Bijlage 3 - Brief en reactienota op het gevraagd advies Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân
Tekst van het document
Behandeld door: K.A.A. Poiesz Telefoonnummer: 14 0515
Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân T.a.v. dhr. E. van der Veer Via email: crwerkeninkomenswf@gmail.com
Ons nummer: U23.028072
llllllllllllllllllllllll Sneek, 17 november 2023 VERZONDEN 17 nov 2023
Onderwerp: Reactienota gevraagd advies concept Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 Gemeente Súdwest-Fryslân
Geachte heer Van der Veer, Het gevraagd advies over aangepast concept Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 is in goede orde ontvangen. Het betreft een uitgebreid advies en dat wordt op prijs gesteld. In de reactienota (zie bijlage) is per advies of opmerking een toelichting terug te vinden. Er zijn naar aanleiding van uw advies enkele punten verduidelijkt, toegevoegd of aangepast in de verordening. Wij danken u nogmaals voor uw onder tijdsdruk geleverde advies.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân, burgemeester, gemeentesecretaris,
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
Bijlage(n): Reactienota gevraagd advies Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân
Gemeente Súdwest-Fryslân Postbus 10.000 8600 HA Sneek IBAN NL42 BNGH 0285 1494 31 KvK nr. 51791811
T F E W
14 0515 0515-48 99 99 Info@sudwestfryslan.nl www.sudwestfryslan.nl
Gemeenteloketten Jongemastraat 2, Bolsward Marktstraat 8, Sneek
Reactienota gevraagd advies Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân 1.1 Verwerking adviezen en opmerkingen In de onderstaande tabel zijn belangrijkste adviezen en opmerkingen van de Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân verwerkt. Er zijn enkele punten verduidelijkt, toegevoegd of aangepast in de verordening.
Onderwerp en advies
Reactie college
1. De Cliëntenraad Werk en Inkomen SúdwestFryslân constateert dat zij pas sinds kort (in september 2023) geconsulteerd is over de totstandkoming van de nieuwe verordening. Een inhoudelijke discussie over de uitwerking van de verbeteringen die met het breed offensief beoogd worden en hoe de diverse voorzieningen uit hoofde van de verordening meest effectief ingezet kunnen worden heeft hierdoor nog maar beperkt plaats kunnen vinden.
Het concept is ter advies voorgelegd en er heeft een toelichting op het concept plaatsgevonden. Het college streeft naar een optimale samenwerking met de Cliëntenraad Werk en Inkomen en hecht hier waarde aan. Bij een volgende wijziging wordt de Cliëntenraad Werk en Inkomen eerder betrokken zodat er meer ruimte is voor vragen, discussie en toelichting.
2. De Wet Uitvoeren Breed offensief is, voor zover het de verordening plicht betreft, op 1 juli 2023 van kracht geworden (Stb. 2022, 500). Dat betekent dat gemeenten op die datum hun reintegratieverordening aangepast moeten hebben. Geconstateerd wordt dat het traject voor de uitwerking van de verordening en consultatie van de Cliëntenraad Werk en Inkomen SúdwestFryslân daarover laat gestart is en dat nu onder hoge tijdsdruk naar de besluitvorming in het college toegewerkt moet worden.
Het college heeft de insteek om de verordening tijdig gereed te hebben. Echter is dit niet op tijd gelukt en wordt de verordening met terugwerkende kracht vastgesteld. Het vaststellen met terugwerkende kracht heeft geen nadelige gevolgen voor de inwoners en betrokkenen. De interne processen zijn dusdanig ingericht om aanvragen vanuit de maatregelen Breed Offensief in behandeling te kunnen nemen. Daarnaast zijn de re-integratievoorzieningen (hoofdstuk 3) overgenomen vanuit de huidige verordening. Hierin zijn geen dusdanige wijzigingen in aangebracht waar een inwoner nadelige gevolgen van kan ondervinden. Bij een volgende wijziging van de verordening dragen we extra zorg voor een tijdige start zodat de oorspronkelijke vaststellingsdatum in acht kan worden genomen.
3. Om gemeenten de tijd te geven zich hierop voor te bereiden, heeft de VNG op 21 januari een aangepaste modelverordening uitgebracht. De Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân constateert dat de gemeente deze modelverordening gebruikt heeft maar op meerdere punten hiervan afwijkt. Als voorbeeld noemen wij dat de gemeentelijke verordening in tegenstelling tot de modelverordening geen duidelijk verschil maakt in voorzieningen voor personen met een korte afstand en voorzieningen voor personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Een ander voorbeeld is dat de modelverordening aangeeft dat het (twee)jaarlijkse verslag aan de gemeenteraad over de evaluatie van de effectiviteit van de verordening in ieder geval het oordeel van de Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân dient te bevatten. Deze bepaling ontbreekt in de gemeentelijke verordening en de toelichting.
Om tot een nieuwe verordening te komen is de huidige verordening als basis gehanteerd. Daarnaast is de modelverordening van de VNG geraadpleegd. Gelet op de doelstelling van het Breed Offensief (eenheid leidt tot meer transparantie bij werkgevers en inwoners) is over de inhoud van de verordening afstemming gezocht met de overige Friese gemeenten en met name met de gemeenten in de regio Fryslân-West. De verordeningen zijn op hoofdlijnen met elkaar afgestemd, lokale kenmerken en verschillende uitvoeringsstructuren daar gelaten. Op deze wijze zijn ze goed hanteerbaar voor onze gezamenlijke samenwerkingspartners, zoals het Werkleerbedrijf (Pastiel/Empatec). Er is bewust gekozen om geen onderscheid te maken in voorzieningen op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt. De verordening is opgesteld vanuit de gedachtegang dat elke voorziening voor elke inwoner beschikbaar is. Er wordt per situatie bekeken wat de best passende reintegratievoorziening is en dat vraagt om maatwerk. Wel kan er onderscheid gemaakt worden in de meest voor de hand liggende voorzieningen per doelgroep (zie tabel 1.4).
2
Met betrekking tot de evaluatie van de effectiviteit van de verordening wordt het oordeel van de Cliëntenraad Werk en Inkomen meegenomen. In artikel 2 lid 3 is het volgende toegevoegd; Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad. 4. De Cliëntenraad Werk en Inkomen SúdwestFryslân constateert verder dat de verordening voor de toepassing in de praktijk ingewikkelde materie is en dat de toelichting op de verordening naar het oordeel van de Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân onvoldoende duidelijk is. Dit betreft met name de toelichtingen op de kernartikelen: artikel 6 (Werkervaringsplaats, ontwikkelplek en proefplaats), artikel 9 (Participatieplaats) en artikel 12 (Participatie voorziening beschut werken). De afwijking van de modelverordening in dit opzicht maakt het nog eens extra complex.
Er is gekozen voor een gezamenlijke toelichting vanuit de afstemming met de GR gemeenten.
5. De Cliëntenraad Werk en Inkomen SúdwestFryslân constateert dat een aantal voorzieningen die in de modelverordening als facultatief aangemerkt zijn ontbreken in de gemeentelijke verordening. Als voorbeeld noemen wij artikel 4 (Werkstage) en artikel 6 (detacheringsbaan), artikel 10 (ondersteuning bij leer-werk traject), artikel 13 (loonkostensubsidie kwetsbare werknemers), artikel 14 uitstroompremie en 14a (proefplaats) uit de modelverordening. Het is niet duidelijk waarom deze voorzieningen in de gemeentelijke verordening niet 1 op 1 overgenomen zijn uit de modelverordening.
Alle facultatieve voorzieningen zoals benoemd in de modelverordening zijn als mogelijkheden afgewogen. Factoren die zijn meegenomen in de afweging zijn o.a. afstemming met de GR gemeenten en het Werkleerbedrijf, haalbaarheid, financiën en inzetbaarheid.
Bij een volgende wijziging wordt hier extra aandacht aan besteed zodat er meer duidelijkheid wordt gecreëerd.
De werkervaringsplaats (voorheen werkstage) en proefplaats zijn beide opgenomen in artikel 6. In plaats van een uitstroompremie en loonkostensubsidie voor kwetsbare werknemers is er een plaatsingssubsidie (werkgever en werknemer) toegevoegd aan de verordening. Dit artikel is overgenomen uit de huidige verordening (voorheen genaamd subsidie). Hierover worden nog nadere regels opgesteld. Tenslotte is gekozen om de detacheringsbanen te laten vervallen aangezien hier tot op heden geen gebruik van is gemaakt en er voldoende alternatieve voorzieningen gericht op werk (met of zonder ondersteuning) zijn. Ook speelde haalbaarheid hierin een rol. Als blijkt dat er behoefte is aan een bepaalde voorziening die niet is opgenomen in de verordening, dan heeft het college op basis van artikel 28 de mogelijkheid om dit te onderzoeken en een experiment hierin uit te voeren. Voorwaarde hierbij is dat het experiment bijdraagt aan het bevorderen van de re-integratie en participatie. Uiteindelijk kan er worden besloten op basis van de resultaten om de voorziening op te nemen in de verordening.
6. Uit de toelichting op de verordening blijkt dat het de opdracht van de raad is om bij verordening regels te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. Hieruit moet onder andere aandacht blijken voor de in de Participatiewet onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te onderscheiden subgroepen. De keuze is gemaakt om enkel een overzicht te geven van de (reeds bij wet gedefinieerde) beschikbare voorzieningen met als argument dat re-integratie van mensen altijd maatwerk is. De Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân is van oordeel dat de
Zoals aangegeven is het inzetten van de best passende reintegratievoorziening maatwerk. Er is bewust gekozen om geen onderscheid te maken in voorzieningen en de afstand tot de arbeidsmarkt. Zoals bij punt 3 aangegeven wordt wel onderscheid gemaakt tussen doelgroepen en de meest voor de hand liggende voorzieningen. Het is alleen niet dusdanig vastgelegd in de verordening. De gebiedsteammedewerkers en de samenwerkingspartner het Werkleerbedrijf zijn op de hoogte van aanbod en ook betrokken in de totstandkoming.
3
toetsing van het gemeentelijke beleid bemoeilijkt wordt als de inzet van voorzieningen niet nader uitgewerkt is voor de verschillende doelgroepen. Door onbekendheid of onduidelijkheid over de mogelijkheden voor ondersteuning bij het vinden van passend werk voor iedere specifieke doelgroep kunnen kansen gemist worden. Daarbij is tevens van belang dat eigen initiatieven om ondersteuning aan te vragen vanuit de doelgroepen meer gestimuleerd worden en niet enkel vanuit de gemeente komen.
Als de verordening eenmaal is vastgesteld, wordt het reintegratie- en ondersteuningsaanbod gecommuniceerd met de betrokkenen (inwoners en werkgevers).
7. In artikel 9 van de verordening is bepaald dat de premie voor een participatie plaats 100 euro per half jaar is. Maandelijkse uitbetaling zou mogelijk fiscale gevolgen hebben. In andere gemeenten worden aanzienlijk hogere participatiepremies betaald. In bijvoorbeeld de gemeente Venray bedraagt de premie 100 euro per maand doch deze wordt halfjaarlijks uitgekeerd. De tekst artikel 10a lid 6 van de PW luidt als volgt: Het college verstrekt aan belanghebbende, telkens nadat hij gedurende zes maanden op grond van dit artikel (participatieplaats) additionele werkzaamheden heeft verricht, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, indien hij naar het oordeel van het college in die zes maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. In artikel 31 staat dit bedrag nader gedefinieerd als “een of twee malige premie van ten hoogste C 2.979,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling”.
De hoogte van premie is gelijk gebleven en ongewijzigd overgenomen vanuit de huidige verordening. Tevens is hierover afstemming gezocht met de GR gemeenten en wordt hierin dezelfde lijn gehanteerd.
8. In artikel 11 van de verordening is bepaald dat onder bepaalde voorwaarden een jaarlijkse participatie premie van C750.- euro toegekend kan worden voor vrijwilligerswerk. Deze bepaling komt niet voor in de modelverordening. De Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân waardeert het bijzonder dat de gemeente deze premie toekent, echter de Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân is van oordeel dat het niet tot een ongelijke behandeling mag leiden ten opzichte van personen die een premie ontvangen voor een participatie plaats.
Het artikel over de participatiepremie is overgenomen uit de huidige verordening. Dit is door de raad vastgesteld en vormt het uitgangspunt. De participatiepremie wordt uitgekeerd (mits voldaan aan de voorwaarden) op het moment dat er vrijwilligerswerk wordt verricht. Tijdens het verrichten van vrijwilligerswerk is er geen begeleiding vanuit de gemeente. De participatieplaats betreft een kan-bepaling. Op het moment dat er gebruik gemaakt wordt van de participatieplaats (en bijbehorende premie) ontvangt de inwoner begeleiding om de kans op regulier werk te vergroten en daarbij kan ook scholing worden ingezet. Een participatieplaats is gericht op het opdoen van werknemersvaardigheden. Dat is anders bij vrijwilligerswerk. Dat levert de inwoner ook vaardigheden op, maar dat is niet specifiek het doel. De aard van beide voorzieningen is daarmee verschillend. De plaatsingssubsidie is toegevoegd aan de verordening. Er kan doormiddel van dit artikel een plaatsingssubsidie worden toegekend aan een werkgever of werknemer zodra er sprake is van het sluiten van een arbeidsovereenkomst gericht op arbeidsinschakeling. Het college stelt nadere regels op over de voorwaarden, doelgroepen, de hoogte alsmede de verplichtingen die hieraan verbonden zijn.
4
1.2 Verwerking bijlage De bijlage van het gevraagde advies bevatte een overzicht met daarin meer gedetailleerde vragen, opmerkingen en adviezen. Deze worden hieronder verwerkt.
Onderwerp en advies
Reactie college
1. De Cliëntenraad Werk en Inkomen SúdwestFryslân adviseert de gemeente ook zelf binnen haar eigen organisatie zoveel mogelijk stageplaatsen, leer-werkplekken en vrijwilligerswerk etc. te creëren en aan te bieden voor de verschillende doelgroepen.
De gemeente biedt momenteel stage-, werkervarings- en leerwerkplekken aan. Daarnaast zijn er ook medewerkers met een arbeidsbeperking in dienst.
2. De Cliëntenraad vindt het belangrijk als iemand vrijwilligerswerk kan blijven doen tijdens zijn traject. Reden hiervoor is als het traject niet lukt, de inwoner zijn vrijwilligerswerk nog heeft. Dit is in het verleden al afgesproken. Bij artikel 2 c maat werk vrijwilligerswerk
Een inwoner kan zijn vrijwilligerswerk behouden zodra dit een overeengekomen traject gericht op het verkrijgen van betaald werk of andere activeringsactiviteiten niet in de weg zit.
3. Artikel 6. Werkervaringsplaats, ontwikkelplek en proefplaats. We vinden dit een heel verwarrend artikel. De Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân adviseert de termen voor verschillende voorzieningen zoals gedefinieerd in de modelverordening aan te houden en hier niet van af te wijken (harmonisatie, transparantie). Deze zin even anders 3/6/9 maanden
Zie 1.1 reactie advies/ vraag 5.
4. De duur van de werkervaringsplaats of ontwikkelplek is drie maanden. Een eenmalig verlenging van drie maanden is mogelijk. In de nieuwe stukken van Empatec spreekt men over een plaatsing van max 2 jaar in een traject bij Empatec zelf. Hoe zit dat precies?
Het traject gericht op arbeidsinschakeling dat een inwoner aflegt is voor elk persoon verschillend. Zo ook de lengte en de samenstelling ervan. Dit heeft met maatwerk te maken. In alle gevallen is het belangrijk dat een traject gericht op arbeidsinschakeling ten allen tijde een vooraf vastgelegd doel (en perspectief) moet nastreven. Daarnaast wordt vastgelegd binnen welke termijn het doel behaald kan worden. Voor de ene inwoner lukt het binnen afgesproken periode, terwijl de andere inwoner iets meer tijd nodig heeft. Met een goede onderbouwing is er mogelijkheid om in overleg met de inwoner af te wijken. Dit wordt gemonitord en bewaakt door de gemeente.
Komend jaar wordt intern gekeken naar het uitbreiden van het aantal plekken.
Een traject bij het Werkleerbedrijf kan worden opgebouwd met verschillende voorzieningen afhankelijk van de situatie. Als voorbeeld kan een inwoner die dichterbij de arbeidsmarkt staat starten met een ontwikkelplek om bepaalde leerdoelen te behalen en vervolgens doorstromen in een proefplaatsing bij een werkgever/ organisatie. Zo zijn er verschillende mogelijkheden. Het college wil voorkomen dat trajecten langdurig worden ingezet zonder duidelijk doel en/of onderbouwing. De lengte van trajecten worden daarom bewaakt en tussentijds wordt er gemonitord of het ingezette traject nog in lijn is met beoogde doel. Hierover zijn afspraken gemaakt met het Werkleerbedrijf.
5
5. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt C 100,00 per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Argwanend en niet uitgaan van vertrouwen.
De strekking is uiteraard dat er wordt uitgegaan van wederzijds vertrouwen en vanuit deze basis wordt er gewerkt. Er is vanuit de gemeente geen sprake van argwaan.
6. Met behoud van uitkering werken en niet mee kunnen doen in de kantine dus buitengesloten van de betaalde werknemers. (Werken loont dus niet, vrijwilligers werk wel) C200.- per jaar met behoud van de uitkering en vrijwilligerswerk C 750.- per jaar.
Aan de verordening is de plaatsingssubsidie (artikel subsidie in huidige verordening) toegevoegd. Er kan doormiddel van dit artikel een plaatsingssubsidie worden toegekend aan een werkgever of werknemer zodra er sprake is van het sluiten van een arbeidsovereenkomst gericht op arbeidsinschakeling. Het college stelt nadere regels op over de voorwaarden, doelgroepen, de hoogte alsmede de verplichtingen die hieraan verbonden zijn.
7. Artikel 11. Vrijwilligerspremie is nu de Participatiepremie geworden 1 a. de uitkeringsgerechtigde minimaal 24 maanden uitkeringsgerechtigd is en vrijwilligerswerk verricht als bedoeld in artikel 1 lid 2 onder r van deze verordening. Graag weer naar 12 maanden.
Dit is overgenomen vanuit de huidige verordening. De vrijwilligerspremie is bedoeld voor inwoners die langdurig zijn toegewezen op een uitkering vanuit de Participatiewet en daarom wordt een termijn van minimaal 24 maanden gehanteerd.
8. Het college kan bij uitzondering bepalen dat de uitkeringsgerechtigde de premie ook kan ontvangen voor succesvolle afronding van een voorziening die zich richt op sociale activering als bedoeld in artikel 10 van deze verordening. Dit moet vooraf schriftelijk worden vastgelegd; Kan dat binnen een jaar of wordt de inwoner uitgesloten? Als een betaalde baan er niet inzit. Advies de premie in beginsel toe te kennen tenzij de voorziening beëindigd wordt. En vooraf duidelijk afspraken maken over de premie toekenning.
Het advies wordt meegenomen ter overweging op het moment dat er nadere regels worden vastgesteld en uitgewerkt.
Echter is het college of de gemeente niet bij machte om artikel 9 lid 3 tekstueel aan te passen. Dit is wettelijk bepaald.
In nadere regels kunnen zaken als voorwaarden, tijdsduur en te maken afspraken worden opgenomen om meer duidelijkheid richting inwoners te geven.
9. Op de premie wordt de ontvangen kostenvergoeding, als bedoeld in artikel 31 tweede lid onder k van de Participatiewet, van de organisatie waarbij vrijwillig wordt gewerkt, in mindering gebracht. Premie en onkosten opnemen?? Deze kan er gewoon uit. Dan heb je dus kans dat je bij moet betalen als je boven de C 750,- komt? Of gewoon geen recht op hebt? KM vergoeding zijn ook onkosten.
De kilometer vergoeding wordt niet in mindering gebracht op de participatiepremie conform de belasting wetgeving. Een kostenvergoeding vanuit de vrijwilligersorganisatie wordt wel in mindering gebracht. Met kostenvergoeding wordt het bedrag bedoeld dat de vrijwilligersorganisatie aan de vrijwilliger verstrekt als vergoeding.
10. Uitgesloten zijn tevens uitkeringsgerechtigden aan wie vrijwilligerswerk is opgelegd als alternatief voor de tegenprestatie. Als je verplicht vrijwilligerswerk dus niet wel als je zelf vrijwilligerswerk hebt gezocht? Maar wel verplicht naar de Wurkjouwer en dan kun je
Dit lid is vervallen en uit de verordening gehaald.
6
het wel aanvragen heel raar. Graag deze eruit 11. Artikel 12 lid 4. De gemeenten zijn verplicht om elk jaar een aantal beschut werkplekken te realiseren. Er worden alleen extra beschutte werkplekken aangeboden als de raad daarvoor expliciet toestemming heeft verleend. Dit vanwege het budgetrecht van de raad en de kostbaarheid van beschutte werkplekken. Wanneer in ene jaar het aantal verplichte werkplekken is gerealiseerd kan er een wachtlijst ontstaan. In die wachttijd staan andere voorzieningen uit de verordening open. CR zou graag zien dat mensen niet 6 jaar thuis moeten wachten tot ze aan de beurt zijn.
Het college wil dit voorkomen en biedt in de tussenliggende periode een passend alternatief. Daarnaast wordt er gestreefd naar het beperken van een eventuele wachttijd en wordt hier tijdig op geanticipeerd.
12. Artikel 14. Aanvraagproces loonkostensubsidie. Het college stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. Wat is de redelijke termijn?
Een goede loonwaardebepaling vraagt een goede diagnosestelling (gesprekken tussen jobcoach en inwoner), minimaal één bedrijfsbezoek door een accountmanager, een gesprek tussen de werkgever en jobcoach en eventueel een observatie. Tevens vindt er nog een loonwaardemeting plaats. Er wordt ingestoken op vier weken, maar dit is niet altijd haalbaar. Het streven is om het aanvraagproces zo snel mogelijk te doorlopen. In ieder geval (ruim) binnen de wettelijke termijn van 8 weken.
Recent heeft het college besloten om te plaatsen boven taakstelling om hiermee de huidige wachtlijst op te lossen. De mogelijkheden om een nieuwe wachtlijst te voorkomen worden onderzocht.
1.3 Verwerking aanvullend advies Er is een aanvullend advies binnengekomen en dit wordt hieronder verwerkt. Onderwerp en advies
1.
2.
3.
De Cliëntenraad Werk en Inkomen SúdwestFryslân adviseert om de hoogte van de participatiepremie als bedoeld in artikel 9 tot het wettelijk maximumbedrag conform artikel 31 te verhogen (met jaarlijkse indexatie). Artikel 31: wettelijk maximum vrijgesteld bedrag van C 2.979 per kalenderjaar.
Reactie college
Het college neemt hier kennis van. De hoogte van de premie is vastgesteld door de raad en vormt daarmee het uitgangspunt. Het college kiest niet voor het aanpassen van de premie aangezien het op dit moment niet duidelijk is wat het effect is op (het voorkomen van) een armoedeval en op de uitstroom naar de arbeidsmarkt.
Tevens het advies om voorafgaande aan de start van de activiteiten duidelijke afspraken te maken over de premie verstrekking en deze in beginsel toe te kennen behoudens aantoonbare nalatigheid.
Zie 1.2 reactie advies/ vraag 8.
Tevens adviseert de Cliëntenraad Werk en Inkomen Súdwest-Fryslân om vrijwilligerswerk als bedoeld in artikel 11 ook als volwaardig alternatief voor een participatieplaats te beschouwen met een gelijkwaardige premie.
Zie 1.1 reactie advies/ vraag 8.
Dit zijn voorwaarden of bepalingen die in beleidsregels kunnen worden uitgewerkt.
Het college stelt de gedachtegang over het streven naar gelijkwaardigheid op prijs. Echter valt vrijwilligerswerk niet onder de participatieplaats als bedoeld in artikel 10a Participatiewet. Het zijn verschillende begrippen waartussen geen overlap bestaat. Een participatieplaats is gericht op het opdoen van werknemersvaardigheden en waarvoor artikel 10a speciaal als voorziening in de wet is opgenomen. Dat is anders bij
7
vrijwilligerswerk. Dat levert de betrokkene ook vaardigheden op, maar dat is niet specifiek het doel. Hierdoor is de aard van de voorzieningen verschillend en niet gelijkwaardig aan elkaar. De participatieplaats is een voorziening gericht op arbeidsinschakeling met begeleiding vanuit de gemeente en scholing (indien dit de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert). Anders dan vrijwilligerswerk; dit is zonder begeleiding vanuit de gemeente. De premies zijn hierdoor afwijkend van elkaar. De hoogte van de premie bij een participatieplaats is ongewijzigd overgenomen uit de huidige verordening en afgestemd met de GR gemeenten. 4.
De Cliëntenraad Werk en Inkomen SúdwestFryslân adviseert verder dat een vergoeding voor aantoonbaar daadwerkelijke gemaakte onkosten niet op de premie gekort zal worden.
Zie 1.2 reactie advies/ vraag 9. Er is onderscheid tussen een kosten- en onkostenvergoeding. Met onkosten wordt bijvoorbeeld een km-vergoeding voor de gereisde kilometers naar de vrijwilligersplek bedoeld. Een kostenvergoeding is het bedrag dat vanuit de vrijwilligersorganisatie aan de vrijwilliger wordt verstrekt als vergoeding voor de inspanningen/ werkzaamheden. De onkosten worden niet op de participatiepremie ingehouden, een kostenvergoeding daarentegen wel.
1.4 Re-integratievoorzieningen per doelgroep Hieronder wordt per doelgroep (korte en lange afstand tot de arbeidsmarkt) aangegeven welke voorzieningen het meest voor de hand liggend zijn. Echter moet hierbij worden opgemerkt dat elke voorziening voor elke doelgroep beschikbaar is. Er wordt per individu gekeken naar de best passende re-integratievoorziening en dat vraagt dus maatwerk.
Doelgroep
Re-integratievoorziening
Korte/ middellange afstand tot de arbeidsmarkt
- Werkervaringsplaats, ontwikkelplek en proefplaats - Scholing - Prestart traject eigen onderneming of zelfstandige - Beschut Werk - Persoonlijke ondersteuning bij werk en werknemersvoorzieningen - Plaatsingssubsidie (werknemers en werkgevers)
(Kans- en perspectiefrijk)
Langere afstand tot de arbeidsmarkt (Van waarde)
- Sociale activering - Participatieplaats - Scholing - Participatiepremie
8
1.5 Overzicht kenmerken re-integratievoorzieningen Hieronder wordt per re-integratievoorziening de inhoud, het doel en de duur van de reintegratievoorziening uiteengezet. De voorwaarden en specifieke bepalingen per voorziening worden nader omschreven in de in de verordening en eventueel nader op te stellen beleidsregels.
Re-integratievoorziening
Kenmerken
Werkervaringsplaats
- Inhoud: meelopen in een werkomgeving - Doel: ervaren of het soort werk passend is, opdoen specifieke werkervaring, in tact houden arbeidsverleden en leren werken in een arbeidsrelatie - Duur: 3 maanden (met mogelijkheid verlenging 3 maanden) - Een intentie om een persoon aansluitend een dienstverband aan te bieden is niet vereist
Ontwikkelplek
- Inhoud: meelopen in een werkomgeving - Doel: persoonlijke ontwikkeling als collega/werknemer, oefenen (sociale) vaardigheden, omgang verantwoordelijkheden, vergroten zelfvertrouwen e.d. - Duur: 3 maanden (met mogelijkheid verlenging 3 maanden) - Een intentie om een persoon aansluitend een dienstverband aan te bieden is niet vereist - Inclusief taalstages
Proefplaats
- Inhoud: meedraaien in het reguliere arbeidsproces - Voorwaarde: wederzijdse intentie voor het aangaan dienstverband (minimaal 6 maanden) - Doel: opdoen van de laatst benodigde vakvaardigheden voor een regulier dienstverband en/of onderzoeken onder welke condities er een dienstverband aan kan worden gegaan bij een kandidaat uit het doelgroepenregister of een persoon met een indicatie Beschut Werk. - Duur: maximaal 2 maanden (uitzonderlijke gevallen verlenging van 2 maanden)
Scholing
- Inhoud: noodzakelijke opleiding, training of cursus - Doel: bijdragen aan het vinden en/of behouden van arbeid. Bijvoorbeeld door het leren van benodigde bekwaamheden. - Duur: maximaal 2 jaar
Prestart traject eigen onderneming of zelfstandige
- Inhoud: advies- en begeleidingstraject gericht op het starten als zelfstandige - Doel: voorbereiden op het starten van een eigen onderneming - Duur: maximaal 12 maanden - Gedurende traject vrijgesteld van arbeidsverplichtingen
Beschut Werk
- Inhoud: een betaalde baan in een aangepaste werkomgeving met (intensieve) begeleiding - Doel: participeren in het arbeidsproces op een beschutte werkplek waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van de inwoner/ werknemer - Duur: dienstverband - Alleen voor inwoners met een indicatie Beschut Werk
Persoonlijke ondersteuning bij werk en werknemersvoorzieningen
Vormen van persoonlijke ondersteuning: 1. Jobcoaching in natura door de gemeente (in natura: het Werkleerbedrijf) 2. Interne jobcoaching door een jobcoach in loondienst bij werkgever (subsidie) 3. Externe jobcoaching door een re-integratiebedrijf (subsidie) 4. Interne werkbegeleiding door een werknemer op de werkvloer (subsidie) - Inhoud: begeleiding op de werkplek, hulp bij uitvoeren werkzaamheden en eventueel wegnemen belemmeringen op de werkplek
9
- Doel: uiteindelijk zelfstandig functioneren zonder een jobcoach - Duur: insteek maximaal 2 jaar en eventueel verlengen is mogelijk onder bepaalde voorwaarden. Duur en intensiteit van de begeleiding is maatwerk. - Beleidsregels: omschrijving doel en doelgroep, soorten persoonlijke ondersteuning, kwaliteitseisen interne werkbegeleider en voorwaarden persoonlijke ondersteuning - Alleen voor personen die zijn opgenomen in het doelgroepregister - Kan ook ingezet worden bij een werkervaringsplaats, ontwikkelplek of proefplaats Werknemersvoorzieningen: 1. Vervoersvoorziening (vb. reiskostenvergoeding, taxivervoer) 2. Noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische beperking (vb. tolk, hulp bij motorische handelingen) 3. Meeneembare voorzieningen (vb. orthopedische werkschoenen, brailleleesregel, rolstoel) 4. Werkplekaanpassing (vb.
speciaal beeldscherm, aangepaste bureaustoel, aanpassingen meubilair of inrichting) - Inhoud: een voorziening om structurele, functionele of fysieke belemmeringen te verminderen of weg te nemen om werk mogelijk te maken voor mensen die als gevolg van een aandoening (ziekte of gebrek) een afstand tot de arbeidsmarkt hebben - Doel: hulpmiddelen die nodig zijn voor personen met een arbeidsbeperking om aan het werk te komen en/of te blijven - Duur: maatwerk (afhankelijk van de situatie) - Beleidsregels: omschrijving algemene en aanvullende voorwaarden - Alleen voor personen die zijn opgenomen in het doelgroepregister - Het inzetten van werknemersvoorzieningen betreft maatwerk Participatieplaats
- Inhoud: het verrichten van additionele werkzaamheden in een werkomgeving - Doel: vergroten arbeidsinschakeling voor personen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt. Het leren (en wennen aan) werken, werken aan basis werknemersvaardigheden als omgaan met instructies, gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met collega’s. - Duur: wettelijk vier jaar. Tussentijds evalueren of de voorziening bijdraagt aan arbeidsinschakeling, anders re-integratieaanbod aanpassen. - Het inzetten van scholing is een optie - Alleen voor personen ouder dan 27 jaar
Sociale activering
- Inhoud: vrijwilligerswerk zonder externe begeleiding en activiteiten in de wijk of buurt - Doel: het verrichten van onbeloonde maatschappelijke activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als dat nog niet mogelijk is, gericht op zelfstandige maatschappelijke participatie. - Duur: maatwerk (afgestemd op de mogelijkheden en capaciteiten van de inwoner)
10