Bijlage 3 - Bijlage 3 Reactienota zienswijze ontwerpbestemmingsplan Scharnegoutum-Noord
Tekst van het document
Reactienota zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Scharnegoutum-Noord Zienswijze van de provincie De provincie heeft bij brief van 10 januari 2024 (ontvangen bij de gemeente 11 januari 2024) een zienswijze ingediend met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan Scharnegoutum-Noord. In de zienswijze worden 2 opmerkingen gemaakt: 1. Ten aanzien van archeologie vraagt de provincie om het aanvullend archeologisch onderzoek af te stemmen met de provinciaal archeoloog, voordat het plan wordt vastgesteld. 2. Ten aanzien van het aspect stikstof vraagt de provincie om de stikstofberekening van de meest actuele AERIUS-calculator toe te voegen. De provincie geeft tot slot aan dat de zienswijze als ongeschreven beschouwd mag worden als het aanvullend archeologisch onderzoek en de stikstofberekening voor de vaststelling van het plan aan de provincie wordt overlegd en de resultaten geen aanleiding geven tot aanpassing van het plan. Reactie gemeente 1. Zoals de gemeente in de reactienota vooroverleg van dit bestemmingsplan al heeft aangegeven wordt het uitgevoerde archeologisch onderzoek uitgebreid naar de groenzone, zodat het hele plangebied is gedekt en niet alleen de woningbouwlocatie. Het archeologisch onderzoek is inmiddels uitgevoerd. Het onderzoek toont aan dat er een intacte dekzandpodzol aanwezig is in het gehele gebied vanaf 3.18 m – NAP.
Daarom blijft de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 2’ van kracht op het totale plangebied vanaf een diepte van 2.90 m NAP (3.3 m -MV, waarbij een bufferzone van 0.30 m aangehouden is tot de top van het dekzand). In de planregels kan nu niet daadwerkelijk naar de FAMKE steentijd-bronstijd verwezen worden, aangezien het plangebied nu nog als ‘advieszone karterend onderzoek 3’op de FAMKE steentijd-bronstijd is aangeduid. Daarom worden in de planregels de voorwaarden, voor een gebied dat als ‘advieszone karterend onderzoek 2’ op de FAMKE zou staan aangegeven, opgenomen. Dit betekent dat bij ingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 2,90 m -NAP (3,30 meter beneden maaiveld) de aanvrager verplicht wordt om een karterend booronderzoek met eventueel aanvullend een waarderend onderzoek (wanneer er dekzandkoppen of ruggen zijn aangetoond) uit te laten voeren. Bij de actualisatie van de FAMKE zal dit plangebied aangemerkt worden als ‘advieszone karterend onderzoek 2’. De werkzaamheden die in het kader van het woningbouwproject plaatsvinden zullen niet tot deze diepte reiken. Wel zullen funderingspalen dit niveau bereiken, maar de verstoring die met het aanbrengen hiervan gepaard gaat is gering. Er zullen daarom geen voorwaarden voor archeologie aan de vergunning mee gegeven worden. 2.
De gemeente heeft de AERIUS-berekening van augustus 2023 vervangen door de meest actuele versie van AERIUS (correctie 6 november 2023). Deze berekening is tevens gedeeld met de provincie. Beoordeeld is dat voldoende duidelijk is gemaakt dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie. De nieuwe AERIUSberekening is opgenomen in de bijlage van de toelichting bij het bestemmingsplan.
Conclusie In de regels van het bestemmingsplan is artikel 7 ‘Waarde – Archeologie 2’ aangepast door pas een onderzoeksplicht vanaf een diepte van 2.90 m -NAP op te nemen (3.3 m -MV, waarbij een bufferzone van 0.30 m aangehouden is tot de top van het dekzand). Daarnaast is op de Verbeelding de dubbelbestemming ‘Archeologie Waarde 2’ voor het totale plangebied opgenomen. Tevens is in de toelichting de tekst aangepast en het uitgebreide archeologische onderzoeksrapport in de bijlage bij de toelichting opgenomen. Omdat de Regels en de Verbeelding worden aangepast leidt de zienswijze tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Voor wat betreft de nieuwe AERIUS-berekening: Deze is in de bijlage bij het plan opgenomen. De berekening leidt niet tot aanpassing van het plan.