Bijlage 5 - het advies van de commissie bezwaarschriften van 9 mei 2023
Tekst van het document
Diverse bezwaarmakers
Advies over de bezwaarschriften van diverse bezwaarmakers, behandeld op 25 april 2023 door de algemene kamer van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Súdwest-Fryslân. De zitting is gehouden ten overstaan van: De algemene kamer van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Súdwest-Fryslân: , voorzitter; , lid; , lid; , secretaris. Aan Het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân. De bezwaren van • (ingediend en ontvangen op 24 december 2022); • (ingediend op 25 december 2022 en ontvangen op 30 december 2022); • (ingediend en ontvangen op 26 december 2022); • (door van ) (ingediend en ontvangen op 14 december 2022); • (ingediend en ontvangen op 19 december 2022); • (ingediend en ontvangen op 23 december 2022). Bestreden besluit Op 15 november 2022 (bekendgemaakt op 18 november 2022) heeft uw college besloten om het perceel aan de Afkelânsdyk in Oppenhuizen, kadastraal bekend gemeente OPH00, sectie G nummer 292, groot 10.240 m2, voorlopig aan te wijzen als grond waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wet voorkeursrecht gemeente (hierna: Wvg) van toepassing zijn. Op 2 februari 2023 (bekendgemaakt op 21 februari 2023) heeft de raad besloten om het voorkeursrecht te bekrachtigen. De bezwaarschriften zijn op grond van artikel 6, derde lid, van de Wvg, mede gericht tegen het raadsbesluit.
Datum hoorzitting 25 april 2023. Aanwezigen - De heer raad).
(bezwaarmaker); en (gemachtigde van (bezwaarmaker); en
(bezwaarmakers); ); (vertegenwoordigers namens uw college en
Historie Uw college heeft op 15 november 2022 besloten om een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op het perceel aan de Afkelânsdyk in Oppenhuizen, kadastraal bekend gemeente OPH00, sectie G nummer 292, groot 10.240 m2 (hierna: het perceel). Op 21 november 2022 is het collegebesluit per brief bekendgemaakt aan de grondeigenaar. Daarnaast is besloten om de raad op 2 februari 2023 voor te stellen om de voorlopige vestiging van het voorkeursrecht te bekrachtigen. Tegen het collegebesluit van 15 november 2022 zijn diverse bezwaarschriften ingediend. De raad heeft op 2 februari 2023 besloten de voorlopige vestiging van het voorkeursrecht te bekrachtigen.
Diverse bezwaarmakers
Advies De commissie adviseert: - de bezwaarschriften van , , niet-ontvankelijk te verklaren; - het bezwaarschrift van ontvankelijk te verklaren; - het bestreden besluit in stand te laten.
,
en
Ontvankelijkheid Onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een bezwaarmaker een voldoende objectief bepaalbaar, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. Op grond van vaste jurisprudentie hebben alleen eigenaren en beperkt zakelijk gerechtigden van een perceel een rechtstreeks belang bij een besluit tot vestiging van een voorkeursrecht op die percelen (ECLI:NL:RBMNE:2023:1676). Het perceel is in eigendom van de Protestantse Gemeente Oppenhuizen-Uitwellingerga. Het kerkbestuur heeft echter het ingediende bezwaarschrift ingetrokken en dit bezwaar maakt daarom geen onderdeel meer uit van deze bezwaarprocedure. , , , en zijn geen eigenaar van het perceel en hebben ook geen beperkt zakelijk recht op het perceel. Dat betekent dat deze bezwaarschriften niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. (hierna: bezwaarmaker) heeft in zijn bezwaarschrift aangegeven dat zijn bedrijf sinds 1976 het betreffende perceel pacht. Daarnaast is gebleken dat er medio mei 2022 een erfpachtovereenkomst is getekend tussen de eigenaar van het perceel en .
De akte van levering is gepasseerd op 22 december 2022 en ingeschreven in de openbare registers op 23 december 2022. De commissie overweegt dat met de erfpachtovereenkomst een beperkt zakelijk recht heeft en daarmee als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het bestreden besluit. Het bezwaarschrift van is daarom ontvankelijk. Bezwaar Het bezwaarschrift van bevat, kort samengevat, de volgende gronden: - Bezwaarmaker pacht het perceel al sinds 1976. De oppervlakte van dit perceel is belangrijk voor de bedrijfsvoering van bezwaarmaker; - Bovendien wordt de Afkelânsdyk veel gebruikt door veehouders en dit is een smalle weg. De aangrenzende percelen aan de Afkelânsdyk zijn ook schaars bebouwd; - Het dorpsbelang van Oppenhuizen/Uitwellingerga heeft al jaren terug een verzoek bij de gemeente neergelegd voor het bouwen van starters- en seniorenwoningen met twee mogelijke locaties waarop geen voorkeursrecht is gevestigd. Dit perceel is daarvoor niet geschikt. Overwegingen In het coalitieprogramma Grutsk en Tichtby 2022-2026 heeft uw college de ambitie vastgesteld om te zorgen voor kernen en wijken met toekomst door onder meer een voldoende aanbod van betaalbare woningen. Uw college zet in op een actieve grondpolitiek en er is behoefte aan woningbouw in Oppenhuizen.
Om regie te nemen in de gewenste ontwikkelingen heeft uw college besloten het perceel aan de Afkelânsdyk in Oppenhuizen op grond van artikel 6 van de Wvg voorlopig aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van toepassing zijn. De raad heeft de vestiging van het voorkeursrecht bekrachtigd op grond van artikel 2 van de Wvg. Bezwaarmaker kan zich met dit besluit niet verenigen. Bezwaarmaker vindt dat er geschiktere locaties aanwezig zijn in Oppenhuizen voor woningbouw. Bovendien gebruikt bezwaarmaker het stuk grond voor zijn bedrijfsvoering. Op grond van artikel 5, eerste lid, komen, in afwijking van de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, van de Wvg voor aanwijzing in aanmerking de gronden die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan of structuurvisie, maar waarbij in het besluit tot aanwijzing aan
Diverse bezwaarmakers
betrokken gronden een niet-agrarisch bestemming wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die bestemming. In het besluit tot aanwijzing wordt aangegeven dat nadien nog zal worden overgegaan tot het vaststellen van een bestemmingsplan indien wordt overgegaan tot verwerving van het perceel. Inherent aan de toepassing van artikel 5 van de Wvg is dat van de toekomstige bestemming nog slechts een globaal beeld bestaat (vgl. ECLI:NL:RVS:2014:3786). De gemeente zal voor de gewenste toekomstige ontwikkeling van het perceel binnen drie jaar een bestemmingsplan moeten vaststellen (artikel 9, derde lid van de Wvg). De vestiging van een voorkeursrecht betreft een discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Het al dan niet uitoefenen van die bevoegdheid dient, indien aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing is voldaan terughoudend te worden getoetst. Bij het vestigen van een voorkeursrecht is weliswaar sprake van een inbreuk op het ongestoorde genot van het eigendomsrecht, doch vindt deze inbreuk plaats in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de Wvg. De gemeente wil regie houden op de gewenste bestemming en de Wvg biedt deze mogelijkheid. De vestiging van het voorkeursrecht heeft niet tot gevolg dat bezwaarmaker zijn rechten op het perceel niet kan uitoefenen.
De vestiging van het voorkeursrecht heeft uitsluitend tot gevolg dat indien de eigenaar tot vervreemding zou willen overgaan de gemeente in de gelegenheid gesteld moet worden de gronden te kopen. Gelet op het bovenstaande heeft de commissie in hetgeen bezwaarmaker heeft aangevoerd geen grond gezien voor het oordeel dat de vestiging van het voorkeursrecht onevenredig is of dat deze prematuur zou zijn. Sneek, 9 mei 2023. De algemene kamer van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Súdwest-Fryslân,
voorzitter, (
secretaris, (
)
)