Bijlage 4 - Het advies van de commissie bezwaarschriften
Tekst van het document
Jongeneel Sneek B.V. (gemachtigde: de heer mr. M. Zuidema)
Advies over het bezwaarschrift van Jongeneel Sneek B.V. (gemachtigde: de heer mr. M. Zuidema), behandeld op 6 december 2022 door de algemene kamer van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Súdwest-Fryslân. Aan Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van de gemeente Súdwest-Fryslân. Het bezwaar van Jongeneel Sneek B.V. (gemachtigde: de heer mr. M. Zuidema) (pro forma ingediend op 19 augustus 2022, aangevuld met gronden op 14 september 2022). Bestreden besluit Op 12 juli 2022 (bekendgemaakt op 15 juli 2022) heeft het college besloten om het perceel Van Giffenstraat 1 te Sneek voorlopig aan te wijzen als grond waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn. Op 29 september 2022 (bekendgemaakt op 6 oktober 2022) heeft de gemeenteraad besloten om het perceel Van Giffenstraat 1 te Sneek aan te wijzen als grond waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn. Het bezwaarschrift is op grond van artikel 6, derde lid van de Wvg, mede gericht tegen het raadsbesluit waarbij het voorkeursrecht wordt bekrachtigd. Datum hoorzitting 6 december 2022. Aanwezigen - De heer mr. M. Zuidema (gemachtigde); - De heer Duijn (manager vastgoed Jongeneel B.V.); - De heer mr. S. Lemstra (vertegenwoordiger namens het college).
Historie Uw college heeft op 12 juli 2022 besloten om een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op het perceel Van Giffenstraat 1 te Sneek, eigendom van Jongeneel Sneek B.V. te Sneek. Op 19 juli 2022 is het collegebesluit per brief bekend gemaakt. Op maandag 21 juli 2022 is Jongeneel B.V. telefonisch geïnformeerd over het collegebesluit. Daarnaast is besloten om de gemeenteraad op 29 september 2022 voor te stellen om voorlopige vestiging van het voorkeursrecht te bekrachtigen. De heer mr. M. Zuidema heeft namens Jongeneel Sneek B.V. op 25 augustus 2022 een zienswijze ingediend tegen het raadsvoorstel. Uw college heeft op 30 augustus 2022 besloten dat de zienswijze geen aanleiding geeft het raadsvoorstel aan te passen. De zienswijze en het collegestandpunt zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. De heer mr. M. Zuidema heeft op 19 augustus 2022 pro forma bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit van 12 juli 2022. De nadere gronden van het bezwaar zijn ingediend op 14 september 2022. De gemeenteraad heeft op 29 september 2022 besloten de voorlopige vestiging van het voorkeursrecht te bekrachtigen. Bezwaarmaker is hierover 5 oktober 2022 schriftelijk geïnformeerd. Dit besluit is op 6 oktober 2022 bekend gemaakt. Bezwaar Het bezwaarschrift bevat de volgende gronden: - Bezwaarmaker wordt met het vestigen van het voorkeursrecht in de mogelijkheden beperkt.
Voor toekomstige ontwikkelingen en investeringen kan geen beroep op een ontwikkelaar worden gedaan. Op deze wijze wordt bezwaarmaker in haar ondernemersvrijheid beknot.
Jongeneel Sneek B.V. (gemachtigde: de heer mr. M. Zuidema)
-
-
Het voorkeursrecht levert op termijn een belemmering op voor de normale bedrijfsvoering omdat de exploitatie van het pand daar deel van uitmaakt; Er is geen rekening gehouden met het feit dat bezwaarmaker veel investeringen niet terug zal zien in de marktwaarde omdat er woningbouw zal worden gepleegd waardoor de vestiging van een soortgelijk bedrijf uitgesloten is; Het is onbekend welke andere partijen de locatie willen ontwikkelen. Als er geen andere marktpartijen zijn die de locatie willen gaan her ontwikkelen, dan heeft uw college geen belang bij het vestigen van voorkeursrecht; Er is nog geen visie vastgesteld maar het raadsvoorstel wekt de indruk dat het gaat om woningbouw. Als het niet om woningbouw gaat is het voorgenomen besluit op onjuiste gronden genomen. De plancapaciteit is onvoldoende volgens de gemeente. De motivering ontbreekt. Bezwaarmaker is van mening dat het voorkeursrecht prematuur is gevestigd danwel met een oneigenlijk doel, immers sturing op de locatie van bezwaarmaker is niet nodig.
Advies De commissie adviseert: - Het bestreden besluit in stand te laten; - Het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen. Overwegingen Om regie te houden en sturing te geven aan de gewenste bestemmingen en ontwikkelingen in het gebied rondom het Veemarktterrein, heeft uw college besloten het perceel aan de Van Giffenstraat 1 te Sneek op grond van artikel 2 van de Wet voorkeursrecht (hierna: Wvg) aan te wijzen als grond waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van toepassing zijn. Bezwaarmaker kan zich met voornoemd besluit niet verenigen. Zij voert hiertoe onder andere aan dat zij met het vestigen van het voorkeursrecht in de mogelijkheden worden beperkt. Het voorkeursrecht levert op termijn een belemmering op voor de normale bedrijfsvoering omdat de exploitatie van het pand daar deel van uitmaakt. Daarnaast is nog geen visie vastgesteld voor de ontwikkeling van het gebied. Op grond van artikel 5, eerste lid, komen, in afwijking van de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, van de Wvg voor aanwijzing in aanmerking gronden die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan of structuurvisie, maar waarbij in het besluit tot aanwijzing aan betrokken gronden een niet-agrarisch bestemming wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die bestemming.
In het besluit tot aanwijzing wordt aangegeven of nadien nog zal worden overgegaan tot het vaststellen van een structuurvisie. Inherent aan de toepassing van artikel 5 van de Wvg is dat van de toekomstige bestemming nog slechts een globaal beeld bestaat (bv. ECLI:NL:RVS:2014:3786). De gemeente zal voor de gewenste toekomstige ontwikkeling van het gebied een visie maken en vaststellen. De commissie is van oordeel dat het bij de vestiging van een voorkeursrecht gaat om een discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Het al dan niet uitoefenen van die bevoegdheid dient, indien aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing is voldaan terughoudend te worden getoetst. Bij het vestigen van een voorkeursrecht is weliswaar sprake van een inbreuk op het ongestoorde genot van het eigendomsrecht, doch vindt deze inbreuk plaats in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de Wvg. De gemeente wil regie houden op de gewenste bestemming en de Wvg biedt deze mogelijkheid. De vestiging van het voorkeursrecht heeft niet tot gevolg dat de eigenaar van het perceel waarop het voorkeursrecht is gevestigd niet langer de hem toekomende eigendomsrechten zou kunnen uitoefenen. De vestiging van het voorkeursrecht heeft uitsluitend tot gevolg dat indien bezwaarmaker tot vervreemding zou willen overgaan de gemeente in de gelegenheid gesteld moet worden de gronden te kopen.
Jongeneel Sneek B.V. (gemachtigde: de heer mr. M. Zuidema)
Gelet op bovenstaande heeft de commissie in hetgeen bezwaarmaker heeft aangevoerd geen grond gezien voor het oordeel dat de vestiging van het voorkeursrecht onevenredig is of dat deze prematuur zou zijn.
Sneek, 15 december 2022. De algemene kamer van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Súdwest-Fryslân,
voorzitter, (de heer mr. F.P. Dillingh).
secretaris, (mevrouw H. van Kalsbeek).