Bijlage 3 - Toelichting wijzigingsvoorstel gemeenschappelijke regeling Marrekrite
Tekst van het document
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Toelichting op het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite
1. Inleiding en achtergrond De gemeenschappelijke regeling Marrekrite is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het is een zgn. collegeregeling, getroffen door burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Opsterland, Smallingerland, Súdwest Fryslân, Tytsjerksteradiel, Waadhoeke en Weststellingwerf en gedeputeerde staten van de provincie. De regeling bestaat al sinds 1957. Met het treffen van de regeling is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam ingesteld. Het bestuur van dit openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. In afstemming met de deelnemers bevordert en draagt het bestuur van de regeling zorg voor een goede recreatieve infrastructuur op en om het water en op het land. Kerntaken zijn kortgezegd het bevorderen van waterrecreatie door het tot stand brengen, beheren en onderhouden van vrije aanlegplaatsen en het bevorderen van landrecreatie door het tot stand brengen, beheren en onderhouden van bewegwijzering van recreatieve routestructuren, elk met inbegrip van advisering hieromtrent. Aan het samenwerkingsverband zijn geen publiekrechtelijke bevoegdheden van de colleges overgedragen.
Bij de uitvoering van taken bedient het bestuur zich van het privaatrecht en het verrichten van feitelijke handelingen. 2. Waarom deze wijziging? Vanuit verschillende invalshoeken is er aanleiding om de gemeenschappelijke regeling aan te passen: Deelnemersveld Vanwege diverse gemeentelijke herindelingen moet de benaming van de deelnemende gemeenten worden aangepast. o
o Inhoudelijk Uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen, de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren en de Wet elektronische publicaties volgen enkele inhoudelijke wijzigingen. De regeling moet hierop worden aangepast. Ook de bijdrageregeling en de financieringsfunctie zijn aanleiding om de regeling te wijzigen.
Op 1 juli 2022 treedt de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen in werking (hierna: de Wijzigingswet). Deze wet wijzigt onder andere de Wet gemeenschappelijke regelingen en beoogt de (informatie)positie van gemeenteraden en
1
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
provinciale staten bij gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om u een beeld te geven van wat dit betekent volgt eerst een kort overzicht van de wijzigingen: a) Bij regelingen die uitsluitend zijn getroffen door de colleges en/of burgemeesters/cdK moet een ontwerp van een gemeenschappelijke regeling voortaan voor een zienswijze worden voorgelegd aan de gemeenteraden en provinciale staten, die de gelegenheid krijgen om binnen 8 weken na ontvangst een zienswijze te geven op het ontwerp. Dit geldt ook voor het wijzigingen van een regeling. b) Op voorstel van de gemeenteraden en provinciale staten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in, die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden en staten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden en deze bestuursorganen kan adviseren. c) De Wet gemeenschappelijke regelingen kent nu een zgn. ‘passieve informatieplicht’. De Wijzigingswet voegt hier een ‘actieve informatieplicht’ aan toe, vergelijkbaar met hetgeen hieromtrent in de Gemeentewet en de Provinciewet is geregeld.
d) Met de introductie van het gemeenschappelijk recht van enquête krijgen gemeenteraden en provinciale staten gezamenlijk de mogelijkheid om onderzoek te doen naar eventuele misstanden bij een gemeenschappelijke regeling als geheel, door een gezamenlijke enquête uit te voeren naar de bestuursvoering. e) In de Wet gemeenschappelijke regeling wordt de mogelijkheid van lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling verduidelijkt. f) Om gemeenteraden en provinciale staten meer positie te geven in de begrotingscyclus worden de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aangepast. De termijn om een zienswijze te geven op de ontwerpbegroting wordt met vier weken verlengd. g) In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over besluiten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling, waarover gemeenteraden en provinciale staten een zienswijze naar voren kunnen brengen, voorafgaande aan het nemen van het besluit. De verplichting om een zienswijze te vragen geldt nu alleen voor de ontwerpbegroting. Het is denkbaar dit ook voor andere besluiten te regelen, zoals besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes.
Er kan ook worden afgesproken dat, behalve omtrent de ontwerpbegroting, geen zienswijzen worden gevraagd. h) Bij gemeenschappelijke regelingen kunnen taken en bevoegdheden met grote maatschappelijke relevantie zijn belegd. Op gemeentelijk en provinciaal niveau kan bijvoorbeeld via inspraak door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aandacht voor een bepaald onderwerp worden gevraagd. Die mogelijkheid bestaat niet wanneer een bevoegdheid of taak bij een gemeenschappelijke regeling is belegd, tenzij de regeling een procedure voor inspraak bevat. Deze wijziging ziet erop dat in elke regeling wordt afgesproken hoe om te gaan met participatie. Dat kan overigens nog steeds ínhouden dat deze mogelijkheid niet geboden wordt. i) In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden vastgelegd over evaluatie van de regeling. Dit kan ook inhouden dat er geen evaluatie plaatsvindt. j) De gemeenschappelijke regeling moet bepalingen bevatten omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor 2
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
het vermogen van het openbaar lichaam, de gemeenten en de provincie, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Niet alle wijzigingen behoeven een vertaling in de gemeenschappelijke regeling. Bovendien treden de wijzigingen gefaseerd in werking. Uit het overgangsrecht van de Wijzigingswet vloeit voort dat wijzigingen waarbij beleidsruimte ontbreekt onmiddellijk op 1 juli 2022 in werking zijn getreden (a tot en met f). Wijzigingen waarbij aan gemeente- en provinciebesturen (enige) beleidsruimte toekomt moeten uiterlijk 1 juli 2024 in de regeling zijn verwerkt (g tot en met j). Deze laatste categorie blijft in dit wijzigingsvoorstel buiten beschouwing, zodat meer tijd kan worden genomen om te bepalen of en in hoeverre de betreffende wijziging vertaling in de regeling behoeft. o Redactioneel Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele redactionele wijzigingen door te voeren.
3. Spelregels voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Elk college voor zich moet besluiten over het voorstel tot wijziging. Als het betreffende college voornemens is om in te stemmen met enige wijziging schrijft de Wet gemeenschappelijke regelingen voor dat: o het ontwerp van de regeling wordt toegezonden aan de gemeenteraad respectievelijk provinciale staten, die binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp van de (gewijzigde) regeling naar voren brengen. Als zij geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. o voor het nemen van dit wijzigingsbesluit voorafgaande toestemming nodig is van de gemeenteraad respectievelijk provinciale staten. Anders gezegd: de colleges mogen de gemeenschappelijke regeling niet wijzigen dan nadat de toestemming is verkregen. Dit betekent dat elk college in dat geval een voorgenomen besluit tot wijziging voor toestemming voorlegt aan de gemeenteraad of provinciale staten. Het besluit omtrent de verlening van toestemming heeft een alles of niets-karakter: de raad respectievelijk provinciale staten verlenen toestemming of niet. Het is op grond van de Algemene wet bestuursrecht niet toegestaan om aan de verlening van de toestemming voorwaarden te verbinden.
De toestemming kan alleen worden onthouden als er strijd is met het algemeen belang of met het recht. Het spreekt voor zich dat de tekst van een gemeenschappelijke regeling door de colleges eensluidend moet worden vastgesteld. Hoofdregel is dat een wijziging eerst tot stand komt als twee derde van de colleges hiertoe heeft besloten. In afwijking hiervan geldt dat voor een wijziging van nadrukkelijk in de gemeenschappelijke regeling genoemde bepalingen unanimiteit wordt verlangd. Dit voorstel ziet mede op wijziging van de art. 3, 4 en 22, eerste lid, waarvoor unanimiteit is vereist.
3
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
4. Leeswijzer Het voorstel is als volgt opgebouwd. Per aanhef c.q. artikel is de huidige tekst weergegeven, gevolgd door de voorgestelde tekst. De wijzigingen zijn vetgedrukt. Er is voor gekozen om de tekst van het gehele artikel weer te geven, ook als slechts een onderdeel hiervan wordt gewijzigd. Op die manier kan de wijziging in de context van de betreffende bepaling worden begrepen. De wijzigingen zijn toegelicht aan de hand van de volgende tabel: van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen
Toelichting:
Als een wijziging rechtstreeks voortvloeit uit wetgeving is dat aangegeven in de kolom ‘van rechtswege’. Dit betekent dat er geen beslisruimte is omtrent de betreffende wijziging.
5.
Artikelsgewijze toelichting
Aanhef: naamgeving deelnemende gemeenten huidige tekst Gedeputeerde staten van de provincie Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, De Fryske Marren, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Franekeradeel, Harlingen, Heerenveen, Het Bildt, Kollumerland c.a., Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Littenseradiel, Menameradiel, Opsterland, Smallingerland, Súdwest-Fryslân, Tytsjerksteradiel, Weststellingwerf , ieder voor zover zij bevoegd zijn, voorgestelde tekst Gedeputeerde staten van de provincie Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Opsterland, Smallingerland, SúdwestFryslân, Tytsjerksteradiel, Waadhoeke en Weststellingwerf, ieder voor zover zij bevoegd zijn, van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen
4
x
x
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Toelichting: De regeling is mede getroffen door de colleges van de deelnemende gemeenten. Vanwege gemeentelijke herindeling is de naamgeving van de betreffende gemeenten niet meer actueel. Dit is aangepast. De wijziging vloeit aldus rechtstreeks voort uit de betreffende herindelingswet.
5
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 1 huidige tekst Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Marrekrite; b. openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; c. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. colleges: gedeputeerde staten van Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. 2. Waar de wet of de regeling bepalingen van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing verklaard wordt voor provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. voorgestelde tekst Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Marrekrite; b. openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; c. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. colleges: gedeputeerde staten van Fryslân en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. 2. Waar de wet of de regeling bepalingen van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing verklaard wordt voor provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: Met het treffen van de regeling is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam ingesteld. De formele benaming van deze rechtspersoon is: Recreatieschap voor het Friese water en land ‘De Marrekrite’. Dit blijft ongewijzigd. In de regeling is de formele benaming veelal afgekort tot: ‘Marrekrite’ of ‘De Marrekrite’. In de praktijk echter wordt sinds 2017 consequent de afkorting of werknaam ‘Recreatieschap Marrekrite’ gebezigd. Dit wordt ook gebruikt in openbare uitingen. Voorgesteld wordt om de regeling hierop aan te passen en niet langer te spreken over ‘Marrekrite’ of ‘De Marrekrite’ maar over ‘Recreatieschap Marrekrite’.
6
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 2 huidige tekst Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 51, eerste lid, juncto artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd Recreatieschap voor het Friese water en land ‘De Marrekrite’, hierna: De Marrekrite. 2. De Marrekrite is gevestigd te Leeuwarden. voorgestelde tekst Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 51, eerste lid, juncto artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd: ‘Recreatieschap voor het Friese water en land De Marrekrite’, hierna: Recreatieschap Marrekrite. 2. Recreatieschap Marrekrite is gevestigd te Uitwellingerga. van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd
x
tekst redactioneel aangepast
x
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: Zoals in de toelichting op de wijziging van art. 1 al is opgemerkt blijft de formele benaming van het openbaar lichaam: Recreatieschap voor het Friese water en land ‘De Marrekrite’, zoals opgenomen in het eerste lid van art. 2, ongewijzigd. De afkorting of werknaam wordt gewijzigd in: ‘Recreatieschap Marrekrite’. Voor de motivering wordt verwezen naar de toelichting bij art. 1. De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat in de gemeenschappelijke regeling de vestigingsplaats van het openbaar lichaam is opgenomen. Tot voort kort was dat Leeuwarden, maar inmiddels is het openbaar lichaam gevestigd in Uitwellingerga. De regeling moet hierop worden aangepast. Deze wijziging vloeit dus rechtstreeks voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen.
7
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 3 huidige tekst Artikel 3 Belangen De Marrekrite behartigt binnen de opgedragen taken de gemeenschappelijke belangen van de colleges, met als doel een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de recreatie in de provincie Fryslân, rekening houdende met de belangen van natuur en landschap. voorgestelde tekst Belangen Artikel 3 Recreatieschap Marrekrite behartigt binnen de opgedragen taken de gemeenschappelijke belangen van de colleges, met als doel een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de recreatie in de provincie Fryslân, rekening houdende met de belangen van natuur en landschap. van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: De afkorting of werknaam wordt gewijzigd in ‘Recreatieschap Marrekrite’. Voor de motivering wordt verwezen naar de toelichting bij art. 1. Art. 31 van de gemeenschappelijke regeling schrijft voor dat een wijziging van art. 3 alleen bij unanimiteit tot stand kan komen. Ratio hiervan is dat een inperking of uitbreiding van de belangen die het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft te behartigen betekenis kan hebben voor de aard en schaal van de samenwerking en de hiermee samenhangende taken. In dit geval blijven de belangen ongewijzigd en is de wijziging louter redactioneel van aard. Dat neemt niet weg dat een wijziging van deze bepaling instemming van alle colleges behoeft.
8
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 4 huidige tekst Artikel 4 Taken openbaar lichaam 1. Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen oefent het openbaar lichaam de volgende taken uit: Het bevorderen van waterrecreatie door: a. het tot stand brengen, beheren en onderhouden van voldoende vrije aanlegplaatsen midden in de natuur. b. het zorgdragen voor een goede spreiding van de aanlegplaatsen. c. het ophalen van recreatieafval bij de aanlegplaatsen. Het bevorderen van landrecreatie door: a. het tot stand brengen, beheren en onderhouden van bewegwijzering van recreatieve routestructuren. b. het beheren en coördineren van recreatieve routes in de digitale routedatabase. Advisering en ontwikkeling (water- en landrecreatie): a. advisering over uniforme brug- en sluisbediening. b. het geven van voorlichting, het ontwerpen van plannen en het verstrekken van adviezen.; c. het gevraagd en ongevraagd (doen) uitvoeren van onderzoek. d. het initiëren, coördineren en organiseren van werkgroepen, (innovatieve) projecten en initiatieven. 2. De taken als bedoeld in het eerste lid worden zo veel als mogelijk uitgevoerd in afstemming met de betreffende deelnemer(s) en voorts met inachtneming van het door de bestuursorganen van de provincie en de deelnemende gemeenten vastgestelde beleid, beleidsregels en instructies. 3.
De Marrekrite is bevoegd tot het ten behoeve van derden verrichten van diensten op het terrein van het beheer en onderhoud ten behoeve van water- en landrecreatie, voor zover het dagelijks bestuur daarin bewilligt. voorgestelde tekst Artikel 4 Taken openbaar lichaam 1. Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen oefent het openbaar lichaam de volgende taken uit: Het bevorderen van waterrecreatie door het tot stand brengen, beheren en onderhouden van voldoende vrije aanlegplaatsen midden in de natuur. Dit omvat mede: o het zorgdragen voor een goede spreiding van de aanlegplaatsen; o het op diepte houden van de aanlegplaatsen; o het ophalen van recreatieafval bij de aanlegplaatsen; en o het verzorgen van het groenonderhoud bij de aanlegplaatsen.
9
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Het bevorderen van landrecreatie door: a. het tot stand brengen, beheren en onderhouden van bewegwijzering van recreatieve routestructuren, inclusief toeristische overstappunten; en b. het beheren en coördineren van recreatieve routes in de digitale routedatabase. Advisering en ontwikkeling (water- en landrecreatie): a. advisering over uniforme brug- en sluisbediening. b. het geven van voorlichting, het ontwerpen van plannen en het verstrekken van adviezen.; c. het gevraagd en ongevraagd (doen) uitvoeren van onderzoek. d. het initiëren, coördineren en organiseren van werkgroepen, (innovatieve) projecten en initiatieven. 2. De taken als bedoeld in het eerste lid worden zo veel als mogelijk uitgevoerd in afstemming met de betreffende deelnemer(s) en voorts met inachtneming van het door de bestuursorganen van de provincie en de deelnemende gemeenten vastgestelde beleid, beleidsregels en instructies. 3. Recreatieschap Marrekrite is bevoegd tot het ten behoeve van derden verrichten van diensten op het terrein van het beheer en onderhoud ten behoeve van water- en landrecreatie, voor zover het dagelijks bestuur daarin bewilligt. van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd
x
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: De redactie van art. 4, eerste lid, is aangepast. Kerntaak van het bevorderen van de waterrecreatie is het tot stand brengen, beheren en onderhouden van voldoende vrije aanlegplaatsen. Het zorgdragen voor een goede spreiding, het op diepte houden, het ophalen van recreatieafval en het verzorgen van het groenonderhoud zijn logisch hiermee samenhangende taken. Het op diepte houden en het verzorgen van het groenonderhoud zijn aan de tekst toegevoegd. Deze taken worden al sinds jaar en dag door het Recreatieschap uitgevoerd en stonden ook met zoveel woorden in de regeling zoals die luidde voor 2017. Het (weer) opnemen van deze taken betekent dus niet een feitelijke uitbreiding van het takenpakket. Het bevorderen van landrecreatie vindt plaats door het tot stand brengen, beheren en onderhouden van bewegwijzering van recreatieve routestructuren. Onderdeel hiervan zijn de zgn. toeristische overstappunten (TOP). Bij een toeristisch overstappunt kan men de auto of fiets parkeren, om vervolgens te gaan fietsen, wandelen of varen in een landelijke omgeving. De komende jaren wordt, verspreid over de gehele provincie, een TOP-netwerk Fryslân gerealiseerd. De toeristische overstappunten zijn aan de tekst toegevoegd. Ook hier betekent de toevoeging niet een feitelijke uitbreiding van het takenpakket.
De afkorting of werknaam wordt gewijzigd in ‘Recreatieschap Marrekrite’. Voor de motivering wordt verwezen naar de toelichting bij art. 1.
10
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Art. 31 van de gemeenschappelijke regeling schrijft voor dat een wijziging van art. 4 alleen bij unanimiteit tot stand kan komen. Ratio hiervan is dat een inperking of uitbreiding van de aan het bestuur opgedragen taken betekenis kan hebben voor de aard en schaal van de samenwerking. In dit geval vindt er feitelijk geen wijziging van het takenpakket plaats. De tekst wordt in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Dat neemt niet weg dat een wijziging van deze bepaling instemming van alle colleges behoeft.
11
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 9 huidige tekst Artikel 9 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vijf andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. 2. De leden en plaatsvervangend leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. 3. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af, zodra men ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. 4. Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 5. Indien in het dagelijks bestuur een vacature ontstaat, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. voorgestelde tekst Artikel 9 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vijf andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. 3. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af, zodra men ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. 4. Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 5. Indien in het dagelijks bestuur een vacature ontstaat, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen
x
x
Toelichting: In de tekst van de regeling is abusievelijk opgenomen dat voor de leden van het dagelijks bestuur plaatsvervangende leden kunnen worden aangewezen. De Wet gemeenschappelijke regelingen staat plaatsvervanging niet toe, zoals er ook geen plaatsvervangers kunnen worden aangewezen voor de leden van het college van B&W en gedeputeerde staten. Bij vervanging met een incidenteel of tijdelijk karakter kan worden volstaan met een interne vervangingsregeling binnen het dagelijks bestuur. Bij langdurige ontstentenis kan een interim-bestuurder worden aangewezen of een opvolger (Kamerstukken II 1988/89, 21176, 3, p. 10).
12
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 12
huidige tekst Artikel 12 Adviescommissies 1. Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling. 2. De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling geschieden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter. 3. Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter regelt de bevoegdheden en de samenstelling. voorgestelde tekst Artikel 12 Adviescommissies 1. Het algemeen bestuur kan, met toepassing van artikel 24 van de wet, commissies van advies instellen. 2. Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur, met toepassing van artikel 24a van de wet, een gemeenschappelijke adviescommissie in, die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden en deze bestuursorganen van advies kan voorzien. 3.
Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter regelt de bevoegdheden en de samenstelling.
van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd
x
tekst redactioneel aangepast
x
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: Het huidige eerste en tweede lid is samengevoegd in het nieuwe eerste lid. De tekst is vereenvoudigd door te verwijzen naar art. 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De wijziging is louter tekstueel. Het nieuwe tweede lid volgt uit de in punt 2 van deze nota genoemde Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen. Met de gemeenschappelijke adviescommissie wordt beoogd dat raden en staten in een vroegtijdig stadium kunnen worden betrokken bij voorgenomen besluiten door het bestuur van de regeling. Zij fungeert daarmee als ‘vooruitgeschoven post’ van de gemeenschappelijke raden en staten. De 13
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
gemeenschappelijke adviescommissie kan het bestuur van een openbaar lichaam adviseren omtrent voorgenomen besluiten, zelf aandacht voor een onderwerp vragen en (gezamenlijke) standpunten van de raden en staten op het punt van de regeling voorbereiden en daaromtrent adviseren. Als raden en staten een voorstel doen, is het algemeen bestuur van het openbaar lichaam verplicht om de commissie in te stellen. Het algemeen bestuur kan de commissie dus niet instellen als raden en staten hiertoe geen voorstel doen. Het is aldus aan de raden en staten gezamenlijk om te bepalen of er behoefte is aan een dergelijke commissie. De instelling van deze commissie vindt plaats door het algemeen bestuur. Daarbij regelt het algemeen bestuur een aantal zaken met betrekking tot het functioneren van de commissie, na de raden en staten de gelegenheid geboden te hebben hun wensen hieromtrent naar voren te brengen.
14
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 13 huidige tekst Artikel 13 De directeur 1. De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur regelt tevens de rechtspositie. 2. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de Marrekrite. 3. De directeur is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de vervulling van hun taak. 4. De directeur is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 5. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directeur mede ondertekend. 6. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur. voorgestelde tekst Artikel 13 De directeur 1. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van Recreatieschap Marrekrite. 2. De directeur is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de vervulling van hun taak. 3. De directeur is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 4. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directeur mede ondertekend. 5. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen
x
x
Toelichting: Het huidige eerste lid komt geheel te vervallen en de overige leden worden vernummerd. Op 1 januari 2020 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). Met de inwerkingtreding van de Wnra is de figuur van de eenzijdige aanstelling vervallen en zijn ambtenaren voortaan werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst, die de voorzitter van Recreatieschap Marrekrite namens het openbaar lichaam met hen aangaat. Dat wordt voorafgegaan door een voorbereidend besluit van het dagelijks bestuur, waarmee het dagelijks bestuur de zeggenschap houdt over het personeel waarover het ook nu zeggenschap heeft, omdat het belast is met de besluitvorming over alle privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam. Daaronder valt ook het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met het personeel.
15
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
In het (vernummerde) eerste lid is de afkorting of werknaam van ‘de Marrekrite’ gewijzigd in: ‘Recreatieschap Marrekrite’. Voor de motivering wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de wijziging van art. 1.
16
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 15 huidige tekst Artikel 15 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Tot de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren in elk geval: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 14, tweede lid; f. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het beheer van de financiële administratie; h. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; i. het behartigen van de belangen van de Marrekrite bij andere overheden, instellingen, diensten of personen. 2.
Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. voorgestelde tekst Artikel 15 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Tot de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren in elk geval: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 14, tweede lid; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f. het beheer van de financiële administratie; g. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; h.
het behartigen van de belangen van Recreatieschap Marrekrite bij andere overheden, instellingen, diensten of personen.
17
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen
x
x
Toelichting: In het huidige eerste lid komt onderdeel d. geheel te vervallen en worden de overige onderdelen vernummerd. Voor de motivering wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de wijziging van art. 13. In het (vernummerde) onderdeel h. is de afkorting of werknaam van ‘de Marrekrite’ gewijzigd in: ‘Recreatieschap Marrekrite’. Voor de motivering wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de wijziging van art. 1.
18
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 16 huidige tekst Artikel 16 Taken en bevoegdheden voorzitter 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt de Marrekrite in en buiten rechte. De voorzitter kan deze bevoegdheid opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. voorgestelde tekst Artikel 16 Taken en bevoegdheden voorzitter 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt Recreatieschap Marrekrite in en buiten rechte. De voorzitter kan deze bevoegdheid opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: In het derde lid is de afkorting of werknaam van ‘de Marrekrite’ gewijzigd in: ‘Recreatieschap Marrekrite’. Voor de motivering wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de wijziging van art. 1.
19
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 17 huidige tekst Artikel 17 Inlichtingen door het bestuur aan de raden en provinciale staten 1. Het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten alle inlichtingen die door één of meer leden van die bestuursorganen worden verlangd. 2. Het reglement van orde van de deelnemende gemeenten respectievelijk provinciale staten is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. voorgestelde tekst Artikel 17 Inlichtingen door het bestuur aan de raden en provinciale staten 1. Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten alle inlichtingen die: a. deze bestuursorganen nodig hebben voor de uitvoering van hun taken; of b. door één of meer leden van die bestuursorganen worden verlangd. 2. Het respectieve reglement van orde van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd
X
tekst redactioneel aangepast
X
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: De Wgr kende al een zgn. ‘passieve informatieplicht’. Dit betekent kort gezegd dat het bestuur desgevraagd informatie aan (leden van) gemeenteraden en provinciale staten verstrekt. De Wgr voegt hier per 1 juli 2022 een ‘actieve informatieplicht’ aan toe, vergelijkbaar met hetgeen hieromtrent in de Gemeentewet en Provinciewet is geregeld. Deze inlichtingenplicht betekent dat het bestuur ook uit eigener beweging de raden en staten informeert over alles dat zij behoren te weten om hun taak goed te kunnen vervullen.
20
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 21 huidige tekst Artikel 21 Geldmiddelen De geldmiddelen van De Marrekrite worden gevormd door: a. bijdragen van de colleges; b. subsidies, schenkingen en overige bijdragen; c. overige inkomsten. voorgestelde tekst Artikel 21 Geldmiddelen De geldmiddelen van Recreatieschap Marrekrite worden gevormd door: a. bijdragen van de colleges; b. subsidies, schenkingen en overige bijdragen; c. overige inkomsten. van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: In de aanhef is de afkorting of werknaam van ‘De Marrekrite’ gewijzigd in: ‘Recreatieschap Marrekrite’. Voor de motivering wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de wijziging van art. 1.
21
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 22 huidige tekst Artikel 22 Verdeelsleutel 1. Voor zover de kosten van De Marrekrite niet worden gedekt door de in artikel 21 sub b en c bedoelde inkomsten, wordt hierin als volgt voorzien: a. gedeputeerde staten: 45Zo; b. colleges van burgemeester en wethouders gezamenlijk: 55Zo. 2. Het algemeen bestuur stelt de verdeelsleutel vast, op grond waarvan de in het eerste lid, onder b. bedoelde bijdrage over de colleges wordt omgeslagen. voorgestelde tekst Artikel 22 Bijdrage 1. Voor zover de kosten van Recreatieschap Marrekrite niet worden gedekt door de in artikel 21 sub b en c bedoelde inkomsten, wordt hierin als volgt voorzien: a. gedeputeerde staten: 400Zo; b. colleges van burgemeester en wethouders gezamenlijk: 60Z. 2. Het algemeen bestuur stelt de verdeelsleutel vast, op grond waarvan de in het eerste lid, onder b. bedoelde bijdrage over de colleges wordt omgeslagen. 3. De deelnemers betalen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 1 februari. 4. Verrekening van het verschil tussen de begrote bijdrage en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening. 5. De deelnemers dragen er zorg voor dat Recreatieschap Marrekrite te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 6.
Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat het bestuur van een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 7. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat het provinciebestuur weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 Provinciewet. van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of gewijzigd of inhoudelijk gewijzigd
x
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen
22
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Toelichting: De aanhef van art. 22 wordt gewijzigd van: ‘Verdeelsleutel’ in: ‘Bijdrage’, nu de inhoud van dit artikel een bredere strekking krijgt, door toevoeging van een aantal nieuwe bepalingen. In de aanhef van het eerste lid is de afkorting of werknaam van ‘De Marrekrite’ gewijzigd in: ‘Recreatieschap Marrekrite’. Voor de motivering wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de wijziging van art. 1. Het algemeen bestuur heeft op 9 juni 2021 de “integrale geactualiseerde” bijdragenregeling vastgesteld. Omdat de regeling is aangepast en de percentuele bijdragen hierdoor veranderen, moet ook de tekst van de GR op dit punt worden aangepast. Belangrijk is op te merken dat de totale bijdrage niet is veranderd. Wel betaalt de ene deelnemer net iets meer of iets minder dan vroeger. Daarbij is het gelukt om de verschillen tussen de oude en de nieuwe regeling zo klein mogelijk te houden. Dat maakt de voorliggende aanpassingen in de GR-tekst vooral administratief van aard, aansluitend op besluitvorming in het AB. In een aparte bijlage wordt de nieuwe bijdrageregeling nogmaals ter informatie bijgesloten. Het huidige art. 24, achtste lid, luidt: 8. De deelnemers betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 1 april en vóór 1 oktober telkens de helft van de verschuldigde bijdrage. Deze bepaling staat nu in een artikel dat de begrotingsprocedure regelt.
Bij nader inzien past deze bepaling beter in art. 22, waarmee de bepalingen omtrent de bijdrage van de deelnemers bij elkaar zijn gebracht. De bepaling is nu opgenomen in het nieuwe derde lid van art. 22. Tevens wordt voorgesteld om de betaling bij wijze van voorschot te wijzigen. Hiertoe is besloten, als onderdeel van de “integrale geactualiseerde bijdrageregeling”, om de liquiditeitspositie van Marrekrite gedurende het jaar zo optimaal mogelijk te maken, wat betekent dat er minder vreemd vermogen hoeft te worden aangetrokken. Het nieuwe vierde lid stond oorspronkelijk in art. 25, dat handelt over de jaarrekening en het jaarverslag. Door deze bepaling hier op te nemen zijn alle bepalingen omtrent de bijdrage bij elkaar gebracht. Nieuwe leden 5, 6 en 7: Ten behoeve van de financieringsfunctie van Recreatieschap Marrekrite is in art. 14 van de door het algemeen bestuur vastgestelde Financiële verordening Marrekrite 2020 onder andere bepaald dat het dagelijks bestuur voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen opvraagt. In de praktijk wordt dit gedaan bij Nederlandse Waterschapsbank en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
De BNG stelt zich echter, onder verwijzing naar de "Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de wet Gemeenschappelijke Regelingen" van het ministerie van BZK, op het standpunt dat in de gemeenschappelijke regeling uitdrukkelijk bepalingen moeten zijn opgenomen omtrent de kredietwaardigheid van openbare lichamen op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alvorens over te kunnen gaan tot enige financiering. In voormelde circulaire zijn hieromtrent enkele modelbepalingen opgenomen.
23
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Deze modelbepalingen zijn vertaald in de nieuwe leden 5, 6 en 7 van art. 22 en het gewijzigde art. 32, vierde lid, van de gemeenschappelijke regeling. In genoemde Circulaire is overigens nadrukkelijk opgenomen dat hetgeen de modelbepalingen beogen te regelen ook uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Provinciewet kan worden afgeleid. Zo schrijven de artt. 193 Gemeentewet en 197 Provinciewet voor dat de rente en aflossing van de door de gemeente respectievelijk provincie aangegane geldleningen en alle overige opeisbare schulden verplichte uitgaven zijn. Financiële verplichtingen die voortvloeien uit hetgeen is overeengekomen in een gemeenschappelijke regeling behoren tot de opeisbare schulden en dus tot de verplichte uitgaven. Art. 194 van de Gemeentewet bepaalt dat, indien de raad weigert verplichte uitgaven op de begroting te brengen, gedeputeerde staten dit doen. Een vergelijkbare bepaling staat in art. 198 Provinciewet: als provinciale staten weigeren verplichte uitgaven op de begroting te brengen, doet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dit.
De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat de gemeenschappelijke regeling voorziet in een liquidatieregeling, die erin voorzien dat bij ontbinding van het openbaar lichaam het vermogen wordt vereffend, hetgeen feitelijk betekent dat eventuele overblijvende schulden volledig worden afgelost. De nieuwe leden 5, 6 en 7 van art. 22 en het gewijzigde art. 32, vierde lid, van de gemeenschappelijke regeling creëren aldus geen nieuwe verplichtingen voor de deelnemers, maar zijn een vertaling in de regeling van hetgeen Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Provinciewet al regelen. Art. 31 van de gemeenschappelijke regeling schrijft voor dat een wijziging van art. 22, eerste lid, alleen bij unanimiteit tot stand kan komen.
24
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 23 huidige tekst Artikel 23 Financiële en beleidsmatige kaders Het dagelijks bestuur zendt van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de vorm van een begrotingstoelichting en de voorlopige jaarrekening van het voorafgaande kalenderjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. voorgestelde tekst Artikel 23 Financiële en beleidsmatige kaders Het dagelijks bestuur zendt van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de vorm van een begrotingstoelichting en de voorlopige jaarrekening van het voorafgaande kalenderjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn.
van rechtswege nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of gewijzigd of inhoudelijk gewijzigd type wijziging
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: Er is toegevoegd dat de toezending aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten moet plaatsvinden vóór de in de Wgr opgenomen datum.
25
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 23a huidige tekst Het betreft hier een nieuwe bepaling, omdat het huidige art. 24, dat handelt over de begroting, wordt gesplitst. voorgestelde tekst Artikel 23a
Begroting
1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voorafgaande aan het jaar dat waarvoor zij dient, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor toezending van de vastgestelde begroting aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Het dienstjaar valt samen met het kalenderjaar. 3. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn. van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of gewijzigd of inhoudelijk gewijzigd
x
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: In het oorspronkelijke art. 24 waren alle bepalingen omtrent de begroting(sprocedure) opgenomen. In dit voorstel wordt omwille van de overzichtelijkheid die bepaling gesplitst, waarbij de bepalingen omtrent de vaststelling van de begroting respectievelijk de zienswijzeprocedure ten behoeve deze begroting elk in een afzonderlijke bepaling worden opgenomen. In het nieuwe artikel 23a zijn een drietal bepalingen opgenomen omtrent de vaststelling van de begroting. Deze bepalingen stonden oorspronkelijk in art. 24, lid 2, 5 en 7. In de regeling wordt niet langer verwezen naar data omtrent vaststelling en toezending van de begroting, omdat deze data uit de wet kunnen worden afgeleid. De in de wet opgenomen data worden overigens gewijzigd, om raden en staten meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling. Ook krijgen raden en staten langer de tijd om een zienswijze op de ontwerpbegroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later.
Dit gebeurt door drie wijzigingen: o de kadernota moet voor 30 april naar raden en staten worden gestuurd in plaats van 15 april; o de begroting moet uiterlijk 15 september naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden gestuurd in plaats van 1 augustus; en o de termijn voor een (eventuele) zienswijze door raden en staten wordt verruimd van 8 naar 12 weken.
26
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 24 huidige tekst Artikel 24 Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor drie aaneengesloten jaren, acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. De ontwerpbegroting bevat een raming van de door de colleges verschuldigde bijdrage. 2. Het dienstjaar valt samen met het kalenderjaar. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van deelnemende gemeenten en de provincie voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast, uiterlijk 15 juli in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 6. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting zo nodig toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, die ter zake bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 8. De deelnemers betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 1 april en vóór 1 oktober telkens de helft van de verschuldigde bijdrage. 9. Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid is niet van toepassing op de volgende categorieën van begrotingswijzigingen: a. die verband houden met aanpassingen van de ramingen in verband met loon- en prijsstijgingen; b. die betrekking hebben op overboekingen van kredieten van één object naar één of meer andere, dan wel nieuwe objecten; c. die betrekking hebben op nieuwe investeringen c.q. lasten daarvan, voor zover de post “onvoorzien” daartoe nog de ruimte biedt; d. die betrekking hebben op overige lasten, voor zover de post “onvoorzien” daartoe nog de ruimte biedt; e. die betrekking hebben op bijdragen van derden dan wel andere baten. 10. Begrotingswijzigingen worden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de colleges, indien en voor zover een wijziging van invloed is op de bijdrage.
27
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
voorgestelde tekst Artikel 24 Zienswijzeprocedure begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor drie aaneengesloten jaren, voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor het geven van de in het derde lid bedoelde zienswijze. De ontwerpbegroting bevat een raming van de door de colleges verschuldigde bijdrage. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten en de provincie voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de in het derde lid bedoelde zienswijze, alsmede van de conclusies die het daaraan verbindt. 5.
Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting zo nodig toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten, die ter zake bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6. Het eerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van de volgende categorieën van begrotingswijzigingen: a. die verband houden met aanpassingen van de ramingen in verband met loon- en prijsstijgingen; b. die betrekking hebben op overboekingen van kredieten van één object naar één of meer andere, dan wel nieuwe objecten; c. die betrekking hebben op nieuwe investeringen c.q. lasten daarvan, voor zover de post “onvoorzien” daartoe nog de ruimte biedt; d. die betrekking hebben op overige lasten, voor zover de post “onvoorzien” daartoe nog de ruimte biedt; e. die betrekking hebben op bijdragen van derden dan wel andere baten. 7. Begrotingswijzigingen worden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de colleges, indien en voor zover een wijziging van invloed is op de bijdrage. van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of gewijzigd of inhoudelijk gewijzigd tekst redactioneel aangepast
x
x
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: Raden en staten moeten in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze op de ontwerpbegroting van een gemeenschappelijke regeling te geven. In het gewijzigde art. 24 zijn de bepalingen omtrent de zienswijzeprocedure geconcentreerd. De termijn om een
28
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
zienswijze op de ontwerpbegroting te geven wordt 12 weken in plaats van 8 weken. Zie ook de toelichting bij art. 23a. Nieuw is bovendien dat het dagelijks bestuur raden en staten moet informeren over hun beoordeling en weging van de (eventuele) zienswijze. De tekst van het zesde lid is meer in overeenstemming gebracht met de Wgr. Het oorspronkelijke achtste lid regelde de betalingstermijn door de deelnemers. Bij nader inzien past die bepaling beter in art. 22, dat handelt over de bijdrage. De oorspronkelijke leden 2, 5 en 7 zijn opgenomen in het nieuwe artikel 23a. Zie de toelichting aldaar.
29
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 25 huidige tekst Artikel 25 Jaarrekening en Jaarverslag 1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast uiterlijk 1 juli in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Verrekening van het verschil tussen de begrote bijdrage en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de rekening. 3. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 4. De jaarrekening en het jaarverslag worden ter kennisname aan de colleges, gemeenteraden en provinciale staten gezonden. voorgestelde tekst Artikel 25 Jaarrekening en Jaarverslag 1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn voor toezending van de vastgestelde jaarrekening aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met inachtneming van de in de wet genoemde termijn. 3.
De jaarrekening en het jaarverslag worden ter kennisname aan de colleges, de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten gezonden. van rechtswege
type wijziging
nieuw artikel, nieuw artikellid of anderszins tekst toegevoegd of gewijzigd of inhoudelijk gewijzigd
x
tekst redactioneel aangepast
x
artikel, artikellid of anderszins tekst geheel vervallen Toelichting: Het oorspronkelijke tweede lid betreft de feitelijke bijdrage van de deelnemers. Bij nader inzien past die bepaling beter in art. 22, dat handelt over de bijdrage. De tekst van het oorspronkelijke eerste en derde lid zijn aangepast, waarbij wordt verwezen naar de in de wet genoemde termijn.
30
Bijlage 2, toelichting op het definitief ontwerp tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Marrekrite Versie 21 juli 2023
Artikel 27 huidige tekst Artikel 27 Tegemoetkoming in de kosten en vergoeding van werkzaamheden 1. De leden van het bestuur kunnen een tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij niet de functie van burgemeester, commissaris van de Koning, wethouder of gedeputeerde vervullen, een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Deze tegemoetkoming en vergoeding wordt, met inachtneming van het in de wet bepaalde, door het algemeen bestuur vastgesteld. 2. De leden van commissies van advies die geen burgemeester, commissaris van de Koning, wethouder, gedeputeerde of lid van de gemeenteraad of provinciale staten zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De vergoeding wordt, met inachtneming van het in de wet bepaalde, bij verordening door het algemeen bestuur vastgesteld. voorgestelde tekst Artikel 27 Vervallen