bijlage 3 Bestemmingsplan Oosthem - Ald Rien fase 2 (21-02-2023)
Tekst van het document
33/274
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Tijdens het voortraject van de planvorming is het dorpsbelang Oosthem – Nijezijl e.o. nauw betrokken geweest. In november 2021 heeft er een eerste kennismaking plaatsgevonden en is het Plan van Aanpak gepresenteerd. Het Raadsbesluit over het Plan van Aanpak en vaststelling voorbereidingskrediet is per mail aan hen teruggekoppeld. Vervolgens zijn in januari 2022 de vier stedenbouwkundige modellen aan het dorpsbelang gepresenteerd, waarbij werd ingestemd met alle varianten met daarbij een lichte voorkeur voor één daarvan. Deze voorkeur en andere aandachtspunten zijn meegenomen in de verdere uitwerking. Tijdens een overleg in maart 2022 is een update over het proces gegeven, inclusief een toelichting van de planeconoom. Eind mei is de definitieve stedenbouwkundige uitwerking gepresenteerd aan het dorpsbelang en is men geïnformeerd over het vervolgproces inclusief de planologische procedure. Het bestemmingsplan doorloopt een uitgebreide procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun mening op het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt een nadere toelichting. Voorontwerpfase Dit voorontwerpbestemmingsplan is voor zes weken ter inzage gelegd en is in het kader van vooroverleg verzonden aan de overlegpartners.
De resultaten van dit vooroverleg en de inspraak zijn aangegeven in bijlage 9 en verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen formele bestemmingsplanprocedure doorlopen. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen. Een ieder kreeg de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. Vaststellingsfase Ten aanzien van eventuele ingekomen zienswijzen is een gemeentelijk standpunt bepaald in de zienswijzennota. Het resultaat van de zienswijzennota is verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan op basis hiervan gewijzigd vast. Hierbij is ook een ambsthalve wijziging in het bestemmingsplan opgenomen, zoals is aangegeven in het Vaststellingsbesluit (PM). Tot slot is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
34/274
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een gemeentelijke ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De gemeente heeft aangetoond dat het plan financieel haalbaar is. Kostenverhaal Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gronden worden door de gemeente zelf uitgegeven, waardoor er geen noodzaak is voor het opstellen van een exploitatieplan.
35/274
36/274
Bijlagen toelichting
37/274
38/274
Bijlage 1
39/274
Mobiliteitstoets
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN AAN CC
12 april 2022 Martijn van Delden
PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)
MOBILITEITSTOETS ONTWIKKELING OOSTHEM - ALD RIEN AANLEIDING Gemeente Súdwest-Fryslân wil in Oosthem de ontwikkeling Ald Rien fase 2 mogelijk maken. Om de verkeerskundige effecten hiervan in beeld te brengen is een mobiliteitstoets uitgevoerd. In de voorliggende mobiliteitstoets wordt onder andere getoetst of de verkeerstoename op een goede en verkeersveilige wijze kan worden afgewikkeld en of er in voldoende mate in de parkeerbehoefte wordt voorzien.
BESTAANDE SITUATIE Ligging Ten noorden van de kern Oosthem is de Gemeente Súdwest-Fryslân voornemens om een woningbouw te realiseren. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1 Ligging projectgebied Oosthem (blauwe omkadering)
Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plangebied wordt in de toekomstige situatie op twee manieren ontsloten, namelijk op de Ald Rien en op de Nessenwei. Het plangebied zal voor het grootste deel ontsloten worden in de richting van De Cingel. Ter hoogte van de kruising met de Zuidwesthoekweg zal in de meeste gevallen in noordelijke richting worden gereden naar Sneek en via de Kern IJlst naar de N345 en de N7. Een kleiner deel van het verkeer zal via de Nessenwei in noordelijke richting rijden in de richting van Nijland. De Ald Rien en de Nessenwei zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom waarbij een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. De Cingel en de Zuidwesthoekweg zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg buiten de bebouwde Op deze wegen geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur. Langzaam verkeer Op de Ald Rien, Nessenwei en Cingel zijn geen aparte fietsvoorzieningen aanwezig en deelt het fietsverkeer de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. Langs de Zuidwesthoekweg ligt aan de oostzijde een vrijliggend tweerichtingen fietspad. Openbaar vervoer Het plangebied is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Op circa 500 meter loopafstand ligt een bushalte aan De Cingel. Hier halteert 1 maal per uur buslijn 9001. Deze buslijn verbindt onder andere Oosthem met NS station IJlst.
Vanaf station IJlst gaat 1 maal per uur een trein in de richting van Sneek en Leeuwarden.
BOOGDE ONTWIKKELING De planontwikkeling voorziet in de realisatie van circa 15 woningen. Het is in dit stadium nog niet bekend om wat voor type woningen het gaat.. Daarom is voor deze mobiliteitstoets uitgegaan van een worst-case scenario waarbij alle woningen zijn aangemerkt als ‘vrijstaande woningen’.
VERKEERSGENERATIE EN TOEDELING Verkeersgeneratie In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als grasland. Dit genereert geen verkeer. De verkeersgeneratie van de toekomstige woningbouw is berekend aan de hand van kengetallen uit CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetalen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Op basis van data van het CBS is de stedelijkheidsgraad vastgesteld als ‘Weinig stedelijk’. De gebiedsligging van het initiatief betreft ‘rest bebouwde kom’. Tabel 1 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling
Toekomstige situatie Functie
Aantal
Kengetal
Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)
Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)
Koop, vrijstaand
20
8,2 per woning
164,0
182,0
164
182
Totale toename
De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een verkeerstoename van 164 mvt/etmaal gedurende de gemiddelde weekdag. Bij het beoordelen van de verkeerskundige effecten zijn de werkdagintensiteiten bepalend. Om deze te bepalen is gebruik gemaakt van de omrekenfactor voor de functie wonen van 1,11 (CROW 381) De verkeerstoename op een gemiddelde werkdag komt daarmee op 182 mvt/etmaal.
2/5
Verkeerstoedeling Het plangebied wordt op twee manieren ontsloten. Via de westzijde op de Nessenwei en via de zuidzijde op de Ald Rien. Er wordt uitgegaan van een evenredige verdeling binnen het plangebied op de Nessenwei en de Ald Rien. Het verkeer vanaf de westelijke in- en uitrit wikkelt voor 20% af naar het noorden en de overige 30% af naar het zuiden richting IJlst. Het verkeer vanuit de zuidelijke in- en uitrit wikkelt voor 10% af naar het noorden over de Nessenwei en voor 40% naar het zuiden richting IJlst. Op figuur 2 en 3 is de verkeerstoedeling per ontsluiting te zien.
Figuur 2 verkeerstoedeling ontsluiting Nessenwei
Figuur 3 verkeerstoedeling ontsluiting Ald Rien
De verkeerstoename op een gemiddelde werkdag bedraagt 182 mvt/etmaal. Hieronder een overzicht van de verkeerstoename op de verschillende wegvakken na planontwikkeling. Tabel 2 Verdeling verkeersgeneratie projectgebied op omliggende wegvakken
Wegvak
Toedeling
Verkeersgeneratie in mvt/etmaal (werkdag)
Ald Rien Nessenwei (tussen ontsluiting projectgebied en Pytsjepolle)
50% 30%
91 55
Nessenwei (tussen ontsluiting projectgebied en Ald Rien)
40%
73
Nessenwei (tussen Ald Rien en De Cingel)
70%
127
De Cingel (tussen Nessenwei en Zuidwesthoekweg)
70%
127
3/5
BEOORDELING EFFECTEN Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De beoogde ontwikkeling zal worden ontsloten op de Nessenwei en op De Cingel. De Nessenwei heeft een wegbreedte van circa 4,6 meter en De Cingel een wegbreedte van circa 4,7 meter. De voorrang op de kruispunten is gelijkwaardig en er zijn een beperkt aantal snelheidsremmers op de betreffende wegen aanwezig. Gezien de functie en inrichting van de Nessenwei en De Cingel, kunnen dit soort type wegen zonder problemen circa 4.000 mvt/etmaal vlot en veilig verwerken. Ondanks dat er geen verkeersintensiteiten bekend zijn, kan wel een uitspraak worden gedaan over de verkeersintensiteit op de Nessenwei en De Cingel. De wegen maken namelijk onderdeel uit van de ontsluiting van een aantal kleine kernen in het buitengebied waaronder Abbergaesterrige, Folgare en Remwerd.
De verwachte verkeersintensiteiten op de Nessenwei en Cingel is daarmee naar verwachting beperkt, waardoor de verkeersintensiteit naar verwachting ruim onder de 4.000 mvt/etmaal zal zitten. Ook niet wanneer verkeersintensiteit met 182 mvt/etmaal als gevolg van de ontwikkeling zal toenemen. De verkeersafwikkeling na planbijdrage zal dan ook niet tot knelpunten leiden. Ook voor de beoordeling van de verkeersveiligheid kan gesteld worden dat de toename als gevolg van het plan dermate gering is en de wegen een relatief lage verkeersintensiteit kennen ten opzichte van de capaciteit van de weg, dat de verkeersveiligheid op deze wegen na planontwikkeling niet leidt tot knelpunten.
4/5
Parkeren De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen (Parkeernormennota Súdwest-Fryslân 2018). In de nota wordt voor woningen onderscheid gemaakt in prijs of woonoppervlak. Omdat voor de betreffende ontwikkeling de woningtypen nog niet bekend zijn, is bij het bepalen van de parkeerbehoefte, net als bij het bepalen van de verkeersgeneratie, uitgegaan van een worst-case scenario. Daarbij is uitgegaan van de hoogste parkeerbehoefte per woning. Dat is het geval bij woningen van het type ‘Koop/huur, duur/midden’ De parkeernorm hiervan bedraagt 2,0 parkeerplaats per woning. Tabel 3 Parkeerbehoefte plangebied
Functie
Aantal
Parkeerkencijfer
Parkeerbehoefte
Koop, vrijstaand
20
2,0 per woning
40 pp
Totale toename
40 pp
Uitgegaan wordt dat de berekende parkeerbehoefte volledig binnen het plan zal worden opgelost.
CONCLUSIE De planontwikkeling van 20 woningen levert, uitgaande van een worst-case scenario waarbij wordt uitgegaan dat alle woningen vrijstaande koopwoningen zijn, een verkeersgeneratie op van 182 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Dit verkeer wordt via twee aansluitingen op het bestaande wegennet afgewikkeld, namelijk via de Nessenwei en Ald Rien. Gezien de inrichting en functie van de omliggende wegen, zal de toevoeging van het verkeer als gevolg van de planontwikkeling niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte van het plan bedraagt maximaal 40 parkeerplaatsen, uitgaande van een worst-case scenario waarbij alle woningen van de categorie zijn met de hoogste parkeernorm. Uitgegaan wordt dat de volledige parkeerbehoefte binnen het plan zal worden opgevangen waardoor de planontwikkeling niet zal leiden tot parkeerproblemen. De aspecten verkeer en parkeren staan de planontwikkeling dan ook niet in de weg.
5/5
Bijlage 2
45/274
Beeldkwaliteitsplan
Oosthem Beeldkwaliteitseisen Ald Rien fase 2 Dit betreft een wijziging van de Welstandsnota.
Oktober 2022
Juli 2022
INHOUD 1. Inleiding 2. Visie op hoofdlijnen 3. Gewenste beeldkwaliteit 4. Criteria bebouwing
1. INLEIDING Aan de noordzijde van Oosthem ligt de recentste woningbouwlocatie aan de Ald Rien fase 1. In december 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de uitbreiding van het woongebied Ald Rien in Oosthem, met een tweede fase van maximaal 20 woningen aan de noordzijde van fase 1. Hierbij wordt ook een goede landschappelijke inpassing opgezet om de overgang naar het buitengebied op goede wijze vorm te geven. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het dorp Oosthem. Het plangebied omvat agrarische gronden, die grenzen aan de straat Ald Rien en ten oosten van de Nessenwei liggen. Er is een bestemmingsplan opgesteld om de ontwikkeling van woningen mogelijk te maken. Voor de toetsing van de toekomstige woningen aan beeldkwaliteit, is dit beeldkwaliteitsdocument opgesteld en dit is ook een wijziging van de vastgestelde Welstandsnota. Het document geeft welstandsrichtlijnen voor de bebouwing en geeft aan welke ambitie wordt voorgestaan en hoe de verkaveling en woningen zullen worden vormgegeven. Het document is opgesteld om: • • •
een aantrekkelijk woonmilieu tot stand te brengen; de ontwikkelende partijen te inspireren en vooraf informatie te geven over de welstandscriteria; de welstandscommissie een kader aan te bieden waarbinnen de toetsing van bouwplannen dient plaats te vinden.
Incidenteel kan gemotiveerd van de criteria worden afgeweken, mits er sprake is van een overtuigende kwaliteit en van gevoel voor de omgeving. In dergelijke incidentele gevallen wordt expliciet aan de welstandscommissie voorgelegd of een uitzonderingssituatie vanwege de kwaliteit van het bouwplan gerechtvaardigd is.
Figuur 1: ligging locatie
2. Visie op hoofdlijnen De achtergrond Vanaf 2007 is de eerste fase van de woningbouwlocatie aan de Alde Rien ingevuld. In de plannen is altijd sprake geweest van een tweede fase en in december 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de uitbreiding van het woongebied Ald Rien in Oosthem, aan de noordzijde van fase 1. De tweede fase zal ook de verdere afronding betekenen van de eerste fase, door een goede landschappelijke inpassing en waterberging, om de overgang naar het buitengebied op goede wijze vorm te geven. Het plangebied omvat lager gelegen agrarische gronden en al een gedeelte opgehoogde grond aan de kant van de eerste fase.
De oorspronkelijke opzet van fase 1 Uitgangspunten in de verkaveling waren het integreren van het sportveld. De ligging van de wegen in het plangebied was gebaseerd op de loop van de bestaande vaart de Alde Rien en de rafelige randen van het plangebied. De oost-west gerichte weg eindigde in een open plek met zicht op het water en het open landschap. De boombeplanting rondom het sportveld was in samenhang met de opgaande beplanting langs de oost-west gerichte weg gedacht. De landschappelijke inpassing van de bebouwing was in het gebied een belangrijk aandachtspunt. Een bebouwingsvrije zone van 5 meter langs het water (ook waterkering) en een gedekt kleurgebruik droegen bij aan een goede inpassing. Daarnaast werden eisen gesteld aan de hoekoplossingen en werd aandacht gevraagd voor de erfafscheidingen. Er was een indeling in individuele en projectmatige bouw. Bij projectmatig bouw zou van nature een samenhangend bebouwingsbeeld ontstaan. Qua architectuur werd gedacht aan baksteenarchitectuur. Het gebruik van plaatmateriaal, en vlakken hout etc. was niet toegestaan.
Algemene uitgangspunten beeldkwaliteit fase 2 De omgeving van het plan wordt gekenmerkt door een grote openheid van het landschap, de vaart de Alde Rien aan de oostzijde en aan de westzijde de Nessenwei, die buiten het dorp als een dijk door het landschap kronkelt. De eerste fase bevindt zich aan de zuidzijde van het te ontwikkelen gebied. Fase twee borduurt voort op de gewenste structuur rondom het sportveld en de daaruit voortkomende bebouwings- en verkeersstructuur. Vanuit klimaat en gesloten grondbalans, wordt alleen de nieuwe toegangsweg vanaf de Nessewei opgehoogd en het gebied daartussen met fase 1. De woningen aan de noordkant van de nieuwe ontsluitingsweg hebben daarom geen maaiveld op boezempeilniveau en grenzen aan de achterkant aan polderpeil. De woningen vormen de overgang in het beeld naar het verhoogde gebied richting het zuiden. Figuur 2: Opgave fase 2
Figuur 3: Voorbeeld verkaveling en indicatieve bebouwing
Vanuit de woonkwaliteit en nodige waterberging in het gebied wordt er aan de noordzijde een waterplas aangelegd op polderniveau. Deze waterplas heeft een functie voor opvang van regenwater in het gebied (waterberging) en kan "meebewegen" met de seizoenen. Dit heeft ook veel natuurwaarde. Daarnaast kan de vrijkomende grond gebruikt worden om het gebied op te hogen.
De bebouwing langs het voetbalveld is de zichtzijde van het plan vanaf de doorgaande weg en zal zoveel mogelijk eenzelfde uitstraling krijgen als de woningen van fase 1, dat geldt ook voor de 5 onder een kap woningen. De woningen aan de Alde Rien zijn vrije kavels en individueel en krijgen gedekte kleuren als overgang/zicht vanaf het open landschap. De bebouwing aan de noordzijde vormt de overgang naar het open landschap. Aan die zijde kent het plan een asymmetrische kap, met een lage goot aan de waterzijde en een lage goot aan de straatzijde.
Figuur 4: doorsnede waterwoningen
De toe te passen kleuren in de gevels – geel, geelbruin, beige en houtkleur – plus ecologisch, biobased en circulair materiaalgebruik, sluiten goed aan bij de vele rietkragen aan deze zijde van het plangebied en zorgen daarmee, naast de terughoudende bouwhoogtes, voor een goede landschappelijke inpassing.
3. Gewenste beeldkwaliteit Voor de beeldkwaliteit is het gebied Ald Rien fase 2 verdeeld in de volgende deelgebieden: 1. Één vijf onder een kapwoningblok en twee twee onder een kapwoningen langs het voetbalveld 2. Zes projectmatige waterwoningen 3. Vier vrije kavels langs de Ald Rien.
Figuur 5: Kaart met deelgebieden
Figuur 6: Projectmatig en individueel
Figuur 7: Uitgangspunten nokrichting
Gebied 1 Één vijf onder een kapwoningblok en twee twee onder een kapwoningen langs het voetbalveld De architectuur sluit aan bij de architectuur van de eerder gerealiseerde fase: baksteen architectuur, rode en grijze tinten en projectmatig.
Gebied 2 Zes projectmatige waterwoningen. De toe te passen kleuren in de gevels – geel, geelbruinig, beige, houtkleur geven een beeld wat opgaat in het landschap. De projectmatige opzet geeft een beeld dat de woningen verschillend kunnen zijn, maar zijn wel eenduidig qua opzet en materiaal en zijn duidelijk familie van elkaar. Het materiaal is voornamelijk hout en zoveel mogelijk ecologisch, biobased en circulair. Plaatmateriaal als dak is mogelijk, zonnepanelen zijn gewenst. De woningen staan op palen of zijn drijvend en liggen los van de berm van de toegangsweg. De berm en zones tussen de woningen hebben een natuurlijke inrichting met water, steigers en rietzones.
Daarnaast zijn er voorzieningen die er per woning nodig zijn, zoals postbussen, containerplekken, bergingen en fietsenstalling en parkeerplekken. Er wordt naar gestreefd dit zoveel mogelijk te groeperen op de kant en indien individueel dan zoveel mogelijk op dezelfde manier per woning.
Gebied 3 Vier zelfbouw kavels, individueel. Sluit aan bij de architectuur van fase 1; baksteen architectuur plus rode en grijze tinten en als overgang naar het landschap gedekte tinten.
4. CRITERIA BEBOUWING Gebied 1 Twee onder een kap en vijf onder een kap Algemeen De architectuur sluit zoveel mogelijk aan bij de architectuur van de eerder gerealiseerde fase van Ald Rien. Plaatsing • De woningen grenzend aan het voetbalveld vormen samen met de bestaande woningen een begeleidende wand in dezelfde rooilijn. • Bij de woningen aan de straat (5 onder een kap) achter de woningen aan het veld, wordt de lengte van het bouwblok onderbroken door een verbijzondering/verhoging in de voorgevel, zoals bij de twee onder een kap grenzend aan dit bouwblok. • Bij de twee onder een kap woningen is er op eigen erf ruimte voor minimaal 1 parkeerplaats per woning. Hoofdvorm • De woningen grenzend aan het veld krijgen eenzelfde korrelmaat als de bestaande woningen grenzend aan het veld. • De hoofdvorm van alle gebouwen is kantig. • De woningen hebben een lage gootlijn en zijn uitgevoerd in 1 bouwlaag met kap. • Kapvorm en dakhelling zijn vrij, maar sluiten aan bij de gewenste nokrichting. (zie figuur 7) • Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt. De hoogte van de bijgebouwen is beperkt tot één bouwlaag of één bouwlaag met een kap. Gevel • Bebouwing is op de openbare ruimte georiënteerd en in hoeksituaties is dit een tweezijdige oriëntatie. Detaillering en materiaalgebruik • Hoofdmateriaal van de woningen is metselwerk.
Kleur van het metselwerk is roodachtig, afgestemd op het bestaande omgevingsbeeld. • Materiaalgebruik van de aan- en uitbouwen is afgestemd op het hoofdmateriaal met hoofdzakelijk metselwerk. • De dakbedekking uitvoeren in donkergrijze gebakken pannen. Overige • Op de grens met het openbaar gebied is geen sprake van dichte, hoge erf afscheidingen zoals metselwerk wanden of (houten) schuttingen. • Groene erfafscheidingen zoals hagen of staal met hedera hebben de voorkeur.
Gebied 2 Waterwoningen Plaatsing • De woningen grenzen aan de toegangsweg en liggen los van de kant. Ze hebben een verspringende rooilijn en eenzelfde korrelmaat.
• De entree van de woning bevindt zich aan de toegangsweg en aan de waterkant van de woning is er een nadrukkelijke relatie met het water. • Bijgebouwen worden gegroepeerd gesitueerd in de kant van de weg in de daarvoor met 'bijgebouwen' aangeduide zone in het bestemmingsplan en vormen een geheel met de parkeerplaatsen, containeropstelplekken en fietsenstalling plus eventuele overkapping. Hoofdvorm • De hoofdvorm van alle gebouwen is kantig en de woningen kennen eenzelfde architectuur (projectmatig). • Er is sprake van een enkelvoudige hoofdvorm zonder aan- en uitbouwen. Eventuele bergingen zijn geïntegreerd in de hoofdvorm. • De woningen staan op palen of zijn drijvend. • De woningen hebben een lage gootlijn en zijn uitgevoerd in één of twee bouwlagen • Kapvorm is assymetrisch en sluit aan bij de gewenste nokrichting (zie figuur 7) Gevel • Bebouwing is op de weg en op het water georiënteerd, een tweezijdige oriëntatie. Detaillering en materiaalgebruik • Hoofdmateriaal van de woningen is hout, ecologisch, biobased en circulair. • De toe te passen kleuren in de gevels zijn geel, geelbruin, beige, houtkleur zodat de woningen opgaan in het landschap. De kleurstelling is over het hele gebied gelijk en kent een projectmatige opzet. • Plaatmateriaal als dak is mogelijk, zonnepanelen zijn gewenst. • Materiaalgebruik van de bijgebouwen op de kant is afgestemd op het hoofdmateriaal.
Overige • Op de grens met het openbaar gebied en het water is geen sprake van dichte, hoge afscheidingen zoals metselwerk wanden of (houten) schuttingen. • Rietzones als erfscheidingen hebben de voorkeur.
Gebied 3 Vrijstaande woningen zelfbouw kavels Algemeen De architectuur sluit aan bij de architectuur van de eerder gerealiseerde fase van Ald Rien. Plaatsing • Een verspringende rooilijn met een variatie aan volumes heeft de voorkeur. • Er is op eigen erf ruimte voor minimaal 2 parkeerplaatsen per woning. Hoofdvorm • De hoofdvorm van alle gebouwen is kantig. • De woningen hebben een lage gootlijn en zijn uitgevoerd in 1 bouwlaag met kap. • Kapvorm en dakhelling zijn vrij, zie figuur 7. • Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt. De hoogte van de bijgebouwen is beperkt tot één bouwlaag of één bouwlaag met een kap. Gevel • Bebouwing is op de openbare ruimte georiënteerd en in hoeksituaties is dit een tweezijdige oriëntatie. Detaillering en materiaalgebruik
• Hoofdmateriaal van de woningen is metselwerk. Kleur van het metselwerk is roodachtig, afgestemd op het bestaande omgevingsbeeld. • Materiaalgebruik van de aan- en uitbouwen is afgestemd op het hoofdmateriaal met hoofdzakelijk metselwerk. • De dakbedekking uitvoeren in donkergrijze gebakken pannen. Overige • Op de grens met het openbaar gebied is geen sprake van dichte, hoge erf afscheidingen zoals metselwerk wanden of (houten) schuttingen. • Groene erfafscheidingen zoals hagen of staal met hedera hebben de voorkeur.
60/274
Bijlage 3
61/274
Vormvrije m.e.r. beoordeling
OOSTHEM - ALD RIEN FASE 2 Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling 10 oktober 2022
1/17
DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER
10 oktober 2022 drs.ing. T. de Jong
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER 20220343.001 AUTEUR STATUS
2/17
Buddy de Groot Definitief
INHOUD 1.
2.
3.
4. 5.
3/17
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer
4 4 4
Plaats en kenmerken van het project
5
2.1 2.2 2.3
Plaats van het project Huidige situatie Kenmerken van het project
5 7 8
Kenmerken van de milieueffecten
11
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Ecologie 3.7.1 Gebiedsbescherming 3.7.2 Soortenbescherming
11 11 11 12 12 13 14 14 14
3.8
Cultuurhistorie en archeologie 3.8.1 Archeologie 3.8.2 Cultuurhistorie
15 15 15
3.9
Mitigerende maatregelen
16
Conclusie Bijlagen
16 17
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
17 17 17 17 17 17
Mobiliteitstoets Verkennend bodemonderzoek Stikstofonderzoek Aerius berekening Quickscan Flora en Fauna Naderonderzoek Grote Modderkruiper
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Aan de noordzijde van Oosthem ligt de woningbouwlocatie Ald Rien (fase 1). In december 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd voor de tweede fase van maximaal 20 woningen aan de noordzijde van fase 1. Hierbij wordt tevens een landschappelijke inpassing opgezet voor de overgang naar het buitengebied. Om deze tweede fase juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt er een bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in categorie D (sectie D 11.2) opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 of meer woningen of een oppervlakte van 100 hectare of meer. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder deze drempelwaarden (20 woningen). Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling.
1.2
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● ● ●
4/17
beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1
Plaats van het project
Het plangebied ligt aan de noordzijde van het dorp Oosthem. Het plangebied omvat agrarische gronden, die grenzen aan de straat Ald Rien, ten oosten van de Nessenwei en ten westen van het water Alde Riene. Zie figuur 2.1. voor de globale ligging van het plangebied.
Figuur 2.1 Ligging van het plangebied
Beschermde gebieden – Milieugevoelige gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied, zie figuur 2.2. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving en, op iets grotere afstand, de Witte en Zwarte Brekken. De Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving liggen op circa 3,7 kilometer afstand en is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie figuur 2.3. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNN ligt op een afstand van circa 1,4 km. Het plangebied is niet gelegen in een weidevogelkansgebied, zie figuur 2.4.
5/17
Figuur 2.2 Plangebied (rode stip) en Natura 2000 gebied (aerius.nl)
Figuur 2.3 Plangebied (rode stip) en Natuurnetwerk Nederland (groene gebieden). (fryslan.nl)
6/17
Figuur 2.4 Plangebied (rode stip) en weidevogelbeschermingsgebieden (Nota Weidevogels)
Archeologie In het plangebied is in 2007 een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 6. Uit het veldonderzoek blijkt dat het gebied is opgebouwd uit lagen veen en zware klei. Op een hoogte van circa -1,8 meter NAP is een overgang van veen naar klei aanwezig. Deze overgang markeert de inbraak van een getijgeul die het gebied ontwaterde. Langs de westrand van het onderzoeksgebied is direct boven deze overgang een brandlaagje aanwezig. Het houtskool daarvan is waarschijnlijk afkomstig van westelijk van het gebied, mogelijk van het opzettelijk plat branden van kweldervegetatie. Aanwijzingen voor menselijke activiteiten binnen het onderzoeksgebied zelf zijn niet gevonden. In het bestemmingsplan ‘Dorpen midden / oost Gemeente SWF’ is aangegeven dat het plangebied de dubbelbestemming ’ Waarde - Archeologie 2’ heeft. Voor deze dubbelbestemming geldt voor alle bodemverstorende activiteiten met een oppervlakte groter dan 500 m2 en bodemingrepen dieper dan 0,40 meter een archeologische onderzoeksplicht. Cultuurhistorie Op basis van de Cultuur Historische Kaart (CHK) van de provincie Fryslân liggen ter plaatse van het plangebied geen cultuurhistorische waarden. Wel is de Nessenwei aangeduid als historisch pad en de Alde Rien als vaarweg aangeduid.
2.2
Huidige situatie
Algemeen Het dorp Oosthem is voornamelijk een woondorp, met slechts enkele voorzieningen. Het gaat daarbij onder meer om twee kerken en een bakkerij. Voor het overige zijn vrijwel uitsluitend woningen aanwezig. Deze woningen bestaan voornamelijk uit één bouwlaag met een kap, al zijn er recentelijk ook woningen gerealiseerd van twee bouwlagen met een kap.
7/17
Planologisch Het plangebied is opgenomen in het geldende bestemmingsplan 'Dorpen midden / oost Gemeente SWF', dat is vastgesteld op 23 januari 2020. In het geldende bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als 'Agrarisch', zie figuur 2.5.
Figuur 2.5 Uitsnede geldende bestemmingsplan Dorpen midden/oost Gemeente SWE
De gronden binnen de bestemming 'Agrarisch' zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch activiteiten van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. In het plangebied zijn geen agrarische bouwmogelijkheden aanwezig. Op grond van het huidige bestemmingsplan zijn de woningen en de functie wonen niet toegestaan binnen de agrarische bestemming.
2.3
Kenmerken van het project
Het plan betreft de nieuwste uitbreiding van het dorp; Ald Rien fase 2. Op de agrarische gronden die in de huidige situatie aanwezig zijn worden maximaal 20 woningen gerealiseerd met bijbehorend openbaar gebied. Een impressie van de indeling van het plangebied is weergegeven in figuur 2.6.
8/17
Figuur 1.6 Impressie plangebied
De nieuwbouw in het plan bestaat volledig uit grondgebonden woningen. Er worden zowel woningen bestaande uit één bouwlaag met kap mogelijk gemaakt, als woningen bestaande uit twee bouwlagen met kap. In het noordoosten komt een speciaal type woningen voor: de waterwoning. Deze worden in een waterpartij gesitueerd. Ten noorden van de woningen wordt een gebied ingericht ten behoeve van de landschappelijke inpassing van deze uitbreidingswijk. Deze zijde grenst direct aan het buitengebied, waardoor een dergelijke inpassing noodzakelijk is. Verkeer en parkeren Het plangebied wordt in de toekomstige situatie op twee manieren ontsloten, op de Ald Rien en op de Nessenwei. Het plangebied zal voor het grootste deel ontsloten worden in de richting van De Cingel.
Figuur 2.7 Verkeerstoedeling plangebied. Link de Nessenwei, rechts via Ald Rien.
9/17
Ter hoogte van de kruising met de Zuidwesthoekweg zal in de meeste gevallen in noordelijke richting worden gereden naar Sneek en via de Kern IJlst naar de N345 en de N7. Een kleiner deel van het verkeer zal via de Nessenwei in noordelijke richting rijden in de richting van Nijland. De Ald Rien en de Nessenwei zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom waarbij een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. De Cingel en de Zuidwesthoekweg zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom. Op deze wegen geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur. Langzaam verkeer Op de Ald Rien, Nessenwei en Cingel zijn geen aparte fietsvoorzieningen aanwezig en deelt het fietsverkeer de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. Langs de Zuidwesthoekweg ligt aan de oostzijde een vrijliggend tweerichtingen fietspad. Openbaar vervoer Het plangebied is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Op circa 500 meter loopafstand ligt een bushalte aan De Cingel. Hier halteert 1 maal per uur buslijn 9001. Deze buslijn verbindt onder andere Oosthem met NS station IJlst. Vanaf station IJlst gaat 1 maal per uur een trein in de richting van Sneek en Leeuwarden. Parkeren De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen (Parkeernormennota Súdwest-Fryslân 2018). In de nota wordt voor woningen onderscheid gemaakt in prijs of woonoppervlak.
Voor de woningen is uitgegaan van een worst-case benadering en zijn de woningen getypeerd als ‘Koop/huur, duur/midden’ De parkeernorm hiervan bedraagt 2,0 parkeerplaats per woning.
10/17
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN 3.1
Verkeer en parkeren
Een uitbreiding van 20 woningen is voor een dorp als Oosthem een relatief grote woningbouwontwikkeling, die ook op het gebied van verkeer en parkeren mogelijk invloed kan hebben op de omgeving. Om die reden is ten behoeve van dit bestemmingsplan een mobiliteitstoets uitgevoerd, om zo de gevolgen op het gebied van verkeer en parkeren inzichtelijk te maken. Deze toets is opgenomen als bijlage van dit document. Het onderzoek concludeert dat, uitgaande van een worst-case scenario waarbij wordt uitgegaan dat alle woningen vrijstaande koopwoningen zijn, een verkeersgeneratie op van 182 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag gegenereerd wordt. Dit verkeer wordt via twee aansluitingen op het bestaande wegennet afgewikkeld, namelijk via de Nessenwei en Ald Rien. Gezien de inrichting en functie van de omliggende wegen, zal de toevoeging van het verkeer als gevolg van de planontwikkeling niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte van het plan bedraagt maximaal 40 parkeerplaatsen, uitgaande van een worst-case scenario waarbij alle woningen van de categorie zijn met de hoogste parkeernorm. De volledige parkeerbehoefte wordt binnen het plan opgevangen waardoor de planontwikkeling niet zal leiden tot parkeerproblemen.
3.2
Geluid
Het plangebied ligt in deels binnen en deels buiten "stedelijk gebied" en binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone (250 meter) van de Nessenwei als bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder. De woningen zelf worden aan 30 km/uur-wegen gesitueerd en deze wegen kennen daarom geen wettelijke geluidzone. Hoewel de woningen (deels) binnen de geluidzone van de Nessenwei komen te staan, is gezien de situatie ter plaatse, op voorhand in te schatten dat een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk is. De Nessenwei betreft een zeer verkeersluwe weg. De weg loopt van Oosthem het buitengebied in, en komt uiteindelijk uit bij kleine plaatsen zoals Abbegaasterrige en Folsgare. Het aantal verkeersbewegingen dat hierlangs komt is daardoor zeer beperkt en betreft voornamelijk bestemmingsverkeer. Oosthem wordt voornamelijk via de andere kant van het dorp bereikt en ontsloten, in de richting van Nijezijl, IJlst en Sneek. Bovendien komen de woningen op een vrij ruime afstand tot deze weg te staan. Voor toetsing van het uitstralingseffect bestaat geen wettelijk kader. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt volgens de eerder genoemde berekening in een worst-case scenario 182 mvt/etmaal.
Gezien de aantal inwoners/huizen binnen Oosthem zal de extra bijdrage van 182 mvt/etmaal minder zijn dan 40% van de totale verkeersintensiteit. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten.
3.3
Luchtkwaliteit
De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt maximaal 164 mvt/etmaal. De maximale bijdragen als gevolg van deze verkeersgeneratie zijn berekend met behulp van de NIBM-tool (tabel 3.1). De maximale bijdrage voor NO2 bedraagt 0,09 µg/m³. Voor PM10 bedraagt de maximale bijdrage 0,02 µg/m³. Uit de berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarde.
11/17
Tabel 3.1
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de N7 ten noorden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze N7 ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2021; 14.3 µg/m3 voor NO2, 13.7 µg/m3 voor PM10 en 6.5 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6.0 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.4
Externe veiligheid
Om na te gaan of sprake is van risicovolle inrichtingen, transportroutes en buisleidingen is gebruik gemaakt van de risicokaart. Hieruit is naar voren gekomen dat in de wijde omgeving geen risicovolle inrichtingen, transportroutes en buisleidingen aanwezig zijn die invloed hebben op het plangebied. De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.5
Bodem
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (VVMA, 20 april 2022, 220223/JvdM). Dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlage van dit document. Uit dit onderzoek blijkt dat er licht verhoogde concentraties zware metalen en barium in het grondwater voor komen. Het onderzoek concludeert dat de gemeten concentraties dusdanig laag zijn dat een aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is. De bodem is geschikt voor de wonen. Wel dient rekening gehouden te worden met de resultaten uit de bodemonderzoek. Verder zal de beoogde ontwikkeling geen negatief effect hebben op de bodem. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
12/17
3.6
Water
Onderstaand een uitsnede van de legger van het waterschap, figuur 3.1. Binnen het plangebied is er sprake van meerdere watergangen. Aan de oostzijde van het plangebied ligt een regionale waterkering. De functie van deze regionale kering mag niet worden aangetast als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Voor werkzaamheden in de beschermingszone van deze kering geldt een vergunningplicht. In de uitvoering zal rekening worden gehouden met de eisen van het wetterskip.
Figuur 3.1 Uitsnede legger plangebied (legger Wetterskip)
Waterkwantiteit Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak in een gebied voor 10% wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Compensatie is nodig bij een toename aan verharding van meer dan 200 m2 binnenstedelijk en meer dan 1.500 m2 buitenstedelijk. Om te voorzien in de benodigde watercompensatie wordt een waterpartij aangelegd in het noorden van het plangebied. De compensatie voor verharding en bebouwde oppervlak voor Ald Rien fase 1 is ook meegenomen in dit plan (bovenop de compensatie voor fase 2). Het hemelwater zal in het plangebied van fase 2 van Ald Rien afwateren op de nog te realiseren waterpartij. Het plan is in de eerste fase uitgewerkt voor hemelwaterlozing in de polder. Fase 1 loost in de sloot langs de Nessenwei. Het plangebied en de waterpartij is op polderniveau gelegen, maar de woningen worden op boezemniveau gebouwd of komen op palen (boezempeilhoogte) dan wel drijfend op het water te staan en zijn daarmee klimaatadaptief. De waterpartij wordt duurzaam ingericht met natuurvriendelijke oevers.
De waterplas vangt het regenwater van de buurt op en beweegt daardoor met de seizoenen mee, wat een grote natuurwaarde met zich meebrengt.
13/17
Het peil van de aan te leggen waterpartij is gepland op -1.70 NAP. Hiervoor wordt een peilwijziging aangevraagd. Bij de aanleg van het wandelrondje wordt rekening gehouden met voldoende drooglegging. De paden worden niet verhard maar in gras uitgevoerd en met maaien wordt het pad aangeduid. Waterkwaliteit Voor een goede waterhuishouding zal het water kunnen instromen vanaf de zijde van De Alde Rien. De verversing zal worden verzorgd door het water van de sloot langs de Nessenwei door de waterpartij te leiden. In de sloot langs de Nessenwei wordt aan de noordkant van de aansluiting een pendam geplaatst met een hoogte van -1,60 NAP (voorstel). Aan de afstroomzijde van de vijver komt een pendam met een vertragende afvoer met een maximale hoogt van -1,60 NAP en minimale hoogte van -1,70 NAP (voorstel). Hiermee kan verversing van het water plaatsvinden en kan tevens vertraagde afvoer plaatsvinden. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.
3.7
Ecologie
3.7.1 Gebiedsbescherming Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het Natuurnetwerk Nederland kunnen dan ook worden uitgesloten. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden is er een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlage van dit document. Het onderzoek geconcludeerd dat directe effecten, zoals verstoring, verontreiniging, versnippering etc. zijn, aan de hand van de ligging, uit te sluiten. Indirecte hinder als gevolg van verkeersbewegingen zijn ook niet aan de orde, omdat autoverkeer de natuurgebieden niet hoeft te kruisen om de planlocatie te bereiken. Geconcludeerd wordt dat de gebieden op zodanig grote afstand liggen dat het plan geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van deze gebieden heeft. Voor het voorgenomen project is een Aerius-berekening uitgevoerd, die is opgenomen als bijlage van dit document Uit de berekening blijkt dat voor de exploitatiefase de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn dus niet aan de orde.
3.7.2 Soortenbescherming Ten behoeve van dit plan is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (FaunaX, Quickscan Wet natuurbescherming, april 2022. Het onderzoek is opgenomen als bijlage van dit document. Uit het onderzoek zijn de volgende resultaten naar voren gekomen: Algemene broedvogels Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen vogels tot broeden komen waarvan nesten alleen tijden de broedtijd beschermd zullen zijn. Er wordt geadviseerd om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Meervleermuis (vliegroute) De Alde Rien kan dienen als essentiële vliegroute voor de meervleermuis. Er wordt geadviseerd om uitstraling van fel kunstlicht tussen zonsondergang en zonsopkomst in de richting van deze vaart te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, dient op basis van nader onderzoek te blijken of sprake is van een essentiële vliegroute en zijn mogelijk maatregelen noodzakelijk. De aanbeveling van de lichtuitstraling richting de vaart wordt bij de verdere uitwerking van het project opgevolgd en hier worden worden met de toekomstige eigenaren afspraken over gemaakt. Ook is in het bestemmingsplan hiervoor een beschermende regeling opgenomen.
14/17
Grote modderkruiper De aanwezigheid van de grote modderkruiper in de sloten rond het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Er wordt slechts één nieuwe inlaat gecreëerd vanuit de sloot langs de weg. Daarbij kan rekening worden gehouden met eventueel aanwezige soorten. Nader onderzoek Grote Modderkruiper Op basis van de quickscan flora en fauna is nader onderzoek geadviseerd naar de Grote Modderkruiper. Dit onderzoek is uitgevoerd en opgenomen als bijlage van dit document. Op basis van het nader onderzoek is geconcludeerd dat de sloten rond het plangebied geen onderdeel zijn van leefgebied van de grote modderkruiper. Voor deze soort zijn derhalve geen vervolgstappen benodigd voor de voortgang van de voorgenomen werkzaamheden. Zorgplicht Er kunnen enkele soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in het geval van schade aan deze soorten. De zorgplicht schrijft voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zoveel mogelijk te voorkomen. Weidevogelkansgebied Het plangebied ligt op circa 10 meter afstand tot weidevogelkansgebied.
Er wordt geadviseerd de werkzaamheden binnen het plangebied buiten de voorgenoemde broedperiode uit te voeren, maar dat de voorgenomen werkzaamheden niet gepaard gaan met een verhoging van de verstoring van weidevogels in dit weidevogelkansgebied, waar door aanwezigheid van de bebouwde kom van Oosthem al sprake van is.
3.8
Cultuurhistorie en archeologie
3.8.1 Archeologie Voor het gehele terrein acht het onderzoeksbureau beschermende of beperkende maatregelen niet wetenschappelijk verdedigbaar en archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. De gemeente als bevoegd gezag is akkoord met dit selectieadvies. Er worden er geen eisen verbonden aan een eventuele omgevingsvergunning vanuit de archeologische monumentenzorg en dus kan de dubbelbestemming voor archeologische waarden komen te vervallen. Wel blijft de archeologische meldingsplicht van toevalsvondsten van kracht (art. 5.10, lid 1 Erfgoedwet). Concreet houdt dit in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen, waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit moet worden gemeld bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. 3.8.2 Cultuurhistorie Op basis van de Cultuur Historische Kaart (CHK) van de provincie Fryslân liggen ter plaatse van het plangebied geen cultuurhistorische waarden. Wel is de Nessenwei aangeduid als historisch pad en de Alde Rien als vaarweg aangeduid. Deze blijven echter ook in de voorgenomen situatie aanwezig en onaangetast door de ontwikkeling. Er wordt daarmee geen afbreuk gedaan aan de cultuurhistorische waarden in de omgeving.
15/17
3.9
Mitigerende maatregelen
Verder zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk De volgende randvoorwaarden zijn van belang: • •
Watercompensatie; Zorgplicht flora en fauna. o Er kunnen enkele soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in het geval van schade aan deze soorten. De zorgplicht schrijft voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zoveel mogelijk te voorkomen.
4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is zodoende niet noodzakelijk.
16/17
5. BIJLAGEN 5.1
Mobiliteitstoets
5.2
Verkennend bodemonderzoek
5.3
Stikstofonderzoek
5.4
Aerius berekening
5.5
Quickscan Flora en Fauna
5.6
Naderonderzoek Grote Modderkruiper
17/17
Bijlage 4
79/274
Bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Ald Rien (fase 2) in Oosthem (bestemmingsplan)
Rapportnummer: Status: Datum:
220223/JvdM Definitief, versie 1 20 april 2022
Opdrachtgever:
Rho Adviseurs Druifstreek 72C 8911 LH LEEUWARDEN
Realisatie:
WMR Rinsumageest bv Van Aylvawei 40 9105 KT RINSUMAGEAST T 0511 - 425050 I www.wmr.nl E milieu@wmr.nl
COLOFON Project: Opdrachtgever: Rapportnummer: Auteur: Projectleider: Handtekening:
Verkennend bodemonderzoek Ald Rien (fase 2) Rho Adviseurs 220223/JvdM J.J. van der Mei D.T. van der Mei
Datum:
20 april 2022
Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. De activiteiten van WMR Rinsumageest bv zijn gewaarborgd middels de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001 Kwaliteitsmanagementsystemen VCA**: Veiligheids Checklijst Aannemers SC-530: SCA Procescertificaat Asbestverwijdering SVMS-007: Procescertificaat Slopen BRL SIKB 1000: Procescertificaat Monsterneming voor partijkeuringen BRL SIKB 2000: Procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 6000: Procescertificaat Milieukundige begeleiding van bodemsaneringen BRL SIKB 7000: Procescertificaat Uitvoering Bodemsaneringen en lidmaatschap van:
Vereniging Van Milieu Adviesbureaus Bouwend Nederland
BRL SIKB 2000
Rapportnummer : 220223/JvdM
Blad : III
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ..................................................................................................................................................................1 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................1 1.2 Aanleiding en doelstelling van het onderzoek............................................................................................1 1.3 Kwaliteitswaarborg .....................................................................................................................................1 1.4 Opbouw van het rapport ............................................................................................................................ 1
2
VOORONDERZOEK .....................................................................................................................................................2 2.1 Algemeen ....................................................................................................................................................2 2.2 Algemene locatiegegevens .........................................................................................................................2 2.3 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................................2 2.4 Actuele situatie en historische situatie ......................................................................................................2 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie ................................................................................2 2.6 Voorgaande bodemonderzoeken ...............................................................................................................3 2.7 Conclusie vooronderzoek ........................................................................................................................... 3 2.8 Opstelling onderzoekshypothese ...............................................................................................................3
3
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN .........................................................................................................4 3.1 Veldwerkzaamheden .................................................................................................................................. 4 3.2 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................4
4
TOETSINGSKADER .....................................................................................................................................................6
5
ANALYSERESULTATEN EN TOETSING.........................................................................................................................7 5.1 Grond ..........................................................................................................................................................7 5.2 Grondwater ................................................................................................................................................7
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ...............................................................................................................................8 6.1 Samenvatting ..............................................................................................................................................8 6.2 Evaluatie .....................................................................................................................................................8 6.3 Conclusie ....................................................................................................................................................8 6.4 Aanbevelingen ............................................................................................................................................8
Bijlagen:
1. Kadastrale kaart 2. Situatietekening 3. Boorprofielen 4. Analysecertificaten 5. Toetsingsresultaten
Verkennend bodemonderzoek Ald Rien (fase 2), Oosthem
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 220223/JvdM
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
Blad : 1 van 8
In opdracht van Rho Adviseurs is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het bestemmingsplan Ald Rien (fase 2) in Oosthem. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) en NEN 5740 (Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). 1.2
Aanleiding en doelstelling van het onderzoek Aanleiding van het verkennend onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het bestemmingsplan. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de voorgenomen plannen.
1.3
Kwaliteitswaarborg Het veldwerk is uitgevoerd conform de SIKB-protocollen 2001 en 2002. WMR Rinsumageest bv is voor uitvoering van de veldwerkzaamheden bij (water)bodemonderzoek gecertificeerd door het KIWA volgens de BRL SIKB 2000 (certificaatnummer K9198). Het procescertificaat van WMR Rinsumageest bv en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. WMR Rinsumageest bv is op geen enkele wijze gelieerd of gekoppeld aan de opdrachtgever. Ook bestaan er geen eigendomsverhoudingen met betrekking tot het te onderzoeken terrein. Hiermee wordt voldaan aan de onafhankelijkheidseisen uit de BRL 2000. Daarnaast is in het belang van een gewaarborgde functiescheiding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer geen sprake van een directe relatie (opdracht uit eigen organisatie). De analyses zijn uitgevoerd conform AS3000 in het erkende laboratorium van Eurofins Analytico.
1.4
Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • De resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2) • De uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3) • Het toetsingskader (hoofdstuk 4) • De analyseresultaten en de toetsing (hoofdstuk 5) • Een samenvatting van het onderzoek, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6) De bijbehorende tekeningen, boorprofielen en analysecertificaten zijn als bijlage opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek Ald Rien (fase 2), Oosthem
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 220223/JvdM 2 2.1
Blad : 2 van 8
VOORONDERZOEK Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen.
2.2
Algemene locatiegegevens In bijlage 1 is een kadastrale kaart opgenomen, waarop de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn weergegeven. In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie Kadastrale gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik
2.3
Nesserwei - Ald Rien, Oosthem Gemeente Nieuwland Friesland, sectie J, nrs 684 en 693 (dls) Circa 2 ha Weiland
Geraadpleegde bronnen Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Opdrachtgever • Locatie-inspectie (gecombineerd met veldwerk) • Bodeminformatiesysteem Nazca-i • Dinoloket • Het Kadaster (www.kadaster.nl)
2.4
Actuele situatie en historische situatie De onderzoekslocatie bevindt zich ten noordoosten van de dorpskern van Oosthem. De locatie betreft grasland. PFAS In opdracht van de Fumo is onderzoek verricht naar het voorkomen van PFAS is de provincie Fryslân. Het onderzoek is uitgevoerd door Antea Group (23 januari 2020, projectnummer 0457469.100). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de gemiddelde gehalten aan PFAS in Fryslân lager of gelijk zijn aan de door het ministerie vastgestelde tijdelijke achtergrondwaarden. Hiermee is grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart weer mogelijk. Voor de onderzoekslocatie zijn er geen aanwijzingen voor een verontreiniging met PFAS. PFAS is onder andere water-, vet- en vuilafstotend. Ze zitten in verschillende producten. Bijvoorbeeld in smeermiddelen, voedselverpakkingsmaterialen, blusschuim, anti-aanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica. Ook worden ze gebruikt in verschillende industriële toepassingen en processen. Toekomstige situatie Het ligt in de bedoeling om het huidige plan ‘Ald Rien’ met een tweede fase uit te breiden ten behoeve van woningbouw. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2 ha. Omliggende percelen De omliggende percelen bestaan voornamelijk uit landbouwpercelen. Ten zuiden is het huidige plan ‘Ald Rien’ gesitueerd.