bijlage 2 - zienswijzennota Oosthem Ald Rien II
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen ex artikel 3.8 Wro Ontwerpbestemmingsplan Oosthem - Ald Rien fase 2
1
Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Oosthem – Ald Rien fase 2’ heeft samen met het ontwerp beeldkwaliteitsplan in de periode van 4 november 2022 tot en met 15 december 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn volledig en voldoende gemotiveerd en daarmee ontvankelijk. Hieronder zullen we ingaan op de beide zienswijzen: eerst puntsgewijs een korte weergave van de zienswijzen met direct daaronder de gemeentelijke reactie. Vanwege de Wet bescherming persoonsgegevens zijn er geen namen van natuurlijke personen opgenomen in deze reactienota.
1. Zienswijze provincie Inhoud zienswijze De provincie geeft aan dat het ontwerp bestemmingsplan aanleiding geeft voor het indienen van een zienswijze vanwege: a. De provincie vindt dat het aspect landschap en cultuurhistorie meer aandacht verdient in het bestemmingsplan. Dit door een analyse te maken van de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten en op basis hiervan de gemaakt keuze te motiveren in de toelichting van het plan. b. Verder verzoekt de provincie aan de gemeente om een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan op te nemen om de landschappelijke inpassing, overeenkomstig de ontwerpschets, te borgen. c. Verder wijst de provincie nog op de Porthos uitspraak van de Raad van State van 2 nov. 2022. Op basis van die uitspraak moet voor de aanlegfase van het plan ook een AERIUSberekening gemaakt worden. Reactie gemeente Ad a. We hebben in het ontwerp traject nauw samengewerkt met het Wetterskip en verschillende modellen onderzocht. In dat verband is er een keuze gemaakt voor het polderpeil. Dit heeft tot gevolg dat er geen vaarverbinding tot stand kan komen met de Ald Rien. Het voorliggende plan is daaruit voortgekomen in overleg met het dorp. Ambtelijk heeft de provincie al aangegeven dat de toelichting daarmee voldoende is.
Ad b. De gemeente zal ten aanzien van de landschappelijke inpassing een voorwaardelijke verplichting in het vast te stellen bestemmingsplan opnemen, zodat deze is geborgd. Op die manier kan een derde de gemeente houden aan de uitvoering en/ of instandhouding van de landschappelijke inpassing, conform de ontwerpschets.
Ad c. De gemeente zal een nieuwe AERIUS berekening, incl. aanlegfase, laten uitvoeren en de uitkomsten daarvan meenemen in de besluitvorming omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad. Conclusie In verband met het opnemen van de voorwaardelijke verplichting in de regels ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het plan, dient het bestemmingsplan op dit punt gewijzigd te worden vastgesteld ten opzichte van het ontwerp dat in nov./ dec. 2022 ter inzage heeft gelegen. De raad wordt voorgesteld om het bestemmingsplan op dit punt gewijzigd vast te stellen. Voor het overige zijn er geen aanpassingen in de regels of op de verbeelding aangebracht die leiden tot een gewijzigde vaststelling ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan.
2
2. Zienswijze van inwoner gemeente (appellant) Inhoud zienswijze a. Appellant geeft aan de wens te hebben voor een houten/ Scandinavisch huis in dit plan, met daarbij energie-neutrale en levensloopbestendige kenmerken. Appellant vraagt of de gemeente deze stijl wil invoeren in dit plan. b. Daarnaast geeft appellant aan dat de vrijstaande woningen en de waterwoningen veel te duur zijn voor bewoners uit de eigen omgeving. Dit zijn volgens appellant vooral mensen met een gemiddeld inkomen en starters, die dergelijke woningen niet kunnen kopen. Reactie gemeente Ad a. De gemeente heeft in het beeldkwaliteitsplan gekozen voor 3 deelgebieden: -
Gebied 1 voor de rij-/ 2 onder een kapwoningen langs het voetbalveld. Deze sluiten aan bij de architectuur van de eerder gerealiseerde woningen in fase 1. Gebied 2: de 6 projectmatige waterwoningen. Het materiaal van deze woningen is vooral hout en zoveel mogelijk ecologisch, biobased en circulair. Gebied 3: de 4 zelfbouwkavels, die qua architectuur aansluiten op Gebied 1.
Voor wat betreft de wens van appellant voor een houten/ Scandinavisch huis in dit plan sluiten de woningen in gebied 2 qua stijl het meest aan bij de wensen van appellant. Voor een uitvoerige beschrijving van de gewenste beeldkwaliteit wordt verwezen naar het van het bestemmingsplan deel uitmakende beeldkwaliteitsplan.
Ad b. De verschillende woningen in het plan zullen verschillende vraagprijzen krijgen. Er zullen goedkopere woningen worden gerealiseerd en ook zijn er zelfbouwkavels. Bij een woningbouwontwikkeling wordt altijd gekeken naar het effect op de totale woningvoorraad. Ook door deze toevoeging aan de woningvoorraad wordt aangenomen dat de doorstroming op de woningmarkt wordt gestimuleerd; bestaande en betaalbare woningen komen mogelijk vrij doordat de bewoners kunnen doorstomen naar de duurdere woningen. Bovendien vindt er altijd een afweging plaats tussen het optimaal bedienen van de vraag en de exploitatiemogelijkheden. Het verder vergroten van het aandeel betaalbare woningen vormt een te groot risico voor de haalbaarheid van het plan. Ook moet er worden gezocht naar een balans tussen de acute vraag naar nieuwbouwwoningen en de vraag naar woningen op lange termijn. Met het nu voorliggende programma wordt voorzien in de actuele behoefte aan betaalbare woningen en een gezonde woningvoorraad op langere termijn. De betaalbaarheid van de woningen in relatie tot de doelgroep ‘starters’ is overigens lastig. Het plan voorziet in de realisatie van 2 rijen woningen met 9 of 10 woningen. Dit is flexibel in het bestemmingsplan opgenomen. Het kunnen zowel rijtjeswoningen of half vrijstaande woningen worden. Deze stroken zijn specifiek opgenomen om betaalbare woningen toe te voegen.
De gemeente streeft naar het zo goedkoop mogelijk op de markt zetten van deze woningen (uitvraag met plafond V.O.N.-prijzen). Conclusie Bovenstaande zienswijze van appellant leidt niet een aanpassingen van het bestemmingsplan (regels, toelichting en/of verbeelding) ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan.
3