Bijlage 3 - Huidige samenwerkingsovereenkomst gemeente - Stichting Ondernemersfonds Súdwest-Fryslân
Tekst van het document
Samenwerkingsovereenkomst Ondernemersfonds Súdwest-Fryslân stichting Ondernemersfonds Súdwest-Fryslân en Gemeente Súdwest-Fryslân De ondergetekenden:
1. De Stichting Ondernemersfonds Súdwest-Fryslân, ten deze vertegenwoordigd door de heer R. van de Leur in zijn hoedanigheid van (interim) voorzitter, hierna te noemen 'de stichting', 2. De Gemeente Súdwest-Fryslân, ten deze vertegenwoordigd door drs. M.W. Offinga, in zijn hoedanigheid van wethouder en hiertoe gemachtigd door de burgemeester, hierna te noemen 'de gemeente'. de stichting en de gemeente hierna gezamenlijk ook aangeduid als: 'partijen' Nemen in overweging dat: a. de Stichting Ondernemers Súdwest-Fryslân de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân heeft gevraagd medewerking te verlenen aan de verlenging van het ondernemersfonds voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023. b.
de gemeente het initiatief voor een ondernemersfonds ziet als een mooi praktijkvoorbeeld van een initiatief 'fan underop' waarbij aan de gemeente wordt gevraagd te faciliteren;
c.
de gemeenteraad in haar vergadering van 12 november 2018 heeft besloten medewerking te verlenen aan het verzoek tot verlenging van het ondernemersfonds voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023.
d.
de gemeente dit besluit tot uitvoering brengt via het doorvoeren van een opslag op de onroerende-zaakbelastingen voor niet-woningen van 0,060Zo van de WOZ-waarde. Daarbij uit te gaan van een verdeling van de opslag van 0,0330Zo voor de eigenaar en 0,0270Zo voor de gebruiker. De meeropbrengst van deze opslag wordt, door de gemeente ter beschikking gesteld aan de Stichting Ondernemersfonds Súdwest-Fryslân onder toepassing van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Súdwest-Fryslân;
e.
de initiatiefnemers en de gemeente verwachten dat het fonds leidt tot versterking van de regionale economie, een impuls geeft aan meer samenwerking tussen ondernemers en aan het ontwikkelen en uitvoeren van plannen die de economische kracht van Súdwest-Fryslân ten goede kome
f.
van het fonds te allen tijde een transparante en democratisch verantwoorde werkwijze mag worden verlangd;
g.
De stichting voor 1 juli 2019 een adequate, bevoegde en met mandaat opererende raad van toezicht instelt die in de plaats komt van de huidige adviesraad.
h.
de gemeente het beginsel 'van, voor en door de ondernemers' respecteert;
i.
De gemeente het van belang vindt dat de belangen van de groepen ondernemers die geen toegevoegde waarde zien in het fonds, voldoende worden behartigd in het fonds. Dat de Stichting Ondernemers Súdwest-Fryslân daarom gedurende de gehele loopperiode tot en met 2023 een vereenvoudigd, ruimhartig systeem van retributie gaat hanteren: Toegekende retributie voor een trekkingsgerechtigde (trekkingsgebied) op basis van een aanvraag geldt voor de gehele periode van deze samenwerkingsovereenkomst of tot het moment dat een trekkingsgerechtigde aangeeft toch gebruik te willen maken van het fonds.
Komen het volgende overeen: 1. Algemeen 1.1. Deze overeenkomst heeft een looptijd van vijf jaar, en gaat in op 1 januari 2019 en eindigt op 31 december 2023; 1.2. Deze overeenkomst heeft als doelstelling om de afspraken vast te leggen tussen partijen over de samenwerking met betrekking tot het fonds. 2. De subsidieverlening 2.1. De gemeente verleent gedurende de looptijd van deze overeenkomst een subsidie ten behoeve van het fonds. 2.2. Bij de subsidieverlening wordt uitgegaan van het doel, de werkwijze en de inrichting van het fonds zoals beschreven in de notitie van de Stichting Ondernemers Súdwest-Fryslân op 28 oktober 2015 en de voorgestelde doorontwikkeling zoals beschreven in de visie van de stichting (2018). 2.3. De omvang van het jaarlijkse subsidiebedrag wordt bepaald door de meeropbrengst van de opslag zoals benoemd bij de eerdergenoemde overwegingen onder d. Wetgeving, voorschriften, vrijstellingen, jurisprudentie etc. en de interpretatie daarvan kunnen effect hebben op de omvang van de meeropbrengst. De praktische uitvoering van de aanslagoplegging onroerende-zaakbelastingen door team Belastingen is leidend bij het bepalen van de meeropbrengst. 2.4. U ontvangt, gedurende de looptijd van het project, elk jaar drie voorschotten.
Deze voorschotten zijn een percentage van de begrote meeropbrengst (van het betreffende belastingjaar) die de opslag op de OZB voor het fonds oplevert. ^ Op 1 april wordt het eerste voorschot betaald. Omvang van het voorschot is 40oZo van de begrote meeropbrengst. ^ Op 1 juli wordt het tweede voorschot betaald. Omvang van het voorschot is 350Zo van de begrote meeropbrengst. ^ Op 1 oktober wordt het derde voorschot betaald. Omvang van het voorschot is 20oZo van de begrote meeropbrengst. De gemeente deelt jaarlijks schriftelijk aan De Stichting mee om welke bedragen het in dat belastingjaar concreet gaat. 2.5. De omvang van de meeropbrengst van het afgelopen belastingjaar wordt in maart, volgend op dat belastingjaar, door de gemeente berekend. Deze meeropbrengst kan meer, minder of gelijk zijn aan de begrote meeropbrengst van het afgelopen belastingjaar. Vervolgens wordt op 1 april schriftelijk medegedeeld aan De stichting wat de omvang van die opbrengst is en wordt een afrekening opgesteld over het afgelopen belastingjaar. Daarbij wordt rekening gehouden met het in mindering brengen van de oninbare aanslagen. 2.6. Partijen gaan uit van een percentage voor oninbare aanslagen dat gedurende de looptijd jaarlijks door de gemeente wordt vastgesteld als gemiddelde van de laatste drie jaren waarover het percentage oninbaar bekend is.
Dit percentage wordt meegenomen in de afrekening zoals genoemd bij 2.5. 3. Beheerskosten 3.1. De gemeente brengt jaarlijks kosten in rekening bij de stichting voor de extra administratieve werkzaamheden die gepaard gaan met de inning van de bij d. genoemde opslag en het voeden van het fonds. 3.2. De hoogte van de kosten die worden doorberekend zijn C 4.000,- per jaar.
3.4. De Stichting ontvangt in april, volgend op het belastingjaar, een afrekening waarbij rekening wordt gehouden met het in mindering brengen van de oninbare aanslagen zoals genoemd in 2.6. en de beheerskosten zoals genoemd in 3.2 4. Overleg, rapportage en evaluatie 4.1. De stichting stuurt 1 x per jaar een schriftelijk verslag (jaarrapportage) naar de gemeente dat inzicht geeft in: 1. de stand van zaken van het fonds en 2. de inkomsten, gehonoreerde aanvragen en omvang van de retributie van het centrale fonds en per trekkingsgebied. De Stichting stuurt ook de accountantsverslagen (jaarrekening) toe van het afgelopen zodra deze beschikbaar zijn. 5. Overige bepalingen 5.1. De gemeente is inhoudelijk niet betrokken bij de bestedingen uit het fonds (noninterventiebeginsel). 5.2. De gemeente zal, als belastingplichtige van niet-woningen, geen voorstellen doen voor besteding van geld uit het fonds. 5.3. De gemeente geeft zich er rekenschap van dat de middelen in het fonds niet gebruikt mogen worden voor financiering van gemeentelijke taken. Aldus in tweevoud opgemaakt en overeengekomen te Sneek op
R. van de Leur, (interim)voorzitter Stichting Ondernemersfonds Súdwest-Fryslân
M.W. Offinga, wethouder Economische Zaken Gemeente Súdwest-Fryslân