CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Regels Beheersverordening Bûtengebiet Noard Wunseradiel

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Wizigingsnota faaiplan bestimmingsplan bûtengebiet SWF12.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

b.

Bij het verlenen van de in sub a bedoelde afwijkingen dient voor andere bouwwerken met een grotere bouwhoogte dan 3 m en voor gebouwen, behoudens voorzover ze naar hun aard aan het water zijn gebonden, de volgende minimum afstand tot de as van de weg, onderscheiden naar de op de bijlagekaart 1 aangegeven wegencategorieën, in acht genomen te worden: Categorie van de weg: A

Minimum afstand tot de as van de weg: 100

B C D E F c.

d.

50 25 10 10 10

Bij het verlenen van de in sub a bedoelde afwijkingen dient voor andere bouwwerken met een1rotere bouwhoogte dan 3 m en voor gebouwen, behoudens voorzover ze naar hun aard aan het water zijn gebonden, tot de bestemming 'Water" een afstand van tenminste 10 min acht genomen te worden, gemeten tot de waterlijn op 15 cm+ F.Z.P. De in sub a bedoelde vrijstelling mag niet worden verleend, indien daardoor de landschappelijk en/of natuurwetenschappelijke waarde onevenredig wordt aangetast.

4 a.

Regels betreffende het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders voor de hierna onderscheiden gebieden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: 1. voor wat betreft de gronden aangeduid met "dijk": het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden; 2. voor wat betreft de gehele bestemming: a. het ophogen of afgraven van gronden; b. het dempen, graven of verbreden van vaarten, sloten, vijvers, of watergangen; c. het aanleggen of verharden van voet-, ruiter- of fietspaden, wegen of parkeerplaatsen; d. het maken van walbeschoeiing, kaden en dijken; e. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie- of transportleidingen; f. de aanleg van eenvoudige recreatieve voorzieningen, zoals picknickbank, vuilnisbak en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen; g. het scheuren of frezen van grasland; h. het door bemaling, afwatering, afdamming, toevloeiing of bevloeiing, wijzigen van de waterstand of waterhuishouding. indien een onherroepelijk goedgekeurd peilbesluit, zoals dat ten tijde van de tervisielegging van het plan geldt wordt overschreden.

b.

De onder a bedoelde vergunning is voorzover het betreft werken en werkzaamheden genoemd onder: 1 en 2a t/m 2g niet vereist voor normaal onderhoud, gebruik en beheer; 2h niet vereist wanneer het betreft werken en werkzaamheden in gebieden die in open verbinding staan met de Friese Boezem en voor onderhoudswerkzaamheden. De onder a bedoelde vergunning mag slechts worden verleend, indien door uitvoering van het werk of de werkzaamheden genoemd onder: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de herkenbaarheid van het dijkprofiel; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in lid 1 bedoelde landschappelijke en natuurwetenschap-pelijke waarden.

c.

5

Gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gronden geldt dat zij slechts mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming, waaronder het gebruiken/of inrichting ten behoeve van exploratie en exploitatie en diepe delfstoffen niet is begrepen.

6

Afwijking van de gebruiksregels

a.

Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 5, een omgevingsvergunning verlenen indien strikte toepassing van deze regels leidt tot een beperking van het meest doelmatig gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 5 een omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van seismologisch onderzoek.

b.

Artikel 14 1

Beplantingen

Bestemming De als zodanig op de verbeelding aangegeven gronden zijn bestemd voor beplantingen en bos, met de bijbehorende andere bouwwerken, paden en waterlopen, met dien verstande dat voor de gronden aangeduid met "gasleiding", een strook ter breedte van 5 m ter weerszijden van de leiding tevens is bestemd voor het leggen, onderhoud en beheer van gasleidingen met een druk van 20 bar of meer.

2

Bouwregels

a.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gronden geldt dat: geen gebouwen mogen worden opgericht.

b.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde andere bouwwerken geldt dat: de bouwhoogte ten hoogste 1,50 m mag bedragen.

3

Gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gronden geldt dat zij slechts mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming.

4

Afwijking van de gebruiksregels Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 3 een omgevingsvergunning verlenen, indien strikte toepassing van deze regels leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Artikel 15 1

Nutsvoorzieningen (op de verbeelding aangegeven met ON)

Bestemming De als zodanig op de verbeelding aangegeven gronden zijn: voorzover op de verbeelding aangeduid met ON1 bestemd voor transformatorstations, gasdrukmeet- en/of regelstations en gemaal, met de bijbehorende gebouwen, andere bouwwerken en terreinen; voorzover op de verbeelding aangeduid met ON2 bestemd voor gemaal met de bijbehorende gebouwen, waaronder dienstwoningen zijn begrepen, andere bo1uwwerken en terreinen;  voorzover op de verbeelding aangeduid met ON3 bestemd voor windmolen met de bijbehorende andere bouwwerken.

2

Bouwregels

a.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gebouwen geldt dat: 1. zij slechts gebouwd mogen worden binnen het bebouwingsvlak; 2. voor wat betreft de categorieën ON1 en ON2: a. de goothoogte ten hoogte de op de verbeelding aangegeven hoogte mag bedragen; b. de bouwhoogte ten hoogste de op de verbeelding aangegeven hoogte mag bedragen; 3. voor wat betreft categorie ON3: de bouwhoogte ten hoogste de op de verbeelding aangegeven hoogte mag bedragen; 4. uitsluitend op de gronden aangeduid met ON2 één woning mag worden opgericht; 5. bij een woning één bijgebouw gebouwd mag worden, waarvan: a. de oppervlakte ten hoogste 50m² mag bedragen; b. de goothoogte ten hoogste 3m mag bedragen; c. de bouwhoogte ten hoogste 6m mag bedragen.

b.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde andere bouwwerken geldt dat: de bouwhoogte ten hoogste 3 m mag bedragen.

3

Gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gronden en gebouwen geldt dat zij slechts mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming.

4

Afwijking van de gebruiksregels Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 3 een omgevingsvergunning verlenen, indien strikte toepassing van deze regels leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Artikel 16 1

Water

Bestemming De als zodanig op de verbeelding aangegeven gronden zijn bestemd voor sloten, vaarten, kanalen, vaarwegen en oeverstroken, met de bijbehorende gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, gemalen en andere bouwwerken, met dien verstande dat: a. voor de gronden aangeduid met "dijken", dijken met inbegrip van eventueel aanwezige dijksloten in de bestemming zijn begrepen; b. voor de gronden aangeduid met "gasleiding", een strook van 5 m ter weerszijden van de leiding tevens is bestemd voor het leggen, onderhoud en beheer van gasleidingen met een druk van 20 bar of meer.

2

Bouwregels

a.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gebouwen geldt dat: de inhoud ten hoogste 20m³ mag bedragen.

b.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde andere bouwwerken geldt dat: de bouwhoogte ten hoogste 1 m mag bedragen en voor andere bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging of regeling van het verkeer ten hoogste 15 m mag bedragen.

3

Afwijken van de bouwregels Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 2, sub b een omgevingsvergunning verlenen, tot een maximum bouwhoogte van 15 m voor windmolens uitsluitend ten behoeve van de waterbeheersing.

4

Regels betreffende uitvoering van werken en werkzaamheden

a.

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders de gronden op de verbeelding aangeduid met "dijk" op te hogen, af te graven, af te schuiven of te egaliseren.

b.

De onder a bedoelde aanlegvergunning is niet vereist voor: normaal onderhoud, gebruik en beheer.

c.

De onder a bedoelde vergunning mag slechts worden verleend, indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de herkenbaarheid van het dijkprofiel.

5

Gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gronden en bouwwerken geldt dat zij slechts mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming.

6

Afwijking van de gebruiksregels Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 5, een omgevingsvergunning verlenen, indien strikte toepassing van deze regels leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Artikel 17 1

Waterkering

Bestemming De als zodanig op de verbeelding aangegeven gronden zijn bestemd voor waterkering in de vorm van een dijk, met de voor het beheer en de instandhouding van de waterkering noodzakelijke gebouwen, andere bouwwerken en terreinen ten behoeve van de beveiliging, regeling en geleiding van het verkeer.

2

Bouwregels

a.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gebouwen geldt dat: 1. de oppervlakte per gebouw ten hoogste 20 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte ten hoogste 3,50 m mag bedragengemeten uit de voet van de dijk.

b.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde andere bouwwerken geldt dat: de bouwhoogte ten hoogste 3 m mag bedragen en voor andere bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer ten hoogste 10 mag bedragen.

3

Afwijking van bouwregels Burgemeester en Wethouders kunnen, nadat vooraf belanghebbenden gedurende tenminste 14 dagen in de gelegenheid zijn gesteld hun bezwaren schriftelijk kenbaar te maken, met toepassen van een omgevingsvergunning afwijken van:  het bepaalde in lid 2, sub b voor wat betreft de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 15 m mag bedragen.

4

Gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gronden en gebouwen geldt dat zij slechts mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming.

5

Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 4, een omgevingsvergunning verlenen indien strikte toepassing van deze regels leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Artikel 18 1

Wegen

Bestemming De als zodanig op de verbeelding aangegeven gronden zijn bestemd voor wegen, parkeerstroken, voet- en fietspaden, verlaadplaatsen voor akkerbouwproducten, picknickplaatsen, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, bermen en bermsloten, met bijbehorende gebouwtjes ten behoeve van de verkeerswaarneming, bediening van kunstwerken en verkeerslichten, gemalen en andere bouwwerken, met dien verstande dat: a. voor de gronden aangeduid met "dijken", dijken met inbegrip van eventueel aanwezige dijksloten in de bestemming zijn begrepen; b. voor de gronden aangeduid met "gasleiding", een strook van 5 m ter weerszijden van de leiding tevens is bestemd voor het leggen, onderhoud en beheer van gasleidingen met een druk van 20 bar of meer. In deze bestemming zijn tevens begrepen leidingen en duikers en andere bouwwerken ten behoeve van de waterbeheersing, openbare nutsvoorzieningen en transport- en energieleidingen.

2

Bouwregels

a.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gebouwen geldt dat: de inhoud per gebouwtje ten hoogst1e 20 m3 mag bedragen.

b.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde andere bouwwerken geldt dat:  de bouwhoogte ten hoogste 3 m mag bedragen en voor andere bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer en voor kunstwerken ten hoogste 10 m mag bedragen.

3

Afwijken van de bouwregels

a.

Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 2, sub b een omgevingsvergunning verlenen, voor wat betreft de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 15 m mag bedragen.

b.

Burgemeester en Wethouders kunnen, nadat vooraf belanghebbenden gedurende tenminste 14 dagen in de gelegenheid zijn gesteld hun bezwaren schriftelijk kenbaar te maken en na een vooraf verkregen verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten, een afwijking verlenen van: 1. het bepaalde in lid 1 voor de bouw van gebouwen ten behoeve van verkooppunten van motorbrandstoffen, doorsmeerstations, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, hulpverlenings- en politieposten, mits: a. de inhoud niet meer dan 50m³ zal bedragen; b. de bouwhoogte niet meer dan 3 m zal bedragen; het bepaalde in lid 1 voor het oprichten van andere bouwwerken ten behoeve van verkooppunten van motorbrandstoffen, mits de bouwhoogte niet meer dan 10 m zal bedragen.

2.

4

Regels betreffende uitvoering van werken en werkzaamheden

a.

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders de gronden op de verbeelding aangeduid met "dijk" op te hogen, af te graven, af te schuiven of te egaliseren.

b.

De onder a bedoelde aanlegvergunning is niet vereist voor: normaal onderhoud, gebruik en beheer.

c.

De onder a bedoelde vergunning mag slechts worden verleend, indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de herkenbaarheid van het dijkprofiel

5

Gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gronden en bouwwerken geldt dat zij slechts mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming.

6

Afwijking van de gebruiksregels

a.

Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 5 een omgevingsvergunning verlenen, indien strikte toepassing van deze regels leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

b.

Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 5 een omgevingsvergunning verlenen voor de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond- en bodemspecie en puin ten behoeve van de waterbeheersing en verkeersdoeleinden.

Artikel 19 1

Recreatiebedrijven

Bestemming De als zodanig op de verbeelding aangegeven !gronden zijn bestemd voor verblijfsrecreatie met de bijbehorende gebouwen, andere bouwwerken en terreinen. De vestiging van seksinrichtingen is niet in de bestemming begrepen.

2

Bouwregels

a.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gebouwen geldt dat: 1. zij slechts mogen worden gebouwd binnen het bebouwingsvlak; 2. binnen een bebouwingsvlak niet meer dan één woning mag worden opgericht; 3. de op de verbeelding aangegeven goothoogte en bouwhoogte met een speling van respectievelijk 0,5 m en 1 m, en de dakhelling met een speling van 5° aangehouden dient te worden; 4. de op de verbeelding aangegeven dakvorm dient te worden aangehouden; 5. in afwijking van het bepaalde onder 1, 3 en 4 gebouwen mogen worden gebouwd met een gezamenlijke oppervlakte van 200m² en een maximum gooten bouwhoogte van 3 respectievelijk 6m.

b.

Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde andere bouwwerken geldt dat: de bouwhoogte ten hoogste 3 m mag bedragen.

3

Gebruiksregels Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde gronden en bouwwerken geldt dat zij slechts mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming, met dien verstande dat kampeermiddelen en recreatiewoningen niet mogen worden gebruikt voor permanente bewoning.

4

Afwijken van de gebruiksregels

a.

Burgemeester en Wethouders verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 4 een omgevingsvergunning verlenen, indien strikte toepassing van deze regels leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

b.

Burgemeester en Wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 4 een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik van de gebouwen als berging van caravans en boten.

Artikel 20

Externe veiligheid

A.1

Bij de in het plan opgenomen afwijjkingsbevoegdheden, dienen met het oog op het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten vanwege LPG-stations en aardgastransportleidingen de volgende regelsin acht genomen te worden: binnen 110 meter vanaf LPG-vulpunten, gelegen binnen de gronden met de bestemming "Verkooppunt van motorbrandstoffen" en 110 meter vanaf het LPGvulpunt en 120 meter vanaf het bovengronds reservoir gelegen binnen de bestemming "Nijverheidsbedrijven" zoals aangegeven op detailkaart 11-10, geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gebouwd mogen worden; binnen de aan weerszijden van de op do verbeelding aangegeven "gasleidingen" geldende toetsingsafstand geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gebouwd mogen worden de voor de desbetreffende gasleidingen geldende toetsingsafstand is aangegeven op bijlagekaart 3.

A.2

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijst4!lling verlenen van het bepaalde in lid A.1 en toestaan dat kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd, mits: de toepasselijke grenswaarden voor helt risico en risicoafstanden ten aanzien van kwetsbare objecten in acht genomen worden; met de toepasselijke richtwaarden voor het risico en risicoafstanden ten aanzien van beperk1t kwetsbare objecten wordt rekening gehouden; het groepsrisico wordt afgewogen.

B.1

Het is met het oog op het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten vanwege LPG-stations en aardgastransportleidingen verboden om gronden en bouwwerken gelegen: 1. binnen 110 meter vanaf LPG-vulpunten gelegen binnen de gronden met de bestemming "Verkooppunt van motorbrandstoffen" en binnen 110 meter vanaf het LPG- vulpunt en 120 meter vanaf het bovengronds reservoir gelegen binnen de bestemming "Nijverheidsbedrijven" zoals aangegeven op detailkaart 11-10; binnen de aan weerszijden van de op de verbeelding aangegeven "gasleidingen" geldende toetsingsafstand, zoals aangegeven op bijlagekaart 3, te gebruiken of te laten gebruiken als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object (met uitzondering van het bestaande gebruik).

2.

B.2

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 81 en toestaan dat die gronden en bouwwerken worden gebruikt als kwetsbaa1r of beperkt kwetsbaar object, mits: de toepasselijke grenswaarden voor het risico en risicoafstanden ten aanzien van kwetsbare objecten in acht genomen worden; met de toepasselijke richtwaarden voor het risico en risicoafstanden ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten wordt rekening gehouden; het groepsrisico wordt afgewogen.

Artikel 21

Ontgrondingen

In de bestemmingen zijn de voor de realisering van de bestemming noodzakelijke ontgrondingen begrepen. Voorzover een omgevingsvergunning betrekking heeft op een ontgronding in de zin van de provinciale ontgrondingen verordening is overeenkomstig artikel 16 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten vereist.

Bijzondere regels

Artikel 22

Anti - dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 23

Algemene gebruiksregels

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruik(en) van de gronden ten behoeve van een seksinrichting tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald .

Artikel 24

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van de regels in deze planregels ten aanzien van de volgende onderwerpen: a.

b. c. d.

de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 25 m², een inhoud van ten hoogste 70 m³ en een hoogte van maximaal 5 m, ten dienste van openbaar nut, zoals schakelhuisjes, transformatorhuisjes, wachthuisjes, straatmeubilair, telefooncellen en kabelverdeelkasten; de bouw van balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken, met dien verstande dat balkons geen grotere diepte mogen hebben dan 1,50 m; het bouwen van antennes waarvan de bouwhoogte ten hoogste 25 m mag bedragen; het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%, met dien verstande dat deze regel niet wordt toegepast in samenloop met een bijzondere afwijkingsregel.

Artikel 25 1. a.

b. c.

2. a. b.

c. d.

Overgangsregels Bouwregels Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10 %. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van de beheersverordening. Gebruiksregels Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

Het is verboden het met het beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsregels van de beheersverordening.

Artikel 26

Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als "regels behorende bij de beheersverordening Bûtengebiet­Noard voormalige gemeente Wûnseradiel”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9597749/1