Bijlage 3 Aanvullend geuradvies GGD d.d. 11 mei 2021
Tekst van het document
Gemeente Súdwest-Fryslân Postbus 10000 8600 HA Sneek T.a.v. dhr. R. Boersma
Datum 11 mei 2021
Uw kenmerk
Uw brief van
Onderwerp
Aanvulling geur en gezondheid - Osiris 137301
Ons kenmerk UIT/21013243/CDO Behandeld door B.P. Nguyen
Bijlagen 0 Doorkiesnummer 088 – 22 99 222
E-mail milieuengezondheid@ggdfryslan.nl
Geachte heer Boersma, U hebt GGD Fryslân gevraagd om een aanvulling te geven op de milieugezondheidskundige risicobeoordeling van de uitbreiding van Hemelumer Hoeve in Hemelum in de gemeente SudwestFryslân.1 De aanvulling betreft een toelichting op het advies over geur en de aangehaalde gezondheidskundige advieswaarden voor geur. Geur is de eigenschap van organische stoffen die met behulp van zintuigen in de neus kan worden waargenomen. Geurhinder treedt op als de herhaaldelijk waargenomen geur als onaangenaam wordt beoordeeld en het welbevinden daardoor negatief wordt beïnvloed. Geur kan verschillende gezondheidseffecten oproepen bij de mens: (ernstige) hinder, verstoring van gedrag en activiteiten en stress gerelateerde lichamelijke gezondheidsklachten. De meest voorkomende en beschreven gezondheidseffecten van geur zijn de effecten van (ernstige) hinder. Geurhinder wordt in sterke mate bepaald door de geurbeleving. De ervaring van geurhinder is sterk individueel bepaald. Hoe hinderlijk mensen een geur vinden, hangt onder andere af van de karakteristieken van de geur zoals de aangenaamheid, duur, frequentie en intensiteit van de geur. Ook de gewenning, het tijdstip en de vermijdbaarheid van de blootstelling spelen een belangrijke rol. Daarnaast beïnvloeden persoonsgebonden eigenschappen ook de ervaren hinder.
Of de hinder ook tot gezondheidsklachten leidt, is persoonsgebonden en afhankelijk van de persoonlijke stressverwerking.
1
G. de Meer (2018). Milieugezondheidskundige beoordeling. Uitbreiding Hemelumer Hoeve, De Soal 4, Hemelum, SúdwestFryslân. Milieu en gezondheid, GGD Fryslân. UIT/17009932/CDO.
Pagina 1 van 2
De kwaliteit van de leefomgeving wat betreft geur wordt bepaald door het percentage geurgehinderden. Er zijn geen gezondheidskundige grenswaarden voor hinder. Een situatie is gezondheidskundig goed, wanneer er 0% hinder is. Welk niveau van hinder aanvaardbaar is, is een afweging waarbij ook andere aspecten kunnen worden betrokken. Uitgangspunten zijn de beleidsdoelstellingen in het Nationaal Milieubeleidsplan 19892 en een beleidsbrief van minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer uit 19953 waarin doelstellingen staan geformuleerd. Er wordt gestreefd naar 3% hinder maar als aanvaardbaar wordt aangenomen in voornoemde uitgangspunten: 12% hinder en 0 tot 3% ernstige hinder voor nieuwe situaties (‘richtwaarde’) en 20% hinder voor bestaande situaties (‘bovenwaarde’). De GGD-richtlijn ‘Geur en Gezondheid’4 stelt een streven naar maximaal 12% geurhinder en minder dan 3% ernstige geurhinder voor een aanvaardbare geurbelasting. Hierbij wordt geen verschil gehanteerd tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ situaties, tussen belaste bestemmingen binnen of buiten de bebouwde kom en evenmin tussen concentratie- en niet-concentratiegebieden. De toetswaarde overeenkomstig met 12% hinder is 2,0 odour units per kubieke meter lucht voor de voorgrondbelasting. Vanuit de GGD zijn situaties met meer dan 20% geurhinder onwenselijk.
De toetswaarde overeenkomstig met 20% hinder is 5 odour units per kubieke meter lucht voor de voorgrondbelasting. In de milieugezondheidskundige beoordeling voor de uitbreiding van Hemelumer Hoeve wordt de gezondheidskundige advieswaarde voor geur van 2,0 odour units per kubieke meter lucht op de getoetste locaties overschreden met 0,1 tot 1,0 odour units per kubieke meter lucht. De situatie met de uitbreiding is verbeterd ten opzichte van de oude situatie, maar kan verder worden verbeterd door meer technieken in te zetten om de geuremissie te verminderen naar 2,0 odour units per kubieke meter lucht. Als GGD adviseren we aan de gemeente om hierop verder in te zetten om de geuremissie verder te verminderen. Het is aan de gemeente om te bepalen in welke mate en met welke maatregelen de gemeente in deze situatie het advies van de GGD wil toepassen.
Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Bich Phuong Nguyen Adviseur milieu & gezondheid
2
Nationaal Milieubeleidsplan (1989). Beleidsbrief van minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (1995). Algemeen beleid stank. 4 M. Venselaar-Mooij, et al. (2015). Geur en Gezondheid. Onderdeel Veehouderij en geur. GGD Richtlijn medische milieukunde. RIVM rapport 2015-0106. 3
Pagina 1 van 2
Oorspronkelijk advies GGD Hemelumer hoeve d.d. 27 februari 2018
Milieugezondheidskundige beoordeling Uibreiding Hemelumer Hoeve, De Soal 4, Hemelum /SWF
Situatieschets De aanvraag betreft uitbreiding en nieuwbouw van bedrijf voor 602 zeugen, 1800 vleesvarkens, 4 beren en 1624 gespeende biggen (totaal 4030 varkens). Het bedrijf ligt 360 meter van de bebouwde kom van Hemelum. Andere gevoelige bestemmingen betreffen een woning op 580 meter en een agrarische bedrijfswoning op 145 meter.
Milieugezondheidskundige beoordeling Voor de gezondheid van omwonenden zijn de volgende milieufactoren van belang: 1. Geur 2. Fijn stof 3. Endotoxine 4. Zoönosen 5. Geluid
Ad 1. Geur De geur van een veehouderij wordt vooral veroorzaakt door de uitwerpselen (mest) van dieren. Ook het voer kan geur veroorzaken. Geur van de veehouderij bestaat uit een mix van gasvormige componenten afkomstig van de dieren zelf en de bedrijfsvoering. Het gaat vooral om vluchtige organische koolwaterstoffen (vetzuren, fenolen en indolen) en zwavelhoudende componenten (sulfiden). Ammoniak kan in de stal een geurcomponent zijn, maar wordt bij het vrijkomen uit de stal zo sterk verdund dat het in de omgeving geen rol meer speelt. De meeste geurstoffen zijn al te ruiken bij lage concentraties die geen directe gezondheidseffecten geven, maar de waarneming van geur kan indirect tot gezondheidseffecten leiden als deze als negatief (hinder of overlast) wordt ervaren. Geur kan gedrag en activiteiten verstoren en leiden tot stress-gerelateerde klachten zoals hoofdpijn, benauwdheid en misselijkheid. Naast de aard van de stof en de concentratie spelen bij geur ook persoonlijke factoren een rol. De kwaliteit van de leefomgeving wat betreft geur wordt bepaald door het percentage geurgehinderden. In het Nationaal Milieubeleidsplan 1989 wordt gesteld dat de gestreefd wordt naar 0% hinder maar aanvaardbaar is bij 12% hinder voor nieuwe situaties (‘richtwaarde’) en 20% voor bestaande situaties (‘bovenwaarde’).
Vanuit gezondheidskundige overwegingen stelt de GGD-richtlijn Geurhinder een streven naar maximaal 12% hinder en minder dan 3% ernstige hinder. Hierbij wordt geen verschil gehanteerd tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ situaties, tussen belaste bestemmingen binnen of buiten de bebouwde kom en evenmin tussen concentratie- en nietconcentratiegebieden. Voor de geurbelasting wordt onderscheid gemaakt tussen voor- en achtergrondbelasting. De voorgrondbelasting betreft de geur door een individueel bedrijf en de achtergrondbelasting de cumulatie van bedrijven in het gebied. De voorgrondbelasting is bepalend voor de hinder als zij substantieel bijdraagt aan de achtergrondbelasting. Als vuistregel wordt gehanteerd dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder als deze meer dan de helft van de achtergrondbelasting uitmaakt. In de onderhavige situatie is dit het geval en is uitgegaan van de voorgrondbelasting van omringende adressen zoals berekend met V-stacks. Zoals blijkt uit tabel 1 zal de geurbelasting op alle berekende adressen lager worden in de nieuwe situatie, ondanks uitbreiding van het aantal varkens. Dit is het gevolg van maatregelen die het bedrijf zal nemen door het gebruik van luchtwassers.
GGD Fryslân, 27 februari 2018
1
Milieugezondheidskundige beoordeling Uibreiding Hemelumer Hoeve, De Soal 4, Hemelum /SWF
Tabel 1: Geurbelasting OU/m3 locatie Huidige situatie Buorren 1 Buorren 7 Hegewei 2 De Klaster 1 De Klaster 3
3,7 3,8 2,9 2,9 3,0
Aangevraagde situatie 2,9 3,0 2,2 2,1 2,2
waarde 12% hinder 2 2 2 2 2
waarde 20% hinder 4-5 4-5 4-5 4-5 4-5
In zowel de huidige als de nieuwe situatie wordt echter de gezondheidskundige advieswaarde van 2,0 OU/m3, passend bij maximaal 12% hinder, overschreden. Dit geldt niet voor de wettelijke bovenwaarde voor maximaal 20% hinder. Ten opzichte van de huidige situatie wordt een lichte verbetering verwacht wat betreft geurbelasting voor omliggende verblijfsgebouwen. Toch is de verwachte geurbelasting niet zonder meer wenselijk gezien de overschrijding van de grenswaarde voor 12% geurhinder. Conclusie en advies De geurbelasting op omringende verblijfsgebouwen voor burgers verbetert ten opzichte van de huidige situatie maar overschrijdt de gezondheidskundige advieswaarde van 2,0 OU/m3 met 0,1-1,0 OU/m3. Advies vanuit gezondheidskundige overwegingen is om met technieken in de stallen te komen tot verdere verlaging van de geuremissie, bijvoorbeeld door extra luchtwassers te plaatsen in andere stallen dan genoemd in de aanvraag. Daarnaast is het wenselijk de geuremissie van dit bedrijf te plaatsen binnen de context van andere lokale milieubelastingen die de gezondheid, in de huidige situatie en gericht op de toekomst.
Ad 2. Fijnstof Inademing van fijnstof kan tot een reeks aan gezondheidseffecten leiden, zoals verergering van astma en COPD, hart- en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte. Er wordt onderscheid gemaakt tussen primair en secundair fijnstof. Primair fijnstof is direct afkomstig van de bron en processen daarin. Bij de veehouderij gaat het om stofdeeltjes kleiner dan 10 micrometer (0,01 millimeter) afkomstig van bijvoorbeeld mest, voer, huidschilfers, deeltjes van veren en haren. Secundair fijnstof wordt gevormd uit chemische verbindingen. Voor de veehouderij betreft met name fijnstof door ammoniak. Secundair fijnstof bevindt zich vooral in de fractie die kleiner is dan 2,5 micrometer, terwijl de primaire fijnstof emissies van landbouw/veeteelt vooral in de fractie 2,5-10 micrometer zit. De kleinere deeltjes verspreiden zich snel over grote afstanden. Hierdoor dragen ze vooral bij aan de achtergrondconcentratie van fijnstof en minder van belang voor de concentratie fijnstof in de directe omgeving van een bedrijf. Primair fijnstof bestaat voornamelijk uit grotere deeltjes die zich minder snel en ver verspreiden. Voor omwonenden van een bedrijf is dus de concentratie primair fijnstof van belang. De Europese juridische grenswaarde voor fijnstof kleiner dan 10 micrometer ((PM10) is 40 microgram/m3 als jaargemiddelde waarde.
Naast het jaargemiddelde stelt de EU een grenswaarde voor het daggemiddelde van maximaal 35 dagen boven 50 microgram/m3. Dit komt overeen met een 31 microgram/m3, welke dus strenger is dan die voor het jaargemiddelde. De WHO stelt op basis van de beschikbare onderzoekgegevens een gezondheidskundige advieswaarde van 20 microgram/m3 als jaargemiddelde waarde. Daarbij tekent de WHO aan dat er geen grens voor fijnstof is waaronder geen nadelige effecten optreden. Daarmee is iedere reductie van fijnstof wenselijk vanuit het perspectief van de volksgezondheid. Het standpunt van de GGD is dat iedere toename van PM10 voorkomen dient te worden en iedere toename groter dan 1,2 microgram/m3 onacceptabel is.
GGD Fryslân, 27 februari 2018
2
Milieugezondheidskundige beoordeling Uibreiding Hemelumer Hoeve, De Soal 4, Hemelum /SWF
Conclusie en advies In de situatie van de vergunningsaanvraag voor de varkenshouderij gelegen aan De Soal 4 te Hemelum, SWF, neemt de emissie van fijnstof (PM10) af met 12%. Hiermee draagt het bedrijf in positieve zin bij aan de luchtkwaliteit en acht GGD Fryslân geen verdere maatregelen nodig.
Ad 3. Endotoxine Endotoxinen zijn bouwstenen van de celwand van (Gram-negatieve) bacteriën die toxische effecten op de mens kunnen hebben. Het zijn dode deeltjes waardoor ze zich niet vermenigvuldigen in het lichaam en zo ziekte of besmetting veroorzaken. Endotoxinen kunnen tot gezondheidsklachten leiden door een reactie in het lichaam, met name in de luchtwegen. Er zijn geen wettelijke grenswaarden voor endotoxine. De Gezondheidsraad adviseert een bovengrens van 30 eenheden (EU)/m3. De achtergrondconcentratie endotoxine is laag, minder dan 1 tot enkele eenheden (EU/m3). Rond veehouderijen kan dit echter lokaal fors hoger zijn met pieken boven 30EU/m3. Dit blijkt met name het geval rond pluimveebedrijven en in mindere, doch relevante mate voor varkenshouderijen. Op een afstand van 250 meter is de endotoxineconcentratie vergelijkbaar met de achtergrondconcentratie. Er is een bedrijfswoning binnen 250 meter van het bedrijf van de vergunningsaanvraag. In de voorliggende vergunningsaanvraag is geen informatie beschikbaar over endotoxine. Daarmee is geen gezondheidskundige beoordeling mogelijk. Conclusie en advies Er ligt een woning binnen het gebied van 250 meter waarvoor de endotoxineconcentratie door de varkenshouderij verhoogd kan zijn tot waarden boven de gezondheidskundige advieswaarde van 30EU/m3.
Om een gezondheidskundige beoordeling te kunnen doen is informatie nodig over de verspreiding van endotoxine binnen een afstand van 250 meter van het bedrijf.
Ad 4. Zoönosen Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen. Zoönosen kunnen veroorzaakt worden door bacteriën, virussen, protozoën, parasieten en schimmels. Voor de overdracht is vrijwel altijd direct contact nodig met het dier of via verzorgers of werknemers. Voor een zeer klein aantal zoönosen is besmetting via de lucht over grotere afstand waargenomen. Voor varkenshouderijen zijn geen besmettingen op afstand beschreven. Conclusie en advies Zoönosen door verspreiding via de lucht op afstand is geen risico voor omwonenden van varkenshouderijen. Er is geen advies nodig om dit te voorkomen.
Ad 5. Geluid Blootstelling aan geluid kan leiden tot gezondheidsklachten door ervaren hinder, slaapverstoring, concentratiestoornissen, hypertensie en een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen. Met name het geluidniveau gedurende de slaap is relevant voor gezondheidseffecten. De WHO stelt als gezondheidskunde advieswaarden 30 dB(A) als gemiddelde waarde voor de nachtelijke uren waarbij ‘no observed adverse effect level (NOAEL)’ en 40 dB(A) als het ‘lowest observed adverse effect level (LOAEL)’. Voor discontinu geluid is het maximale geluidniveau de maat. Het ‘lowest observed adverse effect level (LOAEL)’ voor discontinu geluid komt overeen met LAmax = 45 dB(A).
GGD Fryslân, 27 februari 2018
3
Milieugezondheidskundige beoordeling Uibreiding Hemelumer Hoeve, De Soal 4, Hemelum /SWF
De juridische richtwaarde voor de nachtelijke uren is respectievelijk 30 dB(A) voor het langtijdgemiddelde en 40 dB(A) voor het maximale geluidniveau. Deze richtwaarden beschermen dus de gezondheid van omwonenden in voldoende mate. Uit de akoestische berekeningen blijkt voldaan te worden aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde geluidniveau. Dat geldt zowel voor geluid afkomstig van het bedrijf als van vervoersbewegingen vanwege het bedrijf. Het geluidniveau voor omringende adressen is maximaal 30dB(A) en voldoet daarmee aan de gezondheidskundige advieswaarde van het NOAEL. Er wordt echter niet voldaan aan de richtwaarden voor het maximale geluidniveau (40 dB(A)), noch aan de gezondheidskundige advieswaarden voor LOAEL (45 dB(A)). Dit geldt zowel overdag als ’s avonds en ’s nachts. Tabel 2 geeft de berekende LAmax-waarden voor de nachtelijke uren op omringende adressen van de Hemelumer Hoeve. Geen van de waarden voldoet aan de richtwaarde van 40 dB(A) en evenmin aan de gezondheidskundige advieswaarden voor LOAEL van 45 dB(A). Tabel 2 maximale geluidniveaus in de nachtelijke uren per adres. De Soal 1 60 dB(A) De Soal 3 54 dB(A) De Klaster 6 50 dB(A) Buorren 1-17 54 dB(A) Uit bijlage 3 van het akoestisch rapport blijkt dat de duur van deze geluidspiek bij goede bedrijfsvoering 0,17 uur (10 minuten) zal zijn in de nachtelijke uren.
Het betreft het ‘lossen bij opslag losse veevoergrondstoffen’. Het is helaas onvoldoende duidelijk wat de bijdrage is van de twee andere nachtelijke activiteiten op de Lamax in de omgeving. Het gaat hier om activiteiten in de voerkeuken (2,4 uur; 82 dB(A)) en roerwerken silo’s (1,33 uur; 80 dB(A)). Als deze activiteiten bijdragen aan het nachtelijke geluidspieken boven 45 dB(A) dan is sprake van een hoog nachtelijk geluidsniveau gedurende meer dan een uur. Helaas is geen akoestisch rapport beschikbaar van de huidige situatie waardoor geen vergelijking gemaakt kan worden. Conclusie en advies De langtijdgemiddelde geluidniveaus voldoen aan de gezondheidskundige advieswaarden en vormen geen gezondheidsrisico. De maximale geluidniveaus voor discontinu geluid voldoen niet aan de richtwaarde en evenmin aan de gezondheidskundige advieswaarde. Als dit uitsluitend afkomstig is van het ‘lossen bij opslag losse veevoergrondstoffen’ dan is de duur beperkt (10 minuten) en zal het gezondheidsrisico van deze inidivduele bron niet essentieel zijn.
Het advies is om a) de Lamax voor de omgeving te bepalen van de andere, langer durende nachtelijke activiteiten, b) de overstijging van Lamax ten gevolge van de Hemelumer hoeve af te wegen in relatie tot andere huidige en voor de toekomst verwachte bronnen in de omgeving (meerdere kortdurende geluidspieken zijn namelijk wel relevant voor de gezondheid. Daarnaast kan het zinvol zijn om de huidige situatie akoestisch te beoordelen opdat een vergelijking mogelijk is om te beoordelen of de situatie verslechtert, gelijk blijft of verbetert).
Literatuur Fast T, Geelen LMJ, Meeuwsen EJ, et al. Geur en Gezondheid. GGD-richtlijn medische milieukunde, onderdeel Veehouderij en geur. RIVM, Bilthoven: 2015. Gezondheidsraad. Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen. Den Haag: 2012. Gezondheidsraad. Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen. Vervolgadvies. Den Haag: februari 2018. Gezondheidsraad. Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag: januari 2018. Giepmans R, Nijdam R, Scholtes M, et al. Handreiking veehouderij en volksgezondheid. 2016. WHO. Night noise guidelines for Europe. Kopenhagen: World Health Organization, 2009. www.kennisplatformveehouderij.nl
GGD Fryslân, 27 februari 2018
4