CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Reactienota zienswijzen

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Fêststellen wiziging Omjouwingsfisy – ûnderdiel ‘Ruimtelijke Strategie Sneek 2050’9.783 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN

OMGEVINGSVISIE SÚDWEST-FRYSLÂN RUIMTELIJKE STRATEGIE SNEEK 2050 (HOOFDSTUK 8)

vastgesteld door B&W d.d.: 4-11-2025

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING .........................................................................................................3 1.1 Doel Omgevingsvisie .....................................................................................3 1.2 Procedure ..................................................................................................3 1.3 Inhoud nota ................................................................................................3 2. INGEKOMEN ZIENSWIJZEN ......................................................................................4 2.1 Zienswijze Dorpsbelang Oppenhuizen en Uitwellingerga .........................................4 2.2 Zienswijze Prorail ........................................................................................5 2.3 Zienswijze Wijkplatform Noorderhoek ...............................................................6 2.4 Zienswijze ONS............................................................................................7 2.5 Zienswijze Hûs en Hiem .................................................................................8 2.6 Zienswijze De Fryske Marren ...........................................................................8 2.7 Zienswijze Dorpsbelang Goënga .......................................................................9 2.8 Zienswijze Doarpsrounte Ysbrechtum

.............................................................. 10 2.9 Zienswijze GGD Fryslân ............................................................................... 12 2.10 Zienswijze LTO .......................................................................................... 13 2.11 Zienswijze Indiener 1 .................................................................................. 15 2.12 Zienswijze Indiener 2 .................................................................................. 16 2.13 Zienswijze Doarpsbelangen Folsgeare en Tjalhuizum............................................ 17 2.14 Zienswijze Indiener 3 .................................................................................. 18 3. WIJZIGINGEN RUIMTELIJKE STRATEGIE .................................................................... 20 3.1 Tabel met overzicht van wijzigingen..................................................................... 20

Pagina 2 van 23

1.

INLEIDING

1.1 Doel Omgevingsvisie In 2021 maakte de gemeente Súdwest-Fryslân een plan voor de toekomst van alle gebieden in de gemeente, de Omgevingsvisie 1.0. Ook Sneek kreeg daarin een eerste globale uitwerking, de IDEEkaart. Omdat er in Sneek veel gebeurt en er nog veel ontwikkelingen worden verwacht, is er nu een aparte en uitgebreidere visie nodig: de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050, als nieuw extra hoofdstuk in de Omgevingsvisie. Dit plan kijkt vooruit tot het jaar 2050. Het doel is om Sneek sterker en prettiger te maken om in te wonen, werken en leven. Zo helpt het ook de hele gemeente en regio vooruit. In de strategie staat een duidelijk toekomstbeeld voor Sneek. Daarvoor kijken we naar wat Sneek al goed doet en welke uitdagingen er zijn. Ook maken we keuzes die nu nodig zijn om dat toekomstbeeld te bereiken. De gemeente gaat zelf aan de slag met sommige acties. Andere ideeën kunnen komen van bewoners, bedrijven of organisaties. De strategie helpt dan als inspiratie en als toets om te kijken of plannen passen bij de toekomst van Sneek. Het proces naar de Ruimtelijke Strategie bestond onder andere uit het verzamelen van data, bestaande plannen, het analyseren van de fysieke leefomgeving en de maatschappelijke, demografische en technische ontwikkelingen toepassen op Sneek. Een andere belangrijk deel was het proces van overleg met belanghebbenden.

Hierin zijn drie sporen te onderscheiden: 1. De participatie binnen de eigen organisatie, 2. De participatie met bewoners en externe partijen, 3. De officiële inspraakprocedure in het kader van de ter inzage legging van de Omgevingsvisie. Deze reactienota behandelt het derde spoor. 1.2 Procedure Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt voor de voorbereiding van de omgevingsvisie (artikel 16.26 Omgevingswet). In het kader van hiervan heeft de ontwerpomgevingsvisie ter inzage gelegen van 26 augustus t/m 6 oktober 2025. Een ieder kon hierop een zienswijze indienen. Tegen een omgevingsvisie staat geen beroep open. Een omgevingsvisie bindt alleen het bestuursorgaan dat de visie heeft opgesteld. De omgevingsvisie heeft geen juridische gevolgen. 1.3 Inhoud nota Tijdens de zienswijzenperiode zijn er 14 zienswijzen binnengekomen. Deze zijn in hoofdstuk 2 samengevat en beantwoord. Soms is dit puntsgewijs gedaan en soms is een meer algemene reactie gemaakt. Als er naar aanleiding van de zienswijzen wijzigingen in de omgevingsvisie zijn gemaakt, is aangegeven hoe deze verwerkt zijn. In hoofdstuk 3 is een overzicht te vinden van alle wijzigingen en of deze naar aanleiding van een zienswijze zijn gedaan of dat het ambtelijke wijzigingen betreft.

Pagina 3 van 23

2.

2.1

INGEKOMEN ZIENSWIJZEN

Zienswijze Dorpsbelang Oppenhuizen en Uitwellingerga

Samenvatting zienswijze: 1. Dorpsbelang Oppenhuizen en Uitwellingerga verwijst naar de pagina 11 van de pdf waarin in wordt gegaan op bodemdaling in het veenweidegebied. Indiener verzoekt om ook de gaswinningsactiviteiten hier te benoemen als extra risico voor de bodemdaling in Oppenhuizen en Uitwellingerga. Reactie gemeente: De gemeente erkent dat door de gaswinningsactiviteiten in het gebied extra bodemdaling wordt verwacht (tot max 5 cm). De gemeente zegt toe in de visie de gaswinningsactiviteiten te benoemen als extra risico voor bodemdaling in het gebied Oppenhuizen-Uitwellingerga. 2. Dorpsbelang Oppenhuizen en Uitwellingerga verwijst naar de bufferzones tussen Sneek en de omliggende kernen die in het stuk worden vermeld. Er wordt aangegeven dat dit op gespannen voet lijkt te staan met het andere uitgangspunt van de visie, nl. dat mocht er geen inbreiding mogelijk zijn, er wordt gekeken naar de focusgebieden en eventueel die zoekgebieden. Verder wordt er verwezen naar de groene pijlen en de kans om met groene verbindingen Natura 2000 gebieden aan elkaar de koppelen. Dorpsbelang Oppenhuizen en Uitwellingerga geeft aan van mening te zijn dat de groene buffer tussen Sneek en Oppenhuizen in stand moet worden gehouden en moet worden beschermd door de bestemming ‘Natuur’ toe te kennen. Hierbij wordt verwezen naar de wens die is uitgesproken in de Dorpsvisie Top en Twel.

Daarnaast wordt verzocht om eventuele toch noodzakelijke uitbreiding richting Oppenhuizen en Uitwellingerga te laten verlopen volgens de gestelde strategische uitgangspunten uit de Strategische Visie, nl. passend qua maat en schaal en niet als overloopgebied voor Sneek. Reactie gemeente: De gemeente erkent dat hier een spanningsveld zit dat vraagt om zorgvuldige uitwerking mocht er uitbreiding nodig zijn. Daarom is het uitgangspunt ook om zoveel mogelijk voor inbreiding te gaan. Mocht er wel sprake van uitbreiding zijn dan is het uitgangspunt om dit landschappelijk zorgvuldig in te passen. Tegelijk worden de dorpen hier nauw bij betrokken en zoeken we oplossingen die ook bijdragen aan de behoeftes in de dorpen. 3. Dorpsbelang Oppenhuizen en Uitwellingerga verzoekt om een veilige hoofdfietsroute van Oppenhuizen naar Sneek, aansluitend op de onlangs aangelegde Trochfytsrûte. Er wordt opgemerkt dat deze route niet is ingetekend op de kaart. Er is wel een andere route ingetekend, nl. die vanaf de Nije Dyk door de tunnel bij de Broeresloot en daarna langs het Rasterhofpark naar de Johan Willem Frisostraat. Deze route is een omweg en wordt niet sociaal veilig beschouwd. Hierbij wordt verwezen naar een inspreekmoment bij de commissie DSO (Doarp, Stêd en Omkriten) waar zij hebben aangegeven wat de zorgen en wensen zijn met betrekking tot de fietsroute.

Reactie gemeente: De gemeente erkent dat de Trochfytsrûte niet op de kaart is weergegeven. De aansluitende fietsroute vanaf de Trochfytsrûte wordt opgenomen op de kaart. Daarnaast wordt in de toelichting opgenomen dat het uitgangspunt is om de keuzemogelijkheden voor langzaam verkeer te vergroten. Fietsers en wandelaars moeten kunnen kiezen tussen snelle functionele routes en groene, recreatieve routes. Bij de uitwerking hiervan wordt rekening gehouden met aspecten als sociale veiligheid, de bereikbaarheid van voorzieningen en het verhogen van de aantrekkelijkheid om te voet en te fiets te bewegen door de stad. 4. Dorpsbelang Oppenhuizen en Uitwellingerga wijst op pagina 25 en 40 waar in wordt gegaan op de mogelijkheden voor bedrijvigheid aan de Houkesloot en It Ges. Dorpsbelang Pagina 4 van 23

Oppenhuizen en Uitwellingerga geeft aan dat er zorgen zijn over de rust en ruimte in de Afkepolder door deze mogelijke ontwikkelingen. Verder geven ze aan van mening te zijn dat er geen zware bedrijvigheid en industriële hoogbouw mogelijk moet zijn langs de Houkesloot. Indiener geeft aan dat dergelijke ontwikkelingen in tegenstelling zijn met andere uitspraken uit de visie over de omgevingskwaliteit en waterbeleving. Verder wordt ingegaan op de recente overlast voor de dorpen Oppenhuizen en Uitwellingerga door de stremming van de brug over het Prinses Margrietkanaal en de afsluiting van de Prinses Margriettunnel, als ook de geluidsoverlast van de bestaande snelweg A7. Reactie gemeente: De gemeente heeft begrip voor de aangegeven zorgen, echter juist de aanwezigheid van een vaarweg van CEMT-klasse Va zoals het Prinses Margrietkanaal geeft Sneek en directe omgeving een unieke economische positie op het gebied van watergebonden bedrijvigheid. We voorzien een toenemende vraag naar vervoer via water, onder andere voor de circulaire economie. Dit vraagt ook om geschikte locaties die goed bereikbaar zijn met hoogwaardige voorzieningen. ’t Ges beschouwen wij als zo’n kansrijk gebied. Hier kunnen veel opgaven samenkomen op het gebied van economie en circulariteit.

Uiteraard zal er aandacht zijn voor de inpassing en de effecten op de omgeving, bijvoorbeeld door landschappelijke inpassing, een deel van het omliggende gebied is immers Natura 2000 gebied. Hier zal bij verdere planvorming aandacht voor zijn. Onderdeel 4 van deze zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen. Op de kaart is de arcering, behorend bij “Creëren landschapspark”, aangebracht rondom de pijl “Onderzoeken mogelijkheden watergebonden bedrijvigheid". 2.2

Zienswijze Prorail ProRail heeft met belangstelling kennisgenomen van de ontwerp-Omgevingsvisie van de gemeente Súdwest-Fryslân en waardeert de ambitie en de keuzes die hierin worden gemaakt. De visie toont aan dat er een zorgvuldige afweging wordt gemaakt van de ruimtelijke en mobiliteitsuitdagingen rondom bereikbaarheid, klimaat, wonen, werken en energie. ProRail wil echter haar belangen en betrokkenheid bij de uitvoering van de visie in concrete omgevingsplannen onder de aandacht brengen. Aangezien het spoornetwerk van groot belang is voor de bereikbaarheid in de regio, vraagt ProRail aandacht voor de bescherming van het spoor en haar omgeving. Bescherming van het spoornetwerk en haar omgeving ProRail benadrukt dat ontwikkelingen in de nabijheid van het spoor goed moeten worden afgestemd om te voorkomen dat deze de bereikbaarheid, het functioneren of de veiligheid van het spoornetwerk belemmeren. In dat kader is het belangrijk dat de beperkingen rondom de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) worden gerespecteerd, met name het vergunningplichtige beperkingengebied van 11 meter rondom het spoor. ProRail vraagt ook om respect voor de instructieregel uit artikel 5.163 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, die verbiedt dat omgevingsplannen regels bevatten die de werking van het spoornetwerk belemmeren.

Dit geldt vooral bij de ontwikkeling van nieuwe woonen werklocaties nabij het spoor, waar de ruimte voor toekomstige uitbreidingen van het spoornetwerk behouden moet blijven. Verder wordt de wens geuit om voor alle toekomstig te ontwikkelen deelgebieden van de gemeente gedetailleerde kaarten te verstrekken, zodat ProRail de samenhang tussen de gemeentelijke ambities en het spoor kan beoordelen. Specifieke aandacht wordt gevraagd voor de volgende ambities: • De “groene verbinding” rondom het spoor. • De verstedelijking rondom stations en het spoor. • De ontwikkeling van regionale hubs nabij het spoor. ProRail verzoekt om deze ambities vroegtijdig met haar af te stemmen en hierbij gebruik te maken van een afweegkader voor ontwikkelingen nabij het spoor.

Pagina 5 van 23

Voorkomen van belemmeringen voor het functioneren en de veiligheid van het spoornetwerk ProRail benadrukt dat onderstations, relaiskasten en andere spoorgerelateerde voorzieningen niet mogen worden ingebouwd of belemmerd. Er dient een afstand van minimaal 5 meter te worden aangehouden tussen deze voorzieningen en nieuwbouw, zodat toegang voor onderhoud en hulpdiensten gewaarborgd blijft. Daarnaast dient bij de ontwikkeling van de omgeving rekening te worden gehouden met de zichtlijnen naar stations, wat essentieel is voor de herkenbaarheid en bereikbaarheid van stations. Bescherming van de omgeving tegen effecten van het spoor ProRail vraagt in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie aandacht voor het mitigeren van nadelige effecten van het spoor. Specifieke aandachtspunten zijn: • Externe veiligheid • Geluid en trillingen • Overwegveiligheid • Waterpeil en stabiliteit • Windbeleving en schaduwwerking • Invloed op zonnepanelen en zonneparken Deze aspecten dienen zorgvuldig te worden meegenomen bij de uitwerking van de visie naar concrete omgevingsplannen. Bureau Spoorbouwmeester ProRail wijst op het belang van het Bureau Spoorbouwmeester voor advisering en ontwerp binnen de spoorsector. Het Spoorbeeld, ontwikkeld door dit bureau, kan waardevolle handvatten bieden voor de verdere uitwerking van de visie en wordt aanbevolen bij de planontwikkeling.

ProRail is bereid om verder met de gemeente in gesprek te gaan om deze punten te verduidelijken en gezamenlijk te zorgen voor een goed werkbaar en toekomstbestendig plan voor de regio. Reactie gemeente: De gemeente bedankt Prorail voor de ingediende zienswijze en zegt toe de aangegeven aandachtspunten te hanteren bij verdere uitwerking van de visie in concrete plannen. De in de visie genoemde gewenste stations zal de gemeente na vaststelling aan de orde brengen bij de regiodirectie. De gemeente zegt toe Prorail bij verdere uitwerking op de hoogte te houden van planvorming. De zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen. In de legenda is het item “Spoor” gewijzigd in "'Spoor (inclusief bufferzone)’. 2.3

Zienswijze Wijkplatform Noorderhoek Samenvatting zienswijze: Wijkplatform Noorderhoek heeft met belangstelling kennisgenomen van de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050 en de herinrichting van het AZC-terrein (herstructureringsgebied 9) en dient hierbij een zienswijze in. Wijkplatform Noorderhoek stelt voor om bij de uitwerking van het deelgebied (Noorderhoek II/Voormalige AZC locatie) aandacht te vragen voor uitbreiding van de watertoegang van en naar het gebied en de aanleg van een groene corridor tussen de natuurontmoetingstuin en het volkstuinencomplex. Watertoegang naar de Franekervaart Het Wijkplatform dient een concreet plan in om de bestaande watergangen in de wijk te verbeteren, verbreden en door te trekken naar de Franekervaart, wat de watertoegang in de wijk vergroot. Dit betreft de sloot langs de Jancko Douwamastraat, de watergang achter het AZC-terrein en de sloot langs het volkstuinencomplex. De natuurontmoetingstuin wordt verbonden met de verbrede watergang via een afgebakende route die geschikt is voor licht Pagina 6 van 23

recreatief gebruik (bijvoorbeeld met kano’s of rubberboten), terwijl de grotere vaart door de Franekervaarttoeleidingssloot geschikt blijft voor intensiever gebruik. Groene Verbinding naar het Volkstuinencomplex Verder stelt het Wijkplatform voor om een groene corridor aan te leggen tussen de natuurontmoetingstuin en het volkstuinencomplex, wat beide groene oases in de wijk met elkaar verbindt. Deze corridor zou bestaan uit aantrekkelijke paden en biodiverse begroeiing, waarbij bestaande bomen behouden blijven. Het groen moet bijdragen aan het verminderen van hittestress en de gezondheid van wijkbewoners bevorderen. Als mogelijke aangrenzende functie wordt gedacht aan een maatschappelijke functie zoals een huisartsenof fysiotherapiepraktijk. Woningbouw met intensiever verkeer wordt in dit rustige gebied minder wenselijk geacht. Waardering en Afstemming met de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050 Wijkplatform Noorderhoek ondersteunt de drie hoofdambities en zes speerpunten van de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050. Verder geeft het Wijkplatform aan te hopen dat de ideeën in de zienswijze bijdragen aan de verdere uitwerking van een wijk die ruimte biedt voor ontmoeting, ontspanning, bewegen en verkoeling, en dat deze voorstellen gerealiseerd kunnen worden op weg naar 2050. Reactie gemeente: De gemeente heeft met enthousiasme en interesse kennisgenomen van de zienswijze.

De gemeente bedankt het Wijkplatform voor de uitgebreide en betrokken reactie. We hebben veel waardering voor de wijze waarop de uitgangspunten van die visie in het getoonde voorstel zijn meegenomen. De gemeente zegt toe bij de uitwerking van het deelgebied Noorderhoek II/Voormalige AZC locatie het Wijkplatform Noorderhoek nauw te betrekken en de gewenste verbindingen te onderzoeken. We zullen de groene verbindingen extra benadrukken als onderdeel van de sleutelgebieden. We benoemen in de Ruimtelijke Strategie de wijk Noorderhoek als één van de sleutelgebieden waar we integraal (met fysieke en sociaal-maatschappelijke maatregelen) aan de slag gaan. Uw standpunt past in de ambities voor de wijk. Ook in deze integrale wijkaanpak zullen we het Wijkplatform nauw betrekken. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.4

Zienswijze ONS Samenvatting zienswijze: ONS constateert dat de Ruimtelijke Strategie geen specifieke uitspraken doet over een gemeentelijke sportvisie, noch over het project Sport/Beweegpark Harinxmaland. Hoewel ONS begrijpt dat de strategie een lange termijnvisie voor 2050 betreft, vindt ONS dat sport als thema meer specifieke aandacht verdient, vergelijkbaar met de invulling die aan Gezondheid en Bewegen is gegeven. De denkrichting die in de strategie wordt gepresenteerd over 'sport' sluit niet aan bij de ambities van het Sport/Beweegpark Harinxmaland. ONS heeft herhaaldelijk aangegeven dat de realisatie van deze ambities meer ruimte vereist dan momenteel op de beschikbare locatie aanwezig is. Als bijlage heeft ONS documenten gestuurd met hun visie en de ruimtebehoefte voor hun gewenste ontwikkelingen. ONS verzoekt dan ook om in de Ruimtelijke Strategie op te nemen dat er in Harinxmaland ruimte wordt geboden voor de realisatie van het project Sport/Beweegpark Harinxmaland. ONS vertrouwt erop dat de gemeente dit verzoek zal ondersteunen, gezien de gedeelde ambitie op het gebied van inclusiviteit en beweging.

Reactie gemeente: De gemeente bedankt ONS voor haar reactie en de meegestuurde documentatie. De gemeente waardeert de ambities en maatschappelijke inzet van ONS. De gemeente ziet een belangrijke rol voor ONS in de omgeving van het Zuiderpark. Op dit moment zijn de voetbalverenigingen goed over Sneek verdeeld en dat willen we graag zou houden, tenzij dit om moverende redenen niet zou kunnen. Doel van de gemeente is om sport voor inwoners uit iedere wijk dichtbij te positioneren. Dit is conform het gemeentelijk sportbeleid. We willen daarom onderzoeken hoe de ambities van Pagina 7 van 23

ONS op en rond de huidige locaties gerealiseerd kunnen worden. Het Zuiderpark maakt onderdeel uit van één van de sleutelgebieden (Wâldfeart). Hiervoor wordt een gebiedsproces gestart om tot een gebiedsvisie te komen. Hierbij willen we de sportverenigingen en andere relevante stakeholders betrekken om de opgaven, initiatieven en kansen te combineren waar mogelijk. In dat proces willen we dan ook kijken welke kansen de omgeving biedt voor ONS, wat andere partijen willen en hoe dit zich verhoudt tot de ruimte. Op dit moment zien wij dan ook geen noodzaak om deze ambities al aan te geven op het gebied Harinxmaland. Ondertussen zijn we al in contact om het programma van eisen en wensen van de vereniging te onderzoeken. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.5

Zienswijze Hûs en Hiem Samenvatting zienswijze: Hûs en Hiem bedankt de gemeente voor de mogelijkheid om te reageren op het Ontwerp Ruimtelijke Strategie Sneek 2050. Met interesse is kennisgenomen van de visie op de toekomstige ontwikkeling van Sneek. Hoewel de strategie zich nog in een globaal stadium bevindt, ziet Hûs en Hiem in het document een sterk uitgangspunt voor verdere ontwikkeling. De benoemde speerpunten worden als waardevol en richtinggevend beschouwd. De nadruk van de reactie ligt op de noodzaak tot nadere uitwerking van deze speerpunten. Hûs en Hiem geeft aan in een vervolgtraject graag een rol te willen vervullen als onafhankelijk klankbord. Deze rol kan van waarde zijn voor de verschillende gemeentelijke afdelingen die betrokken zijn bij de verdere uitwerking van de strategie. De inbreng van Hûs en Hiem zal daarbij gericht zijn op de thema’s landschap, erfgoed, stedenbouw en architectuur. Ze geven verder aan nieuwsgierig te zijn naar de eindversie van het stuk. Tot slot spreekt Hûs en Hiem de wens uit om betrokken te blijven bij de vervolgstappen.

Reactie gemeente: De gemeente bedankt Hûs en Hiem voor hun reactie en zegt toe hen bij de verdere uitwerking op de hoogte te houden. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.6

Zienswijze De Fryske Marren Samenvatting zienswijze: De Fryske Marren heeft kennisgenomen van het ontwerp voor de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050, ter inzage gelegd op 26 augustus 2025. De gemeente ondersteunt de voorgestelde ontwikkelrichting waarin Sneek wordt gepositioneerd als Waterstad van Fryslân en als sociaal-economische motor van de regio. Ook het streven naar brede welvaart sluit aan bij het beleid van De Fryske Marren als regio- en buurgemeente. Reactie gemeente: Wij waarderen de interesse van gemeente De Fryske Marren en zijn ingenomen met deze constateringen. De zienswijze richt zich verder specifiek op de thema’s woningbouw, economie en mobiliteit: Woningbouw De Fryske Marren vraagt om te worden betrokken bij de verdere uitwerking van de F4verstedelijkingsstrategie en de daarmee samenhangende woonopgaven. Er is sprake van verweven woonopgaven binnen de regio, waarbij samenwerking in het kader van de Regionale Woondeal Zuidwest-Friesland reeds is ingezet. Pagina 8 van 23

Reactie gemeente: De gemeente erkend het samenhangende belang. Dit geldt in het bijzonder in relatie tot de F4verstedelijkings-strategie, de Lelylijn en de woonopgaven in regioverband. Binnen de aanpak van het Fries Stedelijk Netwerk zien we o.a. in Sneek een flinke ambitie om het tekort aan woningen aan te vullen, ook specifiek toegespitst op stedelijke woonmilieus. De specifieke positionering van bijv. Joure in samenhang met Sneek en Heerenveen speelt hierbij een rol (o.a. binnen de Lelylijn-aanpak). Hier is ook de stedelijke zone Sneek, Bolsward, Joure en Lemmer van belang. De noodzaak om hier specifiek over af te stemmen wordt onderschreven. Economie De gemeente De Fryske Marren onderschrijft de analyse dat Sneek samen met onder andere Joure en Lemmer een belangrijke stedelijke zone vormt in de regio. In dit gebied bevinden zich veel regionale voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, cultuur en detailhandel. De Fryske Marren vraagt om blijvende betrokkenheid bij de verdere uitwerking van de economische en arbeidsmarktgerelateerde opgaven, onder andere in het kader van de Regiodeal Zuidwest-Friesland en de regionale afspraken bedrijventerreinen. Reactie gemeente: We onderschrijven het belang van samenwerking op dit thema. In de praktijk geven we hier ook al invulling aan.

Mobiliteit Ten aanzien van mobiliteit verwijst De Fryske Marren naar de onderlinge verwevenheid van beleidskeuzes, bijvoorbeeld bij het versterken van de agglomeratiekracht van Sneek en het toepassen van het concept van de 30-minuten-stad. Ook op dit vlak vraagt De Fryske Marren om betrokkenheid in de vervolgstappen. Reactie gemeente: Het belang om samen tot een verdere aanpak te komen wordt onderschreven. Tot slot geeft De Fryske Marren aan graag op korte termijn in gesprek te gaan over overige thema’s uit de strategie, aangezien meerdere onderdelen van de visie ook hun grondgebied en beleidsdoelen raken. Reactie gemeente: Gedurende de zienswijzeperiode heeft een aanvullend gesprek hierover (ambtelijk) plaatsgevonden. Hierbij is ook aangegeven wij de gemeente De Fryske Marren op de hoogte houden bij de verdere uitwerking van de Ruimtelijke Strategie. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.7

Zienswijze Dorpsbelang Goënga Samenvatting zienswijze: Dorpsbelang Goënga heeft op 4 september 2025 deelgenomen aan de voorlichtingsbijeenkomst over de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050. Naar aanleiding van deze bijeenkomst en de gepresenteerde ontwerpkaart, uit Dorpsbelang Goënga zorgen over de mogelijke gevolgen van het plan voor de leefbaarheid van de dorpskern, de dorpsidentiteit en het omliggende Friese landschap. Behoud van dorpskarakter en landschappelijke overgang Dorpsbelang Goënga benadrukt het belang van het behoud van zelfstandige en herkenbare dorpskernen. Er wordt gewaarschuwd voor het risico dat dorpen in de toekomst worden opgeslokt door stedelijke uitbreiding van Sneek. Een duidelijke ruimtelijke en culturele overgang tussen stad en platteland is essentieel, onder andere door het behouden van groene bufferzones en het open landschap. Waarde van het Friese landschap Het open weidelandschap rondom Goënga wordt als uniek en waardevol beschouwd. Pagina 9 van 23

Dorpsbelang Goënga pleit voor het behoud van ruimtelijke kwaliteit, zichtlijnen en cultuurhistorische elementen. Versnippering door bebouwing of infrastructuur wordt als ongewenst gezien. Zorgen over ontsluitingsroute richting de Potten Er zijn grote zorgen over de in de visie opgenomen ontsluitingsroute richting de Potten, met name de mogelijke impact van de “rondweg Offingawier” op erven en gronden van inwoners van Goënga. Dit kan leiden tot rechtsonzekerheid en onrust. Dorpsbelang Goënga verzoekt om: • tijdige en duidelijke communicatie over de route en gevolgen; • zorgvuldige betrokkenheid van bewoners bij besluitvorming; • onderzoek naar minder ingrijpende alternatieven. Verzoeken aan de gemeente Dorpsbelang Goënga vraagt in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie om: • het waarborgen van de zelfstandigheid en herkenbaarheid van dorpskernen; • het behouden van bufferzones tussen Sneek en omliggende dorpen; • bescherming van het Friese landschap, cultuurhistorie en dorpsidentiteit; • heroverweging van de ontsluitingsroute richting de Potten, met directe betrokkenheid van inwoners. Dorpsbelang Goënga hoopt met deze zienswijze een constructieve bijdrage te leveren aan een toekomstbestendig ruimtelijk beleid waarin dorpen vitaal, leefbaar en herkenbaar blijven. Reactie gemeente: De gemeente bedankt Dorpsbelang Goënga voor haar uitgebreide reactie.

De gemeente erkent het belang van vrijliggende dorpen en buffers tussen stad en dorp. Dit is ook een uitgangspunt in de visie. Het volgende strategische uitgangspunt is hiervoor opgenomen: ‘de kernen om Sneek heen blijven vrijliggend; groene bufferzones rond de dorpen en IJlst om dit te borgen. Onderzoeken welke ruimte er binnen deze zones is voor de kernen om zelf ontwikkelingen te ontplooien, passend qua maat en schaal, met behoud van voldoende groene ruimte tussen deze kernen en Sneek.’ In de visie is aangegeven dat onderzocht moet worden welke mogelijkheden er zijn voor het ontlasten van de verkeerssituatie in Offingawier. Er is een pijl op de kaart geplaatst, met de aanduiding ‘rondweg Offingawier onderzoeken’. We willen benadrukken dat dit een indicatieve pijl is, en geen representatie van de definitieve locatie. Bij het onderzoek zullen diverse opties in beeld worden gebracht en zullen de bewoners van de omliggende kernen worden betrokken. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.8

Zienswijze Doarpsrounte Ysbrechtum Samenvatting zienswijze: Doarpsrounte Ysbrechtum heeft kennisgenomen van het ontwerp Ruimtelijke Strategie Sneek 2050 en waardeert de tijdige communicatie via de dorpencoördinator en de mogelijkheid tot participatie. Naar aanleiding van de inloopavond en het ontwerpdocument worden onderstaande punten onder de aandacht gebracht. Algemene aandachtspunten Doarpsrounte Ysbrechtum onderschrijft diverse thema’s uit de strategie, waaronder woningbouw voor jongeren, ouderen en kleine gezinnen, de behoefte aan zorgfuncties en woonzorgvormen, en het belang van een toegankelijke en kwalitatieve buitenruimte. Deze thema’s zijn reeds actueel en verdienen structurele aandacht in toekomstige plannen. Specifieke aandachtspunten • Woningbouw: Ysbrechtum ligt in een groene wig, maar woningbouw moet ook hier mogelijk blijven. Er is reeds een ontwikkeling in voorbereiding. Pagina 10 van 23

Reactie gemeente: De gemeente bedankt Doarpsrounte Ysbrechtum voor haar uitvoerige reactie en is blij dat de doelen van die visie worden ondersteund. Wat betreft het in voorbereiding zijnde woningbouwplan wordt deze uiteraard gerespecteerd. Uitgangspunt van de visie is om de groene wiggen uitlopend uit Sneek door te trekken (ten noorden en zuiden van Ysbrechtum) en aan de westzijde ruimte te houden voor eventuele ontwikkelingen. •

Waterstructuur: Een vaarrondje tussen de Zwette en Franekervaart wordt positief beoordeeld. Doarpsrounte Ysbrechtum pleit voor verlenging richting het dorp en ziet kansen voor een kleinschalige jachthaven.

Reactie gemeente: De gemeente en IJsbrechtum delen de ambitie om een waterverbinding te realiseren tussen de Franekervaart en de Zwette. Een mogelijk dorpshaven valt echter niet binnen de scope van de Ruimtelijke strategie. • •

Groene wiggen: Verdere vergroening en verbindingen tussen groene zones worden gewaardeerd. Het Tammingalân sluit hier goed op aan. Economische ontwikkeling: De indicatieve uitbreiding van bedrijventerrein Hemmen II richting Ysbrechtum wordt als ongewenst beschouwd. De zuidwestzijde van het dorp moet open blijven als bufferzone. Een uitbreiding richting de Geeuw wordt als logischer gezien.

Reactie gemeente: Deze locatie voor een mogelijke uitbreiding van de Hemmen is juist gekozen met oog op de bufferzone rondom Ysbrechtum, daarom is de pijl van het dorp af getekend. De eventuele mogelijkheid om richting te Geeuw uit te breiden is ook opgenomen, maar ligt gezien de bodemgesteldheid (veengrond) minder voor de hand. •

•

Fietsstructuren: De route Bolsward–Sneek is waardevol, maar fietsers ondervinden hinder van gemotoriseerd verkeer. Upgrading van de infrastructuur is dringend gewenst. Een fiets-/wandelroute langs de Franekervaart richting Tirns wordt positief beoordeeld. Verkeerstructuren: Er ontbreekt aandacht voor zwaar (landbouw)verkeer. Doarpsrounte Ysbrechtum pleit voor alternatieve routes buiten het dorp om.

Reactie gemeente: De gemeente erkent dat opwaardering van de infrastructuur voor langzaam verkeer wenselijk is. Hierbij wil ze het netwerk van snelle en groene routes versterken. Ze neemt de suggestie voor een route langs de Franekervaart mee in de verdere uitwerking van het in de visie opgenomen aanvullende groene netwerk voor fietsers en voetgangers. Rond het onderwerp landbouwverkeer is door landbouwbelangenorganisatie LTO gevraagd om efficiënte routes voor landbouwverkeer om de stad ordentelijk te kunnen passeren. In reactie hierop is vermeld dat er terecht wordt aangegeven dat de routing van landbouwverkeer door het stedelijk gebied in de visie beter moet worden belicht. Dit wordt in de visietekst aanvullend toegelicht. Vanuit Ysbrechtum wordt ingegaan op de routing van landbouwverkeer door het dorp. De routing van landbouwverkeer in de omliggende dorpen van Sneek valt in beginsel buiten de scope van de Ruimtelijke Visie, maar kan wel in meer algemene zin worden gekoppeld aan het verzoek vanuit de LTO. De inzet m.b.t. landbouwverkeer op wegen is ook een meer algemeen aandachtspunt in het mobiliteitsprogramma, zoals dat in ontwikkeling is. •

Gebruik van landbouwgrond: Er wordt een bredere visie gevraagd op het gebruik van landbouwgrond, met meer ruimte voor natuur, recreatie en biodiversiteit. Samenwerking met agrariërs kan bijdragen aan leefbaarheid en duurzame voedselproductie.

Reactie gemeente: De inzet van de Ruimtelijke Strategie Sneek is primair gericht op de stedelijke ontwikkeling van Pagina 11 van 23

Sneek en de vraagstukken die dit met zich meebrengt. O.a. met de gedachten: door stedelijkheid in en bij Sneek meer de ruimte te geven, kunnen landelijke functies buiten de stad vanuit een landelijk perspectief ook beter worden gepositioneerd. Wel zijn in de Ruimtelijke Visie m.b.t. de stadsrandzones extra mogelijkheden benoemd, in lijn met de vanuit Ysbrechtum benoemde punten, zoals natuur, recreatie en biodiversiteit. Deze punten zijn nog niet verder uitgewerkt en vragen op een later moment een meer gedetailleerdere invulling. Daarbij wordt o.a. ook rekening gehouden met de zorg vanuit bijv. de landbouwpartijen om voldoende landbouwgrond te kunnen blijven inzetten. Zie o.a. de zienswijze van landbouwbelangenorganisatie LTO en de reactie hierop. De zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen. Op de kaart is de arcering, behorend bij “Flank wig”, westelijk van de IJsbrechtum weggelaten. Daarnaast is er een pijl, behorend bij “Verruimen groene wiggen”, zuidelijk van IJsbrechtum aangebracht.

2.9

Zienswijze GGD Fryslân GGD Fryslân is op 27 augustus 2025 betrokken bij de eerste ontwerpbespreking van de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050. Vanuit haar wettelijke taak als adviespartner op het gebied van publieke gezondheid, brengt GGD Fryslân onderstaande zienswijze uit met als doel het borgen van een gezonde en veilige leefomgeving. Gezondheid als kernambitie GGD Fryslân onderschrijft de keuze om gezondheid centraal te stellen, inclusief verwijzingen naar blue zone-principes, vergroening, waterstructuren en de koppeling met het sociaal domein. Er wordt echter gewaarschuwd dat gezondheid zonder verdere concretisering in latere fasen een optioneel criterium kan worden. Aanbevelingen • Speerpunten gezondheid en leefbaarheid: Formuleer speerpunten met meetbare doelen en indicatoren, zoals hoeveelheid groen per inwoner, luchtkwaliteit, geluidsbelasting en bereikbaarheid van voorzieningen. Gebruik gezondheidsdata, waaronder cijfers uit de Gezondheidsmonitor 2024, die wijzen op lagere tevredenheid over woonomgeving en gezondheid in Sneek Zuid. • Toetsingskader: Ontwikkel een toetsingskader waarin gezondheid structureel wordt meegenomen bij ruimtelijke afwegingen, in lijn met gemeentelijk en provinciaal beleid. • Kwetsbare groepen: Werk beleid uit voor kwetsbare wijken en doelgroepen, met aandacht voor mentale gezondheid, inclusiviteit, toegankelijkheid en veiligheid.

• Gezonde leefomgeving: Veranker rook- en vapevrije zones en een gezonde voedselomgeving door het beperken van ongezonde commerciële prikkels. • Mobiliteit en beweging: Maak gezonde mobiliteit concreet, met aandacht voor fiets- en wandelnetwerken, beperking van autoverkeer, luchtkwaliteit en geluid. Stimuleer beweegvriendelijke wijken met ronde wandelroutes. • Participatie: Zorg voor structurele betrokkenheid van kwetsbare inwoners bij de uitwerking van ruimtelijke plannen. GGD Fryslân verwijst ter ondersteuning naar de tien kernwaarden van de gezonde leefomgeving zoals opgesteld door de gezamenlijke GGD’en. Een mondelinge toelichting op deze zienswijze wordt graag aangeboden, evenals verdere betrokkenheid bij de uitwerking van de strategie.

Reactie gemeente: De gemeente dankt de GGD voor de zeer uitgebreide reactie en de vele suggesties. De gemeente erkent dat het uitgangspunt om gezondheid structureel mee te nemen bij ruimtelijke afwegingen, concreter kan worden geformuleerd. Voor formuleren speerpunten gezondheid en leefbaarheid en meetbare doelen verwijzen we onder andere naar de geactualiseerde visie op het Sociaal domein. Daarin is een gezonde en verbindende leefomgeving één van de opgaven. Deze opgave wordt uitgewerkt in maatschappelijke effecten en meetbare indicatoren. Voor gezonde mobiliteit Pagina 12 van 23

verwijzen we naar het in ontwikkeling zijnde mobiliteitsprogramma, dat uitgaat van gezonde mobiliteit. Daarnaast verwijzen we naar het uitgangspunt om een groen fiets- en wandelnetwerk toe te voegen aan het huidige langzaam verkeersnetwerk. Zodat meer rondjes mogelijk worden en groen, voorzieningen en wijken beter bereikbaar zijn. Voor kwetsbare groepen werken wij bijvoorbeeld aan de uitvoering van het transformatieplan mentale gezondheid, de lokale inclusie agenda en Gezonde wijkaanpak. Veel andere uitgangspunten staan al in het vigerend beleid (o.a. gemeentelijk gezondheidsbeleid, preventieakkoord, BIOR(bewegen in openbare ruimte), sportbeleid, Sociale Koers). De GGD noemt tevens concrete maatregelen. De Strategische Ruimtelijke Visie is echter een visie op strategisch niveau voor de lange termijn. Ons doel is om het thema gezondheid hier te koppelen aan de ruimte. We werken de visie voor gebieden of thema’s concreter uit in programma’s en plannen. We betrekken de GGD graag bij de uitwerking hiervan. Vanzelfsprekend betrekken bij de uitwerking op planniveau betrekken wij inwoners, waaronder ook kwetsbare. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.10

Zienswijze LTO Samenvatting zienswijze: LTO Noord heeft, in overleg met haar afdeling Súdwest-Fryslân en haar leden, een zienswijze opgesteld op de ontwerp-Omgevingsvisie Sneek 2050. Vanuit de rol als belangenbehartiger van agrarische ondernemers wordt aandacht gevraagd voor de impact van het plan op de agrarische sector. Doorwerking van de visie Hoewel de Omgevingsvisie formeel niet juridisch bindend is voor derden, constateert LTO Noord dat de inhoud feitelijk een ruimtelijke claim legt op agrarische gronden en bedrijfsvoering. De visie beïnvloedt financiering, vergunningverlening en bedrijfsontwikkeling. LTO Noord verzoekt de gemeente om terughoudend te zijn met het vastleggen van ambities die niet realistisch zijn en om de rechtspositie van agrarische ondernemers expliciet te beschermen.

Reactie gemeente: De visie richt zich op toekomstige ontwikkelingen die vanuit de stedelijke impact in en rondom de stad om een inpassing vragen. Dit kan op gespannen voet staan met de belangen van agrarische ondernemers. De visie richt zich in hoofdzaak op de inpassing van stedelijke functies. Er wordt een groot belang gehecht aan inbreiding, bijv. door verdichting en hoogbouw. In die zin wordt in het plan juist een lans gebroken voor bouwen binnen de bestaande stad, waardoor de druk op landbouwgrond wordt getemperd, bijv. in het belang van de landbouwsector. Waar uitbreiding wel aan de orde komt, worden richtinggevende uitspraken gedaan. Dit vraagt op een later moment om een verdere invulling en een daarbij passend meer specifieke afweging van belangen. Met ook het meewegen van specifieke landbouwbelangen, zoals ook bij eerdere stadsuitbreidingen is gebeurd. Met ook aandacht voor autonome ontwikkelingen, waarbij er op grond van diverse onderzoeken de nodige signalen zijn dat het landbouwgebruik onder druk staat en een afname in omvang mag worden verwacht. De discussie over een landbouwhoofd-structuur, zoals landelijk en provinciaal is voorgesteld, kan een verdere duiding rond de structurering van landbouwgrond gaan geven.

In die zin kan een positionering van niet-agrarische functies direct aansluitend aan de stad landbouw in andere delen van het buitengebied betere en meer toekomstbestendige uitgangspunten voor landbouwgebruik gaan geven. Hier speelt ook de noodzaak om de emissiedruk vanuit de landbouw te verlagen een rol. Al met al gaat het om een samenspel van belangen, waarbij het richting geven aan ontwikkelingen naar ons oordeel juist ondernemers helpt om zich bedrijfsmatig te positioneren. Ruimtelijke claims en belangenafweging De visie legt zowel harde als zachte claims op landbouwgrond, onder andere voor vernatting, natuurontwikkeling, recreatie en klimaatadaptatie. LTO Noord stelt dat deze ambities onvoldoende zijn afgewogen tegen de belangen van de agrarische sector. Er wordt gepleit voor een evenwichtige benadering waarin ook het economisch belang van landbouw wordt meegewogen. Pagina 13 van 23

Reactie gemeente: In aanvulling op het punt "Doorwerking van de visie " zien wij de inzet rond de ruimtelijke strategie juist als een belangrijke stap om een verdere afweging van belangen mogelijk te maken. Nu in Sneek met name ook een stevige inbreidingsambitie met stedelijke woon- en werkmilieus wordt geagendeerd, kan dit juist behulpzaam zijn bij de discussie rond de omvang en inzet van landbouwgrond rondom de stad, bijv. in samenhang met het bredere gesprek rond een landbouwhoofdstructuur en de inzet op emissiereductie etc. Dit zal ook per uitbreidingslocatie een verdere afweging noodzakelijk maken en biedt naast bedreigingen voor de (hedendaagse) landbouw ook aanvullende kansen om tot nieuwe verdienmodellen te komen. Ook die moeten dan in de belangenafweging worden meegenomen. De LTO benoemt o.a. extra ambities naast die van landbouw voor het rondom de stad aangegeven landbouwgebied. De gemeente zou zich hier terughoudend moeten opstellen, zo wordt aangegeven. De opgenomen ambities passen echter bij de bredere inzet om Sneek in samenhang met de stadsrand te positioneren en hier richting te geven aan ontwikkelingen. Het gebeurt tegen de achtergrond van een brede inzet om Sneek als Friese stad te positioneren. Het gaat dan om meer dan alleen stedelijke woon- en werkfuncties, maar vraagt ook om daarmee samenhangende functies zoals recreatie, energie, landbouw en natuur.

Het is juist van belang om hier naar de toekomst toe al functies in te kaderen en mee te ontwerpen om binnen het geheel ontwikkelingen te kunnen sturen. De inpassing van bijv. de waterfunctie in relatie de bodemgesteldheid moet daarbij de aandacht krijgen. Groene buffers en dorpsranden LTO Noord ondersteunt het behoud van groene bufferzones rond dorpen, maar benadrukt dat deze zones niet uitsluitend met natuurfuncties ingevuld mogen worden. Economisch duurzame landbouw moet hierin een volwaardige rol behouden. Reactie gemeente Wij beschouwen landbouwgrond als onderdeel van de groene bufferzones. Het is gewenst om dit aanvullend toe te lichten. De visietekst wordt hierop aangepast. Waarbij wij niet de term “economisch duurzame landbouw” voorstellen (op basis van de tekst van de LTO), maar liever kiezen voor de term “toekomst­bestendige landbouw met een voldoende verdienvermogen”. Landbouwverkeer en infrastructuur De visie besteedt geen aandacht aan landbouwverkeer, terwijl Sneek een knooppunt vormt. LTO Noord pleit voor efficiënte routes voor landbouwverkeer om de stad ordentelijk te kunnen passeren. Reactie gemeente: Er wordt terecht aangegeven dat de routing van landbouwverkeer door het stedelijk gebied in de visie beter moet worden belicht. Dit wordt in de visietekst aanvullend toegelicht.

De aanpak krijgt ook de aandacht in het gemeentelijke mobiliteitsprogramma, zoals dat in ontwikkeling is. Gevoelige functies en milieunormen Bij stedelijke uitbreiding mag agrarische bedrijvigheid niet in het gedrang komen door strengere milieunormen. LTO Noord vraagt om oplossingen die de continuïteit van agrarische bedrijven waarborgen. Reactie gemeente: Zoals bij de eerste twee punten van de LTO-zienswijze is toegelicht kan het belang om de stad Sneek te ontwikkelen op gespannen voet staan met de huidige belangen in het omliggende gebied. Dat vloeit logisch voort uit de nu gepresenteerde visie. Milieuaspecten moeten bij ontwikkelingen worden meegewogen. Hier zal te zijner tijd naar een passende aanpak moeten worden gezocht en moet worden beoordeeld hoe de landbouwfunctie wel of niet kan samengaan met nieuwe ontwikkelingen. Een vergoeding van schade kan dan aan de orde komen. Ruimtegebruik en werklandschappen Hoewel zuinig ruimtegebruik wordt bepleit, roept de introductie van “werklandschappen” Pagina 14 van 23

vragen op over de daadwerkelijke efficiëntie. LTO Noord vraagt om duidelijke kaders en realistische invulling. Reactie gemeente: Zuinig ruimtegebruik is een belangrijk dragend thema van de visie. Het gaat dan bijv. ook om het combineren van functies (meervoudig ruimtegebruik). Industrie- en bedrijventerreinen kunnen dan mogelijk ook binnen een bredere context betekenis krijgen, waarbij de term werklandschap wordt gebruikt. Binnen een dergelijk opzet is de inzet van zo’n werklandschap juist bedoeld om wel tot een zuinig ruimtegebruik te komen. Zie ook hier de reactie bij het eerste punt van de LTOzienswijze over bijv. de inzet om te komen tot een landbouwhoofdstructuur. Samenwerking en kansen LTO Noord ziet kansen voor samenwerking tussen agrarische bedrijven en stedelijke functies, bijvoorbeeld op het gebied van energievoorziening. Deze potentie wordt in de visie onvoldoende benut. Reactie gemeente: Een aspect als meervoudig ruimtegebruik (zie hiervoor punt "Ruimtegebruik en werklandschappen") maakt het ook gewenst om op vernieuwende wijze de invulling van agrarisch bedrijfspercelen te onderzoeken. Binnen de huidige planologische kaders is binnen de gemeente bij agrarische bedrijfspercelen al een bredere invulling mogelijk in aanvulling op de primaire agrarische bedrijfsvoering.

De te voeren discussie over (een verdere) verruiming van mogelijkheden en de ruimtelijke inpassing hiervan vindt niet binnen de Ruimtelijke Strategie Sneek plaats. Het valt te verwachten dat vanuit het Rijk en de provincie hier aanvullend richting aan wordt gegeven, bijv. in relatie tot de discussie rond de landbouwhoofdstructuur. Aanvullend kan de noodzaak ontstaan om gemeentelijke kaders op agrarische bedrijfspercelen te verruimen. De zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen.

2.11

Zienswijze Indiener 1 Samenvatting zienswijze: De indiener heeft op 11 september jl. deelgenomen aan de toelichtingsbijeenkomst over de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050. De presentatie werd als helder en aansprekend ervaren. Er wordt gepleit voor een publieksversie in dezelfde stijl, inclusief beeldmateriaal, om de visie toegankelijker te maken. Versterking van Sneek als waterstad De identiteit van Sneek als “Waterpoort van Fryslân” wordt onderschreven, maar de visie biedt nog onvoldoende uitwerking van deze ambitie. De indiener adviseert om het provinciale recreatieve vaarnetwerk en de beroepsvaart expliciet te integreren in de ruimtelijke strategie. Dit versterkt de positie van Sneek als knooppunt van vaarwegen en biedt kansen voor samenwerking met omliggende watersportdorpen. Maritieme campus en economische potentie Er wordt gevraagd om meer duidelijkheid over de invulling van de maritieme campus en welke partners daarbij betrokken moeten worden. De verbinding met het Prinses Margrietkanaal biedt kansen voor regionale economische ontwikkeling en circulaire initiatieven, maar roept ook vragen op over de toekomst van de beroepsvaart in Sneek. Gebiedsgerichte verbeterpunten De indiener benoemt concrete locaties waar de waterbeleving versterkt kan worden, zoals de Rienck Bockemakade en het Jumbogebied aan de Oppenhuizerweg.

Suggesties zijn onder andere het realiseren van stadstranden, insteekhavens en aantrekkelijke kades zonder parkeerruimte. Deze voorstellen dragen bij aan een levendige en toegankelijke waterkant. Verbindende visie en investeringskracht Er wordt gepleit voor een inspirerende, herkenbare naam voor de toekomstvisie, zoals “Van Geeuw tot Gudsekop”, en een bijbehorend investeringsfonds om jaarlijks projecten te Pagina 15 van 23

realiseren. Dit kan bijdragen aan continuïteit en betrokkenheid van inwoners, ondernemers en bestuur. Slotopmerking De indiener roept op om nu al te handelen alsof het 2050 is, en Sneek te voorzien van nieuw elan, met meer aandacht voor water, natuur, recreatie en ruimtelijke kwaliteit. Reactie gemeente: De gemeente bedankt de indiener voor de uitvoerige en positieve zienswijze. De gemeente erkent dat het provinciale recreatieve vaarnetwerk en de beroepsvaart nog niet expliciet zijn opgenomen in de tekst en kaart en ook de kansen voor samenwerking met omliggende watersportdorpen nog niet zijn benoemd. Ze zal deze expliciet integreren in de ruimtelijke strategie. De ruimtelijke strategie gaat uit van levendige en toegankelijke openbare waterkanten. Ze biedt onder andere ruimte voor stadstranden, insteekhavens en aantrekkelijke kades zonder parkeerruimte. De gemeente zal waar nodig deze kansen concreter benoemen in de tekst. In de Ruimtelijke Strategie is opgenomen dat er een Omgevingsprogramma Waterfront (vergelijkbaar met een Masterplan waterfront Friese Merenproject) zal worden opgesteld, waar dergelijke opgaven uitgewerkt worden in samenspraak met de stad en stakeholders. Ten aanzien van de maritieme campus heeft de gemeente een stimulerende, meedenkende en faciliterende rol, wat zich in deze ruimtelijke strategie ruimtelijk vertaalt.

Vanuit een actieve 3O-samenwerking wordt gewerkt aan o.a. invulling en uitbreiding van het onderwijsaanbod en koppeling met het bedrijfsleven. De gemeente waardeert en herkent de oproep van de indiener om in te zetten op herkenbaarheid, inspiratie en betrokkenheid binnen alle geledingen van de stad. De suggestie voor een herkenbare naamgeving wordt meegenomen in de verdere uitwerking. De zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen. Op de kaart is de stippellijn, behorend bij "Watermobiliteit stimuleren, bevaarbaarheid verhogen en meer vaarrondjes (incl. watertaxi)”,aangebracht op de Singel en Kleine Palen.

2.12

Zienswijze Indiener 2 Samenvatting zienswijze: De indiener heeft het ontwerp van de Omgevingsvisie Sneek 2050 bestudeerd en constateert dat het document een breed palet aan ambities bevat, maar dat duidelijke keuzes en prioriteiten ontbreken. De visiekaart bevat daarnaast meerdere onjuistheden en achterhaalde elementen die niet overeenkomen met actuele besluiten van het college of de gemeenteraad. Correcties en aanvullingen op de visiekaart • De geplande fiets-/wandelroute achter het Nomi-terrein met brug naar het manegeterrein is vervallen in het project tijdelijke woningen en dient van de kaart verwijderd te worden.

Reactie gemeente: De gemeente bedankt de indiener voor de zienswijze en de aangedragen suggesties. Deze fiets/wandelroute is voor het tijdelijke project vervallen maar op lange termijn nog steeds een gewenste route en daarom is deze op de kaart opgenomen. • •

De aangegeven verbinding over/onder de rondweg is niet opgenomen in het plan voor de opvanglocatie; het daadwerkelijke fietspad tussen de opvanglocatie en de Wending ontbreekt op de kaart. Voor Harinxmaland wordt verzocht een veilige verbinding bij de bestaande rotonde op te nemen als ‘verbinding over/onder weg of water realiseren’.

Reactie gemeente: Bij de rondweg staan verschillende indicatieve verbindingen aangegeven, ook vlakbij het plan voor

Pagina 16 van 23

de opvanglocatie. Het geplande fietspad is niet opgenomen als bestaand omdat het nog niet bestaand is, deze zal alsnog worden opgenomen op de gewenste routes voor de fietsnetwerkkaart. Er ligt al een plan voor de rotonde bij De Wending om deze te vervangen voor een veilige en overzichtelijke oversteek door middel van een verkeersplein. Verder zitten er op meerdere plaatsen al indicatieve pijlen voor veilige verbindingen over de Rondweg richting Harinxmaland en is dit volgens ons voldoende. •

Het manegeterrein is ten onrechte als ‘bebouwd gebied’ ingekleurd; dit moet worden aangepast naar sportbestemming conform het besluit van het college.

Reactie gemeente: Het manegeterrein heeft inderdaad evenals het tennisbanen terrein een sportfunctie. Net als de andere sportvoorzieningen wordt dit terrein groen op de visiekaart. Hierbij moet opgemerkt worden dat in tegenstelling tot de meeste andere sportvelden de manege- en tennisbaan terreinen geen deel uitmaken van een groene wig, maar van een stedelijke lob. In een stedelijk lob is verdichting mogelijk. •

De sportvelden in Harinxmaland ontbreken, terwijl er al jaren overleg is over een nieuw sportcomplex voor ONS Sneek. De gemeenteraad heeft recent middelen hiervoor behouden. Verzocht wordt om een icoon op de kaart op te nemen bij het crematorium met aanduiding ‘zoekgebied nieuwe sportaccommodatie’.

Reactie gemeente: Voor het antwoord hierop verwijzen we naar de reactie op de zienswijze van ONS. •

De busverbinding binnen Sneek, met name voor Sneek Noord, ontbreekt in de visie. De gemeente heeft eerder aangegeven hierover in gesprek te zijn met de provincie.

Slotopmerking De indiener verzoekt om actualisatie van de visiekaart en tekst, zodat deze beter aansluit op de feitelijke situatie en beleidsvoornemens. Dit draagt bij aan een realistische en uitvoerbare ruimtelijke strategie. Reactie gemeente: Deze verkeersverbinding is inderdaad gewenst en is ook opgenomen in ons programma mobiliteit. De gewenste verbinding ontbreekt op de kaart van het daily urban system, deze wordt nog toegevoegd. De zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen. Op de kaart is een stippellijn, behorend bij “Fiets- en wandelroute realiseren”, aangebracht ten noorden van de tennisvereniging. Het manegeterrein heeft ook de functieaanduiding ‘groen, recreatie en sport’ gekregen (was bebouwd gebied).

2.13

Zienswijze Doarpsbelangen Folsgeare en Tjalhuizum Samenvatting zienswijze: Doarpsbelangen Folgeare en Tjalhuizum heeft zorgen geuit over de mogelijke ruimtelijke impact van de “Strategie Sneek 2050” op de dorpen, met name door de uitbreiding van het bedrijvenpark Hemmen richting Folsgeare. De dorpen hechten sterk aan het behoud van hun landelijke en vrijliggende karakter, zoals eerder vastgelegd in samenwerking met de gemeente Sudwest Fryslân. Tijdens de presentatie op 4 september 2025 werd onverwacht gesproken over een mogelijke ontwikkeling van “Hemmen V”, zonder duidelijke toelichting of geografische duiding. Deze informatie ontbreekt in het officiële strategiedocument, wat leidt tot onzekerheid over toekomstige uitbreidingen richting de dorpen.

Pagina 17 van 23

Daarnaast vraagt Doarpsbelangen om: • Uitleg over de planning van Hemmen III, fase 1 en 2, in relatie tot netcongestie. • Duidelijkheid over de geografische ligging en fasering van Hemmen IV en V. Reactie gemeente: De gemeente bedankt de Doarpsbelangen Folsgeare en Tjalhuizum voor hun uitgebreide reactie. Tijdens de uitleg op de bijeenkomst zijn De Hemmen 4 en 5 genoemd als voorbeeld waarin werd geprobeerd om aan te geven dat na afronding van Hemmen 3 en wellicht nieuwe ruimte wordt gezocht voor uitbreidingen. De visie gaat uit van focus- en zoekgebieden, mocht De Hemmen 3 zijn afgerond en er behoefte is aan nieuwe ruimte voor bedrijventerreinen. Deze focus- en zoekgebieden zijn aangegeven op de visiekaart. Voor wat betreft de Hemmen 3 geldt dat netcongestie hier een rol speelt en dat realisatie en uitbreiding pas mogelijk is als er ruimte is op het stroomnet. Voor mogelijke uitbreidingen na De Hemmen 3 geldt dat er op de kaart pijlen staan met focus- en zoekgebieden. Uitgangspunt van de visie is dat de dorpen vrijliggend blijven en dat groene buffers behouden of versterkt worden. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat deze altijd landschappelijk moeten worden ingepast. • Versnelling van de aanleg van het fietspad tussen Folsgeare en de Alde Himdyk via Hemmen III, zoals eerder besproken met wethouder Rietman.

• Inspraak bij eventuele plaatsing van windmolens in Hemmen III, vanwege mogelijke horizonvervuiling en geluidsbelasting. • Betrokkenheid van de lokale energiecoöperatie Folsgeare bij toekomstige energieprojecten, zoals windmolens. Doarpsbelangen verzoekt het college om deze punten mee te nemen in de verdere besluitvorming en om actief in overleg te treden over de ruimtelijke ontwikkelingen rondom Sneek. Reactie gemeente: We begrijpen de wens voor versnelling van het aan te leggen fietspad, maar dit is een uitvoeringsaspect en valt buiten de scope van de visie. Mocht er sprake zijn van het zoeken voor locaties voor windturbines, dan zal dit uiteraard altijd in samenspraak met de omgeving moeten gebeuren. Wanneer er mogelijkheden zijn om bij energieprojecten samenwerkingen te organiseren met lokale energiecoörporaties dan ondersteunt de gemeente dit. De zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen. Op de kaart is de pijl bij de Hemmen 3, behorend bij “Mogelijke uitbreiding: klimaatpark”, verplaatst. Daarnaast is de arcering, behorend bij “Creëren landschapspark”, aangebracht ten noorden van deze pijl.

2.14

Zienswijze Indiener 3

Samenvatting zienswijze: Indiener uit zorgen over de fiets(on)vriendelijkheid van Sneek, ondanks de ambities in de ontwerpOmgevingsvisie van de gemeente Súdwest-Fryslân, specifiek binnen Speerpunt 4: het versterken van het 'daily urban system' en mobiliteit volgens het STOMP-principe. Er wordt gewezen op knelpunten in de verkeerssituatie die de veiligheid en doorstroming van fietsers negatief beïnvloeden. Belangrijkste aandachtspunten: • Onveilige verkeerssituaties voor fietsers: Indiener signaleert dat rotondes, zoals aan de Oppenhuizerweg, onoverzichtelijk zijn door hoge groenvoorziening en onduidelijke voorrangssituaties. Verwezen wordt naar CROW-publicatie 126, waarin aanbevolen wordt fietsoversteken op circa tien meter van de hoofdrijbaan te situeren. • Ontbrekende fietsinfrastructuur: Fietspaden en trottoirs houden abrupt op, zoals op de brug naar de Jousterkade, wat leidt tot gevaarlijke situaties voor fietsers, met name kinderen. Pagina 18 van 23

•

Verkeersdruk en gedrag: Indiener ervaart dat automobilisten fietsers vaak afsnijden en dat er sprake is van onduidelijke verkeerssituaties, wat leidt tot frustratie en onveiligheid.

Voorstellen ter verbetering: 1. Herinrichting Prins Hendrikkade als fietsstraat: Verkeer met auto's ‘te gast’, gecombineerd met een maximumsnelheid van 30 km/u. Deze route kan dienen als doorstroomroute met behoud van bereikbaarheid voor bewoners en winkels. 2. Aanleg bussluis op de Jousterkade (Oppenhuizerwegzijde): Voor lijnbussen, vrachtverkeer en hulpdiensten, met een stoplichtsysteem en voorrang voor verkeer stad-uit. Doorgetrokken fietspaden aan beide zijden worden voorgesteld. 3. Verkeersmaatregelen bij Flexaterrein: Vermindering van autoverkeer door bussluis en aanleg van rotonde. Auto-onvriendelijke maatregelen in Sperkhem worden aanbevolen om sluipverkeer te ontmoedigen. 4. Verhoogde fietspaden met fysieke scheiding: Zoals toegepast op de Bolswarderweg, om automobilisten te weren van het fietspad en de veiligheid van fietsers te vergroten. Indiener pleit voor meer snelheidsremmende maatregelen in en rondom de binnenstad van Sneek, zodat fietsers en voetgangers zich veiliger kunnen bewegen binnen de bebouwde kom. Reactie gemeente: De gemeente bedankt de indiener voor de meedenkende zienswijze en de aangedragen ideeën om Sneek fiets- en wandelvriendelijke te maken. Dit is een belangrijk uitganspunt van die visie die wel verder willen uitwerken in het programma ruimtelijke mobiliteitsstrategie.

We zijn blij dat de indiener het idee van de visie om de stad toegankelijker en veiliger te maken voor wandelaars en fietser wordt ondersteund. Wij nemen de aangedragen ideeën dan ook ter harte en zullen deze betrekken bij het uitwerken van het programma ruimtelijke mobiliteitsstrategie en andere programma’s waar verkeersoplossingen nodig zijn.

Pagina 19 van 23

3.

WIJZIGINGEN RUIMTELIJKE STRATEGIE

Tijdens de inzageperiode zijn er door de indieners van de zienswijzen opmerkingen gemaakt die leiden tot wijzigingen in de tekst of kaart. Daarbij zijn ook zowel tijdens de gesprekken met de stakeholders als ambtelijk nog een aantal zaken aangedragen die niet of niet juist zijn opgenomen in de stukken. Deze zaken passen we aan. Hieronder staat een overzicht van de wijzigingen en of ze naar aanleiding van een zienswijze worden aangepast of dat het ambtelijke wijzigingen betreft. 3.1 Tabel met overzicht van wijzigingen nummer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16257228/1