Bijlage 2 - Staat van wijzigingen
Tekst van het document
STAAT VAN WIJZIGINGEN Bestemmingsplan ‘Sneek – Harinxmaland 2A2’
Deze staat van wijzigingen bevat de wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024. De wijzigingen hebben betrekking op de regels en de verbeelding. Het gaat hier om ambtelijke aanpassingen. De toelichting van het bestemmingsplan is in overeenstemming gebracht met de vermelde aanpassingen uit de staat van wijzigingen. Door het toevoegen en vervallen van enkele leden binnen diverse artikelen worden meerdere artikelen en leden vernummerd. Deze vernummering wordt niet expliciet omschreven maar wordt opgenomen in de integrale nieuwe tekst van het bestemmingsplan. Hetzelfde geldt voor aanpassingen in de regels doordat er bijvoorbeeld een verkeerde lettergrootte voor een woord aan de orde is danwel een ander lettertype. Dit wordt hersteld maar houdt inhoudelijk geen wijziging in. In onderstaande wijzigingen wordt de nummering na vaststelling van het plan gebruikt of bij vervallen van onderdelen de nummering van het ontwerpbestemmingsplan.
A. Ambtshalve wijziging van de regels In het onderstaand overzicht worden de ambtshalve wijzigingen in de regels opgenomen. Voor de ambtshalve wijziging van de verbeelding wordt verwezen naar de B-nummers hieronder. De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis: - Nr. = nummer van de wijziging. 1 betekent de eerste ambtshalve wijziging - Artikel = artikel waar de wijziging op ziet - Wijziging = wat voor wijziging betreft het Artikel 5: Water Nr. 3
Artikel 5.1
Wijziging De bestemmingsomschrijving wordt aangevuld.
Motivering: Het gebruik van oevers als aanlegplek of ligplaats wordt in het plangebied alleen toegestaan bij woningen. Voor de overige oevers geldt een verbod. De Regels worden hieraan aangepast. Was: 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; Wordt: 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. aanleggelegenheid, tenzij de gronden ter plaatse zijn voorzien van de aanduiding 'ligplaats uitgesloten'. Nr. 4
Artikel 5.4, sub b
Wijziging De tekst van sub b wordt vervangen
Motivering: Het gebruik van oevers als aanlegplek of ligplaats wordt alleen toegestaan bij woningen. Bij de overige oevers geldt een verbod. In de regels van het bestemmingsplan kan dit worden vastgelegd. Om die reden wordt de verwijzing naar de gemeentelijke ligplaatsenverordening verwijderd. In plaats daarvan wordt het aanleggen ter plaatse van aanduiding ‘ligplaats uitgesloten’ als strijdig gebruik aangemerkt. Was: 5.4 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: b. het gebruik van gronden als ligplaats voor (recreatie)vaartuigen, behalve daar waar het op grond van de gemeentelijke ligplaatsenverordening is toegestaan.
Wordt: 5.4 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: b. het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats uitgesloten', voor het innemen van ligplaats dan wel als aanlegplaats. Artikel 6: Wonen Nr. 1
Artikel 6.1
Wijziging De bestemmingsomschrijving wordt aangepast.
Motivering: In nieuwe bestemmingsplannen wordt er doorgaans gebruik gemaakt van de zogenoemde standaarden uit het handboek bestemmingsplannen. De opbouw van dit artikel wordt gelijkgetrokken met de standaard opbouw van het handboek. Was: 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; 2. bed and breakfast; Wordt: 6.2 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woonhuis, al dan niet in combinatie met ruimte voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; 2. mantelzorg; 3. bêd en brochje;
Nr. 2
Artikel 6.2
Wijziging Verplaatsing regel 6.2.1, sub h onder 2 wordt verplaatst naar regel 6.2.1 sub e.
Motivering: Het aantal hoofdgebouwen is niet van toepassing op de gebieden waar ‘experimenteel wonen’ mogelijk is. De bepaling wordt om die reden verplaatst van de specifieke regels voor ‘experimenteel wonen’ naar de algemene regels voor ‘hoofdgebouwen’. Was:
6.2 Bouwregels 6.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: h. in afwijking van c.q. in aanvulling op het bepaalde onder c, d, e, f en g gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - experimenteel wonen' de volgende regels:
2. het aantal hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; Wordt: 6.3 Bouwregels 6.2.1. Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: e. het aantal hoofdgebouwen bedraagt het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; Artikel 7: Waarde – Archeologie 1 Nr. 5
Artikel 7.2.1
Wijziging De aanduiding ‘specifieke vorm van waarde uitgesloten – archeologie 1 werkzaamheden’ wordt verwijderd. De vrijstellingsoppervlakte wordt gewijzigd van 50 m2 naar 5 m2. De dieptevrijstelling gaat van 0,40 m onder maaiveld naar 1,0 m.
Motivering: Uit archeologisch vervolgonderzoek is gebleken dat de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde uitgesloten – archeologie 1 werkzaamheden’ die was geplaatst op de archeologische vindplaats in het zuidwesten van het plangebied niet nodig is, maar volstaan kan worden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. In het artikel kan daarom de aanduiding worden verwijderd. Bij de bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ geldt er normaal gesproken een vrijstellingsoppervlakte van 50 m2. In dit geval wordt deze vrijstellingsoppervlakte beperkt tot 5 m2. De reden hiervoor is dat er sprake is van een relatief kleine vindplaats. Ook kleine ingrepen zorgen op een dergelijke kleine vindplaats voor een groot verlies van wetenschappelijke informatiewaarde. Omdat er een ophooglaag wordt aangebracht wordt de dieptevrijstelling hieraan aangepast en wordt hierdoor op 1 meter min maaiveld gezet in plaats van de gebruikelijke 40 cm.
Was: 7.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, met een oppervlakte groter dan 50 m2 en ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde uitgesloten – archeologie 1 werkzaamheden’ met een oppervlakte groter dan 5 m2, die de bodem dieper dan 1 m beneden maaiveld verstoren, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: Wordt: 7.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, met een oppervlakte groter dan 5 m² die de bodem dieper dan 1 m beneden maaiveld verstoren, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag:
Nr. 6
Artikel 7.3.1
Wijziging De maatvoering wordt aangepast aan de wijziging onder 7.2.1:
Motivering: Zie onder 7.2.1 Was: 7.3.1 Omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden Voor de werken genoemd onder 7.3.2, met een oppervlakte groter dan 50 m2 en ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde uitgesloten – archeologie 1 werkzaamheden’ met een oppervlakte groter dan 5 m2, die de bodem dieper dan 1 m beneden maaiveld verstoren (met uitzondering van gronddepots), moet alvorens een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: Wordt: 7.3.1 Omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden Voor de werken genoemd onder 7.3.2, met een oppervlakte groter dan 5 m², die de bodem dieper dan 1 m beneden maaiveld verstoren (met uitzondering van gronddepots), moet alvorens een omgevingsvergunning voor het uitvoeren werken of werkzaamheden wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag:
B. Wijzigingen van de verbeelding In het onderstaand overzicht worden de wijzigingen in de verbeelding (plankaart) opgenomen. Nr. 1
Wijziging Bouwvlak wordt ingekort.
Motivering: Het bouwvlak aan de noordoostelijke zijde wordt ingekort en komt op dezelfde lijn te liggen als de zuidelijker gelegen bouwblokken. Hiermee ontstaat een logische stedenbouwkundige doorkijk en groene buffer langs het spoor. Was:
Wordt:
Nieuwe bouwvlak wordt aangegeven middels gearceerde blokken.
Nr. 2
Wijziging Bouwvlak wordt vergroot en krijgt de ‘bouwaanduiding – experimenteel – wonen’.
Motivering: Om de ruimtelijke kwaliteit in het gebied te verbeteren zijn er wijzigingen aangebracht in de locaties waar experimentele woningbouw mogelijk wordt gemaakt. Het bouwvlak aan de noordzijde langs de Ivige Leane wat bedoeld was voor ‘reguliere’ woningbouw wordt bestemd voor experimentele woningbouw. Hiermee ontstaat een logische clustering van de
experimentele woningbouw, die straks verder wordt uitgebreid in het aansluitende plangebied Harinxmaland 2A3. Was:
Wordt:
Nieuwe bouwvlak wordt met zwarte arcering aangegeven. Daarnaast wordt het aangepaste bouwvlak voorzien van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – experimenteel – wonen’ Nr. 3
Wijziging Bouwvlak en bestemming worden verwijderd
Motivering: Het bouwvlak aan de zuidwestzijde van het plangebied komt in zijn geheel te vervallen. Hiermee vindt een versterking van de groenzone plaats. Was/Wordt:
bouwvlak met bestemming en aanduiding worden verwijderd
Nr. 4
Wijziging Plangebied wordt verkleind.
Motivering: Het bouwvlak aan de noordwestzijde wordt buiten het plangebied gelaten. Het plangebied wordt hiermee iets verkleind. Dit stukje grond wordt toegevoegd aan het plangebied van het nog te ontwikkelen plandeel 2A3. Was/wordt:
Bouwvlak + groenstrook worden verwijderd waardoor het plangebied wordt verkleind Nr. 5
Wijziging Bouwvlak wordt aangepast en aanduiding wordt verwijderd.
Motivering: Het voor experimentele woningbouw bedoelde bouwvlak aan de zuidoostzijde van het plan wordt ‘reguliere’ woningbouw. Ten behoeve van de verkaveling wordt het bouwvlak aangepast. Was:
Wordt:
Het nieuwe bouwvlak wordt aangegeven door de zwarte arcering. Daarnaast wordt de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – experimenteel wonen’ verwijderd van het bouwperceel.
Nr. 6
Wijziging Bouwvlakken worden aangepast.
Motivering: Bouwvlakken worden aangepast om meer en smallere kavels mogelijk te maken voor betaalbare woningbouw. Was:
Wordt:
De nieuwe bouwvlakken worden aangegeven door de zwarte arcering.
Nr. 7
Wijziging Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 1’ wordt verwijderd.
Motivering: Uit archeologisch vervolgonderzoek is gebleken dat een groot deel van de archeologische vindplaats is verdwenen. Dit brengt met zich mee dat de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’ van het perceel niet meer nodig is. Was/wordt:
De dubbelbestemming ‘Waarde - Acheologie 1’ dat is aangegeven met +++ in het L-vormige gebied wordt verwijderd
Nr. 8
Wijziging Aanduiding ‘specifieke vorm van waarde uitgesloten – archeologie 1 werkzaamheden’ wordt verwijderd.
Motivering: Er werd gebruik gemaakt van de specifieke aanduiding ‘specifieke vorm van waarde uitgesloten – archeologie 1 werkzaamheden’ omdat hier de verstoringsdiepte afwijkend was ten opzichte van gebruikelijke beleid. Uit aanvullend archeologisch onderzoek is gebleken dat deze specifieke aanduiding niet nodig is en volstaan kan worden met de dubbelbestemming ‘Archeologie 1’. Was en Wordt:
de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde uitgesloten – archeologie 1 werkzaamheden’ wordt verwijderd. Nr. 9
Wijziging De openbare kades worden voorzien van de aanduiding ‘ligplaats uitgesloten’.
Motivering: Alleen ter plaatse van de oevers bij woningen mogen vaartuigen worden aangelegd. In de regels van het bestemmingsplan wordt dit geregeld in artikel 5.1. Op de Verbeelding wordt dit geregeld door de overige oevers/kades te voorzien van de aanduiding ‘ligplaats uitgesloten’. Was/wordt:
De met rood aangegeven oevers/kaders worden voorzien van de aanduiding ‘ligplaats uitgesloten’.