CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerpbestemmingsplan 'Hommerts - Jeltewei 248'

Raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Fêststelling bestimmingsplan ‘Hommerts-Jeltewei 248’23.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De indelingen is gebaseerd op de in de gemeente Súdwest-Fryslân gebruikte indeling voor bestemmingsregels. Alleen de voor dit bestemmingsplan relevante regels zijn benoemd. Artikel (nummer) Bestemmingsnaam Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De bestemmingsomschrijving is voornamelijk functioneel, maar bevat ook enkele inrichtingsaspecten. Bouwregels In de bouwregels worden de bebouwingsbepalingen voor alle bouwwerken geregeld. Het gaat daarbij onder meer om oppervlakten, hoogten en afstanden ten opzichte van naburige functie(s). Nadere eisen Wanneer nodig worden nadere eisen gesteld voor bepaalde kwalitatief omschreven criteria, zoals woonsituatie, straat- en bebouwingsbeeld en verkeersveiligheid. De nadere eisen bieden de mogelijk om sturend op te treden wanneer dit nodig is in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning. De nadere eisen worden meestal gesteld aan de plaats en de afmeting van bebouwing. Om deze reden en omdat het gaat om een aanvulling op een basiseis, volgt dit onderdeel op de bouwregels.

36

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Voor het uitvoeren van bepaalde werken en/of werkzaamheden, zoals graven of planten, vereist de gemeente hierin dat een vergunning wordt verleend, voordat hiermee wordt gestart. Ook kunnen deze werken/werkzaamheden worden verboden. Dit is bedoeld om aanwezige waarden (cultuurhistorie, landschap etc.) te beschermen. In dit onderdeel staat wanneer een vergunning nodig is en welke voorwaarden hieraan zijn gesteld. Wijzigingsbevoegdheid Wijzigingsbevoegdheden kunnen gaan over het wijzigen van een functie of van bebouwing. Bij een wijziging van de functie wordt opgenomen naar welke bestemming de wijziging kan plaatsvinden. Het is niet noodzakelijk om in de wijziging aan te geven welke regels van toepassing zijn. De regels zijn automatisch gekoppeld aan de bestemming waarin wordt gewijzigd, behalve in het geval van wijziging in een bestemming die nog niet in het plan zit of als een wijziging in meerdere bestemmingen mogelijk is. In het eerste geval kunnen de randvoorwaarden in de wijzigingsbevoegdheid zelf worden opgesomd. Hieraan moet bij wijziging worden voldaan. De wijziging die over meerdere bestemmingen plaatsvindt is vaak aangeduid op de verbeelding en geregeld in de algemene wijzigingsregels.

5.2.3 Algemene regels Hierin staan de regelingen over de afstemming met andere regelgeving (waaronder een anti-dubbeltelbepaling) en de algemene procedurebepalingen, afwijkingsregels en/of wijzigingsbevoegdheden. De stedenbouwkundige bepalingen (bijvoorbeeld parkeerbepaling) die vroeger waren opgenomen in de Bouwverordening worden in dit hoofdstuk als algemene bouwregels opgenomen. De algemene regels gelden voor alle bestemmingen, tenzij ze gekoppeld zijn aan een specifieke aanduiding, bijvoorbeeld bij een geluidzone rond een industrieterrein. 5.2.4 Overgangs- en slotregel Voor de overgangsregels wordt verwezen naar het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij wordt per 1 oktober 2010 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in acht te genomen. De formulering van de overgangs- en slotregels is vastgelegd in de landelijke Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP).

5.3

Toelichting op de bestemmingen

In deze paragraaf wordt een toelichting op de juridische regels van het plan gegeven. Voor de verschillende bestemmingen wordt aangegeven welke doeleinden worden nagestreefd. Ook is aangegeven op welke gronden de verschillende bestemmingen van toepassing zijn. Naast de directe bestemmingen gelden er ook een aantal functieaanduidingen.

5.3.1 Groen De bestemming 'Groen' wordt in de gemeente in gegeven aan groenstroken die structureel van belang zijn in het kader van het ruimtelijk en/of cultuurhistorische beeld. Hierin zijn dan ook groenstroken, plantsoenen en parken al dan niet met daarin aanwezig water mogelijk gemaakt. Naast deze functies is in een enkel geval een andere functie toegestaan, hiervoor is dan een aanduiding opgenomen. Het doel is de bestaande groenstructuur zo veel mogelijk te handhaven, bebouwing is dan ook maar beperkt toegestaan. Gebouwen zijn niet mogelijk, alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde en deze dan ook maximaal 2,00 m hoog en de maximum bouwhoogte van straatmeubilair bedraagt maximaal 9,00 meter.

37

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - opgaand groen' moet bestaande opgaande beplanting behouden blijven. 5.3.2 Recreatie - Jachthaven De bestemming 'Recreatie - Jachthaven' wordt in de gemeente in algemene zin gegeven aan grotere jachthavens in de gemeente. Bij voorliggende ontwikkeling is sprake van een mengvorm van recreatieve en bedrijfsmatige functies zijnde een jachthaven, het bestemmen van een bestaand bedrijf, botenverhuur met bijbehorende werkzaamheden, aangevuld met een camperlocatie. De hoofdfunctie is echter een jachthaven met de daarbij behorende ruimtelijke uitstraling en bijbehorende voorzieningen. Aanvullend aan de hoofdfunctieAdoel komen dus ook andere functies in deze bestemming voor. Deze zijn specifiek aangeduid waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - camperplaatsen' tevens een camperlocatie toegestaan en ter plaatse van de aanduiding tevens voor 'specifieke vorm van bedrijf - verhuurbedrijf voor machines en werktuigen'. Gebouwen zijn alleen toegestaan wanneer een bouwvlak op de verbeelding is opgenomen. De maatvoering is op de verbeelding aangegeven en gebaseerd op de bestaande (planologische) situatie. Andere bouwwerken zijn bij recht toegestaan buiten het bouwvlak. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om steigers.

5.3.2 Waarde - archeologie 2 Op de gemeentelijke Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (gemeentelijke FAMKE) zijn de gebieden aangegeven met een hoge archeologische waarde (advies op de FAMKE: 'streven naar behoud' en 'waarderend onderzoek') en archeologische verwachtingsgebieden (advies op de FAMKE: karterend onderzoek en quickscan) aangegeven. Voor de archeologische verwachtingsgebieden gelden verschillende beleidsadviezen die terug te vinden zijn op de FAMKE. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' wordt gehanteerd voor terreinen of gebieden die op de FAMKE het advies 'streven naar behoud' en 'waarderend onderzoek' hebben meegekregen, dus de bekende archeologisch waardevolle terreinen. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is van toepassing op het plangebied en wordt gehanteerd voor gebieden die op de FAMKE het advies 'karterend onderzoek' en 'quickscan' hebben gekregen en derhalve de gebieden met een archeologische verwachtingswaarde. Beide dubbelbestemmingen gelden onvoorwaardelijk voor alle onderliggende gronden.

38

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De bestemmingsplanprocedure geeft inzicht in het draagvlak en daarmee de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan. Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedurestappen: Inspraak en overleg Omdat de gemeente de belanghebbenden wil betrekken bij de planvorming, wordt op basis van de Inspraakverordening inspraak verleend op het bestemmingsplan. Over het voorontwerp van dit bestemmingsplan heeft het wettelijk vooroverleg met de overlegpartners plaatsgevonden. In dit kader hebben de volgende partijen gereageerd: waterschap, Liander, Gasunie, Provincie en brandweer. De reacties zijn waar relevant in dit bestemmingsplan verwerkt. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Uiteindelijk is tegen het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een plan wordt in eerste instantie bepaald door de financiële haalbaarheid ervan. Daarnaast is de grondexploitatieregeling uit de Wro van belang voor de economische uitvoerbaarheid. Deze regeling bepaalt dat de gemeente de door haar gemaakte kosten kan verhalen. Het kostenverhaal heeft dus ook invloed op de haalbaarheid van het plan. Financiële haalbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De gemeente heeft hiermee geen directe financiële bemoeienis. De ontwikkelaar heeft een kosten/baten-analyse gedaan en daaruit geconcludeerd dat het project financieel haalbaar is. Grondexploitatie De grondexploitatieregeling uit de Wro is van toepassing op dit bestemmingsplan, omdat het bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro mogelijk maakt. De grondexploitatieregeling bepaalt dat de gemeente in beginsel samen met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet vaststellen. Hiervan kan worden afgezien als de kosten 'anderszins verzekerd' zijn, bijvoorbeeld door overeenkomsten. Daarbij moet het stellen van eisen en een fasering niet noodzakelijk zijn.

39

Er worden privaatrechtelijk afspraken gemaakt tussen gemeente en de ontwikkelaar over het verhaal van gemeentelijke kosten. Hierin is onder andere het aspect planschade geregeld. De gemeenteraad besluit dan ook bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen.

40

Bijlagen toelichting

Bijlage 1

Watertoets

datum 23-2-2021 dossiercode 20210223-2-25647 Wateradvies normale procedure Project: Hommerts te Jeltewei 248 Gemeente: Súdwest-Fryslân Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Hommerts te Jeltewei 248 heeft u een watertoets aangevraagd waaruit blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd.

Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wet.terskipfryslan.nl/vergunningen-wet.ten-en-regels/online-watert.oet.s-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Regionale en lokale kering Het plangebied ligt binnen de zonering van de waterkering.

De begrenzing van deze zones kunt u raadplegen op onze website: www.wet.terskipfryslan.nl/leggerkaart.. Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning, zie bij onderdeel Waterwet voor meer informatie over dit onderwerp. De locaties van de hoofdwateren kunt u vinden op onze website: www.wett.erskipfryslan.nl/leggerkaart. Kaderichtlijn water, KRW Wetterskip Fryslân heeft volgens de Kaderrichtlijn Water en de Waterwet de plicht om maatregelen te nemen om de ecologische doelen te bereiken die per waterlichaam zijn vastgelegd en ook om deze te beschermen. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar de informatie die u kunt vinden via onderstaande link: www.wetterskipfryslan.nl/documenten/bestuur/waterbeheerplan-2016-2021/KRWBeslisnota.pdf/view.

Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor de boezem. Dit wil zeggen dat het gebied niet is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Wij adviseren u om hiermee rekening te houden bij het bepalen van de aanleghoogte. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk.

Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk ^200 m2)

Landelijk ^1.500 m2)

Boezem

50Zo

5Z

Polder

100Zo

10Z

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ^ 50Zo heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ^ de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ^ maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater. Demping van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 1000Zo gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping heeft u een watervergunning nodig. Voor meer informatie verwijzen we u graag door naar het onderdeel Waterwet in deze uitgangsnotitie. Relatie tussen Water en Ruimte Het veiligheidsbeleid van het waterschap en de ruimtelijke ordening ontmoeten elkaar op verschillende momenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het bestemmen van reserveringszones achter primaire waterkeringen en bij het bestemmen van regionale voormalige zeedijken tot waterkering in de bestemmingsplannen. Als in bestemmingsplannen nieuwbouw plaatsvindt op locaties boven 'maatgevend boezempeil, gemiddelde waterstand tijdens maatgevende omstandigheden' die eenmaal per 100 of 300 jaar kunnen optreden, wordt een toename van de gevolgschade bij een overstroming vanuit de Friese boezem voorkomen.

Voor het bepalen van de hoogteligging van het plangebied verwijzen wij u graag door naar http://www.ahn.nl/index.html Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Opslag agrarische bedrijfsstoffen Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door mest en perssappen uit de voeropslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Per 1 januari 2018 is de Maatlat Schoon Erf van kracht, www.maatlatschoonerf.nlDe maatlat is opgenomen in de MIA/Vamil regeling. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden.

De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor informatie en advies over erfinrichting kunt u contact opnemen met Wetterskip Fryslân. Informatie waterobjecten Voor meer informatie over bijvoorbeeld de ligging en de beheer- en onderhoudsstatus van waterobjecten in het plangebied verwijzen wij u door naar leggerkaart op onze website: www.wet.terskipfryslan.nl/kaarten/leggerkaart.

Beleid Wetterskip Fryslân En wat doen we morgen met water? In het Waterbeheerplan 2016 2021 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, voor meer informatie zie onze website www.wetterskipfryslan.nl/waterbeheerplan-2016-2021 Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken heeft u een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. U kunt eerst checken wat u nodig heeft. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Vragen Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterbelangen in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Wetterskip Fryslân denkt graag met u mee! U kunt contact met ons opnemen via de onderstaande contactgegevens. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen.

De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacv@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacvverklaring

Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl www.dewatertoets.nl

Bijlage 2

Watervergunning

WETTERSKIP FRYSLÂN De heer P. Kamstra Jeltewei 120 8622 XV HOMMERTS

Leeuwarden, 16 februari 2017 Bijlage: watervergunning Dossiernummer: WFN.032488

Ons kenmerk: WFN1701160 Tel: 058 2922056/J. Stortenbeker/rh E-mail: jstortenbeker@wetterskipfryslan.nl

Cluster Vergunningverlening Uw kenmerk: 2688511

Onderwerp:

Watervergunning.

Geachte heer Kamstra, Op 7 december 2016 hebben wij uw aanvraag ontvangen voor een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Waterwet voor het verrichten van handelingen in een watersysteem. De aanvraag betreft het aanleggen van een insteekhaven met damwand en steiger aan de Jeltewei 248 te Hommerts, in een watersysteem of beschermingszone waarvoor krachtens de Keur van Wetterskip Fryslân een vergunning is vereist. Het besluit met bijbehorende voorwaarden en informatie over de mogelijkheid om bezwaarte maken tegen dit besluit of een voorlopige voorziening te vragen, sturen wij u hierbij toe. Voor dit besluit zullen bij afzonderlijke nota c 156,75 legeskosten in rekening worden gebracht. Wij adviseren u om na te gaan of u voor de voorgenomen werkzaamheden andere vergunningen of toestemmingen nodig heeft. Voor nadere inlichtingen over deze brief en de watervergunning kunt u contact opnemen met de heer J. Stortenbeker van Cluster Vergunningverlening, tel. 058 2922056. Hoogachtend, het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân,

Fryslânplein 3 I 8914 BZ Leeuwarden Postbus 36 I 8900 AA Leeuwarden ļ T 058 - 292 22 22 I info@wetterskipfryslan.nl I www.wetterskip.nl

Afschrift aan: Mailto:

de heer T. Faber, Hoytemadyk 16, 8614AR Oudega servicefinancien@wetterskipfryslan.nl, gemeente Súdwest Fryslân, Keur (A. de Jong)

WATERVERGUNNING Leeuwarden, 16 februari 2017 Kenmerk: WFN1701160

Op 7 december 2016 hebben wij van de heer P. Kamstra te Hommerts een aanvraag ontvangen voor een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Waterwet voor het verrichten van handelingen in een watersysteem. De aanvraag betreft het aanleggen van een insteekhaven met damwand en steiger aan de Jeltewei 248 te Hommerts, in een watersysteem of beschermingszone waarvoor krachtens de Keurvan Wetterskip Fryslân een vergunning is vereist. Op 22 december 2016 hebben wij verzocht aanvullende gegevens aan te leveren. Dit verzoek is geregistreerd onder WFN1617923. Op 12 januari 2017 hebben wij een gewijzigde tekening ontvangen en geregistreerd onder WFN1701158. Op de gewijzigde tekening zijn de terreinhoogtes aangegeven.

Procedure Met betrekking tot deze aanvraag watervergunning wordt de in Titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven procedure gevolgd.

Overwegingen Bij onze beslissing op de aanvraag hebben wij rekening gehouden met de volgende overwegingen. » De te realiseren insteekhaven zal worden aangelegd in de kern- en beschermingszone van de regionale kering. Gevolg is dat de kering verlegd moet worden. Door de verlegging neemt de lengte van de kering niet toe. Uit een veldmeting blijkt dat het maaiveld van de percelen 319 en 683 hoger is dan de afkeurhoogte van de kering (- 0,14 m NAP). De verharding is gelegen op een hoogte, variërend van -1- 0,28 m NAP tot + 0,41 m NAP, het onverharde terrein is gelegen op een hoogte van 0,14 nm NAP. Het is daarom niet noodzakelijk om de kering daadwerkelijk te verleggen, de kering is gelegen in hoge grond. In de voorschriften is opgenomen, dat de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de bij de aanvraag aangeleverde tekening, waarin de terreinhoogtes zijn aangegeven. « In de voorschriften is opgenomen dat de vergunninghouder, c.q. de eigenaar van het perceel te allen tijde verantwoordelijk is voor het onderhoud van de damwand. « De doelstellingen van het watersysteembeheer verzetten zich niet tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Aan de vergunning zijn voorwaarden verbonden die noodzakelijk zijn uit het oogpunt van bescherming van de doelstellingen van het watersysteembeheer.

» De aanvraag is getoetst aan het ontheffingenbeleid van Wetterskip Fryslân en er zijn vanuit dat oogpunt bezien geen bezwaren tegen het verlenen van de vergunning.

BESLUIT Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân besluit, gezien het voorgaande en gelet op de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, de Algemene wet bestuursrecht en de Keur van Wetterskip Fryslân, de heer P. Kamstra, c.q. diens rechtverkrijgenden, vergunning te verlenen op basis van artikel 3.2 van de Keur van Wetterskip Fryslân. De vergunning betreft het aanleggen van een insteekhaven met damwand en steiger aan de Jeltewei 248 te Hommerts, zoals nader staat aangegeven op de bijgaande situatietekening (tekeningnummer 17-32488-1).

Begripsomschrijving In deze vergunning wordt verstaan onder: Vergunninghouder: De heer P. Kamstra Jeltewei 120 8622 XV Hommerts Waterschap:

Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden

Aan deze vergunning zijn de hierna geformuleerde voorwaarden verbonden.

Algemene voorwaarden 1.

2. 3.

De aanvang van de werkzaamheden bedoeld in deze vergunning, dient ten minste drie werkdagen van te voren aan het waterschap te worden gemeld op telefoonnummer 058 2922222 onder vermelding van de heer A. de Jong, rayon 18. De vergunning dient op het werk aanwezig te zijn. Indien er binnen twaalf maanden na dagtekening van deze vergunning niet met de werkzaamheden is gestart, of als de werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van twaalf maanden hebben stilgelegen, vervalt de vergunning.

Bijzondere voorwaarden Algemeen 4.

De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de tekening 'realiseren haven aan de Jeltewei 248 te Hommerts, tekening aanvraag vergunning’, d.d. 12-01-2017, met tekeningnummer 01, behorende bij de aanvulling op de aanvraag van 12 januari 2017, met daarop aangegeven de terreinhoogtes.

Werkzaamheden aan de regionale waterkering 5. 6. 7.

De te verrichten werkzaamheden dienen onder toezicht van een daartoe bevoegde medewerker van Wetterskip Fryslân te worden uitgevoerd. De ontheffinghouder dient aan het Wetterskip Fryslân een contactpersoon op te geven die als aanspreekpunt fungeert tijdens de uitvoering van de werken ter plaatse. De te verrichten werkzaamheden dienen, eenmaal in uitvoering genomen, onafgebroken te worden uitgevoerd.

8. 9-

10.

Afwijkingen in uitvoering, maatvoering, constructies en/of werkwijze dienen vooraf met Wetterskip Fryslân te worden overlegd. De verlegde regionale waterkering dient tenminste te voldoen aan het hieronder aangegeven profiel, waarbij de afkeurhoogte (Lb) -,oi4 m NAP bedraagt.

Na de uitvoering van de aangevraagde werken vindt er door de toezichthouder van Wetterskip Fryslân een opleveringscontrole plaats ten aanzien van de boezemwaterkering.

Nieuw aan te brengen damwand ïi. 12.

De damwand dient deugdelijk geplaatst en verankerd te worden en stabiel en volledig kerend te zijn. De vergunninghouder, c.q. de eigenaar van het aanliggende perceel, is ten alle tijde verantwoordelijk voor het onderhoud van de damwand.

Bouwen van een steiger 13. 14. 15. 16. 17.

De steiger wordt zodanig geplaatst dat deze niet verzakt en het talud niet wordt beschadigd. De steiger dient vrij over het water aangebracht te worden, waarbij de aanwezige oeverbescherming niet wordt aangetast. Beschadigingen en/of verzakkingen van de steiger worden direct hersteld. Onverminderd de onderhoudsplichten dient de eigenaar/gebruiker van de steiger het water ter plaatse vrij te houden van (drijf)vuil, resten van waterplanten en dergelijke. De gebruikte materialen mogen géén nadelig effect op de waterkwaliteit hebben.

Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân, namens deze,

mevrouw mr. (įj. öe-rong, clustermanager Vergunningverlening.

Bezwaarschriftprocedure Bezwaarschrift Binnen zes weken na de dag van verzending van deze brief kunt u, met toepassing van afdeling 6.2 van de Algemene wet bestuursrecht, tegen dit besluit bezwaar maken bij het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân. Ingevolge artikel 6:5 lid 1 Awb dient het bezwaarschrift te worden ondertekend en tenminste te bevatten: uw naam en adres; de dagtekening; een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van bezwaar.

Voorlopige voorziening Naast het indienen van een bezwaarschrift kunt u ingeval van onverwijlde spoed, met toepassing van artikel 8:81 Awb, een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland, Afdeling bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD Groningen.

Informatie Voor verdere informatie over het indienen van een bezwaarschrift of het vragen van een voorlopige voorziening kunt u contact opnemen met de afdeling Bedrijfsvoering, Team Juridische Zaken van Wetterskip Fryslân, telefoonnummer 058 2922222.

Bijlage A: Locatiekaart

I

verlegde ligging regionale kering

m wr

graven haven + aanbrengen damwand

bouwen steiger

léTrechteñTvoo

ar.-M

OŲdenTaanlVyettërskip

■Dęguţeu^ŗĝçhţęņfeņWąţabaņķŗeçhţeņ —

opöqratischeļDien st'Kadaster!

Jeĩonderqrdndfziin

BÉ

MĚ

JL

Naam: P. Kamstra Locatieadres: Jeltewei 248, Hommerts onderwerp

Watervergunning

schaal:

1:3.371.813

tekeningnr.

17-32488-1

datum

25 januari 2017

formaat

A4 staand

kad gem Oppenhuizen, sectie F

Postbus 36 8900 AA LEEUWARDEN (058) 292 22 22 www wetterskipfryslan. n I M:\GisDataV

i ļWETTERSKIP

ļ|# FRYSLÂN De heerT. Faber Hoytemadyk 16 8614 AR OUDEGASÚDWEST FRYSLÂN

Leeuwarden, 16 februari 2017 Bijlage(n): vergunning Dossiernummer: WFN.032488

Ons kenmerk: WFN1701160 Tel: 058 2922056/J. Stortenbeker/rh E-mail: jstortenbeker@wetterskipfryslan.nl

Cluster Vergunningverlening Uw kenmerk:-

Onderwerp:

Afschrift watervergunning.

Geachte heer Faber, Bijgaand doen wij u ter kennisgeving een afschrift van een watervergunning toekomen, omdat u mogelijk grondeigenaar en/of belanghebbende bent van één of meerdere in de vergunning genoemde werken. Indien u het niet eens bent met dit besluit dan willen wij u voor de mogelijkheden van bezwaar verwijzen naar de laatste pagina van de bijgesloten vergunning. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de heer J. Stortenbeker van Cluster Vergunningverlening, tel. 058 2922056. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân, namens deze,

mevrouw mr. G. de Jong, clustermanager Vergunningverlening.

Fryslânplein 3 I 8914 BZ Leeuwarden Postbus 36 I 8900 AA Leeuwarden I T 058 - 292 22 22 I info(3)wetterskipfryslan.nl I www.wetterskip.nl

Bijlage 3

Verkennend -en nader bodemonderzoek

Verkennend en nader bodemonderzoek Jeltewei 250 Hommerts

BRL SIKB 2000 Protocol

opdrachtgever datum projectleider projectnummer status

Wetterskip Pryslån 4 juni 2015 de heer M.S.

51125915 definitief

2001 2002

Eerland mn ' , Certification \t M i ìm Z í

MUG W'

Ingůnleursburtau

projectnummer 51125915 4 juni 2015

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding

1

2

Vooronderzoek en locatiegegevens

2

Algemeen Locatiegegevens Historische gegevens en bodeminformatie Toekomstig gebruik

2 2 2 3

2.1 2.2 2.3 2.4 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4

4.1 4.2

Uitvoering van het bodemonderzoek

4

Onderzoeksstrategieën Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen grondwater Monsterneming en analyses grond en grondwater

4 4 5 6 6

Resultaten van het bodemonderzoek

8

Toetsingswijze en terminologie Getoetste analyseresultaten grond en grondwater

8 9

Interpretatie onderzoeksresultaten

13

5.1 5.2 5.3

Algemeen Verontreinigingssituatie in de grond Verontreinigingssituatie in het grondwater

13 13 13

6

Samenvatting en conclusie

14

5

BIJLAGEN

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Situatietekening Overzichtstekening Kadastrale gegevens Boorprofielen Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten

MUG

lng*nİBurtbur«* u

projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 1 van 14

1 Inleiding In opdracht van Wetterskip Fryslân heeft MUG Ingenieursbureau een verkennend en aansluitend een nader bodem bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Jeltewei 250 te Hommerts (gemeente Súdwest-Fryslân). Aanleiding tot de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie. Doel van het verkennend onderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van het terrein. Aanleiding tot de uitvoering van het nader bodemonderzoek wordt gevormd door de onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek. Hierbij is te plaatse van de zoutopslag een verontreiniging met cyanide in de grond aangetoond. Doel van het nader bodemonderzoek is het vaststellen van de omvang en hiermee de ernst van het aangetoonde geval van verontreiniging met cyanide. In deze rapportage zijn de verrichte werkzaamheden en onderzoeksresultaten van zowel het verkennend als het nader bodemonderzoek beschreven.

Kwaliteit en certificering MUG Ingenieursbureau verklaart hierbij geen juridische relatie te hebben met (de bedrijfsorganisatie van) de eigenaar van de onderzoekslocatie en/of de opdrachtgever van het bodemonderzoek. MUG Ingenieursbureau heeft het bodemonderzoek als onafhankelijke organisatie uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform en onder certificaat van thans geldende BRL SIKB 2000 en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002. MUG Ingenieursbureau is gecertificeerd voor het procescertificaat 'Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en staat geregistreerd als Kwalibo-erkend bedrijf (erkend bodemintermediair). In deze rapportage wordt verslag gedaan van de verrichte werkzaamheden, de resultaten en de aan de resultaten te verbinden conclusies.

MUG Ingenieursbureau projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 2 van 14

2 Vooronderzoek en locatiegegevens 2.1

Algemeen Om een juiste hypothese en bijbehorende onderzoeksstrategie vast te kunnen stellen, is een vooronderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van het vooronderzoek is informatie verzameld op basis van NEN 5725 'standaard vooronderzoek'. De informatie ten behoeve van het vooronderzoek is afkomstig van en/of uit de volgende bronnen: - de landelijke bodeminformatiewebsite (http://www.bodemloket.nl); - gemeente Súdwest-Fryslân (bodemarchief, Hinderwet-, Wet milieubeheer- en bouwdossiers); - het Kadaster; - historisch kaartmateriaal; - bodeminformatiesysteem Nazca-i; - de website http://www.watwaswaar.nl; - de opdrachtgever en enkele medewerkers op locatie. In afwijking op NEN 5725:2009 is de hydrologie (tot 10 m-mv) niet opgenomen in onderhavig onderzoek omdat dit gezien de doelstelling van het onderzoek geen relevante informatie oplevert.

2.2 Locatiegegevens De onderzoekslocatie betreft het perceel Jeltewei 250, dat aan de zuidzijde van Hommerts is gelegen. De X- en Y-coördinaten van het globale middelpunt van de onderzoekslocatie zijn: 72.675 en Y=553.318. Aan de zuidzijde wordt de locatie begrensd door de Jeltesloot. Oostelijk van de locatie ligt een aquaduct en de provinciale weg N354. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Oppenhuizen, sectie F, nummers 319 en 683. De totale oppervlakte van beide kadastrale percelen bedraagt 5.385 m2. In de huidige situatie is een bedrijfsgebouw met werkplaats, magazijn en kantine aanwezig. In het bedrijfsgebouw is een betonvloer aanwezig. Tevens is er een kapschuur (vml. zoutopslag) en een boothelling op het terrein gesitueerd. Op het middenterrein staat een trafo. In de kapschuur is een tegelverharding aanwezig. Het buitenterrein is voro een groot deel verhard met klinkers. Bijlage 1 toont de globale topografische situering van de onderzoekslocatie. In bijlage 2 is een overzicht van de onderzoekslocatie weergegeven. De kadastrale gegevens zijn opgenomen in bijlage 3.

2.3 Historische gegevens en bodeminformatie Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat het terrein in het verleden in eigendom was van provincie Fryslân. Hierbij werd het terrein gebruikt voor de opslag van materialen ten behoeve van onderhoud van wegen, water en groenvoorzieningen. Daarnaast werd het terrein gebruikt voor compostering en betrof het een steunpunt voor muskusrattenbestrijding. De kapschuur op het terrein is in het verleden gebruikt voor de opslag van strooizout. Ter plaatse van perceel 683 stond in het verleden een brugwachterswoning met bijbehorende tuin. Na de afbraak van de woning is dit terreindeel bij perceel 319 betrokken. Volgens het landelijke bodemloket is de locatie onverdacht. Ook in provinciaal bodeminformatiesysteem Nazca-i zijn geen gegevens vermeld over verdachte (deel)locaties of bodembedreigende activiteiten. Verder zijn er geen aanwijzingen van eerder op de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken. In de dossiers van gemeente Súdwest-Fryslân is eveneens geen relevante informatie over de locatie bekend. Wel is door een medewerker van de gemeente bevestigd dat de kapschuur in het verleden in gebruik was als zoutopslag. Tevens is het gebruik als opslagloods voor muskusrattenbestrijding bevestigd.

MUG lngmnteuribura*ii projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 3 van 14

2.4 Toekomstig gebruik Voornemen van Wetterskip Fryslân is om de locatie te verkopen. Het is niet bekend of er in de toekomst een bestemmingswijziging plaatsvindt.

MUG Ingenieursbureau projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 4 van 14

3 Uitvoering van het bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategieën Verkennend bodemonderzoek Op basis van de verzamelde informatie zijn de voormalige opslag van strooizout ter plaatse van de kapschuur en de werkplaats binnen het bedrijfsgebouw als verdachte deellocaties aangemerkt. In beide gevallen is de bovengrond als meest verdacht beschouwd ten aanzien van de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ter plaatse van beide deellocaties is onderzoek verricht conform de onderzoeksstrategie ‘verdachte locatie met een plaatselijk bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)', volgens NEN 5740. Het overige terrein is als onverdacht beschouwd ten aanzien van de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hier is onderzoek verricht op basis van de onderzoeksstrategie voor een ‘onverdachte locatie (ONV)’, volgens NEN 5740.

Nader Bodemonderzoek Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van NTA 5755 (Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, juli 2010). Op basis van de verontreinigingssituatie is een onderzoeksstrategie bepaald (conceptueel model), deze is in de navolgende alinea’s is uitgewerkt. De uitvoering van het nader onderzoek heeft zich gericht op het afperken van de verontreiniging met cyanide in zowel horizontale als verticale richting. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de aard en verspreiding van de verontreinigende parameters waarbij de verontreiniging als immobiel is beschouwd. Conceptueel model

Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een mengmonster van de bovengrond ter plaatse van de zoutopslag samengesteld en onderzocht op cyanide en oplosbaar chloride. Het gemeten gehalte aan cyanide(complex) overschrijdt de voormalige tussenwaarde en dient als matig verhoogd te worden beschouwd. Hierop zijn de separate deelmonsters afzonderlijk onderzocht op cyanide. Hieruit is naar voren gekomen dat in de bovengrond van de boringen 08 en 09 een sterk verhoogd gehalte aan cyanide(complex) is gemeten. Het grondwater ter plaatse van peilbuis 02 is niet verontreinigd met cyanide. De verontreiniging met cyanide is een gevolg van de voormalige opslag van strooizout in de kapschuur. Cyanide wordt namelijk aan strooizout toegevoegd als anti-klonteringsmiddel. Wij beschouwen cyanide als een immobiele stof. Cyanide kan eveneens oplossen in grondwater waardoor de verontreiniging wel mobiel wordt. De verontreiniging is vanaf het maaiveld in de bodem terechtgekomen. Door middel van het verrichten van enkele afperken boringen rondom en ter plaatse van de kapschuur en het inzetten van enkele grondanalyses is inzicht verkregen in de verspreiding van de sterke verontreiniging met cyanide.

Met het plaatsen van een peilbuis en bemonsteren van het grondwater ter plaatse van de sterk verontreinigde grond is inzicht verkregen in de aanwezigheid van een verontreiniging met cyanide en chloride in het grondwater.

3.2

Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden Voorafgaand aan het verrichten van de boringen is de onderzoekslocatie visueel geïnspecteerd conform NEN 5740. Hierbij is eveneens gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De uitgevoerde werkzaamheden en analyses zijn gebaseerd op de voornoemde onderzoeksstrategieën. De boorwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek zijn uitgevoerd op 25 maart 2015. Het grondwater is 1 april 2015 bemonsterd. De veldwerkzaamheden van het nader bodemonderzoek zijn 1 mei 2015 verricht. Het grondwater is 8 mei 2015 bemonsterd. Alle veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder leiding van de heer B.J. Rozendaal, gecertificeerd medewerker van MUG Ingenieursbureau voor de protocollen 2001 en 2002. Bij de boorwerkzaamheden is assistentie verricht door een milieukundig medewerker.

MUG lng0tilmurtbur»»u proļectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 5 van 14

Van de opgeboorde grond zijn monsters verzameld per te onderscheiden bodemlaag, uit trajecten van maximaal 0,5 m. In eerste instantie is in een mengmonster van de bovengrond ter plaatse van de zoutopslag een matig verhoogd gehalte aan cyanide gemeten. Hierop zijn de desbetreffende deelmonsters separaat onderzocht op cyanide (uitsplitsing). Om de horizontale en verticale omvang van de verontreiniging met cyanide in de grond te bepalen, zijn aanvullende boringen verricht en een aantal separate monsters geselecteerd en geanalyseerd op cyanide en chloride. Ter vaststelling van een eventuele verontreiniging in het grondwater zijn in de voormalige zoutopslag een tweetal peilbuizen geplaatst. Tabel 3.1 geeft een overzicht weer van de veld- en laboratoriumwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek. In tabel 3.2 zijn de resultaten van het nader bodemonderzoek opgenomen. Tabel 3.1 Overzicht veld- en laboratoriumwerkzaamheden verkennend bodemonderzoek (Deel)locatie

Strategie (NEN 5740)

Aantal boringen (exclusief peilbuizen)

Aantal peilbuizen

Vml. zoutopslag VEP (ca. 150 rrr)

3 tot 1,0 m-mv

1 tot 3,0 m-mv

1 x chloride en cyanide 4 x cyanide (uitsplitsing)

Werkplaats (ca. 60 m2)

VEP

2 tot 1,0 m-mv

1 tot 3,0 m-mv

1 x stand, pakket

-

1 x stand, pakket

Overige terrein (ca. 5.200 m2)

ONV

17 tot 0,5 m-mv 2 tot 1,0 m-mv 3 tot 2,0 m-mv

1 tot 2,5 m-mv

2 x stand, pakket

2 x stand, pakket

1 x stand, pakket

standaardpakket grond: standaardpakket grondwater:

Analyses grond Bovengrond

Analyses grondwater

Ondergrond 1 x chloride en cyanide

organisch stof, lutum, zware metalen (negen stuks), som PCB, som PAK en minerale olie zware metalen (negen stuks), minerale olie, vluchtige aromaten, chloorkoolwaterstoffen

Tabel 3.2 Overzicht veld- en laboratoriumwerkzaamheden nader bodemonderzoek (Deel)locatie

Strategie (NTA 5755)

Aantal boringen (exclusief peilbuizen)

Aantal peilbuizen

Vml. zoutopslag N.O. (ca. 150 m2)

4 tot 2,0 m-mv

1 tot 3,0 m-mv

standaardpakket grond: standaardpakket grondwater:

organisch stof, lutum, zware metalen (negen stuks), som PCB, som PAK en minerale olie zware metalen (negen stuks), minerale olie, vluchtige aromaten, chloorkoolwaterstoffen

Analyses grond Bovengrond

Ondergrond

4 x cyanide

1 x cyanide

Analyses grondwater

1 x chloride en cyanide

De terreinsituatie en de locaties van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven op de overzichtstekening, die is bijgevoegd als bijlage 2.

3.3 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Bij het verrichten van de boringen en het beschrijven van het opgeboorde materiaal is de bodem beoordeeld op kleur, textuur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De bodemopbouw is per boring omschreven conform NEN 5104. Tevens zijn het maaiveld en de opgeboorde grond geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Hieruit blijkt dat zowel op het maaiveld als in de bodem geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen.

MUG lng*nlaursbureau projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 6 van 14

Uit de boorprofielen blijkt dat de bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie als volgt kan worden beschreven: - 0,0-0,1 m-mv: verharding; - 0,1-0,9 m-mv: matig fijn zand; - 0,9-1,6 m-mv: licht humeuze klei; - 1,6-2,5 m-mv: veen; - 2,5-3,3 m-mv: matig fijn zand. Ter plaatse van de kapschuur is in de ondergrond geen klei of veen aanwezig maar is tot de maximale boordiepte van 3,1 m-mv enkel matig fijn zand aanwezig. Ter plaatse van het noordoostelijk gelegen terreindeel zijn binnen de werkplaats en aan de oost en zuidzijde van het bedrijfsgebouw veel boringen gestaakt rond 0,8 m-mv op vermoedelijk bakstenen. Mogelijk is hier een oude terreinverharding in de bodem aanwezig. Uit de boorbeschrijvingen blijkt dat in de bodemlaag 0,9-1,2 m-mv van boring 10 (werkplaats) een lichte hoeveelheid grind en betonresten aanwezig is. Verder zijn in het opgeboorde materiaal geen bijmengingen aangetroffen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Voor een uitgebreide beschrijving van de boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen verwijzen wij u naar de boorprofielen in bijlage 4.

3.4 Veldmetingen grondwater De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EGV) en de troebelheid zijn tijdens de grondwatermonsterneming in het veld gemeten. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3 Veldmetingen grondwater Peilbuis

Filterstelling (m -mvļ

Grondwaterstand (m -mv)

Zuurgraad (pH)

Ec (uS/cm)

Troebelheid (NTU)

01 02 03 105

2,0 - 3,0 2,0 - 3,0 1,5-2,5 2,0 - 3,0

0,9 1,0 0,2 1,3

7,1 7,3 7,2 7,1

1040 1440 1850 730

1 2 20 315

De gemeten waarden in het veld wijken niet noemenswaardig af van waarden zoals deze van nature worden gemeten. Wel zijn (plaatselijk) de NTU-waarden verhoogd ^ 10). Deze NTU-waarden hebben een signalerende functie (mate van troebelheid). In troebel water kunnen mogelijk onterecht hoge concentraties in het grondwater worden gemeten. Er is geen normatieve grens voor de NTU vastgesteld. De gemeten waarden hebben in onderhavig geval wel aanleiding gegeven om extra controlestappen uit te voeren. Hieruit blijkt dat de monsterneming van het grondwater conform NEN 5744 en bij een constante EC is uitgevoerd. De hoge NTU-waarden hebben geen negatieve invloed op de kwaliteit van het onderhavige onderzoek. Herbemonstering van het grondwater is niet noodzakelijk. De gemeten concentraties in het grondwater geven een juist beeld.

3.5 Monsterneming en analyses grond en grondwater De opgeboorde grond is bemonsterd per te onderscheiden bodemlaag, in trajecten van maximaal 0,5 m. Op basis van de grondsoorten en zintuiglijke waarnemingen zijn monsters geselecteerd ter analyse. Ter plaatse van de werkplaats is een separaat grondmonster onderzocht op de parameters van het standaardpakket. Van de verzamelde grondmonsters ter plaats van het overige terrein zijn in totaal vier mengmonsters samengesteld en onderzocht op het standaardpakket. Ter plaatse van de kapschuur is in eerste instantie een mengmonster samengesteld en onderzocht op cyanide en chloride. Naar aanleiding van de resultaten zijn de separate deelmonster hiervan onderzocht op cyanide. Het grondwater ter plaatse van de werkplaats en het overige terrein is onderzocht op de parameters van het standaardpakket. Ter

MUG lngénlmurtbur»4U projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 7 van 14

plaatse van de zoutopslag zijn in totaal twee peilbuizen geplaatst waarvan het grondwater is geanalyseerd op cyanide en chloride. Tijdens de nader onderzoeksfase zijn van de ondergrond ter plaatse van de kapschuur en van de bovengrond rondom de kapschuur in totaal vijf afperkende grondmonsters onderzocht op cyanide. Alle grond- en grondwatermonsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de richtlijnen van AS3000. De laboratoriumwerkzaamheden zijn uitgevoerd door het door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd Testlaboratorium Omegam te Amsterdam. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5.

MUG InganleursbureiAu projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 8 van 14

4 Resultaten van het bodemonderzoek 4.1

Toetsingswijze en terminologie Bij de toetsing aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden volgens de Wet bodembescherming is in deze rapportage de volgende terminologie gebruikt.

Achtergrondwaarde (AW2000): de gehalten (grond) waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In verontreinigde bodems is dit het gehalte dat moet worden bereikt om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft, volledig te herstellen.

Streefwaarde (S): de concentraties (grondwater) waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In verontreinigde bodems is dit de concentratie die moet worden bereikt om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft, volledig te herstellen.

Interventiewaarde (I): geeft de gehalten (grond) of concentraties (grondwater) aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Volgens de Wet bodembescherming is er sprake van een geval van ernstige verontreiniging als meer dan 25 m3 bodemvolume grond- of sedimentverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. Voor grondwater geldt dat als in meer dan 100 m3 bodemvolume de interventiewaarde wordt overschreden, sprake is van een geval van ernstige verontreiniging in de bodem. De spoedeisendheid van de sanering is in deze gevallen onder andere afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging in de bodem ten aanzien van de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan zijn saneringsmaatregelen niet spoedeisend. Tussenwaarde 1/2ÍS 11): indien gehalten (grond) of concentraties (grondwater) worden gemeten die hoger zijn dan het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde en/of van de streef- en de interventiewaarde is volgens de Wet bodembescherming een nader onderzoek noodzakelijk.

Besluit bodemkwaliteit: ter bepaling van de toepasbaarheid van de grond buiten de huidige onderzoekslocatie zijn de resultaten in deze rapportage tevens indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (generieke kader). Aangezien er geen partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd, kunnen aan de resultaten van deze toetsing niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die wel conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd. Toetswaarden voor Chloride: Voor Chloride is geen achtergrond- en interventiewaarde vastgesteld voor de grond. Door het RIVM zijn wel risiconiveaus afgeleid. De waarde waaronder geen risico's te verwachten zijn ligt op 39,0 mg/kg ds. De afgeleide waarde waar boven ernstige risico's worden verwacht bedraagt 390 mg/kg ds. Boven deze waarde kunnen negatieve effecten voor plantengroei e.d. optreden. Op basis hiervan worden 39,0 mg/kg ds en 390 mg/kg ds. als toetswaarden gehanteerd voor respectievelijk de indicatieve achtergrond- en interventiewaarde bij chloride. Voor grondwater is een concentratie van 570 mg/l als risicowaarde (interventiewaarde) gehanteerd.

Bij de tabellen in dit hoofdstuk geldt de volgende betekenis van de tekens en afkortingen: < : kleiner dan de detectielimiet 8,88 : ^ Achtergrondwaarde/streefwaarde 8,88 :Achtergrondwaarde/streefwaarde en ^ Interventiewaarde [ 8,88 3 : > Interventiewaarde 6 : Heeft geen normwaarde 12 : Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie IW > 1 # : verhoogde rapportagegrens GSSD : Gestandaardiseerde meetwaarde Index : (GSSD - AW/S) I (I - AW/S)

MUG ^

tng*nluursbur*»u

projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 9 van 14

4.2 Getoetste analyseresultaten grond en grondwater De tabellen 4.1 t/m 4.5 (grond) en 4.6 + 4.7 (grondwater) geven een overzicht weer van de analyseresultaten die zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden volgens de Wet bodembescherming. In hoofdstuk 5 volgt een interpretatie van de analyseresultaten/onderzoeksresultaten. De analysecertificaten (grond en grondwater) zijn opgenomen in bijlage 5. De getoetste analyseresultaten (grond en grondwater) zijn opgenomen in bijlage 6. Tabel 4.1 Getoetste analyseresultaten grondmonsters (gehaltes in mg/kg ds) Deellocatie Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (“/o ds) Lutum (7o ds) Droqe stof (7o)

Werkplaats 10(0,9-1,2) 529427 10 0,9-1,2 3,3 1,0 66,6

Vml zoutopslag M1 529427 02, 07 t/m 09 0,07 - 0,57 2,0 2,0 93,7

Meetw

GSSD

73 «0,20 3,2 «5,0 «0,05 «1,5 «4 «10 «20

283(6) «0,23 11,3 «6,9 «0,05 «1,1 «8 «11 «32

-0,03 -0,02 -0,22 -0 -0 -0,42 -0,08 -0,19

«0,015

-0,01

Index

Meetw

GSSD

Overig terrein M2 529427 03 t/m 06, 12,13, 16, 19, 20, 22 0,07 - 0,57 0,4 1,0 88,0

Index

Meetw

GSSD

Index

«20 «0,20 «3,0 ^,0 «0,05 «1,5 «4 «10 «20

«54161 «0,24 «7,4 «7,2 «0,05 «1,1 «8 «11 «33

-0,03 -0,04 -0,22 -0 -0 -0,42 -0,08 -0,18

«0,025

0,01

«0,35

-0,03

METALEN Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Lood [Pb] Zink [Zn]

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB (7) (som, 0.7 factor)

«0,005

«0,005

PAK PAK 10VROM

0,84

0,84

-0,02

«0,35

ANORGANISCHE VERBINDINGEN Cyanide (vrij) Cyanide (complex pH^5) Cyanide (totaal) Chloride

«2 34,0 34,5 «150

«1 34,0 34,5 «105171

-0,12 0,64

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

Indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit

«35

«74 Altijd toepasbaar

-0,02

«35 n.v.t.

«123 Altijd toepasbaar

Uit tabel 4.1 blijkt dat in het separaat onderzochte grondmonster te plaatse van de werkplaats en in het bovengrond mengmonster M2 ter plaatse van het overige terrein geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten zijn gemeten ten opzichte van de achtergrondwaarden. In het geanalyseerde mengmonster ter plaatse van de vml. zoutopslag is een matig verhoogd gehalte aan cyanide-complex gemeten (index > 0,5). Het gemeten gehalte aan chloride ter plaatse van de vml. zoutopslag wordt als licht verhoogd beschouwd.

-0,01

MUG lng»nlaursbureâu projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 10 van 14

Tabel 4.2 Getoetste analyseresultaten grondmonsters (gehaltes in mg/kg ds) Overig terrein M5 529427 03, 05 0,8- 1,4 6,3 16 66,6

Overig terrein M4 529427 03, 05, 06 0,57-1,0 0,50 1,0 84,2

Overig terrein M3 529427 14, 15, 17, 21 0,0 - 0,5 9,5 2,0 76.0

Deellocatie Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (“/o ds) Lutum (Vo ds) Droqe stof (X)

Meetw

GSSD

Index

39 «0,20 3,7 8,4 0,06 «1,5 11 26 94

151161 «0,18 13,0 13,8 0,08 «1,1 32 36 187

-0,03 -0,01 -0,17 -0 -0 -0,05 -0,03 0,08

0,014

-0,01

Index

Meetw

GSSD

«20 «0,20 «3,0 «5,0 «0,05 «1,5 4 «10 «20

«54161 «0,24 «7,4 «7,2 «0,05 «1,1 12 «11 «33

-0,03 -0,04 -0,22 -0 -0 -0,35 -0,08 -0,18

«0,025

0,01

METALEN Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Lood [Pb] Zink [Zn]

Index

Meetw

GSSD

57 «0,20 5,6 8,9 0,07 1,6 22 33 67

81|6) «0,17 7,9 11,4 0,08 1,6 30 39 88

-0,03 -0.04 -0.19 -0 0 -0,08 -0,02 -0,09

«0,0078

-0,01

0,39

-0,03

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB (7) (som, 0.7 factor)

0,013

«0,005

«0,005

PAK PAK 10 VROM

1,8

1,8

0,01

«0,35

-0,01

«35

«0,35

-0,03

0,38

-0,01

91

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

147

140

Indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit

«123 Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar*

144

-0,01

Altijd toepasbaar*

* teruggecorrigeerd contorm Regeling Bodemkwaliteit

Tabel 4.3 Getoetste analyseresultaten grondmonsters t.p.v. vml. zoutopslag, gehaltes in mg/kg ds) Ten behoove van Grondmonster Certificaatcode Boring Traject (m -mv) Humus (“/o ds) Lutum (Vo ds) Droqe stof ľ/o)

Uitsplitsing M1 02 (0,07-0,57) 530718 02 0,07 - 0,57 2,0 2,0 92,7

Meetw

Uitsplitsing M1 08 (0,07-0,57) 530718 08 0,07 - 0,57 2,0 2,0 92,8

Uitsplitsing M1 07 (0,07-0,57) 530718 07 0,07 - 0,57 2,0 2,0 95,2

GSSD

Index

Meetw

GSSD Index

«2.0 9,0 9,0

«1,4 9,0 9,0,6)

Meetw

GSSD Index

ANORGANISCHE VERBINDINGEN Cyanide (vrij) Cyanide (complex pH^5) Cyanide (totaal)

«2,0 «1 «3,0

«1,4 1 «2,1|B1

-0,09 -0,1

-0,09 0,08 ŗ

7,0

79 86

7,0

79

86®

Uit de tabellen 4.2 en 4.3 blijkt dat in mengmonster M3 (bovengrond overig terrein) licht verhoogde gehalten aan zink en PAK zijn gemeten ten opzichte van de achtergrondwaarden. In de zandondergrond (mengmonster M4 overig terrein) zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. De kleiondergrond (mengmonster M5 overig terrein) bevat een licht verhoogd gehalte aan molybdeen ten opzichte van de achtergrondwaarde. In de separaat onderzochte grondmonsters ter plaatse van de boringen 02 en 07 zijn respectievelijk geen en een licht verhoogd gehalte aan cyanide-complex gemeten. Het separaat onderzochte grondmonster van boring 08 bevat een sterk verhoogd gehalte aan cyanide-complex (boven de interventiewaarde).

0,24 ī ,65 ļ

MUG

fnganlouriburaau

projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 11 van 14

Tabel 4.4 Getoetste analyseresultaten grondmonsters t.p.v. vml. zoutopslag, gehaltes in mg/kg ds) Ten behoeve van Grondmonster Certificaatcode Boring Traject (m -mv) Humus {“/o ds) Lutum ('/o ds) Droge stof C/o)

Uitsplitsing M1 09 (0,07-0,57) 530718 09 0,07 - 0,57 2,0 2,0 91,8

Horizon]aIe afperking 101 (0,07-0,57) 534634 101 0,07 - 0,57 2,0 2,0 90,4

Meetw

GSSD

Index

1ái

yr

m

300

300161

Horizontale afperking 102 (0,07-0,57) 534634 102 0,07 - 0,57 2,0 2,0 94,0

Meetw

GSSD

Index

Meetw

GSSD

«2,0 «1 «3,0

d ,4

-0,09 -0,1

«2,0 «1 «3,0

«1,4 1 «2,1 '6|

Index

ANORGANISCHE VERBINDINGEN Cyanide (vrij) Cyanide (complex pH^5) Cyanide (totaal)

1 «2,1t6ì

-0,09 -0,1

Tabel 4.5 Getoetste analyseresultaten grondmonsters t.p.v. vml. zoutopslag, gehaltes in mg/kg ds) Ten behoeve van Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (0Z« ds) Lutum («/o ds) Droge stof (0A)

Horizontale afperking 103(0,07-0,57) 534634 103 0,07 - 0,57 2,0 2,0 94,3

Meetw

GSSD

Horizontale afperking 104 (0,07-0,57) 534634 104 0,07 - 0,57 2,0 2,0 95,0

Index

Meetw

GSSD Index

«2,0 «1 «3,0

«1,4 1 -0,1 «2.1161

Verticale afperking 105 (0,57-0,9) 534634 105 0,57 - 0,9 2,0 2,0 66,9

Meetw

GSSD Index

«2,0 11,0 11,0

«1,4 11,0 11,0161

ANORGANISCHE VERBINDINGEN Cyanide (vrij) Cyanide (complex pH^5) Cyanide (totaal)

«2,0 «1 «3,0

«1.4 1 -0,1 «2,1 161

-0,09

-0,09

Uit de tabellen 4.4. en 4.5 blijkt dat in het separaat onderzochte grondmonster van de bovengrond van boring 09 sterk verhoogde gehalten aan cyanide-vrij en cyanide-complex zijn gemeten (boven de interventiewaarden). In de ter horizontale afperking onderzochte grondmonsters ter plaatse van de boringen 101 t/m 104 zijn geen verhoogde gehalten aan cyanide ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. In het ter verticale afperking onderzochte grondmonster van boring 105 is een licht verhoogd gehalte aan cyanide-complex aangetoond (boven de achtergrondwaarde).

-0,09 0,12

MUG

lngontBiir*bure*u

projectnummer 51125915 4 juni 2015 pagina 12 van 14

Tabel 4.6 Getoetste analyseresultaten grondwatermonsters (concentraties in pg/l) Overig terrein 03 1,5-2,5

Werkplaats

Deellocatie Peilbuisnummer Filterdiepte (m -mv)

01 2,0-3,0

Meetw

GSSD

110 «0,1 «1 «1 «0,04 «1 14 «1 25

0,1 1 880 -0,05 «0,2 -0,24 «2 -0,23 «2 -0,04 «0,05 «2 -0,01 -0,02 «3 -0,23 «2 -0,05 340

880

1,44 i

«0,1 «1 «1 «0,04 «1 «2 «1 340

-0,05 -0,24 -0,23 -0,04 -0,01 -0,22 -0,23 0,37

«0,2 «0,2 «0,2 «0,2 «0,2 «0,02

«0,1 «0,1 «0,1 «0,2 «0,1 «0,01

-0 -0,01 -0,03 0 -0,02 0

«0,2 «0,2 «0,2 «0,2 «0,2 «0,02

«0,1 «0,1 «0,1 «0,2 «0,1 «0,01

-0 -0,01 -0,03 0 -0,02 0

«0,4 «0,1 «0,1 «0,2 «0,2 «0,1 «0,2 «0,2 «0,1 «0,1 «0,2 «0,1 «0,2

«0.4 «0,1 «0.1 «0.1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1

-0 0,01 0,01 0 -0,01 0,01 -0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,02

«0,4 «0,1 «0,1 «0,2 «0,2 «0,1 «0,2 «0,2 «0,1 «0,1 «0,2 «0,1 «0,2

«0,4 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1 «0,1

-0 0,01 0,01 0 -0,01 0,01 -0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,02

«50

«35

-0,03

«50

«35

-0,03

Meetw

GSSD

110 «0,2 «2 «2 «0,05 «2 14 «2 25

METALEN Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Lood [Pb] Zink [Zn]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13678197/1