CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Rapport Rekenkamer Súdwest-Fryslân 2022

Raadsvergadering 23 november 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Undernimmersfûns Súdwest-Fryslân45.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ook in Teylingen is in de gemeenteraad steeds nadrukkelijk gesproken over het teruggeven van belasting. Daardoor heeft het hof misschien ruimte gezien om over deze regeling te oordelen. Maar naar mijn mening is dit onterecht. Omdat het niet een teruggave van een belasting betreft is de belastingrechter niet bevoegd hierover te oordelen. Naar mijn mening heeft de rechtbank Den Haag in deze procedure op 19 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2388 juist geoordeeld” (Toelichting uitspraak op bezwaar, gemeente Súdwest-Fryslân). In de aanloop naar de behandeling van de OZB verordening 2022 worden op 9 december 2021 schriftelijk technische vragen gesteld. In de beantwoording hiervan stelt het college, dat enkele vragen dateren van 29 juni 2021 en dat hierop al antwoord is gegeven. Met betrekking tot de OZB heffing stelt het college het volgende: Inmiddels heeft de heffingsambtenaar (vanuit zijn specifieke bevoegdheid) alle ingediende bezwaren ongegrond verklaard. Kort samengevat komt het er op neer dat - naar de mening van de heffingsambtenaar - de belastingrechter in de zaakTeylingen niet bevoegd was om over de retributieregeling te oordelen. De belastingrechter kan alleen oordelen of de belastingheffing juist is. De retributieregeling betreft geen belastingheffing. Er is in feite geen sprake van het teruggeven van belastinggeld, omdat het

Pagina 39 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

ondernemersfonds niet bevoegd is tot het teruggeven van OZB, want er is geen OZB aan het ondernemersfonds betaald. Het ondernemersfonds ontvangt van de gemeente een subsidie vanuit de algemene middelen van de gemeente. De gemeente kan deze subsidie verlenen omdat uw raad de OZB voor niet-woningen heeft verhoogd. Het fonds geeft de verkregen subsidie op twee verschillende manieren aan de eigenaren en gebruikers van niet-woningen: In deelnemende kernen in de vorm van dienstverlening aan de kern in zijn geheel. In niet-deelnemende kernen in de vorm van een individuele financiële vergoeding. Beide manieren betreffen geen teruggave van belastinggelden. Tegen deze uitspraak van de heffingsambtenaar hebben 17 belanghebbenden beroep aangetekend bij de rechtbank NoordNederland. Tot dit moment heeft de heffingsambtenaar nog geen verzoek ontvangen van de rechtbank voor het indienen van een verweerschrift. Deze procedure loopt dus nu nog. Op dit moment is er voor het college geen aanleiding om ten aanzien van het ondernemerfonds een ander standpunt in te nemen (Beantwoording schriftelijke vragen, 9 december 2021). In het kader van de actieve informatieverplichting wordt op 21 december 2021 het jaarverslag 2021 door het college aangeboden aan de raad.

Met betrekking tot de centrale kas merkt het college hierbij het volgende op: “Als we kijken naar het verslag in relatie tot de samenwerkingsovereenkomst dan is het goed nog in te gaan op het onderwerp Centrale kas. (alle betalingen/ facturen lopen via fonds). Het fonds geeft aan hier zoals afgesproken nadrukkelijk naar gekeken te hebben om dit zo te gaan regelen. Dit ook op basis van het feit dat een centrale kas staat genoemd in het oorspronkelijke visiedocument (2015) waar in de SWO naar wordt verwezen. Het fonds constateert nu dat het alles overwegende uit met name praktische overwegingen niet de hele werkwijze nog wil veranderen. Het fonds werkt op basis van goedgekeurde begrotingen en keert in tranches uit. Daarnaast moeten kernen eerst de middelen van een voorgaand jaar besteden voordat men nieuwe middelen krijgt uitgekeerd. Het fonds noemt dit een soort versie van een Centrale kas. Deze lijn zien we als een voortschrijdend inzicht van het fonds t.o.v. visie/ werkwijze 2015. Op zichzelf klinkt de geschetste werkwijze ons wel als logisch en transparant (Actieve informatievoorziening, 21 december 2021). In reactie vullen de respondenten deze toelichting van het college als volgt aan: “Een belangrijke reden voor invoering van een centrale kas was, dat het fonds de mogelijkheid heeft om BTW terug te vragen, waardoor deelnemers netto meer te besteden zouden hebben.

Dat blijkt echter niet het geval. Een centrale kas levert geen enkel financieel voordeel op, wel een hoop administratieve rompslomp. Opgemerkt wordt voorts dat er vanuit de deelnemers geen enkel signaal is gekomen voor invoering van een centrale kas” (Reactie respondenten, 11 februari 2022). Tijdens de behandeling van de OZB verordening 2022 in de raad van 23 december 2021, wordt een amendement ingediend. Verwezen wordt naar de oorspronkelijke visie op het ondernemersfonds van 2015 waarin gesteld wordt dat de extra belastingopbrengst uit de OZBopslag voor niet woningen 1 op 1 wordt doorgezet naar de centrale kas. Gesteld wordt dat het college naar aanleiding van de technische vragen van 17 december 2020 antwoordt dat nog geen centrale kas wordt gevoerd. Voorgesteld wordt het voorgenomen besluit genoemd als volgt te wijzigen in: - De verordening OZB 2022 vaststellen met dien te verstande dat het uit de OZB toe te kennen bedrag aan het ondernemersfonds niet eerder wordt uitgekeerd alvorens 1. is aangetoond dat de door het ondernemersfonds (eerder) uitgekeerde en niet verantwoorde bedragen zijn geretourneerd aan het ondernemersfonds; 2. het ondernemersfonds het gebruik een centrale kas heeft geëffectueerd (Amendement, 23 december 2021).

Pagina 40 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Tijdens de bespreking van dit amendement stelt het college dat het raadzaam is om het onderhavige rekenkameronderzoek af te wachten. Daarnaast stelt het college, dat de besteding van de middelen door het ondernemersfonds in beginsel los gezien moet worden van de vaststelling van de OZB tarieven. Hierop wordt door leden van de raad gesteld dat op dit moment wordt besloten over de verordening en dat afwachten dus niet aan de orde kan zijn. Gewezen wordt op het belang van de centrale kas. Daarnaast wordt verwezen naar de casus Teylingen, waarbij het gerechtshof wel degelijk een koppeling legt tussen de OZB opslag en de retributieregeling van het ondernemersfonds. Tevens worden vraagtekens gezet bij de toelichting van de heffingsambtenaar, waar deze stelt zich niet te kunnen vinden in de uitspraak van het gerechtshof. Ook wordt gesteld dat bedragen worden uitgekeerd door het ondernemersfonds zonder dat hier een adequate verantwoording over wordt afgelegd. De behandeling maakt tevens duidelijk dat de meningen binnen het raad over het ondernemersfonds nogal uiteen lopen. Het amendement wordt uiteindelijk verworpen (Raadsvergadering, 23 december 2021). Binnen de ambtelijke organisatie bestaat een positief beeld over de ontwikkelingen binnen het fonds.

Men realiseert zich dat de diversiteit binnen de kernen tot een complexe constructie kan leiden, dat het verkrijgen van draagvlak niet altijd makkelijk is en dat een retributieregeling verder kan compliceren. Het beeld is evenwel, dat het nieuwe bestuur het fonds op de juiste manier doorontwikkelt en goed oppakt. Daarbij wordt ook het nodige gevoel voor de politieke context aan de dag gelegd. Wel wijst men op een mogelijke spanning. Enerzijds neemt de gemeente bewust de nodige afstand in acht, zoals de gemeente dat met alle gesubsidieerde instellingen doet. Anderzijds worden wel rapportages over het fonds verstrekt aan de gemeenteraad, waarmee op zijn minst de indruk wordt gewekt dat hier ook over gediscussieerd en besloten kan worden. Ook wijst men op enkele aandachtspunten. Zo is de samenwerkingsovereenkomst gebaseerd op een tweetal visies (2015 en 2018) en de vraag rijst in hoeverre het fonds daadwerkelijk conform deze visies opereert. Men wijst in dit verband op de centrale kas. Een centrale kas impliceert in zijn meest zuivere vorm, dat iedere kern iedere factuur indient bij het fonds. Gelet op het aantal kernen en het aantal activiteiten zou dit een aanzienlijk administratie voor het fonds met zich meebrengen. De vraag rijst dan in hoeverre deze wens kan worden verwezenlijkt.

Verder wijzen de respondenten erop, dat met het inschakelen van dorpsbelangen het fonds verder af komt te staan van de ondernemers, de oorspronkelijke doelgroep. De dialoog tussen het college en het fonds vindt weliswaar een paar keer per jaar plaats, maar zou wat meer structuur kunnen krijgen. Ook een dialoog met raadsleden zou raadzaam zijn. Niet zozeer vanuit de controlerende rol van de raad (het is immers een gesubsidieerde instelling), maar eerder om beelden uit te wisselen en wellicht te actualiseren, aldus de respons in dit verband.

5.2 Ontwikkelingen in de praktijk, vanuit het fonds bezien De respondenten geven aan, dat bij de start van hun bemoeienis een aantal zaken niet goed liep. Gehecht werd aan de instelling van onafhankelijk toezicht en nieuwe inzichten, terwijl tevens bestaande kennis behouden moest blijven. Er wordt over het algemeen veel openheid ervaren en men constateert een behoefte om vooruit te komen. Binnen de raad van toezicht en het bestuur is vertrouwen in elkaar aanwezig en ook de samenwerking tussen de raad van toezicht en het bestuur verloopt goed. Verslagen van de vergaderingen van de raad van toezicht en het bestuur worden onderling uitgewisseld om elkaar goed op te hoogte te houden.

Pagina 41 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

De samenwerking met de gemeente verhoudt zich tot de afstand die de gemeente bewust neemt ten opzichte van gesubsidieerde instellingen. Vanuit de gemeente is niet zeer veel behoefte aan contact. De betrokkenen krijgen niet veel mee van de discussies die in de raad gevoerd worden, zo geeft een respondent aan. De gemeente levert doorgaans in april de voorlopige budgettering voor het lopende jaar en de afrekening van het voorgaande jaar aan. Dit jaar kwam deze berichtgeving overigens later binnen bij het ondernemersfonds, zo geven de respondenten aan. Vanuit het fonds zelf wordt wel aangegeven behoefte te hebben aan meer contact. Zo heeft het fonds de dialoog gezocht met raadsleden, maar dit initiatief is uiteindelijk gestrand, mede met het oog op het lopende rekenkameronderzoek, zo geven respondenten aan. De betrokkenen bij het fonds realiseren zich, dat vanaf de oprichting voor­ , maar ook tegenstanders waren. De indruk bestaat, dat de tegenstanders zich baseren op een gedateerd beeld. Vanaf 2019 zijn echter behoorlijk wat verbeteringen doorgevoerd en is het fonds professioneler gaan werken: de betrokkenen zouden deze verbeteringen graag toelichten in een dialoog, aldus de respons. De raad van toezicht komt formeel drie tot vier keer per jaar bijeen, maar informeel veel vaker.

Zo worden bijeenkomsten bezocht, maar treft men elkaar ook als er bijvoorbeeld sollicitatieprocedures lopen. Hoewel het bestuur aanwezig is bij vergaderingen van de raad van toezicht, wordt ook altijd in de raad van toezicht een moment gekozen waarop juist zonder het bestuur wordt vergaderd. De fondsmanager is altijd aanwezig bij de vergaderingen van de raad van toezicht en houdt hier de notulen bij. In de praktijk functioneert dit goed, zo wordt aangegeven. Eind 2021 staat een voorstel op de planning voor een evaluatie van de raad van toezicht in het voorjaar van 2022. De vergaderingen van de raad van toezicht kennen uiteraard een agenda, maar de meeste gesprekken worden gevoerd naar aanleiding van vragen die gesteld worden over de bestuursverslagen. Zo is naar aanleiding van een bestuursverslag vrij uitgebreid gesproken over de centrale kas. De raad van toezicht krijgt financiële informatie, zoals de voortgang op de begroting, jaarverslagen, vorderingen op retributies, etc. Officiële documenten, zoals jaarrekeningen en jaarverslagen worden schriftelijk verstrekt, maar de overige informatie wordt ook wel mondeling verstrekt. Dit gebeurt dan naar aanleiding van vragen die gesteld worden, maar ook wel op eigen initiatief van het bestuur.

De onderlinge rolverdeling binnen de raad van toezicht moet zich nog wat uitkristalliseren, gelet op het feit dat de raad van toezicht relatief nieuw is. Op het moment dat ondernemersverenigingen of andere deelnemers aan het fonds iets organiseren, is vrijwel altijd een lid van de raad van toezicht aanwezig. Zo is de raad van toezicht in staat om de stemming ten aanzien van het fonds te peilen en om eventuele andere signalen op te vangen De stemming ten aanzien van het fonds is divers. Sommige ondernemersverenigingen en ondernemers vinden de procedures omslachtig. Aan de andere kant realiseert de raad van toezicht zich, dat het fonds professioneler is geworden en dat deze ontwikkeling tevens gepaard gaat met de nodige administratieve organisatie. Bovendien betreft het hier gemeenschapsgeld waarover een adequate verantwoording van belang is, zo geven respondenten aan. Dit wordt echter niet altijd als zodanig herkend door ondernemers zelf, zo wordt in aanvulling hierop aangegeven. De raad van toezicht heeft geen contact met ondernemers die niet participeren, maar aangegeven wordt, dat het bestuur deze contacten wel onderhoudt. Het bestuur vervult hier een wervende rol. Het groeipad is wat in de vertraging gekomen, mede door corona. Tijdens de corona-periode heeft men het intensieve contact met ondernemers wel gemist, zo wordt aangegeven.

Wel wordt geconstateerd dat de verenigingen die eenmaal deelnemer zijn, doorgaans ook deelnemer blijven.

Pagina 42 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Het bestuur komt eens per maand formeel bijeen, maar informeel vaker. Ook hier is de fondsmanager altijd bij aanwezig. Een week voor de vergadering hebben de bestuursleden online de beschikking over alle vergaderstukken. Op de agenda van de bestuursvergaderingen staan diverse onderwerpen. Zo worden de begrotingen en de jaarrekeningen van het fonds geagendeerd, maar komen ook de begrotingen en verantwoordingen van de deelnemende kernen terug op de agenda ter besluitvorming. Daarbij vindt per voorstel en per verantwoording separate besluitvorming plaats. Als illustratie kan het volgende verslag dienen: “In de vorige vergadering werd in de verantwoording 2020 een bedrag van C 2.000 afgewezen, omdat de bestemming was gewijzigd, waarbij achteraf toestemming aan de leden was gevraagd. Het bestuur gaat akkoord dat dit bedrag met dezelfde bestemming opnieuw wordt opgevoerd in de 2021 begroting. De projecten 2021 zijn beter gemotiveerd. De sponsoring van ‘Top en Twel in Beweging’ wordt afgewezen, omdat er geen tegenprestatie voor ondernemers is aangegeven. Voor de jubileumviering wordt C 1.000 betaald vanuit het Ondernemersfonds, terwijl de totale begroting van dat feest C 2.500 is. Bij wijze van uitzondering is het bestuur akkoord met een eenmalige verschuiving van C 500 budget van T&T in Beweging naar het jubileumfeest. Hiervoor is geen goedkeuring van de AVA benodigd.

Daarmee zijn zowel de verantwoording 2020 als de begroting 2021 akkoord” (Verslag bestuursvergadering, 2021). Als voorbeeld van een verantwoording kan het verslag van het UIT Festival SWF dienen. In dit verslag worden de uitgevoerde activiteiten beschreven en wordt tevens een financiële verantwoording opgevoerd. Het verslag voorziet tevens in het nodige bewijsmateriaal, zoals beeldmateriaal van de activiteiten (Vergaderstukken bestuur, 2021). In het bestuur wordt frequent over de financiële stromen en verantwoordingen gesproken. Bij het aantreden van het nieuwe bestuur liep de eindverantwoording voor de subsidieverklaring wat achter op planning en hier heeft het bestuur redelijk veel tijd in gestoken, aldus de respons. Het bestuur heeft deze vertraging ingelopen en in samenwerking met de fondsmanager zelf overzichten opgesteld waaruit per kern de financiële positie kan worden opgemaakt. In het verleden werd uitgekeerd op basis van een ingediende begroting, maar kwam het voor dat de betreffende activiteit geen doorgang kon vinden. Feitelijk was dan onterecht geld verstrekt. Inmiddels is de spelregel op dit punt gewijzigd: bij nieuwe aanvragen wordt eerst bezien of de betreffende kern nog een onterecht overschot heeft. Dat overschot wordt eerst in mindering gebracht op het nieuwe budget, aldus de respons.

Ook aan de hand van de besluitenlijst van het bestuur wordt duidelijk, dat op het financiële vlak procesafspraken worden gemaakt met betrekking tot het toekennen en uitkeren van middelen: Reserveringen worden alleen toegestaan als er in meerdere jaren een bedrag wordt opgebouwd voor een gepland en gebudgetteerd (op basis van offertes) project. Uit het projectplan moet blijken dat dit bedrag redelijkerwijs niet in één keer betaald kan worden uit het jaarbudget. Uitkeringen aan deelnemers vinden in 4 tranches plaats en zijn gebaseerd op de begroting, minus de reserveringen. Gereserveerde bedragen worden pas uitbetaald op het moment van uitvoering (of verantwoording) van het betreffende project. Abri-campagne gemeentebrede projecten in aug-sep 2021 Het fonds zal de wijze van uitkeren niet significant wijzigen gedurende de looptijd van de samenwerkignsovereenkomst met de gemeente - dus vooralsnog geen centrale kas. De begroting van een trekkingsgerechtigde zal niet eerder worden uitgekeerd dan na goedkeuring van de verantwoording van het voorgaande jaar of jaren. Dit wordt niet actief gecommuniceerd, maar is een logisch gevolg van de eisen die aan de verantwoording worden gesteld.

Pagina 43 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Goedgekeurde projecten van een begroting komen voor uitkering in aanmerking, ook als andere projecten op dezelfde begroting niet zijn goedgekeurd.

(Besluitenlijst bestuur, 2021) Als voorbeeld van de besluitvorming met betrekking tot een gemeentebrede aanvraag kan de aanvraag van het boothuis KNRM Hindelopen dienen. “Naam van het project: Boothuis KNRM Hindeloopen Omschrijving: KNRM Hindeloopen is een druk station dat verantwoordelijk is voor een groot gedeelte van het IJsselmeer. Daarom beschikken wij over twee reddingboten. “Alida”, een grote reddingboot van het type “Valentijn”, en “Neeltje Struijs”, een kleinere RIB. Deze RIB is van groot belang voor ons reddingswerk. Omdat hij het hele jaar door aan de elementen wordt blootgesteld, wordt “Neeltje Struijs” door zon en extreme weersomstandigheden aangetast. Om ervoor te zorgen dat zij voor ons behouden blijft is het essentieel dat ze “onderdak” komt. De oplossing is een modern botenhuis. De kosten van een nieuwe RIB zijn namelijk vele malen hoger dan een eenmalige investering. Doel van het project: Het realiseren van een overkapping "boothuis" voor onze RIB "Neeltje Struijs". Is er sprake van sponsoring? zo ja, welke tegenprestatie levert de gesponsorde partij? Ja, sponsoring van KNRM Station Hindeloopen mbt de bouw van een boothuis. Onze tegenprestatie spreekt voor zich:" De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij helpt en redt mensen in nood op het water. Dat doen wij 24/7 en onder alle omstandigheden. En kosteloos.

De KNRM is geen overheidsdienst, maar een zelfstandige organisatie met een eigen financiering, die in stand wordt gehouden door donaties, giften en nalatenschappen". Op welke wijze wordt duidelijk gemaakt dat het project mede mogelijk gemaakt is door het Ondernemersfonds SWF? Via sociale media, Facebook, Twitter, KNRM en KNRM HIndeloopen website. verder via Sponsordagen, Reddingbootdagen, Donateursbord op het nieuw te bouwen boothuis. Wie is de organiserende parij? KNRM Hindeloopen. Werkt u samen met andere partijen? KNRM IJmuiden (Hoofdkantoor). Wat is het te verwachten aantal bezoekers? Wij redden jaarlijks vele mensen en dieren. Op onze sponsordagen, donateursdagen en onze reddingbootdagen hebben wij honderden mensen "te gast". Wat is het beoogd economisch effect? Het grootste deel van de economie van Sud West Fryslan zijn toerisme c.q. watersport gerelateerde bedrijven. En dat zijn nu juist de doelgroepen waar wij veel hulp aan verlenen. De KNRM levert een niet meer weg te denken garantie voor de veiligheid voor de watersport in het algemeen en uw klanten, toeleveranciers en de bevolking in het bijzonder.

Pagina 44 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Welk bedrag wilt u aanvragen? 8000 euro. Hoeveel procent is dit van de totale begroting? 10* Zijn er andere financieringsbronnen? Zo ja, welke? We zijn kortgeleden een crowdfundingactie gestart. Daarnaast hebben we altijd hulp van de KNRM IJmuiden. Opmerkingen: In bijlage treft u onze crowdfunding Flyer. Ondertekening: Ik verklaar dat ik gemachtigd ben om deze aanvraag namens de organiserende partij te doen” (Ingediende aanvraag, 2021).

Aangezien het hier een gemeenbreed project betreft, wordt deze aanvraag in eerste instantie behandeld door de commissie Gemeentebreed: “Aanvraag KNRM: bijdrage van C 8.000 voor nieuw boothuis Anton vertelt dat hij en Robert aanvankelijk wat twijfels hadden of dit initiatief voldoende gemeentebreed was. Na een gesprekje met de organisatie, is besloten om die beoordeling aan de commissie te laten. De commissie heeft die twijfels niet. Boten die via de havens aan het IJsselmeer binnenkomen gaan ook door naar de binnenwateren en andersom. Gezien het belang van watersport voor de gemeente is de KNRM zeker van waarde voor het ondernemersklimaat in de gehele gemeente. Magda benadrukt dat de KNRM geen cent van de overheid krijgt en geheel door vrijwilligers wordt gerund. Tegelijkertijd is de KNRM een zeer gedegen, professionele organisatie. De commissie is unaniem van mening dat een goed boothuis voor de boten van de KNRM zal bijdragen aan een professionele indruk naar de watersporters. Samenvattend, de commissie is zeer positief over deze aanvraag en vindt een bijdrage van 10* van de kosten zelfs aan de bescheiden kant. Albert stelt voor om C 2.000 extra ter beschikking te stellen ter ondersteuning van de crowdfunding actie. Magda ondersteunt dit voorstel van harte. Jan is wat terughoudender, maar gaat wel akkoord.

Als voorwaarde stelt de commissie vermelding van de bijdrage van het fonds op of bij het boothuis. Daarnaast moet er een mogelijkheid zijn voor lokale ondernemers om offerte uit te brengen voor de bouw van het boothuis. De commissie adviseert het bestuur om C 10.000,00 ter beschikking te stellen aan de KNRM” (Vergaderstukken bestuur, 2021).

Pagina 45 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Sommige deelnemende kernen dienen een relatief groot aantal projecten in. Deze worden dan voorzien van een advies van de fondsmanager:

Projecten

Opmerkingen

2021-01 bijdrage kunstweekend makkum ; e 2021-02 Restauratie Z bouw sloep e 2021-03 bijdrage koningsfeesten e 2021-04 steunpunt VVV en Waterland van e 2021-05 Bevaarbaar houden van binnenw; e 2021-06 Toeristische magazine Ying Medi ae 2021-07 Bloembakken t.b.v. centrum Makl e 2021-08 Aantrekkelijkheid van Makkum ver e 2021-09 Landschap evenement een nieuw e

1.500,00 1.550,00 4.250,00 5.000,00 3.000,00 250,00

Project uit 2020? Magazine ZW-Frl? begrijp het project niet

vermelding fonds summier geen tegenprestatie voor ondernemers,

2021-10 bewegingsprogramma basisschc e

1.000,00

Voorwaarden

Formulier

CL

O

o o o o o o o o o o o o o

o o o o o o o o o o o o o

project is niet doorgegaan

geen vermelding fonds geen tegenprestatie voor ondernemers,

2021-11 bijdrage opendag 65jr jubileum 2021-12 bijdrage sinterklaas intocht 2021-13 bijdrage sint wille dei 2021-14 Bloembakken Industrieterrein

e e e e

1.500,00 750,00 500,00 5.000,00

geen vermelding fonds

2021-15 Nieuwe website VvB

e

2.500,00

site

2021-16 Nieuwjaarspresentje alle onderne e 2021-17 Parkmanager e 2021-18 Schoonmaken bebording e 2021-19 Verlichting schepen e 2021-20 financiele administratie OF e 2021-21 Aansluitkosten LED promotie sch e

3.000,00 13.266,00 1.000,00 1.500,00 250,00 1.000,00

Offerte gevraagd | ?? Is een site voor de vvb,, geen algemene

voor ALLE ondernemers? Project is uitgevoerd voor de ALV Is dit een reservering?

OVM noemt ander bedrag

O o o

“VVb heeft digitaal vergaderd met vrij minimale deelname (totaal 11 pers.). Verantwoording 2020: er is een lijstje geleverd met projecten die kennelijk door zijn gegaan. Geen verslagen en geen foto's. De budgetten en transporten op de verantwoording kloppen niet met de in 2020 ingeleverde begroting! Veel projecten zijn niet doorgegaan (totaal voor C 17.750). Ik begrijp dat hier nieuwe projecten voor zijn opgevoerd op de begroting 2021. VVB heeft een groot bedrag gereserveerd (C 32.454), opgebouwd uit: glasvezel: 22.000 LED displays: 5454 Open dag: 5000 De LED displays zijn uitgevoerd in 2021 en moeten dus uit de reservering worden gehaald, volgens mij. Ik heb Cees Jaspers gevraagd hoe dit zit. Ik heb de VVB gevraagd om verslagen en foto's van projecten die zijn uitgevoerd. Ik heb ook opheldering gevraagd over de genoemde bedragen. Ik heb nog niet gereageerd op de ingediende projecten. Hoe het ook zij, de VVB heeft in het verleden meer uitgekeerd gekregen dan de huidige begroting. We betalen dus niets uit, ook niet na goedkeuring van de begroting. En dan resteert er nog steeds bijna C 10.000 aan uitgekeerde reserveringen” (Vergaderstukken bestuur, 2021). Daarnaast wordt in het bestuur over specifieke zaken gesproken, zoals gemeentebrede projecten, informatieavonden, de campagne op de reclameborden, etc. Communicatie kan als belangrijk agendapunt worden aangemerkt.

Bij dit onderdeel wordt besproken hoe nog meer

Pagina 46 van 105

o o o

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

bekendheid kan worden gegeven aan het fonds. Men formuleert in dit verband als strategie, dat de deelnemende kernen eveneens kunnen communiceren over de bijdragen vanuit het fonds en dit wordt als extra voorwaarde voor toekenning aangemerkt. Men probeert tevens actief het aantal deelnemende kernen te verhogen. De strategie daarbij is, dat in kernen waar minder dan 30% compensatie wordt aangevraagd, collectieve informatieavonden worden georganiseerd. Kernen waarvan bekend is dat de weerstand tegen het fonds groot is, zullen worden uitgenodigd voor individueel contact. Als voorbeeld op het gebied van communicatie kunnen de volgende concept mails dienen: “Geacht bestuur, Zoals u misschien weet is er in de gemeente Súdwest-Fryslân een Ondernemersfonds actief. Dit fonds betaalt mee aan activiteiten en projecten die het ondernemersklimaat stimuleren. Op dit moment doet uw dorp niet mee aan het fonds. Daardoor komen activiteiten in uw dorp niet in aanmerking voor een bijdrage uit het fonds. Wij willen u graag laten weten wat het fonds voor uw dorp kan betekenen en u informeren over de procedure om aan het fonds mee te doen als u dat zou willen. Daarom nodigen wij u graag uit voor een informatiebijeenkomst op DAG DATUM vanaf 17.30 uur. Wij zullen het fonds dan nader aan u voorstellen. Vanaf half zeven staat er een buffet voor u klaar.

Daarna is er volop gelegenheid om vragen te stellen en na te praten. U kunt zich voor deze bijeenkomst aanmelden via deze LINK of telefonisch aan onze fondsmanager Anton van Dijk: 06 20 65 45 77 Om te bepalen of deze bijeenkomst voor uw bestuur interessant is om bij te wonen, leest u hieronder meer informatie specifiek over uw dorp. Ik hoop u op DATUM te mogen begroeten. Met vriendelijke groet, Robert van de Leur voorzitter Ondernemersfonds Súdwest-Fryslân

Nadere informatie KERN Het geld voor het fonds komt uit een gemeentelijke subsidie. De hoogte van die subsidie wordt bepaald door een opslag op de onroerendezaakbelasting (OZB) voor alle niet-woningen. Bij deelname aan het fonds is de opslag die in een kern wordt betaald beschikbaar voor die kern. Omdat KERN niet aan het fonds meedoet, kunnen ondernemers de betaalde opslag op de OZB gecompenseerd krijgen via het fonds. Wij zien echter dat lang niet alle ondernemers van deze mogelijkheid gebruik maken. In KERN is vorig jaar XX% van de betaalde opslag uiteindelijk gecompenseerd. Het is dus goed mogelijk dat een meerderheid van de ondernemers in uw dorp bereid is om aan het fonds deel te nemen en het zogenaamde trekkingsrecht over te dragen aan uw vereniging. In dat geval komt er voor KERN jaarlijks ongeveer C XXX ter beschikking (het bedrag kan van jaar tot jaar verschillen). Uw leden beslissen dan over de bestemming daarvan” (Vergaderstukken bestuur, 2021).

Pagina 47 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Desgevraagd wordt aangegeven dat het fonds zich inspant om de restgelden goed te besteden. Dit heeft geleid tot een toenemend aantal deelnemers aan het fonds. Hoewel sommigen zich op het standpunt stellen, dat restgelden zowel niet bestede budgetten van participanten als niet opgevraagde retributies kunnen betreffen, is de meerderheid van mening dat restgelden enkel de niet opgevraagde retributie betreft. De spelregel waarbij restgelden binnen een jaar alsnog kunnen worden ingezet door ondernemers die toch besluiten te participeren, lijkt goed te werken. De instelling van gemeentebrede projecten lijkt vervolgens een goede oplossing om de resterende restgelden te besteden, zo wordt aangegeven. Overigens kunnen participerende ondernemersverenigingen tevens gelden reserveren. Mocht een ingediend project te omvangrijk zijn voor het budget dat is toegekend, dan kan dit budget gereserveerd worden en doorgeschoven worden naar een volgend jaar, opdat in dat jaar het budget toereikend is voor zo’n project. In aanvulling hierop wordt gesteld, dat budgetten van ondernemersverenigingen die wel participeren, maar onbesteed blijven, een jaar kunnen blijven staan. Agrarische ondernemingen mogen altijd compensatie aanvragen, ook al participeert hun kern in het ondernemersfonds.

Aan de hand van de verslagen van de bestuursvergaderingen wordt duidelijk, dat de bestuursleden frequent direct contact hebben met verenigingen en belanghebbenden. Zo worden afwijzingen op begrotingen mondeling toegelicht. De actiepuntenlijst, die naar aanleiding van iedere bestuursvergadering wordt bijgewerkt, geeft een beeld van de reguliere activiteiten van het bestuur: Voorbereidingen Seminar treffen + locatie zoeken uitgebreid communicatieplan

Werving vice Voorzitter Verschillen tussen aangeleverde bestanden bekijken

jaarplanning detail Versturen e-mail niet deelnemers contact Centercom abri-campagne Budget gemeentebrede projecten vaststellen Nadenken over geschikte spreker voor seminar Werving nieuwe deelnemers in communicatieplan Ontwikkelen borden/posters/spandoeken tbv evenementen deelnemers Uitnodigen niet-deelnemers < 30% compensatie Voorstel info-avond niet-deelnemers in november ('met eten') Concept Alg. Nieuwsbrief Uitnodigen informatie-avond nieuwe bestuursleden Interne jaarplanning, incl. communicatie

(Actiepuntenlijst bestuur, 2021)

Pagina 48 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

De dagelijkse werkzaamheden worden uitgevoerd door een fondsmanager. De huidige fondsmanager is vanaf 1 januari 2021 formeel in functie en fungeert als de ‘handen en voeten’ van het bestuur. Dagelijks gebeurt er veel, aldus de respons. Zo worden begrotingen voor activiteiten door de kernen ingezonden, die op de voorwaarden beoordeeld moeten worden, maar komen ook wekelijks verantwoordingen binnen die getoetst moeten worden. De fondsmanager toetst begrotingen en verantwoordingen in eerste aanleg en legt vervolgens een en ander ter besluitvorming voor aan het bestuur. Het toetsen kan soms vrij arbeidsintensief zijn. Zo wordt bezien in hoeverre verantwoordingen vergezeld gaan van daadwerkelijk bewijsmateriaal en in hoeverre de uiteindelijke uitgaven aansluiten op de oorspronkelijke begroting. Daarnaast wordt de besluitvorming binnen de kern zelf getoetst: om begrotingen in te dienen is immers een meerderheid vereist en dit wordt getoetst aan de hand van presentielijsten en notulen. De criteria waaraan een begroting voor een activiteit moet voldoen, staan op de site van het ondernemersfonds als volgt omschreven: ^ ^ ^ ^ ^ ^

^

“Gelden uit de budgetten kunnen niet worden bestemd voor meerjarige projecten. Het project moet een collectief doel dienen in het betreffende gebied. Het project moet gericht zijn op het versterken van de economische vitaliteit van het gebied en/of de verbindingen in het gebied. Leden moeten vooraf toestemming geven voor het project. Het mag dus nog niet zijn uitgevoerd. Het project mag geen politiek en/of godsdienstig karakter hebben. Het project mag geen individuele sponsoring of donatie zijn. Een tegenprestatie ten behoeve van ondernemers is vereist. (Tegenprestatie: iets wat je doet voor een ander in ruil voor iets wat hij of zij voor jou heeft gedaan) De bijdrage van het fonds moet naar het oordeel van het fondsbestuur op een gepaste wijze worden gecommuniceerd” (Site ondernemersfonds, 8 november 2021).

De voorwaarden die gesteld worden aan het toekennen van budget zijn in de praktijk redelijk goed hanteerbaar, aldus de respons. Wel kunnen sommige voorwaarden in de praktijk tot discussies leiden in het bestuur. Zo is het de bedoeling dat activiteiten ten goede moeten komen aan het totale collectief en niet alleen aan de eigen leden van bijvoorbeeld een ondernemersvereniging. Deze voorwaarde kan per kern verschillend uitpakken. Een activiteit van bijvoorbeeld een voetbalvereniging in Sneek heeft namelijk een andere impact op het collectief dan een activiteit van een voetbalvereniging in een kleine kern. In dat laatste geval kan zo’n vereniging namelijk een zeer prominente sociale rol vervullen binnen de gemeenschap van zo’n kern. In beginsel is het sponsoren van individuele verenigingen niet toegestaan, tenzij zo’n vereniging een tegenprestatie levert die ten goede komt aan het collectief. Wel beschouwd is de voorwaarde dat activiteiten ten goede moeten komen aan het collectief belang uiteindelijk het doorslaggevende criterium. Daarnaast is goedkeuring vooraf nodig van de meerderheid van de leden binnen een kern. Een project mag in beginsel niet langer lopen dan één jaar, mede met het oog op de expiratie datum van het ondernemersfonds. Het raadsbesluit tot continuering betreft immers de periode 2019 tot en met 2023.

Tevens is het niet de bedoeling dat activiteiten een religieus karakter hebben. Ook mogen de activiteiten niet interveniëren met gemeentelijke taken. Op dat laatste punt kan discussie ontstaan, aangezien de gemeente per definitie ook collectieve belangen vertegenwoordigd. Te denken is dan aan het uitzetten van bloembakken in de openbare ruimte. Deze activiteit wordt vaak door ondernemers uitgevoerd en wordt gefinancierd vanuit het ondernemersfonds. Betoogd kan

Pagina 49 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

evenwel worden, dat deze activiteit door de gemeente zelf ter hand genomen kan worden in het kader van het beheer van de openbare ruimte. In de praktijk levert deze laatste voorwaarde niet veel discussie op. In een enkel geval is twijfel op dit punt gerezen: het betrof een initiatief om een aantal garages op te knappen, terwijl later bleek dat deze garages vermoedelijk in eigendom van de gemeente waren. Geconstateerd kan worden, dat deze laatste voorwaarde niet staat vermeld op de site van het ondernemersfonds. Deze voorwaarde wordt wel expliciet in de samenwerkingsovereenkomst opgevoerd (artikel 5.3, Samenwerkingsovereenkomst). Desondanks wordt gesteld, dat de voorwaarden in de praktijk goed hanteerbaar zijn. Suggesties om voorwaarden te wijzigen, zijn vooralsnog niet gedaan. Als het fonds bijvoorbeeld de voorwaarde van collectief belang zou laten varen, zou het fonds bijzonder snel opraken, zo wordt aangegeven. Wel wordt aangegeven dat het toetsingsproces redelijk omslachtig is. Als bijvoorbeeld een project vervangen wordt door een ander project, zal opnieuw vooraf toestemming aan alle leden gevraagd moeten worden. Dit is in de praktijk waar sommige verenigingen slechts één keer per jaar bijeenkomen, soms lastig te realiseren. Wellicht zou een mededeling van het verenigingsbestuur kunnen volstaan in dit verband, zo geven respondenten aan.

Ook andere fondsen zijn wat soepeler in dit opzicht, aldus de respons. In reactie hierop wordt gesteld, dat het bestuur van het fonds deze mening niet deelt, omdat in zo’n geval het verenigingsbestuur beslist over het fondsgeld en er dus geen sprake meer is van democratische besluitvorming (Reactie respondenten, 11 februari 2022). Het fonds zet in op voorlichting vooraf om kernen bij het begin van het proces al duidelijk te maken wat de voorwaarden zijn en hoe men daar het best aan kan voldoen. Hiertoe reist men af naar de kernen. In sommige gevallen komt het voor dat een begroting niet wordt goedgekeurd en ook dan bezoekt men de kern om uit te leggen hoe het voorstel aangepast kan worden opdat aan de voorwaarden wordt voldaan. Herstelacties achteraf komen gemiddeld vijf keer per jaar voor. Begin 2021 heeft het fonds voorlichtingssessies georganiseerd waarbij het nieuwe formulier en de procedure is toegelicht. Begin 2022 staan workshops gepland die ook voor niet deelnemende kernen verzorgd worden.

Pagina 50 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

5.3 De exploitatie van het fonds De kosten van de stichting zelf kunnen als volgt worden weergegeven:

6 Kantoorkosten Kosten automatisering

630

612

2019 Ē

2016

39.000 4.955 4.000

24.000 12.780 10.000 5.000 1.274

7 Algemene kosten Managementvergoeding Accountantskosten Perceptiekosten gemeente Onderzoekskosten bureau Blaauwberg Lasten RvT en bestuur Kilometervergoed ing Lasten t.b.v. kernen Notariskosten Abonnementen en contributies Overige algemene kosten

-

520 696 977 1.372 500 896

-

-

52.916

53.054

2019

2018

f.

e

250.432 69.132 4.626 60.965 186.610 11.195 27 870 3.250

405.580 73.107 49.982 56.830

614.080

641.402

(Jaarrekening stichting, 2019) Aan de passivakant worden onder meer de volgende posten opgevoerd:

5 Overige schulden en overlopende passiva Schuld kernen met retributie Schuld kernen met retributie agro Schuld kernen zonder besluit Saldo Ondememersfonds Saldo Gemeentebreed Schuld accountantskosten Nog te betalen kosten en retributie 2016 Nog te betalen managementvergoeding

-

10.915 42.988 2.000

(Jaarrekening stichting, 2019) Hieruit valt op te maken, dat een aantal kernen nog een vordering heeft openstaan op het fonds.

Pagina 51 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Als nu de periode 2016 tot en met 2020 wordt bezien, ontstaat aan de hand van de jaarrekeningen het volgende beeld: 2016

2017

2018

2019

2020

44.161

45.003

46.203

55.633

50.165

Baten stichting Lasten stichting 56.956

44.670

53.666

53.546

22.291

Financiële baten en lasten Saldo

-150 -12.945

198

243

234

153

-12.945

135 -12.811

7.706 -20.516

1.853 -18.663

27.721

Eigen vermogen ultimo

9.058 Vorderingen (o.m. op gemeente) Liquide middelen

66.095 327.711

Overige schulden

406.751

707.508

Schuld kernen met retributie Schuld kernen met retributie agro Schuld kernen zonder besluit Nog te betalen kosten en retributie 2016 Overige schulden, zoals accountantskn. Saldo ondernemersfonds

213.366

405.482

138.857 555.840

46.481 648.036

63.983 591.073

76.085 506.680

641.402

614.080

573.707

405.580

250.432 75.643

99.612 45.073

73.107

69.132

87.443

49.988

4.626

2.612

42.988

27.870

12.915

14.445

56.830

60.965 186.610

34.541 14.429 132.383

1.500

162.968

4.905

Saldo gemeentebreed

Pagina 52 van 105

11.812 187.948 208.249

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Specificatie passiva, overige schulden 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal overige schulden 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 2016

2017

2018

2019

2020

Te zien is, dat de schulden van het fonds richting de kernen in de eerste jaren oploopt en vervolgens weer terugloopt. Het nadeel van de jaarrekeningen van de stichting is, dat deze geen beeld geven van de ontvangen subsidie van de gemeente en de vertrekkingen door het fonds aan de kernen. De exploitatie die wordt weergegeven in de jaarrekeningen betreft namelijk enkel de stichting zelf. In reactie hierop wordt gesteld dat deze informatie per kern

Pagina 53 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

wel weer terugkomt in de accountantsverklaring over de subsidieverordening en in totaal in de jaarlijkse rapportage aan de gemeente (Reactie respondenten, 11 februari 2022). Voor wat betreft de voeding van het fonds is, zoals gesteld, de vorm van een subsidie gekozen die wordt gevoed door een opslag op de OZB. De verordening waarin het tarief voor de OZB 2019 wordt vastgesteld, wordt aangenomen door de raad op 13 december 2018, maar hierin wordt geen melding gemaakt van een opslag ten behoeve van het ondernemersfonds. “In deze verordening waren de tarieven zoals eerder opgemerkt namelijk op ^ gesteld, omdat de herwaardering niet op tijd afgerond was. De tarieven zijn verlaagd in de eerste wijziging op de verordening OZB 2019 d.d. 24-01-19. Hier is wel melding gedaan van de opslag” (Reactie respondenten, 14 februari 2022). In de OZB verordening waarin het OZB tarief voor 2020 gaat het raadsbesluit expliciet in op de opslag voor het ondernemersfonds: “Aan de hand van de WOZ-waarde en de bovengenoemde verdeling van de opbrengst zijn de tarieven OZB 2020 berekend. Daarbij zijn bij de tarieven voor de niet-woningen de percentages voor het ondernemersfonds (0,033% voor de eigenaren en 0,027% voor gebruikers) opgeteld.

Dit resulteert in de volgende OZB-tarieven: Eigenaren woningen 0,1349% van de WOZ-waarde (in 2019: 0,1406%) Eigenaren niet-woningen 0,3025% van de WOZ-waarde (in 2019: 0,310^) Gebruikers niet-woningen 0,2426% van de WOZ-waarde (in 2019: 0,2487%)” (Raadsvoorstel, 19 december 2019). In de OZB verordening waarin het OZB tarief voor 2021 wordt vastgesteld, gaat het raadsbesluit eveneens expliciet in op de opslag ten behoeve van het ondernemersfonds: “Aan de hand van de WOZ-waarde en de bovengenoemde verdeling van de opbrengst zijn de tarieven OZB 2021 berekend. Daarbij zijn bij de tarieven voor de niet-woningen de percentages voor het ondernemersfonds (0,033% voor de eigenaren en 0,027% voor gebruikers) opgeteld. Dit resulteert in de volgende OZB-tarieven: Eigenaren woningen 0,129^ van de WOZ-waarde (in 2020: 0,1339%) Eigenaren niet-woningen 0,3134% van de WOZ-waarde (in 2020: 0,3025%) Gebruikers niet-woningen 0,2513% van de WOZ-waarde (in 2020: 0,2426%)” (Raadsvoorstel, 17 december 2020).

Pagina 54 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

De administratie van het fonds is als volgt opgebouwd. Eerst wordt bezien hoeveel de betreffende kern aan budget krijgt toegewezen op basis van de OZB opslag. Vervolgens wordt dit budget opgesplitst in een gedeelte agrarisch en een gedeelte niet agrarisch. Op het gedeelte niet agrarisch worden de toegekende bedragen voor deelnemende kernen in mindering gebracht (in het voorbeeld Allingawier en Bolsward): Kern

Abbega Agrarisch LTO Allingawier Arum Blauwhuis Boazum Bolsward

Eind OZB totaal

Eind OZB agrarisch

Eind OZB zonder agrarisch

april 2019

Verschil met vorig jaar

4.226,73

3.687,03

539,70

484,50

55,20

1.926,03 9.174,33 4.258,23 3.559,77 98.623,77

1.262,70 4.066,92 866,97 2.237,58 2.044,23

663,33 5.107,41 3.391,26 1.322,19 96.579,54

692,88 4.973,58 3.410,73 1.525,11 91.996,11

-29,55 133,83 -19,47 -202,92 4.583,43

Naar Deelnemer

663,33

96.579,54

Na toekenning wordt 6% in mindering gebracht en het restant wordt vervolgens in vier tranches uitbetaald:

Fondsgeld %

696 696 69á 69á 69á 69á 69á

fondsgeld

Rest OF

Uitbetaald 1e tranche 2020

Uitbetaald 2e tranche 2020

Uitbetaald 3e tranche 2020

Berekende nog te betalen 2020 incl 4e tranche

39,80

623,53

270,17

236,40

135,08

-18,12

5.794,77

90.784,77

34.602,10

30.276,84

17.301,05

8.604,78

Vervolgens wordt de compensatie verrekend. Bij niet deelnemende kernen kunnen alle ondernemers aanspraak maken op compensatie. Bij deelnemende kernen kunnen de agrarische bedrijven aanspraak maken op compensatie. De aangevraagde compensatie wordt in mindering gebracht op de betreffende categorie (niet agrarisch/agrarisch). Zo kent Abbega een OZB toeslag niet agrarisch van C 539,70. Er wordt C 322,41 compensatie aangevraagd, zodat een bruto restgeld niet agrarisch resteert van C 217,29. Hier wordt vervolgens 6% in mindering

Pagina 55 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

gebracht, zodat C 204,25 restgeld niet agrarisch resteert. Dit restgeld mag de kern besteden, mocht zij binnen een jaar besluiten alsnog te participeren. Het huishoudelijk reglement merkt in dit verband op in artikel 15.1: “Ondernemers in de kernen die daartoe bij democratische meerderheid besluiten zullen 100% Compensatie ontvangen, zonder inhouding van kosten”. Deze passage betreft in dit voorbeeld de C 322,41 aangevraagde compensatie. Hier wordt inderdaad geen 6% op in mindering gebracht. Desgevraagd wordt hier de volgende toelichting op gegeven: “In 15.1 staat dat we geen kosten inhouden als mensen compensatie vragen. Maar op de compensatie die niet wordt opgevraagd (het restgeld), houden we wel 6% in; dit staat in het reglement onder 15.4.2” (schriftelijke reactie, november 2021).

Comp

eventuele overlopende verschillen

comp gecorrigeerd

Bruto restgeld NietAgro (WZ-AK)

Pct Comp

percentage

-/­ percentage

Restgeld NietAgro3112-2020

322,41

322,41

217,29

61/

13,04

204,25

2.117,82 1.190,04

2.117,82 1.190,04

0,00 2.989,59 2.201,22 1.322,19

35/ 35/ 11/

6/ 6/ 6/ 6/ 6/ 6/ 6/

0,00 179,38 132,07 79,33

0,00 2.810,21 2.069,15 1.242,86

Deze systematiek wordt ook toegepast op agrarische bedrijven:

Agro comp

Agro verschil

eventuele overlopende verschillen

agro comp gecorrigeerd

2.675,31

2.675,31

675,45 1.665,57 682,08 1.618,86 1.503,99

675,45 1.665,57 682,08 1.618,86 1.503,99

Pagina 56 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Bruto restgeld AGRO (V-AY)

Pct Comp

%

Fonds

Agro rest

1.011,72

739á

69á

60,70

951,02

587,25 2.401,35 184,89 618,72 540,24

539á 419á 799á 729á 749á

69á 69á 69á 69á 69á

35,24 144,08 11,09 37,12 32,41

552,01 2.257,27 173,80 581,60 507,83

Agro rest deelnemer 31-12-2020

951,02 552,01 2.257,27 173,80 581,60 507,83

In totaal komt eind 2020 er dan als volgt uit te zien: Eind OZB totaal

1.041.982

Eind OZB agrarisch Eind OZB zonder agrarisch april 2019 Verschil met vorig jaar Naar Deelnemers Controle: agrarisch en niet agrarisch OZB Fondsgeld % fondsgeld Naar deelnemer netto Controle Fonds plus naar deelnemer

200.224 841.758 786.683 55.076 715.449 1.041.982 42.926 672.523 715.449

Uitbetaald 1e tranche 2020 Uitbetaald 2e tranche 2020 Uitbetaald 3e tranche 2020 Berekende nog te betalen 2020 incl 4e tranche teveel/te weinig betaald 2020, verrekenen in 2021 Nog te betalen 2020 incl 4e tranche 31-12-2020 Tr 1-3 2020 uitbetaald in 2021 Nog te betalen 31-12-2021

215.988 174.960 99.977 181.599 181.599 44.345 44.345

Budget niet deelnemers: 841.758 minus 715.449 Comp niet deelnemers

126.309 43.058

eventuele overlopende verschillen comp gecorrigeerd Bruto restgeld Niet-Agro (W-Z-AK) Controle: OZB budget minus deelnemersbudget minus fonds minus compensatie: restgeld niet deelnemers Pct Comp percentage -/- percentage Restgeld Niet-Agro 31-12-2020

Pagina 57 van 105

Agro rest niet deelnemer 31-12-2020

0

43.058 83.251 83.251

4.995 78.256

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Van de C 1.041.982 wordt C 841.758 ingebracht door niet agrarische ondernemers. Hiervan wordt C 715.449 gereserveerd voor deelnemende kernen, niet agrarisch. C 42.926 hiervan wordt aangehouden voor fondsgeld. De niet agrarische bedrijven vragen C 43.058 aa n compensatie aan. Uiteindelijk blijft dan C 83.251 aan restgeld staan voor niet agrarische ondernemers: dit betreft niet opgevraagde compensatie van niet deelnemende kernen. De bovenstaande overzichten laten zien, dat restgelden de niet opgevraagde compensatie van niet deelnemers beslaan. Op dit restgeld wordt uiteindelijk C 4.995 in mindering gebracht, zodat C 78.256 aan restgeld netto overblijft voor de niet agrarische sector. De berekening voor de agrarische sector kan als volgt worden weergegeven: OZB agro

200.224

Agro comp Agro verschil eventuele overlopende verschillen agro comp gecorrigeerd

128.051

Bruto restgeld AGRO (V-AY) Controle: OZB minus compensatie Pct Comp 9á Fonds Agro rest Agro rest deelnemer 31-12-2020 Agro rest niet deelnemer 31-12-2020

72.173 72.173

128.051

4.330 67.843 34.757 33.086

De totale OZB opslag voor agro bedraagt C 200.224. Hiervan wordt C 128.051 aan compensatie opgevraagd, zodat C 72.173 aan bruto restgeld resteert. Hierop wordt 6% in mindering gebracht. Het restant valt uit te splitsen in restgelden voor deelnemende kernen (C 43.757) en restgelden voor niet deelnemende kernen (C 33.086). Vanaf 2018 kan het volgende overzicht worden gegenereerd:

OZB opslag Niet agrarisch Budget deelnemers bruto Instandhoudi ngskosten Budget deelnemers netto Budget niet deelnemers Opgevraagde compensatie ND Bruto restgeld Instandhoudi ngskosten Netto restgeld niet deelnemers Agrarisch

2018

2019

2020

1.012.187 809.237 499.008

1.005.606 803.799 529.579

1.041.982 841.758 715.449

39.169 459.838

41.036 488.544

42.926 672.523

310.229 85.771

274.220 79.184

126.309 43.058

224.458 5.410 219.047

195.035 3.953 191.082

83.251 4.995 78.256

202.950

201.807

200.224

Pagina 58 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Opgevraagde compensatie Bruto restgeld Instandhoudi ngskosten Netto restgeld deelnemers Netto restgeld niet deelnemers Netto restgeld agrar. Totaal

125.177

1 29.710

128.051

77.773 4.666

72.097 4.326 34.581

72.173 4.330 34.757

33.190

33.086

73.107

67.771

67.843

Totaal restgeld Naar gemeentebreed

292.154 103.775

258.853 95.116

146.099

Nu betreffen de bovenstaande overzichten de budgettering en niet zozeer de daadwerkelijke toekenning van gelden. Dit levert in de praktijk enkele complicaties op. Zo komt het voor, dat begrotingen van activiteiten goedgekeurd worden en dat voorschotten worden uitbetaald. Als dan een activiteit geen doorgang kan vinden, is feitelijk onterecht uitbetaald. Het behoeft geen betoog, dat de coronacrisis dit fenomeen in de hand heeft gewerkt. Het fonds noteert dan het niet verantwoorde geld en dit wordt doorgeschoven naar een volgende begroting. Bij goedkeuring van zo’n volgende begroting wordt dan eerst dit niet verantwoorde geld in mindering gebracht. Daarnaast compliceert de factor tijd. Zo mag niet besteed budget in enig jaar meegenomen worden naar het volgend jaar. In sommige situaties (niet opgevraagde compensatie voor agrarische bedrijven in deelnemende kernen) is de totale verlooptermijn zelfs drie jaar: “Niet opgevraagde compensatie van enig jaar, komt in het daarop volgende jaar beschikbaar en moet dan binnen twee jaar worden besteed”, zodat het totale verloop drie jaar betreft (hoewel de spenderingstermijn twee jaar is). Een langere verlooptermijn is daarnaast mogelijk indien projecten door corona worden uitgesteld, zo geven respondenten aan in hun reactie.

Ook de administratieve splitsing tussen agrarische en niet agrarische bedrijven maken, hoe inhoudelijk logisch ook, de financiële administratie redelijk complex. Het betalingsritme voor een bepaald jaar vindt plaats in vier tranches. De vierde tranche vindt plaats in het volgend jaar. Zo staat ultimo 2020 een bedrag open van C 181.598,77 als vierde tranche 2020, deelnemende kernen, niet agrarisch. In 2020 wordt 2019 nog niet geheel afgewikkeld. Van de te betalen vierde tranche 2019, ad. C 56.118,75, wordt in 2020 C 46.832,78 in 2020 uitbetaald, zodat nog een restant te betalen vierde tranche 2019 overblijft van C 9.285,97. Daarnaast staat ultimo 2020 nog een vordering van C 2.936,13 open op enkele kernen. Het restgeld 2020 niet agro bedraagt ultimo 2020 C 78.256,33, voor agro bedraagt dit in totaal C 67.842,50. Het restgeld 2019 niet agro, niet deelnemers, bedraagt ultimo 2020 C 61.926,10, voor agro, niet deelnemers, bedraagt dit C 33.189,83. Het restgeld 2019 deelnemers agro bedraagt ultimo 2020 C 19.597.97. Tot slot staat ultimo 2020 nog een bedrag aan restgeld uit 2016-2017 open van C 23.178,09.

Pagina 59 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

Dit levert dan de volgende schuldpositie op:

Nog te betalen 2020 4e tranche Nog te betalen 2019 4e tranche Nog te verrekenen vanuit 2019 Comp niet deelnemende kernen 2020 Comp agrarisch deelnemende kernen 2020 Comp agrarisch niet deelnemende kernen 2020 Comp agrarisch deelnemende kernen 2019 Nog te betalen restgeld 2019 niet deelnemer Nog te betalen restgeld 2019 niet deelnemer agro Rest gemeentebreed 2018 Nog te betalen restgeld 2016-2017 Beginstand gemeentebreed 01-01-2020 uitgaven 2020 gemeentebreed

AI BN L AU BG BH CA BV BU CS DE

huidig bestand 181.598,77 9.285,97 -2.936,13 78.256,33 34.756,73 33.085,77 19.597,97 33.189,83 61.926,10 -421,72 23.178,09 186.610,14 -96.234,01 561.893,83

5.4 De informatievoorziening richting de gemeente 21 maart 2018 wordt de eerste rapportage aangeboden aan het college. Het betreft hier een rapportage over het jaar 2017. In de rapportage wordt gesteld, dat kernen met retributie C 63.000 aan retributie hebben aangevraagd (Rapportage 2017, p. 1). Later in de rapportage wordt gesteld, dat aan niet deelnemende kernen C 86.000 aan retributie is uitbetaald (Rapportage 2017, p. 2). Gesteld wordt verder in de rapportage, dat het fondsbestuur verwacht dat er in 2018 wederom een stijgende lijn zal zijn in bestedingen uit het ondernemersfonds. Ui de cijfers en uit de ingediende begrotingen van de deelnemende kernen blijkt, hoe goed de fondsmiddelen in de deelnemende kernen ingezet worden, zo vervolgt de rapportage. 21 juni 2019 wordt de rapportage 2018 aangeboden aan het college. Deze rapportage presenteert de meest relevante financiële data. Daarnaast doet deze rapportage verslag van onder meer de activiteiten van de adviesraad. Zo stelt deze adviesraad een nieuwe definitie van het begrip ondernemer voor, om mogelijke ongelijkheid weg te nemen tussen ondernemers die via een ondernemersvereniging stemrecht hebben en ondernemers in kernen zonder ondernemersvereniging die niet altijd stemrecht hebben.

Tevens maakt de rapportage melding van de omslag van de raad van advies naar een raad van toezicht en van het feit dat het bestuur van de stichting op 19 november 2018 haar taken heeft neergelegd en per 3 december 2018 is opgevolgd door een interim-bestuur. Tevens wordt in deze rapportage gewezen op de opdracht van de raad om een oplossing te vinden voor de ophoping van gelden. Dit heeft geresulteerd in een eenmalige mogelijkheid voor kernen die nog niet meedoen om de niet opgevraagde compensatie over de jaren 2016 en 2017 als budget te kunnen besteden. De kernen hebben 2 maanden de tijd gekregen (tot 1 juni 2019) om een democratisch besluit hierover te nemen. Daarnaast vindt een toewijzing plaats van niet gebruikte restgelden aan een nieuw budget ten behoeve van Sudwestbrede projecten. Tot slot is besloten om de restgelden van 2018 en volgende jaren, voor de duur van één jaar beschikbaar

Pagina 60 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

te houden als toevoeging aan het budget van de betreffende kern. Daarna zullen ook deze restgelden worden toegevoegd aan het budget voor Sudwestbrede projecten. Ook in deze rapportage wordt de verwachting uitgesproken dat in 2019 sprake is van een stijgende lijn in het aantal deelnemende kernen en dus ook in de bestedingen (Rapportage 2018). Het aantal deelnemende kernen is gestegen van 14 in 2018 naar 38 per 1 juni 2019, aldus de rapportage (Rapportage 2018, p. 3). De rapportage 2018 stelt verder, dat prioriteit is gegeven aan de wijziging van de statuten, het opstellen van een huishoudelijk reglement en het voldoen aan de wens van de raad om te komen tot een oplossing met betrekking tot de restgelden. Op 22 november 2019 wordt ter aanvulling op de rapportage van 21 juni 2019 een vervolgrapportage aangeboden aan het college. In deze rapportage wordt net als in de junirapportage melding gemaakt van het feit dat het bestuur van de stichting op 19 november 2018 te kennen heeft gegeven haar taken neer te leggen8. Per 3 december is een interim-bestuur samengesteld. Dit interim-bestuur is samen met de fondsmanager aan de slag gegaan om de in het raadsbesluit genoemde verbeteringen en de lijst met aanbevelingen uit het evaluatierapport te effectueren (Rapportage november 2019).

Ook de activiteiten van de adviesraad, die beschreven worden in de juni-rapportage, komen terug in deze aanvullende rapportage. Aanvullende wordt gesteld in de novemberrapportage dat de adviesraad zichzelf in haar vergadering van 22 februari 2019 heeft opgeheven. Vanaf 9 september 2019 bestaat de raad van toezicht uit 5 personen. De passage met betrekking tot de restgelden wordt in deze rapportage aangevuld met de melding dat 20 kernen in eerste instantie aangegeven hebben gebruik te willen maken van deze eenmalige regeling. Hiervan heeft één kern niet voldaan aan de eis van democratische besluitvorming voor gebruikmaking van de gelden. Zes andere kernen hebben niet voldaan aan de voorwaarden zoals die door het bestuur van de stichting zijn geformuleerd. Het betreft de volgende voorwaarden: “1. De kernen waar de ondernemers(vereniging) een besluit hebben genomen om alleen de restgelden 2016-2017 te gebruiken dan wel de Vereniging van Dorpsbelang te mandateren en hiervan van het Ondernemersfonds een bevestiging hebben ontvangen dienen vóór 1 oktober 2019 een begroting en projectomschrijving(en) van deze gelden aan te bieden aan het bestuur van de Stichting Ondernemersfonds SWF. 2. De begroting en projectomschrijvingen dienen te voldoen aan het format zoals door de Stichting Ondernemersfonds SWF opgesteld. 3.

De begroting en projectomschrijvingen dienen te zijn goedgekeurd door of (a) de (bijzondere) Algemene Ledenvergadering van de ondernemers in de betreffende kern, of (b) een enkelvoudige meerderheid van de ondernemers in die kern volgens inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel; of (c) de (Bijzondere) Algemene Ledenvergadering van de betreffende vereniging van Dorpsbelang indien in de betreffende kern de meerderheid van de aldaar gevestigde ondernemers Dorpsbelangen hebben gemandateerd. 4. De begroting en de projectomschrijvingen dienen ingeval van 3a of 3c te worden vergezeld van de notulen van de betreffende vergadering alsmede een presentielijst van die vergadering. In geval van 3b dient te worden aangetoond dat de goedkeurende meerderheid van

8 In reactie wordt het volgende aangegeven in dit verband: “De rapportage van november bevat inderdaad deels dezelfde informatie, omdat ervoor is gekozen het hele verhaal van juni en de updates tot en met november samen te voegen in één document” (Reactie respondenten, 11 februari 2022).

Pagina 61 van 105

Rekenkamer Súdwest-Fryslân

ondernemers kennis heeft kunnen (Rapportage november 2019, p. 4).

nemen van

begroting en

projectomschrijving(en)”

Dertien kernen voldoen aan deze voorwaarden en maken dus gebruik van de eenmalige mogelijkheid om restgelden in te zetten. De niet opgevraagde restgelden zullen worden toegevoegd aan het budget voor Sudwestbrede projecten. Deze gemeentebrede projecten vormen een oplossing voor de ophoping van gelden, zoals aan de orde kwam tijdens de raadsdiscussie, aldus de rapportage. De rapportage sluit als volgt af: “Het bestuur kijkt terug op een jaar waarin alle (!) verbeterpunten zoals genoemd door uw Raad en/of vermeld in het evaluatierapport zijn opgepakt. Naar aanleiding van het laatst overgebleven verbeterpunt uit de evaluatie heeft de Vereniging Ondernemend Sneek in week 46 besloten de beide trekkingsgebieden (Sneek binnen de stadsgracht en Sneek buiten de stadgracht) samen te voegen tot één trekkingsgebied en de 50% compensatieregeling af te schaffen. De focus voor de komende periode ligt onverminderd op de communicatie, de uitwerking van en de regelingen omtrent de Sùdwestbrede projecten, de werving van een nieuwe fondsmanager en twee nieuwe bestuursleden” (Rapportage november 2019, p. 5). De rapportage vermeldt geen totalen met betrekking tot de toegekende bedragen en de retributies. 30 november 2020 wordt de rapportage over 2020 aangeboden aan het college. Hierin wordt melding gemaakt van een nieuwe fondsmanager.

Daarnaast wordt vermeld dat in 2019 een raad van toezicht is aangesteld, die sinds september 2019 uit 5 personen en per augustus 2020 uit 6 personen bestaat. 15 kernen hebben gebruik gemaakt van de eenmalige mogelijkheid om restgelden in te zetten. Melding wordt in dit verband gemaakt van het feit dat één kern zich niet kon conformeren aan de voorwaarden en geen aanspraak kon maken op de restgelden. Deze kern heeft juridische stappen gezet om alsnog uitbetaling van deze restgelden af te dwingen. In de rapportage wordt gesteld dat diverse pogingen van de kant van de stichting om in gesprek te blijven zijn gestrand9. Het feit dat ondernemers in de betreffende kern onvolledig en onjuist door het bestuur van deze ondernemersvereniging zijn geïnformeerd, wordt betreurd, aldus de rapportage. Voor de Sudwestbrede projecten zal nog in het jaar 2020 een commissie worden ingesteld die het bestuur adviseert wat wel en wat niet in aanmerking komt. Het bestuur heeft gedurende 2020, vooruitlopende op de installatie van deze commissie, vanuit het budget “gemeentebrede projecten” een communicatieproject gefinancierd gericht op het thema “KOOP LOKAAL”. Voorts is medio 2019 een reminder-service ingesteld. Via de website van het ondernemersfonds wordt eenieder die zich voor deze service aanmeldt, tijdig geïnformeerd over het moment wanneer compensatie kan worden aangevraagd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13369008/1