Bijlage 3 - Reactie Soprema op conceptrapport d.d. 12 oktober 2023
Tekst van het document
per mail aan: r.boersma@sudwestfryslan.nl
Gemeente Súdwest-Fryslân t.a.v de heer Reinder Boersma Postbus 10.000 8600 HA Sneek
Betreft: concept rapportage Sweco inzake bestemmingsplan IJlst locatie Soprema Heerenveen, 12 oktober 2023
Geachte heer Boersma, Onlangs, op maandag 2 oktober jl. ontvingen wij het de concept-rapportage van Sweco met het verzoek van u om dit rapport op feitelijke onjuistheden te screenen. Van belang is om aan te geven dat dit rapport is ingegeven in het kader van de door de gemeente gewenste herziening van het bestemmingsplan IJlst en dan specifiek de locatie Soprema. Inmiddels heeft Soprema dit rapport doorgenomen en namens Soprema breng ik de volgende opmerkingen onder uw aandacht waarbij wij eraan hechten om onze opmerkingen te beginnen met ons algemene standpunt ten aanzien van uw overwegingen die betrekking op onze locatie in IJlst: Zoals wij u op 1 mei 2023 reeds per brief hebben laten weten is het algemene standpunt van Soprema als volgt: " Wat betreU het scenario van alternaVeve invullingen: dit heeU ons inziens louter zin indien er reëel zicht is op een alternaVeve locaVe voor ons bedrijf in de omgeving en een daarbijpassende financiële compensaVe aan ons. Wij hebben hier eerder ook reeds, door dezelfde onderzoeker, onderzoek naar laten doen, maar dat heeU geen resultaten opgeleverd. Waar is op gebaseerd dat dit nu anders zou zijn? Reeds om deze reden plaatsen wij vraagtekens plaatsen bij de haalbaarheid van deze variant. Dan hebben we het nog niet over de compensaVe aan ons bij een eventuele verplaatsing. Hier lezen wij nog niets over terug.
Duidelijk mag zijn dat in het geval gesproken wordt over verplaatsing van ons bedrijf wij daar ook medewerking aan zullen moeten verlenen, dit te meer nu een bestemmingsplan binnen 10 jaar uitvoerbaar moet zijn. Het spreekt voor zich dat in het geval er geen geschikte plaats is voor ons in de omgeving en wij niet financieel gecompenseerd worden, wij er niet voor zullen kiezen om onze bedrijfsacVviteiten ter plaatse te staken". We gaan verder met onze opmerkingen voor zover dit naar onze mening feitelijke onjuistheden betreU: Onze opmerkingen zijn als volgt: Paragraaf 2.2.2 Sweco stelt ondermeer het volgende ten aanzien van scenario 2 herontwikkeling op bestaande locaVe: "Op dit perceel zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 2 (zuidelijk deel) en 3.2 toegestaan (noordelijk deel), zie onderstaande afaeelding. Het bouwen en in gebruik nemen van de nieuwe producVefaciliteit met milieucategorie 4.2 zoals hierboven beschreven is dus niet toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan, hiervoor is een afwijking van het bestemmingplan noodzakelijk. Hierbij moet in ieder geval aan de hand van nader onderzoek aangetoond kunnen worden dat een acceptabel woon- en leeawaliteit gewaarborgd kan worden (al dan niet met behulp van miVgerende maatregelen"
gBOU. bv Herenwal 124 8441 BE Heerenveen T 0513 610030 postiDgbou.nl www.gbou.nl KvK 01157582
ONAFHANKELIJKE (GEĴBOUWSPECIALISTEN
Opmerking Soprema: Op dit moment is er sprake van een maatwerkbestemming en zijn wij bestemd als dakbedekkingsmaterialenfabriek. Deze bestemming dekt onze hoofdactiviteit. Als zodanig zijn wij positief bestemd en dus legaal gevestigd op het bedrijventerrein. Het acceptabel zijn van de woon- en leefkwaliteit blijkt nu reeds uit het feit dat wij recent een ontwerpbeschikking hebben ontvangen voor de milieuaspecten op grond van onze aanvraag om revisievergunning. De herontwikkeling zal zeker geen slechter milieuresultaat opleveren zodat een sterke nuancering van deze paragraaf 2.2.2 op zijn plaats is. Paragraaf 3.1.1 pagina 27 "Geconcludeerd wordt dat de herontwikkeling van het bedrijf op de huidige locatie kansen biedt voor het verminderen van de negatieve milieu impact op de woon- en leefomgeving. Het blijven voortbestaan van de milieuhinder (met name geur) is echter met de beschikbare informatie in dit stadium echter niet uit te sluiten en kan voor sommige (bedrijfs)woningen juist toenemen. Dit wordt beoordeeld als beperkt negatief (0/-)". Opmerking Soprema: Het voortbestaan van milieuhinder dient naar onze mening in zijn totaliteit anders te worden benaderd. Er is immers altijd sprake van mogelijke hinder. Het gaat erom of aan de normeringen die de wetgever stelt voldaan kan worden. Indien dat het geval is, is er sprake van toelaatbare hinder.
Sweco zou onderscheid moeten maken tussen deze twee vormen van hinder in het kader van deze studie. Dat is naar onze mening essentieel voor een goede politieke weging tussen de verschillende scenario's. De hinder benaderen op een wijze als Sweco nu doet geeft de indruk dat er in Nederland geen enkel bedrijf nog in staat te functioneren als het maar enigszins in de buurt zit van een of meer woningen. Dat is uiteraard niet het geval. Een beoordeling zoals nu wordt geschetst in het rapport geeft scenario 2 naar onze mening ook ten onrechte waardering als een minder relevant scenario. Paragraaf 3.2.1 "Scenario 2 leidt tot een herziening van het bestemmingsplan waarbij het waarschijnlijk is dat de herontwikkeling van Soprema op het huidige terrein als nieuwvestiging wordt gezien. En dat deze nieuwvestiging als niet passend wordt beschouwd binnen het provinciaal ruimtelijk beleid omdat het niet past bij de aard en schaal van IJlst. Dit wordt beoordeeld als negatief (-)". Opmerking Soprema: De herontwikkeling van Soprema op de bestaande locatie vindt voor het overgrote deel plaats op de maatwerkbestemming dus een bestemming die nu als zodanig door de gemeente passend werd geacht. Slechts een beperkt deel dient via een wijziging van het bestemmingsplan geschikt te worden gemaakt. Naar onze mening is uitleg richting nieuwvestiging op grond van provinciaal beleid discutabel.
Bovendien is het huidige bedrijf van Soprema positief bestemd en zou de redenering dan ook andersom moeten zijn dat de gemeente Soprema bij herziening van het bestemmingsplan weg wil bestemmen. Dus planschadeplichting wordt richting Soprema. Paragraaf 3.4.1 "Bij het vergoeden van kosten als gevolg van gederfde inkosten, waardevermindering en andere zaken die financiële gevolgen hebben, is het opletten of er geen staatssteun ontstaat. Soprema heeft immers zelf aangegeven te willen verhuizen en kan dus in principe de kosten dragen." Opmerking Soprema: Tot onze verbazing schetst het rapport van Sweco het beeld dat Soprema aan gegeven heeft te willen verhuizen. Dit is pertinent onjuist. Zie ook ondermeer onze brief van 1 mei 2023 en eerdere correspondentie via de email. Soprema heeft immers bij herhaling bij monde van de CEO, de heer Leo Hoekstra, juist het tegenovergestelde aangegeven en is vanuit die invalshoek gekomen met een herontwikkelingsplan op de bestaande locatie. Er is door Soprema naar aanleiding van de voorbereidingsbesluiten en de
gBOU
•m/
verhandelingen daarbij in de gemeenteraad tevens bij herhaling aangegeven dat indien de gemeente Soprema wenst te verhuizen er een geschikte locatie beschikbaar moet zijn én voldoende financiële compensatie beschikbaar moet worden gesteld. Een suggestie welke werd gedaan bij onze inspraak op het voorbereidingsbesluit vanuit de gemeenteraad dat er wellicht een geschikte locatie op de Maasvlakte (bij Rotterdam) kan zijn is Soprema en haar medewerkers uiteraard helemaal in het verkeerde keelgat geschoten. Hoofdstuk 4 bij conclusie: "Bedrijven met een milieuhindercategorie 4.2 horen niet op een locatie op relatief korte afstand van woningbouw. Zowel vanuit milieueffecten als ruimtelijk beleid. Voor de vestiging van Soprema op bedrijventerrein Roodhem in IJlst is hiervoor door de voormalige gemeente Wymbritseradiel destijds (bij vaststelling van het bestemmingsplan) een gefundeerde uitzondering gemaakt". Opmerking Soprema: Soprema heeft een maatwerkbestemming gekregen van de gemeente voor een dakbedekkingsmaterialenfabriek. Het geeft in dit kader dus geen pas om te stellen dat een dergelijk bedrijf hier niet hoort. De gemeente heeft juist bepaald dat dit wel zo is. Dat de gemeenteraad hier nu anders naar kijkt is een maatschappelijk inzicht op basis van huidige politieke verhoudingen in de gemeenteraad.
Deze zin dient uit de conclusies te worden gehaald omdat dit geen recht doet aan de beschreven situatie in deze studie. Dat geeft gelijk ook aanleiding voor een meer algemene opmerking op de conclusies en de weging van de verschillende componenten van de scenario's in dit rapport: Het rapport van Sweco geeft alleen Scenario 3 kans van slagen maar op grond van deze studie van Sweco wel met een min van circa 12 miljoen euro. Dit is nog exclusief alle bijkomende schade die Soprema kan ondervinden als gevolg van een gedwongen verhuizing. Er dient in ieder geval voor een goed vergelijk een kostenpost voor kavelaankoop worden meegenomen in de raming. Tot slot hechten wij eraan het volgende op te merken: Bovenstaande opmerkingen zijn op basis van de huidige bestudering van het rapport van Sweco en is gebaseerd op een check op zogenaamde feitelijke onjuistheden. Dit houdt dus niet in dat Soprema voor het overige alle andere passages onderschrijft. Dit rapport is opgesteld door Sweco in opdracht van de gemeente en dient als zodanig te worden beschouwd. Soprema behoudt zich bovendien alle rechten voor om in een later stadium nog aanvullende opmerkingen te maken. Zoals u kunt zien stuur ik gelijktijdig met het verzenden van deze brief aan u als gemeente een afschrift van deze brief aan Soprema. Met vriendelijke groet en hoogachting gBOU. bv
Keimpe Stroop, raadgevend ingenieur
kwaliteitsborgers voor de bouw