CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Geurrapport na plaatsing luchtwasser 2020

Informatiebijeenkomst 16 juni 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Raadsvoorstel - Bestemmingsplan Hemelumer Hoeve + bijlagen4.061 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE AIM EN OBM

AANVRAGER

Hemelumer Hoeve B.V. De Soal 4 8584 VS Hemelum

BIJLAGE AIM EN OBM Initiatieflocatie:

De Soal 4 Hemelum Kvk nummer: 01119260 Vestigingsnummer: 000016931599

Initiatiefnemer:

Dhr. J.A. Lorist De Soal 4 Hemelum 0514-581991 john@hemelumerhoeve.nl

Adviseur/contact:

FarmConsult Sluisstraat 24 7491 GA Delden farmconsult@forfarmers.eu KvK nummer: 08207868 Vestigingsnummer: 000016141881 Projectleider A.H.T. Hooch Antink tel. 0573-288806 sander.hoochantink@forfarmers.eu

februari 2020 Aanvulling maart 2020

BIJLAGE AIM en OBM

Datum:

1

Inhoudsopgave

BIJLAGE AIM en OBM

INHOUDSOPGAVE ................................................................................................ 1 INLEIDING ........................................................................................................... 2 RUBRIEK VOORNEMEN ......................................................................................... 3 RUBRIEK BBT/ BESLUIT EMISSIEARME HUISVESTING............................................ 8 RUBRIEK GEUR .................................................................................................. 12 RUBRIEK LUCHT ................................................................................................ 16 RUBRIEK NATUUR .............................................................................................. 18

1

Inleiding Het bedrijf de Hemelumer Hoeve B.V. is het varkensbedrijf van dhr. J.A. Lorist. (hierna: de initiatiefnemer) Het bedrijf is gelegen aan de Soal 4 te Hemelum. Voor het bedrijf is op 22 december 2009 een omgevingsvergunning verleend. Het bedrijf is in werking conform deze vergunning. Het bedrijf voldoet volgens de vigerende vergunning niet aan de eisen uit het Besluit emissiearme huisvesting. Om aan deze wetgeving te voldoen, heeft initiatiefnemer een luchtwasser geplaatst achter stal 1. Het aantal dieren blijft gelijk aan het aantal dieren zoals deze in 2009 zijn vergund. Door het in gebruik nemen van de luchtwasser voldoet het bedrijf aan het Besluit emissiearme huisvesting.

BIJLAGE AIM en OBM

Voor het plaatsen van de luchtwasser wordt een Melding Activiteitenbesluit met omgevingsvergunning beperkte milieutoets en bouwvergunning ingediend.

2

Rubriek Voornemen Bedrijfsontwikkelingsplan Vigerende vergunning:

Kolom A, B of C A

nr stal 1

RAV code D 3.100

omschrijving GL overige huisvestingssystemen

A

2

D 3.100

overige huisvestingssystemen

A

2

D 1.1.3

A

2

D 1.1.12.2

A

3

D 1.3.10

A

3

A

# dieren kg NH3 / dier 3 1344

totaal NH3 4032

537428

66233,9 Oue / dier totaal Oue fijnstof / dier 153 30912 23

totaal fijnstof (gr/jaar) 205632

448

3

1344

23

10304

153

68544

480

0,15

72

5,4

2592

56

26880

1296

0,21

272,16

5,4

6998,4

74

95904

rondloopstal met zeugenvoerstation en strobed

283

2,6

735,8

18,7

5292,1

175

49525

D 2.100

overige huisvestingssystemen

1

5,5

5,5

18,7

18,7

180

180

4

D 1.2.100

overige huisvestingssystemen

56

8,3

464,8

27,9

1562,4

160

8960

A

4

D 1.1.3

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

1208

0,15

181,2

5,4

6523,2

56

67648

A

5

D 1.2.100

overige huisvestingssystemen

48

8,3

398,4

27,9

1339,2

160

7680

A

6

D 1.3.101

overige huisvestingssystemen, individuele huisvesting

37

4,2

155,4

18,7

691,9

175

6475

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2 per big, echter kleiner dan 0,10 m2, en in kleine groepen, tot 30 biggen, gehuisvest

3

BIJLAGE AIM en OBM

maximale emissie drempelwaarde 4632,94 7661,26 Bedrijfstotaal

Aangevraagde situatie:

Kolom A, B of C

maximale emissie drempelwaarde 4632,94 Bedrijfstotaal 4234,06 nr stal

emissie punt

RAV code

A

1

1

D 3.2.15.4

A

2

2

D 3.100

GL nr

omschrijving GL gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn BWL 2009.12.V4 stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser overige huisvestingssystemen

diercategorie

52390,7

373460

kg NH3 / totaal fijnstof dier totaal NH3 Oue / dier totaal Oue fijnstof / dier (gr/jaar) # dieren

Vleesvarkens

1344

0,45

604,8

12,7

17068,8

31

41664

Vleesvarkens

448

3

1344

23

10304

153

68544

480

0,15

72

5,4

2592

56

26880

1296

0,21

272,16

5,4

6998,4

74

95904

283

2,6

735,8

18,7

5292,1

175

49525

1

5,5

5,5

18,7

18,7

180

180

Kraamzeugen

56

8,3

464,8

27,9

1562,4

160

8960

Gespeende biggen

1208

0,15

181,2

5,4

6523,2

56

67648

mestopvang in water in combinatie met BWL 2006.07.V2 Gespeende biggen een mestafvoersysteem opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan BWL 2004.06.V2 0,07 m2 per big, echter kleiner dan 0,10 Gespeende biggen m2, en in kleine groepen, tot 30 biggen, gehuisvest rondloopstal met zeugenvoerstation en Guste en Dragende BWL 2010.09.V1 strobed zeugen 0 overige huisvestingssystemen Dekberen

2

2

D 1.1.3

A

2

2

D 1.1.12.2

A

3

3

D 1.3.10

A

3

3

D 2.100

A

4

4

D 1.2.100

0

A

4

4

D 1.1.3

BWL 2006.07.V2

A

5

5

D 1.2.100

0

overige huisvestingssystemen

Kraamzeugen

48

8,3

398,4

27,9

1339,2

160

7680

A

6

6

D 1.3.101

0

overige huisvestingssystemen, individuele huisvesting

Guste en Dragende zeugen

37

4,2

155,4

18,7

691,9

175

6475

overige huisvestingssystemen mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

BIJLAGE AIM en OBM

A

4

Milieutekening

BIJLAGE AIM en OBM

De milieutekening is als separate bijlage bijgevoegd en gekenmerkt als horende bij de aanvraag. Op deze tekening is tevens een kadastrale situatieschets opgenomen.

5

Leaflet emissiearme stalsystemen

BIJLAGE AIM en OBM

Wordt als separatie bijlage toegevoegd.

6

Dimensioneringsplan luchtwasser

BIJLAGE AIM en OBM

Wordt als separatie bijlage toegevoegd.

7

Rubriek BBT/ Besluit emissiearme huisvesting Van toepassing zijnde BBT-documenten De vergunningverlener moet bij het opstellen van de omgevingsvergunning milieu rekening houden met de BBT-conclusies. BBT-conclusies zijn documenten, vastgesteld door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 13 lid 5 en 7 van de Richtlijn industriële emissies (Rie), met hierin de conclusies over beste beschikbare technieken. Voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij hebben de BBT-conclusies betrekking op goede landbouwpraktijk, voerstrategie, huisvestingssystemen, water, energie, opslag van mest, behandeling van mest en uitrijden van mest. Dit is voor de intensieve veehouderij uitgewerkt in de BREF Intensieve pluimvee- en varkenshouderij. In het BREF-document voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij zijn diverse emissiearme stalsystemen aangegeven, die als best beschikbare technieken (BBT) kunnen worden aangemerkt. Bij artikel 9.2 en in de bijlage van de Ministeriele regeling omgevingsrecht (MOR) zijn Nederlandse informatiedocumenten aangewezen, waarmee bij de bepaling van BBT in het kader van de vergunningverlening rekening moet worden gehouden.

Voor de onderhavige inrichting zijn de volgende Nederlandse BBT-Informatiedocumenten van belang: Tabel: Aangewezen Nederlandse BBT-Informatiedocumenten Aangewezen Nederlandse BBT-informatiedocumenten (Bijlage Mor) Naam Document Circulaire energie in de milieuvergunning Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB) Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij PGS 30: Vloeibare aardolieproducten: buitenopslag in kleine installaties

Jaartal

Vindplaats

oktober 1999

InfoMil.nl

maart 2012

InfoMil.nl

juni 2007

InfoMil.nl

december 2011

Publicatiereeks gevaarlijkestoffen.nl

BIJLAGE AIM en OBM

Bij het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning, moet worden uitgegaan van toepassing van de best beschikbare technieken (BBT) binnen een inrichting. Voor de bepaling van de BBT moet rekening gehouden worden met voorzienbare kosten en baten van maatregelen en met het voorzorg- en preventiebeginsel.

8

Besluit emissiearme huisvestingsystemen Besluit van 25 juni 2015 houdende regels met betrekking tot emissiearme huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren, Staatsblad 266, 2015. In werking sinds 1 augustus 2015. Het Besluit emissiearme huisvesting heeft tot doel de emissie van ammoniak en van fijn stof uit dierenverblijven zoveel mogelijk te beperken door de emissie vanuit dierenverblijven aan een maximum te binden (maximale emissiewaarden). Het besluit bevat maximale emissiewaarden voor ammoniak (voor melkvee, vleeskalveren, varkens, kippen en vleeskalkoenen) en fijn stof (kippen, vleeskalkoenen en vleeseenden). Alleen huisvestingssystemen met een emissiefactor die lager is dan of gelijk is aan de maximale emissiewaarde zijn toegestaan. Bijlage 1 van het besluit geeft drie maximale emissiewaarden voor ammoniak: kolom A, B en C. De maximale waarden worden gefaseerd aangescherpt. Welke maximale emissiewaarde geldt (kolom A, B of C) hangt af van de datum van oprichting (bouw) van het dierenverblijf waar het huisvestingssysteem in zit. Een huisvestingssysteem is een gedeelte van een dierenverblijf waar dieren van één diercategorie op dezelfde wijze worden gehouden. Een dierenverblijf is een ruimte waar dieren worden gehouden (stal). Op deze indeling gelden enkele uitzonderingen.

Varkens

Voor varkens staan er maximale emissiewaarden voor ammoniak in het Besluit emissiearme huisvesting (artikel 5 en bijlage 1 van het besluit). De enige uitzondering waarvoor de maximale emissiewaarde voor ammoniak niet geldt, is een bestaande traditionele stal van vóór 1 januari 2007 die gecompenseerd wordt door toepassing van intern salderen (artikel 5 lid 2 Beh). Navolgende tabel geeft de maximale emissiewaarden per diercategorie weer. Diercategorie

Biggenopfok D1.1 (gespeende biggen) Kraamzeugen D1.2 (incl.biggen tot spenen) Guste en dragende zeugen D1.3 Vleesvarkens, D3 opfokberen van circa 25kg tot 7mnd, opfokzeugen van circa 25kg tot 1ste dekking

Maximale emissiewaarde in kg NH3/dierplaats/jaar art 3.1, art 4, art 5.1 A B C Tot 30-6-2015 Vanaf 1-7-2015 IPPC-bedrijven Vanaf 1-1-2020 0,21 0,21 0,21

Geldt niet voor bedrijven <

2,9

2,9

2,5

totaal 152

2,6

2,6

1,3

1,6

1,5

1,1

20

voor de bepaling van het aantal landbouwhuisdieren worden de bij de kraamzeugen behorende biggen (de niet-gespeende biggen) niet meegeteld.

Overgangsregeling bestaande stallen bij inwerkingtreding Besluit

Er is een overgangsregeling voor bestaande stallen die zijn vergund of aangevraagd vóór 1 juli 2015 of vóór inwerkingtreding van het Besluit (1 augustus 2015). Deze regeling staat in artikel 5 lid 3 en 4. In deze situaties geldt kolom A in plaats van kolom B.

BIJLAGE AIM en OBM

2

9

In tabel 1 zijn de ammoniakemissiefactoren van de aangevraagde huisvesting in de onderscheidenlijke stallen en de maximale emissiefactoren voor de betreffende diercategorieën aangegeven.

Tabel 1: Emissiefactoren (Rav) en maximale emissiewaarden (Beh) aangevraagde situatie

Kolom A, B of C

nr stal

RAV code GL nr

A

1

D 3.2.15.4 BWL 2009.12.V4

A

2

D 3.100

A

2

D 1.1.3

A

2

D 1.1.12.2 BWL 2004.06.V2

A

3

D 1.3.10

BWL 2010.09.V1

A

3

D 2.100

0

A

4

diersoort

# dieren

Vleesvarkens

1344

1,6

0,45

Vleesvarkens

448

1,6

3

Gespeende biggen

480

0,21

0,15

Gespeende biggen

1296

0,21

0,21

Guste en Dragende zeugen

283

2,6

2,6

overige huisvestingssystemen

Dekberen

1

5,5

5,5

D 1.2.100 0

overige huisvestingssystemen

Kraamzeugen

56

2,9

8,3

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

1208

0,21

0,15

Kraamzeugen

48

2,9

8,3

Guste en Dragende zeugen

37

2,6

4,2

BWL 2006.07.V2

BWL 2006.07.V2

omschrijving GL gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser overige huisvestingssystemen

maximale emissiewaarde emissiefacto Beh kg r Rav kg NH3/dierplaats/ NH3/dierplaat jaar s/jaar

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2 per big, echter kleiner dan 0,10 m2, en in kleine rondloopstal met zeugenvoerstation en strobed

A

4

D 1.1.3

A

5

D 1.2.100 0

overige huisvestingssystemen

A

6

D 1.3.101 0

overige huisvestingssystemen, individuele huisvesting

BIJLAGE AIM en OBM

Uit tabel 1 blijkt dat niet alle aangevraagde huisvestingssystemen voldoen aan de maximale emissiewaarden voor ammoniak.

10

Intern salderen

Het Besluit emissiearme huisvesting maakt interne saldering mogelijk. Interne saldering houdt in dat binnen een veehouderij in (een deel van) de bestaande huisvestingssystemen geen beste beschikbare technieken (BBT) toegepast worden onder de voorwaarde dat de gemiste ammoniakreductie gecompenseerd wordt door het toepassen van verdergaande technieken dan BBT in de overige huisvestingssystemen. Intern salderen kan alleen bij huisvestingssystemen in stallen die zijn opgericht vóór 1 januari 2007. Bij intern salderen is het dus van belang dat gekeken wordt naar de ammoniakemissie zoals deze zou ontstaan wanneer alle aangevraagde huisvestingssystemen precies zouden voldoen aan de maximale emissiewaarde van het Besluit emissiearme huisvestingsystemen, zie navolgende tabel 2.

Tabel 2: Emissieplafond aangevraagde situatie op basis van maximale emissiewaarde ammoniak Maximale emissiewaarde ammoniak aanvraag Kolom A, B of C

nr stal

RAV code

A

1

D 3.2.15.4

A

2

D 3.100

omschrijving GL gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof BWL 2009.12.V4 emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser overige huisvestingssystemen

A

2

D 1.1.3

BWL 2006.07.V2

A

2

D 1.1.12.2

A

3

D 1.3.10

A

3

D 2.100

A

4

A

GL nr

totaal

diersoort

# dieren

Vleesvarkens

1344

4632,94

kg NH3 / dier totaal NH3 1,6

2150,4

Vleesvarkens

448

1,6

716,8

Gespeende biggen

480

0,21

100,8

Gespeende biggen

1296

0,21

272,16

BWL 2010.09.V1 rondloopstal met zeugenvoerstation en strobed

Guste en Dragende zeugen

283

2,6

735,8

0

overige huisvestingssystemen

Dekberen

1

5,5

5,5

D 1.2.100

0

overige huisvestingssystemen

Kraamzeugen

56

2,9

162,4

4

D 1.1.3

BWL 2006.07.V2

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

Gespeende biggen

1208

0,21

253,68

A

5

D 1.2.100

0

overige huisvestingssystemen

Kraamzeugen

48

2,9

139,2

A

6

D 1.3.101

0

overige huisvestingssystemen, individuele huisvesting

Guste en Dragende zeugen

37

2,6

96,2

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem opfokhok met schuine putwand, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2 per big, echter BWL 2004.06.V2 kleiner dan 0,10 m2, en in kleine groepen, tot 30 biggen, gehuisvest

Conclusie Besluit emissiearme huisvesting

BIJLAGE AIM en OBM

Uit tabel 2 kan geconcludeerd worden dat de aangevraagde ammoniakemissie van 4.234,06 kg NH3/jaar binnen het maximale ammoniakplafond (op basis van maximale emissiewaarden) blijft. Met toepassing van intern salderen wordt op inrichtingsniveau voldaan aan het Besluit emissiearme huisvesting.

11

Rubriek geur Ligging geurgevoelige objecten Afstand vanaf het dichtstbijgelegen emissiepunt tot: Bebouwde kom: 360 meter (Buorren 1) Burgerwoning in buitengebied: 580 meter (Het Fort 4) Agrarische bedrijfswoning: 145 meter (De Soal 1)

Geurverordening Gemeenten zijn bevoegd om binnen bepaalde bandbreedtes gemotiveerd af te wijken van de wettelijk voorgeschreven geurnormen. Dit gebiedsgerichte beleid wordt vastgelegd in een gemeentelijke verordening. Om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan kan de gemeente een aanhoudingsbesluit nemen. Vergunningaanvragen worden dan vanaf de datum van het in werking treden van het aanhoudingsbesluit aangehouden tot de verordening in werking is getreden. Indien na één jaar na het in werking treden van het aanhoudingsbesluit geen verordening in werking is, dient de gemeente de vergunningaanvragen af te handelen aan de hand van de vereisten in uit het Activiteitenbesluit Onderhavige bevoegde gemeente heeft geen geurverordening vastgesteld waarbij de wettelijke geurnormen, 8 ouE/m3 buiten de bebouwde kom en 2 ouE/m3 binnen de bebouwde kom zijn gewijzigd.

Vaste afstanden

BIJLAGE AIM en OBM

De inrichting voldoet aan de vaste afstanden zoals deze zijn vastgelegd in het Activiteitenbesluit, artikel 3.119

12

Berekening V-STACKS vergunning Uit de berekening gemaakt met V-stacksvergunningen blijkt dat de geurbelasting niet op alle gevoelige objecten onder deze waarde blijft. Echter, het aantal dieren neemt niet toe en de geurbelasting neemt af. Het bedrijf voldoet hiermee aan het Activiteitenbesluit (artikel 3.118 lid 4a) Voor het bedrijf Hemelumer Hoeve B.V. zijn een twee berekening met V-stacks vergunning gemaakt, deze worden hieronder weergegeven. 1. In de eerste berekening wordt weergegeven hoe hoog de geurbelasting is op basis van de vigerend situatie. 2. In de tweede berekening wordt de geurbelasting weergegeven van de beoogde situatie.

1. Geurbelasting vergund Berekende ruwheid: 0,12 m Meteo station: Schiphol

X-coord.

Y-coord.

159 228 159 260 159 264 159 281 159 300 159 310 159 279

543 556 543 539 543 496 543 503 543 471 543 478 543 471

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID 8 Buorren 1 9 Buorren 7 10 Hegewei 2 11 De Klaster 1 12 De klaster 3

Xcoordinaat 159 582 159 575 159 648 159 677 159 693

EP Hoogte 9,4 4,0 4,0 4,4 3,8 3,8 4,7

Ycoordinaat 543 773 543 786 543 734 543 680 543 645

Gem.geb. hoogte 5,7 4,5 6,3 3,2 3,2 3,4 3,8

Geurnorm 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0

EP Diam. 1,84 0,45 0,50 0,35 0,35 0,35 0,50

EP Uittr. Esnelh. Aanvraag 4,37 30 912 4,00 19 894 0,40 5 311 4,00 6 523 4,00 1 562 4,00 1 339 4,00 692

Geurbelasting 3,7 3,9 3,0 3,0 3,0

BIJLAGE AIM en OBM

Brongegevens: Volgnr BronID . 1 stal 1 2 stal 2 3 stal 3 4 stal 4a biggen 5 stal 4b 6 stal 5 7 stal 6

13

3. Geurbelasting aanvraag Berekende ruwheid: 0,12 m Meteo station: Schiphol Brongegevens: Volgnr BronID X-coord. Y-coord. . 1 stal 1 159 220 543 550 2 stal 2 159 260 543 539 3 stal 3 159 264 543 496 4 stal 4a biggen 159 281 543 503 5 stal 4b 159 300 543 471 6 stal 5 159 310 543 478 7 stal 6 159 279 543 471 Toelichting bij de emissiepunten:

EP Hoogte 5,8 4,0 4,0 4,4 3,8 3,8 4,7

Gem.geb. hoogte 5,7 4,5 6,3 3,2 3,2 3,4 3,8

EP Diam. 2,54 0,45 0,50 0,35 0,35 0,35 0,50

EP Uittr. Esnelh. Aanvraag 2,28 17 069 4,00 19 894 0,40 5 311 4,00 6 523 4,00 1 562 4,00 1 339 4,00 692

Voor alle stallen zonder luchtwasser zijn de standaardwaarden van V-stacks vergunning aangehouden. Voor de stal 1 met luchtwasser is de snelheid als volgt berekend: Achter stal 1 komt een luchtwasser met een uitstroom oppervlakte van 5,08 m². In deze stal zijn 1344 vleesvarkens gehuisvest x 31 m³/u/vlv = 41.664 u: 3600 s = 11,57 m³/s : 5,08 m² (uitstroomopp.) = 2,28 m/s. De gemiddelde diameter wordt berekend op basis van de oppervlakte, deze is 2,54 m. Xcoordinaat 159 582 159 575 159 648 159 677 159 693

Ycoordinaat 543 773 543 786 543 734 543 680 543 645

Geurnorm 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0

Geurbelasting 3,5 3,7 2,7 2,8 2,9

BIJLAGE AIM en OBM

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID 8 Buorren 1 9 Buorren 7 10 Hegewei 2 11 De Klaster 1 12 De klaster 3

14

BIJLAGE AIM en OBM

toelichting bij tabel: De blauwe stippen zijn de verschillende emissiepunten op het bedrijf van de Hemelumer Hoeve B.V. behorende bij de berekening van de geur aanvraag. De rode stippen zijn de voor geurgevoelige objecten in de omgeving van het bedrijf.

15

Rubriek lucht

Te Beschermen Objecten (TBO’s) Uitgangspunt van de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit (RBL) is dat de luchtkwaliteit wordt vastgesteld op plaatsen waar mensen worden blootgesteld, en wel zodanig dat een goed beeld wordt verkregen van de luchtkwaliteit ter plaatse. Voor fijn stof geldt dat de blootstellingstijd significant moet zijn ten opzichte van een etmaal. Het blootstellingscriterium houdt in, dat de luchtkwaliteit alleen wordt beoordeeld op plaatsen waar een significante blootstelling van mensen plaatsvindt. Het gaat dan om een blootstellingsperiode, die in vergelijking met de middelingstijd van de grenswaarde (jaar, etmaal, uur) significant is. Hieruit volgt dat ter plaatse van woningen van derden moet worden getoetst aan de relevante grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit. Het dichtstbijzijnde te beschermen object (TBO) ten opzichte van de emissiepunten is De Soal 1 De afstand tot deze woning bedraagt 145 meter, gemeten vanaf het dichtstbijgelegen emissiepunt.

Niet in betekenende mate In mei 2010 is de 'Handreiking fijn stof voor veehouderijen' door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gepubliceerd. Deze handreiking is opgesteld door InfoMil in samenwerking het Ministerie van I&M en gaat in op de regelgeving over luchtkwaliteit, waarbij ook wordt ingegaan op de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (ook wel: Regeling NIBM). Door veehouderijen wordt fijn stof in de vorm van PM10 uitgestoten. In de handreiking wordt beschreven hoe om te gaan met de beoordeling van emissie van fijn stof vanuit veehouderijen in het geval sprake is van een beperkte toename of een afname van de emissie. Hieronder is een tekstfragment uit paragraaf 2.2 van de handreiking overgenomen (cursieve gedeelte met tabel), waar specifiek ingegaan wordt op luchtkwaliteit bij veehouderijen:

Uit bovenstaand tekstfragment volgt dat de totale toename in fijn stof emissie moet worden berekend door het aantal nieuwe dieren te vermenigvuldigen met de vastgestelde fijn stof emissiefactor. Door

BIJLAGE AIM en OBM

Vuistregel voor veehouderijen: Veehouderijen zijn niet opgenomen in de Regeling NIBM. Toch is het niet altijd noodzakelijk om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM. Dit kan ook gedaan worden met een motivering, bijvoorbeeld op basis van ervaring. Er zijn genoeg projecten die namelijk overduidelijk NIBM zijn en waar een berekening niets toevoegt aan de conclusie. Als hulpmiddel bij de motivering is een vuistregel opgesteld waarmee aangetoond kan worden dat een uitbreiding/oprichting NIBM is. Deze staan in de onderstaande tabel, die gebaseerd is op de 3% NIBM grens, dus van na de inwerkingtreding van het NSL. In de tabel kan bij de betreffende afstand de hoeveelheid emissie worden afgelezen waarmee een veehouderij nog kan uitbreiden om ‘niet in betekende mate’ bij te dragen. Met behulp van de emissiefactorenlijst op www.vrom.nl kan uitgerekend worden of de totale toename in emissie onder de NIBM grens blijft. Indien bij een bepaalde afstand niet méér wordt geëmitteerd dan is opgenomen in de tabel dan is de oprichting/uitbreiding zeker NIBM. Wanneer de toename in emissie in grammen hoger is dan in de tabel opgenomen is het project mogelijk IBM. Er zal dan een berekening met ISL3a uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat geen grenswaarden worden overschreden ofwel de uitbreiding bij precieze berekening toch NIBM blijkt te zijn.

16

alle genomen maatregelen in de aangevraagde situatie is er een afname van de emissie van fijn stof. In de tabel hieronder wordt dit overzicht weergegeven. Tabel: Afname emissie fijnstof Omschrijving

Gram/sec

Gr/jaar

Bestaande vergunning

0,01704173

537428

Aangevraagde vergunning

0,011842339

373460

Afname

-0,005199391

-163968

BIJLAGE AIM en OBM

Op basis van beide tabellen kan worden vastgesteld dat de emissie van fijn stof als 'niet in betekenende mate' ofwel NIBM kan worden beschouwd.

17

Rubriek natuur Zeer kwetsbare natuur (Wav-gebieden) De Wet ammoniak en veehouderij (Wav) vormt een onderdeel van de ammoniakregelgeving voor dierenverblijven van veehouderijen. Deze regelgeving heeft als doel de ammoniakuitstoot in heel Nederland terug te dringen. Voor een aantal gebieden geldt extra beleid met als doel de ammoniakdepositie op die gebieden - de zeer kwetsbare gebieden- te verminderen. De zeer kwetsbare gebieden worden door de Provincie aangewezen. De inrichting is gelegen op een afstand van meer dan 20 km van een zeer kwetsbaar gebied (Wavgebied).

Natuurbeschermingswetgebieden De inrichting is gelegen op circa 600 meter afstand van het dichtsbijgelegen Natura 2000 gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving.

Koppeling Wet Natuurbeschermings (Wnb) Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit waarvoor tevens een Wet natuurbescherming vergunning is vereist, moet de aanvrager zorgen dat de aanvraag om toestemming voor die activiteit tevens onderdeel uitmaakt van de aanvraag om een omgevingsvergunning. De Wnb-wet haakt in feite aan bij de omgevingsvergunning. De verplichting om ‘aan te haken’ geldt niet indien voorafgaand aan het indienen van de aanvraag om een omgevingsvergunning, voor de betrokken activiteit al een aanvraag om een Nb-wetvergunning is ingediend of indien al een Wnb-wetvergunning is verleend (artikel 47, lid 1 en 2 Nb-wet). Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het gebied (grotendeels) is gelegen is het bevoegde gezag voor het verlenen van een vergunning voor de Wnb.

BIJLAGE AIM en OBM

Voor de luchtwasser van stal 1 met bijbehorend aantal dieren is op 4 maart 2016 (verbeterde versie van 10 mei 2016) door Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân een vergunning in de zin van artikel 19d van de Nbw verleend.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10259376/1