Bijlage 3 - BRDG rapport “Koudum, toetsing initiatief” maart 2024
Tekst van het document
Koudum Toetsing initiatief
Koudum Toetsing initiatief
Opdrachtgever: Projectnummer: Datum:
Gemeente Súdwest-Fryslân 1023.543 11/03/2024
Adres Telefoon E-mail Web
Wederik 1 9801 LX Zuidhorn 0594-528358 info@brdgadvies.nl www.brdgadvies.nl
3
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies S Procesmanagement
4
ínhoud 1
Inleiding
5
2
Situatieschets
7
2.1 Plannen 2.2 Argumentatie 2.3 Vergelijking 3
7 10 13
Beleidskaders
15
3.1 Europese Dienstenrichtlijn 3.2 Ladder voor Duurzame Verstedelijking 3.3 Gemeentelijke uitgangspunten
15 16 17
4
Trends en ontwikkelingen
19
5
Scenario’s
20
5.1 Kracht winkelgebied Koudum 5.2 Verhuizing Poiesz naar anderelocatie (toetsing Dienstenrichtlijn) 5.3 Uitbreiding Poiesz op huidige locatie 5.4 Geen verandering 6
Conclusies
20 21 24 24 25
Bijlage I - Gevoerde gesprekken
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
5
1
Inleiding
De Poiesz supermarkt in Koudum is momenteel in het centrumgebied van Koudum gevestigd. De Poiesz heeft aangegeven haar supermarkt te willen vergroten. Op de huidige locatie ziet zij daar geen mogelijkheden toe. Poiesz wenst te verplaatsen naar de Tjalke van der Walstraat waar voorheen een tuincentrum gevestigd was. De supermarkt heeft hiertoe een plan bij de gemeente ingediend. In 2023 is deze verplaatsing distributieplanologisch door ons onderzocht en heeft er een effectenanalyse en een toetsing aan gemeentelijke criteria plaatsgevonden. Inmiddels heeft de werkgroep dorpsbelangen en ondernemersvereniging Koudum (db&ovk) een alternatief plan voor een vergroting van de Poiesz op de huidige locatie ingediend bij de gemeente. Op dit plan zal eveneens een gedegen reactie van de gemeente dienen te komen. Het voorliggende rapport maakt een verdiepingsslag ten opzichte van het eerdere rapport uit 2023, waarbij nu ook de verschillende scenario’s met elkaar worden vergeleken en waarbij dieper wordt ingegaan op onder andere de Europese Dienstenrichtlijn.
Vraagstelling Enkele onderzoeksvragen staan centraal in deze rapportage: ^
•
^
Wat betekent de realisatie van de plannen (Poiesz en alternatief werkgroep) in het kader van de Dienstenrichtlijn? Is er juridisch gezien ruimte om op basis van het bestemmingsplan in relatie tot de Dienstenrichtlijn niet mee te werken aan de verplaatsing van de supermarkt?; Hoe verhouden de twee verschillende plannen zich tot elkaar op de korte en langere termijn? Naast aandacht voor de plannen zelf zal hierbij ook aandacht besteed worden aan de gevolgen voor de structuur en de kracht van het winkelgebied in Koudum; Welke verschillende factoren (zowel ruimtelijk economisch als financieel economisch) spelen een rol bij de initiatiefnemers van beide plannen; hoe verhoudt zich dit tot de drietal leidende principes die in de Detailhandelsstructuurvisie zijn genoemd? En is er in relatie tot vergelijkbare ontwikkelingen sprake van consistente beleidstoepassing?
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een situatieschets weergegeven; wat is de stand van zaken en hoe zien de verschillende plannen er feitelijk uit. Hoofdstuk 3 gaat in op de principes uit de Europese Dienstenrichtlijn en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Beide beleidsinstrumenten vereisen dat ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening goed en overwogen worden gedaan. In dit hoofdstuk wordt ook beknopt aandacht besteed aan de gemeentelijke uitgangspunten die van invloed zijn op de mogelijkheden om als supermarkt te vestigen, te verplaatsen en/of uit te breiden. In dit hoofdstuk wordt onder andere gekeken naar hoe de verschillende facetten van de plannen zich verhouden tot de Detailhandelsstructuurvisie en het drietal leidende principes vanuit het toetsingskader (initiatief mag geen afbreuk doen aan de kracht van kernwinkelgebieden,
6 initiatief mag geen afbreuk doen aan de beoogde dagelijkse verzorgingsstructuur, initiatief mag niet leiden tot structurele leegstand). In Hoofdstuk 4 worden enkele landelijke trends beschreven, die hun invloed ook in Koudum laten gelden. Hoofdstuk 5 gaat dieper in op de drie verschillende scenario’s, te weten een verhuizing van Poiesz naar de Tjalke van der Walstraat, een uitbreiding van Poiesz op de huidige locatie en een situatie waarin Poiesz onveranderd op de huidige locatie blijft. Bij de verschillende scenario’s wordt ingegaan op de plannen, de korte en lange termijneffecten en de gevolgen voor de winkelstructuur van het dorp. Hoofdstuk 6 eindigt met de belangrijkste conclusies.
7
2
Situatieschets
Het centrumgebied van Koudum ligt redelijk centraal in het dorp en wordt vooral gevormd door de Hoofdstraat en de Verlengde Hoofdstraat. Hier zijn nagenoeg alle winkels gevestigd, waaronder de supermarkt. Ander dagelijks aanbod in de Hoofdstraat bestaat uit drie vers speciaalzaken, namelijk de bakker, slager en groenteboer. Ook zijn er niet-dagelijkse winkels aanwezig in het centrum, zoals de boekhandel, bloemist, fietsenwinkel en modezaak.
2.1 Plannen Momenteel is er sprake van een tweetal plannen; één van de Poiesz (schetsontwerp) en één van de werkgroep dorpsbelangen en ondernemersvereniging Koudum (scenario studie). De plannen worden hieronder samengevat.
Schetsontwerp (Poiesz) In het schetsontwerp van Poiesz dat in 2022 bij de gemeente is ingediend, zijn meerdere alternatieve locaties buiten het kernwinkelgebied onderzocht. De locatie aan de Tjalke van der Walstraat 21-A wordt voorgesteld als meest geschikte en enig concreet mogelijke nieuwe locatie voor de Poiesz supermarkt. Op het terrein zat voorheen Fleurig Buiten; deze locatie is inmiddels door Poiesz aangekocht. Het huidige bestemmingsplan op deze locatie staat ‘Detailhandel’ toe, met uitzondering van een supermarkt. Het nieuw te bouwen pand zal grofweg 48m x 32m zijn, inclusief inpandig laden en lossen. Op de verdieping zijn de sociale ruimtes van ca. 100 m2 gepland. Het totale BVO komt daarmee op 1.455 m2 (exclusief overdekte laad^loshof). De verkoopruimte zal ca 1.075 m2 bedragen. Dit betekent dat de supermarkt per saldo ongeveer 200 m2 wvo groter gaat worden dan de huidige supermarkt. Er zullen op de nieuwe locatie 72 parkeerplaatsen gerealiseerd worden direct voor het pand. Op basis van een norm van 4 (of zelfs 5) Pplaatsen per 100 m2 bvo is dit aantal voldoende. Voor de bevoorrading is aan de achterzijde verharde manoeuvreerruimte ingepland.
8
Figuur 2.1: Schetsontwerp beoogde nieuwe locatie Poiesz Koudum
Deze door Poiesz gewenste locatie ligt buiten het kernwinkelgebied, op een afstand van circa 300 meter zuidwaarts. Met de auto is geen directe verbinding met de Hoofdstraat aanwezig, op de fiets is dat wel het geval. Een zichtrelatie ontbreekt tussen beide locaties. Op de achterblijvende locatie aan de Hoofdstraat wenst Poiesz de ruimte commercieel aantrekkelijk te kunnen maken door opsplitsing in bijvoorbeeld 3 kleinere units aan de zijde van de Hoofdstraat. Aan de achterzijde is dan woningbouw mogelijk. Deze plannen kunnen in overleg verder ingevuld worden.
9
Figuur 2.2: Huidige en beoogde nieuwe locatie Poiesz Koudum
Scenario studie (werkgroep dorpsbelangen en ondernemersvereniging Koudum) In 2023 is een scenario studie voor nieuwbouw van de Poiesz supermarkt op de huidige locatie ingediend. Hierin worden twee scenario’s weergegeven1: 1. Scenario I (voorkeursscenario werkgroep): nieuwbouw supermarkt op de bestaande locatie gecombineerd met woningbouw aan de Tjalke van der Walstraat. De entree van Poiesz komt aan de Hoofdstraat, er wordt een parkeerterrein (80 parkeerplaatsen) aangelegd op het perceel van Pries (een terrein aan de Smidsweg), er komt een gescheiden bevoorrading in een dok aan de achterzijde en de entree is te bereiken via een hellingbaan en loper. Op de al door Poiesz aangekochte locatie van de Tjalke van der Walstraat 21-A worden enkele woningen beoogd. 2. Scenario II: nieuwbouw supermarkt aan de Tjalke van der Walstraat 21-A gecombineerd met herontwikkeling van de Hoofdstraat en Smidsweg. Als de Poiesz vertrekt naar de beoogde nieuwe locatie, moet het kwalitatief herbestemmen van de achterblijvende locatie een voorwaarde zijn. Een kwalitatieve herbestemming kan bijvoorbeeld bestaan uit woningbouw aan de Smidsweg, het supermarktpand herverdelen naar de korrelgrootte van de Hoofdstraat en het mee ontwikkelen van aangrenzende percelen.
1 Let op: het gaat hier niet om een definitief alternatief plan, aanpassingen zijn mogelijk.
10
Figuur 2.3: Scenario I (nieuwbouw supermarkt huidige locatie)
Feitelijk gezien zijn er dus drie denkbare mogelijkheden in de toekomst: ^ Een verhuizing van Poiesz naar de Tjalke van der Walstraat (plan Poiesz); ^ Nieuwbouw van Poiesz op de huidige locatie (plan werkgroep); ^ Een onveranderde situatie waarbij Poiesz op de huidige locatie blijft. Wanneer Poiesz niet de mogelijkheid voor verplaatsing krijgt, hebben ze aangegeven op de huidige locatie te blijven zonder aanpassing van het pand. Poiesz zal dan niet uit Koudum vertrekken, maar vooralsnog evenmin een vergroting op de huidige locatie gaan uitvoeren. Met name in hoofdstuk 5 worden de verschillende scenario’s met bijbehorende effecten nader uitgewerkt.
2.2 Argumentatie Om tot een gedegen afweging te komen wat betreft de toekomst van Poiesz, is het van belang om te kijken naar de verschillende stakeholders en hun argumenten vóór en tegen de verschillende plannen. In deze paragraaf worden de ruimtelijk-economische en financieeleconomische belangen aan het licht gebracht.
Perspectief Poiesz Op de huidige locatie aan de Hoofdstraat ziet de Poiesz-supermarkt diverse belemmeringen, waardoor geen toekomstbestendige supermarkt op deze locatie kan blijven bestaan of gerealiseerd kan worden. De belangrijkste belemmeringen voor Poiesz zijn: ^ Te kleine oppervlakte; de huidige supermarkt is te klein om aan de wensen van de consument tegemoet te komen. De huidige supermarkt is 884 m2 wvo groot, waar tegenwoordig een moderne fullservice supermarkt minimaal 1.000 m2 wvo groot is
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
11
^
^
^
^
^
(vaak minimaal 1.200 m2 wvo). Hierdoor kan onvoldoende assortiment aangeboden worden. Vooral de nieuwe ontwikkelingen van de afgelopen jaren, zoals veel verse producten en seizoensproducten, zijn onvoldoende aanwezig. Klanten gaan nu steeds vaker naar andere locaties, waar dit assortiment wel wordt aangeboden; dan gaat het onder meer om plaatsen als Balk (1.000 m2 wvo) of Workum (1.044 m2 wvo). Verouderde winkel; de gangpanden zijn krap, waardoor bezoekers elkaar lastiger kunnen passeren. Ruimte voor vernieuwingen als zelfscan kunnen nu niet worden toegevoegd. Ook voor de werkomstandigheden van het personeel (Arbo-richtlijnen) is een oude winkel verre van optimaal. Onveilige en krappe situatie voor het laden en lossen; voor de bevoorrading moeten vrachtauto’s het relatief krappe centrum in rijden. Om bij het magazijn te komen is het onvermijdelijk dat ze moeten draaien en keren op een doorgaande weg; ze moeten achteruit in steken, waarbij sprake is van kruisend verkeer met passanten (zowel auto’s als fietsen). Te weinig parkeerplaatsen; het aantal parkeerplaatsen op dit moment bedraagt ongeveer 25 aan de achterzijde van de supermarkt; bij de huidige oppervlakte is ongeveer het dubbele aantal nodig. Ook in de Hoofdstraat liggen nog enkele parkeerplaatsen, maar deze worden vooral benut door bezoekers van de overige winkels. Zij maken ook gebruik van de P-plaatsen achter Poiesz.
De hele week door is het parkeerterrein druk bezocht, maar vooral in de weekenden en tijdens het seizoen levert het regelmatig problemen op. Hoogteverschil in het terrein en 2 entrees; de Hoofdstraat ligt een stuk hoger dan de Smidsweg. Poiesz heeft op dit moment aan beide zijden een entree, bij het parkeren en in de Hoofdstraat. Aan de achterzijde is zowel een trap als een hellingbaan; met een volle winkelwagen levert dit regelmatig problemen op. Ook de aanwezigheid van twee entrees kost winkelruimte. Matige bereikbaarheid; het centrum van Koudum ligt redelijk centraal in het dorp. Van alle kanten is het bereikbaar, maar er is sprake van krappe wegen met éénrichtingsverkeer. Vooral voor bezoekers met de auto, vanuit de regio of toeristen, is de bereikbaarheid niet optimaal. In een krap centrum is het lastig manoeuvreren. De supermarkten in de omgeving kennen een betere autobereikbaarheid met een betere parkeersituatie.
De Poiesz wil om deze redenen graag verplaatsen naar een locatie buiten het kernwinkelgebied (aan de Tjalke van der Walstraat). Op de beoogde nieuwe locatie worden alle bovengenoemde belemmeringen opgelost vanuit het oogpunt van Poiesz; de nieuw te bouwen supermarkt zal een grotere oppervlakte hebben, een moderne uitstraling, geen hoogteverschil in het terrein, een veilige en optimale situatie voor het laden en lossen en ruim voldoende parkeerplaatsen. Hier kan een toekomstbestendige supermarkt gerealiseerd worden met een functie voor Koudum, de regio en de toeristen. De inwoners van Koudum en omgeving hebben momenteel steeds sterker een argument om elders hun boodschappen te halen. Met een nieuwe supermarkt op de gewenste locatie zal dit verminderen. Financieel gezien zal het eigen plan van Poiesz veel gunstiger zijn dan het alternatieve plan van de werkgroep. De kosten van het eigen plan bestaan uit de aankoop van de grond (al aangekocht), de nieuwbouw van de supermarkt inclusief parkeerterrein en investeringen in het achterblijvende pand in de Hoofdstraat om het geschikt te maken voor verhuur en woningbouw. Tijdens de bouw van de nieuwe supermarkt kan de oude supermarkt open blijven. De kosten van het alternatieve plan van de werkgroep liggen aanzienlijk hoger.
Deze bestaan uit de sloop van de huidige supermarkt, de nieuwbouw van een grotere supermarkt, de aankoop en sloop van een aangrenzend pand/terrein (met mogelijk sanering) en de
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
12 aanleg van een parkeerterrein. De supermarkt zal tijdens de sloop en bouw voor een bepaalde tijd gesloten moeten worden en overlast bezorgen. Poiesz ziet het alternatieve plan zoals dat er nu ligt als een suboptimale situatie, die voor hen bovendien fors meer kosten met zich meebrengt. Poiesz heeft een vergroting op de huidige locatie in een eerdere fase zelf beoordeeld en geconstateerd dat dit onhaalbaar en niet realistisch is voor hen.
Perspectief ondernemers Koudum De werkgroep (bestaande uit zelfstandige ondernemers en dorpsbelangen) uit Koudum stelt dat de verplaatsing van de supermarkt naar een locatie buiten het kernwinkelgebied grote gevolgen zal hebben. Het alternatieve plan is opgesteld als startdocument om gezamenlijk tot de meest optimale oplossing te komen. Zij zien in dat het alternatieve plan op de huidige locatie niet de meest optimale zal zijn voor de supermarkt, maar wel voor het kernwinkelgebied en het dorp als geheel. De doelstelling van de ondernemers is een optimalisatie van het huidige kernwinkelgebied en niet enkel een optimalisatie voor de supermarkt, omdat zij van mening zijn dat de verplaatsing van Poiesz nadelig zal zijn voor alle andere ondernemers in de (Verlengde) Hoofdstraat (met name minder combinatiebezoek en daardoor minder consumenten). Het alternatieve plan ziet de werkgroep als een startdocument om uiteindelijk tot een realistisch alternatief voor een grotere supermarkt te kunnen komen. We geven hier enige verdere toelichting op het plan: ^ Getracht is om dezelfde wvo te realiseren als op de nieuwe beoogde locatie van Poiesz. Dit is een uitdaging: het aantal wvo past net wel of net niet op de huidige plek; de afstand tot de ‘buren’ wordt minimaal. Gevolg is dat er een relatief smalle steeg langs de supermarkt loopt om vanaf het parkeren bij de entree te komen.
Er is dan ook ruimte voor één entree, die aan de zijde van de Hoofdstraat is geplaatst. Op deze plek is het gemak voor de consument om ook de overige winkels te bezoeken het grootst; het betekent ook dat de weg vanaf het parkeren langer is; dit is voor een supermarkt geen optimale situatie (consumenten willen graag met een karretje boodschappen snel naar hun auto). ^ De bevoorrading is verschoven naar de andere zijde van de supermarkt en overdekt gemaakt. Hierdoor is sprake van een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Door deze verplaatsing is er geen sprake meer van kruisend verkeer met parkeerders, de vrachtauto’s moeten nog wel draaien op de openbare weg. ^ De ruimte van de huidige parkeerplaatsen worden volledig benut voor de vergroting van de supermarkt. Om voldoende parkeerplaatsen te kunnen realiseren is voorgesteld om de gronden en het woonhuis van het voormalige mechanisatiebedrijf aan te kopen (staat al leeg). Door sloop van het woonhuis en herinrichting van de gronden (en nog een deel van de gemeente) kunnen hier voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden (80 volgens eigen opgave) en is een lelijke plek in het centrum weggehaald. De afstand van de meeste parkeerplaatsen naar de entree van de supermarkt aan de Hoofdstraat wordt hiermee relatief lang, waarbij de doorgaande weg overgestoken dient te worden.
^ Het hoogteverschil tussen de Smidsweg en de entree van de supermarkt aan de Hoofdstraat wordt overwonnen door een soort lange hellingbaan langs de supermarkt. ^ In Koudum is behoefte aan nieuwbouw. Voorgesteld is om bijvoorbeeld op de supermarkt woningen/appartementen toe te voegen. Ook op de al door Poiesz aangekochte locatie aan de Van der Walstraat kunnen woningen gerealiseerd worden.
îgŞ BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
13 De werkgroep geeft diverse argumenten waarom de supermarkt niet uit het kernwinkelgebied zou moeten verdwijnen. Zij voelen zich hierbij gesteund door een recent onderzoek van een bureau voor landschapsarchitecten Polyfern2. Dit betreft een niet bestuurlijk stuk waarin onder meer het compacte centrum wordt aangehaald. De belangrijkste argumenten voor de werkgroep zijn: ^ Het compacte centrum is de kracht van Koudum. Consumenten vinden hier alle winkels (inclusief de supermarkt) dicht bij elkaar, waardoor het aantal combinatiebezoeken groot is. ^ Er ontbreekt een zichtrelatie van de winkels aan de Hoofdstraat met de beoogde nieuwe locatie van de supermarkt. Dat gaat ten koste van het combinatiebezoek. ^ Het zal lastig zijn om een geschikte invulling te vinden voor het achterblijvende pand van de supermarkt. ^ Het vestigingsklimaat van het kernwinkelgebied zal negatief beïnvloed worden als een supermarkt als trekker ontbreekt. Hetzelfde geldt voor bedrijfsovernames van huidige ondernemingen. Het aantal combinatiebezoeken zal inderdaad verminderen (zie ook verderop in dit rapport), terwijl ook het vestigingsklimaat zal verminderen, wanneer inderdaad geen sterke partij in het voormalige supermarktpand terugkomt.
2.3 Vergelijking In het volgende schema geven we een overzicht van een aantal feiten bij zowel het verplaatsingsplan van Poiesz als het alternatieve plan van de werkgroep, die objectief te beoordelen zijn. Plan Poiesz
Alternatieve plan (scenario I)
Bruto vloeroppervlakte (bvo)
1.344 + 100 verdieping
Ca. 1.300, uitgaande van 42x31m
Winkelvloeroppervlakte (wvo)
1.075
Ca. 1.000 (berekening BRDG)
Parkeren
72 parkeerplaatsen, direct voor de deur
Afstand tot kernwinkelgebied
Hemelsbreed ca. 300 meter
80 parkeerplaatsen in plan aangegeven, op afstand van de entree Direct in het kernwinkelgebied
Oplossen hoogteverschil
Niet nodig
Met forse hellingbaan vanaf parkeerterrein, via steeg
Bevoorrading
Overdekt, veilig
Overdekt, manoeuvreren op de weg
Financiën
Relatief eenvoudige bouw terwijl huidige supermarkt openblijft, kosten economisch verantwoord
Extra aankoop pand en grond, tijdelijk sluiting huidige winkel, duurder. Kosten economisch lastig of niet rendabel
In het alternatieve plan worden drie belemmeringen weggenomen, namelijk de verouderde staat van het pand, het relatief kleine parkeerterrein en in mindere mate de relatief kleine oppervlakte van de huidige supermarkt. Enkele andere belemmeringen worden ten dele of 2 Polyfern, In plak ûnder de sinne 2023
jgŞ BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies S Procesmanagement
14 niet opgelost. Het hoogteverschil in het terrein is op de huidige plek niet op te lossen. Dit geeft een situatie waarbij met winkelwagens naar beneden gelopen moet worden; het hoogteverschil is redelijk groot, waardoor dit geen optimale situatie is of kan worden. De oppervlakte van de winkel past er net in, maar dat gaat wel ten koste van onder meer een relatief smalle ruimte naast de supermarkt en de aanwezigheid van 1 entree. Deze entree ligt niet bij het parkeren, maar begrijpelijkerwijs aan de Hoofdstraat. De bevoorrading verbetert ten opzichte van de huidige situatie, maar functiemenging van bevoorradingsverkeer met wegverkeer blijft bestaan. In een krap centrum wordt dit bij voorkeur zo veel mogelijk vermeden, omdat het tot gevaarlijke situaties kan leiden. Het aantal parkeerplaatsen dat ingetekend staat (80) is mogelijk niet allemaal te realiseren, maar een significante (en voldoende) hoeveelheid parkeren lijkt realistisch. Kwalitatief is de parkeersituatie niet ideaal te noemen; de afstand van de meeste parkeerplaatsen tot de entree van de supermarkt is lang; men moet een openbare weg oversteken en via een relatief steile hellingbaan naar de supermarkt. Bovendien dient de bezoeker over een smal gedeelte van het P-terrein (met in- en uitrijdende bezoekers) het P-terrein op te rijden. Het is zeker niet onmogelijk of uniek, maar ook dit is geen ideale situatie.
Overigens is met het beoogde aantal parkeerplaatsen ook voor centrumbezoekers nog volop ruimte aanwezig op het parkeerterrein. Tot slot ligt de beoogde locatie van de parkeerplaatsen achter de tuinen van omwonenden; auto’s en winkelwagens kunnen mogelijk voor overlast zorgen. De supermarkt op de huidige plek groter nieuwbouwen met voldoende P-plaatsen is al met al technisch mogelijk, waardoor de supermarkt voor het centrum behouden kan blijven, maar een aantal belemmeringen worden slechts ten dele opgelost. Dat is dan ook de belangrijkste reden, in combinatie met de financiële aspecten, dat Poiesz dit scenario niet als een reële optie ziet. Een toekomstbestendige supermarkt is wat Poiesz betreft in het krappe centrumgebied niet te realiseren. De werkgroep geeft aan dat een suboptimale supermarkt in het centrumgebied te prefereren is boven een optimale supermarkt elders in het dorp.
15
3
Beleidskaders
De gemeente moet goede ruimtelijke argumenten hebben om het al dan niet toestaan van een verplaatsing te kunnen onderbouwen. De Europese Dienstenrichtlijn, de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en het gemeentelijke beleid vereisen dat de ruimtelijke argumenten zorgvuldig overwogen worden en dat er nagedacht wordt over de impact op de ruimtelijke ordening. Hieronder beschrijven we wat de Europese Dienstenrichtlijn, de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en het gemeentelijke beleid inhouden en waar op gelet dient te worden.
3.1 Europese Dienstenrichtlijn 3 De Dienstenrichtlijn is in 2006 door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie vastgesteld. In 2018 heeft het Europese Hof bevestigd dat de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is op detailhandel. Op basis van deze uitspraak wordt duidelijk dat de Europese Dienstenrichtlijn zich niet verzet tegen het opnemen van een branchebeperking, mits aan alle in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn genoemde voorwaarden wordt voldaan. De lokale overheid mag dus beperkingen opleggen aan detailhandelsvestigingen, mits aan deze voorwaarden wordt voldaan. De voorwaarden zijn cumulatief bedoeld, wat betekent dat aan alle drie de voorwaarden moet worden voldaan. Concreet betekent dit dat moet worden voldaan aan: het discriminatieverbod, de eis van noodzakelijkheid en de eis van evenredigheid. ^
Non-discriminatie: Non-discriminatie betekent dat het verboden is om bedrijven of personen te beperken op grond van de nationaliteit.
^
Noodzakelijkheid: Branchebeperkingen zijn alleen mogelijk als er een dwingende reden van algemeen belang bestaat. Het betreft de redenen die het Hof van Justitie van de EU als zodanig heeft aangemerkt, waaronder de volgende gronden: - openbare orde; - openbare veiligheid; - staatsveiligheid; - volksgezondheid; - handhaving van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel; - bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers; - eerlijkheid van handelstransacties; - fraudebestrijding; - bescherming van het milieu en het stedelijk milieu4; - diergezondheid; - intellectuele eigendom; - behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed; - doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid.
3 Handreiking Dienstenrichtlijn en ruimtelijke ordening (Ministerie van BZK & Ministerie van EZK, 2019) 4 In de rechtspraak zijn varianten en verfijningen van dit belang aanvaard, zoals: ‘behoud en bevorderen van aantrekkelijkheid, leefbaarheid, mix aan winkels, vitaliteit en waardering van het centrum en van een voldoende voorzieningenniveau en aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ en ‘streven naar zorgvuldig ruimtegebruik, bereikbaarheid en concentratie van functies’. Deze redenen zijn in de rechtspraak aanvaard ter rechtvaardiging van een ‘territoriale beperking in een ruimtelijk voorschrift’.
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
16 De onderbouwing en motivering van de noodzakelijkheid van een beperking hoeft minder uitvoerig te zijn dan die voor de evenredigheid. ^
Evenredigheid: Een beperking moet evenredig zijn tot het doel. Twee hoofdvragen zijn in dit verband van belang: 1. Is de beperking geschikt om het daarmee beoogde doel te bereiken? - Wordt de regeling coherent en systematisch toegepast? (Consistentievereiste) - Bereikt de regeling effectief het beoogde doel? 2. Gaat de beperking niet verder dan nodig is? Bij het consistentievereiste gaat het erom dat de regelgever de beoogde doelen op een samenhangende en systematische wijze nastreeft en voor gelijke gevallen gelijke beperkingen stelt. Argumenten om voor één specifieke situatie een uitzondering te maken op een brancheregeling worden doorgaans afgewezen. Als een uitzondering zou worden gemaakt, kan een vergelijkbare, later ingediende aanvraag niet worden afgewezen. Een dergelijke handelswijze zou afbreuk kunnen doen aan de coherente en systematische toepassing van de regeling (hypocrisietest). Als het probleem op een andere manier kan worden opgelost door het nemen van bepaalde maatregelen, dan kan een algeheel verbod op vestiging van (een bepaalde vorm van) detailhandel op een bepaalde plek te zwaar zijn.
3.2 Ladder voor Duurzame Verstedelijking In 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is hier de ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ aan toegevoegd. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd en zijn de drie treden van de Ladder losgelaten. Artikel 3.1.6. lid 2 van het Bro luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Daarbij wordt beoordeeld of er behoefte is aan de nieuwe stedelijke ontwikkelingen en of het gaat om stedelijk gebied. Als een plangebied in bestaand stedelijk gebied ligt en de stedelijke ontwikkeling in een behoefte voorziet, dan wordt voldaan aan de Ladder. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een extra motivering vereist.
De belangrijkste begrippen binnen de Laddertoets zijn: ^ Nieuwe stedelijke ontwikkeling: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ ^ Behoefte: ‘het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).’
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
17 ^
Bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.’
Aan de Ladder hebben we in het vorige rapport aandacht besteed. Diverse elementen die van belang zijn voor de Ladder zijn dat ook voor de Dienstenrichtlijn en komen verderop in deze rapportage weer aan bod.
3.3 Gemeentelijke uitgangspunten Ambitie Uit de Detailhandelsstructuurvisie Súdwest-Fryslân5 uit 2019 komen enkele ambities naar voren wat betreft de detailhandelsstructuur in de regionale kernen6 in de gemeente: ^ Het belang van gastvrijheid voor bezoekers en bewoners. Het detailhandels(service)niveau moet toegesneden zijn op het toeristische profiel van de gemeente; ^ Voor de leefbaarheid is het van groot belang dat er voor alle inwoners op aanvaardbare afstand (max. 5 km) minimaal een goed pakket aan dagelijkse voorzieningen aanwezig is. Er moet minimaal een servicesupermarkt van goede omvang zijn, bij voorkeur aangevuld met versspeciaalzaken. Voor het dorp Koudum zijn de volgende ambities uitgesproken: ^ Kwalitatieve versterking gericht op de lokale consument. De ambitie is gericht op behoud en waar mogelijk versterking van het relatief sterke en geconcentreerde boodschappenaanbod; ^ Het winkelaanbod moet een functie voor de kern en de omgeving blijven vervullen; ^ De Hoofdstraat met een deel van de Verlengde Hoofdstraat vormt het kernwinkelgebied. Deze concentratie moet worden gehandhaafd en waar mogelijk versterkt. Buiten het kernwinkelgebied moet nieuwvestiging van detailhandel worden voorkomen. In de Detailhandelsstructuurvisie wordt vermeld en erkend dat supermarkten een belangrijke rol spelen bij het functioneren van winkelgebieden.
In de gemeente zijn supermarkten de afgelopen decennia vaak uit dorpscentra verdwenen om reden van bereikbaarheid met de auto, parkeren en schaalvergroting. Vanwege het grote belang van supermarkten voor de dorpen is een toetsingskader voor supermarktinitiatieven ontwikkeld. Bij de uitwerking voor Koudum staat in het detailhandelsbeleid vermeld dat de concentratie van het winkelaanbod belangrijk is en zo mogelijk gehandhaafd dient te worden. Bij verplaatsing zal de concentratie gaan afnemen, waardoor dit tegen de visie lijkt in te druisen. Maar tevens staat in de visie dat de supermarkt (van voldoende omvang) een functie moet blijven vervullen voor de kern en de omgeving. Of dit op de langere termijn op de huidige locatie mogelijk is blijft derhalve een cruciale vraag.
5 Detailhandelsstructuurvisie herijking 2019 (Gemeente Súdwest-Fryslân, 2019) 6 Regionale kernen zijn Workum, Makkum, Wommels, Koudum, Heeg en Witmarsum. Deze kernen hebben een detailhandelsaanbod waarmee ze zowel de eigen lokale bevolking als die van omliggende kleine kernen bedienen.
18 Verder geldt voor beide plannen dat de supermarkt op korte afstand van de bewoners gevestigd is of zal zijn. Voor het toerisme is een locatie aan de Tjalke van der Walstraat eenvoudiger te bereiken en biedt een beter aanbod dan een grotere supermarkt in het centrumgebied.
Toetsingskader In aanvulling op de Detailhandelsstructuurvisie heeft gemeente Súdwest-Fryslân een toetsingskader opgesteld die ervoor zorgt dat de vestiging, verplaatsing en/of uitbreiding van supermarkten volgens een bepaalde lijn wordt beoordeeld. Het toetsingskader gaat uit van de bestaande structuur en locaties en van de meerwaarde voor kernwinkelgebieden. Afwijken daarvan wordt niet bij voorbaat uitgesloten, maar kan alleen op basis van gedegen onderzoek. Allereerst is het van belang dat een initiatief niet buiten de bebouwde kom of op een bedrijventerrein ligt. Als dit wel het geval is, zal er geen medewerking worden verleend aan het initiatief. Vervolgens wordt het initiatief ruimtelijk getoetst op de volgende punten: ruimtelijke effecten in de omgeving, bereikbaarheid, parkeren, bevoorrading en ruimtelijke kwaliteit en welstand. Het initiatief dient daarna getoetst te worden aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Daarnaast moet het initiatief voldoen aan een drietal leidende principes: ^ “Initiatief mag geen afbreuk doen aan de kracht van het kernwinkelgebied; ^ Initiatief mag geen afbreuk doen aan de beoogde dagelijkse verzorgingsstructuur; voor de overige winkelkernen (waaronder Koudum) is het van belang dat het huidige supermarktaanbod minimaal in stand blijft.
Het totaal aantal vierkante meters supermarkt in de winkelkernen mag door een initiatief niet achteruitgaan. Verder moeten de supermarkten goed per auto en fiets bereikbaar zijn voor inwoners en bezoekers van de winkelkernen. Initiatieven mogen verder geen negatieve effecten hebben op het functioneren van de aangewezen kernwinkelgebieden. ^ Initiatief mag niet leiden tot ontwrichting/structurele leegstand in de kern. Kortdurende leegstand is geen probleem, structurele leegstand kan dat wel zijn.”
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Procesmanagement
ē
19
4
Trends en ontwikkelingen
Diverse trends en ontwikkelingen hebben invloed op de winkelstructuur en de toekomst daarvan. We noemen hier enkele die relevant zijn voor de situatie in Koudum. ^
Online winkelen: Het gebruik van internet voor het doen van aankopen is de afgelopen jaren sterk blijven stijgen. Ook het aantal webwinkels en de online bestedingen groeien nog steeds. In de dagelijkse sector zijn er verschillende aankoopkanalen te bedenken, zoals pure onlineboodschappenservices (bijv. Picnic), online maaltijdbox services (bijv. HelloFresh), online boodschappenservices van fysieke supermarktketens en webwinkels van zelfstandige winkeliers. De afgelopen jaren hebben deze onlineservices hun marktaandeel weten te vergroten.
^
Schaalvergroting: Met name supermarkten kiezen steeds vaker voor ruim opgezette winkels met een breed en diep assortiment. Zodoende kunnen ze de steeds kritischer wordende consument voorzien in hun veranderende behoeftes. Bij deze trend moet opgemerkt worden dat er een tweedeling is; er zijn ook veel ondernemingen (vooral speciaalzaken) die voor een kleiner winkeloppervlak kiezen, waar sfeer, beleving en aandacht centraal staan.
^
Afname behoefte fysieke winkelmeters: De algehele vraag naar vierkante meters winkelruimte neemt af. Niet alleen online winkelen, maar ook demografische ontwikkelingen en veranderende consumentenbestedingen zijn hierin belangrijke factoren. De mate van afname in het aantal winkelmeters verschilt echter tussen winkelgebieden en tussen sectoren. Zo ervaren gebieden met relatief veel niet-dagelijks aanbod een sterkere concurrentie van het internet dan gebieden met voornamelijk dagelijks aanbod. In Koudum bestaat een sterk dagelijks aanbod (met meerdere vers speciaalzaken) wat een positief gegeven is gezien het feit dat dagelijkse winkels robuuster lijken te zijn tegen bovengenoemde factoren.
^
Ontwikkeling (vers)speciaalzaken: Gedurende de coronapandemie mochten vers speciaalzaken openblijven en groeide de waardering voor lokale winkeliers. Steeds vaker bezochten consumenten de lokale bakker, slager en groenteboer. Als we kijken naar het aantal vers speciaalzaken in Friesland in de categorieën bakker, slager en groenteboer zien we ten opzichte van 10 jaar geleden een flinke verschuiving. Rond 2014 telde Friesland 160 bakkers, 103 slagers en 36 groenteboeren. In 2024 zijn dat respectievelijk 134, 79 en 25. De trend van een afnemend aantal vers speciaalzaken zet nog steeds door. Deze ontwikkeling in Friesland wijkt niet af van het landelijke beeld.
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
20
5
Scenario’s
In dit hoofdstuk gaan we de drie verschillende scenario’s langs op met name het effect t.a.v. de Europese Dienstenrichtlijn. Aangezien zowel bij de Dienstenrichtlijn als bij de gemeentelijke criteria de kracht van het kernwinkelgebied in Koudum van groot belang is, gaan we hier als eerste op in. Het eerste criterium van de Dienstenrichtlijn - het discriminatieverbod - laten we hieronder verder buiten beschouwing. In alle gevallen is hiervan geen sprake.
5.1 Kracht winkelgebied Koudum Koudum is een relatief klein dorp met een geconcentreerd aanbod aan voorzieningen. In vergelijking met veel andere kernen van dezelfde omvang zijn hier nog relatief veel zelfstandige ondernemers actief. Niettemin is de afgelopen jaren het aanbod wel iets teruggelopen. Het afgelopen jaar is onder meer de drogist gesloten. In kleine kernen is de aanwezigheid van een supermarkt erg bepalend. Het is belangrijk dat inwoners in hun eigen dorp de boodschappen kunnen halen. Als een supermarkt goed functioneert heeft dit positieve effecten voor de overige winkels. De functie van het winkelgebied van Koudum is vooral gericht op het boodschappen doen. De nabijheid van het (dagelijkse) aanbod speelt hierbij een belangrijke rol. Hoe dichter de winkels bij elkaar zijn gelegen, hoe hoger het combinatiebezoek is. Uit beschikbaar onderzoek7 is gebleken, dat hoe groter de afstand tot een supermarkt is, hoe lager het combinatiebezoek. Figuur 5.1 Combinatiebezoek supermarkt
Bron: DTNP (passantenonderzoek 2021) Tussen de nieuwe locatie van de supermarkt en de Hoofdstraat is geen zichtrelatie; er tussenin zijn evenmin andere winkels gevestigd. Dit betekent dat bij een verhuizing van Poiesz uit de Hoofdstraat het combinatiebezoek zal gaan verminderen. In alle gevallen geldt evenwel op het schaalniveau van Koudum dat veel bezoekers op de ondernemer zèlf afkomen. De gunfactor in dorpen ligt over het algemeen hoog, zo ook in Koudum. Niet alle winkels zijn in dezelfde mate afhankelijk van de supermarkt. De verswinkels zijn dat het meest, maar winkels in de doelgerichte sector (bv. een fietsenzaak) zijn dat minder.
7 Bron: DTNP (2021, eerder ook in 2016, onder middelgrote steden)
21 Het bezoek aan het centrum zal niet verdwijnen. Het feit dat nagenoeg alle winkels vlakbij elkaar zitten en goed samenwerken, de verbeterde parkeersituatie (bij vertrek supermarkt) en de gunfactor zijn hier belangrijke redenen voor. Wanneer de trekkracht van de supermarkt gaat afnemen, dan heeft dit ook gevolgen voor de overige winkels. Er komen geleidelijk steeds minder bezoekers naar de supermarkt als deze niet in staat is om nog tegemoet te komen aan de wensen van de hedendaagse consument. Wanneer de supermarkt op de huidige plek gaat vergroten blijven nog veel van de huidige problemen onopgelost. Wanneer Poiesz gaat besluiten om niets te doen (wanneer verhuizing niet mogelijk blijkt) gaat de trekkracht nog sterker achteruit. De verschillen tussen de supermarkt in Koudum en die in andere plaatsen neemt steeds verder toe. In de situatie waarbij Poiesz op huidige plek blijft (vergroot of niet) zal het proces van minder bezoekers zich geleidelijker afspelen, maar de gevolgen zijn ook dan een verlies aan bezoekers in de Hoofdstraat. Dit proces is nu al aan de gang bij de supermarkt. De conclusie hiervan is dat zowel bij een verplaatsing van Poiesz naar de gewenste locatie als bij het blijven zitten op de huidige plek sprake zal zijn van een afname van de trekkracht van het kernwinkelgebied.
Wanneer Poiesz naar de gewenste locatie verhuist neemt de kracht van de supermarkt uiteraard toe; op deze locatie kunnen alle randvoorwaarden optimaal ingevuld worden. De kracht van het voorzieningenaanbod als geheel neemt dan toe, wat gevolgen heeft voor de trekkracht van Koudum als aankoopplaats. De eigen inwoners zullen minder snel naar een supermarkt in een andere plaats op zoek gaan. Vanuit de regio en de toeristische gebieden is de supermarkt een goed alternatief geworden. Als gevolg van een sterkere supermarkt zullen weer meer (nieuwe en uit onvrede verdwenen) bezoekers naar Koudum komen. De nieuwe locatie is vanuit het dorp goed bereikbaar; vanuit de regio en de toeristische locaties is de bereikbaarheid duidelijk beter dan op dit moment. Deze bezoekers zullen in sommige gevallen na een bezoek aan de supermarkt nog naar het centrum kunnen gaan; naast het verlies aan combinatiebezoekers kunnen er ook weer nieuwe bijkomen. De mate waarin combinatiebezoek toe- of afneemt zal ook afhankelijk zijn van wat er in het achterblijvende pand van Poiesz gaat gebeuren. De winkels zitten in Koudum dichtbij elkaar en de ondernemers werken goed samen. Het is dan ook een aantrekkelijk winkelgebied. De trend is evenwel al jaren dat het aantal zelfstandige winkels afneemt. Enkele ondernemers in Koudum staan de komende jaren voor overdracht van de winkel.
Ook bij handhaving van de supermarkt op de huidige plek kunnen in de nabije toekomst sommige winkels te maken krijgen met een weinig rendabele exploitatie. Een vertrek van de supermarkt kan dit proces versnellen, maar - gezien de trends - waarschijnlijk ook niet in alle gevallen voorkomen.
5.2 Verhuizing Poiesz naar andere locatie (toetsing Dienstenrichtlijn) Poiesz heeft aangegeven te willen verhuizen naar de nieuwe locatie aan de Tjalke van der Walstraat. In het geval de gemeente dit wil voorkomen is de Europese Dienstenrichtlijn van belang, aangezien de gemeente dan een branchebeperking dient op te leggen voor de gewenste locatie. Branchering gaat om het uitsluiten of beperken van de omvang van bepaalde soorten detailhandel (branches) in een bestemmingsplan. Momenteel maakt het bestemmingsplan op de beoogde nieuwe locatie in Koudum ‘Detailhandel’ mogelijk, met uitzondering van supermarkten. Om deze reden gaan we hieronder in op de verschillende elementen, die een rol spelen bij de Dienstenrichtlijn.
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
22 - Noodzakelijkheid Volgens de Dienstenrichtlijn zijn branchebeperkingen mogelijk als er een dwingende reden van algemeen belang bestaat. Dit algemene belang kan uit verschillende elementen bestaan, maar het beschermen van het ‘stedelijk’ milieu middels een goede ruimtelijke ordening wordt veelal genoemd. Maar ook de openbare veiligheid en bereikbaarheid kunnen hierbij een rol spelen (zie ook Hoofdstuk 3). De gewenste locatie van Poiesz ligt binnen de dorpsgrenzen, maar niet meer in het hart van het winkelgebied. In de ideale situatie is een supermarkt zo dicht mogelijk bij de overige winkels aan te bevelen en gewenst. Hiervoor is aangegeven dat zowel bij handhaving op de huidige plek als bij verhuizing naar de gewenste locatie vroeg of laat sprake zal zijn van minder reuring in het centrum van Koudum. Een supermarkt is de belangrijkste trekker van een dorp, maar wanneer deze supermarkt niet meer met de tijd (en de concurrentie) meekan neemt de trekkracht af. In het kader van de noodzakelijkheid is de leegstands- en leefbaarheidssituatie van belang. Op dit moment is er niet of nauwelijks sprake van leegstand in Koudum. Het aantal winkels is de afgelopen jaren wel afgenomen, maar de panden hebben een andere bestemming gekregen (vooral transformatie naar woningbouw). Op het moment van verhuizing naar elders blijft het pand van Poiesz in de Hoofdstraat achter.
Een voormalig supermarktpand is lastig opnieuw in te vullen door andere huurders; het opsplitsen van het pand ligt dan voor de hand. Gedacht wordt (zowel door Poiesz als door de ondernemers) aan een drietal units, hoewel dit uiteraard afhankelijk is van de mogelijkheden voor verhuur. Aan de achterzijde (Smidsweg) kunnen woningen gerealiseerd worden; hieraan is behoefte in Koudum. Overigens is het ook mogelijk om aan de zijde van de Hoofdstraat woningen te realiseren, wanneer commerciële verhuur niet mogelijk blijkt te zijn. Met het vertrek van de supermarkt uit het centrum is de verwachting dat minder ondernemers geneigd zullen zijn om zich nieuw te vestigen in het centrum, waardoor het lastiger zal worden om het pand van Poiesz op termijn weer gevuld te krijgen. Ook zullen sommige ondernemers moeilijker een opvolger kunnen krijgen. Hoewel de aantrekkelijkheid van het centrum overeind zal blijven, is een sterke publiekstrekker vertrokken. Het is niet uit te sluiten dat dit een negatief effect op het vestigingsklimaat heeft. Het vestigingsklimaat heeft met name te maken met de marktwerking en is iets anders dan de leefbaarheid in een centrum of dorp; de Dienstenrichtlijn let vooral op de leefbaarheid en of sprake is van langdurige leegstand en verloedering.
De leefbaarheid in het centrum van Koudum is niet in het geding; structurele leegstand zal niet ontstaan omdat de supermarkt ofwel commercieel wordt ingevuld ofwel er komen woningen op deze plek. Bij vertrek van de supermarkt is een andere grote publiekstrekker gewenst. De kans hierop in Koudum is evenwel niet heel groot. Het huidige winkelaanbod in het centrum is behoorlijk compleet, terwijl de omvang van de plaats niet heel groot is. Dit betekent dat de kans op enkele nieuwe ondernemers niet uitgesloten dient te worden, maar dat de kansen ook niet heel groot zijn. Hierdoor zal in de praktijk de ‘drukte’ in de straat per saldo gaan afnemen. De kans op leegstand zal op de korte termijn wel aanwezig zijn, maar op de langere termijn kan de ruimte bij gebleken onmogelijkheid tot verhuur worden benut voor woningbouw. Uiteraard heeft dit gevolgen voor de aantrekkingskracht van het centrumgebied; voor de leefbaarheid van de plaats Koudum is dit niet persé het geval. Vooralsnog blijft het voorzieningenniveau in Koudum als geheel op peil. Er is geen sprake van een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur in Koudum. Naast de bescherming van het stedelijk milieu spelen ook de openbare veiligheid en bijvoorbeeld de bereikbaarheid van de voorzieningen een rol. Bij de beschrijving van de plannen is reeds aangegeven dat deze elementen op de gewenste locatie sterk verbeteren.
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
23 -
Evenredigheid
^ Geschikt om doel te halen. Het doel voor Koudum is om de inwoners een supermarkt van voldoende omvang (toekomstbestendig) op geringe afstand te kunnen bieden als onderdeel van een goed totaal voorzieningenaanbod. Om de geschiktheid te bepalen gaat het onder meer om vestigingsfactoren en toekomstbestendigheid van supermarkten en om de functie van een winkelgebied met het belang van een supermarkt hierin. In vergelijking met veel andere winkels nemen supermarkten een speciale positie in waar het de vestigingsfactoren betreft. Dit heeft vooral te maken met de oppervlaktewens van een supermarkt en met het benodigde aantal en de kwaliteit van de parkeerplaatsen. Maar daarnaast spelen voor de Poiesz in Koudum ook nog diverse andere factoren een rol, zoals we eerder al hebben geconstateerd. Op de locatie aan de Tjalke van der Walstraat kan een voor de supermarkt nagenoeg ideale situatie worden gerealiseerd. Bij nieuwbouw op de huidige locatie zal de situatie in meer of mindere mate suboptimaal blijven. Voor de langere termijn zal dit geen toekomstbestendige situatie opleveren; vooral het parkeren (de ligging ten opzichte van de winkel) en de bereikbaarheid spelen hier een belangrijke rol. Op de nieuwe locatie zal de supermarkt ook weer interessant kunnen zijn voor nieuwe bezoekers, met name uit het regiogebied en voor de toerist.
De huidige locatie is voor de lange termijn niet geschikt om het doel te kunnen behalen. ^ Consistent beleid/hypocrisietest. Binnen de gemeente Súdwest-Fryslân zijn meerdere voorbeelden van vergelijkbare situaties. Aangezien elke plaats uniek is, is een echte vergelijking lastig te maken. Wel is aan te geven hoe de gemeente in andere plattelandsdorpen heeft geacteerd. Op relatief korte afstand van Koudum ligt de plaats Stavoren in dezelfde gemeente. Stavoren telt minder inwoners dan Koudum en had een beperkter aanbod aan overige winkels. De supermarkt in deze plaats (Coop) is nieuw gebouwd buiten het centrumgebied, met voldoende parkeerplaatsen voor de deur. Ook hier ligt de supermarkt uit het zicht van andere winkels. Een andere plaats in de gemeente is Makkum. Hier heeft de gemeente eveneens medewerking verleend aan de uitplaatsing van de supermarkt (Jumbo) buiten het centrum. Dit geldt ook voor het kleine IJlst, waar Poiesz buiten het centrale deel van de plaats is gelegen. Deze plaatsen zijn sterker afhankelijker van het toerisme dan Koudum, maar de kwetsbaarheid van het voorzieningenaanbod lag hoger. Een grotere plaats binnen de gemeente is Workum. Oorspronkelijk was Poiesz hier in het centrum gevestigd; deze is verplaatst naar een locatie buiten het centrumgebied, waar ook Aldi gevestigd is.
In de zin van consequent beleid kan gesteld worden, dat de gemeente in de kernen buiten Sneek en Bolsward over het algemeen medewerking heeft verleend aan de realisatie van een grotere toekomstbestendige supermarkt buiten het hart van de plaats. In feite heeft de gemeente een consequent beleid gevoerd in het geven van medewerking aan het uitplaatsen van supermarkten. ^ Gaat beperking niet verder dan nodig? Bij het opleggen van een branchebeperking is onderzoek naar de mogelijkheid van andere maatregelen van belang. In dit onderhavige geval van Poiesz gaat het dan vooral om het gegeven of de gemeente onderzocht heeft of heeft laten onderzoeken of alternatieven (zoals uitbreiding op de huidige plek of op een andere locatie in het centrum) ook mogelijk zijn. Poiesz heeft zelf eveneens diverse alternatieven overwogen. Ook de werkgroep in Koudum heeft een alternatief (uitbreiding op huidige locatie) onderzocht.
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Procesmanagement
ē
24
5.3 Nieuwbouw Poiesz op huidige locatie Het realiseren van een nieuwe supermarkt op de huidige locatie is niet eenvoudig. Niet alle problemen van de huidige supermarkt kunnen naar behoren worden opgelost, waardoor sprake zal zijn en blijven van een suboptimale situatie. Eerder is door Poiesz aangegeven dit niet als een realistisch scenario te beschouwen. In deze paragraaf gaan we uit van een theoretisch scenario, waarin de Poiesz toch voor uitbreiding op locatie zou kiezen. Belangrijk pluspunt voor de ondernemers is dat combinatiebezoek beter op peil kan blijven. Omdat op dezelfde locatie een nieuwe supermarkt moet komen, en de beschikbare ruimte krap is, zal tijdens de bouw veel overlast ontstaan. Het parkeren kan wellicht als eerste aangepakt worden, zodat dit geen probleem oplevert. Niettemin zal de winkel ook tijdelijk gesloten moeten worden, waardoor bezoekers elders hun boodschappen halen. Omdat diverse problemen bij nieuwbouw niet goed kunnen worden opgelost, heeft dit een negatief effect op de aantrekkingskracht, ondanks een mogelijke opleving direct na opening. Op de langere termijn zal deze supermarkt niet altijd goed kunnen beantwoorden aan de vraag van de consument en de verzorgingsfunctie voor het dorp niet goed kunnen invullen. De kans dat over enige jaren de conclusie getrokken wordt dat de nieuwe supermarkt te weinig aantrekkingskracht heeft is zeker aanwezig.
De bereikbaarheid van en de ligging in een krap centrum met parkeren op afstand van de winkel blijven belangrijke belemmeringen voor een moderne supermarkt. Onvoldoende en afnemende trekkracht van de supermarkt betekent voor het overige aanbod in het centrum, dat ook minder bezoekers naar hen zullen komen.
5.4 Geen verandering Poiesz heeft aangegeven niet op de huidige locatie een nieuwe supermarkt te willen bouwen. Wanneer een verhuizing geen doorgang kan vinden, zal de situatie vooralsnog blijven zoals nu. Dat betekent dat de problemen niet zijn opgelost, waardoor de kracht van de supermarkt steeds verder achteruitgaat. Op dit moment is al te merken dat klanten vaker hun boodschappen elders doen, onder meer omdat het assortiment onvoldoende tegemoetkomt aan de wensen van de klant en de bereikbaarheid te wensen overlaat. Het verschil tussen de supermarkt in Koudum en die in de omliggende kernen neemt steeds verder toe. Zowel het aantal klanten als de omzet bij de supermarkt van Poiesz in Koudum is de afgelopen 5 jaar per jaar minimaal 30Zo minder gegroeid dan het gemiddelde van Poiesz; dit was jaar op jaar het geval, dus cumulatief ontstaan grote verschillen. De supermarkt zal op termijn meer gaan fungeren als de winkel voor de vergeten boodschappen en niet meer als een volwaardige aanbieder worden beschouwd. Het gevaar dreigt dan van een neerwaartse spiraal, hetgeen tevens zijn weerslag zal hebben op de rest van het voorzieningenaanbod in het dorp. Bovendien is een verouderd supermarktpand niet een fraai aanzicht in het centrum van Koudum.
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
25
6 ^
^
^
^
Conclusies Welke factoren spelen een rol: o Koudum kent een aantrekkelijk en geconcentreerd winkelaanbod, waar ook de supermarkt deel vanuit maakt; de supermarkt kent evenwel de nodige problemen. Naast een te kleine oppervlakte zijn de bereikbaarheid in het centrum en het parkeren punten van zorg. De bevoorrading kan bovendien niet op een veilige manier worden uitgevoerd. o Verplaatsing van de supermarkt naar de Tjalke van der Walstraat geeft de supermarkt de mogelijkheid een optimale situatie te creëren; hiermee vertrekt Poiesz dan uit het centrumgebied. o Verplaatsing is voor de ondernemers een ongewenste situatie; zij hebben een alternatief plan voor nieuwbouw op de huidige plek opgesteld. Zij wensen hiermee de kracht van het centrum (combinatiebezoek, vestigingsklimaat) op peil te houden. o Op de huidige plek is nieuwbouw mogelijk, maar alle problemen worden niet opgelost en kunnen dat ook niet. Uiteindelijk kan hier wel een suboptimale maar geen toekomstbestendige supermarkt gerealiseerd worden. In de Detailhandelsstructuurvisie heeft de gemeente aangegeven, dat behoud van een goed voorzieningenaanbod belangrijk is voor de kleine kernen zoals Koudum. Specifiek worden ook supermarkten genoemd als dragers van dit aanbod. Daarentegen wordt ook gemeld dat voor Koudum een geconcentreerd aanbod in het kernwinkelgebied gewenst blijft.
In Koudum lijkt niet aan beide voorwaarden te kunnen worden voldaan. De kracht van het kernwinkelgebied van Koudum zal met een verplaatsing van de supermarkt verminderen. Maar ook bij nieuwbouw zal dit op den duur het geval zijn; bij handhaving van de huidige situatie zal dit nog sneller en eerder gebeuren. Dit proces zal zich meer geleidelijk ontwikkelen dan bij een verplaatsing. De landelijke trends (o.a. online winkelen, vergrijzing en afname speciaalzaken) werken hier niet in het voordeel. Van een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur zal niet direct sprake zijn bij verplaatsing aangezien elders in het dorp op korte afstand van de inwoners alle voorzieningen aanwezig blijven. Europese Dienstenrichtlijn: o Bij een branchebeperking dient de noodzakelijkheid en evenredigheid aangetoond te worden. Om de voorzieningen voor Koudum voor de langere termijn op peil te houden kan betoogd worden dat een verplaatsing gewenst is. In essentie gaat het om de vraag of een afname van de kracht van het kernwinkelgebied opweegt tegen meer bezoekers in Koudum als geheel met een moderne supermarkt, die ook op de langere termijn de verzorgingsfunctie voor het dorp goed kan blijven invullen.
o Als op een andere wijze (dan wel op een andere locatie) het doel van een goed voorzieningenaanbod ook op de lange termijn bereikt kan worden is een branchebeperking te overwegen; in het geval van Koudum lijkt dit op de lange termijn onvoldoende mogelijk. o Verder wordt het doel in de gemeente coherent en systematisch nagestreefd. Wat de hypocrisietest betreft heeft de gemeente in het verleden in diverse andere kleine kernen haar medewerking verleend aan de uitplaatsing van supermarkten uit het centrumgebied. o Kortom: in het kader van de Dienstenrichtlijn is het lastig om niet mee te werken aan de verplaatsing. De beoordeling van de kracht van het kernwinkelgebied, nu en in de toekomst, met en zonder verplaatsing van de supermarkt, rekening houdend met algemene trends, zal bepalend zijn. Tevens speelt het consistent voeren van beleid in de gemeente een niet onbelangrijke rol.
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Er Procesmanagement
26
Bijlage I
Gevoerde gesprekken
Onderneming 1 gesprekspartner Van der Bij Fietsen Corriente’s Kofjehúske Boekhandel Muizelaar Slagerij Klaas Hiemstra Wim’s Groenten en Fruit Bloembinderij Blom & Blêd Bakkerij Uilke en Janet de Vries Nanda damesmode en accessoires
Werkgroep (dorpsbelangen en ondernemersvereniging Koudum)
Poiesz directie Dhr. Schuil, bedrijfsleider Poiesz Koudum
BRDG Advies Wederik 1 9801 LX Zuidhorn 0594-528358 info@brdgadvies.nl www.brdgadvies.nl
BRDG Advies Ruimtelijk Economisch Advies Eř Procesmanagement