Bijlage 4 - Brief van radenadviescommissie inzake conceptbegroting GR Fryslân-West
Tekst van het document
Franeker, 23 april 2026
T.a.v. de gemeenteraden van De Fryske Marren, Harlingen, Súdwest-Fryslân en Waadhoeke In afschrift aan de respectievelijke colleges
Betreft: Conceptbegroting 2027 van de GR Fryslân-West
Geachte gemeenteraadsleden,
Op 2 april 2026 heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van de gemeenschappelijke regeling (GR) FryslânWest / Empatec de conceptbegroting 2027 behandeld en vervolgens gedeeld met de colleges, gemeenteraden en de Radenadviescommissie (RAC). Op 14 april 2026 heeft de RAC de conceptbegroting behandeld om te bespreken of zij een aanleiding zien voor het uitbrengen van een advies voor een gezamenlijke zienswijze op de conceptbegroting.
Besluit Radenadviescommissie De RAC heeft besloten dat zij geen aanleiding ziet voor het uitbrengen van een advies aan de gemeenteraden voor een gezamenlijke zienswijze op de concept-begroting. Naar aanleiding van de behandeling van de concept-begroting zijn er in de RAC wel een aantal vragen gesteld en punten van zorg benoemd. De inhoud van deze inhoudelijke behandeling is verwerkt in de notulen van 14 april 2026 en zijn ook opgenomen als bijlage onderaan deze brief.
Van belang voor uw raad Ondanks dat de RAC geen aanleiding ziet voor het uitbrengen van een advies voor een gezamenlijke zienswijze kan ieder college er nog steeds voor kiezen om een zienswijze op de conceptbegroting voor te stellen aan de eigen gemeenteraad. Hiernaast kan iedere gemeenteraad, los van het advies van de RAC en het voorstel van het eigen college, er nog steeds voor kiezen om per amendement een zienswijze in te dienen.
Bijlage: Inhoudelijke behandeling conceptbegroting 2027 GR Fryslân-West door de RAC Pagina 1 van 3
4
Behandelen concept-begroting 2027 Notulen:
Edwin Galama geeft een toelichting op het proces van totstandkoming van de conceptbegroting. Tinco Lyklema geeft een toelichting op de rol van de RAC inzake het uitbrengen van een advies voor een gezamenlijke zienswijze. Inhoudelijke behandeling Sytze Holtrop merkt op dat hij eerder heeft aangegeven dat het gebruik van afkortingen op zichzelf geen probleem is, mits deze worden toegelicht. Op bladzijde 8 van de begroting wordt in een tabel de afkorting ‘WOL’ gebruikt, zonder dat deze wordt verklaard. Edwin Galama onderschrijft dit punt en geeft aan dat afkortingen inderdaad altijd toegelicht zouden moeten worden. De afkorting WOL staat voor “Werk op locatie”. Sietse Zoodsma vraagt waarom de in het begeleidend schrijven genoemde impulsmiddelen niet opgenomen zijn in de concept-begroting. Edwin Galama geeft aan dat deze middelen in 2024 zijn ontstaan als tijdelijke middelen. Vanaf 2025 zijn er structurele middelen beschikbaar gekomen die aanvankelijk waren geoormerkt voor de gemeenschappelijke regeling. In de loop van de tijd is het oormerk breder geworden. De middelen behoren nu formeel tot de gemeenten en niet tot de gemeenschappelijke regeling. Een deel van de middelen zal mogelijk naar de NV gaan, maar hierover moet nog besluitvorming plaatsvinden door de gemeenten.
Om die reden kunnen deze middelen nu nog niet worden opgenomen in de begroting, maar is het wel van belang dat zij worden benoemd. Sietse Zoodsma vraagt of de besluitvorming hierover nog in 2026 plaats zal vinden. Edwin Galama antwoordt dat het visietraject nog loopt en dat dit hierin zal worden betrokken, maar weet niet of dit in 2026 plaats zal gaan vinden. Paul Schoute gaat in op het visietraject. De businesscase is vastgesteld tot en met 2028, wat de vraag oproept hoe het traject daarna verdergaat. Bij het visietraject wordt naar het gehele sociale domein gekeken. Paul geeft hierbij aan dat niet alle vier deelnemende gemeenten dezelfde manier van taakuitvoering hanteren. Cees Riezebos vraagt of dit kan leiden tot een koerswijziging met meer of minder taken voor gemeenten. Paul Schoute geeft aan dat dit op dit moment nog niet duidelijk is en dat dit gaandeweg het visietraject duidelijker zal worden. Paul Schoute vult aan dat het aantal medewerkers met een Wsw-indicatie afneemt en dat daarom wordt gezocht naar nieuwe doelgroepen. Greet Stoker merkt op dat de doelgroep kleiner wordt, maar dat er nog steeds mensen zijn die ondersteuning nodig hebben. Paul Schoute geeft aan dat het Rijk heeft besloten te stoppen met de instroom in de Wsw, waardoor het aantal medewerkers met een oude Wsw-indicatie op natuurlijke wijze afneemt.
Tegelijkertijd blijft er een groep mensen bestaan die niet in staat is om in de reguliere arbeidsmarkt te functioneren. Hoe hiermee om te gaan zal de komende jaren een belangrijk onderwerp van gesprek blijven. Kees Mulder geeft aan dat de totale bevolking van de vier gemeenten samen circa 206.000 personen bedraagt en dat De Fryske Marren ongeveer 52.000 inwoners bedraagt, wat neerkomt op circa 25%. Hij gaat er daarom vanuit dat De Fryske Marren in alle cijfers voor ongeveer 25% is vertegenwoordigd, maar constateert dat dit afwijkt van de cijfers in de begroting. Paul Schoute geeft aan dat de verschillen mede worden verklaard door verschillen in de wijze waarop gemeenten mensen plaatsen op de arbeidsmarkt. Edwin Galama bevestigt dit en vult aan dat ook de taakstellingen en het aantal geïndiceerde personen per gemeente verschillen. Tinco Lyklema vraagt of er behoefte is aan een document waarin de verschillen tussen de gemeenten inzichtelijk worden gemaakt en worden toegelicht. De RAC constateert dat dit overzicht erg handig zou zijn.
Pagina 2 van 3
Lisa vraagt of er al iets bekend is over het proces. Tinco Lyklema benadrukt dat de Radenadviescommissie een rol kan spelen in de vraag hoe de gemeenteraden bij het visietraject betrokken kunnen worden. Edwin Galama vervolgt met een financiële toelichting. Hij schetst dat er sprake is van een positief financieel resultaat. Door de afname van het aantal Wsw-medewerkers ontstaat er een overschot in de financiering, terwijl er tegelijkertijd nieuwe doelgroepen instromen. Doorstroombanen kennen geen structureel toereikende subsidie. Eind 2026 wordt als ijkpunt genoemd. De ratio van het weerstandsvermogen komt niet boven de 1,5 uit, waardoor er geen kapitaaluitkering hoeft plaats te vinden. Paul Schoute vult aan dat gemeentelijke bijdragen op dit moment niet meer nodig zijn. Sytze Holtrop merkt op dat 2025 het laatste jaar was waarin gemeenten financieel hebben bijgedragen. Edwin Galama geeft aan dat de gemeentelijke bijdragen versneld zijn afgebouwd. Sytze Holtrop spreekt zijn waardering uit voor het opnemen van de risicoparagraaf. Hij stelt een vraag over de tabellen op bladzijde 16, waarin de loonkosten voor Beschut Werken en de nieuwe doelgroep stijgen. Hij vraagt hoe dit te verklaren is. Edwin Galama geeft aan dat de instroom in eerste instantie achterbleef, maar dat nu een hogere instroom wordt verwacht, waardoor de kosten automatisch stijgen.
Sytze Holtrop merkt op dat de loonkosten voor ambtelijk personeel fors dalen, terwijl de overige kosten stijgen en vraagt of hier sprake is van een verschuiving. Edwin Galama geeft aan dat hiervan geen sprake is. De post overige kosten bestaat onder meer uit ondersteuning voor het dagelijks bestuur en accountantskosten. Kees Mulder vraagt aandacht voor bladzijde 26 van de begroting, waar onder de uitgangspunten het aantal plaatsen Beschut Werk wordt benoemd. De gemeente De Fryske Marren staat hier niet in de lijst. Sytze Holtrop merkt op dat De Fryske Marren volgens hem geen wachtlijst heeft. Afgesproken wordt dat dit onderwerp wordt betrokken bij het op te stellen overzicht van verschillen tussen gemeenten, dat door het secretariaat zal worden voorbereid. Lisa merkt op dat onder de noemer nieuwe doelgroepen verschillende groepen vallen. Edwin Galama geeft aan dat hier verschillende termen voor in omloop zijn en dat bijvoorbeeld Wajongers bij gewijzigde status of indexatie mogelijk onder een andere doelgroep zouden kunnen worden geschaard. Tjeerd Cuperus vraagt of de Radenadviescommissie iets wil meegeven aan de gemeenteraden met betrekking tot de concept-begroting. Tinco Lyklema concludeert dat de RAC zorg heeft over de omvang van de doelgroepen en de impact hiervan op de langere termijn.
Tinco Lyklema geeft aan dat dit per brief zal worden gedeeld met de colleges ter kennisneming en, belangrijker, met de gemeenteraden als advies. Actiepunt: Document opstellen waarin de verschillen tussen de deelnemende gemeenten aan de GR Fryslân-West / Empatec inzichtelijk worden gemaakt en worden toegelicht.
Pagina 3 van 3