Bijlage 2 - Reactienota zienswijzen
Tekst van het document
Reactienota op ingediende zienswijzen ‘Bestemmingsplan SWF Oudega & Woudsend’
Inleiding Het ontwerp van het bestemmingsplan SWF Oudega en Woudsend heeft met ingang van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn bestond de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Tevens zijn er van gemeentewege twee inloopmiddagen georganiseerd en wel op 9 januari 2024 in MFC It Joo te Oudega en op 10 januari 2024 in MFC De Driuwpôle te Woudsend. Tegen het ontwerpbestemmingsplan SWF Oudega en Woudsend zijn 11 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben allemaal betrekking op het planonderdeel Woudsend.
1. De Greiden 123 te Indyk De indiener van de zienswijze heeft via een contactformulier vragen gesteld welke zorgvuldigheid halve als een zienswijze is opgevat. De indiener van de zienswijze geeft aan dat de gemeente de bestemming van zijn woning gaat veranderen en vraagt zich af of dit wel mag, wat dit voor zijn woonsituatie betekent en waarom hij hierover niet door de gemeente is geïnformeerd. Reactie gemeente In het ontwerpbestemmingsplan heeft het perceel de enkelbestemming ‘recreatierecreatiewoningen’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – permanente bewoning’. Binnen deze bestemming is het gebruik van het pand en de gronden ten behoeve van recreatie en ook voor permanente bewoning toegestaan. In het vigerende plan heeft dit perceel de bestemming ‘recreatieve doeleinden recreatiewoningen’ en de gebiedsaanduiding ‘permanente bewoning’. Binnen dit vigerende bestemmingsplan is het gebruik van het pand en de gronden ten behoeve van recreatie en ook voor permanente bewoning toegestaan. De conclusie is dat de bestemming van het perceel niet verandert en ook niet de wijze waarop de recreatiewoning mag worden gebruikt. De bestaande rechten vanuit het vigerende bestemmingsplan zijn 1-op-1 overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Er verandert dus niets voor de woonsituatie van de indiener van de zienswijze.
Mogelijk dat de indiener van de zienswijze (ook) bedoelt dat de bouwmogelijkheden zijn veranderd in het nieuwe bestemmingsplan. Bijvoorbeeld doordat in het ontwerpbestemmingsplan geen ‘gevellijn’ is opgenomen. Deze komt in het nieuwe bestemmingsplan wel terug (net zoals de vrijstelling voor de bouw van serres op bepaalde percelen). Hiervoor wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie op zienswijze nummers 2 en 3. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
2. De Greiden 47 te Indyk De indiener van de zienswijze vraagt zich af waarom er geen onderscheid meer is gemaakt tussen de voor- en achtergevels van de woningen aan het water. In het huidige bestemmingsplan is een gevellijn opgenomen welke de voorzijde aanduidt. Hij vraagt zich af waarom dit is gedaan. Tevens geeft de indiener van de zienswijze aan dat onder de bouwregels in 18.2.1 onder meer is opgenomen dat recreatiewoningen binnen een bouwvlak moeten worden gebouwd en het bebouwde oppervlakte ten hoogste 100m2 mag bedragen. De bouwvlakken op de verbeelding zijn volgens de indiener van de zienswijze ca. 55m2 en dus kan er niet aan de bouwregels worden voldaan. Reactie gemeente Voor- en achtergevels In het ontwerpbestemmingsplan is inderdaad geen gevellijn opgenomen. Dit wijkt af van het vigerende bestemmingsplan waarin de zijde aan het water met een gevellijn is aangeduid waardoor duidelijk is wat als “voorkant” van de recreatiewoningen wordt gezien. Ook is deze gevellijn voor wat betreft toegestane bebouwing relevant. De insteek van dit nieuwe bestemmingsplan is om de bestaande rechten over te nemen (actualiserend maar conserverend plan). Deze gevellijn zal dus alsnog op de plankaart van het bestemmingsplan worden opgenomen conform de situering in het huidige bestemmingsplan. Daarmee wordt recht gedaan aan de bestaande situatie.
Bouwvlakken In de gemeente worden voor recreatiewoningen doorgaans bouwvlakken gehanteerd met daaraan gekoppeld bouwvoorschriften. Deze standaardregel is ook in het ontwerpbestemmingsplan zo opgenomen. Nu is deze locatie in Woudsend bijzonder in die zin dat er andere bestaande rechten zijn in het huidige bestemmingsplan en er ook permanente bewoning is toegestaan binnen de gebiedsaanduiding. In het vast te stellen bestemmingsplan zullen wij de standaard bouwvlakken loslaten en overgaan tot bouwstroken waarbinnen de bebouwing moet plaatsvinden. Dit conform het vigerende bestemmingsplan. Daarmee is de door de indiener van de zienswijze geconstateerde discrepantie in de regels ook opgelost. Conclusie: De zienswijze zal worden overgenomen in die zin dat de gevellijn op de plankaart wordt aangebracht en dat de bouwvlakken komen te vervallen en zullen worden omgezet naar bebouwingstroken. Dit conform het huidige bestemmingsplan.
Was:
Wordt:
3. De Greiden 26 te Indyk De indiener van de zienswijze verwijst naar het proces bij de vaststelling van het huidige bestemmingsplan in 2008 waarbij een uitzondering is opgenomen voor het bouwen buiten de bouwvlakken voor specifieke woningen gelegen aan de centrale waterkolom. Deze uitzondering is destijds gemaakt (in ieder geval voor huisnummers 26 en 38) omdat deze woningen aan twee zijden water hebben en anders niet uitgebreid konden gaan worden. Indiener van de zienswijze verzoekt om voor de betreffende woningen deze uitzondering weer op te nemen (wat voor de huisnummers 38 en 26 de oostzijde van de woning betekent). Tenslotte merkt de indiener van de zienswijze op dat de bouwvlakken ca. 55 m2 zijn en er niet aan de bouwregels is te voldoen. Reactie gemeente Uitzondering serres De indiener van de zienswijze verwijst naar de binnenplanse afwijkingsregel voor het kunnen bouwen van serres aan de waterzijde voor specifiek genoemde adressen in het huidige bestemmingsplan. Deze regel is destijds opgenomen om ook deze hoekpercelen ruimte voor een serre te geven. In het ontwerpbestemmingsplan is deze binnenplanse afwijking op de bouwregel niet opgenomen. Dat wordt hersteld om daarmee recht te doen aan de bestaande rechten.
Er zal hiervoor een functieaanduiding ‘gevellijn vrijstelling serres’ op de plankaart worden aangebracht op de locaties waar dit nu ook ligt in het huidige bestemmingsplan. Met een binnenplanse afwijking op de bouwregel wordt er dan mogelijk gemaakt dat er voor de “voorgevel” een serre kan worden gebouwd. Dit komt dan overeen met de bestaande rechten vanuit het huidige bestemmingsplan. Bouwvlakken In de gemeente worden voor recreatiewoningen doorgaans bouwvlakken gehanteerd met daaraan gekoppeld bouwvoorschriften. Deze standaardregel is ook in het ontwerpbestemmingsplan zo opgenomen. Nu is deze locatie in Woudsend bijzonder in die zin dat er andere bestaande rechten zijn in het huidige bestemmingsplan en er ook permanente bewoning is toegestaan binnen de gebiedsaanduiding. In het vast te stellen bestemmingsplan zullen wij de standaard bouwvlakken loslaten en overgaan tot bouwstroken waarbinnen de bebouwing moet plaatsvinden. Dit conform het vigerende bestemmingsplan. Daarmee is de door de indiener van de zienswijze geconstateerde discrepantie in de regels ook opgelost.
Conclusie: De zienswijze zal worden overgenomen in die zin dat de functieaanduiding ‘gevellijn vrijstelling serres’ wordt opgenomen samen met een binnenplanse afwijking op de bouwregels hiervoor. Daarnaast zullen de bouwvlakken komen te vervallen en omgezet worden naar bouwstroken. Dit conform het huidige bestemmingsplan. Was:
Wordt:
4. Ald Wyk 16 te Woudsend De indiener van de zienswijze geeft aan dat de bestemmingsbeschrijving passend is gelet op de bestaande activiteiten. Wel wordt gevraagd de toegestane verstrekking van etenswaren en dranken aan gasten van het recreatiebedrijf anders te omschrijven om misverstanden te voorkomen. In de omschrijving wordt specifiek omschreven dat dit moet gaan om ondergeschikte horeca in de vorm van een kantine (rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het recreatiebedrijf). Alle andere vormen van horeca worden volgens de indiener van de zienswijze als strijdig gebruik aangemerkt. Kantine wordt niet verder gedefinieerd waardoor er misverstanden kunnen ontstaan over wat wel en niet mogelijk is. Het bedrijf beschikt over een keuken om gasten te voorzien van maaltijden en dranken. Het woord kantine wekt de indruk dat het alleen om een tosti of kroket zou gaan (zoals een sportkantine). Dat klopt niet. Alleen opnemen van ondersteunende horeca (zonder het woord kantine) zou dit al ondervangen. Het gebruik van zelfstandige horeca is dan uitgesloten. Deze wijziging betekent volgens de indiener van de zienswijze geen uitbreiding van gebruiksmogelijkheden, maar het verduidelijken van het toegestane gebruik voor wat betreft de ondersteunende horeca.
Reactie gemeente Binnen de bestemming ‘Recreatie-Recreatiebedrijven’ is ondersteunende horeca welke direct verbonden is aan het recreatiebedrijf (en de gasten) toegestaan. Niet een zelfstandig restaurant bijvoorbeeld. De indiener van de zienswijze wil ook alleen de ondergeschikte en ondersteunende horeca voor de eigen gasten. Dat is ook hetgeen wat met dit bestemmingsplan wordt beoogd. Dat het woordje ‘kantine’ verwarrend kan zijn, begrijpen wij en dateert nog meer vanuit het verleden en de standaardregel. In de nieuwe bestemmingsplannen wordt er meer onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten recreatiebestemming en past het woord kantine niet overal meer bij. De regels in het bestemmingsplan zullen worden aangepast waarbij het woordje kantine binnen deze bestemming komt te vervallen en er ondersteunende horeca wordt toegestaan (niet alleen een kantine zijnde). Daarmee blijft zelfstandige horeca uitgesloten, maar worden de recreatiebedrijven binnen deze bestemming wel in de gelegenheid gesteld om de eigen gasten wat te kunnen aanbieden. Conclusie: De zienswijze zal worden overgenomen in die zin dat het woord kantine uit de doelomschrijving zal worden gehaald en daarvoor het woord horeca ‘ondersteunende’ wordt opgenomen.
5. J.S. Hoekstrastrjitte 2 te Woudsend De indiener van de zienswijze verzoekt om de kadastrale percelen die behoren bij het perceel J.S. Hoekstrastrjitte 2 zijnde kadastrale nummers C858 en C880 eenzelfde (woon)bestemming te geven als de percelen met nummers A2817 en A2818. De reden van het verzoek is dat er anders een afwaardering van de gronden plaats vindt gelet op het huidige bestemmingsplan en daarnaast hindert de bestemming in het ontwerpbestemmingsplan de realisatie van een tuinhuis/garage welke in 2024 in de planning staat. Indien de bestemming niet zal worden aangepast vraagt de indiener van de zienswijze zich af op welke wijze er financiële compensatie plaats gaat vinden. Reactie gemeente In de zienswijze worden een drietal kadastrale percelen genoemd. De indieners van de zienswijze wonen op het perceel J.S. Hoekstrastrjitte 2 met het kadastrale nummer 2817. De kadastrale percelen 858 en 880 zijn eveneens in eigendom bij de indieners van de zienswijze. Zie het onderstaande kadastrale kaartje.
De kadastrale situatie
In het vigerend bestemmingsplan “Wymbritseradiel-Zuid” hebben de hierboven genoemde percelen de bestemming “Woongebied”. Dit bestemmingsplan heeft een globale opzet in die zin dat verschillende functies onder deze bestemming vallen. Het gaat daarbij niet alleen om de woonfunctie maar ook om groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen en kleine waterpartijen. Mede in verband met het vergunningvrije bouwen en het koesteren van waardevolle groenvoorzieningen is gekozen voor een meer gedetailleerde bestemming. Deze wijze van bestemmen wordt in de gemeente SWF al geruime tijd gehanteerd. Op onderstaande verbeeldingen is dit duidelijk zichtbaar.
Vigerend bestemmingsplan “Wymbritseradiel-Zuid”
Ontwerpbestemmingsplan “SWF Oudega en Woudsend”
Voorgestelde situatie
Op zich bestaan er ruimtelijk geen bezwaren om de woonbestemming ‘over’ de kadastrale percelen 858 en 880 door te trekken. Daarbij kan nog steeds aangesloten op onze systematiek van bestemmen door aan de voorzijde en tot drie meter achter de voorgevel uit te gaan van de bestemming ‘tuin’. De overige gronden krijgen dan een woonbestemming. Verder kan nog worden aangehaald dat de aansluitende gemeentelijke groenstrook met opgaande beplanting een dusdanige camouflerende werking heeft ten opzichte van het woonperceel J.S. Hoekstrastrjitte. Financiële compensatie is in dit geval niet aan de orde. Conclusie: De zienswijze zal worden overgenomen in die zin dat de zogenaamde tuinbestemming deels zal worden gewijzigd in een woonbestemming zoals hiervoor genoemd en op de verbeelding (voorgestelde situatie) weergegeven.
6. De Provincie Fryslân De provincie Fryslân heeft op 24 januari 2024 een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze heeft betrekking op archeologie en cultuurhistorie. De provincie vindt het positief dat de cultuurhistorische waarden op basis van de CHK en archeologie in de toelichting aanzienlijk is aangevuld en omschreven. Wel merkt de provincie op dat voor een aantal waarden (waarde-archeologie 1, cultuurhistorie/vaarwegen, cultuurhistorie/klooster Woudsend) het gestelde in de toelichting niet overeenkomt met de regels en plankaart, omdat de in de toelichting voorgestelde dubbelbestemmingen/borging niet is geregeld op de plankaart en regels. Voor archeologie gaat het om de dubbelbestemming ‘waarde-archeologie 1’, die voor beide locaties in Woudsend niet (volledig) is opgenomen op de plankaart De provincie geeft aan dat zij kunnen instemmen met het plan wanneer conform het gestelde in de toelichting van het plan, de genoemde waarden nader worden geborgd in de regels en op de plankaart. Reactie gemeente De zienswijze van de provincie zal worden overgenomen in die zin dat conform het gestelde in de toelichting van het plan, er een correctie plaats zal vinden op de verbeelding. De regels zullen worden aangepast in die zin dat de ‘WaardeCultuurhistorie Stinzen States Buitenplaatsen en Kloosters’ worden toegevoegd.
Conclusie: De zienswijze zal worden overgenomen door de verbeelding en de regels aan te passen zoals hiervoor genoemd. Was: -
dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie Stinzen States Buitenplaatsen en Kloosters’
- ‘Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle lijnen’ (Oudega en Woudsend)
Wordt: -
dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie Stinzen States Buitenplaatsen en Kloosters’
- ‘Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle lijnen’ (Oudega en Woudsend)
-
dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’
Was:
Wordt:
7. Lynbaen 10 te Woudsend De indiener van de zienswijze geeft aan dat het huidige bestemmingsplan uit 2009 gedateerd is en het de stichting beperkt in haar streven naar vitalisering. Hiervoor is september 2023 al een verzoek ingediend voor aanpassingen op het bestemmingsplan. Met het ontwerpbestemmingsplan wordt deels voorzien in het verzoek. Er is nog onduidelijkheid over het volgende: a. In het ontwerpbestemmingsplan is het begrip kampeermiddel aangepast. Is een recreatief nachtverblijf dat niet gefundeerd is, daardoor relatief eenvoudig is te verplaatsen of weg te nemen en qua oppervlak/inhoud vergelijkbaar is met een stacaravan een kampeermiddel? Valt het daarmee dus binnen de regels van het ontwerpbestemmingsplan? b. In het ontwerpbestemmingsplan staat dat een bedrijfswoning niet is toegestaan op de Jachthaven (artikel 15) en/of het Kampeerterrein (artikel 16). In het vigerende bestemmingsplan is een bedrijfswoning wel toegestaan. Deze is nooit gerealiseerd aangezien de beheerders/directeur tot op heden in Woudsend woonachtig waren/zijn. Bij een wijziging in de samenstelling van het team zou een bedrijfswoning wenselijk kunnen zijn. Deze bestemming zouden we om die reden graag terugzien. Dit betekent een aanpassing van artikel 16.2.1 lid d: Een bedrijfswoning is wel toegestaan en artikel 16.3 lid b schrappen.
Reactie gemeente Reactie gemeente zienswijze a In het vigerend bestemmingsplan Wymbritseradiel-Zuid wordt in artikel 1 (begripsbepalingen) een kampeermiddel als volgt omschreven: -een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan mits: -deze is voorzien van een as-/wielenstelsel en een dissel; -deze bestaat uit één geheel (dus geen gekoppelde caravans en geen aangebouwde uitbreidingen; -deze is voort te bewegen als aanhanger; -deze een maximale hoogte heeft van 3,5 meter en een maximale oppervlakte van 55 m2; -enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voortuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, mits deze een maximale hoogte heeft van 3,5 meter en een maximale oppervlakte heeft van 55 m2, een en ander voor zover deze onderkomend of voertuigen of gewezen voortuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
In het ontwerpbestemmingsplan “SWF Oudega en Woudsend” wordt in artikel 1 (begripsbepalingen) een kampeermiddel als volgt omschreven. -een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. De conclusie is dat der vraag van indiener bevestigend kan worden beantwoord. De zienswijze zal dus worden overgenomen. Reactie zienswijze b De constatering van de indiener van de zienswijze is juist. In artikel 9 (recreatieve doeleinden- camping) is onder 2b aangegeven dat voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van beheersvoorzieningen en sanitaire voorzieningen en bedrijfswoningen de volgende bepalingen gelden: 1.het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan 1 bedragen; 2.de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; De conclusie is dat in artikel 16 onder 2 van het bestemmingsplan SWF Oudega en Woudsend de mogelijkheid voor het faciliteren van een bedrijfswoning wordt opgenomen. De aquacamping/jachthaven kan gezien worden als een relatief groot complex met constant toezicht. Wanneer een beheerder ‘van buiten’ wordt aangetrokken, zal de bouw van een bedrijfswoning mogelijk moeten zijn.
Conclusie: De zienswijzen a en b worden overgenomen in die zin dat een stacaravan onderdeel uitmaakt van het begrip kampeermiddel. Verder zal de mogelijkheid voor de bouw van een bedrijfswoning op de aquacamping te Woudsend in de regels worden opgenomen. Was:
Wordt:
8. Vosseleane 39 te Woudsend De indiener van de zienswijze geeft aan dat de bedrijfswoning (witte woning) op het perceel Vosseleane 39 als karakteristiek is aangeduid. Datzelfde geldt voor de achterliggende bedrijfswoningen/recreatiewoningen achter deze witte woning. In het huidige bestemmingsplan zijn deze niet als karakteristiek aangeduid. De aanduiding ziet de indiener van de zienswijze als een beperking in verband met nieuwbouw/uitbreidingsplannen. Daarnaast wordt gevraagd in hoeverre de molenbiotoop nu negatieve invloed heeft voor de bouwmogelijkheden van het bedrijf. In het huidige plan is nu nog een 70%-maximum opgenomen voor het bebouwen van een bouwvlak. De vraag is welk percentage nu wordt gehanteerd? Tenslotte heeft nagelhout BV concrete bouwplannen voor nieuwbouw van de (van binnen) vervallen/verzakte bedrijfsgebouwen. Hierbij zal deels gesloopt worden en zal er een platte doos van ca. 8 meter hoog terugkomen. Gelijk aan de hoogte en platte afdekking van een groot deel van het bestaande gebouw. Deze maatvoering (en platte afdekking) past niet in het huidige bestemmingsplan, maar ook niet in het ontwerp. Gevraagd wordt of hier maatwerk mogelijk te maken is, mede gelet op de bestaande situatie. Reactie gemeente Karakteristiek Het Steunpunt Monumentenzorg Fryslân heeft een inventarisatie uitgevoerd naar karakteristieke panden binnen de gemeente Súdwest-Fryslân.
Ruim 50 panden zijn hiervoor bekeken. Karakteristieke panden/objecten zijn panden of objecten die cultuurhistorisch waardevol zijn door de stedenbouwkundige ligging, architectonische beeldwaarde, materiaal toepassing in relatie met de authenticiteit en de streek- historische waarde van het pand en/of haar bewoners. De architectonische belevingswaarde (beeldwaarde) is hierin de zwaarstwegende criteria aangezien dit ook hetgeen is wat het meest aanspreekt bij de mensen. Op basis van een beproefde methode zijn puntenscores toegekend aan de panden. Bouwwerken met de omschrijving K2 zijn tijdens het onderzoek naar karakteristieke bouwwerken aangeduid als “waardevol”. Tijdens het onderzoek hebben deze een score van 15 tot 19 punten gekregen. Deze bouwwerken vertegenwoordigen een zodanige waarde, dat het van belang is om de hoofdvorm van het bouwwerk in hoofdzaak in stand te houden. Hierbij valt te denken aan het behoud van een bepaalde geleding in de bouwmassa, een specifieke dakvorm en geveltype. Bouwwerken met de omschrijving K1 zijn tijdens het onderzoek naar karakteristieke bouwwerken aangeduid als het “meest waardevol”. Tijdens het
onderzoek hebben deze 19 punten of meer gekregen. Deze bouwwerken vertegenwoordigen een zodanige monumentale waarde, dat behoud van bouwwerk gewenst is. Hierbij valt te denken aan het behoud van een bepaalde geleding in de bouwmassa, een specifieke dakvorm en geveltype. Voor het slopen is een omgevingsvergunning verreist omdat behoud van het historisch materiaal gewenst is. Het pand (de witte bedrijfswoning) op het perceel Vosseleane 39 te Woudsend heeft in dit onderzoek 19 punten gekregen bij de beoordeling waarbij onder andere beoordeeld is dat de beeldwaarde en de intrinsieke waarde van de pand nog in redelijke mate authentiek zijn en het pand markant aanwezig is in zijn directe omgeving. Wij zijn dan ook van oordeel dat het gerechtvaardigd is om de waarde K1 aan het pand toe te kennen. De panden op de Vosseleane 27-37 te Woudsend hebben in dit onderzoek 15 punten gekregen bij de beoordeling waarbij onder andere beoordeeld is dat de beeldwaarde en de intrinsieke waarde van de panden nog in redelijke mate authentiek zijn en de voormalige arbeiderswoningen een ensemblewaarde hebben in relatie tot de voormalige zuivelfabriek. Wij zijn dan ook van oordeel het gerechtvaardigd is om de waarde K2 aan de panden toe te kennen.
In de zienswijze wordt verder niet onderbouwd waarom deze karakteristieke aanduiding niet aan de orde zou moeten zijn, los van dat deze aanduiding mogelijke toekomstige ontwikkelingen in de weg zouden kunnen zitten. Van belang bij de vaststelling van een bestemmingsplan is een goede ruimtelijke ordening en het behoud van cultureel erfgoed. Het behoud van karakteristieke panden is hier een onderdeel van. Gelet op de uitgevoerde inventarisatie en de puntenwaardering, zijn wij van mening dat wij op de bedoelde percelen de aanduiding karakteristiek kunnen leggen. Molenbiotoop De afstand tot de dichtstbijzijnde molen (houtzaagmolen De Jager) bedraagt ruim 350 meter. Gelet op de bouwregels uit de vrijwaringszone – molenbiotoop (middels formule) kunnen er op het perceel bouwwerken worden gebouwd van meer dan 10 meter hoogte. In de bouwregels van de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ staat als maatvoering voor gebouwen een maximale bouwhoogte van 10 meter voorgeschreven. De conclusie is dus dat de molenbiotoop geen invloed heeft op de bouwmogelijkheden (qua aantal, locatie of bouwhoogte) op het perceel van de indiener van de zienswijze.
Bebouwingspercentage In het huidige bestemmingsplan is binnen de bouwregels opgenomen dat maximaal 70% van het bebouwingsvlak mag worden bebouwd (met gebouwen). In het ontwerpbestemmingsplan is er geen maximum bebouwingspercentage opgenomen. In de nieuwe planologische besluiten van de gemeente hanteren wij bouwvlakken waarbinnen de bestemming moet worden gerealiseerd en worden er regels gesteld aan de afstand tot bijvoorbeeld de weg. Middels deze bouwvoorschriften en het opnemen van een bouwvlak worden de gebouwen gereguleerd. Het opnemen van een maximum aan bebouwd oppervlakte aan gebouwen is daarmee niet meer nodig. Platte afdekking In het huidige bestemmingsplan is een minimale dakhelling van 15 graden voorgeschreven. Deze regel is ook in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Hiermee wordt recht gedaan aan de huidige regels. Echter zijn er bestaande vergunde situatie op dit bedrijventerrein waarbij er sprake is van (gedeeltelijke) platte afdekking van de bedrijfsgebouwen. Deze situaties dienen ook een plek te krijgen in het nieuwe bestemmingsplan. Op grond van bestaande rechten. Omdat het wel belangrijk is dat de nieuwe bebouwing in hoofdzaak een minimale dakhelling heeft van 15 graden, zal er een binnenplanse afwijking op de bouwregels worden opgenomen voor een platte afdekking indien er in de bestaande situatie ook al sprake is van (gedeeltelijke) platte afdekking.
Door het opnemen van deze afwijking kan de indiener van de zienswijze eventueel gebruikmaken van deze afwijkingsmogelijkheid gelet op het bestaande pand welke al plat is afgedekt. Ook de andere percelen waarbij er al sprake is van bestaande platte afdekking kunnen gebruik maken van deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Conclusie: De zienswijze zal worden overgenomen voor zover dat ziet op de mogelijkheid van platte afdekking van bedrijfsgebouwen voor zover dat reeds bestaand aanwezig is. De zienswijze wordt niet overgenomen voor wat betreft de opmerkingen over de aanduiding ‘karakteristiek’.
9. EDW/Duurzaam Woudsend De indiener van de zienswijze vraagt aandacht voor een breed gedragen plan voor een collectieve duurzame energievoorziening in Woudsend e.o. Dit in de lijn met het landelijk Klimaatakkoord en de provinciale en gemeentelijke doelstelling om meer duurzame energie lokaal op te wekken en de energielasten van burgers omlaag te brengen. In dat kader wordt verzocht dit proces te faciliteren en te omarmen als een volwaardig ‘Mienskipsenergie’-project. In de zienswijze wordt uitgebreid ingegaan op de aanbevelingen en de overwegingen. Verder wordt het doorlopen van het proces van het mienskipsproject ‘Sinnefjild Woudsend e.o.’ beschreven. Tenslotte wordt aan de gemeente gevraagd mee te denken en te werken met de volgende stappen voor de inrichting van een zonneveld/energietuin bij Woudsend in het zoekgebied De Kûfurd al of niet gecombineerd met een dorpsmolen op een nader te bepalen locatie. De Regiegroep hoopt dat in het kader van de actualisering en uitvoering van de duurzaamheidsagenda én het beleid voor zonneen windenergie er voor het initiatief ruimte komt voor verdere stappen voor een collectieve energievoorziening voor Woudsend e.o. Men vraagt van de gemeente een antwoord op de vraag naar medewerking voor het initiatief.
Daarbij wordt gevraagd naar een antwoord naar medewerking van het initiatief waarbij een zorgvuldig en open dialoog voor de Regiegroep belangrijker is dan het innemen van vaste en gesloten posities. Op 22 februari 2024 is nog gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de zienswijze aan te vullen. Daarbij wordt wederom verwezen nabij een zonneweide nabij Woudsend waarbij de voorkeurslocatie van De Kûfurd naar voren is gekomen uit een zorgvuldig proces vanuit de mienskip van Woudsend Reactie gemeente Het bestemmingsplan SWF Oudega en Woudsend moet worden gezien als een actualisatieplan. Nieuwe (grote) ontwikkelingen worden in principe niet meegenomen. Verder heeft het genoemde bestemmingsplan betrekking op een begrenst plangebied. Het gebied De Kûfurd maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In dat geval kunnen wij dan ook geen inhoudelijk standpunt over deze zienswijze innemen. De ingediende ‘zienswijze’ zal ter kennisgeving bij de afdeling worden neergelegd die betrokken is bij de collectieve duurzame energievoorziening. Conclusie:
De zienswijze zal niet worden overgenomen om reden dat dergelijke ontwikkelingen niet in een actualisatie worden meegenomen waarbij tevens kan worden gesteld dat de ontwikkeling niet in het plangebied ligt.
10. Liander Liander heeft een zienswijze ingediend aangezien zij eigenaar is van twee gasdrukmeet- en regelstations in het plangebied van dit ontwerpbestemmingsplan. Beide gasdrukmeet- en regelstations in het plangebied van het ontwerp, gelegen aan/nabij de B.W. Okmastrjitte 11 en aan De Zwaan 16 te Woudsend, zijn type Binrichtingen in de zin van het Activiteitenbesluit. Op deze stations zijn de regels uit de Wet milieubeheer en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) van toepassing. In het ontwerp is aan de grond rondom het gasdrukmeet- en regelstation aan Okmastrjitte 11 de enkelbestemming ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ en aan De Zwaan 16 de enkelbestemming ‘Natuur’ toegekend Binnen deze bestemmingen zijn nutsvoorzieningen toegestaan. Gelet op de ruimtelijke uitstraling van bovengenoemde stations, zie de veiligheidsafstanden in artikel 3.12 lid 6 van het Activiteitenbesluit, wordt gevraagd de gasdrukmeet- en regelstations te koppelen aan de enkelbestemming bedrijf met functieaanduiding ‘nutsvoorziening’ op de verbeelding en te voorzien van de daarbij behorende veiligheidscontour (Activiteitenbesluit -zone).
Door deze wijze van bestemmen is de aanwezigheid van een gasdrukmeet- en regelstation voor derden zichtbaar en wordt beter geborgd dat de veiligheidsafstanden ten opzichte van respectievelijk kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten nu en in de toekomst in acht worden genomen. Reactie gemeente Op zich bestaat er geen bezwaar tegen om de gasdrukmeet- en regelstations op/nabij de percelen B.W. Okmastrjitte 11 en De Swaan 16 te Woudsend te koppelen aan de enkelbestemming “Bedrijf met de functieaanduiding ‘nutsvoorziening’ op de verbeelding waarbij een veiligheidscontour wordt opgenomen. Dit vertaalt zich dan in de aanduiding ‘veiligheidszone – gasdrukmeeten regelstation’.
Conclusie: De zienswijze zal worden overgenomen.
De Zwaan 16 – situatie vigerend plan
Naast B.W. Okmastrjitte 11 – vigerend plan
De Zwaan 16 - voorgestelde situatie
Naast B.W. Okmastrjitte 11 – voorgestelde situatie
11. Vosseleane 73 te Woudsend De indiener van de zienswijze geeft aan dat het voor de toekomst van het bedrijf belangrijk is dat er ontwikkelruimte is. In de komende jaren is indiener van plan om de werkplaats uit te breiden en eventueel een commercieel laadstation te exploiteren. Daarnaast wil de indiener van de zienswijze ook hier niet genoemde plannen ten uitvoer kunnen brengen. In de zienswijze wordt aangegeven dat er graag een verdere toelichting wordt gegeven op de zienswijze. Hiertoe is gelegenheid gegeven, maar daar is geen gebruik van gemaakt. Reactie gemeente Uitbreidingsmogelijkheden (werkplaats) In de zienswijze wordt aangegeven dat er uitbreidingsplannen zijn. Bijvoorbeeld het uitbreiden van de werkplaats, maar ook wil de indiener alle niet genoemde plannen ten uitvoer kunnen brengen. Het is onduidelijk wat er onder alle niet genoemde plannen wordt verstaan. In dit bestemmingsplan hebben wij de bestaande rechten vanuit het huidige bestemmingsplan opgenomen. In die zin verandert er dus niets in de mogelijkheden die het bedrijf heeft ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Sterker nog, als het bouwvlak van het huidige bestemmingsplan wordt vergeleken met het bouwvlak zoals dat in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen en over elkaar heen wordt gelegd, dan biedt het ontwerpbestemmingsplan iets meer ruimte.
Hieronder is de rode lijn het bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan en de zwarte lijn het bouwvlak in het huidige bestemmingsplan.
Ten opzichte van de bouwregels uit beide planologische kaders valt te zeggen dat in het huidige plan ten hoogste 70% van het bebouwingsvlak mag worden bebouwd.
Deze regel is niet meer aanwezig in het ontwerpbestemmingsplan. Daarin is geen maximum bebouwingspercentage opgenomen. Voor het overige zijn de bouwregels voor wat betreft afstanden tot grenzen etc. gelijk gebleven. Kortom, de mogelijkheden voor het bedrijf zijn in het nieuwe bestemmingsplan ruimer dan in het huidige plan. In de zienswijze wordt verder niet uitgewerkt welke nieuwe plannen er (nog meer) zijn. Het is dan ook niet te onderzoeken of deze plannen binnen het nieuwe bestemmingsplan kunnen vallen. Wel is duidelijk dat er ten opzichte van het huidige bestemmingsplan geen bestaande rechten of mogelijkheden worden afgenomen. Sterker nog, het nieuwe bestemmingsplan geeft zelfs meer mogelijkheden. Commercieel laadstation In het huidige bestemmingsplan is er geen specifieke aanduiding voor de verkoop van motorbrandstoffen opgenomen. Er is wel een verkooppunt aanwezig in de feitelijke situatie. In de nieuwe bestemmingsplannen worden voor dergelijke verkooppunten functieaanduidingen opgenomen. Dat zal in het vast te stellen bestemmingsplan ook worden gedaan. In het ontwerpbestemmingsplan is deze aanduiding er nog niet. Omdat een laadstation voor elektrisch laden steeds vaker nodig zal zijn en voorziet in de toekomstige behoefte, zullen wij aanvullend een binnenplanse afwijking op de gebruiksregels gaan opnemen in het nieuwe bestemmingsplan.
Met deze binnenplanse afwijking maken wij het mogelijk dat op de percelen waarop de functieaanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg’ ook een snellaadstation kan komen. Hier worden dan wel randvoorwaarden verbonden die met name vanuit de milieuwetgeving worden gegeven zoals voldoende afstand tot woningen en het snellaadstation (en de trafo’s) niet binnen de zogenaamde ATEX zones (veiligheidszones) mogen komen te staan. Conclusie: Voor wat betreft ontwikkelmogelijkheden van het bedrijf in de toekomst zijn er geen beperkingen ten opzichte van de mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan. Er zijn in het nieuwe bestemmingsplan zelfs meer mogelijkheden. Op de plankaart wordt ook de functieaanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg’ opgenomen.
Was:
Wordt:
Voor wat betreft de mogelijke toekomstige ontwikkeling van een laadstation, zullen wij de zienswijze overnemen en hiervoor een binnenplanse afwijking opnemen om dit onder voorwaarden te faciliteren.