CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Staat van wijzigingen

Raadsvergadering 24 oktober 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan Aesgewei 3 yn Sibrandabuorren1.216 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Staat van wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Sibrandabuorren – Aesgewei 3 Deze Staat van (ambtshalve) wijzigingen bevat een opsomming van de wijzigingen in de Regels en op de Verbeelding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen van 8 december 2023 tot en met 18 januari 2024. De wijzigingen hebben betrekking op de volgende Regels:

Planregels -

Artikel 8 ‘Waarde – Archeologie 2’ wordt gewijzigd in ‘Waarde – Archeologie 1’. Wegens het uitgevoerde onderzoek is namelijk een betere archeologische bescherming voor het noordelijk deel van het gebied nodig: Het archeologische onderzoek laat zien dat zich in dit noordelijk deel van plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten bevinden die samenhangen met de historische boerderij (daterend uit de 17 e eeuw of ouder), de voorloper van de huidige boerderij. Voor de overige delen van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Het nieuwe artikel 8 wordt als volgt in het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen:

Artikel 8 Waarde - Archeologie 1 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), ook bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische (verwachtings)waarden. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 8.2.2 Onderzoeksplicht Voor bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, met een oppervlakte groter dan 50 m2 en die de bodem dieper dan 0,40 beneden maaiveld verstoren, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag:

a. de archeologische waarden van de (water)bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en

b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 8.2.3 Toelaatbaarheid bouwwerken In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) zijn bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, slechts toelaatbaar wanneer:

a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;

b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door het bouwen niet onevenredig worden geschaad;

c. het de vervanging, vernieuwing of verandering betreft van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders;

d. het een bouwwerk betreft met een oppervlakte van maximaal 50 m2; e. het een bouwwerk betreft dat niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld en zonder heiwerkzaamheden wordt gerealiseerd. 8.3 Afwijken van de bouwregels

1

Het bevoegd gezag kan, indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwwerken kunnen worden geschaad, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 40.3 mits de volgende voorwaarden in acht worden genomen:

a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor ondanks de uitvoering van de bouwwerkzaamheden de archeologische resten in de (water)bodem kunnen worden behouden, en/of

b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of

c. de verplichting de bouwwerkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:

a. het ontgronden, afgraven (waaronder saneren), verlagen, baggeren (waaronder saneren) egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden;

b. het uitvoeren van werken of werkzaamheden aan oevers en kaden; c. de aanleg van gronddepots; d. het graven, verdiepen en/of verbreden van vaargeulen, watergangen en andere wateren; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

f. het permanent verlagen van het waterpeil; g. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting, waarbij de verstoring bij verwijderen of aanbrengen meer dan 0,40 meter onder het maaiveld bedraagt;

h. het aanleggen en/of verbreden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden. 8.4.2 Onderzoekplicht Voordat een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag:

a. de archeologische waarden van de (water)bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en

b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 8.4.3 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 41.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die:

a. een oppervlakte hebben van maximaal 50 m2 én niet dieper gaan dan 0,40 meter onder het maaiveld (met uitzondering van gronddepots);

b. het normale onderhoud betreffen; c. al in uitvoering en/of vergund zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; d. op archeologisch onderzoek gericht zijn; e. te maken hebben met de aanleg van ondergrondse infrastructuur met een maximum diameter van 0,40 meter, mits deze sleufloos wordt uitgevoerd. 8.4.4 Toelaatbaarheid

2

De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 41.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:

a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;

b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad;

c. indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden kunnen worden geschaad, de volgende voorwaarden in acht worden genomen:

1

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor ondanks de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden de archeologische resten in de (water)bodem kunnen worden behouden, en/of

2

de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of

3

de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.

8.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Verbeelding -

Ook op de verbeelding wordt ‘Waarde – Archeologie 2’ gewijzigd in ‘Waarde – Archeologie 1’. Hieronder eerst het plaatje van het ontwerp bestemmingsplan dat is gewijzigd in het vast te stellen plan (plaatje daaronder).

Was in ontwerp bestemmingsplan:

3

Wordt in vast te stellen bestemmingsplan:

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14564468/1