Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Wijziging bestemmingsplan: Wommels 2010 (centrumgebied). ’t Noard 17A t/m17F te Wommels; gemeente Súdwest-Fryslân
Plan:
Verbouw (nieuwbouw) garages en opslag
Adres:
’t Noard 17 A t/m F 8731BB Wommels
Kadastraal bekend Gemeente:
Wommels
Sectie:
A.
Nummer:
2843
Opdrachtgever: de heer T.Metlar Terp 8 8731 AZ Wommels
Werk no.:
3702METZ
Onderdeel:
Uitgebreide procedure omgevingsvergunning
Auteur:
J.Appeldorn (architect) Architectenbureau Jan Appeldorn Slotmakersstraat 8 8754EM Makkum Tel.: 0515 23 19 52; mob. 0620 107 107 Email: architectenbureau.appeldorn@kpnmail.nl
Makkum, 12.01.2022; versie 1.
1
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Makkum, 24.08.2022; versie 1I.
Wijzigingen/aanvullingen ten opzichte van versie I
Pag. 19/20
art. 4.3.2.
Soortenbescherming Toevoeging:
3e alinea = conclusie Bouwperiode
Pag. 22
art. 4.5.1.
Archeologie Wijziging:
1e alinea = van 500 naar 50 m2
Toevoeging:
2e alinea = Toelichting oppervlakten
Pag. 24
art. 4.8.1.
Waterparagraaf Wijziging:
3e alinea = tekst watervergunning
Pag. 30/31 boezem
bijlage II
punt 2 = Advies voor de
Wijziging:
pagina 31 bovenaan boezempeil gewijzigd
2
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Inhoudsopgave: 1. Hoofdstuk 1
5.
1.1.
Inleiding
5.
1.2.
Aanleiding
6.
1.3.
Planologische kaders
8.
1.4.
Doel
8.
2. Hoofdstuk 2
locatie- en planbeschrijving
9.
2.1.
Ligging
9.
2.2.
gewenst plan
9.
3. Hoofdstuk 3 3.1.
beleidskaders
Rijksbeleid
12. 12.
3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2. Besluit algemene regels Ruimtelijke Ordening 3.1.3. Besluit Ruimtelijke Ordening 3.2.
Provinciaal beleid
14.
3.2.1. Omgevingsvisie Fryslân 2020 3.2.2. verordening Romte 3.3.
Gemeentelijk beleid
16.
3.3.1. Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân 3.3.2. Welstandsnota Súdwest-Fryslân 2018 4. Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
18.
4.1.
Bodem
18.
4.2.
Geluid
19.
4.3.
Ecologie
19. 3
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
4.3.1. Gebiedsbescherming 4.3.2. Soortenbescherming 4.4.
Luchtkwaliteit
20.
4.5.
Archeologie en cultuurhistorie
21.
4.5.1. Archeologie 5.5.2. Cultuurhistorie 4.6.
Externe veiligheid
23.
4.7.
Transportroutes
23.
4.8.
Water
23.
4.8.1. Waterparagraaf 5. Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
25.
5.1.
Economische uitvoerbaarheid
25.
5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid.
25.
BIJLAGEN: B.1.
Bouwplan
26.
Watertoets
27.
B.III. Soortenbescherming
32.
B.II.
4
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
1.
Hoofdstuk 1
1.1. Inleiding Voorliggend wijzigingsplan is bedoeld om juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van het vernieuwen van de bestaande bebouwing ’t Noard 17 A t/m F te Wommels. Tevens biedt voorliggend wijzigingsplan de onderbouwing waarom het plan inpasbaar is. De basis hiervoor is een overeenkomst tussen opdrachtgever en gemeente Littenseradeel. De gemeente Súdwest-Fryslân wil op basis van afspraken uit het verleden meewerken aan het voornemen. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en af te wijken van het bestemmingsplan door middel van de uitgebreide vergunningprocedure. Hiervoor is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Zo dient te worden aangegeven wat de gevolgen zijn voor de ruimtelijke ordening en dient bij de aanvraag de aard en omvang van het project te worden aangegeven. Ter motivering van het besluit om van het bestemmingsplan af te wijken kan onderhavige ruimtelijke onderbouwing worden gebruikt. Hierin wordt aangetoond dat het vernieuwen van de bestaande bebouwing ruimtelijk inpasbaar is. Op onderstaande luchtfoto een weergave van het bestaande perceel vanuit de lucht.
5
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
**BING MAPS beeld**
**BING MAPS straatbeeld**
1.2. Aanleiding In 2008 is op inzet van de gemeente Littenseradiel een aanvang gemaakt met een grondruil tussen de opdrachtgever en de gemeente Littenseradiel betreffende een deel van het onderhavige terrein. Dit heeft in 2010 geleidt tot een daadwerkelijke ruil met voorwaarden. De gemeente heeft toestemming gegeven en contingent ter beschikking gesteld, om hier een woning te bouwen. Daarnaast is afgesproken dat de straat geen doorgaande straat voor het gemotoriseerd verkeer zal zijn en deze is daardoor afgesloten. De voorwaarde was dat de bestaande garageboxen afgebroken zou worden Deze overeenkomst is in een notariële akte bekrachtigd en kadastraal ingeschreven (2021.018549.01_M.pdf). Verzuimd is om op het terrein een bouwvlak voor een woning of ander bouwwerk overeen te komen. Het is de bedoeling dat de opdrachtgever het nieuwe bouwwerk voor eigen gebruik gaat oprichten. De opdrachtgever, wonende De Terp 8 te Wommels, heeft in die situatie geen aansluitende buitenruimte en zal ’t Nord 17 A enz. als zodanig gaan gebruiken (deze locatie nu al deels als zodanig in gebruik).
6
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
**Bestaande situatie**
Foto, s bestaande situatie voor, achter en zij. 7
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
1.3. Planologische kader Het perceel is in het geldende bestemmingsplan “Wommels” gelegen en het gebied heeft daarin de bestemming “Centrum”. Omdat de berging/garage geen directe binding heeft met een woning aan “t Noard 17 zal het beoordeeld moeten worden als een afzonderlijk hoofdgebouw. Wijzigingsbevoegdheid binnen bestemmingsplan i.v.m.: • • •
In het verleden heeft de gemeente toegezegd dat een woning ter plaatse is toegestaan De huidige garageboxen hebben een vervallen uitstraling. Nieuwbouw zorgt voor een kwaliteitsverbetering van de omgeving.
1.4. Doel In dit wijzigingsplan wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. De realisatie van de plannen zoals in het wijzigingsplan is aangegeven, dienen (aantoonbaar) niet in strijd te zijn met een goede ruimtelijke ordening.
8
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
2.
Hoofdstuk 2
locatie- en planbeschrijving
2.1. Ligging Het plangebied ligt in het dorp Wommels op het adres ’t Noard 17 A t/m F en bevindt zich binnen het grondgebied van de gemeente Súdwest-Fryslân.
**Kaart bestemmingsplan**
Het perceel bevindt zich aan, voor gemotoriseerd verkeer, geen doorgaande-weg. Aan de oostkant van het perceel bevindt zich een woonboerderij (voorheen Oliehandel Stienstra). Aan de zuidkant van het perceel kenmerkt het straatbeeld door gesloten gevels. Aan de noordkant kenmerkt, de taps toelopende locatie, door een waterloop. Ook bevindt zich daar op enig afstand een zwembad met een beperkt aantal recreatieve verblijf mogelijkheden.
2.2. Gewenst plan De opbouw van de bestaande garages, inclusief de achterliggende bebouwing, zullen geheel gesloopt worden. De beganegrondvloer en een deel van de fundering zullen opnieuw gebruikt worden. 9
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
*** bestaande gevels ***
Aan de noordwestzijde van het perceel wordt bebouwing beperkt door een geringe maat. Omdat de breedtemaat van de bestaande bebouwing niet voldoende is om naar achteren uit te breiden moet de nieuwe breedtemaat aan de straatzijde (zuid) gezocht worden. De nieuwe bebouwing zal gaan bestaan uit een garage voor een camper cq een bestelbus, een berging en een carport.
**Nieuwe situatie
10
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
*** nieuwe gevels ***
11
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
3. Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.
Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortvloeiende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil 12
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de kortetermijnmaatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling is van een dusdanig kleine schaal dat deze geen belangen raakt uit de Nationale Omgevingsvisie. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 met uitzondering van enkele onderdelen in werking getreden. Het Barro omvat regels waar bestemmingsplannen (en dus ook wijzigingsplannen) aan moeten voldoen voor alle ruimtelijke rijks belangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. In het Barro zijn geen rijks belangen genoemd die betrekking hebben op het onderhavige plangebied.
13
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. In artikel 1.1.1. Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Met de bovengenoemde wijzigingen is voor ‘bestaand stedelijk gebied’ de volgende definitie opgenomen: ‘bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In de toelichting op de wijziging van artikel 3.1.6. Bro is de wijziging gemotiveerd: ‘Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Daarom voegt artikel II van dit besluit een tweetal nieuwe leden toe aan artikel 3.1.6 van het Bro, op grond waarvan overheden - indien zij een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk willen maken - standaard een aantal stappen dienen te zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Deze stappen zijn geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen.
Dat zou voorbijgaan aan de specifieke lokale omstandigheden, die van invloed zijn op de inpassing van ruimte vragende functies en het regionale maatwerk dat de overheden moeten kunnen leveren. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt’. De voorgenomen ontwikkeling is niet aan te merken als nieuwe stedelijk. De bouw van een geheel nieuw pand wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als de oppervlakte hiervan 500 m2 of meer is. In dit geval gaat het om de bouw van een bebouwing van 117 m2 en wordt deze ontwikkeling dus niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het voornemen hoeft daarom verder niet getoetst te worden aan de ladder.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 Vooruitlopend op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2022 in werking treedt, is de provincie Fryslân bezig geweest met het opstellen van de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van 14
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De provinciale omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven, te weten: • Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; • Energietransitie met kracht voortzetten; • Fryslân klimaatadaptatief inrichten; • Versterken biodiversiteit. De Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele', spreekt zich niet specifiek uit over het betreffende plangebied. De realisatie van en vernieuwen van de garages vindt plaats op een perceel dat is bestemd zoals het momenteel bestaat. Er worden daarom geen landschappelijke of cultuurhistorische waarden aangetast. Daarnaast past het nieuwe bouwwerk goed op deze locatie, omdat het projectgebied zich in het centrumgebied van Wommels bevindt. De ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Fryslân.
Op de aspecten met betrekking tot cultuurhistorie en landschap wordt ook verder ingegaan in paragraaf 4.5. 3.2.2 Verordening Romte De geconsolideerde Verordening Romte Fryslân 2021 is vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten. In de verordening worden de onderwerpen uit het Streekplan geregeld waarvan de juridische doorwerking en borging in ruimtelijke plannen van de gemeenten noodzakelijk is. Het onderliggende beleid staat in het Streekplan en enkele andere provinciale plannen. Dit betekent dat bij de interpretatie en toepassing van bepaalde artikelen in concrete situaties, soms teruggegrepen moet worden op dit provinciale beleid. Uitgangspunt is dat de verordening niet meer regelt dan noodzakelijk is. Het projectgebied bevindt zich volgens de verordening in het centrumgebied van Wommels.
15
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Tot slot worden er geen landschappelijke- of cultuurhistorische waarden aangetast. Het planvoornemen is daarom in overeenstemming met de geconsolideerde versie Verordening Romte Fryslân 2021.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 1.0 Súdwest-Fryslân De Omgevingsvisie Súdwest-Fryslân is op 29 april 2021 door de raad vastgesteld en helpt om keuzes te maken bij ontwikkelingen die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. In Súdwest-Fryslân geldt: ‘Denk vanuit de klant en de initiatiefnemer’. Daarom staat het bieden van duidelijkheid voorop. De Omgevingsvisie 1.0 nodigt uit tot ontwikkelingen: het is dé rode draad voor gemeentelijke activiteiten in de fysieke leefomgeving. Deze visie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan vormen een duidelijk handvat. Daarmee kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest-Fryslân passen. Zo helpt een Omgevingsvisie bij het soepel doorlopen van de procedures. De Omgevingsvisie 1.0 gaat over belangrijke onderwerpen als gezondheid, veiligheid, omgevingskwaliteit, bereikbaarheid en economie. Denk ook aan meer sociale thema’s als inclusiviteit, leefbaarheid en arbeidsmarktbeleid. De omgevingsvisie bestaat uit vijf thema’s: 1. gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving; 2. sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap; 3. veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden; 4. vitaal en aantrekkelijk landschap; 5. duurzaam, energieneutraal en klimaat adaptief. De omgevingsvisie gaat niet specifiek op het projectgebied of de voorgenomen ontwikkeling in.
In algemene zin valt te stellen dat de geplande bebouwing een passende functie is voor het centrumgebied in Wommels. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de ambities uit de omgevingsvisie.
3.3.2 Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018 De welstandsnota is een harmonisatie van de welstandsnota's van de voormalige gemeente Bolsward, Nijefurd, Sneek Wûnseradiel, Wymbritseradiel en de betreffende delen van de voormalige en opgesplitste gemeenten Boarnsterhim en Littenseradiel. De welstandsnota is in beginsel een afgeleide van de oude welstandsnota's. Maar met als basis een volledig nieuwe inventarisatie van nieuwbenoemde welstandsgebieden van de gehele gemeente. De welstandsnota zal worden gebruikt als toetsingskader voor nieuwe aanvragen om vergunning. 16
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Het plangebied ligt in het Centrumgebied van Wommels. Het algemene beleid en de ambitie in dit gebied is de ruimtelijke kwaliteit van de gebieden handhaven, versterken en zo nodig omvormen. De diversiteit van de gebouwen en gebouwenensembles respecteren, verrijken en het versterken van de relatie met de openbare ruimte, infrastructuur en stedelijke structuur. Langs hoofdroutes aandacht voor de representativiteit van de gebouwen. Het bouwplan zal moeten voldoen aan de specifieke criteria uit de welstandsnota. Bij de uitwerking van het plan zal rekening worden gehouden met de criteria uit de welstandsnota. In het kader van de vergunningsaanvraag zal de welstandscommissie toetsen of het voornemen past binnen deze voorwaarden.
17
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
4. Hoofdstuk 4 – Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem Op de naast gelegen locatie (toenmalig terrein van oliehandel Stienstra ’t Noard 17) is in 1991 een “oriënterend bodemonderzoek(rapport: 631/NA91/E579/2.4750)” en een “afperkend bodemonderzoek, zintuigelijk(rapport: 631-2.4863)” uitgevoerd door Heidemij Adviesbureau B.V. Nabij de gezamenlijke-zijdelinkse erfgrens zijn 3 boringen verricht. Deze zijn gekwalificeerd op streefwaarden. In 1996 heeft “de Vries Joure Milieutechniek B.V. projectno.: 336157,” een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (nabij ondergrondse tanks). Dit onderzoek was vooruitlopend op een grond- en tanksanering in oktober 1996. Na deze sanering is in november 1996 een evaluatierapport gemaakt. EINDCONCLUSIE: Na afloop van de grondsanering volgt een eventuele grondwatersanering. De noodzaak en de eventuele nadere uitwerking van de grondwatersanering volgt na afloop van de eindcontrole op de kwaliteit van het grondwater. Daar echter een restverontreiniging is achtergebleven ter plaatse van de schuur (straatzijde) die geïsoleerd is van de ontgravingsput heeft een grondwatersanering weinig tot geen zin. In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu.
Voor gebouwen waarin (nagenoeg) niet voortdurend mensen verblijven, niet langer dan 2 uur per dag, wordt vrijstelling van bodemonderzoek verleend. Het voornemen is de bouw van een nieuwe garage en berging, hierin zal niet meer dan 2 uur per dag mensen verblijven en daarom is hiervoor geen bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2 Geluid Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij ruimtelijke besluiten rekening te worden gehouden met mogelijke geluidhinder van wegverkeer, spoorwegverkeer, vliegverkeer en bedrijven. Bij het voorliggende plan is industrie, vliegtuig en spoorwegverkeer niet van belang in het kader van de Wgh omdat er geen gezoneerd bedrijventerrein is, er geen vliegroutes over de locatie liggen en er geen zone van een spoorweg is. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs een aantal wegen geluidzones, waarbinnen in het geval van nieuwe geluidgevoelige functies 18
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting. Volgens de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar geluidgevoelige objecten die in een geluidszone vallen. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: • woonerven; • 30 km/uur-gebieden. De te realiseren garage en berging zijn geen geluidsgevoelige functie, derhalve is op grond van de Wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat geluid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.3 Ecologie Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht.
Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' een vrijstelling besluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. 4.3.1 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt in het in de bebouwde kom van Wommels in de gemeente Súdwest-Fryslân, op een minimale afstand van circa 11,3 km van Natura 2000gebied de Oudergaasterbrekken. 4.3.2 Soortenbescherming Onderzoek
Beknopte natuurtoets Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen te toetsen is door FaunaX een ecologisch onderzoek ingesteld naar de effecten op eventuele beschermde waarden in het plangebied en in de omgeving daarvan. De rapportage van deze zogeheten beknopte natuurtoets is als Bijlage III opgenomen. SOORTENBESCHERMING Uit de beknopte natuurtoets blijkt dat het planvoornemen zonder bezwaren doorgang kan vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan ten aanzien van: 19
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (van ruwweg 15 maart tot 15 juli). Als dat niet mogelijk blijkt dient voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd te worden. Vleermuizen: Voorkom lichtuitstraling richting geschikte verblijfplaatsen in naastgelegen bebouwing (vlak buiten het plangebied) tussen zonsondergang en zonsopkomst en versperring van deze geschikte verblijfplaatsen. Als dat niet mogelijk blijkt, dient nader onderzoek plaats te vinden. Licht beschermde soorten en vrijgestelde soorten: Naleven van de zorgplicht. Dit houdt onder meer in dat er zo dient te worden gewerkt dat dieren de kans krijgen om te vluchten naar habitat buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden of dieren (zoals vrijgestelde amfibieën) naar een dergelijke habitat te verplaatsen. Conclusie Gelet op vorenstaande conclusies met betrekking tot de soortenbescherming en gebiedsbescherming, mag worden aangenomen dat de ecologische uitvoerbaarheid van dit plan niet wordt belemmerd. Opgemerkt wordt dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. Er zal daarom buiten het broedseizoen gesloopt en gebouwd worden, zo nodig worden de bouwwerkzaamheden onder begeleiding van een ecoloog uitgevoerd.
Er zal normaal overdag gewerkt worden waardoor weinig tot geen lichtuitstraling zal plaatsvinden. De conclusies van de onder bijlage III beschreven soortenbescherming wordt gerespecteerd. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat ecologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. 20
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningen en kantoren komt die 3%-grens overeen met de bouw van 1.500 woningen of 100.000 m² b.v.o. kantoren. Onderhavig plan betreft slechts de bouw van een garage en berging. Vergeleken met een woningbouwlocatie of 100.000 m2 b.v.o. kantoren als bedoelt in de regeling NIBM is deze ontwikkeling vele malen kleinschaliger en valt te stellen dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer (Wm) kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.5 Archeologie en cultuurhistorie Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht geworden. De Monumentenwet 1988 is met ingang van 1 juli 2016 dan ook vervallen. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 zijn deels overgegaan naar de Erfgoedwet en – zodra die wet in werking treedt – deels naar de Omgevingswet. De bepalingen en vergunningen uit de Monumentenwet 1988 die overgaan naar de Omgevingswet blijven van toepassing tot de datum dat de Omgevingswet in werking treedt. Deze artikelen gelden tot dat moment als overgangsrecht op grond van de Erfgoedwet en tenzij expliciet vermeld, veranderen deze niet van inhoud.
Tot die tijd blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het wettelijke kader voor de omgang met gebouwde en aangelegde rijksmonumenten en de Monumentenwet 1988 voor de omgang met de archeologische rijksmonumenten. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en –nota wordt uitgegaan van de Cultuurhistorisch kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden.
21
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Fragment archeologische kaart FAMKE voor Wommels
4.5.1 Archeologie Op basis van deze kaarten zijn de archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan ‘Wommels Súdwest-Fryslân’ toegekend. Het projectgebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Dit betekent dat er enkel archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingreep dieper dan 40 cm en groter dan 50 m2 is. De bestaande hoofdbebouwing kent een bruto oppervlak van ca. 93 m2 en de bestaande bijbouw ca. 43 m2, totaal zijnde 136 m2. De nieuwe bebouwing krijgt een bruto oppervlak van ca. 117 m2. De beganegrond van het bestaande hoofdgebouw blijft voor ca. 52 m2 gehandhaafd. De nieuw te maken beganegrond en fundering beslaat een oppervlak van ca. 42 m2. Dat betekend dat een archeologisch onderzoek achterwege kan blijven. 4.5.2 Cultuurhistorie Daarnaast is gebruik gemaakt van de thematische structuurvisie ‘Grutsk op ‘e Romte’ waarin de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap in Friesland beschreven staan. Op basis van deze kaarten is het bestemmingsplan ‘Wommels SúdwestFryslân’ geen landschappelijke waarden aan gebieden toegekend. Verdere cultuurhistorische waarden kent het projectgebied niet. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
22
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
4.6. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het GR onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau.
4.7. Transportroutes In en direct rond het plangebied zijn geen risicovolle transportroutes aanwezig. In het plangebied is dan ook geen sprake van risicocontouren van dergelijke routes. Het aspect externe veiligheid van transportroutes is daarmee niet aan de orde. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.8 Water Ruimte maken voor water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de ondertekening van de Startovereenkomst Waterbeheer op 14 februari 2001 door Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, werd de watertoets van toepassing verklaard op ruimtelijke plannen. Vanaf 1 november 2003 is deze juridisch verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). De watertoets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het ruimtelijke planvormingsproces om te komen tot een veilig, gezond en duurzaam watersysteem. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Het benutten van kansen en het combineren van functies wordt hierbij nagestreefd.
23
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Op 06-12-2021 is de digitale watertoets doorlopen. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebied specifieke aandachtspunten voor water. De watertoets is opgenomen in bijlage II bij deze ruimtelijke onderbouwing.
4.8.1. Waterparagraaf Er is sprake van de korte procedure en uit de watertoets volgt dat enkel het onderdeel ‘toename verharding’ specifieke behandeling vraagt in de waterparagraaf. Toename verharding Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij de voorgeschreven percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen, dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een toename van verharding en een watervergunning voor het versneld afvoeren van hemelwater is daarom niet aan de orde. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat water geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
24
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
5. Hoofdstuk 5 – Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld door een particulier. De uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan heeft naast de onderzoek aspecten echter ook betrekking op economische aspecten zoals planschade en grondexploitatiekosten. Het bouwplan valt niet onder de reikwijdte van de Grondexploitatiewet zoals bedoelt in artikel 6.12 lid 1 Wro jo artikel 6.2.1 onder a en b Bro. Het plan is daarmee dan ook economisch uitvoerbaar. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure van toepassing. Op basis van de realisatieparagraaf nationaal ruimtelijk beleid dient alleen vooroverleg met diensten van de rijksoverheid plaats te vinden, indien nationale belangen in geding zijn. Daarvan is in dit geval geen sprake. Ten behoeve van de omgevingsvergunning zal de uitgebreide procedure uit de Wabo worden doorlopen. Dit houdt in dat het ontwerp van de omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd, waarbij eenieder gelegenheid wordt geboden zienswijzen kenbaar te maken. De gemeente zal vervolgens een besluit nemen waartegen beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank.
25
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Bijlage 1 – Bouwplan
26
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Bijlage II Watertoets
Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan op 06-12-2021 De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1. Korte procedure 2. Advies Vrij voor de boezem
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE ,t Noard 17 A t/m F 8731BB Wommels
27
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1. Gaat het plan uitsluitend over de functiewijziging van bestaande bebouwing onder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte? nee 2. Verwacht je een toename van verharding in het plan?
nee
3. Is er sprake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? nee 4. Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd?
nee
5. Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt?
nee
6. Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken? nee 7. Raak je de laag primaire waterkeringen?
nee
8. Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen?
nee
9. Raak je de laag hoofdwateren?
nee
10. Raak je de laag rioolwaterpersleidingen?
nee
11. Raak je de laag Grondwaterbeschermingsgebied?
nee
12. Raak je de laag Kaderichtlijn water?
nee
13. Raak je de laag vrij voor de boezem?
ja
14. Raak je de laag waterzuiveringsobject?
nee
28
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Digitale Watertoets 1. Korte procedure Voor je plan moet je de korte procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetterskip Fryslân via de knop ‘Direct aanvragen’. Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons kenbaar te maken. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateraspecten (zoals dijken, gemalen, stuwen of persleidingen) in de omgeving. Onder ‘details’ van de samenvatting aanvraag staat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of besluit in de waterparagraaf. Daarnaast moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten. Waar moet ik op letten? Voor sommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevingsloket online www.omgevingsloket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunning check). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-enregels/ online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van DETAILS Digitale Watertoets oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de 29
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de ‘Leidraad watertoets’ voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compenseren.
Als je niet compenseert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het snel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Friese klimaatatlas’: www.frieseklimaatatlas.nl Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
2. Advies Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor boezem. Wat moet ik doen? Wij adviseren je om toekomstige wateroverlast tegen te gaan door voldoende hoog te bouwen. 30
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Waar moet ik op letten? Je ingetekende locatie ligt vrij voor de boezem. (maatgevend boezempeil: -0,09 m NAP). Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Je moet daarom rekening houden met hoogwater in het kader van regionale wateroverlast. Het is van belang om rekening te houden met de droogleggingsnorm (Leidraad watertoets, paragraaf 4.3.7) of het maatgevend boezempeil (MBP) (op te vragen bij Wetterskip Fryslân). Het MBP, behorend bij een situatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Wij adviseren de nieuwe bebouwing/infrastructuur voldoende hoog aan te leggen. De hoogte van het plangebied kun je inschatten op https://www.ahn.nl/. We adviseren u echter om dit in te laten meten omdat hoogtemetingen een moment opname beteffen en er kans is dat dit niet helemaal accuraat is. Let op: wij zijn niet de bevoegde instantie voor de aanleghoogte, maar adviseren je hierin. Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.2.4) https://www.wetterskipfryslan.nl/documenten/vergunningenwettenenregels/leidraad-watertoets_2013.pdf
31
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
Bijlage: III
Soortenonderzoek
32
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
33
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
34
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
35
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
36
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
37
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
38
Architectenbureau
Jan Appeldorn bouwkundig teken- en adviesbureau MApp
39