Bijlage 3 - Reactienota zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Sneek WZW + Ambtshalve aanpassingen
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Sneek – Wijken Zuidwest + Ambtshalve aanpassingen
1 van 10
1. Inleiding Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Sneek – Wijken Zuidwest’ heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) met ingang van 20 oktober 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen (tot en met 30 november 2023). 2. Zienswijzen In volgorde van ontvangst zijn van de volgende (rechts) personen zijn zienswijzen ontvangen:
1 2 3 4 5 6 7 8
INDIENERS ZIENSWIJZEN Indiener 1, Korte Spruit 17, 8606 ZK Sneek Indiener 2, Watertorenpark 3, 8608 DE Sneek Indiener 3, INGETROKKEN Indiener 4, Watertorenpark 1, 8606 DE Sneek Indiener 5, Korte Spruit 11, 8608 ZK Sneek Gasunie, Postbus 181, 9700 AD Groningen ProRail, Mosselsepark 3, 3511 EP Utrecht Tennet, postbus 718, 6800 AS Arnhem
ONTVANGEN 26 oktober 2023 20 oktober 2023 30 oktober 2023 1 november 2023 8 november 2023 23 november 2023 24 november 2023 28 november 2023
Alle zienswijzen zijn binnen de termijn van terinzagelegging ontvangen en om die reden ontvankelijk. De ontvangen zienswijzen zijn in bovenvermelde volgorde hierna kort samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Er wordt aangegeven of het bestemmingsplan naar aanleiding daarvan al dan niet aangepast wordt.
Zienswijze indiener 1: Op het perceel van de indiener van deze zienswijze is eerder in afwijking van het nog geldende bestemmingsplan vergunning verleend voor de uitbreiding van een bijgebouw. De regels van het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan zijn hier niet op afgestemd. Verzocht wordt de regels hier op aan te passen. Reactie gemeente: Op 22 maart 2016 is inderdaad in afwijking van het geldende bestemmingsplan vergunning verleend voor de uitbreiding van de bestaande uitbouw aan de straatzijde van de woning Korte Spruit 17. Het is hierdoor een bestaand recht welke opgenomen dient te worden in het bestemmingsplan. Door aan artikel 20.2.3.f.2 de volgende zinsnede toe te voegen wordt dit hersteld en wordt aan de zienswijze tegemoet gekomen; ‘dan wel de bestaande breedte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen indien die meer is’; Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.
Zienswijze indiener 2: Deze zienswijze richt zich op het behouden van het groene karakter van de grond rond de watertoren en dat derhalve aan de grond direct rondom de watertoren niet de bestemming ‘Gemengd’ wordt gegeven. Reactie gemeente: In het nog geldende bestemmingsplan IJlsterplein uit 2006 hebben de gronden rondom de watertoren in de richting van de Geeuw de bestemming ‘Groenvoorzieningen’ en hebben de gronden ter plaatse van de watertoren de bestemming de bestemming ‘Gemengde doeleinden’.
2 van 10
Figuur 1. Fragment bestemmingsplan IJlsterplein:
Hierna heeft in verband met de herontwikkeling van het IJlsterplein een grondruil plaatsgevonden tussen de gemeente en de eigenaar van de watertoren. Hierdoor is grond in eigendom gekomen bij de eigenaar van de watertoren. In het ontwerpbestemmingsplan is de bestemming van die grond afgestemd op de functie van de watertoren, namelijk; de bestemming ‘Gemengd’ (zie figuur 2). In de regels van de bestemming ‘Gemengd’ zijn gebouwen alleen toegestaan ter plaatse van de ‘voetafdruk’ van de watertoren zelf en niet op de rest van de gronden met de bestemming ‘Gemengd’. Figuur 2: Fragment ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan met bestemming ‘Gemengd’:
Het is bij nadere beschouwing echter niet noodzakelijk de bestemming van de rond de watertoren gelegen gronden af te stemmen op de functie van de watertoren. Daarom kan aan de zienswijze tegemoet worden gekomen door in lijn met het oorspronkelijke bestemmingsplan op deze gronden rondom de watertoren alsnog de bestemming ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijf’ te leggen. Hierdoor wijzigt de planologische situatie niet ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Sneek – IJlsterplein’. Door deze wijziging wordt het bestaande bestemmingsplan 1-op-1 overgenomen naar het nieuwe planologisch kader.
3 van 10
Figuur 3: Fragment vast te stellen bestemmingsplan.
Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.
Zienswijze indiener 3: De indiener van deze zienswijze heeft deze op 18 maart 2024 ingetrokken.
Zienswijze indiener 4 (a): Deze zienswijze richt zich op handhaving van het groene karakter rond de watertoren en dat aan de grond direct rondom de watertoren niet de bestemming ‘Gemengd’ wordt gegeven. Reactie gemeente: Hiervoor wordt verwezen naar de reactie onder zienswijze indiener 2. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.
Zienswijze indiener 4 (b): De indiener van de zienswijze maakt ook bezwaar tegen het verplaatsen/verdwijnen van 4 parkeerplaatsen. Reactie gemeente: Een bestemmingsplan bevat juridische regels over op welke wijze grond en de zich daarop bevindende opstallen mogen worden gebruikt en bebouwd. Initiatieven worden daar aan getoetst. In het nog geldende bestemmingsplan liggen 18 van de huidige parkeerplaatsen in de straat Watertorenpark op gronden met de bestemming ‘Verblijfsdoeleinden’ en 4 parkeerplaatsen op gronden met de bestemming ‘Groenvoorzieningen’. Binnen de regels van de bestemming ‘Verblijfsdoeleinden’ zijn parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen de regels van de bestemming ‘Groenvoorzieningen’ niet. In de reactie bij de zienswijze onder indiener 2 is aangegeven dat de in lijn met het oorspronkelijke bestemmingsplan (‘IJlsterplein’) de gronden alsnog de bestemmingen ‘Verkeer – Verblijf’ en ‘Groen’ krijgen. Hierdoor wijzigt de situatie ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Sneek – IJlsterplein’ niet. Door deze wijziging wordt het bestaande bestemmingsplan 1-op-1 overgenomen. Binnen de regels van deze beide bestemmingen zijn parkeervoorzieningen overigens toegestaan. 4 van 10
Dit staat echter los van of er daadwerkelijk parkeerplaatsen worden aangelegd, verdwijnen of worden verplaatst. Het aanleggen, verplaatsen of verwijderen van parkeerplaatsen maakt namelijk geen onderdeel uit van een bestemmingsplanprocedure. Het bestemmingsplan maakt alleen de aanwezigheid van parkeerplaatsen mogelijk. Of deze blijven liggen of worden weggehaald kan niet in een bestemmingsplan worden afgedwongen. Wel dient de eigenaar de gronden te gebruiken overeenkomstig de gebruiksdoeleinden van het bestemmingsplan. Het vaststellen van het bestemmingsplan verandert niets in de (on)mogelijkheden voor de parkeerplaatsen. Er kan niet worden afgedwongen dat de parkeerplaatsen blijven bestaan op basis van het bestemmingsplan. In die zin kan de zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan niet leiden tot het gewenste resultaat voor de indiener van de zienswijze (garantie dat de parkeerplaatsen blijven bestaan). Conclusie: Het vast te stellen bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze zienswijze niet anders aangepast dan onder de conclusie bij zienswijze indiener 2 is weergegeven.
Zienswijze indiener 5: De indiener van de zienswijzen (Korte Spruit 11) verzoekt de gronden met de bestemming ‘Tuinen’ ter plaatse van het gedeelte van het in op 20 september 2022 vergunde tuinhuisje op te nemen binnen de aanduiding bebouwingsgebied voor bijgebouwen. Reactie gemeente: Op 20 september 2022 is inderdaad in afwijking van het geldende bestemmingsplan vergunning verleend voor de uitbreiding van de bestaande uitbouw aan de straatzijde van de woning aan Korte Spruit 11. Hiermee is in het ontwerpbestemmingsplan abusievelijk geen rekening gehouden. In verband hiermee is het niet logisch de bestemming ‘Tuin’ op deze gronden te leggen aangezien binnen de regels daarvan geen gebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd. Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen door de bestemming ‘Tuin’ van ter plaatse van het vergunde tuinhuisje te vervangen door de ‘specifieke bouwaanduiding bijbehorende bouwwerken A’ en door aan artikel 20.2.3.f.3. toe te voegen; ‘dan wel de bestaande afstand indien die kleiner is’. Figuur 4: Ontwerpbestemmingsplan:
Figuur 5: Vast te stellen bestemmingsplan:
5 van 10
Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.
Zienswijze Gasunie (6): De Gasunie verzoekt onder artikel 24 “Leiding-Gas” specifieke gebruiksregels op te nemen. Reactie gemeente: Uit met de Gasunie opgenomen contact blijkt dat de voorgestelde specifieke gebruiksregels er op zijn gericht dat nóg beter wordt geborgd dat de leiding veilig wordt gebruikt, goed bereikbaar is voor onderhoud en/of calamiteiten en dat er geen kwetsbare objecten binnen de belemmeringenstrook worden gerealiseerd. De voorgestelde specifieke gebruiksregels kunnen derhalve worden overgenomen. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.
Zienswijze Prorail (7): Prorail verzoekt ter plaatse van de spoorwegovergang Bolswarderweg, net zoals in het nog vigerende bestemmingsplan ‘Sneek- Bolswarderpoort’, de gehele spoorwegovergang te voorzien van de bestemming “Verkeer-Railverkeer”. Reactie gemeente: Er zijn geen belemmeringen om aan dit verzoek tegemoet te komen en de verbeelding aan te passen zoals onder figuur 7 is weergegeven. Figuur 6: Ontwerpbestemmingsplan
6 van 10
Figuur 7: Vast te stellen bestemmingsplan
Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.
Zienswijze Tennet (8): Tennet verzoekt omwille van de veiligheid en een betrouwbare leveringszekerheid van het electriciteitsnetwerk regels in het bestemmingsplan als volgt aan te passen. a. Het eerste verzoek is om de voorrangsbepalingen zoals opgenomen in de artikelen 24.2.1, 28.2.1 en 29.2.1. te schrappen en door aan artikel 25 “Leiding Hoogspanning” artikel 25.2.1. toe te voegen met de volgende tekst. ‘Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.’ b. Het tweede verzoek is om in artikel 25.4.1. een aantal wijzigingen en toevoegingen aan te brengen. Reactie gemeente: Over deze zienswijze is contact opgenomen met Tennet. 7 van 10
a. Aan het verzoek kan tegemoet worden gekomen door in artikel 25.2.1. een voorrangsbepaling op te nemen met dien verstande dat in die bepaling én in alle in het bestemmingsplan opgenomen andere dubbelbestemmingen waarin de voorrangsbepaling is opgenomen de woorden ‘iedere andere bestemming’ wordt vervangen door ‘de enkelbestemming’. De voorrangsbepaling luidt daardoor als volgt: ‘Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.’ Op deze wijze zijn alle leidingbestemmingen gelijkwaardig aan elkaar maar hebben leidingbestemmingen wel voorrang op de enkelbestemming waarmee de aanwezigheid van de leiding en het functioneren van de leiding goed geborgd is. b. De door Tennet aangeleverde wijzigingen en toevoegingen kunnen grotendeels worden overgenomen. Het te corrigeren artikel gaat over de activiteit “het uitvoeren van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde”. Deze activiteiten werden voorheen “aanlegvergunningplichtig” genoemd. Op grond van artikel 3.3 Wro dient de gemeente zich bij het stellen van regels voor deze activiteit te beperken tot (1) werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde en (2) het slopen van bouwwerken.
Het artikel kan naar aanleiding van de ingediende zienswijze en binnen de wettelijke context als volgt worden aangepast: 25.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Leiding - Hoogspanning’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het indrijven van voorwerpen in de bodem; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het planten en/of rooien van diepwortelende bomen en andere houtopstanden; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; f. het opslaan van goederen (brandbare)stoffen en/of materialen; g. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in artikel 25.1 omschreven bestemming; h.
het slopen van opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in artikel 25.1 omschreven bestemming; Hierbij is in lid h het woord “bovengronds” weggelaten omdat juist bij werkzaamheden in de grond een leiding kan beschadigen. Verder is aan lid g (net zoals bij lid h al stond) toegevoegd “anders dan ten dienste van deze in artikel 25.1 omschreven bestemming” zodat de leidingbeheerder zelf in het belang van het goed functioneren van zijn leiding zonder vergunning werkzaamheden kan uitvoeren. Het door Tennet voorgestelde artikellid over het aanleggen van zonneparken kan worden weggelaten. Een zonnepark zelf is een bouwwerk. Wanneer voor het zonnepark werken of werkzaamheden moeten worden uitgevoerd zoals bv. het aanleggen van een ondergrondse kabel dan maken de andere artikelleden dit al vergunningplichtig. Voorkomen moet ook worden dat de indruk wordt gewekt dat het voor de aanleg van een zonnepark voldoende is om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheid aan te vragen. Conclusie: Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van deze zienswijze op bovenstaande wijze aangepast.
Ambtshalve aanpassingen:
8 van 10
1. Naar aanleiding van de hierboven genoemde zienswijzen onder 1. en 5. is geconstateerd dat er momenteel bij een aantal woningen aan de Korte Spruit 1 t/m 17 vergunning is verleend voor een bijgebouw en/of een overkapping en dat deze daar zijn gebouwd en dat hier in het ontwerpbestemmingsplan geen rekening mee is gehouden. In verband hiermee ligt een aanpassing van de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan voor de hand. De aanpassing van de verbeelding bestaat er uit dat aan de gronden waar deze bijgebouwen en overkapping zijn gebouwd alsnog te voorzien van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bijbehorende bouwwerken A’. De aanpassing van de regels bestaat er uit dat aan artikel 20.2.3.f. 1 de volgende tekst wordt toegevoegd: ‘,indien die meer is;’ en aan artikel 20.2.3.f.3 de volgende tekst wordt toegevoegd: ‘, dan wel de bestaande afstand indien die kleiner is;’. In samenhang hiermee wordt de verbeelding aangepast zoals is weergegeven onder Figuur 5. 2. Verder is er in de regels van artikel 8.3, 10.4 en 18.3 abusievelijk de aanduiding ‘wro wetgevingszone’ genoemd. Dit hoort te zijn ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’. De regels worden hier op aangepast. 3. Onder verwijzing naar- en in het verlengde van de zienswijze van de indiener onder 8. van Tennet is er een aanpassing nodig van de voorrangsbepaling genoemd lid 2.1.
van de artikelen 24, 26, 27, 28, 29 en 30. Deze tekst van deze bepaling wordt dan: ‘Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.’ 4. De legenda en de bestemmingsomschrijving in de regels van artikel 23 ‘Wonen – Woonwagenstandplaats’ komen niet met elkaar overeen. Dit wordt op elkaar afgestemd door zowel in de regels als op de legenda de woorden ‘Wonen – Woonwagenstandplaats’ te gebruiken: 5. Op de bestaande woonwagenlocaties aan de Johan Willem Frisostraat zijn op de verbeelding abusievelijk geen bouwvlakken opgenomen. Deze worden alsnog opgenomen. 6. Ter plaatse van de Welkoop aan Alexanderstraat 10 ontbreekt op de verbeelding de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel - bouwmarkt’. Deze aanduiding wordt alsnog op de verbeelding opgenomen. 7. Voor het bedrijfsperceel aan Johan Willem Frisostraat 116 is een afzonderlijk bestemmingsplan opgesteld en in procedure gebracht voor het realiseren van 14 woonwagenstandplaatsen. Hierdoor is het niet meer noodzakelijk dit deel mee te nemen in het plangebied van het bestemmingsplan ‘Sneek – Wijken Zuidwest’. Dit deel wordt van de verbeelding geschrapt en daardoor als witte vlek weergegeven.
9 van 10
Figuur 8: Ontwerpbestemmingsplan JW Frisostraat 116 (te verwijderen uit dit bestemmingsplan).
---
10 van 10