CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Raadsvoorstel 2019

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan Hemelumer Hoeve3.064 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R19.000037

*R19.000037* Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân O.0000001E Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team

Vaststellen bestemmingsplan 'Hemelum, De Soal 4' 4 april 2019 Doarp, Stêd en Omkriten 19 maart 2019 G. Wielinga Ontwikkelen

Behandelend ambtenaar

H. de Hoo

Voorstel: a. de reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 'Hemelum, de Soal 4' vast te stellen; b. het bestemmingsplan 'Hemelum, De Soal 4' ongewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, dat ter inzage heeft gelegen; c. te bepalen dat voornoemd bestemmingsplan langs elektronische weg is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2018BPDeSoal4-vast en tevens in die vorm is vastgesteld; d. te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Grootschalige Basiskaart Nederland; e. geen exploitatieplan voor het bestemmingsplan 'Hemelum, De Soal 4' vast te stellen. Inleiding: De voormalige gemeente Nijefurd heeft in 2010 in principe medewerking toegezegd aan een uitbreiding van het kernfokbedrijf ‘De Hemelumer Hoeve’. De uitbreiding is onder andere noodzakelijk om te voldoen aan het Besluit Huisvesting, voor een verbetering van het dierenwelzijn en aan de overige milieuwetgeving. Een aantal van de huidige bedrijfsgebouwen zijn gedateerd. Door de uitbreiding en de dieren op het bedrijf te herhuisvesten kunnen de oudste bedrijfsgebouwen ook worden gerenoveerd om zo aan het Besluit huisvesting te kunnen voldoen. In de nieuwe situatie krijgen de dieren onder andere ook meer leefruimte.

Naast het feit dat het bedrijf met de uitbreiding aan het Besluit huisvesting kan voldoen en het dierenwelzijn wordt vergroot, is ook een uitbreiding van het aantal fokzeugen noodzakelijk. In het kader van een goede selectie is een minimaal aantal fokzeugen vereist. Om de gewenste uitbreiding van het kernfokbedrijf ‘De Hemelumer Hoeve’ te kunnen realiseren moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. In maart 2018 heeft de gemeenteraad de coördinatieregeling van toepassing verklaard. Dit houdt in dat de aanvraag omgevingsvergunning gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning hebben met ingang van 30 november 2018 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn diverse zienswijzen ingediend. Ook zijn er meerdere pro forma zienswijzen ingediend. De indieners van de pro forma zienswijzen hebben twee weken extra gekregen de zienswijze aan te vullen. De volgende stap in de procedure is dat uw raad een besluit neemt over de vaststelling van het bestemmingsplan. Uw college is vervolgens bevoegd een besluit te nemen over het verlenen van de omgevingsvergunning. Doel: Een juridisch-planologisch kader te scheppen voor de realisatie van de voorgenomen uitbreiding.

1

Argumenten: Inhoud plan Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het kernfokbedrijf mogelijk. In de nieuwe gebouwen worden de drachtige zeugen en de gespeende biggen gehuisvest. Achter op het perceel buiten het bouwvlak voor de huisvesting van de varkens wordt de mest in twee silo’s opgeslagen en wordt een bedrijfsloods gebouwd die gebruikt wordt voor het verwerken van mest en waar de voerkeuken gevestigd is waar het brijvoer voor de varkens gemaakt wordt. Bij de bewerking van de mest wordt de natte en de droge fractie gescheiden waardoor het volume aan mest wordt verkleind. Langdurig proces Zoals aangegeven is de planontwikkeling al in 2009 gestart. Om te kunnen anticiperen op het nieuwe Besluit Huisvesting zijn nieuwe plannen bedacht. Door onder andere de landelijke megastaldiscussie, verschillende wetswijzigingen en onderzoeksrapporten is de planontwikkeling en besluitvorming ernstig vertraagd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt planologisch de voorgenomen uitbreiding mogelijk. Draagvlak Bij iedere planologische ontwikkeling zijn voor- en tegenstanders, zo ook bij de uitbreiding van het kernfokbedrijf De Hemelumer Hoeve. Dit blijkt ook uit het aantal zienswijzen wat tegen de voorgenomen plannen is ingediend. Er zijn een aantal positieve zienswijzen of steunbetuigingen, maar de meeste zienswijzen (180) zijn tegen de voorgenomen uitbreiding.

Degene die een zienswijze hebben ingediend wonen niet allemaal in Hemelum, maar komen uit de wijde omgeving. Een aantal indieners van een zienswijze zijn principieel tegen varkenshouderijen en zien sluiting of verplaatsing van het bedrijf als oplossing. Er zijn 23 pro forma zienswijzen ingediend. Enkele van deze pro forma zienswijzen waren ondertekend door meerdere personen en heeft de bovenste persoon als contactpersoon. Per brief zijn de indieners in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken een aanvulling in te dienen. Voor de inhoud van de zienswijzen en de voorgestelde beantwoording wordt verwezen naar de bij dit voorstel behorende ‘Reactienota zienswijzen Hemelum, De Soal 4’ of ‘reactienota zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunning’. Voorgesteld wordt om de zienswijzen te beantwoorden zoals in de reactienota’s staat aangegeven. De ingediende zienswijzen hebben niet geleid tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Zienswijzen In 2017 heeft de ontwerp-omgevingsvergunning ook ter inzage gelegen, toen was de aanvraag gebaseerd op het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân waarin de voorgenomen uitbreiding van het perceel nog was opgenomen. In die procedure waren ca. 220 zienswijzen ingediend, waarvan ca. 100 steunbetuigingen.

Deze eerder ingediende zienswijzen zijn nu ook betrokken bij de besluitvorming, waarbij geconstateerd kan worden dat de strekking van de zienswijzen niet veranderd is. Ook in het kader van het bestemmingsplan Buitengebied SúdwestFryslân zijn zienswijzen ingediend tegen de voorgenomen uitbreiding. Ook deze zienswijzen zijn nu meegenomen. Alle zienswijzen zijn deels gericht tegen het bestemmingsplan, dat de voorgenomen uitbreiding mogelijk maakt, en deels tegen de ontwerp-omgevingsvergunning. Bij de beantwoording van de zienswijzen is getracht een onderscheid te maken tussen deze twee aspecten, hoewel ze direct een relatie met elkaar hebben. Gelet op het aantal zienswijzen, waarbij veel gebruik is gemaakt van standaardbrieven en die (soms) door meerdere personen zijn ondertekend, is gekozen om de beantwoording van de zienswijzen overzichtelijk te houden door de zienswijzen te rubriceren. Hoewel uw raad in deze alleen bevoegd is om een besluit te nemen met betrekking tot het bestemmingsplan, is er een duidelijke relatie met de omgevingsvergunning, ook vanwege de coördinatieregeling.

2

In het kader van de gecoördineerde besluitvorming (bestemmingsplan en omgevingsvergunning) zijn zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan, maar ook tegen de ontwerpomgevingsvergunning. Dit betekent dan ook dat er twee reactienota’s zijn opgesteld. Voor de volledigheid is ook de reactienota met betrekking tot de zienswijzen die ingediend zijn tegen de ontwerp-omgevingsvergunning bijgevoegd. Voor de instemming met de beantwoording van de zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan is de raad bevoegd gezag. Voor de instemming met de beantwoording van de zienswijzen ingediend tegen de ontwerp-omgevingsvergunning is het college bevoegd gezag. Planologische afweging De voorgenomen uitbreiding van het bedrijf past in de lijn van het vastgestelde beleid van provincie en gemeente. Zowel het provinciaal- als het gemeentelijk beleid maakt de uitbreiding van een bestaand niet-grondgebonden veehouderijbedrijf tot een maximale oppervlakte aan bebouwing van 1,50 ha mogelijk. De oppervlakte van het bouwvlak ten behoeve van de huisvesting van de varkenshouderij bedraagt 1,50 ha en blijft daarmee binnen de maximale oppervlakte die op grond van het vastgestelde beleid is toegestaan. Er is in die zin dan ook geen strijd met het vastgestelde beleid, zoals in veel zienswijzen wordt aangevoerd.

De oppervlakte van het deel ten behoeve van de mestverwerking en voerbereiding bedraagt bijna 0,5 ha. Op grond van artikel 6.1.3, lid 1 van de Verordening Romte mag de maximale oppervlakte van een bouwperceel worden vergroot met maximaal 0,5 ha ten behoeve van bedrijfsactiviteiten zoals: a. mestverwerking, mestbewerking, mestvergisting; b. verbranding, vergisting of vergassing van biomassa; c. verwerking of bewerking van eigen agrarische producten, of daarmee naar de aard vergelijkbare activiteiten. Deze activiteiten zijn toegestaan, indien: a. deze ten dienste staan van of verband houden met de bedrijfseigen agrarische activiteiten; b. deze worden gerealiseerd op het agrarisch bouwperceel, en c. aan het gebruik en de bebouwing zodanige regels worden gesteld dat deze ondergeschikt zijn aan de agrarische activiteiten en een zorgvuldige inpassing in de omgeving gewaarborgd is. Op grond van artikel 6.1.3, lid 2 van de Verordening Romte kan een groter bouwperceel worden toegestaan als: 1. het bouwperceel al een oppervlakte van bijna 1,5 ha of meer dan 1,5 ha heeft en de bedrijfsuitbreiding redelijkerwijs niet binnen het bouwperceel te realiseren is, 2. de uitbreiding van het bouwperceel beperkt blijft, en 3. de nieuwe situatie een maatschappelijk voordeel oplevert voor een of meer van de volgende aspecten: I. verbetering van dierenwelzijn; II.

vermindering van milieubelasting en van uitstoot van milieubelastende stoffen; III. een innovatieve bedrijfsvoering die bijdraagt aan duurzaamheid en daardoor een voorbeeldfunctie heeft, IV. aanmerkelijke landschappelijke verbetering, waaronder begrepen het elders slopen van minimaal een gelijke oppervlakte aan bebouwing. De bestaande bebouwing staat dicht op elkaar en is deels verouderd. De oude varkensstallen dateren uit de jaren ’80 van de vorige eeuw en door de situering van de gebouwen is er geen ruimte voor optimalisering en/of modernisering van deze stallen. Door het bedrijf in westelijke richting uit te breiden kunnen nieuwe stallen worden gebouwd die aan de nieuwste huisvestingseisen voldoen om de uitstoot van milieubelastende stoffen te verminderen. Ook in het kader van het dierenwelzijn wordt de situatie verbeterd. De varkens krijgen meer ruimte en staan in de nieuwe stallen niet meer boven hun eigen mest. De mest wordt direct afgevoerd naar de mestsilo’s en vervolgens naar de mestverwerkingsinstallatie waar de natte – en de droge fractie van de mest gescheiden wordt. De natte fractie, water wordt gezuiverd en hergebruikt op het bedrijf.

3

In de begripsbepaling van de Verordening Romte is de volgende definitie opgenomen voor ‘agrarisch bouwperceel’: ‘een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van een ruimtelijk plan, zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing, verharding en bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een agrarisch bedrijf zijn toegelaten’. In veel zienswijzen wordt aangegeven dat de uitbreiding in strijd is met de Verordening Romte omdat de maximale oppervlakte van 1,5 ha van het bouwperceel wordt overschreden. Zoals hierboven is aangegeven biedt de Verordening Romte de mogelijkheid om een grotere oppervlakte toe te staan, wanneer sprake is van de in artikel 6.2.3, lid 2 genoemde aspecten. Het college is van mening dat aan deze aspecten wordt voldaan. De systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân, zoals dit op 5 oktober 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, wijkt af van de begripsbepaling van de Verordening Romte. In het onderhavige bestemmingsplan ligt wel een deel van de verharding binnen het bouwvlak maar niet alle verharding. Daarnaast is ook een deel van de verharding op het perceel opgenomen terwijl deze ten behoeve van het privédeel van het erf behoort en niet tot het bouwperceel gerekend hoeft te worden. De oppervlakte ten behoeve van de huisvesting van de varkens is niet groter dan 1,5 ha.

Voor een uitleg van de systematiek verwijzen wij naar de bijlage ‘uitleg systematiek bouwperceel – bouwvlak’. De totale oppervlakte van het gehele bedrijf inclusief de mestverwerking en voerbereiding en de infrastructuur, maar ook onbenoemde delen binnen de contouren van de erfbeplanting komt daarmee op ruim 2 ha en is daarmee in overeenstemming met de Verordening Romte. Amendement In de raadsvergadering van 8 maart 2018 heeft de gemeenteraad een amendement aangenomen waarin de uitkomsten van het GGD-rapport bij het vervolg van de besluitvorming (bestemmingsplan en omgevingsvergunning) wordt betrokken. In het advies van de GGD is aangegeven dat de kwaliteit van de leefomgeving voor wat betreft geur wordt bepaald door het percentage geurgehinderden. Er wordt gestreefd naar 0% hinder maar 12% hinder voor nieuwe situaties (richtwaarde) is aanvaardbaar. Voor bestaande situaties (bovenwaarde) geldt 20% hinder als aanvaardbaar.

In zowel de huidige - als in de nieuwe situatie wordt de gezondsheidskundige advieswaarde van 2,0 OU/m³, passend bij maximaal 12% hinder (nieuwe situatie), overschreden. Dit geldt niet voor de wettelijke bovenwaarde (bestaande situatie) voor maximaal 20% hinder. Bij onderhavig bestemmingsplan is zowel sprake van een bestaande als een nieuwe situatie. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt een verbetering verwacht qua geurbelasting op de omgeving. Gelet op het feit dat in casu sprake is van zowel een bestaande – als een nieuwe situatie is het dan reëel om vast te houden aan de strengste norm. In het kader van de 50/50 regeling die in de Wet geurhinder en veehouderij is opgenomen mag de helft van de reductie, die met maatregelen wordt bereikt, voor de uitbreiding van het aantal dieren worden ingezet. In onderstaande tabel is de vergunde geurbelasting, de maximaal aan te vragen geurbelasting en de aangevraagde geurbelasting aangegeven. Hieruit blijkt dat de maximale geurbelasting niet wordt aangevraagd.

4

Vaststelling bestemmingsplan bevoegdheid raad Op grond van artikel 3.8 Wro is de gemeenteraad bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Op 8 maart heeft uw raad besloten de coördinatieregeling, conform artikel 3.30 Wro van toepassing te verklaren. Dit houdt in dat het college de omgevingsvergunning kan verlenen direct nadat uw raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Tegen zowel de vaststelling van het bestemmingsplan als tegen het verlenen van de omgevingsvergunning staat één beroepsgang open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De AbRvS dient binnen een half jaar uitspraak te doen. Alternatieven: Het bijgevoegde bestemmingsplan niet vaststellen. Het college kan dan ook niet de omgevingsvergunning verlenen. Indien de gemeenteraad besluit het onderhavige bestemmingsplan niet vast te stellen, dan dient de gemeenteraad dit besluit te voorzien van een deugdelijke motivering en een kenbare belangenafweging. Een verwijzing naar het verslag van de raadsvergadering is dat geval niet voldoende. Risico’s: Als uw raad besluit het bestemmingsplan niet vast te stellen, dan is het zeer aannemelijk dat de initiatiefnemer een schadeclaim zal indienen. De voormalige gemeente Nijefurd heeft voor de herindeling ingestemd met uitbreidingsplannen van de Hemelumer Hoeve. De voorgenomen uitbreiding was ook al opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân.

Vervolgens heeft uw raad een startnotitie vastgesteld ten behoeve van de voorgenomen uitbreidingsplannen en tevens ingestemd met het toepassen van de coördinatieregeling. Door de voorgenomen uitbreiding niet te realiseren zal de geuroverlast niet verder worden gereduceerd. Dit betekent dat de initiatiefnemer geen verdere maatregelen zal treffen dan de maatregel (plaatsen van 1 luchtwasser) die op basis van het handhavingsbesluit is getroffen. Met deze maatregel voldoet het bedrijf namelijk aan het Besluit huisvesting. Met de voorgenomen uitbreiding worden de nieuwe stallen emissiearm uitgevoerd (bijv. door het plaatsen van extra luchtwassers). Dit zorgt voor minder ammoniak- en geuruitstoot en is dus gunstiger voor de omgeving. Kaders: Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening. Financiële aspecten/gevolgen: Volgens de Wet ruimtelijke ordening moet bij een bestemmingsplan ook een exploitatieplan worden opgesteld. Belangrijkste doel van een exploitatieplan is het verhalen van de kosten op de initiatiefnemer. Wij stellen uw raad voor geen exploitatieplan vast te stellen. Een exploitatieplan is in dit geval niet nodig omdat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie op een andere wijze is verzekerd. Het betreft een particulier initiatief waarvoor de gemeente geen grond heeft aangekocht.

Voor de eventuele planschade is met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten. Op basis van deze overeenkomst kan eventuele planschade worden verhaald op de initiatiefnemer. Verder is de kans aanwezig dat in een eventuele beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de gemeente een proceskostenvergoeding indien de besluiten van uw raad en het college worden vernietigd.

5

Duurzaamheid: In het kader van duurzaamheid worden onder andere bij het bereiden van het brijvoer van de varkens de nieuwste technieken toegepast, waarbij grondstoffen worden hergebruikt. Dit betreft hergebruik van water in de luchtwassers of bij andere bedrijfsactiviteiten binnen het bedrijf. In het brijvoer worden voedingsmiddelen die over datum zijn of die om een andere reden niet verkocht zijn verwerkt. Op het bedrijf wordt de mest verwerkt en gescheiden in een natte en een droge fractie. De natte fractie wordt gereinigd/gezuiverd in schoon water wat weer gebruikt wordt voor de luchtwasser of indien dit niet nodig is, geloosd wordt op het oppervlaktewater. Vervolgproces: Monitoring en evaluatie: n.v.t. Gevolgen voor LTA: Kan na vaststelling van de LTA worden afgevoerd. Communicatie en afstemming: In het kader van de wettelijke procedure zijn er meerdere momenten geweest om te reageren op het voorliggende plan. Het perceel De Soal 4 was eerst opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân'. In het kader van de procedure voor dit bestemmingsplan zijn inspraakreacties en zienswijzen ingediend. Ook tijdens de informele inloopsessies in het kader van het voorontwerp-bestemmingsplan Buitengebied Súdwest- Fryslân is er gelegenheid geweest om de plannen in te zien en vragen te stellen.

Tijdens de behandeling van het bestemmingsplan 'Buitengebied Súdwest-Fryslân' is, mede gelet op het aantal zienswijzen en een reactie van de provincie Fryslân, unaniem besloten het perceel uit het bestemmingsplan te halen en geen onderdeel meer te laten zijn van het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân. Tijdens de procedure van onderhavig bestemmingsplan heeft het bestemmingsplan 'Hemelum, De Soal 4' gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn had een ieder de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Naast het feit dat men de gelegenheid had om een zienswijze in te dienen, heeft er tevens een gesprek plaatsgevonden in april 2018 tussen de initiatiefnemer en een groep inwoners van Hemelum. De initiatiefnemer heeft zijn plannen ook tijdens een vergadering van 'Vereniging Dorpsbelang' gepresenteerd. Daarnaast heeft de initiatiefnemer vlak voordat het bestemmingsplan ter inzage werd gelegd op 29 november 2018 een informatiebijeenkomst georganiseerd. Tijdens deze laatste bijeenkomst zijn de uitbreidingsplannen uitgelegd. Hieronder is de toekomstige situatie in vogelvlucht weergegeven.

6

Bijlage(n) Meegezonden: - Reactienota's zienswijzen vergunning (O19.000345) en bestemmingsplan (O19.000328) - beantwoording Partij voor de Dieren Provinciale Staten (O19.000318) - reactie provincie vragen 'geenmegastalinhemelum' (O19.000399) - Principebesluit Nijefurd (O19.000319) - gespreksverslag Provincie (O19.000327) - GGD-rapport (O19.000320) - Verschil bouwperceel provincie - bestemmingsplan buitengebied (O19.000400) Ter inzage: - bestemmingsplan (in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl onder: NL.IMRO.1900.2018BPDeSoal4-ontw)

Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

P. Zondervan

7

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp

Vaststellen bestemmingsplan 'Hemelum, De Soal 4'

Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 februari 2019; besluit de raad: a. de reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 'Hemelum, de Soal 4' vast te stellen; b. het bestemmingsplan 'Hemelum, De Soal 4' ongewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, dat ter inzage heeft gelegen; c. te bepalen dat voornoemd bestemmingsplan langs elektronische weg is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2018BPDeSoal4-vast en tevens in die vorm is vastgesteld; d. te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Grootschalige Basiskaart Nederland; e. geen exploitatieplan voor het bestemmingsplan 'Hemelum, De Soal 4' vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 april 2019

mr. drs. J.A. de Vries

,

voorzitter.

G.W. Stegenga

,

griffier.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10253195/1