Bijlage 3 - Kadernota 2024-2028
Tekst van het document
23
De (financiële) gevolgen zijn beschreven in voetnoot 11 op pagina 13 en verwerkt in deze kadernota.
20
•
• •
De omvang en samenstelling van de plustaken is in samenspraak met de deelnemers tot stand gekomen. Per plustaak is vervolgens de tariefgroep bepaald. Het aantal uren per type plustaak, vermenigvuldigd met het geldende tarief, leidt tot de deelnemersbijdrage voor de plustaken. Het budget dat beschikbaar is gesteld voor collectieve taken wordt vertaald naar een bijdrage per deelnemer op basis van de verhouding in de bijdrage van de basistaken. Met de deelnemers zijn dienstverleningsovereenkomsten afgesloten. Naast afspraken over de basistaken zijn hierin voor veel deelnemers ook afspraken gemaakt over afname van plustaken.
Een aantal van deze uitgangspunten zal door de invoering van de Omgevingswet ook moeten worden aangepast. Zo is in de Omgevingswet het begrip Inrichting vervangen door het begrip milieubelastende activiteiten. Aanpassing hiervan zal op basis van ervaringscijfers plaatsvinden, ongeveer twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet, dus naar verwachting in 2025. Indexering: loon- en prijscompensatie • Voor de kostenopbouw van de programmabegroting 2024 - 2028 worden de uitgangspunten van het Centraal Plan Bureau (CPB) gebruikt. • In de ‘Kerngegevenstabel actualisatie MLT-maart 2022 geeft het CPB aan dat de loonvoet voor de sector overheid naar verwachting 4,1% bedraagt in de periode 2022-2025. Daarnaast wordt voor periodieke verhogingen 1% gehanteerd 24. In totaal is de loonontwikkeling derhalve 5,1%. • Voor materiële kosten hanteren we de consumptie overheid uit dezelfde kerngegevenstabel. Deze bedraagt voor de periode 2022-2025 2,3%. • De lasten in de begroting van de FUMO bestaan voor ca. 88% uit personele lasten en voor ca. 12% uit materiële lasten. Hiermee wordt de gemiddelde index van de FUMO-begroting 4,76%. Dit betreft een bedrag van € 856.000 in 2024 ten opzichte van 2023.
Gezien de hoge inflatiecijfers van meer dan 10%25 die aan de orde zijn op het moment van het opstellen van deze kadernota, lopen we het risico dat de gehanteerde indexering niet voldoende is om de werkelijke prijsstijgingen te compenseren.26 Aangezien dit de uitgangspunten van de begroting van 2024 betreft, waarmee dus ca 1,5 jaar vooruit gekeken wordt, kiezen we ervoor om de indexering op consistente wijze als voorgaande jaren toe te passen, namelijk aan de hand van de meest recente CPB-gegevens. Mocht in de werkelijkheid blijken dat dit niet voldoende is, dan zal dit meegenomen worden in een begrotingswijziging. Financiële impact ontwikkelingen In hoofdstuk 2 zijn de relevante ontwikkelingen beschreven. De financiële impact van deze ontwikkelingen is in tabel 1 weergegeven.
24
Gemiddeld een derde van de medewerkers krijgt jaarlijks een periodiek van 3%. Gemiddeld is dit 1%. Inflatie stijgt naar 10,3 procent in juli (cbs.nl) 26 In de begrotingswijziging 2023 wordt voorgesteld om de loonkosten te verhogen met in totaal 7%. Dit was in de oorspronkelijke begroting 2023 2,2%. Hoewel de Cao-onderhandelingen nog niet zijn afgerond is deze stijging gezien de huidige stand van zaken realistisch. Dit betekent dat de loonkosten in de begroting 2023 stijgen met € 667.000. Deze stijging werkt ook door in de loonkosten in 2024. 25
21
Mutaties 1. 2. 27 3. 4. 5. 29 Totaal
Omschrijving Pijler 1: Robuuste omgevingsdiensten en financiering: uitbreiding collectieve taken Pijler 1: Uitbreiding uitvoering Besluit Bodemkwaliteit Pijler 1: Versterking bedrijfsvoering 3 fte Pijler 4: Arbeidsmarkt28 Pijler 4: Energietoezicht
Bedrag € 142.000 € 411.000 € 286.000 € 270.000 € 50.000 € 270.000 € 1.429.000
Structureel/incidenteel Structureel Incidenteel Structureel Structureel Structureel Structureel
Tabel 1: financiële impact ontwikkelingen
De totale kosten van de genoemde ontwikkelingen bedragen € 1.429.000.30 Hierbij komt nog de indexering van de loonkosten. Dit is een bedrag van € 856.000. Dit is een totale stijging van € 2.285.000. Hiervan heeft € 2.235.000 betrekking op personeelskosten en € 50.000 op de overige personeelskosten (arbeidsmarkt).
3.2 Meerjarenperspectief Hierna wordt het meerjarenperspectief van de begroting weergegeven. Meerjarenperspectief reguliere begroting (Bedragen x € 1000)
2023
Mutatie
2024
2025
2026
2027
2028
Lasten 1) Personeelskosten 2) Overige personeelskosten 3) Kapitaallasten 4) Wagenpark 5) Huisvesting 6) Administratie 7) ICT 8) Overige kosten 9) Onvoorzien 10) Ontwikkelkosten 11) Implementatie omgevingswet Totale lasten excl indexering 12) Indexering Totale lasten incl indexering
14.969 880 85 167 680 55 428 245 100 251 75 17.935 0 17.935
1.379 50 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.429 856 2.285
16.348 930 85 167 680 55 428 245 100 251 75 19.364 856 20.220
15.888 930 85 167 680 55 428 245 100 251 75 18.904 1.822 20.726
15.888 930 85 167 680 55 428 245 100 251 75 18.904 2.811 21.715
15.888 930 85 167 680 55 428 245 100 251 75 18.904 3.848 22.752
15.888 930 85 167 680 55 428 245 100 251 75 18.904 4.934 23.838
Baten 13) Baten uit extra opdrachten excl indexering 14) Deelnemersbijdrage excl indexering 15) Indexering Totale baten
693 17.242 0 17.935
270 1.159 856 2.285
963 18.401 856 20.220
963 17.941 1.822 20.726
963 17.941 2.811 21.715
963 17.941 3.848 22.752
963 17.941 4.934 23.838
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten reguliere begroting
Tabel 2: meerjarenperspectief reguliere begroting
27
Besluit AB 27 oktober 2022 (zie voetnoot 11 op pagina 13). Hierbij is rekening gehouden met de wens van het AB om niet vooruit te lopen op eventuele continuering van de gespannen arbeidsmarkt. Echter blijft de arbeidsmarkt onzeker, waardoor niet kan worden uitgesloten dat in 2024 en verder een hoger budget nodig is om mee te gaan in de ontwikkelingen op dit gebied. 28
29
Dit zijn loonkosten die voortvloeien uit het energietoezicht. Deze kosten worden tot en met 2026 gedekt uit het SPUK (zie voetnoot 18, pagina 16). 30 Let wel: de mutaties zijn gebaseerd op basis van het huidige Wabo basistakenpakket waarbij geen rekening is gehouden met de Omgevingswet.
22
Toelichting op tabel 2: 1. 2. 3. 4. 9. 10. 11. 12. 13. 15.
Dit betreft de loonkosten en de kosten van inhuur van de flexibele schil. Onder de overige personeelskosten vallen onder meer de scholingskosten en het budget voor secundaire arbeidsvoorwaarden. Deze zijn een afgeleide van de directe personeelskosten. De kapitaallasten blijven naar verwachting gelijk. De punten 4 t/m 8 betreffen de bedrijfskosten. Deze blijven naar verwachting gelijk. De post onvoorzien is ongewijzigd en wordt niet geïndexeerd. Het budget voor ontwikkelkosten blijft gelijk. Het budget van € 75.000 voor de implementatie van de Omgevingswet blijft ook gelijk. Op basis van de indexeringen (zie paragraaf 3.1), worden de kosten geïndexeerd met 4,76%. De baten uit incidentele opdrachten betreft een doelstelling aan de FUMO voor wat betreft het genereren van extra inkomsten. Dit betreft de indexering van de baten op basis van de toegelichte uitgangspunten.
Deelnemersbijdrage In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de deelnemersbijdrage opgenomen. Dit betreft de bedragen exclusief indexering. In voorgaande kadernota’s was hierbij ook nog de bijdrage aan de transitiebegroting opgenomen, maar deze is per 2023 komen te vervallen. Uit deze tabel blijkt dat de deelnemersbijdrage in 2024 stijgt ten opzichte van 2023 als gevolg van de hiervoor genoemde ontwikkelingen.31 Vanaf 2025 zal de deelnemersbijdrage dalen als gevolg van het vervallen van de incidentele bijdrage inzake de inwerkuren. Meerjarenperspectief incl transitiebegroting (Bedragen x € 1000)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
17.242 17.242
18.401 18.401
17.941 17.941
17.941 17.941
17.941 17.941
17.941 17.941
Deelnemersbijdrage excl indexering Bijdrage transitiebegroting Totale deelnemersbijdrage
Tabel 3: meerjarenperspectief inclusief transitiebegroting
3.3 Investeringsprogramma Op dit moment is voor veel van de hiervoor genoemde ontwikkelingen nog niet te voorzien in hoeverre investeringen nodig zijn. In het geval dat er investeringen benodigd zijn, zullen deze separaat aan het algemeen bestuur voorgelegd worden.
31
De mutatie als gevolg van het energietoezicht (pijler 4) werkt niet door in de deelnemersbijdrage. Deze extra taken worden bekostigd uit de SPUK die hiervoor recent is toegekend. De SPUK geldt tot en met 2026.
23