CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bijlage 2 - Natuurtoets

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Planologyske ynstimming wensoarchkompleks Oppenhuizerweg 17 yn Snits2.021 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente

SÚdweçź-Fryslân

fcezl BugeTHajem a BrandĮiVé\fërĴtiėí0" geving 03.07.2024

Beknopte

natuuťtoets

Oppenh uizerweg

17,

Sneek

De initiatiefnemer is voornemens om de geldende bestemming van een perceel aan de Oppenhuizerweg 17 te Sneek te wijzigen van bestemming garagebedrijf met bijbehorende erven naar een woonbestemming teneinde de bestaande bebouwing te slopen ten behoeve van nieuwbouw. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) 1 of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 17 juni 2020 door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: bewolkt, droog, circa 19 ^ en een zwakke wind. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied bestaat uit geschakelde gebouwen en een parkeerplaats aan de Oppenhuizerweg 17 te Sneek (figuur 1 en foto's 1 t/m 4). Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Maria Louisestraat en in het oosten aan de Oppenhuizerweg. In het westen en oosten wordt het plangebied be­ grensd door aanliggende tuinen en een steegje. Binnen het plangebied staan een voormalige garage met loods, waarin nu een sportschool en rijschool gevestigd zijn. Daarnaast is een leegstaand woon­ huis aan de Maria Louisestraat 20 ook onderdeel van dit plangebied.

De loods is deels opgetrokken uit enkelsteens baksteen met een tondak van golfplaat, de andere de­ len van de sportschool en de rijschool hebben een plat dak met bitumen dakbedekking. Het woon­ huis uit de jaren '70 is opgetrokken uit enkelsteens baksteen en heeft een dak van dakpannen met aan de voorzijde twee dakkappelen. Aan de achterzijde gaat het dak over in een plat dak met dakter­ ras. Opgaande beplanting en oppervlaktewater zijn afwezig. Het omliggende terrein is volledig ver-

1 De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als be­ scherming van (Europese) natuurgebieden.

BügelHajema, Adviseurs voor leefomgeving en omgevingsrecht BNSP Vaart NZ 50. 9401 GN Assen T 0592 316 206 E info@bugelhaJema.nl W www.bugelhajema.nl

Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

hard. De plannen bestaan uit het slopen van de bestaande bebouwing en bouwen van een apparte­ mentencomplex.

Figuur 1. Onderzoeksgebied (rood omlijnd)

Foto's 1 t/m 4. Impressie van het plangebied op 17 juni 2020. Linksboven: het interieur van de loods. Rechtsboven: de achterzijde van de loods gezien vanaf het zuidoosten. De tuintjes zijn geen onderdeel van het plangebied. Linksonder: het plangebied gezien vanaf de noordoostzijde. Rechtsonder: de loods gezien vanaf de parkeerplaats aan de Oppenhuizerweg.

datum 10-07-2020

projectnummer 158.18.50.00.00

BĹigelHajema Adviseurs

2

Soortenbescherming

Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).

Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de ver­ boden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF - '24 juni 2020 11:27:51)' blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het plangebied diverse beschermde dier- en planten­ soorten bekend zijn. Het gaat voornamelijk om vaatplanten, vogels met jaarrond beschermde nesten en zoogdieren. De niet-bebouwde oppervlakte is compleet bestraat. Tussen de tegels groeit onder andere straat­ gras. Beschermde vaatplanten zijn niet aangetroffen. Uit de omgeving zijn wel de beschermde vaat­ planten Kartuizer anjer en knolspirea bekend. Gezien de terreingesteldheid en voedselrijkdom zijn deze niet in het plangebied te verwachten. Uit de omgeving zijn broedvogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus en gierzwaluw bekend (NDFF). In het woonhuis bieden onder andere openingen bij de dakkapellen en onder de dakpannen geschikte nestgelegenheid voor deze soorten. Ten tijde van het veldbezoek vloog een gierzwaluw een opening bij de rechterdakkapel binnen. Dit duidt op de aanwezigheid van ten minste één bezet nest van deze soort, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn.

Andere nest- en verblijf­ plaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten dan huismus en gierzwaluw kunnen worden uitgesloten. Het plangebied zal door het ontbreken van vegetatie geen belangrijk onderdeel vormen van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten. Huismus kan wel in de omgeving van het plangebied in de tuinen en groenperken foerageren. Door het ontbreken van opgaande beplanting of struiken in het plangebied, kan het voorkomen van een groot aantal broedvogels uitgesloten worden. Alleen soorten die vaak nestelen in gebouwen kunnen eventueel voorkomen, zoals zwarte roodstaart en spreeuw. De nesten van deze soorten zijn niet jaarrond beschermd.

datum 10-07-2020

projectnummer 158.18.50.00.00

BĹigelHajema Adviseurs

3

Figuur 5 t/m 10. Geschikte openingen voor huismus, gierzwaluw of vleermuis. Op foto 10, de invliegopening naar het gierzwaluwnest.

Uit de omgeving is een drietal vleermuissoorten bekend, namelijk gewone dwergvleermuis, laatvlieger en Myotis spec. (NDFF). Er zijn diverse geschikte invliegopeningen voor vleermuizen aangetroffen in de bebouwing. Het gaat daarbij vooral om openingen bij de dakkapellen en onder het boeiboord aan de achterzijde van de loods en de voorzijde van het woonhuis (zie foto's 5 t/m 10). Daarom kun­ nen vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing niet uitgesloten worden. Het plangebied kan daar-

datum 10-07-2020

projectnummer 158.18.50.00.00

BĹigelHajema Adviseurs

4

naast een zeer klein onderdeel van het foerageergebied vormen van soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Overige beschermde soorten uit de soortgroepen grondgebonden zoogdieren, amfibieën, vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet in het plangebied te verwachten vanwege het ontbreken van waarnemingen uit de omgeving van het plangebied (NDFF) en het ontbreken van vegetatie of opper­ vlaktewater. TOETSING Bij de sloop van de bebouwing gaat ten minste één jaarrond beschermde nestplaats van gierzwaluw verloren. Daarom is een ontheffing van de Wnb nodig voor het plan. Het is niet uitgesloten dat meer nestplaatsen van gierzwaluw en ook van huismus aanwezig zijn. Daarom is nader onderzoek nodig naar deze soorten. Verder is niet uit te sluiten dat met de sloop één of meerdere verblijfplaatsen van vleermuizen verlo­ ren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd, ook als deze tijdelijk niet in ge­ bruik zijn. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen of vleermuizen verblijfplaatsen in het pand hebben. Op basis van het nader onderzoek kan bepaald worden of negatieve effecten op de ver­ wachtte soorten optreden en of een ontheffing van de Wnb voor vleermuizen moet worden aange­ vraagd. Het plangebied vormt hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen.

In de omgeving van het plangebied is bovendien in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig voor de te verwachten soorten. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied tre­ den dan ook niet op. Voor de overige vogelsoorten, ook die in de directe omgeving kunnen broeden geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in ge­ bruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werk­ zaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt.

datum 10-07-2020

projectnummer 158.18.50.00.00

BĹigelHajema Adviseurs

5

Als gevolg van de ontwikkelingen worden naar verwachting geen verblijfplaatsen van algemene amfi­ bieën- en zoogdiersoorten verstoord en vernietigd. Deze soorten worden ook niet in hun voortbe­ staan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soor­ ten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming

Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescher­ ming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ont­ wikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn ver­ antwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid).

NATUUR BUITEN HET NNN Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNNgebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied. INVENTARISATIE In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op geruime afstand van het plangebied. Het meest nabij gelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied 'Witte en Zwarte Brekken' op een afstand van circa 2 kilometer ten zuiden van het plangebied. Dit gebied is niet stikstofgevoelig. Het meest dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is het oostelijke gedeelte van het 'Sneekermeergebieď op een afstand van circa 9 kilometer ten oosten van het plangebied.

datum 10-07-2020

projectnummer 158.18.50.00.00

BĹigelHajema Adviseurs

6

Het meest nabijgelegen NNN-gebied ligt op ruim 1,5 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als 'Natuur buiten het NNN' is op circa 1 kilometer ten zui­ den van het plangebied gelegen. Gronden die zijn aangewezen als ' weidevogelkansgebied' liggen op een afstand van ruim 2 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. TOETSING Gezien de grote afstand, de inrichting van het tussenliggende gebied met bebouwing, wegen en de aard van de ontwikkeling, zijn veel potentiële effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Over deze afstand kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Gezien de grote afstand tot het NNN, natuur buiten het NNN, weidevogelkansgebied en de aard van het plan, zijn geen negatieve effecten te verwachten op provinciale natuurgebieden. Het project is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie

Op basis van het veldbezoek d.d. 17 juni 2020 en het raadplegen van bronnen is mede gelet op de aard van de ontwikkeling een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Er is in ieder geval een ontheffing in het kader van de Wnb (soortenbescherming) nodig voor gierzwa­ luw. Op basis van nader onderzoek naar gierzwaluw moet worden bepaald hoeveel nesten precies aanwezig zijn. Verder komt uit de natuurtoets naar voren dat aanvullend onderzoek naar huismus en vleermuizen (gewone dwergvleermuis en laatvlieger) in het kader van de soortenbescherming van de Wnb noodzakelijk is. Daarnaast komt uit de inventarisatie naar voren dat het nodig is om bij de planning van de werk­ zaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Op basis van de stikstofberekening kan worden bepaald of een vergunning van de Wnb (gebiedsbe­ scherming) nodig is voor uitvoering van het plan. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Verordening Romte Fryslân.

datum 10-07-2020

projectnummer 158.18.50.00.00

BĹigelHajema Adviseurs

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464898/2