Bijlage 4 - Adviezen GGD eerste aanvraag
Tekst van het document
Gemeente Súdwest Fryslân t.a.v. dhr. Boersma Postbus 10.000 8600 HA Sneek
Datum 16 juni 2021
Uw kenmerk
Uw brief van
Ons kenmerk Behandeld door T. Sijbrandij
Onderwerp
Bijlagen
UIT/21013335/G/CDO/
Geitenhouderij Raerd (Osiris 138119)
Doorkiesnummer 088 – 22 99 222
E-mail t.sijbrandij@ggdfryslan.nl
Geachte heer Boersma , U heeft namens gemeente Súdwest Fryslân GGD Fryslân benaderd voor een gezondheidskundig advies met betrekking tot de omzetting van een melkveehouderij naar een geitenhouderij aan Hegedyk 10 te Raerd, gemeente Súdwest Fryslân. Specifiek heeft u ons gevraagd om een reactie te geven op de aangeleverde documenten door de aanvrager nadat wij eerder een advies ten aanzien van geitenhouderijen hebben aangeleverd. Wij stellen het op prijs de gelegenheid te krijgen om de relevante gezondheidsaspecten toe te lichten. De juridische beoordeling en besluitvorming blijft in uw handen als het bevoegd gezag.
Initiatief Aan Hegedyk 10 te Raerd is in de huidige situatie een melkrundveehouderij gevestigd en deze omvat volgens de vergunning 300 melkkoeien en 210 stuks jongvee. De beoogde situatie is een geitenhouderij en omvat na voltooiing van fase 2 1800 volwassen geiten en 850 opfokgeiten. De afstand van de dichtst bijstaande stal tot de dichtsbij gelegen gevoelige bestemming* Hegedyk 21 is ca.160 meter.
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling door Rombou In de Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling van Rombou, datum 30-10-2020, worden verschillende maatregelen ter verkleining van gezondheidsrisico’s beschreven. Het is vanuit gezondheidskundig perspectief erg belangrijk dat deze maatregelen toegepast worden om gezondheidseffecten en hinder zoveel als mogelijk te minimaliseren, maar het effect van deze voorgestelde maatregelen op de verhoogde kans op longontsteking is nog onbekend. In de aanmeldingsnotitie mer-beoordeling van Rombou wordt verondersteld dat als aan de normstelling voor specifiek geur, fijn stof en geluid wordt voldaan, dit garantie geeft dat er geen nadelige gezondheidseffecten kunnen optreden. Omgevingsnormen zijn echter geen gezondheidskundige normen. Hoewel gezondheidseffecten wel worden meegewogen, zijn ook andere belangen in deze normen vertegenwoordigd.
Pagina 1 van 6
Fijnstof Fijn stof is een verzamelnaam voor deeltjes die door de lucht zweven. Bij fijn stof afkomstig van veehouderij wordt er onderscheid gemaakt tussen primair en secundair fijn stof. Primair fijn stof is rechtstreeks afkomstig van de bron en processen daarin. Bij de veehouderij gaat het dan om stofdeeltjes afkomstig van bijvoorbeeld mest, voer, huidschilfers, deeltjes van veren en haren. Secundair fijn stof ontstaat door chemische reacties van gassen of binding van stoffen aan stofdeeltjes. In de veehouderij gebeurt dit vooral door reactie met ammoniak. Dit secundaire fijn stof bevindt zich vooral in de fractie die kleiner is dan 2,5 micrometer. Deze deeltjes vormen op grote afstand om zich vervolgens te verspreiden. Emissie van veehouderij draagt daardoor ook op deze wijze bij aan de achtergrondconcentratie van fijn stof. Voor de fijn stof uitstoot in de directe omgeving van het bedrijf is vooral primair fijn stof van toepassing. Voor een gezondheidskundig advies wordt uitgegaan van twee fracties: deeltjes met een grootte tot 10 micrometer (PM10; 1 micrometer is 0,000001 meter) en deeltjes met een grootte tot 2,5 micrometer (PM2,5). De fractie met deeltjes die kleiner zijn (tot 2,5 micrometer) kan verder doordringen in de longen en daardoor ernstigere gezondheidseffecten veroorzaken.
Langdurige blootstelling aan fijnstof kan tot diverse aan gezondheidseffecten leiden, zoals (verergering van) luchtwegklachten, verminderde longfunctie, hart- en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte. Voor fijnstof wordt in het betreffende hoofdstuk van de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling verwezen naar de WHO-richtwaarde. Voor de PM10 fractie is deze 20 µg/m3 lucht en voor PM2,5 10 µg/m3 lucht gemiddeld per jaar, in plaats van de genoemde 25 µg/m3. Volgens de berekeningen van Rombou is de concentratie PM10 onder deze richtwaarde, voor de concentratie PM2,5 kan dit niet met zekerheid worden gezegd. Daarnaast geldt voor fijnstof dat er geen ondergrens is waarbij er geen negatieve gezondheidseffecten worden waargenomen.1 GGD Fryslân adviseert daarom om de best beschikbare technieken te gebruiken die de fijn stof emissie zoveel mogelijk terugdringen. Geur Geur van de veehouderij bestaat uit een mix van gasvormige componenten afkomstig van de dieren zelf en de bedrijfsvoering. Geur heeft als direct effect hinder. Daarnaast hangt blootstelling aan geur samen met lichamelijke klachten en verstoring van gedrag en activiteiten. De mate waarin dit gebeurt is afhankelijk van de aard van de geur (kwaliteit, intensiteit) en persoonlijke factoren (associaties, gevoeligheid).
Regelmatige geuroverlast kan gedrag en activiteiten verstoren en leiden tot stressgerelateerde klachten zoals hoofdpijn, benauwdheid en misselijkheid. Voor het beoordelen van geurbelasting is zowel de voorgrondbelasting als de achtergrondbelasting van belang. De voorgrondbelasting is de geur van een individueel bedrijf. De achtergrondbelasting is de cumulatieve belasting van geur door alle veehouderijen in de nabijheid van een gevoelige bestemming. Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder als deze meer dan de helft van de achtergrondbelasting uitmaakt. Gezondheidskundig gezien is het streven dat er geen geurhinder optreedt. Voor een gezondheidskundig aanvaardbare situatie is de richtwaarde maximaal 12% hinder en minder dan 3% ernstige hinder bij woonfuncties. Dit komt overeen met 2 OU/m3 (voorgrondbelasting). Het is mogelijk dat er situaties kunnen zijn waarbij een hoger percentage gehinderden aanvaardbaar is. De gezondheidskundige bovengrens waarboven de situatie onwenselijk wordt geacht is 5 OU/m3 (20% gehinderden).2 1
GGD-richtlijn medische milieukunde: Luchtkwaliteit en gezondheid, 2019. https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medische-milieukundeluchtkwaliteit-en-gezondheid 2 GGD-richtlijn medische milieukunde, onderdeel Veehouderij en geur. RIVM: Bilthoven, 2015
Pagina 2 van 6
Voor de beoogde situatie is in de aanmeldingsnotitie van Rombou de volgende geurbelasting op gevoelige locaties in buurt berekend: Locatie Hegedyk 6 Hegedyk 8
Geurbelasting (OU/m3) 2,3 1,9
Hegedyk 12 Hegedyk 12A Hegedyk 21 Hegedyk 17 Hegedyk 15 It Fintsje 2
0,7 1,1 3,5 1,3 1,2 0,9
Hoewel deze geurbelasting voldoet aan de normstellingen uit het activiteitenbesluit, is gezondheidskundig gezien de belasting op de locaties Hegedyk 6 en 21 hoog. Advies vanuit gezondheidskundige overwegingen is om met technieken in de stallen te komen tot verdere verlaging van de geuremissie, bijvoorbeeld door extra luchtwassers te plaatsen. Daarnaast is het wenselijk de geuremissie van dit bedrijf te plaatsen binnen de context van andere lokale milieubelastingen die de gezondheid beïnvloeden, in de huidige situatie en gericht op de toekomst. Geluid Blootstelling aan geluid kan leiden tot gezondheidsklachten door ervaren hinder, slaapverstoring, concentratiestoornissen, hypertensie en een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen. Met name het geluidniveau gedurende de slaap is relevant voor gezondheidseffecten. Geluidhinder rondom veehouderijen wordt voornamelijk veroorzaakt door (nachtelijk) transport. Voor de bronnen wegverkeer, railverkeer en bedrijven hanteert GGD Fryslân de richtwaardes van 50 dB Lden (geluidsbelasting overdag, ’s avonds en ’s nachts) en 40 dB Lnight (geluidsbelasting ’s nachts) op de hoogst belaste gevel van de gevoelige bestemmingen ter bescherming van de gezondheid en ter voorkoming van slaapverstoring.3 In de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling wordt woordelijk getoetst aan de L aeq voor veehouderijen.
Hierbij is de gevelbelasting van gevoelige bestemmingen maximaal 45 dB(A) tussen 06:00 en 19:00 uur, 40 dB(A) tussen 19:00 en 22:00 uur en 35 dB tussen 22:00 en 06:00 uur. Het verschil tussen Laeq en de in de gezondheidskundige richtwaarden gebruikte L den is dat in de Lden ook de nachtwaarde wordt meegenomen in de middeling van de geluidsbelasting over een jaar. Voor een goede gezondheidskundige beoordeling is daarom meer informatie nodig dan beschreven in de aameldingsnotitie m.e.r.-beoordeling.
3
GGD-richtlijn medische milieukunde: omgevingsgeluid en gezondheid, 2019. https://www.rivm.nl/publicaties/ggd-richtlijn-medischemilieukunde-omgevingsgeluid-en-gezondheid
Pagina 3 van 6
Endotoxinen Endotoxinen kunnen tot gezondheidsklachten leiden door een (ontstekings-)reactie in het lichaam, met name in de luchtwegen. Bij langdurige blootstelling kan dit mogelijk leiden tot chronische bronchitis en vermindering van de longfunctie. Anderzijds kan blootstelling aan endotoxinen juist een beschermend effect hebben voor het ontstaan van allergieën en astma. Er zijn geen wettelijke grenswaarden voor endotoxinen. De Gezondheidsraad adviseert een bovengrens van 30 eenheden (Endotoxine Units)/m3. De achtergrondconcentratie endotoxine is laag, minder dan 1 tot enkele eenheden (EU/m3). Rond veehouderijen kan dit echter lokaal fors hoger zijn met pieken boven de 30 EU/m3. Dit is met name het geval rond pluimveebedrijven. In de conclusie over endotoxinen verwijst Rombou naar de fijnstofemissie van geitenhouderijen. GGD Fryslân deelt de notitie dat endotoxine overschrijdingen vooral rondom pluimveebedrijven gezien wordt, maar kan niet adviseren over de beoogde situatie omdat de endotoxine emissie niet is berekend. Zoönosen / Q-koorts GGD Fryslân deelt de conclusie dat bij de juiste maatregelen en de verplichte vaccinaties tegen Qkoorts er geen verhoogd risico is op besmetting door de onderliggende micro-organismen die Q-koorts veroorzaken. Het is niet duidelijk of dezelfde maatregelen het risico op de geziene verhoogde longontstekingen beïnvloeden.
Longontstekingen In de aanmeldnotitie mer-beoordeling van Rombou wordt ingegaan op de onderzoeken ‘veehouderij en gezondheid omwonenden’. In deze beschrijvingen wordt het VGO-III-UGO onderzoek4 echter niet meegenomen. In dit onderzoek wijkt de associatie in een ander gebied (Utrecht, Gelderland en Overijssel) niet af van de eerder gevonden associatie in Limburg en Noord-Brabant. De onderzoekers stellen dat om deze reden het aannemelijk is dat dat deze associaties ook worden gevonden in andere Nederlandse provincies. Daarnaast wordt uitdrukkelijk genoemd dat de verhoogde kans op longontsteking bij omwonenden optreedt vanaf één geitenhouderij rondom de woning. Daarnaast is er gecorrigeerd voor beïnvloeding van de luchtkwaliteit door verkeer en andere type veehouderijen. Tot slot refereert Rombou aan een recente uitspraak van de Raad van State (Uitspraak 201904844/1/R4). In deze uitspraak is het recentste VGO-III-UGO onderzoek niet gebruikt, omdat dit onderzoek destijds nog niet afgerond was. Momenteel zijn er, ten opzichte van het dossier in de uitspraak van de Raad van State, wel meer bewijzen voor het verband tussen geiten en een verhoogd aantal longontstekingen. Het besluit of dit risico aanvaardbaar is blijft een bestuurlijke afweging.
4
Smit, L.A.M, Huss, A., Jacobs, J., Baliatsas, C., Dückers, M., Boender, G.J., McCarthy, C., Hagenaars, T., IJzermans, J. en Heederik, D. (2019). Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III (2019). Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen in Gelderland, Overijssel en Utrecht. IRAS, NIVEL, Wageningen Bioveterinary Research.
Pagina 4 van 6
Aanvulling m.e.r-beoordeling door Rombou In de aanvulling aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling van Rombou, datum 02-06-2021, gebruikt Rombou het aantal extra gevallen van longontsteking uit het VGO-III-UGO onderzoek om een duiding te geven van de theoretische toename in aantal longontstekingen in het gebied 2 kilometer rondom de Hegedyk 10. In de VGO onderzoeken zijn verschillende statistische methodes gebruikt om jaarlijks het aantal longontstekingen rondom geitenhouderijen te onderzoeken. Hoewel deze methodes robuust en goed zijn gekozen, kunnen uitkomsten fluctueren en kunnen deze verschillend zijn per methode. De duiding van Rombou kan een vertekend beeld geven, omdat het geschatte aantal longontstekingen kan variëren afhankelijk van welke uitkomsten worden gebruikt. Daarom is het niet mogelijk om concrete uitspraken te doen over het aantal longontstekingen die op zullen treden in de omgeving van één geitenhouderij.5 Het risico op het krijgen van longontsteking in de nabije omgeving van een geitenhouderij is klein, ongeacht welke uitkomsten uit het VGO-onderzoek worden gebruikt voor het duiden van het risico. Echter, het is wel een vermijdbaar risico. Longontsteking is een ernstige (infectie)ziekte waarvoor medische behandeling nodig is. Vaak volstaat behandeling door de huisarts met een antibioticum en eventueel aanvullende medicatie.
Bij risicogroepen komen complicaties echter vaker voor en is behandeling in een ziekenhuis vaker nodig. Bij ouderen en mensen met een chronische aandoening is longontsteking een realistische doodsoorzaak. Het is aan het bevoegd gezag om af te wegen of dit risico aanvaardbaar wordt geacht in een bredere belangenafweging voor de huidige situatie en in de toekomst. In het tweede deel van de aanvulling m.e.r.-beoordeling worden maatregelen beschreven welke de uitstoot van fijnstof, geur en endotoxines en de overdracht van zoönosen (ziekten die over kunnen springen van dier tot mens) beperken. GGD Fryslân adviseert om de best beschikbare technieken te gebruiken die deze emissies zoveel mogelijk terugdringen. Gezien de tot dusver onbekende oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking bij geitenhouderijen is het niet met zekerheid te zeggen of deze maatregelen ook effectief zullen zijn om dit risico te verminderen.
Advies GGD Fryslân De GGD-richtlijn Veehouderij en Gezondheid omschrijft de GGD-advisering als volgt6: Bij geitenhouderijen is er tot een afstand van twee kilometer een verhoogde kans op longontsteking gevonden. GGD Fryslân adviseert daarom uit voorzorg, totdat er meer kennis beschikbaar is over de oorzaak: • • •
Geen uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen toe te staan in een straal van twee kilometer van gevoelige bestemmingen*; Geen nieuwe gevoelige bestemmingen binnen twee kilometer van een bestaande geitenhouderij te plaatsen; Goede informatie te geven over de gezondheidsrisico’s en over de motivering van een besluit, zowel richting ondernemers als omwonenden.
5
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) onderzoek, 2020. https://www.rivm.nl/veehouderij-en-gezondheid/onderzoek-veehouderij-en-gezondheid-omwonenden-vgo 6 GGD-richtlijn medische milieukunde: Veehouderij en gezondheid, 2020. https://www.rivm.nl/publicaties/ggd-richtlijn-medischemilieukunde-veehouderij-en-gezondheid
Pagina 5 van 6
Daarnaast adviseert GGD Fryslân bij nieuwvestiging en uitbreiding van alle veehouderijen (dus niet alleen geitenhouderijen) om de best beschikbare technieken te gebruiken die de emissie van fijn stof, biologische agentia (waaronder endotoxine en zoönose), geur en geluid zoveel mogelijk terugdringen. Gezien de tot dusver onbekende oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking bij geitenhouderijen is het niet met zekerheid te zeggen welke (bron)maatregelen effectief zullen zijn om dit risico te reduceren. Verder is het mogelijk dat er gezondheidsrisico’s voor omwonenden zijn en dat deze omwonenden overlast ondervinden ondanks dat de uitstoot van een (toekomstig) bedrijf aan de wettelijke milieunormen voldoet. Hierdoor is het dus mogelijk dat de gevolgen van de uitstoot voor het milieu beperkt worden geacht, maar er wel kans op gezondheidseffecten is.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog aanvullende vragen of behoefte aan een toelichtend gesprek hebben dan hoor ik het graag.
Met vriendelijke groet, T. Sijbrandij,
T.H. Tan,
Adviseur Milieu & Gezondheid
Arts Maatschappij en Gezondheid – InfectieziektenKNMG
* Gevoelige bestemmingen zijn woningen, scholen, kinderopvang, bejaardentehuizen, verzorgings-en verpleegtehuizen, ziekenhuizen. Ook voormalige bedrijfswoningen waarbij geen binding meer is met veehouderij-activiteiten beschouwt GGD Fryslân als gevoelige bestemming
Pagina 6 van 6
Oorspronkelijk advies GGD d.d. 5 maart 2021