Bijlage 2 - Memo Indexeren verordeningen Minima en Individuele Inkomenstoeslag
Tekst van het document
Aan: Betreft: Van: Datum:
Wethouder Sociaal Domein Indexeren Verordeningen Bijdrageregeling Minima en individuele inkomenstoeslag IBSD 22 mei 2024
Inhoudsopgave ➢ ➢
➢
➢
➢
➢ ➢ ➢
Inleiding Hoofdstuk 1: indexering algemeen o Wat is indexeren? o Hoogte inflatie index BBP afgelopen jaren o Wat zijn de voordelen van het indexeren van minimaregelingen? o Wat zijn de nadelen van het indexeren van minimaregelingen? Hoofdstuk 2: indexeren individuele inkomenstoeslag o Indexeren individuele inkomenstoeslag en andere gemeenten o Wat staat er in de modelverordening individuele inkomenstoeslag van de VNG? o Wat doet een indexering met het budget individuele inkomenstoeslag? Hoofdstuk 3: indexeren Bijdrageregeling Minima o Indexeren Bijdrageregeling Minima en andere gemeenten o Wat doet een indexering met het budget Bijdrageregeling Minima? Hoofdstuk 4: scenario’s o Scenario 1 o Scenario 2 o Scenario 3 Gevraagd advies Financiën Gevraagd advies Cliëntenraad Advies op basis van dit memo
Inleiding Op dit moment wonen en werken we in een dynamische en voortdurend veranderende economische omgeving. Het is voor de gemeente van essentieel belang om instrumenten te hebben die de stabiliteit, rechtvaardigheid en effectiviteit van financiële en sociale regelingen waarborgen. Eén van deze instrumenten is indexering. Indexeren is het aanpassen van bedragen aan veranderingen in inflatie. Binnen het sociaal domein van de gemeente vinden er op veel fronten indexeringen plaats. Denk bijvoorbeeld aan het tweejaarlijks indexeren van de uitkeringen (landelijk). Een aantal regelingen en bedragen wordt jaarlijks geïndexeerd en een aantal wordt niet geïndexeerd. Een aantal jaren geleden, toen het economisch wat minder ging, is besloten de Bijdrageregeling Minima en de individuele inkomenstoeslag niet meer te indexeren. Beide regelingen zijn uitgewerkt in een aparte Verordening en de mogelijkheid tot indexeren is hierin niet meer vastgelegd. Vanwege alle maatschappelijke en economische ontwikkelingen en in samenhang met het armoedebeleid ontstaat nu de vraag of indexering ook op deze regelingen weer toegepast zou moeten worden. Dit memo onderzoekt de voordelen en nadelen van het jaarlijks indexeren van deze beide regelingen en sluit af met een advies.
Hoofdstuk 1: Indexering algemeen Wat is indexeren? Indexeren is het aanpassen van bedragen, waarden of tarieven op basis van een bepaalde index. Indexeren gebeurt meestal om rekening te houden met de inflatie of andere economische veranderingen. Het doel van indexeren is ervoor te zorgen dat de koopkracht of waarde van het geld behouden blijft in de loop van de tijd. Wanneer bedragen worden geïndexeerd, worden ze periodiek aangepast op basis van de veranderingen in een index. Een index is een maatstaf die veranderingen in een bepaalde variabele volgt, zoals prijzen of lonen. Team Financiën stelt dat de gemeentebreed meest gebruikte index voor het aanpassen van bedragen aan inflatie het bruto binnenlands product (BBP) is. Deze index meet de gemiddelde verandering in prijzen en diensten die representatief zijn voor de consumptiepatronen van huishoudens. Als de index stijgt, worden de bedragen verhoogd om gelijke tred te houden met de inflatie en andersom. Dit proces helpt ervoor te zorgen dat de koopkracht van geld behouden blijft waardoor inwoners dezelfde hoeveelheid goederen en diensten kunnen kopen ondanks de prijsstijgingen. Indexering wordt vaak toegepast op verschillende aspecten van de economie, zoals bijvoorbeeld lonen, pensioenen, sociale uitkeringen en belastingtarieven.
Het is een belangrijk instrument voor het handhaven van de stabiliteit en eerlijkheid in economische systemen. Hoogte inflatie index BBP de afgelopen jaren Hieronder een overzicht van de index bbp m.b.t. de inflatiecijfers de afgelopen jaren.
Wat zijn de voordelen van het indexeren van minimaregelingen? Het jaarlijks indexeren van minimaregelingen stelt de gemeente in staat om de bedragen mee te laten lopen met de inflatie van dat moment. Dit zorgt ervoor dat de koopkracht van de inwoners die een beroep doen op deze regelingen behouden blijft. Zonder indexering kunnen de bedragen na verloop van tijd minder waard worden. Daarnaast kan indexeren bijdragen aan de gelijkheid en rechtvaardigheid. Als de totale kosten van levensonderhoud voor inwoners jaarlijks stijgen, is het ook redelijk dat de minimaregelingen in lijn blijven met deze stijging. Ook kan indexeren het gebruik van de regelingen verhogen, omdat het daadwerkelijk iets kan bijdragen aan de koopkracht. Ook biedt indexering een zekere mate van voorspelbaarheid. Inwoners kunnen redelijkerwijs verwachten hoe bedragen zich in de toekomst zullen ontwikkelen wat kan helpen bij het plannen van financiële zaken op de lange(re) termijn. Wat zijn de nadelen van het indexeren van minimaregelingen? Het jaarlijks indexeren van minimaregelingen kan leiden tot extra financiële druk voor de gemeenten. Als de kosten van levensonderhoud namelijk sneller stijgen dan de algehele economische groei, dan kan dit leiden tot behoorlijk hogere uitgaven binnen het sociaal domein door indexering.
Daarnaast moeten de minimaregelingen dan wel up-to-date gehouden worden en dit kan leiden tot meer administratieve inspanningen en middelen. Dit kan leiden tot extra kosten en complexiteit in het beheer van deze regelingen. Ook kan indexeren een ontmoedigend effect hebben op mensen om zelfredzaam te zijn. Sommigen inwoners kunnen er voor kiezen om afhankelijk te blijven van steun in plaats van actief te zoeken naar manieren om hun eigen situatie te verbeteren.
Hoofdstuk 2: Indexeren individuele inkomenstoeslag Indexeren individuele inkomenstoeslag en andere gemeenten Van een groot aantal gemeenten in Friesland hebben we de Verordening individuele inkomenstoeslag bekeken. Een aantal gemeenten indexeren de individuele inkomenstoeslag, maar ook een aantal weer niet. De manier waarop ze indexeren verschilt wel. Tevens zijn er behoorlijke verschillen te zien in de bedragen die op dit moment worden verstrekt. Hieronder een overzicht: Gemeente Súdwest-Fryslân Achtkarspelen
Ameland
Dantumadeel Heerenveen
Verordening individuele inkomenstoeslag Geen indexering Artikel 5: De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd door de procentuele stijging van de bijstandsnormen door te vertalen naar de hoogte van de individuele inkomenstoeslag. Artikel 4: De individuele inkomenstoeslag is een vast percentage (45%) van het normbedrag zoals die geldt op 1 januari van het kalenderjaar waarin de peildatum valt. De bedragen worden op de hele euro naar boven afgerond. Geen indexering Artikel 4: De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
Alleenstaande
Gehuwd
€ 400,00 € 274,00
Alleenstaande ouder € 500,00 € 274,00
€ 512,00
€ 657,00
€ 731,00
€ 420,00 € 493,00
€ 540,00 € 614,00
€ 600,00 € 677,00
€ 600,00 € 274,00
Leeuwarden
NoardeastFryslan Schiermonnikoog Smallingerland
Tytsjerksteradiel
Weststellingwerf Gemiddeld
Artikel 5: De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt berekend naar een vast percentage van 40% van de toepasselijke inkomensnorm per maand, verminderd met een eventueel door het college vastgestelde verlaging, exclusief vakantiegeldreservering. Het bedrag wordt naar boven afgerond op hele euro’s. Door de berekening te koppelen aan de inkomensnorm blijven de bedragen gelijke tred houden met de actuele ontwikkelingen die de bedoelde inkomensnorm doormaakt en is indexeren niet nodig. Geen indexering
€ 454,00
€ 584,00
€ 649,00
€ 420,00
€ 540,00
€ 600,00
Geen indexering Artikel 5: De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt door het college vastgesteld en vastgelegd in het Besluit Bijzondere Bijstand Participatiewet. Artikel 4: De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennormen per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennormen van het daaraan voorafgaande jaar. Geen indexering
€ 420,00 € 375,00
€ 540,00 € 375,00
€ 600,00 € 450,00
€ 413,00
€ 531,00
€ 589,00
€ 250,00 € 403,00
€ 250,00 € 491,00
€ 250,00 € 547,00
Gemiddeld genomen zit de gemeente Súdwest-Fryslân nog vrij hoog qua bedragen. De bedragen voor alleenstaande ouders zitten een beetje boven het gemiddelde en de bedragen voor gehuwden zitten ruim boven het gemiddelde. Wat staat er in de modelverordening individuele inkomenstoeslag van de VNG? In de modelverordening van de VNG staat in artikel 4 wat opgenomen over indexeren. Artikel 4. Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. [bedrag (bijvoorbeeld € 500)] voor een alleenstaande; b. [bedrag (bijvoorbeeld € 600)] voor een alleenstaande ouder; c. [bedrag (bijvoorbeeld € 700)] voor gehuwden. 2. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3. Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
4. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. Wat doet een indexering met het budget individuele inkomenstoeslag? Hieronder hebben we een uitwerking gemaakt van de kosten exclusief en inclusief indexatie. We werken met een ingroeimodel omdat het maximale potentieel niet direct wordt bereikt. Hiervan hebben we in samenwerking met Financiën de aantallen bepaald en een doorrekening gemaakt met realistische groei tot en met 2026. Individuele Inkomenstoeslag ( IIT )
Aantal huishoudens bereikt in: 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Ind inkomenstoeslag Alleenstaande
726
900
1.100
1.100
Individuele inkomenstoeslag Eenouder
164
175
200
200
Individuele inkomenstoeslag Samenwonend
148
175
200
200
1.038
1.250
1.500
1.500
2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Ind inkomenstoeslag Alleenstaande
290.400
360.000
440.000
440.000
Individuele inkomenstoeslag Eenouder
82.000
87.500
100.000
100.000
Individuele inkomenstoeslag Samenwonend
88.800
105.000
120.000
120.000
461.200
552.500
660.000
660.000
2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
290.400
360.000
453.200
453.200
Volgnr Komp Omschrijving
Totaal
Kosten exclusief indexatie Volgnr Komp Omschrijving
Totaal
Indexering obv BBP 3%
Tarief
Tarief
2024
2025
Ind inkomenstoeslag Alleenstaande
400,00
412,00
Individuele inkomenstoeslag Eenouder
500,00
515,00
Individuele inkomenstoeslag Samenwonend
600,00
618,00
Onderstaande tabel is geïndexeerd vanaf jaar 2025 Volgnr Komp Omschrijving Ind inkomenstoeslag Alleenstaande
Individuele inkomenstoeslag Eenouder
82.000
87.500
103.000
103.000
Individuele inkomenstoeslag Samenwonend
88.800
105.000
123.600
123.600
461.200
552.500
679.800
679.800
Totaal
Als we starten met de indexering met ingang van 2025. Dan komen we op basis van BBP (van 3%) indexatie op een kostentoename van € 19.800 vanaf 2025.
Hoofdstuk 3: Indexeren Bijdrageregeling Minima Indexeren Bijdrageregeling Minima en andere gemeenten Dit is niet duidelijk in kaart te brengen. Elke gemeente heeft de Minima regelingen anders vorm gegeven. Dit is afhankelijk van lokaal beleid en of de gemeente het uitbesteed heeft aan bijvoorbeeld Stichting Leergeld en Sam&. Het is daarom niet mogelijk om hier een goede vergelijking in te maken. In de Verordening Bijdrageregeling Minima 2015 stond het volgende:
De volgende Verordening Bijdrageregeling Minima is van 2017. Hierin is het bedrag voor volwassenen € 121,00 en voor kinderen € 342,00 geworden. Vanaf dit moment is het bedrag niet meer geïndexeerd. In de stukken behorend bij deze Verordening wordt hiervoor de volgende toelichting gegeven ‘’Wij kiezen er niet voor de hoogte van de vergoedingen te wijzigen. De jaarlijkse indexatie komt te vervallen, doordat de toekenning van de minimabijdrage voor een langere periode kan gelden’’ en ‘’Ter bevordering van een efficiënte administratieve afhandeling komt de jaarlijkse indexatie van de bedragen te vervallen. De bedragen kunnen worden aangepast als de verordening opnieuw wordt vastgesteld’’. Kanttekening verdient wel dat in deze Verordening het percentage van 110% naar 120% is verhoogd voor een verruiming van de doelgroep. In 2018 is er nog een nieuwe Verordening vastgesteld, maar deze heeft niet geleid tot grote wijzigingen. De bedragen zijn vanaf 2017 niet meer gewijzigd. Pas in 2023 zijn de bedragen weer aangepast en zijn de bedragen € 125,00 voor volwassenen en € 350,00 voor kinderen. Wat doet een indexering met het budget Bijdrageregeling Minima? Hieronder hebben we een uitwerking gemaakt van de kosten exclusief en inclusief indexatie. We werken met een ingroeimodel omdat het maximale potentieel niet direct wordt bereikt.
Hiervan hebben we in samenwerking met Financiën de aantallen bepaald en een doorrekening gemaakt met realistische groei tot en met 2026. MINIMAREGELING
Aantal inwoners bereikt in:
Volgnr Komp Omschrijving
2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Minimaregeling Sociaal Cultureel Kindpakket
1.418
1.500
1.500
1.500
Minimaregeling Sociaal Cultureel Volwassenen
3.187
4.200
4.400
4.400
Totaal
4.605
5.700
5.900
5.900
2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Minimaregeling Sociaal Cultureel Kindpakket
496.300
525.000
525.000
525.000
Minimaregeling Sociaal Cultureel Volwassenen
398.375
525.000
550.000
550.000
Totaal
894.675
1.050.000
1.075.000
1.075.000
Kosten exclusief indexatie Volgnr Komp Omschrijving
Indexering obv BBP 3%
Tarief
Tarief
2024
2025
Minimaregeling Sociaal Cultureel Kindpakket
350,00
360,50
Minimaregeling Sociaal Cultureel Volwassenen
125,00
128,75
Onderstaande tabel is geïndexeerd vanaf jaar 2025 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Minimaregeling Sociaal Cultureel Kindpakket
496.300
525.000
540.750
540.750
Minimaregeling Sociaal Cultureel Volwassenen
398.375
525.000
566.500
566.500
Totaal
894.675
1.050.000
1.107.250
1.107.250
Volgnr Komp Omschrijving
Als we starten met de indexering met ingang van 2025. Dan komen we op basis van BBP (van 3%) indexatie op een kostentoename van € 32.250 vanaf 2025.
Hoofdstuk 4: Scenario’s Er zijn verschillende scenario’s om indexering toe te passen. Hieronder een aantal mogelijkheden nader uitgewerkt. Scenario 1: Het laten zoals het nu is. Geen indexeringen toepassen. Qua bedragen wijken we niet heel veel af van andere gemeenten op dit moment. Bij elke keer opnieuw vaststellen van de Verordeningen of bij grote economische en/of maatschappelijke veranderingen bepalen of de bedragen eventueel moeten wijzigen. Risico hiervan is dat wanneer de Verordeningen niet geregeld worden bekeken en aangepast de bedragen ook niet snel wijzigen. Voor elke wijziging moet dan ook de gehele bestuurlijke route (College/Raad) worden doorlopen. Hierdoor kun je achter de feiten aan gaan lopen. Voordeel is dat het geen grote financiële gevolgen heeft en je hier op voorhand jaarlijks
geen rekening mee hoeft te houden in de begroting. Nadeel is dan wel tevens dat het grote budgettaire gevolgen heeft als je in één keer in de zoveel tijd wel besluit te gaan indexeren. Scenario 2: Wel indexeren door elk jaar de beide Verordeningen te actualiseren. Dan bepaal je elk jaar opnieuw of en hoeveel je gaat indexeren. Voordeel is als je besluit niet te indexeren, je niet de bestuurlijke route hoeft te doorlopen. Nadeel is dat dit wel elk jaar bekeken en gedaan moet worden. Voor de begroting kan dit mogelijk grillig zijn, omdat dit steeds kan verschillen. De afgelopen jaren zijn de Verordeningen niet jaarlijks bijgehouden blijkt uit de praktijk. Scenario 3: Wel indexeren door dit standaard in de Verordeningen op te nemen. Je gaat dan elk jaar mee met de inflatie en dit gaat automatisch. In de begroting kan hier dan ook standaard rekening mee worden gehouden. Het scheelt tijd, want er hoeft niet elk jaar een besluit door College/Raad over te worden genomen. Op het moment dat er geen andere wijzigingen zijn, heb je dan ook geen werk aan de Verordeningen.
Advies Financiën Vanuit Financiën is er een financiële uitwerking gemaakt (deze gehele uitwerking is opgenomen in een aparte bijlage bij case 24.00023). In deze uitwerking zijn de gehanteerde uitgangspunten: • • •
Reken het scenario door bij het bereiken van het maximale potentieel Reken een scenario als ingroeimodel op basis van realistische groei In de begroting 2025 indexatie toepassen. Hiervoor is om aansluiting met de begroting SWF de BBP indexatie van 3% toegepast.
De conclusie op basis van de uitwerking is als volgt: • De groei van aantal gebruikers monitoren voor actualisatie van de begroting voor 2026 • De meerkosten kunnen we nog bekostigen op basis van de realistische groei van aantallen • Het maximaal potentieel kunnen we niet bekostigen uit de stelpost en presenteert een tekort van € 585.000
Advies Cliëntenraad De Cliëntenraad is om advies gevraagd met betrekking tot het punt indexeren. Op 18 december 2023 hebben we van de Cliëntenraad een reactie ontvangen. De reactie is als volgt: ‘’Op 14 december 2023 hebben de leden van de Cliëntenraad Werk en Inkomen de verordening indexering Minima en individuele inkomenstoeslag besproken. Samen hebben we besloten om het advies van de gemeente te volgen en te kiezen voor scenario 3. We vinden het goed voor de inwoners van Súdwest Fryslân om de indexering verordeningen Minima en Individuele Inkomenstoeslag standaard op te nemen. Je gaat dan elk jaar mee met de inflatie en dit gaat automatisch. In de begroting kan hier dan ook standaard rekening mee worden gehouden’’.
Advies ➢
Kiezen voor scenario 3 om de koopkracht van onze inwoners te behouden. De jaarlijkse indexering vanaf januari 2025 in beide Verordeningen opnemen. In de meerjarenbegroting rekening houden met deze indexeringen.