richten op variabelen die goed meetbaar en valideerbaar zijn. Dat geldt voor de variabele inwoners, maar ook voor de meters damwanden en steigers en de kilometers fiets- en wandelnetwerk. Nadat deze variabelen als set waren vastgesteld, hebben we deze in verschillende combinaties van weging doorgerekend om te bekijken tot welke bijdragen leidde. De uiteindelijke nieuwe “integrale, geactualiseerde bijdrageregeling” (bijlage 9.1) is het scenario waarin we qua bijdragen het dichtst blijven bij de huidige regeling en daarmee bij wat de deelnemers gewend zijn. De variabelen worden als volgt gewogen: Domein Water Inwoners: 25% Meters “steiger”: 40% Meters “damwand”: 35% Domein Land Inwoners: 25% Kilometers fietsnetwerk: 40% Kilometers wandelnetwerk: 30% Voor vrijwel alle gemeenten pakt dit scenario van wegingsfactoren gunstig uit in die zin dat zij tot 2026 – de periode waar de huidige meerjarenraming betrekking op heeft - eerder iets minder, dan meer zullen gaan bijdragen.
Deze gunstige uitkomst konden we onder meer bereiken door in te teren op onze reserves (a) en de positieve resultaten, die eerdere meerjarenramingen nog waren voorzien, deels in te boeken en dus dichter op de “nullijn” te gaan zitten (b). Dat maakt het vasthouden aan de indexatie van 2% overigens des te belangrijker. Voor bijvoorbeeld De Fryske Marren zien we vanaf 2026 wel een negatief effect, echter, wij voorzien rond die tijd een nieuwe herijking van de regeling. Het is daarom nog maar zeer de vraag of de nu voorziene effecten voor de periode vanaf 2026 ook realiteit zullen worden. Maatregelen om de facturenstroom op domein Land in te perken Een groot pluspunt van de voorgestelde nieuwe regeling is niet alleen dat deze op actuele en meetbare data is gebaseerd, tevens is het geheel aan deelbijdragen en factuurstromen omgevormd tot een eenmalige, integrale jaarlijkse bijdrage voor alle taken die Marrekrite voor de deelnemers uitvoert. Het grootste winstpunt hiervan is dat er op het domein Land een einde komt aan de omvangrijke en complexe facturenstroom tussen Marrekrite en de deelnemers.
2
Voortaan worden de verwachte kosten op het domein Land aan het begin van het jaar als het ware “afgekocht”. De hiermee gemoeide bedragen zijn afgeleid uit de data van voorgaande jaren en daarom behoorlijk nauwkeurig te schatten. De nieuwe vaste bijdrage voor het domein Land bestaat uit deelbedragen voor vier basistaken: 1. een bijdrage voor coördinatie en regie volgens nieuwe kengetallen, 2. een bijdrage voor de onderhoudsrondes en incidentele schades per kilometer, 3. een bijdrage voor de onderhoudsrondes en incidentele schades aan de TOPs, en 4. een bijdrage voor trajectwijzigingen. De hoofdpunten samengevat Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de nieuwe regeling als gepresenteerd in bijlage 9.1? 1. De nieuwe regeling gaat in per 2023 en geldt tot 2026, waarna deze geëvalueerd, geactualiseerd en eventueel herijkt wordt. 2. De bijdragen voor de komende jaren staan vast, wat rust en duidelijkheid geeft. 3. De indexatie van 2% blijft gehandhaafd in het meerjarenperspectief. 4. In vergelijking met de huidige bijdragen gaan alle deelnemers de komende tijd per saldo minder bijdragen. Marrekrite gaat in dit voorstel op de nullijn opereren als het gaat om de begroting en het meerjarenperspectief. 5. De nieuwe regeling is gebaseerd op actuele en reproduceerbare data en is daarmee objectief en te valideren. 6.
De nieuwe regeling is eenvoudig, transparant en blijft gebaseerd op solidariteit en profijt. Wie meer profiteert, betaalt ook meer. 7. Er ligt een nieuwe formule onder de regeling. Naast het aantal meters aanlegvoorziening en het inwoneraantal, tellen voortaan ook de aantallen kilometers fiets- en wandelnetwerk mee. 8. De regeling is integraal in die zin dat de deelnemers voortaan de kosten aan het fiets - en het wandelnetwerk via de bijdrage voldoen, in plaats van achteraf via facturen. Daarbij wordt in deze nieuwe regeling ook geanticipeerd op de verwachte baggeropgave. 9. De totale bijdrage van de provincie aan de GR bedraagt 40%. De gemeenten dragen samen 60% bij. 10. Door jaarlijks in januari de bijdragen van de deelnemers te factureren, ontstaan er voordelen voor de liquiditeitspositie. 11. De GR zal op enkele punten tekstueel aangepast moeten worden, omdat hier andere percentages voor de bijdragen van de provincie en de gemeenten vermeld staan. Aangezien er ook om andere redenen een revisie van de GR voorzien wordt, kan dit daarin meteen worden meegenomen. Voorstel Het DB verzoekt het AB in te stemmen met de hierboven beschreven “Integrale geactualiseerde bijdrageregeling” en de vertaling hiervan in bijlage 9.1
Bijlage 9.1: Integrale geactualiseerde bijdrageregeling
3