Bijlage 3. Staat van wijzigingen
Tekst van het document
STAAT VAN WIJZIGINGEN Bestemmingsplan ‘Bolsward’
Deze staat van wijzigingen bevat de wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024. De wijzigingen hebben betrekking op de regels en de verbeelding. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen aanpassingen naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen en ambtelijke aanpassingen. De toelichting van het bestemmingsplan is in overeenstemming gebracht met de vermelde aanpassingen uit de staat van wijzigingen. Door het toevoegen en vervallen van enkele leden binnen diverse artikelen worden meerdere artikelen en leden vernummerd. Deze vernummering wordt niet expliciet omschreven maar wordt opgenomen in de integrale nieuwe tekst van het bestemmingsplan. Hetzelfde geldt voor aanpassingen in de regels doordat er bijvoorbeeld een verkeerde lettergrootte voor een woord aan de orde is danwel een ander lettertype. Dit wordt hersteld maar houdt inhoudelijk geen wijziging in. In onderstaande wijzigingen wordt de nummering na vaststelling van het plan gebruikt of bij vervallen van onderdelen de nummering van het ontwerpbestemmingsplan. De geconsolideerde versie van de regels waarin dit alles is verwerkt is als bijlage 4 bij het raadsvoorstel gevoegd.
A. Wijziging regels naar aanleiding van een zienswijze In het onderstaand overzicht worden de wijzigingen in de regels opgenomen naar aanleiding van een ingediende zienswijze. De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis: - Nr. = nummer van de wijziging. 1 betekent de eerste wijziging n.a.v. zienswijze - Zienswijze = nummer dat overeenkomt met het nummer van de zienswijze (reactienota) - Artikel = artikel waar de wijziging op ziet - Wijziging = korte omschrijving waar de wijziging op ziet Artikel 5: Nr. A.1
Zienswijze 5
Artikel 5 (nieuw)
Wijziging Toevoegen van een specifiek artikel voor nutsbedrijf.
Motivering: In haar zienswijze vraagt TENNET om een specifieke bestemming voor het hoogspanningsstation Marnezijl om daarmee optimaal recht te doen aan het betreffende perceel. Mede gelet op de uniformiteit in de bestemmingsplannen is overnemen van deze bestemming gewenst. Er wordt daarom een artikel toegevoegd aan de regels. Was: Niet van toepassing. Wordt: Artikel 5 Bedrijf – Nutsbedrijf 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een hoogspannings(koppel)station voor het transporteren, verdelen en transformeren van elektrische energie met bijbehorende voorzieningen; b. kabels en leidingen; c. groenvoorzieningen; d. wegen en paden; e. parkeervoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: g. gebouwen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i. erven en terreinen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen alleen ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
a. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 3 meter; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 meter. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels; a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 meter, behoudens bliksempieken, masten, erf- en terreinafscheidingen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; c. de bouwhoogte van bliksempieken mag niet meer bedragen dan 15 meter; d. de bouwhoogte van een mast mag niet meer bedragen dan 25 meter; Artikel 5 : Bedrijf – Nutsvoorziening Nr. A.2
Zienswijze 4, 11
Artikel Wijziging 5.1, sub b en c Toevoegen aanduiding gasdrukmeetstation en boven en ondergrondse leidingen 5.2.1, sub b Toevoegen voorwaarde bebouwing 5.2.3, sub a Aanvullen regel erf en terreinafscheidingen
Motivering: De Liander en Gasunie vragen omwille van eenduidigheid de gasdrukmeet- en regelstations te bestemmen als ‘Bedrijf – Gasdrukmeet- en regelstation’. In de bestemmingsplannen worden deze stations echter bestemd als ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’. Om de uniformiteit in de bestemmingsplannen te waarborgen zijn de door Liander en de Gasunie gewenste regels toegevoegd aan de bestemming ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’. Alleen gebouwen zijn op de verbeelding van deze aanduiding voorzien. Ook is duidelijk gemaakt dat tot de bestemming ook de boven- en ondergrondse leidingen behoren. Verder is vanwege de veiligheid de hoogte van erf- en terreinafscheidingen tot 3,5 meter verhoogd. Was: 5.1 + 5.2.1: N.v.t. 5.2.3 Andere bouwwerken a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2.00 m; Wordt: 5.1 Bestemmingsomschrijving b. een gasdrukmeet- en regelstation ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gasdrukmeet- en regelstation’; c. ondergrondse en bovengrondse leidingen en toebehoren ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gasdrukmeet- en regelstation; 5.2.1 Algemeen b. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd; 5.2.3 Andere bouwwerken a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 3.50 m; Artikel 22 : Wonen – woonboerderij
Nr. A.3
Zienswijze 2
Artikel 22
Wijziging Toevoegen aanduiding
Motivering: De eigenaar van het perceel heeft gevraagd om het perceel te bestemming overeenkomstig het huidige toegestane gebruik. Door deze aanpassing wordt hieraan tegemoetgekomen. Was: 22.1: N.v.t Wordt: 22.2 Bestemmingsomschrijving b. muziekboerderij, ter plaatse van de specifieke vorm van wonen-muziekboerderij Artikel 24: Leiding – Gas Nr. A.4
Zienswijze 11
Artikel 24.2.2, sub c 24.3, sub a, b, c (nieuw) 24.5 (nieuw)
Wijziging Verlaging maximum hoogte andere bouwwerken Toevoegen extra voorwaarden vergunningverlening Toevoegen specifieke gebruiksregels
Motivering: De Gasunie vraagt het artikel op een aantal punten aan te passen ter verduidelijking van de wettelijke regelgeving. Het artikel is om die reden aangepast. Was:
24.2.2 Bouwen algemeen c. De maximum bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 3,00 meter; 24.2.3 Afwijken van de bouwegels a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de veiligheid van de leiding b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding en de brandweer 24.5 N.v.t. Wordt: 24.2.2 Bouwen algemeen c. de maximum bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 2,00 meter; 24.3 Afwijken van de bouwregels a. de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding en de brandweer; c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 24.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen t.b.v. inspectie en onderhoud van de gastransportleiding;
b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. Artikel 25: Leiding – Hoogspanningsverbinding Nr. A.5
Zienswijze 5
Artikel 25
Wijziging Vervanging artikel
Motivering: Tennet vraagt in haar zienswijze de titel van het artikel te vervangen zodat duidelijker wordt dat het gaat om een bovengrondse verbinding. Daarnaast vraagt Tennet de regels van het artikel te vervangen omdat deze betrekking hebben op ondergrondse verbinding, terwijl het in de praktijk gaat om een bovengrondse verbinding. Ter bevordering van de uniformiteit in de bestemmingsplannen is de titel van het artikel gewijzigd. Daarnaast is het noodzakelijk om de regels te wijzigingen omdat het hier inderdaad gaat om een bovengrondse verbinding terwijl de regels gebaseerd zijn op ondergrondse verbinding. Was: Artikel 25 Leiding – Hoogspanningsverbinding 25.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding – Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een ondergrondse hoogspanningsverbinding ten behoeve van de aansluiting op het hoogspanningsnet (ontsluitingskabel) en uitbreiding van het hoogspanningsnet (netuitbreiding, bestaande uit maximaal twee circuits met een maximum spanning van 110 kV per circuit); b. ondergrondse kabels en leidingen; c. bijbehorende voorzieningen.
25.2 Bouwregels Op de gronden met de bestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de in lid 25.1 bedoelde bestemming met in achtneming van de volgende bepalingen: d. in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming; e. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt dat ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en), met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels mag worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 25.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 25.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad en de leidingbeheerder gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen. 25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1 Vergunningplicht
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het indrijven van voorwerpen in de bodem; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het planten van hoog groeiende bomen of andere houtopstanden; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; f. het permanent opslaan van goederen; g. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies. 25.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 25.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. plaatsvinden voordat de hoogspanningsverbinding gerealiseerd is; b. verband houden met de aanleg van de hoogspanningsverbinding waarvoor ten tijde van het in werking treden van het plan een omgevingsvergunning is verleend; c.
reeds in uitvoering zijn op het moment van het in werking treden van het plan en in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende toepasselijke regelgeving dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. het normale onderhoud ten aanzien van de verbinding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen. 25.4.3 Toelaatbaarheid De werken,, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 25.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding. Bij de afweging worde de diepte waarop de kabel ligt mede betrokken; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. Wordt: Artikel 25 Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding
25.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding’ bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor a. aanleg, het beheer en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding; met de daarbij behorende b. belemmeringenstrook; c. masten en (veiligheids)voorzieningen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 25.1.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 25.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels:
a. op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd; b. op of in de gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; c. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 25.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 25.2 in die zin dat de in de basisbestemming(en) genoemde gebouwen of andere bouwwerken worden gebouwd mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; b. vooraf schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder. 25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende activiteiten uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; b.
het wijzigen van maaiveld- of weghoogte niveau door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; d. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; e. het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 25.1 omschreven bestemming; f. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; 25.4.2 Uitzonderingen Het verbod in lid 4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn bij het van kracht worden van het plan; b. verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; c. het onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemming is toegestaan. 25.4.3 Voorwaarden Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schríftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig kan worden geschaad.
Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding. 25.4.4 Afwegingskader De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
a. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; b. vooraf schríftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder. 25.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met een ongestoorde werking van de bovengrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn. Artikel 24, 25, 26, 27, 28, 29, 31 Nr. A.6
Zienswijze 5
Artikel 24, 25, 26, 27, 28, 29, 31
Wijziging Voorrangsregeling uit deze artikelen wordt aangepast zodat de dubbelbestemming primair geldt ten opzichte van de enkelbestemming
Motivering: In haar zienswijze vraagt TenneT om de voorrangsregeling aan te passen waardoor duidelijk is dat een dubbelbestemming altijd voorgaat. Dubbelbestemmingen zelf zijn nevengeschikt aan elkaar zodat het belang van de diverse leidingen (riool, water, gas en hoogspanning) en de archeologische en cultuurhistorische waarden kunnen worden afgewogen. Was: De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming waarmee deze dubbelbestemming samenvalt (artikelen 24.2.1, 25.1.1, 26.2.1, 27.2.1, 28.2.1, 29.2.1, 31.1.1) Wordt: De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt (artikelen 24.2.1, 25.1.1, 26.2.1, 27.2.1, 28.2.1, 29.2.1, 31.1.1) Artikel 36: Algemene aanduidingsregels Nr. A.7
Zienswijze 4, 11
Artikel 36.3 (nieuw)
Wijziging Op de verbeelding wordt een veiligheidszone opgenomen waarin geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht. Hiervoor wordt artikel 36 lid 3 aan de planregels toegevoegd.
Motivering: Liander en de Gasunie vragen een veiligheidszone op de verbeelding op te nemen en hieraan een voorschrift te verbinden dat binnen deze zone geen kwetsbare objecten mogen worden gebouwd en dat de gronden en bouwwerken niet voor kwetsbare functies mogen worden gebruikt. Was: n.v.t. Wordt: 36.3 Veiligheidszone – gasdrukmeet- en regelstation
36.3.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding ‘Veiligheidszone – gasdrukmeet- en regelstation’ zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties vanwege een gasdrukmeet- en regelstation. 36.3.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘Veiligheidszone – gasdrukmeet- en regelstation’ dat er geen kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen worden gebouwd. 36.3.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van de bouwwerken in de ‘Veiligheidszone-gasdrukmeet- en regelstation’ als kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw; b. het gebruik van de gronden of bouwwerken in de ‘Veiligheidszone-gasdrukmeet- en regelstation’ als kwetsbare locatie.
B. Ambtshalve wijzigingen In het onderstaand overzicht worden de ambtshalve wijzigingen in de regels opgenomen. Voor de ambtshalve wijziging van de verbeelding wordt verwezen naar de C-nummers hieronder. De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis: - Nr. = nummer van de wijziging. B.1 betekent de eerste ambtshalve wijziging - Artikel = artikel waar de wijziging op ziet - Wijziging = wat voor wijziging betreft het ARTIKEL 1 BEGRIPPEN Nr. B.1
Artikel 1.1 1.40 1.44 Na 1.69 Na 1.93 Na 1.107
Wijziging Identificatienummer van het bestemmingsplan Toevoegen begrip ‘dakvlak’ Verwijderen begrip ‘doe het zelf’ Toevoegen begrip ‘mobiel kampeermiddel’ Toevoegen begrip ‘verschijningsvorm’ Toevoegen begrip ‘wooncentrum’
Motivering: Het identificatienummer van het bestemmingsplan verandert in die zin dat aan het einde de letters ‘ontw’ veranderen in ‘vast’. Ontw staat namelijk voor ontwerp en vast voor het definitieve plan. Daarnaast komt het begrip ‘ doe het zelf producten ‘ niet voor in de regels en kan derhalve worden verwijderd. Verder is het nodig om de begrippen verschijningsvorm en wooncentrum te definiëren. Was: 1.1 plan: het bestemmingsplan Bolsward met identificatienummer NLIMRO.1900.2023noosBPBolsward-ontw van de gemeente Súdwest-Fryslân; 1.40 dakvlak N.v.t.
1.44
doe het zelfproducten
1.70 mobiel kampeermiddel N.v.t.
Wordt: 1.1 plan: het bestemmingsplan Bolsward met identificatienummer NL.IMRO.1900.2023noosBPBolsward-vast van de gemeente Súdwest-Fryslân; 1.40
dakvlak: een (hellend) vlak in een dak samen met andere vlakken bepalend voor de dakvorm
1.44
N.v.t
Na 1.69 mobiel kampeermiddel: een onderkomen dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief nachtverblijf maar zonder een met de grond verbonden constructie en zonder een plaatsgebonden karakter, zoals een tent, een caravan, een camper Na 1.93 verschijningsvorm: de verschijningsvorm van een gebouw, bepaald door de gevelbreedte, goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en oppervlakte van het grondvlak; Na 1.107 wooncentrum: een complex van woningen, primair bedoeld voor bijzondere doelgroepen, zoals ouderen of zorgbehoevenden, waar aanvullende voorzieningen en zorgfuncties zijn toegestaan om zelfstandig wonen te ondersteunen; De hierna volgende begrippen worden hernummerd. ARTIKEL 2 Wijze van meten Nr. B.2
Artikel Na 2.3
Wijziging Er wordt een artikellid toegevoegd over de hoogte van een windturbine
Motivering: Op het bedrijventerrein staat een windturbine en het is nodig om bouwregels voor deze windturbine op te nemen. Daar hoort ook een uitleg bij hoe de hoogte van een windturbine wordt gemeten. Was: -
Wordt: de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken) as van de windturbine; ashoogte van een windturbine: Vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein peil.
de rotordiameter: de diameter wordt bepaald door het maximale bereik van de rotordiameter, gemeten loodrecht op de as;
ARTIKEL 4 Bedrijf Nr. B.3
Artikel 4.1, sub m 4.1, sub o 4.2.1, sub a, c, d 4.2.1, sub a 4.2.3, sub a
Wijziging Verwijderen begrip Toevoegen begrip Toevoegen regels monument en karakteristiek Toevoegen regel Toevoegen regel
Motivering: De aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ en ‘bierbrouwerij’ ontbreken binnen de bestemming ‘Bedrijf’. Deze zijn alsnog toegevoegd. De aanduiding ‘steenhouwerij’ kan komen te vervallen. Een dergelijk bedrijf is niet meer aanwezig. Bij een bedrijf is onder voorwaarden een bedrijfswoning toegestaan. Het maximum aantal ontbrak. Dit aantal is alsnog toegevoegd. Verder is nog een bouwregel toegevoegd over de binnen de bestemming ‘Bedrijf’ aanwezige vlonders en steigers. Verder zijn er bouwregels toegevoegd die gelden voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ heeft. Was: 4.1, sub m Een steenhouwerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – steenhouwerij’ 4.1, sub 0 en 4.2.1, sub a, c en d en 4.2.3 sub a N..v.t.
Wordt: 4.1 sub m N.v.t. 4.1 sub o Een bierbrouwerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bierbrouwerij’ 4.2.1 Algemeen a. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument. d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 4.2.3 Bedrijfswoningen a. de bedrijfswoning moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; 4.2.5 Andere bouwwerken (huidige lid b wordt lid c) c. vlonders en steigers, uitsluitend ter plaatse van gronden die direct grenzen aan gronden met de bestemming ‘Water’ die zijn voorzien van de aanduiding ‘aanlegsteiger’ mits de bouwhoogte niet meer is dan 0,5 meter gemeten vanaf de hoogte vanaf het aansluitende terrein; Artikel 5: Bedrijf – Nutsvoorziening Nr. B.4
Artikel 5.2.3
Wijziging Er wordt een artikellid c toegevoegd over de bouwhoogte van een antennemast
Motivering: Binnen de bestemming Bedrijf-Nutsvoorziening komen ook (bestaande) antennemasten voor. Om de bouwhoogte van deze masten te kunnen regelen is een afzonderlijk bouwvoorschrift nodig. Was: Wordt: 5.2.3 Andere bouwwerken c. de bouwhoogte van een antennedrager ter plaatse van de bouwaanduiding ‘antennemast’ zal ten hoogste de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte (m) bedragen. ARTIKEL 6 Bedrijventerrein (wordt art. 7) Nr. B.5
Artikel 6.1
Wijziging Verbetering van de opsomming en de bestemmingsomschrijving wordt beter afgestemd op de functieaanduidingen van de verbeelding.
Motivering:
De tweede alinea van dit artikel hoort onderdeel van de opsomming te zijn en bevat een tekstfout. Verder staan niet alle bedrijfsaanduidingen van de verbeelding genoemd en de benaming is ook niet altijd consequent . De aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein’ wordt -wanneer het om een type bedrijf of vorm van detailhandel gaat- vervangen door ‘specifieke vorm van bedrijf’ of ‘specifieke vorm van detailhandel’. De aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein’ wordt alleen nog gebruikt om de representatieve zone van het bedrijventerrein aan te duiden. De aanduidingen op de verbeelding zijn eveneens aangepast. Was:
-
het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten t uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; (e)Een bedrijf in poedercoating, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein-poedercoating’ (i) een escaperoom, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein-escaperoom’ (p) Vuurwerkopslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘Vuurwerkopslag’ (r) Een bouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘bouwmarkt’ (v) Een kringloopwinkel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘kringloopwinkel’ Nvt
Wordt:
-
Nr. B.6
(a) het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; (e) Een bedrijf in poedercoating uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf-poedercoating’; (i) een escaperoom wordt uit de bestemmingsomschrijving verwijderd omdat aanduiding niet meer op verbeelding voorkomt; (p) Vuurwerkopslag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijfvuurwerkopslag’; (r) Een bouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘bouwbedrijf’ (v) Een kringloopwinkel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel-kringloopwinkel’ Toegevoegd: Detailhandel in auto-accessoires, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel-autoaccessoires’ Toegevoegd: Detailhandel in tuin en dier artikelen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel-dier en tuin’ Toegevoegd: Detailhandel in outdoor, survival en legerkleding, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel-dumpwinkel’ Toegevoegd: Detailhandel in keukens en badkamers, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel-keuken en badkamerbedrijf’ Toegevoegd na aa.: Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van
bedrijventerreinrepresentatieve zone’ bedrijven met een etalagefunctie; Toegevoegd na ae: Aanlegsteiger, ter plaatse van de aanduiding ‘aanlegsteiger’; Artikel 6.2
Wijziging Voorschrift over bouwen in de gevellijn wanneer die lijn op de verbeelding aanwezig is, bouwvoorschriften voor gebouwen met de aanduiding ‘afwijkende maatvoering’, een aangepast bouwvoorschrift voor een (bestaande) windturbine, een aangepast bouwvoorschrift
voor fietsenstallingen en een aangepast bouwvoorschrift voor andere bouwwerken. Toevoegen bouwregel Motivering:
Op de verbeelding kan in specifieke stedenbouwkundige situaties de aanduiding gevellijn voorkomen terwijl hier in het ontwerpplan geen regel aan was verbonden. Verder was er geen planregel opgenomen m.b.t. de op het bedrijfsterrein aanwezige windturbine en de op de verbeelding aangeduide fietsenstallingen en was het voorschrift voor onderdelen van gebouwen of bouwwerken met een hogere maatvoering onvolledig. Was:
6.2.2 Gebouwen en overkappingen, geen bedrijfswoningen zijnde Lid b: ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; 6.2.3 Bedrijfswoningen a. n.v.t. 6.2.5 Andere bouwwerken Lid c: de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 5,50 meter; Lid d: toegevoegd en vorige lid d wordt lid e Lid d (oud): ter plaatse van de bouwaanduiding ‘afwijkende maatvoering’ zijn schoorstenen met een maximale hoogte van 30,00 meter toegestaan. Wordt:
6.2.2 Gebouwen en overkappingen, geen bedrijfswoningen zijnde Lid b: ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven tenzij d.m.v. een specifieke bouwaanduiding ‘afwijkende maatvoering’ voor dat deel van het bouwvlak een bijzondere maatvoering is aangegeven. lid d: ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’, gelden tevens de volgende regels: 1. een gebouw dient in de gevellijn te worden gebouwd; 2. over de horizontale diepte van 10 meter, gemeten vanaf de gevellijn, mag, in afwijking van het bepaalde onder sub b en c, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 7 meter bedragen; 3. de onderlinge afstand tussen gebouwen zal ten hoogste 10 meter bedragen. 6.2.3. Bedrijfswoningen a. de bedrijfswoning moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; 6.2.5 Andere bouwwerken Lid c: de bouwhoogte van silo’s bedraagt ten hoogste 15 meter en de bouwhoogte van de overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 5,50 meter; Lid d: het bouwen van windturbines is niet toegestaan met uitzondering van een windturbine uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘windturbine’, waarbij de bouwhoogte en rotordiameter niet meer mag bedragen dan de bestaande bouwhoogte en rotordiameter;
Nieuw lid e: ter plaatse van de aanduiding “fietsenstalling” zijn fietsenstallingen toegestaan met een maximale hoogte van 2,5 meter; Nieuw lid f: Lid f: ter plaatse van de bouwaanduiding ‘afwijkende maatvoering’ zijn schoorstenen met een maximale hoogte van 35,00 meter toegestaan. Nr. B.7
Artikel 6.3.1
6.3.2
Wijziging Aan dit artikellid wordt een lid f toegevoegd dat het deel van het bedrijventerrein met een etalagefunctie ook hiervoor moet worden gebruikt, tenzij het bestaand gebruik betreft. Verwijderen voorwaardelijke verplichting
Motivering:
Om te zorgen dat in de zone voor representatieve bedrijven zich bedrijven met een etalagefunctie vestigen, is de strijdig gebruiksbepaling aangevuld. Daarnaast is het juridisch gezien niet nodig en ook onwenselijk om bij elk nieuwe bouwwerk of bij gebruik van grond als voorwaardelijke verplichting afstemming met it Wetterskip te hebben. Hiervoor is al een watertoets uitgevoerd en bij ingrepen in waterstaatkundige weken en waterlopen is een Watervergunning nodig. Was:
6.3.1: N.v.t. 6.3.2 Voorwaardelijke verplichting Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van nieuwe bouwwerken en gronden voor zover er geen afstemming met het Wetterskip Fryslân heeft plaatsgevonden over de omgang met waterstaatkundige werken, waterlopen en de compensatie van de toename van verhard oppervlak. Wordt: 6.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: f. bedrijfsdoeleinden, anders dan bedrijvigheid met een etalagefunctie (garagebedrijven, showrooms, technische installatie bedrijven) indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – representatieve zone’ tenzij het om een bestaand gebruik gaat. 6.3.2 Voorwaardelijke verplichting Dit artikel vervalt. ARTIKEL 7 Bos Nr. B.8
Artikel 7
Wijziging Artikel wordt verwijderd
Motivering: De bestemming Bos komt niet meer voor op de Verbeelding en komt dus in de regels te vervallen. ARTIKEL 8 Centrum
Nr. B.9
Artikel 8.1, sub a 8.1, sub h 8.2.1 sub c en d 8.3, sub a
Wijziging Aanvulling regel met beperking verkoop voedings- en genotmiddelen Toevoegen hotelfunctie ter plaatse van de ‘aanduiding hotel’ Aanvulling regel i.v.m. bouwmogelijkheden buiten de ‘specifieke bouwaanduiding – monument’ of bouwaanduiding ‘karakteristiek’ Aanpassing tekst
Motivering: Supermarkten zijn niet toegestaan in de centrumbestemming. Wel kleine winkels in voedings- en genotmiddelen. Daarnaast is een vergunning verleend voor het vestigen van een hotel op de eerste verdieping van een pand aan de Markstraat. Beide gebruiksmogelijkheden waren nog niet vastgelegd in de regels en zijn nu alsnog toegevoegd. Verder zijn er bouwregels toegevoegd die gelden voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ heeft. Was: 8.1 Bestemmingsomschrijving a. detailhandel h. niet van toepassing 8.21 c en d: Niet van toepassing 8.3 Specifieke gebruiksregels a. woonhuizen voor meer dan één woning, tenzij hiervan in de bestaande situatie sprake is. Wordt: 8.1 Bestemmingsomschrijving a. detailhandel met dien verstande dat detailhandel in voedings- en genotmiddelen is toegestaan met een maximum verkoopvloeroppervlak van 250 m2 per vestiging; h. een hotel, ter plaatse van de aanduiding ‘hotel’; 8.2.1 Algemeen c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument. d. aanvullend op lid b.
geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 8.3 a. meer dan één woning, tenzij hiervan in de bestaande situatie sprake van is ARTIKEL 9 Detailhandel Nr. Artikel B.10 9.1, sub b en c 9.2.2, sub b 9.3, sub c
Wijziging Tekst is aangepast c.q. aangevuld. Toevoegen bouwregel Toevoegen gebruiksregel
Motivering: Op de plekken waar nu een supermarkt is gevestigd, mogen geen andere soorten detailhandel worden gevestigd. Dit was niet goed geregeld in de regels en daarom is de tekst aangepast. Daarnaast wordt in enkele gevallen boven of achter de winkel gewoond. Er geldt geen voorwaarde dat er sprake moet zijn van een bedrijfswoning. De gebruiksregel is daarom verruimd. Was: 9.1 Bestemmingsomschrijving b. een supermarkt alleen ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt’; c. een bedrijfswoning; d. mantelzorg in de bedrijfswoning e. bêd en brochje in de bedrijfswoning, met dien verstande dat 9.2 + 9.3: N.v.t. Wordt: 9.1 Bestemmingsomschrijving b. uitsluitend een supermarkt, ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt’; c. wonen in bestaande (bedrijfs)woningen; d. mantelzorg in de bestaande (bedrijfs)woningen; e. bêd en brochje in de bestaande (bedrijfs)woning, met dien verstande dat: 9.2.2 Gebouwen en overkappingen b. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mogen tot de bestaande hoogte van de onderdoorgang geen gebouwen worden gebouwd; 9.3 Specifieke gebruiksregels c. meer dan één (bedrijfs)woning, tenzij hiervan in de bestaande situatie sprake van is. ARTIKEL 10 Dienstverlening Nr. Artikel B.11 10.1, sub b 10.2.1, sub a, b, c
Wijziging Toevoeging regel wonen Toevoeging regel monument en karakteristiek
Motivering: Een regeling over wonen en bescherming van monumentale panden ontbrak. Deze zijn alsnog overgenomen. Verder zijn er bouwregels toegevoegd die gelden voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ heeft. Was: 10.1 + 10.2.1: N.v.t Wordt: 10.1 Bestemmingsomschrijving e. wonen 10.2.1 Algemeen a. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding -monument’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1 van toepassing;
c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument. d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. ARTIKEL 11 Gemengd Nr. Artikel B.12 11.1, sub a 11.1 sub c 11.1, sub d 11.2.1 sub c en d
Wijziging Verwijderen deel gebruiksregel Aanvulling gebruiksmogelijkheden detailhandel Verwijderen regel Aanvulling regel i.v.m. bouwmogelijkheden buiten de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’
Motivering: De regels met betrekking tot detailhandel waren niet volledig of overbodig. Deze zijn daarom alsnog aangevuld dan wel verwijderd. Verder zijn er bouwregels toegevoegd die gelden voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ heeft. Was: 11.1 Bestemmingsomschrijving a. wonen, eventueel in combinatie met een bedrijf aan huis waarbij bedrijfsactiviteiten uit de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven; f. detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen; g. een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt’; 11.2.1 c en d: N.v.t. Wordt: 11.1 Bestemmingsomschrijving a. wonen; c. detailhandel met dien verstande dat: 1. detailhandel in voedings- en genotmiddelen is toegestaan met een maximum verkoopvloeroppervlakte van 250 m2 per vestiging; 2. uitsluitend een supermarkt is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt’; 3. detailhandel niet is toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘detailhandel uitgesloten’; 11.2.1 Algemeen c. aanvullend op lid a.
geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument. d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen,
moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. ARTIKEL 12 Groen Nr. Artikel B.13 12.1 sub f 12.1, na sub f 12.2.1 12.2.2
Wijziging Wijzigen gebruiksregel Toevoegen gebruiksregels Toevoegen algemene bouwregel en bouwregels Toevoegen bouwregels andere bouwwerken
Motivering: Binnen de bestemming groen mogen de gronden ter plaatse van de functieaanduiding ‘woonschepenligplaats’ ook worden gebruikt als erf behorende bij de ligplaats met beperkte mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken. Ook zijn sanitaire voorzieningen aanwezig in de bestemming groen, maar ontbreken deze in de regels. De bouwregels worden daarom aangevuld. Daarnaast zijn er binnen de bestemming een aantal monumenten gelegen. Om deze monumenten te beschermen is het nodig dat er een algemene bouwregel wordt opgenomen. In de groenbestemming liggen op sommige plaatsen ook vlonders en steigers. Dit wordt met het toevoegen van een bouwregel geregeld. Was: 12.1 f: een woonschepenligplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ 12.2.1 Algemeen: N.v.t. 12.2.1 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 12.2.2 Andere bouwwerken: N.v.t. Wordt: 12.1f: erf behorende bij een woonschepenligplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ 12.1 g openbare sanitaire voorzieningen 12.1.h aanlegsteiger, ter plaatse van de aanduiding ‘aanlegsteiger’ 12.2.1 Algemeen a. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1.
12.2.1 Gebouwen en overkappingen (wordt 12.2.2) Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Op of in deze gronden mogen alleen geen gebouwen en overkappingen worden opgericht indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’; b. de onder a. bedoelde gebouwen en overkappingen mogen alleen ten dienste van de ligplaats worden opgericht met een maximale oppervlakte van 15 m2 en een maximale hoogte van 3,5 meter;
c. in afwijking van de in lid b genoemde oppervlakte mag bij de ligplaats aan de Hichtumerweg 21A de maximale oppervlakte van de gebouwen en overkappingen 75 m2 bedragen waarbij een gebouw of overkapping zelf niet groter dan 40 m2 mag zijn. 12.2.2 Andere bouwwerken (wordt 12.2.3 en huidige b wordt d) b. de bouwhoogte van steigers bedraagt ten hoogste 1,00 meter gemeten vanaf het Normaal Amsterdams Peil; c. Vlonders en steigers, uitsluitend ter plaatse van gronden die direct grenzen aan gronden met de bestemming ‘Water’ die zijn voorzien van de aanduiding ‘aanlegsteiger’ mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de vlonder of steiger binnen de bestemming ‘Groen’ niet verder reikt dan 1,50 meter uit de grens tussen de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Water’; 2. de bouwhoogte ten hoogste 0,5 meter bedraagt, gemeten vanaf het aansluitende terrein. ARTIKEL 13 Horeca Nr. Artikel B.14 13.2.1, sub c en d 13.2.3, sub a
Wijziging Aanvulling regel i.v.m. bouwmogelijkheden buiten de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ Toevoegen bouwregel
Motivering: Er zijn bouwregels toegevoegd die gelden voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ heeft. Daarnaast ontbreekt een bouwregel voor de situering van bedrijfswoningen. Was: 13.2.1 c en d en 13.2.3 a: n.v.t Wordt: 13.2.1 Algemeen c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument. d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 13.2.3 (Bedrijfs)woningen a. de bedrijfswoning moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; ARTIKEL 14 Kantoor Nr. Artikel B.15 14.1, sub b 14.2.1, sub a, b 14.2.2 Motivering:
Wijziging Toevoegen gebruiksregel Toevoegen regel over monumenten Toevoegen regel over maximum goot- en bouwhoogte
Binnen de bestemming kantoor zijn monumenten aanwezig. Een regeling over bescherming van monumenten ontbrak echter. Voorts is een bouwregel toegevoegd die geldt voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ heeft. Ook ontbrak een regeling over woningen en de maatvoering van gebouwen en overkappingen. Deze zijn alsnog toegevoegd. Was: 14.1 + 14.2.1 + 14.2.2: N.v.t Wordt: 14.1 Bestemmingsomschrijving b. wonen in bestaande woningen 14.2.1 Algemeen a. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument. d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 14.2.2 Gebouwen en overkappingen b.
ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; ARTIKEL 15 Maatschappelijk Nr. Artikel B.16 15.1 15.2.1 sub c en d 15.2.2 15.2.3
Wijziging Toevoeging aanduiding Aanvulling regel i.v.m. bouwmogelijkheden buiten de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ Toevoegen en verwijderen bebouwingsregel Toevoegen bouwregel
Motivering: Op de bovenverdieping van een aantal panden met een maatschappelijke bestemming wordt gewoond. Deze gebruiksmogelijkheid ontbrak in de regels. Ook ontbrak de aanduiding ‘wooncentrum’. Verder zijn er bouwregels toegevoegd die gelden voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ heeft. Daarnaast bevinden zich een aantal onderdoorgangen binnen deze bestemming, maar ontbrak een regeling daarvoor. Tot slot was er ten onrechte een regeling opgenomen voor de bouw van recreatieappartementen. Deze zijn echter niet aanwezig binnen deze bestemming. De regeling is daarom verwijderd. Was: 15.1 + 15.2.1 + 15.2.2, lid b en 15.2.3, lid a: N.v.t a. 15.2.2 lid e: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – recreatieappartement’ mogen ten hoogste 4 recreatieappartementen worden gebouwd, met dien verstande dat:
1. de oppervlakte per recreatieappartement ten hoogste 30 m2 mag bedragen; 2. de recreatieappartement uitsluitend inpandig, als onderdeel van bedrijfsbebouwing, mogen worden gerealiseerd Wordt: 15.1 Bestemmingsomschrijving b. wonen op de verdieping, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – wonen op de verdieping’; c. een wooncentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk-wooncentrum’. 15.2.1 Algemeen c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument. d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 15.2.2. Gebouwen en overkappingen b. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mogen tot de bestaande hoogte van de onderdoorgang geen gebouwen worden gebouwd; e. is verwijderd 15.2.3 (Bedrijfs)woningen a. de (bedrijfs)woning moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; ARTIKEL 16 Sport Nr.
Artikel B.17 16.1, sub b en c
Wijziging Aan de bestemming Sport worden twee specifieke gebruiksregels toegevoegd.
Motivering: De toevoegingen komen overeen met het toegestane bestaande gebruik. Was: 16.1: N.v.t. Wordt: 16.1 Bestemmingsomschrijving b. hondendressuur, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – hondendressuur; c. kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’; ARTIKEL 19 Verkeer-Verblijf Nr. Artikel B.18 19.1, sub l en m
Wijziging Toevoegen toestaan ondergeschikt gebruik
19.2.1, sub b
Toevoegen regel toestaan afwijkend gebruik
Motivering: In het bestemmingsplan ‘Bolsward-kom’ was het toegestaan om binnen de bestemming ‘VerkeerVerblijf’ periodieke en incidentele evenementen te organiseren. Deze gebruiksmogelijkheden ontbraken nog in de regels. Ook zijn binnen de bestemming op enkele locaties garageboxen toegestaan, maar ontbrak een regeling daarvoor in de regels. De regels zijn daarom voorzien van benodigde aanvullingen. Was: 19.1 + 19.2.1: N.v.t. Wordt: 19.1 Bestemmingsomschrijving l. periodieke evenementen; m. incidentele evenementen; 19.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: b. in afwijking van het gestelde onder a geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘garagebox’ garageboxen zijn toegestaan; ARTIKEL 20 Water Nr. Artikel B.19 20.1 20.4
Wijziging Toevoegen (specifieke) aanduidingen Aanvullen specifieke gebruiksregels
Motivering: Binnen de bestemming ‘Water’ zijn een aantal bruggen en aanlegsteigers aanwezig. Het is gebruikelijk dat deze op de verbeelding middels een aanduiding worden aangegeven, maar ontbraken tot nu toe. De aanduidingen zijn alsnog aangebracht. Was: 20.1: N.v.t. 20.4 lid b: Het gebruik van gronden als ligplaats voor (recreatie)vaartuigen, behalve daar waar het op grond van de gemeentelijke ligplaatsverordening is toegestaan. Wordt: 20.1 Bestemmingsomschrijving e. aanlegsteiger, ter plaatse van de aanduiding ‘aanlegsteiger’; f. bruggen ter plaatse van de aanduiding ‘brug’; 20.4 Specifieke gebruiksregels b. het gebruik van de gronden als aanlegplaats voor (recreatieve) vaartuigen, met uitzondering van de gronden ter plaatse voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van water-aanlegplaats’ of waar dit op grond van de gemeentelijke ligplaatsverordening is toegestaan.
ARTIKEL 21 Wonen Nr. Artikel B.20 21.2.1 c en d 21.2.1 e 21.2.2
Wijziging Aanvulling regel i.v.m. bouwmogelijkheden buiten de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ Toevoegen algemene regel Toevoegen bouwregel
Motivering: Er zijn bouwregels toegevoegd die gelden voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ heeft. Binnen de bestemming ‘wonen’ is niet op alle plekken erfbebouwing toegestaan. Dit gaat met name om stroken grond die grenzen aan het water. Een regeling hiervoor ontbrak nog. Daarnaast zijn binnen de bestemming ‘wonen’ een aantal onderdoorgangen. Ook hiervoor ontbrak een regeling. De regels zijn daarom van de benodigde aanvullingen voorzien. Was: 21.2.1 + 21.2.2: N.v.t . Wordt: 21.2.1 Algemeen c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw; e. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen-geen erfbebouwing’ zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan; 21.2.2 Hoofdgebouwen d.
ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mogen tot de bestaande hoogte van de onderdoorgang geen gebouwen worden gebouwd; ARTIKEL 22 Wonen - Woonboerderij Nr. Artikel B.21 22.2.1
Wijziging Toevoeging regel
Motivering: Binnen de bestemming is niet op alle plekken erfbebouwing toegestaan. Dit gaat met name om stroken grond die grenzen aan het water. Een regeling hiervoor ontbrak nog. Was: 21.2.1: N.v.t. Wordt: 21.2.1 Algemeen
c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen-geen erfbebouwing’ zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan; ARTIKEL 23 Wonen-Woongebouw Nr. Artikel B.22 23.2.1 23.2.2 23.4
Wijziging Toevoegen bouwregel Toevoegen regels over onderdoorgang, platdak en bijbehorende bouwwerken Afwijkingsregel voor bijbehorende bouwwerken aangepast
Motivering: Er zijn er bouwregels toegevoegd die gelden voor het deel van het bouwvlak dat niet de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’ of ‘bouwaanduiding karakteristiek’ heeft. Binnen de bestemming zijn een aantal onderdoorgangen aanwezig. Een regeling daarvoor ontbrak nog. Verder zijn er regels opgenomen over het toepassen van een plat dak en specifiekere regels voor bijbehorende bouwwerken en overkappingen waarmee de aanduiding “bijgebouw” op de verbeelding kan vervallen. Was: 23.2.1: N.v.t. 23.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 23.2 en toestaan dat bijbehorende bouwwerken en overkappingen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste 100 m2 per bouwvlak bedraagt; Wordt: 23.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1. b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2. c. aanvullend op lid a.
geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument. d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 23.2.2 (voorheen 23.2.1) Gebouwen c. ter plaatse van de aanduiding ‘plat dak’ mag alleen een plat dak worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mogen tot de bestaande hoogte van de onderdoorgang geen gebouwen worden gebouwd; e. in afwijking van het bepaalde in lid a en c zijn bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woongebouw tot een afstand van 3 meter achter de naar de weg gekeerde gevel, met
een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m2 per bouwvlak, een goothoogte van ten hoogste 3,00 meter en een bouwhoogte van ten hoogste 5,00 meter toegestaan, tenzij de bestaande oppervlakte, goot- of bouwhoogte afwijkt; in dat geval zijn de bestaande maten toegestaan. 23.4 afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 23.2 en toestaan dat bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden gebouwd mits: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste 150 m2 per bouwvlak bedraagt; ARTIKEL 28 Waarde – Archeologie 1 Nr. Artikel B.23 282.2
Wijziging Aanvullen bouwregel
Motivering: Normaal gesproken wordt een rapportage vereiste bij een verstoring dieper dan 0,40 m beneden maaiveld. Uit onderzoek is gebleken dat er plekken zijn waarbij een verstoringsdiepte van 1,00 m kan worden gehanteerd. Dit is in de r egels en verbeelding aangevuld. Was: Voor bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en slaan van damwanden, met een oppervlakte groter dan 50 m2 en die de bodem dieper dan 0.40 m beneden maaiveld verstoren, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: Wordt: 28.2.2 Voor bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en slaan van damwanden, met een oppervlakte groter dan 50 m2 en die de bodem dieper dan 0.40 m beneden maaiveld verstoren, of dieper dan 1.00 m ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – afwijkende verstoringsdiepte’, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: ARTIKEL 30 Waarde – Beschermd gezicht Nr. Artikel B.24 30.1 30.3 30.4 30.5.3 30.6.3 sub a
Wijziging Aanpassing regel Aanpassing regel Aanpassing regel Aanpassing regel Toevoeging regel
Motivering: Er stonden onvolkomenheden in de regels van deze bestemming. Door middel van deze aanpassingen en toevoeging is dit gecorrigeerd. Was: 30.1
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde – Beschermd gezicht’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de in bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. 30.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de bescherming en het behoud van de in bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing nadere eisen stellen aan: 30.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de in 30.2.2 genoemde bouwregels voor het veranderen van het bouwwerk, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in bijlage 3 bij deze regels aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. 30.5.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in 30.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits op basis van onderzoek door een cultuurhistorisch deskundige is aangetoond dat de in bijlage 1 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing niet onevenredig worden geschaad. 30.6.3 Toelaatbaarheid a.
Het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in 30.6.1 is slechts toelaatbaar, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied, zoals aangegeven in bijlage 1 van de toelichting. Wordt: 30.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Beschermd gezicht’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de in paragraaf 4.4 en bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. 30.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de bescherming en het behoud van de in paragraaf 4.4 en bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing nadere eisen stellen aan: 30.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de in lid 30.2.2 genoemde bouwregels voor het veranderen van het bouwwerk, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in paragraaf 4.4 en bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing.
30.5.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 30.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits op basis van onderzoek door een cultuurhistorisch deskundige is aangetoond dat de in paragraaf 4.4 en bijlage 1 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing niet onevenredig worden geschaad. 30.6.3 Toelaatbaarheid
a. Het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 30.6.1 is slechts toelaatbaar, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied, zoals aangegeven in paragraaf 4.4 en bijlage 1 van de toelichting. Artikel 31 Waarde – Cultuurhistorie Stinzen, Buitenplaatsen en Kloosters Nr. Artikel B.25 31.3.5
Wijziging Toevoeging wijzigingsbevoegdheid
Motivering Er ontbreekt een wijzigingsbevoegdheid in de regels. Deze voorkomt dat er een uitgebreide planologische procedure moet worden gevoerd bij een eventuele wijziging. Om dit te voorkomen is deze is alsnog toegevoegd. Was: N.v.t. Wordt: 31.3.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen door: a. de dubbelbestemming ‘Cultuurhistorie Stinzen, States, Buitenplaatsen en Kloosters’ te doen vervallen, indien op basis van onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische en/of cultuurhistorische waarden (meer) aanwezig zijn. Artikel 36 Algemene aanduidingsregels Nr. Artikel B.26 36.2.4, sub d