Bijlage 3 - Kadernota 2025-2029
Tekst van het document
FUM® Omgevingsdienst Fryslân
Kadernota 2025 - 2029
FUMO OmgevingsdiEnít Fryslân
1. Inleiding
.............................................................................................................................4
2. Relevante ontwikkelingen....................................................................................................5 2.1 Ontwikkelingen Omgevingswet............................................................................................5 2.1.1 Omgevingswet in 2024........................................................................................................................................... 5 2.1.2 Omgevingswet na 2024.......................................................................................................................................... 6
2.2 Ontwikkelingen van het interbestuurlijk programmaplan..................................................... 8 2.2.1 Robuuste omgevingsdiensten en financiering (pijler 1 IBP).................................................................................8 2.2.2 Bestuurs- en strafrechtelijke handhaving en vervolging (pijler 2 IBP).................................................................. 9 2.2.3 Informatie-uitwisseling en datakwaliteit (pijler 3 IBP)........................................................................................... 9 2.2.4 Kennisinfrastructuur inclusief arbeidsmarkt (pijler 4 IBP)...................................................................................... 9 2.2.5 Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving (pijler 5 IBP).................................................................. 10 2.2.6 Monitoring kwaliteit milieutoezicht (pijler 6 IBP)................................................................................................... 10
2.3 Overige ontwikkelingen.................................................................................................... 11 2.3.1 Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit......................................................................................11 2.3.2 Ontwikkeling Basis Geluid Emissie (BGE)........................................................................................................... 11 2.3.3 Ontwikkelingen circulaire economie, energietransitie en Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)..............................11 2.3.4 Informatievoorziening........................................................................................................................................... 12 2.3.5 Samenwerking......................................................................................................................................................12
3. Financieel kader en meerjarenperspectief......................................................................14 3.1 Financieel kader.................................................................................................................14 3.2 Meerjarenperspectief..........................................................................................................17
2
Geachte bestuurders, raadsleden, statenleden en algemeen bestuursleden Voor u ligt onze kadernota voor het begrotingsjaar 2025. In de nota geven we de ontwikkelingen aan die van invloed zijn op onze organisatie en de kaders voor de begroting 2025. Het milieu krijgt steeds meer aandacht. We beseffen meer en meer dat een schoon milieu een randvoorwaarde is om gezond te leven. Er zijn vele ontwikkelingen die met ons taakveld te maken hebben zoals duurzaamheid, alternatieve energiebronnen, circulaire economie en klimaat. We blijven ons op volle kracht inzetten voor een betere en veilige leefomgeving en zorgen dat we in kunnen spelen op de veranderingen bij bedrijven zodat we de vereiste vergunningen en meldingen op een juiste wijze kunnen verlenen. De FUMO geeft advies, verstrekt vergunningen en houdt toezicht op de wet en regelgeving voor natuur en milieu. Dat doet de FUMO voor de bedrijven en inwoners van Fryslân, in opdracht van onze deelnemers. Na jaren van onzekerheid over de invoering van de Omgevingswet is het nu toch echt zo ver. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet de nieuwe basis voor ons werk. Deze wet heeft een grote impact op het taakveld van de FUMO. Er is de afgelopen jaren veel energie gestoken in de voorbereidingen op de Omgevingswet, ook samen met de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling FUMO.
Het onderwerp is breed en veelzijdig en de voorbereiding verliep van een eerste verkenning in onbekend gebied, naar inzicht in de route en de opbouw van kennis. Nu komt het aan op de implementatie. Voordat we samen alles in de greep hebben zullen we ervaring moeten gaan opdoen en gaandeweg bekend raken met de werking van de wet in de praktijk. Dit geldt zowel voor de FUMO zelf als in de keten met onze deelnemers en de bedrijven in Friesland. Naast de ingrijpende wetswijziging zal ook het Interbestuurlijk programma (IBP) Versterking vergunningen, toezicht en handhaving (VTH)-stelsel het nodige gaan betekenen voor de omgevingsdiensten. De commissie van Aartsen, die het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving analyseerde, kwam tot de conclusie dat het stelsel nog niet goed functioneert. Hierdoor ontstaat vermijdbare schade aan het milieu. Zij adviseert om binnen de fundamenten van het bestaande stelsel tot een serie essentiële verbeteringen te komen. Om die stappen te zetten is het IBP VTH (looptijd 2022-2024) van start gegaan. Het eerste jaar was vooral bedoeld voor het verbeteren van de wijze van uitvoering en concretisering van de tien aanbevelingen van de commissie. De tien aanbevelingen zijn vertaald in het IBP bestaande uit zes pijlers.
Dezen worden nu uitgewerkt tot concrete voorstellen en zullen de nodige consequenties hebben voor de inrichting en taakuitoefening van de omgevingsdiensten. Het tweede jaar wordt benut voor de daadwerkelijke implementatie. Inmiddels zijn de eerste besluiten over de concretisering genomen (Bestuurlijk overleg IBP VTH). Bovenstaande wordt verder beschreven in de kadernota 2025-2029 waarmee we een basis willen leggen voor de begroting 2025.
Irona Groeneveld, Voorzitter FUMO
3
1. Inleiding Deze kadernota verduidelijkt de uitgangspunten voor de begroting van 2025 van de FUMO. Wij lichten de belangrijkste ontwikkelingen toe én geven daarbij aan welk effect deze hebben voor de FUMO en haar deelnemers. Zo kunnen wij onze taken voor onze opdrachtgevers uitvoeren. Inspelend op de behoefte van de deelnemers om vroegtijdig in het proces betrokken te worden bij de kadernota, hebben wij via de verschillende gremia om input van de deelnemers gevraagd. De reacties zijn in de tekst van de kadernota verwerkt. Onderdeel van de vorige concept Kadernota (2024-2028) was de doorwerking van de herijkte Missie en Visie. Omdat verschillende leden van het algemeen bestuur (AB) bij de behandeling van het visiedocument FUMO 2028 onvoldoende comfort voelden bij de herijkte missie en visie, is deze toen niet vastgesteld. Per amendement is het belang van een brede steun van de volksvertegenwoordigers voor een herijkte missie en visie benadrukt en is besloten om de doorwerking in de definitieve vorige kadernota 2024-2028 niet op te nemen. Vervolgens is een proces gestart om met de gemeenteraden, provinciale staten en algemeen bestuur Wetterskip in gesprek te gaan over de (aangehouden) herijkte missie en visie.
Omdat besluitvorming over het visiedocument in het algemeen bestuur pas zal plaatsvinden na het opstellen van deze kadernota, is de mogelijke doorwerking hiervan niet in deze kadernota opgenomen. In Hoofdstuk 2 zijn de relevante ontwikkelingen beschreven. Hierbij ligt de focus, net als in de vorige kadernota, op de Omgevingswet en het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel1. In Hoofdstuk 3 komen de uitgangspunten voor de begroting 2025 aan de orde én een meerjarig financieel perspectief van de FUMO-begroting tot 2029. De financiële effecten per individuele deelnemer zijn mede afhankelijk van de keuzes en ambities. Van kadernota naar begroting Het algemeen bestuur stelt de kadernota vast en daarmee is deze richtinggevend voor het dagelijks bestuur van de FUMO bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2025. De begroting 2025 zal opgesteld worden op basis van de beschreven relevante ontwikkelingen o.a. rond de Omgevingswet en het Interbestuurlijk programma versterking VTH. De ontwerpbegroting 2025 wordt in februari 2024 aangeboden aan de raden van de Friese gemeenten, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân. Zij worden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen.
Begin juli 2024 stelt het algemeen bestuur van FUMO de begroting 2025 vast, zodat wij deze voor 15 september 2024 aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen toezenden.
1 De aanbevelingen van de commissie Van Aartsen en de rapporten van de Algemene Rekenkamer hebben een breed gevoeld besef van urgentie laten ontstaan bij Rijk (IenW/ILT, JenV/OM en BZK), IPO, VNG en Omgevingsdienst NL dat het VTH-stelsel nú versterkt moet worden. Deze partijen kiezen er bewust voor om samen aan de slag te gaan in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP).
4
2. Relevante ontwikkelingen 2.1 Ontwikkelingen Omgevingswet In de jaren voorafgaand aan 2024 is vooral aandacht besteed aan de voorbereidingen die nodig zijn voor de komst van Omgevingswet. Om te kunnen werken volgens en onder de nieuwe Omgevingswet zijn producten en diensten, de werkprocessen, samenwerkingsafspraken en systemen aangepast. In 2024 is de Omgevingswet van kracht. Wij hebben samen met de deelnemers ons ingespannen om ook daadwerkelijk te kunnen gaan werken conform de juridische en technische kaders van de wetgeving. De jaren daarna worden besteed aan het doorontwikkelen van het gedachtegoed van de Omgevingswet: het creëren van een samenhangend, eenvoudig en flexibel juridisch kader voor de fysieke leefomgeving, waarbij de nadruk ligt op duurzaamheid, kwaliteit, lokale autonomie en participatie. Het doel is de leefomgeving te beschermen en te verbeteren, terwijl het ook ruimte biedt voor maatschappelijke en economische ontwikkeling.
2.1.1 Omgevingswet in 2024 Met de komst van de Omgevingswet verandert het volume, de aard en de doorlooptijd van de producten en diensten die FUMO moet gaan leveren. De doorvertaling en de financiële consequenties hiervan staan uitgewerkt in de begrotingswijziging 2024 die in het AB van 14 december 2023 ter besluitvorming geagendeerd is. Inmiddels hebben we er voor gezorgd dat onze medewerkers goed zijn voorbereid op het werken vanuit de Omgevingswet, daarbij hebben wij ons gericht op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden. Het vergunningverleningsproces zal straks versneld gerealiseerd moeten worden en daarnaast zal er sprake zijn van een nieuw juridisch kader. Om dit goed te kunnen ondervangen zijn de werkwijzen en samenwerkingsafspraken geëvalueerd en vernieuwd. In 2024 gaan we deze werkwijzen en samenwerkingsafspraken uitvoeren in de praktijk en wordt duidelijk in hoeverre deze goed aansluiten bij het werken vanuit de Omgevingswet. Om dit te kunnen bepalen wordt in 2024 een monitoringsmethodiek en monitoringsysteem toegepast. Door de taakuitvoering, afspraken, werkwijzen en werkprocessen regelmatig en consistent te volgen en te monitoren, wordt inzicht verkregen in de voortgang en prestaties. Op basis daarvan kunnen we gewenste aanpassingen doorvoeren. Verwachte ontwikkeling inzet per zaak2 De verwachting is dat de benodigde inzet per zaak zal toenemen: 1.
De coördinerende rol van de FUMO wordt door het borgen van de integraliteit steeds belangrijker. De afstemming met ketenpartners zal intensiever worden (omgevingstafel en ketentafeloverleg); 2. Er is sprake van meer diversiteit in regelgeving. Ook zullen we ervaring moeten gaan opdoen met de nieuwe wet- en regelgeving; 3. De doorlooptijd neemt af. Dit is van invloed op de planning en daarmee samenhangende efficiency. Deze ontwikkelingen worden meegenomen in de evaluatie conform afspraak met het AB die eind 2025 plaatsvindt met betrekking tot de effecten van de Omgevingswet op de kengetallen. De nieuwe landelijke (benchmark) cijfers zullen daarbij betrokken worden.
2 De FUMO werkt zaakgericht. Voor iedere opdracht (melding, vergunning, controle etc.) wordt een zaak aangemaakt in ons zaaksysteem LEEF.
5
Waar mogelijk gaan we ons inzetten om efficiënter c.q. nog meer risicogestuurd te werken om het beste effect te bereiken met een acceptabel budget. We zijn ons bewust dat we gezamenlijk oog moeten houden voor de kostenstijgingen maar we zijn ons ook bewust dat de steeds strengere eisen die aan onze werkuitvoering en aan het milieu worden gesteld financiële consequenties heeft. Ontwikkeling aantal zaken op jaarbasis De verwachting is dat het totaal aantal zaken op jaarbasis zal toenemen. De verwachting is dat hierdoor ook het aantal uur zal toenemen: 1. Het aantal verzoeken voor vooroverleg (verkennen en begeleiden van het initiatief) neemt toe; 2. Bij vergunningverlening is enerzijds sprake van een verschuiving tussen de uitgebreide en de reguliere procedure en anderzijds een toename van het aantal vergunningplichtige bedrijven (OBM's); 3. Het aantal meldingen neemt toe door o.a. de verschuiving tussen vergunning plichtige en melding plichtige activiteiten; 4. Het aantal informatieplichten zal toenemen. Actualiseren vergunningen Met de komst van de Omgevingswet krijgen wordt de actualisatie van vergunningen en het werken met de ‘landelijke vergunningen strategie' (LVS) een basistaak. De LVS richt zich op een uniforme werkwijze van vergunningverlening en zorgt voor meer effectiviteit en efficiëntie.
Daarnaast wordt duidelijk in kaart gebracht wat de risico's zijn voor de fysieke leefomgeving. Dit zal effect hebben op de uitvoering van ons werk. Voor het actualiseren van vergunningen geldt dat dit bij de invoering van de Omgevingswet een basistaak wordt. Een eerste inventarisatie heeft geleid tot de constatering dat een groot deel (750Zo) van de vergunningplichtige bedrijven beschikt over een vergunning die ouder is dan 10 jaar. In totaal zijn er circa 1.000 vergunningplichtige bedrijven. Het voorstel is om eens in de 10 jaar de vergunningssituatie te beoordelen en waar sprake is van een verouderde vergunning deze vergunning aan te passen. In totaal is de inschatting dat hiermee per jaar 6.400 uur zijn gemoeid. In de begroting 2025 zal per gemeente het aantal uur worden opgenomen op basis van het aantal vergunningplichtige bedrijven per gemeente. Actualiseren van vergunningen is nodig om vergunde bedrijven te verplichten aan de nieuwste en meestal strengere eisen (Best beschikbare technieken) te voldoen hetgeen ons leefmilieu en gezondheid ten goede komt. Het plan van aanpak voor het actualiseren van vergunningen is aangehouden tijdens het Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Managementoverleg (VTH MO) van 13 september 2023.
Daar is afgesproken dat er over het plan van aanpak eerst nog verdere afstemming en verfijning moet plaatsvinden voordat het plan van aanpak vastgesteld kan worden. Met deze reden nemen we de extra 6.400 uur onder voorbehoud op in deze kadernota en in de begroting 2025.
2.1.2 Omgevingswet na 2024 Binnen het stelsel van de Omgevingswet gaan bevoegde gezagen aan de slag met o.a. klimaatverandering, waterbeheer, gezondheidsbevordering, energietransitie, circulariteit, woningbouw, transitie van het buitengebied en de landbouw. Behoorlijke opgaven, waarbij beleidsmatige keuzes worden vastgelegd in omgevingsvisies en omgevingsplannen. Bij het maken van deze beleidsmatige keuzes moet ook rekening gehouden worden met de afwegingsprincipes en voorkeursvolgorde zoals vastgelegd in de Nationale en Provinciale Omgevingsvisie. Dit zorgt voor extra uitdaging in de zin van een breder speelveld en andere werkwijzen voor het inventariseren en afwegen van belangen. Elk bevoegd gezag kan voor een deel zijn eigen afwegingen maken, als het gaat over regels en normering in het omgevingsplan. Verschillen in de omgevingsplannen tussen de bevoegde gezagen kan voor de FUMO leiden tot inefficiëntie in de uitvoering van het werk.
6
Daarnaast kunnen deze individuele afwegingen ertoe leiden dat er bij de bevoegde gezagen onderlinge verschillen zijn in de hoeveelheid plichten die ter uitvoering bij de FUMO komen te liggen. In bovenstaande context wil FUMO de komende jaren haar inhoudelijke bijdrage leveren. FUMO is nu vooral gericht op het verlenen van vergunningen en op het toezicht houden en handhaven aangaande milieuwetgeving en -regelgeving. Maar gezien de strekking van de Omgevingswet kan FUMO daarnaast expertise en middelen bieden c.q. ontwikkelen om de integratie van ruimtelijke normen en milieunormen in omgevingsplannen mogelijk te maken. FUMO heeft als taak om milieubelangen te behartigen en de milieukwaliteit te waarborgen. Door betrokkenheid bij de omgevingsvisies en de omgevingsplannen kan FUMO input leveren en helpen bij het vertalen van doelen en ambities naar regels, concrete maatregelen en voorschriften. FUMO kan ook adviseren over mogelijke milieueffecten van voorgestelde ontwikkelingen en kan maatregelen voorstellen om negatieve effecten te minimaliseren. Met gespecialiseerde kennis en expertise op het gebied van o.a. energie, bodem, circulaire economie, geluid, trillingen, luchtkwaliteit en geur, maar ook op het gebied van de huidige en nieuwe regelgeving, de milieueffecten, vergunningverlening en handhaving. Deelnemers kunnen op deze wijze in een bredere zin gebruik maken van de FUMO.
Deze werkwijze wordt geadviseerd door de commissie van Aartsen en vertaalt in het IBP VTH. Energiebesparingsplicht De Toezicht en Handhaving op de plicht tot energiebesparing is per 1 juli 2023 een basistaak geworden die wij als FUMO vanaf 1 januari 2025 gaan uitvoeren, conform besluit in het AB van 6 april 2023. De werkgroep Energie is in opdracht van VTH Managementoverleg bezig om de consequenties van de nieuwe wettelijke energietaak in kaart te brengen (eind 2023). Het Plan van Aanpak Energiebesparing, waarin de organisatie en financiering is meegenomen is gereed. De taakuitvoering (aantallen) zal in eerste instantie indicatief zijn op basis van CBS-data omdat het in de praktijk moeilijk is de juiste data op een andere manier te verkrijgen. Hierbij speelt ook de discussie over de controlefrequentie. Hierover is tijdens de AB-vergadering van 19 oktober 2023 besloten om een frequentie van eens in de 16 jaar aan te houden. Het geactualiseerde VTH-beleid moet hierover uiteindelijk duidelijkheid geven. De indicatie is dat de taakomvang circa 2 fte bedraagt, schatting kosten C 185.000.
Per 1 januari 2023 zijn gemeenten verantwoordelijk gesteld voor de toezicht en handhaving op de energielabel C verplichting voor kantoren, hiervoor is in de periode van 2020 - 2025 vanuit het ministerie circa 12 miljoen euro beschikbaar gesteld voor gemeenten en indien van toepassing gemandateerde omgevingsdiensten. Deelnemers van de FUMO kunnen overwegen om ook de taken vanuit ‘Label C kantoorgebouwen’ toe te voegen aan het takenpakket wat zij afnemen bij de FUMO, omdat alle andere energietaken reeds bij de FUMO ondergebracht zijn. Op deze manier wordt de beschikbare kennis zo effectief en efficiënt mogelijk benut. Indien een deelnemer wil dat de FUMO deze toezichts- en handhavingstaak als plustaak uitvoert, zal voor de bekostiging gekeken worden naar het verrichte voorwerk door de gemeente (zijn alle label C kantoorgebouwen die gecontroleerd moeten worden al in beeld) en de gewenste intensiteit van de controles (administratief of fysiek).
7
2.2 Ontwikkelingen van het interbestuurlijk programmaplan De conclusies van het rapport van de commissie ‘Van Aartsen’ maakte het nodige los en hebben geleid tot het Interbestuurlijk programma (IBP VTH). In het programma worden de aanbevelingen van de commissie opgepakt en verder gezamenlijk uitgewerkt. Elke deelnemende partij is daarbij verantwoordelijk voor adequate betrokkenheid van de eigen achterban, de benodigde bestuurlijke inbedding en de organisatie van het noodzakelijke commitment. Gezamenlijk is het Programmaplan versterking VTH-stelsel gemaakt. Het programma loopt van 2022 t/m 2024. De primaire focus van het programma is het op orde krijgen van de uitvoering van de basistaken. De omgevingsdienst moet in staat zijn om de opgedragen taken op een professionele manier uit te voeren. De effectiviteit en slagvaardigheid van de omgevingsdiensten moet gelet daarop worden versterkt. De rol die omgevingsdiensten spelen wordt in het programma echter breder gezien. De maatschappij staat voor grote transitieopgaven: de energietransitie, de stikstofopgave, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en circulariteit. Het is, binnen het programma, de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten dat de omgevingsdiensten klaar zijn om ook een essentiële rol te pakken in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. Het Interbestuurlijk Programma bevat de volgende pijlers: 1. 2. 3.
4. 5. 6.
Robuuste omgevingsdiensten en financiering Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging Informatie-uitwisseling en datakwaliteit Kennisinfrastructuur inclusief arbeidsmarkt Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving Monitoring kwaliteit milieutoezicht
2.2.1 Robuuste omgevingsdiensten en financiering (pijler 1 IBP) Het Bestuurlijk Overleg IBP VTH (BO IBP VTH) heeft ingestemd met het voorstel dat een robuuste omgevingsdienst voldoet aan de criteria: effectiviteit, ontwikkelvermogen, wendbaarheid en efficiency. Binnen deze pijler is het in huis hebben van voldoende kennis en kunde ook van belang, mede om een kwalitatief goede bijdrage te kunnen leveren aan de omgevingsplannen. Daarbij dient de FUMO een adviesrol te hebben, kennis toe te passen en met de betreffende aanvragers mee te denken in ‘ja’ in plaats van ‘nee’; wat kan de aanvrager doen om wel te voldoen aan de vereisten. Eén van de indicatoren “de dienst kan relatie leggen tussen werk, mensen en geld” geeft aan dat het minimale scholingsbudget 30Zo van de loonsom dient te zijn. Dezelfde indicator geeft aan dat de dienst in staat moet zijn om zich optimaal te verantwoorden op behaalde milieuresultaten met oog voor (kosten)effectiviteit. De dienst moet zich kunnen ontwikkelen naar een outcome-gerichte organisatie. In de begroting hanteren wij op dit moment als opleidingsbudget 207o van de loonsom. De consequenties van het niet voldoen aan de robuustheidscriteria, zijn nog niet inzichtelijk gemaakt. Zodra duidelijk wordt op welke criteria FUMO nog niet (volledig) voldoet zullen we hiervoor een separaat voorstel voor agenderen.
8
2.2.2 Bestuurs- en strafrechtelijke handhaving en vervolging (pijler 2 IBP) Het doel van deze pijler is het realiseren van een daling van de vermijdbare milieuschade door er voor te zorgen dat bedrijven wet- en regelgeving naleven en om te komen tot een ‘level-playing field’ voor bedrijven waarbij het voor de vergunning en handhaving van een bedrijfsactiviteit niet uitmaakt in welke regio deze activiteit ondernomen wordt. De inzet van strafrecht op milieugerelateerde zaken zal meer prioriteit gaan krijgen. Dit kan effect hebben op de aansturing door het Functioneel Parket (FP) met betrekking tot de aanstelling van BOA’s. De FUMO wil graag aanhaken bij de doelstellingen en aanpak vanuit pijler 2 om in Friesland een uniforme en daadkrachtige werkwijze van strafrechtelijke handhaving en vervolging waar te kunnen maken. Dit willen we bereiken door meer samen te werken met onze deelnemers, politie, Nederlandse voedsel- en waren autoriteit (NVWA) en terreinbeherende organisaties (TBO’s) en daarbij ook elkaars ogen en oren te zijn in het werkveld. Dat werkt alleen goed als we van elkaar weten waar we naar moeten kijken en luisteren. Daarnaast willen we graag dat er provinciaal sprake is van uniformiteit doordat we overtredingen op soortgelijke manier aanpakken en dat we ons daadkrachtig opstellen op het gebied van zowel bestuurs- als strafrechtelijke handhaving en vervolging.
Daarbij is het van belang om in sommige gevallen niet alleen bestuursrecht toe te passen maar ook door te zetten naar strafrecht.
2.2.3 Informatie-uitwisseling en datakwaliteit (pijler 3 IBP) De informatievoorziening van het VTH-stelsel is op dit moment te typeren als een lappendeken waarvan de informatievoorziening zich nog aan het vormen is. Er zijn verschillende definities van data, talloze ICT-systemen om data vast te leggen en te delen en er zijn tientallen initiatieven bij departementen, omgevingsdiensten en andere partijen in het stelsel, om het stelsel te verbeteren. De initiatieven hangen niet onderling samen en zijn daarom niet efficiënt en effectief op stelselniveau. Omgevingsdienst Nederland (ODNL) is gestart met het opstellen van een informatiemodel en een referentiearchitectuur, vergelijkbaar met de modellen die al worden toegepast bij de rijksoverheid, provincie, waterschappen en gemeenten. Een referentiearchitectuur heeft als doel om samenwerken en informatie-uitwisseling mogelijk te maken over bestuurslagen, ketens en domeinen heen. Na het vaststellen daarvan zal de implementatie hiervan geleidelijk plaatsvinden. De FUMO is betrokken bij de ontwikkeling van pijler 3 door deel te nemen aan klankbordgroep sessies georganiseerd door ODNL. Daarnaast zijn wij ook actief bezig met het verbeteren van de datakwaliteit zodat onze medewerkers hun werk efficiënter kunnen uitvoeren. Bij datakwaliteit is de correctheid, volledigheid en toegankelijkheid van gegevens een belangrijk onderdeel.
2.2.4 Kennisinfrastructuur inclusief arbeidsmarkt (pijler 4 IBP) In het IBP staat beschreven dat de rol die omgevingsdiensten spelen breder is dan slechts een uitvoeringsorganisatie. “De maatschappij staat voor grote transitieopgaven: de energietransitie, de stikstofopgave, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en circulariteit. Het is de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten dat de omgevingsdiensten klaar zijn om ook een essentiële rol te pakken in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat." Binnen het programma is de visie, “Visie KIS VTH Kijk op kennis", op de kennisinfrastructuur bestuurlijk (BO IBP VTH) vastgesteld.
9
De volgende stap is dat deze visie vertaald wordt naar de uitvoering. Ook dit wordt nog opgepakt binnen het IBP VTH. Het handelingsperspectief zal gevolgen hebben voor de omgevingsdiensten, mogelijk ook voor de begroting van 2025 en verder. Binnen Pijler 4 is ook het onderwerp Opleiding, scholing en arbeidsmarkt belegd. De FUMO is o.a. door het SPUK-IBP goed aangesloten bij de landelijke arbeidsmarktcampagne. Zelf opleiden, traineeship, young professionals en zij-instromers vragen extra tijd in het inwerken en begeleiden. Dit gaat ten koste van de productieve uren van zowel de nieuwe medewerkers maar ook van onze senior medewerkers die deze nieuwe medewerkers gaan begeleiden. Om dit risico te beperken zijn aan de begrotingen van 2023 en 2024 extra inwerkuren toegevoegd aan de collectieve uren. Omdat de opgaves voor personeel en arbeidsmarkt niet substantieel zullen veranderen blijft de nut en noodzaak aanwezig voor de opname van extra inwerkuren. In lijn met de begrotingswijziging 2024 wordt voorgesteld om 200 uur begeleiden/inwerken per nieuwe medewerker op de begroting 2025 op te nemen met daarbij de aanname dat de in- en uitstroom 10 fte zal zijn. De omvang betreft dan in totaal 2.000 uur aan inwerkuren en maakt onderdeel uit van de collectieve uren.
2.2.5 Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving (pijler 5 IBP) Pijler 5 richt zich op de onafhankelijke uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Onderwerpen als mandaten, professionaliteit en transparantie worden hierin verder uitgewerkt om onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving te bevorderen. Om het ‘level-playing field’ te bevorderen wordt er gewerkt aan een landelijk risicomodel. Een ander belangrijk doel binnen deze pijler is dat er in toekomst gewerkt gaat worden met een zogenaamde beleidscyclus waarbij het bestuur (AB) aangeeft welke regionale doelen zij willen behalen. Deze doelen worden dan vervolgens uitgewerkt en vertaald naar een programma die de Omgevingsdienst vervolgens gaat uitvoeren. Daarnaast worden onder Pijler 5 formats ontwikkeld onder andere voor de probleem- en risicoanalyse. In 2024 wordt gestart met de begeleiding van de regio’s om de resultaten van Pijler 5 te implementeren. Om in de toekomst als FUMO uiting te geven aan de doelstellingen vanuit deze pijler, werken we toe naar jaarprogramma’s van waaruit meer risico- en datagestuurd gewerkt zal worden en waarin ook de transitieopgaven vanuit het IBP en het actuele dreigingsbeeld meegenomen is.
Het is belangrijk dat we binnen het herijkte VTH-beleid (vast te stellen door de bevoegd gezagen) kaders meegeven die voldoende bewegingsruimteruimte creëren waardoor onze medewerkers ervoor kunnen zorgen dat hun werkwijze leidt tot het realiseren van de gewenste doelstellingen. We willen toewerken naar een risicomodel die gekoppeld is aan een veelvoud van informatiesystemen. Het risicomodel kan dan op basis van de continu veranderende informatie uit deze informatiesystemen op aanvraag een actuele bedrijvenlijst opleveren. Uit deze lijst wordt duidelijk welke bedrijven op basis van risico’s als eerst bezocht moeten worden.
2.2.6 Monitoring kwaliteit milieutoezicht (pijler 6 IBP) Pijler 6 focust zich op het inrichten van een systeem waarbij sprake is van visitatie en toezicht op de werking van het VTH stelsel om zo de werking van het VTH stelsel te verbeteren. Belangrijk daarbij is dat er inzicht verkregen wordt over of het samenspel tussen de omgevingsdienst en haar deelnemers zo georganiseerd is als vastgelegd in de wet en of het milieu en de leefomgeving verbetert. Gemeenteraden en provinciale staten moeten hun controlerende functie beter kunnen uitoefenen op basis van informatie van de besturen van omgevingsdiensten. Visitatie is een belangrijk onderdeel van pijler 6. In 2023 heeft de visitatie bij de FUMO plaats gevonden. Onderdeel van dit rapport kunnen aanbevelingen zijn voor kwaliteitsverbetering. Het definitieve rapport zal aan het AB ter informatie worden aangeboden waarbij mogelijke verbeteracties in de tijd geplaatst zullen worden.
10
2.3 Overige ontwikkelingen 2.3.1 Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit Het ontwerpbesluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit stelt werkgevers vanaf 2024 verplicht om gegevens aan te leveren over het woon-werk en zakelijke verkeer van werknemers. Het concrete doel is 1 megaton (Mton) CO2-winst in 2030. De toezicht en handhaving hierop is met ingang van 1 januari 2025 als basistaak bij de omgevingsdiensten neergelegd. De verwachting is dat het ministerie van IenW samen met VNG en OD NL in 2024 duidelijkheid over financiering zal geven. In 2024 zal de FUMO starten met de voorbereiding op de uitvoering van deze taak.
2.3.2 Ontwikkeling Basis Geluid Emissie (BGE) Ook de ontwikkeling Basis Geluid Emissie (BGE) gemeenten en de uitvoering saneringsprojecten (naar aanleiding van de nieuwe saneringslijst) worden in de komende jaren nader uitgewerkt. Dit is een wettelijke plicht voor gemeenten. Omdat dit plustaken betreft doen wij dit vooralsnog alleen voor deelnemers die advisering voor geluid als plustaak bij de FUMO hebben ondergebracht.
2.3.3 Ontwikkelingen circulaire economie, energietransitie en Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Door de transities die nu plaatsvinden op gebied van energie en grondstoffen ontstaan nieuwe bedrijven en gaan de technische ontwikkelingen erg snel. Denk hierbij aan de ontwikkelingen rond waterstof als energiedrager, aardgasloze wijken, grootschalige opslag van elektrische energie in batterijen, windturbines, grote vergisters, en bodemenergiesystemen. Deze ontwikkelingen komen vanuit de maatschappij en om deze te kunnen reguleren moet de FUMO investeren in capaciteit en kennis. Daarmee is er ook samenhang met de doelstellingen vanuit pijler 1 IBP VTH waarbij omgevingsdiensten voldoende robuust moeten zijn om hun rol te kunnen pakken in de ontwikkelingen waar Nederland voor staat. Deze taken zullen vooral betrekking hebben op advisering en vergunningverlening. Het AB heeft tijdens de vergadering van 19 oktober jl. de FUMO opdracht gegeven tot het opstellen van een plan van aanpak rondom ZZS. In het plan van aanpak zal dan inzichtelijk worden gemaakt wat we hebben te doen op het gebied van ZZS en wat de financiële consequenties zijn daarvan. Daarover zal dan nog nadere besluitvorming plaatsvinden in 2024, wat ook zijn effect zal hebben op de periode vanaf 2025.
Op het gebied van Circulaire Economie (CE) worden diverse initiatieven opgestart om behalve de provincie ook de gemeenten mee te krijgen hierin. Wij richten ons erop om dit in het AB van december 2023 dan wel april 2024 verder onder de aandacht te brengen en vragen dan om positieve besluitvorming en de intentie om dit verder vorm te geven. Voor 2023 wordt CE nog gefinancierd door provincie, in de volgende jaren zullen gemeenten ook mee ‘moeten’ doen. Omdat deze ontwikkelingen nog in de beginfase zitten, wordt ervoor gekozen deze niet mee te nemen in de financiële mutaties voor 2025-2029. Indicatief schatten we op dit moment in dat het zal gaan om een uitbreiding van 3 fte ten opzichte van de huidige bezetting. De structurele kosten daarvan zijn ca. C280.000.
11
2.3.4 Informatievoorziening In 2023 heeft de FUMO een visie op de Informatievoorziening opgesteld. Deze visie is in samenwerking met haar deelnemers tot stand gekomen. In 2024 zal deze visie voor bestuurlijke behandeling worden aangeboden. In de informatievisie wordt een doorvertaling gemaakt naar meerjarige procesvoering met projecten. De eventuele financiële consequenties hiervan kunnen we nog niet in deze kadernota verwerken omdat de afronding in 2024 zal zijn. Indien nodig en van toepassing worden (financiële) consequenties bij de volgende kadernota beschreven en opgenomen. Ook op landelijk niveau is er veel aandacht voor de kwaliteit van informatie. Als onderdeel van het Interbestuurlijk Programma VTH (pijler 3) ontwikkelt Omgevingsdienst NL een landelijke informatie architectuur en datamodel. Op basis hiervan kan de uitwisseling van data in de VTH-keten worden gestandaardiseerd en geoptimaliseerd. Dit programma bevindt zich nu nog in de startfase en zal de komende jaren worden uitgerold. De FUMO heeft ook te maken met diverse wetgeving op het gebied van informatie. De komende jaren krijgen we te maken met de verdere implementatie van o.a. de Wet Politiegegevens (WPG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Deze draaien primair om privacybescherming en informatiebeveiliging.
Maar ook in de informatieverstrekking aan de samenleving is veel nieuwe wetgeving van kracht geworden, of op komst. Zoals bijvoorbeeld de Wet elektronische publicaties (Wep) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). In het kader van het verbeteren van de datakwaliteit willen we in de toekomst ook gebruik gaan maken van ‘Robotic Process Automation’ (RPA) en ‘Artificial Intelligence’ (AI). Daarvoor zitten wij momenteel nog in de beginfase waarbij deze twee principes getest worden. Wanneer we RPA en/of AI in de toekomst gaan inzetten, dan houdt dit onder andere in dat we een computersysteem dag en nacht onze data laten controleren op volledigheid en correctheid. Dit gebeurt door vergelijkingen te maken met de data uit externe databases waaronder de basisregistraties. Door het toepassen van AI en RPA zullen de functies van medewerkers verbeterd worden doordat ze minder tijd kwijt zijn aan administratief werk en meer tijd hebben voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast willen we RPA mogelijk in de toekomst ook gaan inzetten voor ondersteuning bij werving en selectie. Momenteel is het nog niet inzichtelijk wat het inzetten van AI en/of RPA kan opleveren aan tijdsbesparingen. Wanneer dit wel het geval is, dan zullen de besparingen die hieruit volgen meegenomen worden als financiële mutatie in de begroting.
2.3.5 Samenwerking Als FUMO willen wij graag gezamenlijk met onze deelnemers toewerken naar een efficiëntere aanpak van toezicht. Het doel hiervan is dat we de kosten voor onze deelnemers willen beperken. We zien steeds meer taken en verantwoordelijkheden op ons afkomen in een tijd dat deelnemers (financieel) voor grote opgaven staan. We zullen keuzes moeten maken. Dit kan bijvoorbeeld door meer risicogericht toezichthouden en toezichthouden op afstand waarbij toegestuurde verantwoordingsdocumenten digitaal getoetst worden door onze toezichthouders. Mochten er afwijkingen naar voren komen uit deze digitale toets, dan kan er alsnog voor gekozen worden om een fysieke controle uit te voeren. Om deze werkwijze te implementeren wordt er een budget van C 100.000 opgenomen in deze Kadernota.
12
Noordelijke omgevingsdiensten De FUMO is samen met Omgevingsdienst Groningen en Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe aan het onderzoeken op welke wijze verdere samenwerking in de toekomst mogelijk is. Daarbij richten wij op samenwerking binnen vergunningverlening, specialistisch advies, toezicht en handhaving en bedrijfsvoering. Verdere samenwerking tussen de noordelijke omgevingsdiensten zal bijdragen aan de ontwikkeling naar een meer robuuste omgevingsdienst. Op hoofdlijnen vanuit twee redenen: 1. Het verminderen van de huidige kwetsbaarheid van een aantal functies; 2. Bedrijfsvoeringstaken van hostende gemeentelijke/ provinciale organisaties te beoordelen op toekomstbestendigheid en alternatieven. Deze verkenning is recent gestart. Mochten hieruit concrete gevolgtrekkingen mettertijd gaan komen dan wordt u daarover meer inhoudelijk geïnformeerd. Ketentoezicht Binnen domein ketentoezicht versterken we op dit moment al de samenwerking met de andere twee noordelijke omgevingsdiensten door gezamenlijk ontwikkelingen vorm te geven. Hiermee willen wij in de toekomst meer bereiken op het gebied van ketentoezicht en een efficiëntieslag maken waardoor we betere resultaten behalen met minder inzet van uren. Wij verwachten vooralsnog dat de benodigde uren binnen de beschikbare uren voor ketentoezicht zullen blijven.
13
3. Financieel kader en meerjarenperspectief Het financiële vertrekpunt voor deze kadernota is de begrotingswijziging van 2024, die op 24 juli 2023 voor zienswijze aangeboden is aan de deelnemers van de FUMO. Ondanks het feit dat de begrotingswijziging 2024 nog niet is vastgesteld door het algemeen bestuur van de FUMO, biedt dit wel het meest passende vertrekpunt, omdat in voorgaande versies van de begroting van de FUMO de financiële effecten van de Omgevingswet nog niet zijn opgenomen. Naar verwachting wordt de begrotingswijziging 2024 in de vergadering van het algemeen bestuur van de FUMO van 14 december 2023 vastgesteld.
3.1 Financieel kader Wijze van kostennormering Het financieel kader voor de jaren 2025-2029 is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: ^ Als productiviteitsnorm wordt uitgegaan van 1.360 uur, een percentage van 72,60Zo van de totale beschikbare uren per fte (1.872). Dit betreft de ‘declarabele’ uren, de uren die direct gerelateerd zijn aan productie voor deelnemers, dan wel gedekt zijn uit het projectbudget. ^ Als flexibele schil voor het primair proces wordt 150Zo aangehouden. Dit betreft de verhouding externe medewerkers ten opzichte van het totaal aantal medewerkers. De flexibele schil is in de begrotingen van 2023 en 2024 tijdelijk verhoogd naar 20Zo, maar wordt conform afspraak met het algemeen bestuur vanaf 2025 weer verlaagd naar 150Zo. De werkelijke flexibele schil is op dit moment hoger. Dit is een financieel risico, dat in de risicoparagraaf van de begroting opgenomen zal worden. In de begroting is voor de flexibele schil rekening gehouden met een opslag van 400Zo op de loonkosten. De tarieven staan echter onder druk als gevolg van schaarste waardoor deze opslag van 40Z overschreden kan worden.
Wijze van financiering De belangrijkste uitgangspunten van het sturings- en financieringsmodel FUMO zijn: ^ Voor de inrichtinggebonden basistaken op het gebied van regulering (vergunningverlening) geldt dat in samenspraak met de deelnemers een begroting wordt opgesteld voor de verwachte aantallen ingediende meldingen en vergunningen in het begrotingsjaar. Dit aantal meldingen en vergunningen wordt op basis van de kengetallen, die opgenomen zijn in de PDC, omgerekend naar de benodigde uren om deze producten te kunnen leveren. De benodigde uren, inclusief opslagen voor informatieverstrekking, maatwerk en onvoorzien, vermenigvuldigd met het integrale uurtarief bepaalt de deelnemersbijdrage voor dit onderdeel. ^ Voor de inrichtinggebonden basistaken op het gebied van toezicht en handhaving blijft de bedrijvenlijst per deelnemer de basis voor de financiering. Het aantal inrichtingen vermenigvuldigd met de afgesproken frequentie en het kengetal bepaalt het benodigde aantal uren voor deze taak. De benodigde uren, inclusief opslagen voor informatieverstrekking, maatwerk, hercontroles en evt. onvoorzien, vermenigvuldigd met het integrale uurtarief bepaalt de deelnemersbijdrage voor dit onderdeel (peildatum inrichtingenbestand s bestand van jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar).
^ Voor asbest en Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geldt dat hiervoor de herijkte kentallen en frequenties worden gehanteerd, conform het besluit van het algemeen bestuur van de FUMO van 27 oktober 2022.
14
^
^
^ ^ ^
Bij de jaarrekening volgt de definitieve financiële bijdrage per deelnemer omdat wordt afgerekend op basis van de geleverde uren (met uitzondering van de taak boa-coördinatie en de boa-inzet voor die deelnemers die deze taak hebben ondergebracht bij de FUMO). De omvang en samenstelling van de plustaken is in samenspraak met de deelnemers tot stand gekomen. Per plustaak is vervolgens de tariefgroep bepaald. Het aantal uren per type plustaak, vermenigvuldigd met het geldende tarief, leidt tot de deelnemersbijdrage voor de plustaken. Voor de taken op het gebied van de Wet bodembescherming (Wbb) worden de uitgangspunten3 gehanteerd conform het advies van de werkgroep Financiën inzake Project24. Het budget dat beschikbaar is gesteld voor collectieve taken wordt vertaald naar een bijdrage per deelnemer op basis van de verhouding in de bijdrage van de basistaken. Met de deelnemers zijn dienstverleningsovereenkomsten afgesloten. Naast afspraken over de basistaken zijn hierin voor veel deelnemers ook afspraken gemaakt over afname van plustaken.
Een aantal van deze uitgangspunten zal door de invoering van de Omgevingswet ook moeten worden aangepast. Zo is in de Omgevingswet het begrip Inrichting vervangen door het begrip milieubelastende activiteiten. Aanpassing hiervan zal op basis van ervaringscijfers plaatsvinden ongeveer twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting in 2025. Indexering: loon- en prijscompensatie ^ Voor de kostenopbouw van de programmabegroting 2025 - 2029 worden de uitgangspunten van het Centraal Plan Bureau (CPB) gebruikt. ^ In de ‘Kerngegevenstabel actualisatie MLT-maart 2023 geeft het CPB aan dat de loonvoet voor de sector overheid naar verwachting 5,20o bedraagt in de periode 2022-2026. Daarnaast wordt voor periodieke verhogingen 10o gehanteerd4. In totaal is de loonontwikkeling derhalve 6,20o. ^ Voor materiële kosten hanteren we de consumptie overheid uit dezelfde kerngegevenstabel. Deze bedraagt voor de periode 2022-2026 3,60. ^ De lasten in de begroting van de FUMO bestaan voor ca. 900 uit personele lasten en voor ca. 100 uit materiële lasten. Hiermee wordt de gemiddelde index van de FUMO-begroting 5,940. Dit betreft een bedrag van C 1.316.000 in 2025 ten opzichte van 2024. Gezien de hoge inflatiecijfers van de afgelopen periode, lopen we het risico dat de gehanteerde indexering niet voldoende is om de werkelijke prijsstijgingen te compenseren.
Aangezien dit de uitgangspunten van de begroting van 2025 betreft, waarmee dus ca 1,5 jaar vooruitgekeken wordt, kiezen we ervoor om de indexering op consistente wijze als voorgaande jaren toe te passen, namelijk aan de hand van de meest recente CPB-gegevens. Mocht in de werkelijkheid blijken dat dit niet voldoende is, dan zal dit meegenomen kunnen worden in een begrotingswijziging. Renteopbrengsten in deze begroting In reactie op de inflatie heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de beleidsrente in zeven grote stappen verhoogd in de periode juli 2022 tot in juli 2023. Als de ECB de beleidsrente aanpast, werkt dit via financiële markten en banken door in rentes die overheden, bedrijven en huishoudens betalen en ontvangen. Met het huidige rentepercentage en het meerjarenperspectief op rente (DNB) nemen wij in de begroting vanaf 2025 een positieve jaarlijkse bate op van C 150.000,-. Hierdoor neemt het saldo van de exploitatielasten voor deelnemers met dit positieve bedrag af.
3 Zie begrotingswijziging 2024 4 Gemiddeld een derde van de medewerkers krijgt jaarlijks een periodiek van 30. Gemiddeld is dit 10.
15
In de begroting 2025 zal in de risicoparagraaf het onderwerp rente worden toegevoegd met als reden dat voor de langere termijn (buiten scope van deze kaderbrief) de renteontwikkelingen niet kunnen worden voorzien. Financiële impact ontwikkelingen In hoofdstuk 3 zijn de relevante ontwikkelingen beschreven. De financiële impact van deze ontwikkelingen is in de volgende tabel weergegeven:
Mutaties Omschrijving 1. Actualisatieslag vergunningen ouder dan 10 jaar
Voordeel/ Bedrag nadeel C 450.000 Nadeel
2. 3.
Inzet op basistaak energiebesparing Implementatie efficiënter werken toezicht en handhaving
C 185.000 Nadeel C 100.000 Nadeel
4. 5.
Structurele personele en juridische kosten uit onvoorzien Verlaging tijdelijke inzet werken onder de Omgevingswet
C 50.000 Nadeel C 910.000 Voordeel
6. 7.
Verlagen inwerkuren naar 2.000 (10 fte x 200 uur) Verlagen flexibele schil van 2007o naar 1507o (conform AB besluit)
C 452.000 Voordeel C 250.000 Voordeel
8. 9.
Opnemen renteopbrengst Kosten bedrijfsvoering
C 150.000 Voordeel C 76.000 Voordeel
10.
Verlaging overige personeelskosten als afgeleide loonkosten
C 15.000 Voordeel
Totaal
C 1.068.000 Voordeel
Het totale effect van de genoemde ontwikkelingen bedraagt C 1.068.000 (voordelig). Dit betekent dat, exclusief de indexering, de deelnemersbijdragen in 2025 naar verwachting zullen dalen ten opzichte van 2024. De genoemde ontwikkelingen zijn allemaal structureel van aard. Hieronder worden de posten kort toegelicht: 1.
2.
3. 4.
5.
6. 7.
Op pagina 6 is toegelicht dat de FUMO als gevolg van de Omgevingswet te maken krijgt met actualisaties van vergunningen. De 6.400 uren die hiermee gepaard gaan, zijn opgenomen in de kadernota voor een bedrag van C 450.000. Conform het besluit van het algemeen bestuur van de FUMO in april 2023, gaat de FUMO zich vanaf 2025 richten op energiebesparing bij basistaakbedrijven. Hiervoor is rekening gehouden met 2 fte. In het kader van efficiënter werken op het gebied van toezicht en handhaving willen we gezamenlijk optrekken. Om dit proces te begeleiden is er een budget gereserveerd van C 100.000. In de bestuurlijke halfjaarrapportage 2023, die in oktober 2023 door het algemeen bestuur van de FUMO is behandeld, is aangekondigd dat voor bepaalde structurele kosten (die al jaren worden verantwoord onder de post onvoorzien) structureel budget wordt gevraagd. Dit gaat om juridische en personele kosten, zoals kosten voor de bedrijfsarts en advocaatkosten. In de kadernota is hiervoor C 50.000 opgenomen. In de begroting van 2024 is rekening gehouden met een opslag i.v.m. het ‘wennen' aan het werken onder de Omgevingswet. Vanaf 2025 komt deze opslag grotendeels te vervallen. Dit leidt tot een daling van de kosten van C 910.000. De post inwerkuren, als onderdeel van de collectieve uren, wordt verlaagd van 8.600 naar 2.000 uur. Dit leidt tot een daling van de kosten van C 452.000.
Conform het besluit van het algemeen bestuur van de FUMO wordt de flexibele schil verlaagd van 2007o naar 1507o. Dit leidt tot een daling van de begrote kosten van C 250.000.
16
8.
De FUMO verwacht een renteopbrengst van ca C 150.000, zie hiervoor ook de toelichting boven de tabel. 9. Als gevolg van het vervallen van de opslag i.v.m. het ‘wennen’ aan het werken onder de Omgevingswet (zie onder 1), kunnen ook bepaalde bedrijfskosten verlaagd worden. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten voor het wagenpark en de ICT-kosten. Het financiële effect hiervan is C 76.000. 10. Omdat de personeelskosten als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen dalen, dalen ook de overige personeelskosten mee, aangezien deze hier een directe afgeleide van zijn.
3.2 Meerjarenperspectief Hierna wordt het meerjarenperspectief van de begroting weergegeven. Meerjarenperspectief reguliere begroting (Bedragen x C 1000)
2024 , .. . . v (na wijziging) 18.850 1.089 85 196 695 56 501 250 100 257 75 22.154 0 22.154
Baten 13) Baten uit extra opdrachten excl indexering 14) Specifieke uitkeringen 15) Deelnemersbijdrage excl indexering 16 Indexering Totale baten
682 555 20.917 0 22.154
Saldo baten en lasten
1. 2. 3. 4. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.
2025
Mutatie
Lasten 1) Personeelskosten 2) Overige personeelskosten 3) Kapitaallasten 4) Wagenpark 5) Huisvesting 6) Administratie 7) ICT 8) Overige kosten 9) Onvoorzien 10) Ontwikkelkosten 11) Implementatie omgevingswet Totale lasten excl indexering 12 Indexering Totale lasten incl indexering
0
- 916 35
2027
2028
2029
17.934 1.124 85 185 695 56 474 250 100 257 75 21.236 1.316 22.552
17.934 1.124 85 185 695 56 474 250 100 257 75 21.236 2.656 23.891
17.934 1.124 85 185 695 56 474 250 100 257 75 21.236 4.075 25.310
17.934 1.124 85 185 695 56 474 250 100 257 75 21.236 5.578 26.814
17.934 1.124 85 185 695 56 474 250 100 257 75 21.236 7.171 28.407
1.068 1.316 398
832 555 19.848 1.316 22.552
832 555 19.848 2.656 23.891
832 555 19.848 4.075 25.310
832 555 19.848 5.578 26.814
832 555 19.848 7.171 28.407
0
0
0
0
0
0
-
11 -
-
27 -
918 1.316 398 -
150 -
2026
Dit betreft de loonkosten en de kosten van inhuur van de flexibele schil. Onder de overige personeelskosten vallen onder meer de scholingskosten en het budget voor secundaire arbeidsvoorwaarden. Deze zijn een afgeleide van de directe personeelskosten. De kapitaallasten blijven naar verwachting gelijk. De punten 4 t/m 8 betreffen de bedrijfskosten. Enkele posten zijn naar beneden bijgesteld, zie hiervoor punt 12 in de toelichting op de vorige tabel. De post onvoorzien is ongewijzigd en wordt niet geïndexeerd. Het budget voor ontwikkelkosten blijft gelijk Het budget van C 75.000 voor de implementatie van de Omgevingswet blijft ook gelijk. Op basis van de indexeringen (zie paragraaf 3.1), worden de kosten geïndexeerd met 5,940Zo. De baten uit incidentele opdrachten betreft een doelstelling aan de FUMO voor wat betreft het genereren van extra inkomsten. Hier is ook de verwachte rentebate opgenomen. De SPUK energietoezicht is ongewijzigd t.o.v. 2024. Dit is de deelnemersbijdrage met mutaties exclusief indexering. Dit betreft de indexering van de baten op basis van de toegelichte uitgangspunten.
17