Bijlage 3 - Wijzigingstabel gemeenschappelijke regeling
Tekst van het document
Huidig info
artikel
lid
sub
Overwegende dat:
Huidige tekst met het oog op een adequate uitvoering op het gebied van de gesubsideerde arbeid in west Friesland, samenwerking en coördinatie noodzakelijk is;
Nieuw info
artikel
lid
sub Nieuwe tekst
Overwegende dat:
met het oog op een adequate uitvoering van gesubsidieerde arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening en beschut werk in Fryslân-West, samenwerking en coördinatie noodzakelijk is;
dit in het bijzonder geldt voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening;
de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten De Fryske Marren, Harlingen, Súdwest-Fryslân en Waadhoeke hun taken en bevoegdheden als genoemd in de Wet sociale werkvoorziening overdragen aan de gemeenschappelijke regeling;
daartoe het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten het Bildt, Franekeradeel, De Fryske Marren, Harlingen, Leeuwarderadeel, Littenseradiel, Menameradiel, Sudwest Fryslân, Terschelling en Vlieland hun taken en bevoegdheden als genoemd in de WSW overdragen aan een gemeenschappelijke regeling,
de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten De Fryske Marren, Harlingen, Súdwest-Fryslân en Waadhoeke een gezamenlijke organisatie in stand wensen te houden in het kader van het werkgeverschap voor dienstbetrekkingen in het kader van beschut werk zoals opgenomen in de Participatiewet;
gezien de toestemming van de raden van de gemeenten het Bildt, Franekeradeel, de Fryske Marren, Harlingen, Leeuwarderadeel, Littenseradiel, Menameradiel, Sudwest-Fryslân, Terschelling en Vlieland,
daartoe een gemeenschappelijke regeling wordt aangegaan.
Toelichting De overwegingen zin geactualiseerd, mede nav de nieuwe taken in het kader van beschut werk
daartoe een nieuwe gemeenschappelijke regeling wordt aangegaan.
Begrippen
1.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder
Begrippen
1.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder
a.
Wgr Wet gemeenschappelijke regelingen.
a. Wgr Wet gemeenschappelijke regelingen;
b.
WSW Wet sociale werkvoorziening.
b. WSW Wet sociale werkvoorziening;
c.
werkvoorzieningschap het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 3 van deze regeling.
c.
d.
bestuur het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 13 Wgr.
d. personeel zij die op de arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn voor het werkvoorzieningschap, met uitzondering van de werknemers in het kader van de Wsw;
e.
het dagelijks bestuur het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 Wgr.
e. gemeenten de gemeenten De Fryske Marren, Harlingen, Súdwest Fryslân en Waadhoeke;
Aan artikel 1 zijn voor de leesbaarheid van de regeling twee definities toegevoegd, namelijk colleges en raden. De definities bestuur, het dagelijks bestuur, voorzitter, wsw-werknemers, gedeputeerde staten en commissie zijn komen te vervallen. Allen zijn overbodig en/of volgen uit de wet.
werkvoorzieningschap het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 3 van deze regeling;
f.
voorzitter de voorzitter als bedoeld in artikel 12 Wgr.
f.
g.
gedeputeerde staten gedeputeerde staten van de provincie Fryslân.
g. colleges de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;
regeling de gemeenschappelijke regeling van het werkvoorzieningschap Fryslân-West;
h.
commissie de commissie als bedoeld in de artikelen 24 en 25 Wgr.
h. raden de gemeenteraden van de gemeenten;
i.
werknemer de in dienst genomen personen behorende tot de personenkring Wsw alsmede degenen die worden geplaatst in het kader van het Begeleid werken als bedoeld in de Wsw.
i.
standaardeenheid de standaardeenheid als bedoeld in artikel 1 van het Besluit financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening op tienden nauwkeurig omgerekend naar een werkweek van 36 uur, waarbij vijfhonderdste wordt afgerond op een tiende, en
j.
personeel ambtelijk functionarissen in vaste of tijdelijke dienst van het werkvoorzieningschap of zij die op de arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.
j.
aanvullende gemeentelijke bijdrage aanvullende bijdrage van de gemeenten wanneer de financiering vanuit de rijksgelden niet toereikend is in een boekjaar.
k.
gemeenten de aan deze regeling deelnemende gemeenten.
l.
gemeentebesturen de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de aan de regeling deelnemende gemeenten, ieder voor zover zij bevoegd zijn.
m.
regeling de onderhavige gemeenschappelijke regeling van het werkvoorzieningschap Fryslân West.
Deze en de volgende definitie zijn toegevoegd om de kostenverdeelsleutel weer aan te passen aan de bestaande financiering.
2.
Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treedt in de plaats van de gemeente het werkvoorzieningschap en in plaats van het college van burgemeester en wethouders het algemeen bestuur.
Gemeentewet
2.
Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treedt in de plaats van de gemeente het werkvoorzieningschap en in plaats van het college het algemeen bestuur.
Geen wijzigingen.
Openbaar lichaam
3.
Er is een openbaar lichaam, genaamd het werkvoorzieningschap Fryslân-West. Het openbaar lichaam is gevestigd in Sneek.
Openbaar lichaam
3.
Er is een openbaar lichaam, genaamd het werkvoorzieningschap Fryslân-West. Het openbaar lichaam is gevestigd in Sneek.
Geen wijzigingen.
Doelstelling, taken en bevoegdheden
4.
1.
Het openbaar lichaam heeft ten doel het op een bedrijfsmatig verantwoorde wijze doen uitvoeren van taken van en voor de deelnemende gemeenten op het terrein van de gesubsidieerde arbeid en het adviseren van de gemeenten op het terrein van de gesubsidieerde arbeid.
2.
Ter aanvulling van het lid 1 genoemde doel voert het openbaar lichaam in ieder geval de taken en bevoegdheden uit van het college van burgemeester en wethouders genaamd in de WSW binnen het werkgebied, met uitzondering van de taken en bevoegdheden genoemd in artikel 14, eerste lid WSW.
4
1.
Het werkvoorzieningschap heeft ten doel het op een bedrijfsmatig verantwoorde wijze doen Gemeenten is gedefinieerd, zie artikel 1, sub f. uitvoeren van taken van en voor de gemeenten op het terrein van de gesubsidieerde arbeid en het adviseren van de gemeenten op het terrein van de gesubsidieerde arbeid.
2.
Ter aanvulling van het lid 1 genoemde doel voert het bestuur van het werkvoorzieningschap in ieder geval de taken en bevoegdheden uit van de colleges genoemd in de WSW binnen het werkgebied, met uitzondering van de taken en bevoegdheden genoemd in artikel 14, eerste lid WSW.
Niet het openbaar lichaam voert de taken en bevoegdheden uit, maar het bestuur van het werkvoorzieningschap. Daarnaast is het openbaar lichaam gedefinieerd als werkvoorzieningsschap.
Bestuursorganen
Bevoegdheden
Algemeen bestuur
3.
Overeenkomstig het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, dragen de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten al hun bevoegdheden uit de WSW over aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam.
3.
Overeenkomstig het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, dragen de colleges al hun Geen inhoudelijke wijzingen, slechts tekstuele aanpassingen. bevoegdheden uit de WSW over aan het algemeen bestuur.
4.
Aan het algemeen bestuur is, ten behoeve van de in het eerste lid genoemde doelstelling, de bevoegdheid toegekend een of meer rechtspersonen op te richten of deel te nemen in een of meer bestaande dan wel te vormen rechtspersonen.
4.
Het werkvoorzieningsschap houdt een werkomgeving in stand waarin personen als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden werkzaamheden kunnen verrichten.
Deze bepaling is toegevoegd gelet op de afspraken dat het schap het werknemerschap gaat aanbieden voor de taken in het kader van beschut werk (Participatiewet)
5.
De colleges kunnen in mandaat andere bevoegdheden aan het bestuur of het personeel van het werkvoorzieningschap opdragen. De betreffende gemeenten en het werkvoorzieningschap sluiten een dienstverleningsovereenkomst af over de voorwaarden waaronder het mandaat wordt uitgeoefend.
Nieuwe lid toegevoegd. Dit lid is toegevoegd om duidelijk te maken dat de deelnemers als zij dat willen ook extra taken aan het schap kunnen opdragen. Dat gebeurt dan via een mandaatbesluit (de publiekrechtelijke kant van de bevoegdheidstoedeling) en een dienstverleningsovereenkomst (de privaatrechtelijke inhoudelijke afspraken).
6.
Het algemeen bestuur is bevoegd, ten behoeve van de in dit artikel genoemde doelstellingen, een Geen inhoudelijke wijzingen, slechts tekstuele aanpassingen. . of meer rechtspersonen op te richten of deel te nemen in een of meer bestaande dan wel te vormen rechtspersonen.
5.
6.
7.
8.
De bestuursorganen van het werkvoorzieningschap zijn
Bestuursorganen
5.
De bestuursorganen van het werkvoorzieningschap zijn
Geen wijzigingen.
a.
het algemeen bestuur;
a.
het algemeen bestuur;
b.
het dagelijks bestuur;
b.
het dagelijks bestuur;
c.
de voorzitter.
c.
de voorzitter.
1.
De verdeling van de bevoegdheden tussen de bestuursorganen is gelijk aan die welke in de Gemeentewet ten aanzien van de gemeentelijke bestuursorganen is neergelegd, tenzij uit deze regeling anders blijkt.
2.
Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheden met inachtneming van artikel 33a, eerste lid, van de Conform de huidige wetgeving gewijzigd (i.p.v. artikel 33 is artikel 33a van toepassing). Wgr geheel of gedeeltelijk overdragen aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur oefent die bevoegdheid uit overeenkomstig de eventueel door het algemeen bestuur te stellen beleidsregels.
1.
De colleges wijzen elk uit hun midden twee leden en twee plaatsvervangende leden aan tot lid van Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur mogen niet hetzelfde zijn samengesteld, het algemeen bestuur. sterker nog het dagelijks bestuur mag geen meerderheid in het algemeen bestuur hebben (art. 14 lid 3 Wgr). Daarom is het aantal leden van het algemeen bestuur verdubbeld.
1.
Aan de bestuursorganen van het openbaar lichaam zijn binnen het kader van artikel 4 van deze regeling bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grenzen van artikel 30 van de Wgr.
Bevoegdheden
2.
De verdeling van de bevoegdheden tussen de bestuursorganen is gelijk aan die welke in de Gemeentewet ten aanzien van de gemeentelijke bestuursorganen is neergelegd, tenzij uit deze regeling anders blijkt.
3.
Het algemeen bestuur kan haar bevoegdheden met inachtneming van artikel 33, lid 1 van de Wgr geheel of gedeeltelijk overdragen aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur oefent die bevoegdheden uit overeenkomstig de eventueel door het algemeen bestuur te stellen regels.
1.
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wijzen elk uit hun midden een lid en een plaatsvervangend lid aan tot lid van het algemeen bestuur.
2.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur staat slechts open voor leden van de colleges en burgemeesters van de deelnemende gemeenten.
2.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de colleges afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de colleges de nieuwe leden hebben aangewezen.
3.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittinsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de colleges van burgemeester en wethouders der gemeenten de nieuwe leden hebben aangewezen.
3.
De colleges beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de nieuwe leden en de plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur.
4.
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de nieuwe leden en de plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur.
4.
De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden na het ontstaan ervan.
5.
De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden na het ontstaan ervan.
5.
Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stelt hij de voorzitter, alsmede het college dat hem heeft aangewezen, in kennis.
Geen inhoudelijke wijzigingen, slechts tekstuele aanpassingen.
6.
De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede het college van burgemeester en wethouders dat hen heeft aangewezen, in kennis.
1.
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of tenminste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur dit onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of tenminste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur dit onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.
Voormalig lid 2 is komen te vervallen, omdat het niet nodig is om expliciet naar de Wet te verwijzen. De wet is immers sowieso van toepassing
Algemeen bestuur
Werkwijze algemeen bestuur
6.
7.
8.
Voormalig lid 1 is komen te vervallen. De overdracht van bevoegdheden is immers reeds geregeld in artikel 4.
Voormalig lid 2 is komen te vervallen, uit lid 1 vloeit immers al voort dat alleen collegeleden lid kunnen zijn van het algemeen bestuur.
Stemverhoudingen algemeen bestuur
9.
2.
Op de vergaderingen van het algemeen bestuur is artikel 22 van de Wgr van overeenkomstige toepassing.
1.
De stemverhoudingen in het algemeen bestuur variëren met het aantal werknemers als bedoeld in artikel 1 van deze regeling onder i, gemeten in voltijdseenheden naar de stand van het lopende kalenderjaar, dat de gemeenten leveren. Een en ander op de volgende wijze gemeenten die minder dan 100 werknemers als bedoeld in het eerste lid leveren, hebben één stem.
a.
10.
Dagelijks bestuur
De voorzitter
11.
12.
Stemverhoudingen algemeen bestuur
9.
In het algemeen bestuur hebben a. de leden aangewezen door het college van De Fryske Marren ieder 2 stemmen;
b.
gemeente die 100 of meer werknemers als bedoeld in het eerste lid leveren, maar minder dan 200, hebben twee stemmen.
b. de leden aangewezen door het college van Harlingen ieder 1 stem;
c.
gemeenten die 200 - 400 werknemers als bedoeld in het eerste lid leveren, hebben drie stemmen.
c.
d.
gemeenten die 400 of meer werknemers als bedoeld in het eerste lid leveren, hebben vier stemmen.
d. de leden aangewezen door het college van Waadhoeke ieder 2 stemmen.
2.
Het algemeen bestuur stelt in de eerste vergadering in het kalenderjaar de aantallen werknemers als bedoeld in het eerste lid vast.
1.
Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast. Dit reglement mag geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met deze regeling.
2.
Het algemeen bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit tenminste drie leden, waaronder
Reglement van orde
Dagelijks bestuur
10.
11.
Op grond van het eerder door het algemeen bestuur aangenomen uitgangspunt voor 2022 zijn de stemverhoudingen nu vastgelegd. Omdat iedere gemeente nu 2 leden heeft, hebben we ieder lid stemmen toegekend. Aan de verhouding tussen gemeenten is dus niets veranderd (was 2 1 4 2 en wordt 4 2 8 4), maar ieder lid moet wel stemrecht hebben, dat is een wezenskenmerk van het lidmaatschap.
de leden aangewezen door het college van Súdwest-Fryslân ieder 4 stemmen, en
1.
Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast. Dit reglement mag geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met deze regeling.
2.
Het algemeen bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van de colleges.
1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en drie overige leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. Er mogen geen twee leden afkomstig zijn van dezelfde gemeente.
Geen inhoudelijke wijzigingen, enkel tekstuele aanpassingen.
Geringe inhoudelijke wijziging. Dagelijks bestuur bestaat voortaan uit vier leden, in plaats van tenminste uit 3 leden (open bepaling). Hiermee wordt voorkomen dat het dagelijks bestuur een meerderheid kan krijgen in het ab. Voormalig lid 3 en 4 zijn komen te vervallen. Dit is voormalig lid 5. Geen wijzigingen.
a.
de voorzitter;
2.
De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.
b.
twee door en vanuit het algemeen bestuur aan te wijzen overige leden.
3.
Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur binnen twee maanden een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur dan vindt aanwijzing eerst plaats nadat de plaats in het algemeen bestuur opnieuw is bezet, tenzij deze benoeming meer dan drie maanden zou uitblijven.
Dit is voormalig lid 6. Geen wijzigingen.
3.
Het algemeen bestuur bepaalt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode voor de duur daarvan het aantal te vervullen plaatsen in het dagelijks bestuur.
4.
Indien langdurige verhindering of ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur verwacht wordt, kan het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur in diens tijdelijke vervanging voorzien.
Dit is voormalig lid 7. Geen wijzigingen.
4.
Het is niet toegestaan dat het dagelijks bestuur een meerderheid in het algemeen bestuur vormt.
5.
Het tijdelijk benoemd lid treedt als zodanig af, zodra degene die hij vervangt de uitoefening van zijn taak hervat.
Dit is voormalig lid 8. Geen wijzigingen.
5.
De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.
6.
De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van het algemeen bestuur.
Dit is voormalig lid 9. Geen wijzigingen.
6.
Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur binnen twee maanden een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur dan vindt aanwijzing eerst plaats nadat de plaats in het algemeen bestuur opnieuw is bezet, tenzij deze benoeming meer dan drie maanden zou uitblijven.
7.
Indien langdurige verhindering of ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur verwacht wordt, kan het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur in diens tijdelijke vervanging voorzien.
8.
Het tijdelijk benoemd lid treedt als zodanig af, zodra degene die hij vervangt de uitoefening van zijn taak hervat.
9.
De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van het algemeen bestuur.
1.
De voorzitter wordt in de eerste vergadering van het algemeen bestuur door en uit haar midden aangewezen voor de zittingsperiode.
1.
De voorzitter wordt in de eerste vergadering van het algemeen bestuur door en uit zijn midden aangewezen voor de zittingsperiode.
Geen wijzigingen.
De voorzitter
12.
13
Verantwoording
14
2.
Bij verhindering of ontstentenis wordt hij vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, door het algemeen bestuur daartoe aangewezen.
2.
Bij verhindering of ontstentenis wordt hij vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, door het algemeen bestuur daartoe aangewezen.
3.
Indien en voor zover het algemeen bestuur nog niet in de vervanging heeft voorzien, is het dagelijks bestuur bevoegd uit zijn midden een lid aan te wijzen dat tijdelijk in de vervanging voorziet.
3.
Indien en voor zover het algemeen bestuur nog niet in de vervanging heeft voorzien, is het dagelijks bestuur bevoegd uit zijn midden een lid aan te wijzen dat tijdelijk in de vervanging voorziet.
4.
Het voorzitterschap eindigt indien betrokkene ophoudt lid van het dagelijks bestuur te zijn. Het algemen bestuur voorziet dan onmiddellijk in de vervanging.
4.
Het voorzitterschap eindigt indien betrokkene ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. Het algemeen bestuur voorziet dan onmiddellijk in de vervanging.
1.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur.
1.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur. Geen wijzigingen.
2.
De voorzitter en de secretaris, als bedoeld in artikel 15 van deze regeling, lid 4, ondertekenen de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
2.
De voorzitter en de secretaris, als bedoeld in artikel 16, ondertekenen de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
3.
De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte.
3.
De voorzitter vertegenwoordigt het werkvoorzieningschap in en buiten rechte.
1.
Een lid van het algemeen bestuur is jegens het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid overeenkomstig de in de desbetreffende gemeente daartoe geldende regeling.
1.
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hen gevoerde beleid.
2.
Het college van burgemeester en wethouders kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college van burgemeester en wethouders niet meer bezit. De artikelen 49 en 50 Gemeentewet (oud) zijn hierbij van overeenkomstige toepassing.
2.
Het algemeen bestuur kan een door hem aangewezen lid van het dagelijks bestuur ontslag ver-lenen indien deze zijn vertrouwen niet meer geniet.
3.
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hen gevoerde beleid, naar door het algemeen bestuur te stellen regels.
4.
Het algemeen bestuur kan een door hem aangewezen lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen indien deze haar vertrouwen niet meer geniet. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentwet (oud) zijn hierbij van overeenkomstige toepassing.
5.
De leden van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur geven, tezamen en ieder afzonderlijk, aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten op verzoek of ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
6.
Het algemeen bestuur kan regels stellen omtrent de wijze waarop het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur informatie verstrekken aan de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
1.
Een lid van het algemeen bestuur is jegens het college dat hem heeft aangewezen verantwoording De externe verantwoording is gewijzigd conform de huidige wetgeving. verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid overeenkomstig de in de desbetreffende gemeente daartoe geldende regeling.
2.
Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit.
3.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gemeenteraad van de betreffende gemeente.
4.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven, tezamen en ieder afzonderlijk, aan de gemeenteraden van de gemeenten op verzoek van een of meer leden of ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
5.
Het algemeen bestuur kan regels stellen omtrent de wijze waarop het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter informatie verstrekken aan de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
1.
De bestuursorganen van het werkvoorzieningschap worden in de uitvoering van hun taken bijgestaan door een secretaris.
Het openbaar lichaam is gedefinieerd als werkvoorzieningschap. Geen inhoudelijke wijzigingen.
2.
De secretaris wordt door het dagelijks bestuur aangesteld, geschorst en ontslagen.
Het dagelijks bestuur is bevoegd om de secretaris aan te stellen, te schorsen of te ontslagen.
Taken voorzitter
Interne verantwoording
15.
1.
De bestuursorganen van het openbaar lichaam worden in de uitvoering van hun taken bijgestaan door een secretaris.
2.
De secretaris wordt door het algemeen bestuur benoemd, geschorst en ontslagen.
14.
De verantwoording is opgesplitst in twee artikelen, namelijk interne- en externe verantwoording. De interne verantwoording is gewijzigd conform de huidige wetgeving.
Externe verantwoording
Secretaris
13.
Secretaris
15.
16.
Adviescommissie
15a
3.
Het dagelijks bestuur draagt aan het algemeen bestuur ter benoeming een secretaris en een plaatsvervangend secretaris voor.
3.
Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de secretaris.
De bevoegdheid voor het benoemen van een plaatsvervangende secretaris komt toe aan het dagelijks bestuur en niet aan het algemeen bestuur.
4.
De secretaris heeft in de vergadering van het algemeen en dagelijks bestuur een adviserende stem.
4.
De secretaris heeft in de vergadering van het algemeen en dagelijks bestuur een adviserende stem.
Geen wijzigingen.
5.
De secretaris tekent met de voorzitter alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan.
5.
De secretaris tekent met de voorzitter alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan.
Geen wijzigingen.
6.
Het algemeen bestuur kan regels stellen omtrent de vereisten van benoeming van de secretaris.
6.
Het algemeen bestuur kan regels stellen omtrent de vereisten van aanstelling van de secretaris.
Geen wijzigingen, slechts tekstuele aanpassingen.
1.
Het algemeen bestuur kan een adviescommissie instellen als bedoeld in artikel 24 Wgr.
2.
Het algemeen bestuur kan een adviescommissie instellen ten behoeve van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter op voorstel van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter.
3.
4.
Financiën
Begroting
16.
17.
Adviescommissie
Dit artikel is komen te vervallen. De bevoegdheid voor het instellen van een adviescommissie is reeds in de Wgr geregeld (het vloeit rechtstreeks voort uit de wet). Om die reden dient het niet nogmaals in de regeling te worden geregeld.
Het algemeen bestuur kan als lid van een adviescommissie benoemen a.
Een lid van het algemeen bestuur;
b.
Een medewerker van de gemeenschappelijke regeling;
c.
Een medewerker van een deelnemende gemeente;
d.
Een lid van de directie van NV Empatec;
e.
Een medewerker van NV Empatec of een van haar dochters;
f.
Een externe deskundig. Het algemeen bestuur kan regels stellen over de taak, omvang en de samenstelling van een adviescommissie.
1.
Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie, het kasbeheer en de controle zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet (oud) van overeenkomstige toepassing.
2.
Het algemeen bestuur kan regels stellen omtrent de wijze waarop het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur financiële informatie verstrekken aan de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
1.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 15 april een conceptbegroting op voor het volgende kalenderjaar en zendt deze, voorzien van een toelichting, toe aan de raden van de gemeenten.
2.
3.
Overig personeel
17.
Financiën
18.
Het dagelijks bestuur kan personeel aannemen, schorsen en ontslaan. Het dagelijks bestuur draagt Dit artikel is toegevoegd. Het regelt de bevoegdheden m.b.t. personele - en zorg voor een lidmaatschap van de werkgeversvereniging voor gemeenschappelijke regelingen en werkgeversaangelegenheden. volgt voor het personeel de cao-afspraken die voor deze vereniging worden gemaakt.
1.
Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie, het kasbeheer en de controle zijn de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de Wgr niet is afgeweken.
2.
Het algemeen bestuur kan regels stellen omtrent de wijze waarop het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur financiële informatie verstrekken aan de raden en colleges.
1.
Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting Het eerste lid is conform de huidige wet toegevoegd. dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.
De conceptbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190 van de Gemeentewet (oud) is van overeenkomstige toepassing.
2.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 30 april een conceptbegroting op voor het volgende kalenderjaar en zendt deze, voorzien van een toelichting, toe aan de raden van de gemeenten.
De inhoud is conform het voormalige lid 1, waarin de datum conform de Wgr is aangepast.
In de conceptbegroting wordt aangegeven de naar raming door elke gemeente verschuldigde bijdrage. Er zal naar worden gestreefd de begrote gemeentelijke bijdragen per werknemer, als bedoeld in artikel 1 van deze regeling, onder i, van jaar tot jaar zoveel mogelijk gelijk te laten zijn.
3.
De conceptbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
In dit lid is de verwijzing naar de Gemeentewet niet meer opgenomen (zie het oude tweede lid).
4.
De begrote gemeentelijke bijdrage wordt berekend naar rato van het aantal werknemers, zoals bedoeld in artikel 1 van deze regeling, onder i, afkomstig uit de deelnemende gemeenten naar de stand van 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is.
4.
De raden kunnen het dagelijks bestuur binnen de wettelijke termijn van twaalf weken na de verzenddatum van hun gevoelen omtrent de conceptbegroting doen blijken.
Dit lid is conform de huidige wetgeving aangepast, waarbij verwezen wort naar de wettelijke termijn in plaats van de datum.
5.
De raden van de gemeenten kunnen het dagelijks bestuur binnen de wettelijke termijn van acht weken na de verzenddatum, doch uiterlijk 15 juni van hun gevoelen omtrent de conceptbegroting doen blijken.
5.
Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk de opmerkingen van de raden en eventueel een nota van wijzigingen aan het algemeen bestuur.
De datum is komen te vervallen.
6.
Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk na 15 juni doch uiterlijk 1 juli de opmerkingen van de raden en eventueel een nota van wijzigingen aan het algemeen bestuur.
6.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vóór 15 september vast. Het dagelijks bestuur zendt terstond afschriften aan de gemeenten.
De datum is conform de huidige wetgeving gewijzigd.
Begroting
19.
Artikelen Gemeentewet zijn geactualiseerd. Daarbij is ook aangesloten bij de uitzondering van de Wgr
Voormalig lid 3 en 4, m.b.t. begroting gemeentelijke bijdragen, zijn verplaatst naar artikel 21-nieuw en gemoderniseerd.
18.
7.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vóór 15 juli vast en zendt terstond afschriften aan de gemeenten.
8.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus aan gedeputeerde staten.
1.
Alvorens een begrotingwijziging wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het concept daarvan, voorzien van een toelichting en een raming van de verschuldigde bedragen, toe aan de raden van de gemeenten. De raden van de gemeenten kunnen het dagelijks bestuur binnen een periode van acht weken na de verzenddatum van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk na sluiting van de in lid 2 bedoelde periode de opmerkingen van de raden, de begrotingswijziging en eventueel voorzien van een nota van wijzigingen, ter vaststelling toe aan het algemeen bestuur.
2. 3.
4. 5.
19.
1.
2.
3.
Rekening
20.
21.
Begrotingswijziging
20.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 15 april een conceptverantwoording van de inkomsten en uitgaven van het afgelopen kalenderjaar op en zendt deze, voorzien van een toelichting, toe aan de raden van de gemeenten.
2.
1.
Alvorens een begrotingswijziging wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het concept Er is een kop aan het artikel toegevoegd (begrotingswijziging). daarvan, voorzien van een toelichting en een raming van de verschuldigde bijdragen, toe aan de raden. De raden kunnen het dagelijks bestuur binnen een periode van twaalf weken na de verzenddatum De wettelijke termijn is conform huidige wetgeving aangepast (12 weken i.p.v. 8 weken). van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk na sluiting van de in het tweede lid bedoelde periode de opmerkingen van de raden en de begrotingswijziging, eventueel voorzien van een nota van wijzigingen, ter vaststelling toe aan het algemeen bestuur.
3.
Financiële uitgangspunten
21.
Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging terstond na vaststelling toe aan de raden.
5.
Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen twee weken aan gedeputeerde staten.
1.
In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke gemeente verschuldigde aanvullende Hierin is opgenomen hoe kosten die niet gedekt kunnen worden uit de rijksbijdragen (de gemeentelijke bijdrage. Er zal naar worden gestreefd de begrote aanvullende gemeentelijke basisfinanciering; geregeld in 3e lid) worden omgeslagen over de gemeenten. bijdrage per standaardeenheid van jaar tot jaar zoveel mogelijk gelijk te laten zijn. De begrote aanvullende gemeentelijke bijdrage als bedoeld in het eerste lid wordt berekend naar rato van het aantal standaardeenheden afkomstig uit de gemeenten naar de stand van 1 januari van het voorafgaande jaar waarover de bijdrage verschuldigd is. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot per kwartaal één vierde deel van de totale bijdrage Oud 1e lid. De kop is gewijzigd. die zij op basis van de begroting moeten betalen. Het maandelijks voorschot is gewijzigd in voorschot per kwartaal (in overeenstemming gebracht met uitvoeringspraktijk). De gemeenten zullen er steeds voor zorg dragen dat het werkvoorzieningschap te allen tijde over Indien het algemeen bestuur ermee bekend is dat een gemeente weigert deze uitgaven op de Geen inhoudelijke wijzigingen, slechts tekstuele aanpassingen.
3.
4. 5.
Jaarrekening
22.
De datum is conform de huidige wetgeving gewijzigd.
4.
2.
Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te brengen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 (oud).
1.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september aan gedeputeerde staten.
2.
Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging terstond na vaststelling toe aan de raden der gemeenten. Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen 2 weken aan gedeputeerde staten.
De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks ééntwaalfde deel van de begrote bijdrage, herrekend naar de stand van het aantal werknemers, als bedoeld in artikel 1 van de regeling, onder i, per 1 januari van het betreffende verslagjaar. De gemeenten zullen er steeds voor zorg dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
7.
1.
Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 30 april een voorlopige jaarrekening van het afgelopen kalenderjaar op en zendt deze, voorzien van een toelichting, toe aan de raden.
De kop is gewijzigd.
Van de inkomsten en uitgaven wordt door het dagelijks bestuur over elk kalenderjaar verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur onder overlegging van de daarbij behorende bescheiden.
2.
Van de inkomsten en uitgaven wordt door het dagelijks bestuur over elk kalenderjaar verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur onder overlegging van de daarbij behorende bescheiden.
3.
Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 der Gemeentewet (oud) aangewezen deskundige, alsmede hetgeen het te harer verantwoording dienstig acht.
3.
Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 Gemeentewet aangewezen deskundige.
4.
Het algemeen bestuur stelt de rekening van het voorafgaande jaar vóór 15 juli vast en zendt deze binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus aan gedeputeerde staten. Van de vaststelling doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de gemeenten.
4.
Het algemeen bestuur stelt de rekening van het voorafgaande jaar vast en zendt deze binnen twee De termijnen zijn conform de nieuwe wetgeving aangepast. weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten. Van de vaststelling doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden.
5.
De vaststelling van de rekening stelt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in recht gebleken onregelmatigheden.
5.
De vaststelling van de jaarrekening stelt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
1.
Mocht enig exploitatiejaar een batig saldo opleveren, dan zal dit saldo worden toegevoegd in de algemene reserve.
1.
Mocht enig exploitatiejaar een batig saldo opleveren, dan zal dit saldo worden toegevoegd aan de Er is een kop toegevoegd aan het artikel. algemene reserve.
De termijnen zijn conform de nieuwe wetgeving aangepast.
Verdeling baten en lasten
23.
Het laatste zinsdeel is komen te vervallen, omdat het overbodig was.
2.
Mocht enig exploitatiejaar een nadelig saldo opleveren, dan zal het exploitatietekort in beginsel worden gedekt uit de algemene reserve.
2.
Mocht enig exploitatiejaar een nadelig saldo opleveren, dan zal het exploitatietekort in beginsel worden gedekt uit de algemene reserve.
3.
Het algemeen bestuur kan beslissen uitkeringen uit de algemene reserve te doen ten gunste van de gemeenten in de verhouding van de in artikel 17 van deze regeling, derde en vierde lid, bedoelde bijdrage. Uitkeringen kunnen alleen plaatsvinden indien en voor zover de algemene reserve hoger is dan de kapitaalverstrekking aan de deelnemingen vermeerderd met de aan deelnemingen uit eigen middelen verstrekte financieringen, blijkend uit de laatst en niet meer dan één jaar geleden vastgestelde rekening.
3.
Het algemeen bestuur kan beslissen uitkeringen uit de algemene reserve te doen ten gunste van In zowel lid 3 als 4 wordt er verwezen naar de verdeelsleutel conform de begroting in de gemeenten, overeenkomstig de verdeelsleutel die ten grondslag lag aan de begroting, zoals plaats van naar artikel 17 van de regeling. opgenomen in artikel 21, eerste lid. Uitkeringen kunnen alleen plaatsvinden indien en voor zover de algemene reserve hoger is dan de kapitaalverstrekking aan de deelnemingen vermeerderd met de aan deelnemingen uit eigen middelen verstrekte financieringen, blijkend uit de laatst en niet meer dan één jaar geleden vastgestelde jaarrekening.
4.
Structurele tekorten in de algemene reserve zullen door de gemeenten worden aangezuiverd in de verhouding van de in artikel 17 van deze regeling, derde en vierde lid, bedoelde bijdrage. Het algemeen bestuur bepaalt wanneer sprake is van een structureel tekort, mede gehoord gedeputeerde staten en de accountant als bedoeld in artikel 213, lid 2, van de Gemeentewet (oud).
4.
Structurele tekorten in de algemene reserve zullen door de gemeenten worden aangevuld overeenkomstig de verdeelsleutel die ten grondslag ligt aan de begroting, zoals opgenomen in artikel 21, eerste lid. Het algemeen bestuur bepaalt wanneer sprake is van een structureel tekort, mede gehoord gedeputeerde staten en de accountant als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet.
Archief
Toetreding, uittreding
22.
23.
1.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbestanden van de organen van deze gemeenschappelijke regeling. Het algemeen bestuur stelt hiertoe een regeling vast, welke aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld.
2.
Archief
1.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van deze gemeenschappelijke regeling. Het algemeen bestuur stelt hiertoe een regeling vast, welke aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld.
Er is een kop toegevoegd aan het artikel.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 33 Archiefwet 1995 oefenen gedeputeerde staten toezicht uit op de in het vorige lid omschreven taak.
2.
De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden voor zover die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Súdwest-Fryslân.
Voormalig lid 2 is komen te vervallen.
3.
De secretaris is belast met het beheer van de archiefbestanden voor zover die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Sudwest-Fryslân.
3.
Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden alle archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Súdwest-Fryslân.
4.
Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de nog aanwezige archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente SudwestFryslân.
1.
Toetreding door andere gemeenten vindt plaats, indien tweederde van de colleges van burgemeester en wethouders daarbij bij besluit daarin bewilligt.
1.
Een college van burgemeester en wethouders van een andere gemeente kan toetreden tot de regeling, indien tenminste twee derde van de colleges hiermee instemmen, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wgr.
2.
In een besluit als bedoeld in het vorige lid kan de toetreding afhankelijk worden gesteld van bepaalde door het algemeen bestuur te stellen voorwaarden.
2.
In een besluit als bedoeld in het vorige lid kan de toetreding afhankelijk worden gesteld van bepaalde door het algemeen bestuur te stellen voorwaarden.
3.
De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op de datum waarop colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten de regeling hebben vastgesteld en op de voorgeschreven wijze bekend hebben gemaakt.
3.
De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op de datum waarop de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten de regeling hebben vastgesteld en op de voorgeschreven wijze bekend hebben gemaakt.
4.
Een gemeente kan bij een daartoe strekkend besluit van de raad en het college van burgemeester en wethouders uit de regeling treden.
5.
Het algemeen bestuur regelt in geval van een voorgenomen uittreding de financiële en overige verplichtingen van de betreffende gemeente.
6.
Uittreding vindt plaats op 1 januari na de datum waarop de inschrijving in het register als bedoeld in artikel 27 Wgr heeft plaatsgevonden, doch niet eerder dan twee jaren na de datum van het uittredingsbesluit van de betreffende gemeente.
1.
Een college van burgemeester en wethouders van een van de gemeenten kan besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wgr.
Geen inhoudelijke wijzigingen, slechts tekstuele aanpassingen.
2.
Een college zendt, na toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen.
Aan het tweede lid is de procedure omtrent zending van besluit aan algemeen bestuur toegevoegd.
3.
Het algemeen bestuur regelt in geval van een voorgenomen uittreding de financiële en overige verplichtingen van de betreffende gemeente.
4.
De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van twee jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeen komen.
1.
De regeling kan gewijzigd worden bij besluit van ten minste twee derde van de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wgr.
Toetreding
Uittreding
Wijziging/opheffing
24.
1.
De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van tenminste tweederde van de deelnemende gemeenten, voor zover deze colleges van burgemeester en wethouders daartoe toestemming hebben gekregen van hun raden.
Wijziging
24.
25.
26.
27.
De toetreding en uittreding zijn opgesplitst in twee aparte artikelen. Lid is slechts tekstueel aangepast, geen inhoudelijke wijzigingen.
De wijziging en opheffing zijn opgesplitst in twee aparte artikelen. Voor de verplichte toestemmingsprocedure bij gemeenteraden wordt er voortaan verwezen naar artikel 1 van de Wgr.
2.
Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen uitgaan van het algemeen bestuur, al dan niet op voorstel van het dagelijks bestuur, als ook van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
2.
Een voorstel tot wijziging kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door een college van een van de gemeenten.
Geen inhoudelijke wijzigingen, slechts tekstuele aanpassingen.
3.
Indien het voorstel uitgaat van het algemeen bestuur zendt het algemeen bestuur het voorstel aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, die binnen drie maanden na ontvangst van dit voorstel een besluit nemen en dit terstond aan het algemeen bestuur meedelen.
3.
Het wijzigingsbesluit regelt de datum van inwerkingtreding, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Wgr.
In het derde lid wordt verwezen naar de bekendmakingsverplichting, alvorens een wijzigingsbesluit in werking kan treden.
4.
Indien het voorstel uitgaat van een of meer colleges van burgemeester en wethouders zendt het college van burgemeester en wethouders, respectievelijk zenden de colleges van burgemeester en wethouders het voorstel aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voorstel met haar beschouwingen ter zake binnen twee maanden aan de colleges van burgemeester en wethouders van alle geementen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
4.
Op een verandering van de taken, als bedoeld in artikel 4 is artikel 26 van overeenkomstige toepassing, tenzij de colleges unaniem anders overeenkomen.
Het vierde lid is toegevoegd, om te regelen hoe omgegaan wordt met tussentijdse taakveranderingen.
5.
Het algemeen bestuur stelt de colleges van burgemeester en wethouders in kennis van het aanvaarden en verwerpen van de in dit artikel bedoelde voorstellen.
Artikel 25 ontbreekt in de huidige Wgr.
25.
Opheffing
Evaluatie
Duur en inwerkingtreding
29.
1.
De regeling wordt opgeheven wanneer twee derde van de colleges daartoe besluiten.
Dit artikel is nieuw toegevoegd, zodat er duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen het wijzigen van de regeling en het opheffen van de regeling. Het artikel regelt in de basis de wijze opheffing en welke stappen moeten worden ondernomen in geval van opheffing. De voormalige regeling voorzag hier niet in.
2.
Het algemeen bestuur stelt unaniem een liquidatieplan vast dat voorziet in de verplichtingen van gemeenten alle rechten en verplichtingen van het schap over de gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
3.
Het besluit tot opheffing bepaalt wanneer de opheffing ingaat, onverminderd het bepaalde in artikel 9, derde lid, en artikel 26 van de Wgr.
4.
Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
5.
Het dagelijks bestuur blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
1.
Het dagelijks bestuur evalueert in het jaar voorafgaande aan reguliere gemeenteraadsverkiezingen Vooruitlopend op de Wgr-wijziging is reeds een evaluatiebepaling opgenomen. de samenwerking en gaat daarbij in elk geval in op het bereiken van de doelstellingen als bedoeld in artikel 4 en het functioneren van het schap.
2.
De resultaten van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk in januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezing aangeboden aan de colleges en de raden.
Geschillen
30.
Geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van de regeling tussen colleges onderling of tussen colleges en het bestuur van het werkvoorzieningschap worden overeenkomstig artikel 28 van de Wgr behandeld.
De voormalige versie kent geen geschillenbepaling. Er wordt verwezen naar de geschillenregeling, zoals opgenomen in artikel 28 van de Wgr.
Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Duur
31.
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Niets gewijzigd
1.
Deze regeling treedt in werking op de eerste van de maand volgend op de opname in het register als bedoeld in artikel 27, tweede lid van de Wgr.
Bekendmaking en inwerkingtreding
32.
1.
Deze gewijzigde regeling treedt in werking op 1 januari 2023.
Er is een kop toegevoegd aan het artikel.
2.
De in artikel 26 van de Wgr voorgeschreven toezending van de regeling aan gedeputeerde staten zal geschieden door de zorg van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sudwest-Fryslân.
2.
Het college van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de regeling bekend op de in artikel 26 van de Wgr voorgeschreven wijze.
3.
Het dagelijks bestuur is belast met de registratie als bedoeld in artikel 26, tweede lid, en artikel 136 Derde lid is conform huidige wetgeving toegevoegd (n.a.v. de Wet elektonische van de Wgr. publicaties).
26.
27.
28.
Aan het eerste lid is de inwerktredingsdatum toegevoegd.
28.
1.
De regeling kan worden aangehaald als "Regeling werkvoorzieningschap Fryslân-West".
Slotbepaling
33.
In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet, treden de colleges met elkaar in overleg.
De voormalige versie kent geen slotbepaling.
Citeerwijze
34.
Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap FryslânWest 2023.
De citeerwijze is gewijzigd.