CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - 'Was-wordt-lijst’ een overzicht van de artikelen die op grond van de zienswijze worden gewijzigd en opzichte van de huidige gemeenschappelijke regeling

Raadsvergadering 18 juli 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Wiziging fan de Mienskiplike Regeling ‘Werkvoorzienersschap Fryslân-West 2e fase’5.655 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Art. Huidige tekst

10

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

1. Het algemeen bestuur stelt een reglement 1. Het algemeen bestuur stelt een reglement Geen zienswijzen van orde vast. Dit reglement mag geen van orde vast. Dit reglement mag geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met bepalingen bevatten welke in strijd zijn met deze regeling. deze regeling. 2. Het algemeen bestuur brengt dit reglement 2. Het algemeen bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van de colleges. zo spoedig mogelijk ter kennis van de colleges. 3. Het algemeen bestuur maakt de vergaderstukken en verslagen van zijn vergaderingen uit eigen beweging openbaar, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 van de Wet open overheid daaraan in de weg staan.

Definitief voorstel

1. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast. Dit reglement mag geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met deze regeling. 2. Het algemeen bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van de colleges. 3. Het algemeen bestuur maakt de vergaderstukken en verslagen van zijn vergaderingen uit eigen beweging openbaar, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 van de Wet open overheid daaraan in de weg staan.

Art. Huidige tekst

11

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de Geen zienswijzen voorzitter en drie overige leden, aan te wijzen voorzitter en drie overige leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. Er mogen door en uit het algemeen bestuur. Er mogen geen twee leden afkomstig zijn van dezelfde geen twee leden afkomstig zijn van dezelfde gemeente. gemeente. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur binnen twee maanden een nieuw lid bestuur binnen twee maanden een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het aan.

Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur dan van een plaats in het algemeen bestuur dan vindt aanwijzing eerst plaats nadat de plaats in vindt aanwijzing eerst plaats nadat de plaats in het algemeen bestuur opnieuw is bezet, tenzij het algemeen bestuur opnieuw is bezet, tenzij deze benoeming meer dan drie maanden zou deze benoeming meer dan drie maanden zou uitblijven. uitblijven. 4. Indien langdurige verhindering of 4. Indien langdurige verhindering of ontstentenis van een lid van het dagelijks ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur verwacht wordt, kan het algemeen bestuur verwacht wordt, kan het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur in bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur in diens tijdelijke vervanging voorzien. diens tijdelijke vervanging voorzien. 5. Het tijdelijk benoemd lid treedt als zodanig 5. Het tijdelijk benoemd lid treedt als zodanig af, zodra degene die hij vervangt de uitoefening af, zodra degene die hij vervangt de uitoefening van zijn taak hervat. van zijn taak hervat. 6. De leden van het dagelijks bestuur treden af 6. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van het algemeen op de dag van aftreden van het algemeen bestuur. bestuur.

Definitief voorstel

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en drie overige leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. Er mogen geen twee leden afkomstig zijn van dezelfde gemeente. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur binnen twee maanden een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur dan vindt aanwijzing eerst plaats nadat de plaats in het algemeen bestuur opnieuw is bezet, tenzij deze benoeming meer dan drie maanden zou uitblijven. 4. Indien langdurige verhindering of ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur verwacht wordt, kan het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur in diens tijdelijke vervanging voorzien. 5. Het tijdelijk benoemd lid treedt als zodanig af, zodra degene die hij vervangt de uitoefening van zijn taak hervat. 6. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van het algemeen bestuur.

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

7. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn werkzaamheden. Het dagelijks bestuur brengt dit reglement van orde zo spoedig mogelijk ter kennis van het algemeen bestuur. 8. Het dagelijks bestuur maakt de agenda's en besluitenlijsten van zijn vergaderingen uit eigen beweging openbaar, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 van de Wet open overheid daaraan in de weg staan.

Raadszienswijze

Definitief voorstel

7. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn werkzaamheden. Het dagelijks bestuur brengt dit reglement van orde zo spoedig mogelijk ter kennis van het algemeen bestuur. 8. Het dagelijks bestuur maakt de agenda's en besluitenlijsten van zijn vergaderingen uit eigen beweging openbaar, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 van de Wet open overheid daaraan in de weg staan.

Art. Huidige tekst

15

Oorspronkelijke voorstel

1. Een lid van het algemeen bestuur is jegens Geen voorstel het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid overeenkomstig de in de desbetreffende gemeente daartoe geldende regeling. 2. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gemeenteraad van de betreffende gemeente. 4. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven, tezamen en ieder afzonderlijk, aan de gemeenteraden van de gemeenten op verzoek van een of meer leden of ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 5. Het algemeen bestuur kan regels stellen omtrent de wijze waarop het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter informatie verstrekken aan de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

Raadszienswijze

Definitief voorstel

(toe te voegen) 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in artikel 17 lid 1 Wet gemeenschappelijke regelingen schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van het bestuur van het werkvoorzieningsschap. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de vier gemeenteraden verschaft, in ieder geval tien dagen nadat het verzoek is ingediend.

1. Een lid van het algemeen bestuur is jegens het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid overeenkomstig de in de desbetreffende gemeente daartoe geldende regeling. 2. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gemeenteraad van de betreffende gemeente. 4. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven, tezamen en ieder afzonderlijk, aan de raden alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 5. Ieder afzonderlijk lid van een van de raden kan bij het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter een verzoek tot inlichtingen indienen. Het verzoek wordt, door tussenkomst van de griffier van de betreffende gemeente, aan het bestuur verzonden. De verlangde inlichtingen worden binnen tien werkdagen na ontvangst door het dagelijks bestuur verschaft aan raden, tenzij het verzoek zich expliciet tot het algemeen bestuur of de voorzitter richt. In het geval van een informatieverzoek aan het algemeen bestuur, doet het dagelijks bestuur binnen tien werkdagen na ontvangst een voorstel aan het algemeen bestuur. 6.

Het algemeen bestuur kan regels stellen omtrent de wijze waarop het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter informatie verstrekken aan de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

Definitief voorstel

15a Geen artikel

1. Behoudens verplichtingen voortvloeiend uit de wet of deze regeling worden besluiten van het bestuur niet aan zienswijzen van de raden onderworpen.

1. De in de Wet gemeenschappelijke regelingen 1.Naast verplichtingen voortvloeiend uit de genoemde onderwerpen worden in wet of deze regeling worden de volgende overeenstemming met hetgeen wettelijk is besluiten van het bestuur aan zienswijzen van bepaald aan zienswijzen van de raden de raden onderworpen: onderworpen. a.de algemene financiële en beleidsmatige 2. Aanvullende door de gemeenteraden kaders, bedoeld in artikel 19, eerste lid; bepaalde onderwerpen die altijd zijn b.de jaarrekening, bedoeld in artikel 22, vierde onderworpen aan een zienswijze. Dit zijn de lid; volgende specifieke zaken: voorgenomen c. de opzet van de evaluatie, bedoeld in artikel besluiten van AB/DB van de GR of de AvA die 31a; betrekking hebben op: d. het ontwerp-uittredingsplan, bedoeld in a) Het aangaan van een duurzame vorm van artikel 26, derde lid, en e. het liquidatieplan, bedoeld in artikel 28, samenwerking; b) Het in uitvoering (over)nemen van tweede lid.

markttaken; c) Het vaststellen van de begroting van de NV door de AvA d) De algemene financiële en beleidsmatige kaders voor komende begroting e) Opstellen/vaststellen jaarrekening GR f) Besluiten over de vierjarige evaluatie van de GR (inclusief de daaruit te ondernemen acties) door het Dagelijks Bestuur g) Besluit van de AvA inzake de benoeming van de directeur-bestuurder van de NV h) Besluit van de AvA inzake de benoeming van de RvC van de NV i) Voornemen AB/DB een traject in te gaan dat kan leiden tot toe-, uittreding, opheffing GR j) Besluit AB inzake toe-, uittreding, opheffing GR k) Goedkeuring overdracht gehele onderneming (NV) door AvA

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

Definitief voorstel

l) Goedkeuring AvA overdracht gedeeltelijk of vrijwel gehele onderneming aan een derde m) Goedkeuring door AvA van afstoten of verwerven deelneming door NV n) Aanvraag van surséance van betaling en/of aangifte van faillissement o) Beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek p) Een voorstel tot fusie als bedoeld in artikel 2:309 van het Burgerlijk Wetboek of tot splitsing als bedoeld in artikel 2:334a van het Burgerlijk Wetboek van de onderneming q) Besluit tot Ingrijpende wijziging in arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers van de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij r) Besluit DB inzake 4-jaarlijkse evaluatie 2. Het algemeen bestuur beslist bij een 3. De gemeenschappelijke adviescommissie kan 2. Het algemeen bestuur beslist bij een voorstel voorstel dat voor de gemeenten ingrijpende het DB van de GR verzoeken een door hem dat voor de gemeenten ingrijpende gevolgen gevolgen kan hebben niet alvorens de raden aangewezen onderwerp of voorgenomen besluit kan hebben niet alvorens de raden door het door het dagelijks bestuur om zienswijzen zijn voor het geven van een zienswijze aan de raden dagelijks bestuur om zienswijzen zijn gevraagd. gevraagd. In spoedeisende gevallen kan het te sturen.

In spoedeisende gevallen kan het dagelijks dagelijks bestuur afzien van het vragen van 4. Het algemeen bestuur beslist bij een voorstel bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden dat voor de gemeenten ingrijpende gevolgen Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de kan hebben niet alvorens de raden door het schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. hoogte. dagelijks bestuur om zienswijzen zijn gevraagd. 3.Het algemeen bestuur beslist niet over een 3. Het algemeen bestuur beslist niet over een 5. Het algemeen bestuur beslist pas over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn voorstel nadat de raden om een zienswijze zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gevraagd, wanneer ten minste twee gevraagd, ingeval ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom gemeenteraden dan wel de gemeenschappelijke verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het adviescommissie het dagelijks bestuur hiertoe dagelijks bestuur afzien van het vragen van dagelijks bestuur afzien van het vragen van een verzoek doet. zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden zienswijzen.

Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

Definitief voorstel

4.1 ndien het tweede of derde lid wordt 6. De gemeenschappelijke adviescommissie 4.1 ndien het tweede of derde lid wordt toegepast, dan hebben de raden acht weken de ontvangt van het dagelijks bestuur binnen een toegepast, dan hebben de raden acht weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur door de gemeenschappelijke adviescommissie te tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaande aan het bepalen frequentie de voorgenomen besluiten bekend te maken. Wanneer deze termijn nemen van het besluit waarover de zienswijzen van het dagelijks bestuur en het algemeen eindigt in het zomer- of kerstreces, wordt de gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden bestuur. Daarnaast wordt de termijn verlengd met deze recesperiode. en het algemeen bestuur schriftelijk en gemeenschappelijke adviescommissie ook over Voorafgaande aan het nemen van het besluit gemotiveerd in kennis van het oordeel over de andere zaken (zie conceptbesluit tot instelling waarover de zienswijzen gegeven is stelt het zienswijzen, alsmede van de eventuele gemeenschappelijke adviescommissie) tijdig alle dagelijks bestuur de raden en het algemeen conclusies die het daaraan verbindt. relevante informatie van het Dagelijks Bestuur.

bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis De gemeenschappelijke adviescommissie vervult van het oordeel over de zienswijzen, alsmede vervolgens namens de gemeenteraden - in van de eventuele conclusies die het daaraan aanvulling op de eigen verantwoordelijkheid en verbindt. positie van de Raden - een belangrijke rol voor het signaleren en adresseren van belangrijke ontwikkelingen en aspecten. De gemeenschappelijke adviescommissie draagt op basis hiervan onderwerpen aan bij de gemeenteraden waar naar mening van de gemeenschappelijke adviescommissie een keuze over wel/niet een zienswijze opleggen gewenst is. Daarnaast kan de gemeenschappelijke adviescommissie ook verzoeken tot (aanvullende) passieve informatievoorziening vanuit het Dagelijks Bestuur aan de gemeenteraden initiëren. 7. Indien het vierde of vijfde lid wordt toegepast, hebben de raden acht weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Wanneer deze termijn eindigt in een periode die in minstens één deelnemende gemeente geldt als recesperiode voor de gemeenteraad, wordt de termijn van 8 weken met de termijn van die recesperiode verlengd.

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

Definitief voorstel

8. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven zijn stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 15b Geen artikel

1.1 ngezetenen en belanghebbenden kunnen 1. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via 1. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de normale procedure bij de gemeenteraden via de normale procedure bij de de normale procedure bij de gemeenteraden gemeenteraden respectievelijk de colleges respectievelijk de colleges inspreken omtrent respectievelijk de colleges inspreken omtrent voorgenomen dan wel genomen besluiten van voorgenomen dan wel genomen besluiten van inspreken omtrent besluiten van het werkvoorzieningsschap. het werkvoorzieningsschap. In elk geval wordt het werkvoorzieningsschap. In elk geval wordt participatie toegepast bij voorgenomen 2.1 n afwijking van het eerste lid, kan het participatie toegepast bij voorgenomen dagelijks bestuur beslissen dat bij ingrijpende besluiten bij het aangaan of verbreken van besluiten bij het aangaan of verbreken van besluiten een apart traject voor inspraak wordt samenwerkingsverbanden die directe gevolgen samenwerkingsverbanden die directe gevolgen doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als hebben of kunnen hebben voor de medewerkers hebben of kunnen hebben voor de ingezetenen de kans krijgen inspraak te doen. van het openbaar lichaam dan wel hieraan medewerkers van het openbaar lichaam dan In deze procedure worden in elk geval door de verbonden werkmaatschappijen. wel hieraan verbonden werkmaatschappijen.

colleges of raden ingestelde adviescommissies 2. In afwijking van het eerste lid, kan het 2. In afwijking van het eerste lid, kan het in het kader van het sociaal domein actief dagelijks bestuur beslissen, al dan niet hiertoe dagelijks bestuur beslissen, al dan niet hiertoe betrokken. geadviseerd door de gemeenschappelijke geadviseerd door de gemeenschappelijke 3. Het dagelijks bestuur informeert de colleges adviescommissie, dat bij ingrijpende besluiten adviescommissie, dat bij ingrijpende besluiten een apart traject voor participatie wordt een apart traject voor participatie wordt en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als maken van inspraak. ingezetenen de kans krijgen inspraak te doen. In ingezetenen de kans krijgen inspraak te doen. 4. De colleges én het dagelijks bestuur maken deze procedure worden in elk geval door de In deze procedure worden in elk geval door de ieder in het eigen publicatieblad bekend dat de colleges ingestelde "adviesraden sociaal colleges ingestelde "adviesraden sociaal mogelijkheid tot inspraak wordt geboden. domein" actief betrokken. domein" actief betrokken. 3. Het dagelijks bestuur informeert de colleges 3.

Het dagelijks bestuur informeert de colleges en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken omtrent zijn voornemen tot het mogelijk van participatie. maken van participatie. 4. De colleges en het dagelijks bestuur maken 4. De colleges en het dagelijks bestuur maken ieder in het eigen publicatieblad bekend dat de ieder in het eigen publicatieblad bekend dat de mogelijkheid tot inspraak wordt geboden. mogelijkheid tot inspraak wordt geboden.

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

15c Geen artikel

1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur Geen zienswijzen en de voorzitter kunnen overeenkomstig artikel 24 van de Wgr commissies van advies instellen. 2. Het algemeen bestuur stelt, wanneer de raden hiertoe overeenkomstig artikel 24a van de Wgr verzoeken, een gemeenschappelijke adviescommissie in als bedoeld in artikel 24a van de Wgr.

1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen overeenkomstig artikel 24 van de Wgr commissies van advies instellen. 2.Het algemeen bestuur stelt, wanneer de raden hiertoe overeenkomstig artikel 24a van de Wgr verzoeken, een gemeenschappelijke adviescommissie in als bedoeld in artikel 24a van de Wgr.

1. Een college van burgemeester en 1. Een college van burgemeester en Geen zienswijzen wethouders van een van de gemeenten kan wethouders van een van de gemeenten kan besluiten tot uittreding, onverminderd het besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wgr. bepaalde in artikel 1 van de Wgr. 2. Een college zendt, na toestemming van zijn 2. Een college zendt, na toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het raad, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. bestuur het besluit heeft ontvangen. 3. Het algemeen bestuur regelt in geval van een 3. Het dagelijks bestuur inventariseert de voorgenomen uittreding de financiële en gevolgen van de uittreding, de wijze waarop overige verplichtingen van de betreffende met deze gevolgen kan of moet worden gemeente. omgegaan en de voorwaarden voor uittreding 4. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar en legt deze vast in het concept-uittredingsplan volgende op het verstrijken van een termijn van met inachtneming van de artikelen 26a en 26b. twee jaren na het nemen van het besluit tot 4.

Onder de gevolgen van de uittreding worden uittreding, tenzij de colleges unaniem een verstaan de financiële, juridische, personele en andere opzegtermijn overeen komen. organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 5. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.

1.Een college van burgemeester en wethouders van een van de gemeenten kan besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wgr. 2.Een college zendt, na toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 3.Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept-uittredingsplan met inachtneming van de artikelen 26a en 26b. 4.Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 5.De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.

26

Raadszienswijze

Definitief voorstel

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

26a Geen artikel

1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het dagelijks bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. 5.Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar en neemt daarbij de bepalingen uit deze regeling in acht.

Raadszienswijze

Definitief voorstel

1.Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2.Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3.Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het dagelijks bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4.Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. 5.Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar en neemt daarbij de bepalingen uit deze regeling in acht.

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding en neemt daarbij deze regeling in acht. 7. De definitieve uittreedsom zoals bedoeld in het zesde lid wordt vermeerderd met een risicoopslag van 10% om eventueel onvoorziene toekomstige kosten te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het dagelijks bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen.

Raadszienswijze

Definitief voorstel

6.Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding en neemt daarbij deze regeling in acht. 7.De definitieve uittreedsom zoals bedoeld in het zesde lid wordt vermeerderd met een risicoopslag van 10% om eventueel onvoorziene toekomstige kosten te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8.Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het dagelijks bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen.

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

26b Geen artikel

1. De voorlopige respectievelijk de definitieve Geen zienswijzen uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. Bij de baten wordt het vermogen van de vennootschappen waarin het werkvoorzieningschap middellijk of onmiddellijk participeert meegerekend. Daarbij wordt naar rato van de financiële inbreng van de uittredende gemeente een deel in het vermogen van de vennootschappen vastgesteld. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het werkvoorzieningschap die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. Onder de kosten te maken door het werkvoorzieningschap worden tevens verstaan de kosten te maken door de vennootschappen waarin het werkvoorzieningschap middellijk of onmiddellijk participeert, voor zover die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding zijn.

Definitief voorstel

1.De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. Bij de baten wordt het vermogen van de vennootschappen waarin het werkvoorzieningschap middellijk of onmiddellijk participeert meegerekend. Daarbij wordt naar rato van de financiële inbreng van de uittredende gemeente een deel in het vermogen van de vennootschappen vastgesteld. 2.Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het werkvoorzieningschap die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. Onder de kosten te maken door het werkvoorzieningschap worden tevens verstaan de kosten te maken door de vennootschappen waarin het werkvoorzieningschap middellijk of onmiddellijk participeert, voor zover die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding zijn.

Art. Huidige tekst

Oorspronkelijke voorstel

3. Onder desintegratìekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het werkvoorzieningschap die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico's daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Onder de kosten te dragen door het werkvoorzieningschap worden tevens verstaan de kosten te dragen door de vennootschappen waarin het werkvoorzieningschap middellijk of onmiddellijk participeert, voor zover die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding zijn. 4. Het werkvoorzieningschap brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 26a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 26a, achtste lid, anders is vastgelegd.

5.1 ndien het werkvoorzieningschap betalingen moet doen aan de uittredende deelnemer in verband met het vermogen van de vennootschappen als bedoeld in het eerste lid, dan worden deze betalingen over maximaal vijf jaren gespreid om te voorkomen dat de vennootschappen niet langer aan hun verplichtingen kunnen voldoen of in hun directe voortbestaan worden bedreigd.

Raadszienswijze

Definitief voorstel

3.Onder desintegratìekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het werkvoorzieningschap die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico's daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Onder de kosten te dragen door het werkvoorzieningschap worden tevens verstaan de kosten te dragen door de vennootschappen waarin het werkvoorzieningschap middellijk of onmiddellijk participeert, voor zover die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding zijn. 4.Het werkvoorzieningschap brengt alle frictiekosten en desintegratìekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 26a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 26a, achtste lid, anders is vastgelegd.

5.1 ndien het werkvoorzieningschap betalingen moet doen aan de uittredende deelnemer in verband met het vermogen van de vennootschappen als bedoeld in het eerste lid, dan worden deze betalingen over maximaal vijf jaren gespreid om te voorkomen dat de vennootschappen niet langer aan hun verplichtingen kunnen voldoen of in hun directe voortbestaan worden bedreigd.

Art. Huidige tekst

26c Geen artikel

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

6. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 7. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 26, vijfde lid. 8. Het werkvoorzieningschap is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. De uittredende partij is gehouden zich in te Geen zienswijzen spannen om de formatie van het werkvoorzieningschap die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het werkvoorzieningschap wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.

Definitief voorstel

6.Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 7.De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 26, vijfde lid. 8.Het werkvoorzieningschap is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van het werkvoorzieningschap die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het werkvoorzieningschap wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.

Art. Huidige tekst

28

Oorspronkelijke voorstel

Raadszienswijze

Definitief voorstel

Geen zienswijzen

1. De regeling wordt opgeheven wanneer twee derde van de colleges daartoe besluiten. Artikel 1. tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot opheffing. 2. Het algemeen bestuur stelt unaniem een liquidatieplan vast dat voorziet in de verplichtingen van gemeenten alle rechten en verplichtingen van het schap over de gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 3. Het besluit tot opheffing bepaalt wanneer de opheffing ingaat, onverminderd het bepaalde in artikel 9, derde lid, en artikel 26 van de Wgr. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 5. Het dagelijks bestuur blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

1. Het dagelijks bestuur evalueert in het eerste Geen zienswijzen en tweede kwartaal van het kalenderjaar voorafgaande aan reguliere gemeenteraadsverkiezingen de samenwerking en gaat daarbij in elk geval in op het bereiken van de doelstellingen als bedoeld in artikel 4 en het functioneren van het werkvoorzieningschap en de vennootschappen waarin het werkvoorzieningschap middellijk of onmiddellijk deelneemt. 2. De resultaten van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk in juni van het jaar voorafgaande aan de gemeenteraadsverkiezing aangeboden aan de colleges en de raden van de gemeenten.

1. Het dagelijks bestuur evalueert in het eerste en tweede kwartaal van het kalenderjaar voorafgaande aan reguliere gemeenteraadsverkiezingen de samenwerking en gaat daarbij in elk geval in op het bereiken van de doelstellingen als bedoeld in artikel 4 en het functioneren van het werkvoorzieningschap en de vennootschappen waarin het werkvoorzieningschap middellijk of onmiddellijk deelneemt. 2.De resultaten van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk in juni van het jaar voorafgaande aan de gemeenteraadsverkiezing aangeboden aan de colleges en de raden van de gemeenten.

1. De regeling wordt opgeheven wanneer twee Geen voorstel derde van de colleges daartoe besluiten. 2. Het algemeen bestuur stelt unaniem een liquidatieplan vast dat voorziet in de verplichtingen van gemeenten alle rechten en verplichtingen van het schap over de gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 3. Het besluit tot opheffing bepaalt wanneer de opheffing ingaat, onverminderd het bepaalde in artikel 9, derde lid, en artikel 26 van de Wgr. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 5. Het dagelijks bestuur blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

31a Geen artikel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14294913/2