CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Richtinggevende uitspraken raad Súdwest-Fryslân

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Sjenswizeproseduere wiziging mienskiplike regeling ‘Recreatieschap Marrekrite’1.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente

Súdwest-Fryslân Richtinggevende uitspraken raad Súdwest-Fryslân Er zijn een vijftal vragen gesteld in de oplegnotitie van de Friese griffierkring welke de raad van Súdwest-Fryslân gevraagd wordt te beantwoorden. Hierbij de voorgestelde beantwoording in de vorm van richtinggevende uitspraken namens de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân: 1. Op welke besluiten is een zienswijze nodig? Sluit dat aan bij de huidige situatie? Antwoord: Vroegtijdige zienswijze op hoofdlijnen voor: - Het besluit heeft een politieke impact - Het besluit heeft een financiële impact - Het besluit heeft een maatschappelijke impact Toelichting: Welke impact Vaak wordt nu in de Wgr geredeneerd vanuit een financiële impact en niet zozeer vanuit een politieke en maatschappelijke impact. Zelden worden er echter alleen bedrijfsvoerings- of uitvoeringskeuzes gemaakt, maar bijvoorbeeld ook over hoe goed een taak wordt uitgevoerd en welke middelen daarvoor nodig zijn. Dit zijn politieke keuzes: er worden belangen afgewogen die ook maatschappelijke impact hebben. De politieke keuzes binnen een Gemeenschappelijke regeling raken de volksvertegenwoordigende en kaderstellende rol en zijn daarom wel van belang voor de raad.

Vroegtijdig en op hoofdlijnen Om de kaderstellende rol goed in te vullen is het wenselijk dat de gemeenteraden vroegtijdig in positie worden gebracht omdat anders het risico is dat de keuzes al impliciet zijn verwerkt. Gemeenteraden brengen nu zelden een zienswijze uit over de mogelijkheid die zij krijgen bij met name de P&C-cyclus. Waarom zou dit straks veranderen en zou je toch de mogelijkheid voor zienswijzen willen uitbreiden? Het verschil is dat in de praktijk tot nu toe politieke keuzes impliciet waren, en in uitgebreide informatie stonden die bovendien al behandeld was binnen de Gemeenschappelijke regeling. Daardoor kwamen raden slecht in positie. De wijziging van de Wgr en dit voorstel geven de mogelijkheid om dit anders te doen, namelijk op hoofdlijnen en vroegtijdig. Een vroegtijdige concept-zienswijze (voorbereid door de organisatie) die op hoofdlijnen de afwegingen voor de gemeenteraden laat zien is beter behapbaar en voorkomt veel techniek en details. Het past bovendien bij de verdeling tussen raad en college. 2. Zou een periodieke evaluatie aan de GR toegevoegd moeten worden? Antwoord: Elke regeling één keer in de vier jaar evalueren. Toelichting: De context waarin een Gemeenschappelijke regeling werkt kan veranderen.

Wet- en regelgeving kan wijzigen, er kunnen nieuwe inzichten ontstaan of het doel waarvoor een Gemeenschappelijke regeling is opgericht kan inmiddels behaald zijn. Ook binnen de organisatie kunnen veranderingen ontstaan, die effect hebben aan het bestuur of de uitvoering door de aan de regeling verbonden organisatie. Daardoor kan de situatie ontstaan dat de Gemeenschappelijke Regeling niet meer (optimale) meerwaarde heeft. Met een evaluatie en advies wordt dit zichtbaar. Een Gemeenschappelijke regeling kan op basis daarvan beëindigd, bijgesteld of gecontinueerd worden om optimale maatschappelijke meerwaarde te bieden. De handreiking van de VNG bepleit één maal per vier jaar aan te houden als evaluatietermijn (aan het einde van een raads-Zcollegeperiode), maar waarschuwt tegelijk voor het overspoelen van raden met evaluatierapporten. Elk jaar één grote GR evalueren (Empatec, VRF en FUMO) en de kleine GRen Marrekrite en Hûs en Hiem in één jaar lijkt behapbaar.

3. Zou burgerparticipatie moeten worden toegevoegd? Zo ja, op welke manier(en)? Antwoord: In eerste instantie niet -

Toelichting: Voor politieke keuzes heeft de gemeenteraad het primaat. Het beleggen van burgerparticipatie bij een Gemeenschappelijke regeling past niet in deze gedachte. Daarnaast is de vraag in hoeverre burgerparticipatie zich over het algemeen leent voor een GR gezien het ver af staat van de gemiddelde inwoner en de onderwerpen zich hier meestal (financieel, bedrijfsvoering e.d.) niet voor lenen. Wel zijn er GR-en die zich laten adviseren door cliënten(advies)raden. Dit is een positieve ontwikkeling die wij van harte toejuichen. Mocht burgerparticipatie toch wenselijk zijn bijvoorbeeld om gemeenteraden te adviseren voorafgaand aan belangrijke koerswijzigingen met politieke, maatschappelijke en financiële impact voor Gemeenschappelijke regelingen, dan is het niet pragmatisch dat elke gemeenteraad dit zelf organiseert. Een Gemeenschappelijke regeling kan dan een gezamenlijk participatieproces voor inwoners van verschillende gemeenten faciliteren. 4. Wanneer is een actieve informatieplicht gewenst? Antwoord: Op Hoofdlijnen: - Het besluit heeft een politieke impact - Het besluit heeft een financiële impact - Het besluit heeft een maatschappelijke impact Toelichting: Deze actieve informatie op hoofdlijnen van de bovengenoemde drie zou wenselijk zijn.

Dan hoeven raadsleden minder uitgebreide documenten door te nemen en kunnen ze zich focussen op hun kaderstellende en volksvertegenwoordigende rollen. De huidige informatie is uitgebreid, politieke keuzes impliciet of beknopt. Als de gemeenteraden op hoofdlijn ontvangen welke politieke en beleidskeuzes worden voorbereidt, kan ze zich voorbereiden op haar kaderstellende rol. Als de gemeenteraden actief geïnformeerd worden op hoofdlijnen over de uitvoering van gemaakte beleidskeuzes, afwijkingen daarbij én bijsturingsmogelijkheden, kan ze haar controlerende rol beter uitvoeren. NB: Duidelijk moet zijn welke criteria je gaat hanteren voor deze actieve informatieplicht. Immers de afgevaardigde van een college van B&W van een gemeente heeft ook al vanuit haar of zijn functioneren een actieve informatieplicht naar haar of zijn Raad. 5.

Is het wenselijk een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen, formeel dan wel informeel en één (gezamenlijke) of meerdere commissies (per GR)? Antwoord: Nee

Toelichting: Een adviescommissie vraagt kennis, tijd en geld van raad en gemeente. Dat vindt plaats in een context van een complexe materie, werkdruk voor raadsleden en druk op budgetten. Dit blijkt ook uit het feit dat er onvoldoende invulling is gevonden voor een werkgroep uit onze raad met kennis en kunde van GR-en en de ruimte zich hierin te verdiepen. De vraag is dan ook of onze raad kennis, tijd en geld voor het instellen van een adviescommissie kan leveren. Een keuze kan ook zijn om niet een dergelijke adviescommissie in te stellen. Daarnaast kan een gemeenschappelijke adviescommissie alleen als taak hebben: het adviseren naar de afzonderlijke gemeenteraden en op basis daarvan het bestuur van een Wgr adviseren. Elke gemeenteraad adviseert nu ook al door het opstellen van een zienswijze. Belangrijker is misschien wel dat er wordt teruggekoppeld wat er met de verschillende zienswijzen is gedaan dan wel zijn toegepast. Mogelijk is het wel goed dat raden die deelnemen aan een bepaalde Gemeenschappelijke regeling met enige regelmaat afstemming hebben en informatie kunnen inwinnen voorafgaand aan het opstellen van zienswijzen om zo hun (gezamenlijke) koers af te kunnen stemmen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16560525/1