Bijlage 2 - Kaderbrief Veiligheidsregio Fryslân 2025-2028
Tekst van het document
I VEILIGHEIDSREGIO
Ï FRYS LAN
Inleiding Voor u ligt de kaderbrief 2025-2028. Met deze kaderbrief kijken we jaarlijks vooruit en schetsen we de ontwikkelingen die (mogelijk) invloed hebben op de meerjarenbegroting.
Financiële uitdagingen Als Veiligheidsregio Fryslân (VRF) kunnen wij deze kaderbrief niet los zien van de financiële context waarin wij ons bevinden. We hebben namelijk te maken met financiële uitdagingen. Denk daarbij onder meer aan oplopende rentelasten, energiekosten, bouwkosten en loonkosten. Tegelijkertijd is er de verwachting dat gemeenten in 2026, door de aangekondigde wijzigingen in het gemeentefonds, te maken krijgen met een financieel ravijnjaar. Dit leidt bij gemeenten tot onzekerheden en daarmee tot onrust. We constateren dat gemeenten nadrukkelijk op zoek zijn naar perspectief van de rijksoverheid. Dat hebben ze tot nu toe nog niet gekregen. Deze geschetste context zorgt ervoor dat de druk op onze financiën toeneemt. We hebben daarom als onderdeel van het proces 'Doorlichting begroting' nader onderzoek gedaan naar de robuustheid van onze financiële kaders. Uit dit onderzoek komt een aantal specifieke ontwikkelingen voor VRF naar voren. Deze hebben gevolgen voor ons financieel meerjarenperspectief. En dit betekent dat het een uitdaging is om het huidige beleid binnen de bestaande financiële kaders uit te voeren. Kortom: de rek is eruit.
Vooruitkijken Ondanks de financiële uitdagingen, willen we als organisatie vooruit blijven kijken. De maatschappelijke relevantie van Veiligheidsregio Fryslân is door onze inzet op het gebied van diverse crises groter dan ooit. We blijven daarom werken aan het verbeteren van onze dienstverlening. We zetten ons in voor procesgericht werken en verduurzaming. Daarnaast streven we naar excellent werkgeverschap. We kijken hierbij om ons heen en naar onszelf. We identificeren landelijke en regionale ontwikkelingen en proberen onze rol daarin tijdig te bepalen. Ontwikkelingen gaan echter snel en zijn niet altijd te voorzien. We zijn daarom zo wendbaar mogelijk en passen ons snel en makkelijk aan als de situatie daar om vraagt. Ons uitgangspunt blijft het sober en doelmatig uitvoeren van onze dienstverlening. We zoeken daarbij naar het optimum. Enerzijds om de kwaliteit van onze dienstverlening in stand te houden. Anderzijds om de kosten beheersbaar te houden. Op deze wijze geven wij invulling aan onze kerntaak: bijdragen aan een veilig en gezond Fryslân.
Leeswijzer In deze kaderbrief leest u eerst een algemeen deel over de belangrijke overkoepelende ontwikkelingen. Vervolgens gaat de brief in op de inhoudelijke ontwikkelingen per programma. Tot slot treft u een financieel deel aan met een bijbehorend financieel kader en zetten we risico's uiteen.
Hartelijke groet,
Het dagelijks bestuur
2
I VEILIGHEIDSREGIO
Ï FRYS LAN
Inhoudsopgave 1. Overkoepelende ontwikkelingen.................................................................. 4 Ambitie procesgericht werken..................................................................................................................... 4 Duurzaamheid hoog op agenda.................................................................................................................4 Landelijke toekomstverkenningen vertaald naar Fryslân.......................................................................4
2. Inhoudelijke ontwikkelingen en bijstellingen -Gezondheid....................... 5 Twee grote akkoorden gesloten en doorontwikkeling FriesePreventieaanpak............................... 5 Toekomst Jeugdgezondheidszorg............................................................................................................. 6 Infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid........................................................................... 7 Vaccinatielandschap in ontwikkeling..........................................................................................................7 Forensische geneeskunde in ontwikkeling............................................................................................... 8 Opstellen strategisch huisvestingsplan..................................................................................................... 8 Verwachte toename beleidscapaciteit...................................................................................................... 8 Versterken rol op gebied van Gezonde Leefomgeving......................................................................... 9
3. Inhoudelijke ontwikkelingen en bijstellingen -Brandweer.........................10 Nieuwe veiligheidsrisico's door energietransitie...................................................................................10 Voorbereidingen dekkingsplan 2026........................................................................................................10 Urgentie voor natuurbrandbeheersing.................................................................................................... 10 Gevolgen Omgevingswet per 1 januari 2024........................................................................................ 10 Bouwagenda................................................................................................................................................... 11 Kosten vervanging schuimvormend blusmiddel...................................................................................11 Schuimblushaakarmbak aan vervanging toe..........................................................................................11
4. Inhoudelijke ontwikkelingen en bijstellingen -Crisisbeheersing............ 12 Versterking Crisisbeheersing in Nederland ...........................................................................................12 Mogelijke verhuizing Regionaal Coördinatiecentrum en Regionaal Beleidsteam ....................... 12 Realiseren veiligheidsinformatieknooppunt Fryslân.............................................................................12 Uniform kwaliteitsniveau Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie.................................................... 13 Andere invulling werkgeverschap calamiteitencoördinator op meldkamer...................................13 Beter voorbereid op rampen en crises met het zorgrisicoprofiel..................................................... 13
5. Financiën........................................................................................................ 14 Financiële uitgangspunten kaderbrief..................................................................................................... 14 Huidig financieel kader................................................................................................................................ 15 Nieuw financieel kader................................................................................................................................ 16 Autonome ontwikkelingen.......................................................................................................................... 16 Overig...............................................................................................................................................................17
6. Onzekerheden en risico's............................................................................. 18 Omgevingswet.............................................................................................................................................. 18 Onderhouds- en exploitatielasten vastgoed ........................................................................................ 18 Verduurzaming gebouwen en materieel..................................................................................................18 Langere en onbetrouwbare levertijden................................................................................................... 18 Functioneel leeftijdsontslag (FLO)............................................................................................................ 18 Functiewaardering verpleegkundigen en doktersassistenten
...................................................... 19
Instroom Jeugdgezondheidszorg ............................................................................................................ 19 Vakbekwame brandweermensen ..............................................................................................................19
3
I VEILIGHEIDSREGIO
Ï FRYS LAN
1. Overkoepelende ontwikkelingen Ambitie procesgericht werken Met het oog op kwaliteit hebben we de ambitie om een systeemgeoriënteerde organisatie te worden. Dit betekent concreet een organisatie waarin: ^ ^ ^ ^
klantfocus centraal staat; we op alle niveaus continu werken aan verbeteren; we de plan-do-check-act-cirkel volledig doorlopen; we problemen voorkomen in plaats van verhelpen.
We zien procesgericht werken als één van de hulpmiddelen om stap voor stap aan deze ambitie te werken. Procesgericht werken is daarom als VRF-brede ambitie opgenomen in onze Meerjarenkoers 2023-2026. In 2022 zijn we al begonnen met een visie op procesgericht werken. In 2023 volgden de fundamenten. Denk hierbij aan het ontwikkelen van het procesmodel, het formuleren van de procesrollen, het opstellen van het implementatieplan voor 2024-2026 en het uitwerken van een aantal processen. Vanaf 2024 voeren we onder het motto 'Leren door te Doen!' vijftien tot twintig verbetertrajecten per jaar uit. Tijdens deze trajecten houden we onze processen tegen het licht en verbeteren we deze op het gebied van: • ^ • • • • •
effectiviteit; efficiëntie; eigenaarschap; beheers-, doel- en rechtmatigheid; hogere overdraagbaarheid; groter lerend vermogen; verbeterde samenwerking.
Met als doel: kwalitatief betere processen en hogere klanttevredenheid.
Duurzaamheid hoog op agenda Duurzaamheid staat als VRF-brede ambitie in de Meerjarenkoers 2023-2026. Ons Duurzaamheidsbeleid 'Groen=Doenľ heeft twee hoofddoelen: • voldoen aan de wet- en regelgeving als het gaat over energiebesparing; • het leveren van een zo groot mogelijke bijdrage aan de klimaatdoelstellingen. We hebben de afgelopen periode blauwdrukken voor de brandweerkazernes opgesteld. Die gelden als leidraad voor onze duurzame bouwagenda. Ook hebben we een duurzaamheidslat ontwikkeld, waarlangs we nieuwe leveranciers leggen. Verder werkt de veiligheidsregio samen in 'Fryslân koopt circulair' en hebben we duurzaam thuiswerkmeubilair aangeschaft. Daarnaast heeft de aanbesteding voor duurzame mobiliteit geleid tot een volledig elektrisch wagenpark. Vanaf 2024 gaan we de drie pijlers uit het duurzaamheidsbeleid - Energie, Mobiliteit en Anders Organiseren - verder concretiseren. Deze concretisering geeft de komende jaren richting en houvast aan de wettelijke kaders, ambities en kansen op het gebied van duurzaamheid. Ook brengen we de ontwikkelingen in de markt en de financiële impact van verduurzaming in kaart.
Landelijke toekomstverkenningen vertaald naar Fryslân Brandweer en Crisisbeheersing hebben de landelijke toekomstverkenningen vertaald naar de situatie in Fryslân. Daardoor hebben we ons een beeld kunnen vormen van welke trends specifiek voor Fryslân relevant zijn en welke extreme toekomstscenario's hierbij horen. Deze informatie gebruiken we in 2024 om concrete toekomstplannen voor onze brandweeren crisisorganisatie te formuleren. We schatten in dat deze plannen een brede impact op de organisatie hebben. We houden het bestuur hiervan op de hoogte.
4
I VEILIGHEIDSREGIO
Ï FRYS LAN
2. Inhoudelijke ontwikkelingen en bijstellingen - Gezondheid Twee grote akkoorden gesloten en dóórontwikkeling Friese Preventieaanpak In 2023 zijn landelijk twee grote akkoorden gesloten op het gebied van zorg en gezondheid: ^ Integraal Zorgakkoord (IZA) ^ Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)
Integraal Zorgakkoord (IZA) Het IZA is een belangrijk landelijk akkoord van de Rijksoverheid, de zorgverzekeraars, de belangrijkste grote zorgpartijen en gemeenten. Aanleiding is dat de zorg onder druk staat en dat oplossingen alleen mogelijk zijn als we met elkaar samenwerken. Daarover staan in het akkoord afspraken. Het doel van het akkoord is: passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met de nadruk op gezondheid. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft het IZA namens de gemeenten ondertekend. Het akkoord is daardoor ook belangrijk voor GGD Fryslân als gemeentelijke dienst.
^ Regionale preventie infrastructuur Het IZA spreekt over een regionale preventie infrastructuur per 1 januari 2025. De Friese Preventieaanpak (FPA) is hiervoor de basis. Met de FPA hebben we de afgelopen jaren al gewerkt aan een krachtige regionale samenwerking op het gebied van preventie. We zetten de komende jaren in op het versterken en verder ontwikkelen van deze duurzame regionale preventie infrastructuur (FPA) met een daarbij horende bestendige financiering. ^ Governance regionale preventie infrastructuur GGD Fryslân is opdrachtnemer voor de regionale preventie infrastructuur. De Friese gemeenten zijn via de Bestuurscommissie Gezondheid de opdrachtgever. Een breed bestuurlijk platform FPA is inhoudelijk verantwoordelijk, met mandaat, voor besluitvorming op inhoud. ^ Regioplan Onderdeel van het IZA is dat elke zorgkantoorregio eind 2023 een regioplan maakt, met daarin de grootste opgaven voor de komende jaren. De uitwerking van dit regioplan heeft het nodige effect op de organisatie en inzet van GGD Fryslân. Het IZA beschrijft namelijk een beweging richting meer preventieve activiteiten. De precieze impact hangt af van de specifieke afspraken en maatregelen in het regioplan. De GGD is als mede bestuurlijk trekker benoemd, vanwege de preventieve kennis vanuit de opgaven 'Versterken sociale basis', 'Kansrijk opgroeien en gezond leven' en 'Vitaal Wiis'.
Het is nog onduidelijk of dit extra middelen vraagt naast de beschikbare middelen vanuit het IZA. Eventuele extra inzet van de GGD moet bekostigd worden uit de regeling voor de specifieke uitkering voor doelen van het IZA (IZA-SPUK) of uit transformatiegelden.
Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Het GALA is een landelijk akkoord van het Rijk, de zorgverzekeraars, de gemeenten (VNG) en de GGD'en (GGD GHOR Nederland). Het GALA is bedoeld als een integraal kader voor het werken aan preventie en gezondheidsbevordering. Het doel is een gezonde generatie in 2040. Het gaat hier om een akkoord met "niet-vrijblijvende afspraken" waarvan de voortgang landelijk wordt gemonitord. Vooral de verplichte implementatie van vijf ketenaanpakken op het snijvlak van sociaal en medisch terrein, dwingen de zorgverzekeraars en gemeenten in een regio om afspraken te maken.
5
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
Voor GGD Fryslân betekent GALA het volgende: ^ De grote, niet-vrijblijvende opgaves voor de gemeenten leiden tot een groter beroep op de kennis- en adviesfunctie van de GGD. Er komt tot en met 2025 extra financiële ruimte voor de GGD op basis van het Brede SPUK-onderdeel 'Versterken van de kennis en adviesfunctie van de GGD'. De gezamenlijke gemeenten moeten het bedrag dat zij hiervoor ontvangen, overdragen aan de GGD. Het gaat tot en met 2025 om een jaarlijks bedrag van C 99.000. ^ Volgens de afspraken die we met zorgverzekeraar De Friesland en Regionale Ondersteuningsstructuur Friesland (ROS Friesland) hebben gemaakt, vervult de GGD de (regionale) regierol voor drie van de vijf verplichte ketenaanpakken: 'Kansrijke Start', 'Kind naar Gezond Gewicht' en 'Valpreventie'. Deze regisseurs komen bij GGD Fryslân in dienst. ^ Sommige opgaves voor gemeenten maken meer lokale inzet door de GGD nodig of logisch. Bijvoorbeeld als het gaat om lokale projectleiders voor (één van) de vijf ketenaanpakken. Of om een centrale zorgverlener voor de ketenaanpakken 'Kind naar Gezond Gewicht', 'Gezonde leefomgeving', 'Eenzaamheid' en 'Alcoholgebruik'. De omvang van de verwachte extra dienstverlening is nu nog niet bekend. Het is de verwachting dat gemeenten opdrachten geven aan GGD Fryslân op basis van het aanvullend pakket.
Voor punt twee hebben we voor 2023 financiële middelen gekregen uit de SPUK-IZA (regeling voor de specifieke uitkering voor doelen van het IZA). De verwachting is dat dit ook de komende jaren het geval is. We nemen dit mee bij de doorontwikkeling van de FPA.
Toekomst Jeugdgezondheidszorg In 2019 zijn we gestart met het programma JGZ 3.0. Doel is om onze Jeugdgezondheidszorg (JGZ) toekomstbestendig te maken. Zo hebben we ingezet op een flexibel aanbod dat aansluit bij de behoefte van onze doelgroepen: minder zorg waar dat verantwoord kan en meer waar dat nodig is. Daarnaast hebben we stappen gemaakt met taakdifferentiatie en collectieve preventie. Ook hebben we gewerkt aan verdere digitalisering, onder andere met de invoering van het digitale Mijn Kinddossier (MKD). Om blijvend aan te kunnen sluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen en om in te spelen op het te verwachten personeelstekort, zien wij de komende jaren opgaven op het gebied van flexibilisering en taakherschikking.
Mentale gezondheid versterken Een van de maatschappelijke ontwikkelingen is dat de ervaren mentale gezondheid van jongeren is afgenomen. Ook neemt het aantal suïcides onder jongeren en jongvolwassenen toe. Binnen de JGZ is van oudsher al aandacht voor mentale gezondheid. Maar de huidige ontwikkelingen vragen meer inzet. Zowel op het versterken van mentale weerbaarheid bij alle jeugdigen als bij specifieke kwetsbare groepen.
STORM-aanpak Het is belangrijk om op tijd problemen te signaleren en jongeren snel te begeleiden naar passende zorg. Een aantal gemeenten en onderwijs- en zorgpartners is inmiddels gestart met de STORM-aanpak. De STORM-aanpak is een (preventie)programma dat vroegtijdig signaleert wanneer jongeren zich somber of depressief voelen of suïcidale gedachten hebben. Met de bijbehorende 'Op Volle Kracht-training' leren jongeren hoe ze daar mee om kunnen gaan. STORM staat voor Strong Teens and Resilient Minds.
6
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
Verzuimaanpak intensiveren Mentale problemen uiten zich in de schoolleeftijd vaak ook in schoolverzuim. We zien een forse toename in dit verzuim. Een stevigere verzuimaanpak is daarom nodig om zo eerder in te kunnen spelen op (beginnende) problematiek. We zetten in op de implementatie van een bewezen effectieve en meer op schoolaanwezigheid gerichte verzuimaanpak 'Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen' (MAZL). Dit doen we in samenwerking met gemeenten, onderwijs en andere partners. De algemene inzet op mentale gezondheid krijgt de komende jaren een nog grotere prioriteit. Dit vraagt om extra investeringen. We leggen dit te zijner tijd voor aan het bestuur.
Infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid Het kabinet werkt aan de versterking van de publieke gezondheid en infectieziektebestrijding. Doelen zijn: ^ De publieke gezondheid blijvend versterken. ^ Toewerken naar een slagvaardig, wendbaar en opschaalbaar stelsel van infectieziektebestrijding. Een stelsel dat is toegerust op een grootschalige uitbraak van een infectieziekte met landelijke impact. In de periode 2022-2024 is gestart met een aantal trajecten voor de eerste stappen. Vanaf 2025 zet het kabinet verder in op verdere structurele versterking en samenwerking binnen het stelsel van infectieziektebestrijding. Hiervoor wordt ook gewerkt aan een nieuwe formatienormering voor infectieziektebestrijding. Het ministerie van VWS zal met RIVM, GGD'en en gemeenten aan de slag om de versterking verder vorm te geven. De (financiële) impact hiervan is nog onduidelijk. Voor de verbetering van de informatievoorziening is een separaat traject gestart. Dit vergt extra personele capaciteit. Deze krijgen we naar verwachting (deels) gecompenseerd.
Landelijke functionaliteit infectieziektebestrijding (LFI) De LFI is in 2023 opgericht en houdt zich bezig met de voorbereiding en uitvoering van medische operationele processen bij de uitbraak van een infectieziekte die om landelijke sturing vraagt. De LFI wordt in de komende jaren verder ingericht en ontwikkeld. Dit gebeurt onder andere in samenwerking met de GGD'en. Van 2024 tot 2026 ontvangen de GGD'en transitiemiddelen (SPUK) om op de processen van de LFI aan te sluiten.
Vaccinatielandschap in ontwikkeling In afwachting van de uitkomsten van de uitvoeringstoets, die in 2023 is gedaan, neemt het kabinet een beslissing over een eventuele vaccinatievoorziening voor volwassenen. De GGD'en hebben in ieder geval voor het jaar 2024 een basiscapaciteit voor de COVID-19 vaccinaties. GGD Fryslan blijft de ontwikkelingen volgen en past haar bedrijfsvoering daar continu op aan. Waar nodig nemen we de bestuurscommissie hierin mee.
Rijksvaccinatieprogramma (RVP) We hebben landelijk te maken met een dalende vaccinatiegraad. Voor het ministerie is dit aanleiding om de aanpak voor het verhogen van de vaccinatiegraad te intensiveren. Daarnaast onderzoekt het RIVM, binnen het sociaalwetenschappelijk onderzoeksprogramma SocioVax, opties voor het verhogen en bestendigen van de vaccinatiegraad. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kunnen wij besluiten interventies in te zetten. Het ministerie past het vaccinatieschema voor het reguliere RVP in 2025 aan. De feitelijke uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma wijzigt hierdoor. Het ministerie stelt hiervoor een implementatieplan inclusief begroting op. De (financiële) impact hiervan is nog onduidelijk. Het ministerie is verder van plan om de in 2019 geïmplementeerde maternale kinkhoestvaccinatie onderdeel te maken van het RVP. Hiervoor komen vanaf 2024 middelen beschikbaar via het gemeentefonds. Zoals bestuurlijk is afgesproken, nemen we deze middelen op in de begroting van GGD Fryslân.
7
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
De maternale griepvaccinatie (2023) en Rotavirusvaccinatie (2024) worden naar verwachting in de toekomst ook aan het RVP toegevoegd. In 2024 geeft de Gezondheidsraad advies over een vaccinatie tegen het RS-virus. Indien dit advies positief is, wordt deze vaccinatie mogelijk ook onderdeel van het RVP.
Forensische geneeskunde in ontwikkeling Het vak van de forensische geneeskunde is in ontwikkeling. Het takenpakket is, naast de lijkschouwing, de afgelopen jaren uitgebreid met taken vanuit de politie; medisch arrestantenzorg en taken op het gebied van forensisch medische expertise. Dit vraagt meer capaciteit en expertise. De huidige personeelsschaarste en beloningsstructuur maken het moeilijk om gekwalificeerd personeel te houden en te krijgen. We zijn daarom van plan om de beloningssystematiek aan te passen. Er ligt een landelijk verzoek bij het ministerie van Justitie en Veiligheid voor extra middelen voor het professionaliseren van het vak en voor het vergroten van de capaciteit. Specifiek voor de lijkschouwingen verwachten we aanvullende middelen via het gemeentefonds. De politie wil eerder genoemde taken die wij in opdracht van hen uitvoeren in 2024 herorganiseren en start voor de medische arrestantenzorg een aanbestedingstraject. Als de GGD deze taken kwijtraakt, heeft dit groot effect op de inrichting van de forensische geneeskunde. En daarmee ook op de uitvoering van de gemeentelijke lijkschouw.
Opstellen strategisch huisvestingsplan We verwachten dat de kosten voor de huisvesting van de GGD de komende jaren toenemen. Dit komt onder andere door stijgende huur- en servicekosten en hogere energieprijzen. Op dit moment is het financiële effect hiervan f 200.000. De verwachting is dat dit bij ongewijzigd beleid tot een structureel tekort leidt. Wij stellen daarom een strategisch huisvestingsplan op met daarin een visie op onze huisvesting en behoeften. Mogelijke consequenties hiervan zijn: ^ Herziening van de initiële uitgangspunten. ^ Vermindering van het aantal GGD-huisvestingslocaties. ^ Verplaatsen van dienstverlening en een efficiënter gebruik. In 2024 leggen we dit plan voor aan het bestuur.
Verwachte toename beleidscapaciteit Gemeenten hebben te maken met een groter en complexer wordende preventieopgave. Dit komt onder andere door: ^ ^ ^ ^ ^ ^
Integraal Zorgakkoord (IZA); Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) de brede SPUK; Wonen Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO); de conceptwet Regie op de Volkshuisvesting; de invoering van de Omgevingswet.
Gemeenten zetten daarom meer capaciteit in op het gebied van preventie en publieke gezondheid. Wij willen dé adviseur, sparring- en kennispartner voor gemeenten blijven. Daarom hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd in het versterken van de inhoudelijke en strategische kennis binnen de GGD. Wij verwachten de komende jaren een toename in de beleidscapaciteit. Op die manier kunnen wij in de rol van generalistische domeinoverstijgende 'trusted advisor' blijven fungeren.
8
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
Versterken rol op gebied van Gezonde Leefomgeving GGD Fryslân heeft, met behulp van incidentele middelen, in 2019 de volgende opdracht gekregen op het gebied van de Gezonde Leefomgeving: ^ Het versterken van de beleidsadviesrol. ^ Het krijgen van inzicht in de daadwerkelijke belasting. Omdat de invoering van de Omgevingswet op zich liet wachten, zijn de incidentele middelen verlengd tot en met 2024. De Omgevingswet gaat nu in op 1 januari 2024. Daarnaast wordt er in de doorontwikkeling van de FPA en GALA steeds meer van de GGD gevraagd op het gebied van de Gezonde Leefomgeving. Dit alles leidt ertoe dat we een langere periode nodig hebben om onze rol inzichtelijk te maken. Hierna kunnen we die rol pas versterken en doorontwikkelen. In de eerste helft van 2024 werkt de GGD daarom een bestuursvoorstel uit voor de verlenging van de incidentele middelen tot en met 2025. Voor de periode daarna werken we een voorstel uit voor structurele inrichting en bekostiging. De GGD stemt dit proces binnen de veiligheidsregio af met de Brandweer.
9
I VEILIGHEIDSREGIO
Ï FRYS LAN
3. Inhoudelijke ontwikkelingen en bijstellingen - Brandweer Nieuwe veiligheidsrisico's door energietransitie De energietransitie brengt nieuwe veiligheidsrisico's met zich mee en daar moeten wij ons op voorbereiden. Voorbeelden hiervan zijn een brand door zonnepanelen, de opslag van energie-accu's in woonwijken of verkeersongevallen met hybride voertuigen. Mede door een reflectie op het landelijke programmaplan van Brandweer Nederland, weten we dat er in ieder geval op deze thema's nog inspanning nodig is: ^ Het breder betrokken raken in de voorfase van energie-gerelateerde initiatieven. ^ Het breder integreren van energietransitie in onze eigen vakbekwaamheids- en voorlichtingsactiviteiten. ^ Het afstemmen van materialen horende bij het bestrijden van een energietransitie-gerelateerd incident. We starten de benodigde acties hiervoor in 2024. Eind dat jaar weten we ook wat nodig is voor de structurele borging van dit thema.
Voorbereidingen dekkingsplan 2026 In een dekkingsplan staat beschreven waar kazernes en het brandweermaterieel zijn gepositioneerd. Het plan geeft ook inzicht in de risicogebieden en de opkomsttijden die van de brandweer verwacht kunnen worden. Het bestuur heeft het huidige dekkingsplan vastgesteld tot en met 2025. Het is een wettelijke verplichting om iedere vier jaar een nieuw dekkingsplan te maken. We werken op dit moment al aan de voorbereidingen. Landelijk is hier een nieuwe uniforme systematiek voor vastgesteld. Het staat buiten kijf dat het nieuwe plan impact heeft op onze organisatie en de omgeving. De omvang hiervan kunnen we nog niet voorspellen. We houden het bestuur op de hoogte van dit proces.
Urgentie voor natuurbrandbeheersing De urgentie van natuurbrandbeheersing is landelijk erkend. De krachten zijn gebundeld om de weerbaarheid tegen natuurbranden te vergroten. Zo wordt landelijk binnenkort een visie op natuurbrandbeheersing uitgebracht. In Fryslân doen we ook de nodige inspanningen om ons op dit gebied te versterken. Denk aan het vergroten van de repressieve slagkracht en het treffen van preventieve maatregelen, zoals uitvoering blijven geven aan de gebiedsgerichte aanpak. De bestuurscommissie Veiligheid van 4 oktober 2023 heeft ingestemd met onze voorstellen om hier verder uitwerking aan te geven. In het beleidsplan, dat nu nog in ontwikkeling is, borgen we dit en geven we richting aan de verdere inbedding van natuurbrandbeheersing. Met de kennis van nu verwachten we met deze inspanningen voorbereid te zijn op de landelijke ontwikkelingen en interregionale samenwerking. We blijven de ontwikkelingen natuurlijk goed in de gaten houden en spelen hier steeds op in.
Gevolgen Omgevingswet per 1 januari 2024 De Omgevingswet en de bijbehorende besluiten (stelselwijziging fysieke leefomgeving) hebben gevolgen voor de dienstverlening van Brandweer Fryslân. De wet vraagt een andere manier van werken en denken en daar moeten we ons in ontwikkelen. Vermoedelijk gaat het werken onder de Omgevingswet meer tijd en geld kosten ten opzichte van de huidige afspraken. In juni 2021 heeft de bestuurscommissie daarom met gemeenten afgesproken dat de kosten in de eerste twee jaar, na het ingaan van de Omgevingswet, 'worden bevroren'. Op die manier kan in die periode de impact van de wet op onze dienstverlening duidelijk worden.
10
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
Nu de Omgevingswet later en wel op 1 januari 2024 ingaat, is een langere overbruggingsperiode nodig. We hebben daarom voorgesteld om de bestemmingsreserve van een ton per jaar te verlengen tot en met 2025. Aan het eind van die periode evalueren we, berekenen we kosten opnieuw en stellen we gemeenten een nieuwe financieringssystematiek voor.
Bouwagenda Brandweer Fryslân werkt met een bouwagenda voor nieuwbouw of renovatie van brandweerkazernes. De eerste tranche voor de realisatie loopt tot en met 2026 en de tweede tranche start vanaf 2026. Met name stijgende bouwkosten hebben de beweging in gang gezet om het basisontwerp van de blauwdruk door te ontwikkelen tot een meer compacte, maar nog steeds doeltreffende, variant. Met deze compacte variant worden de bouwkosten gereduceerd. Voor alle (ver)bouwplannen geldt dat de autonome renteontwikkeling een grote invloed heeft op de financiën. In hoofdstuk vijf gaan we hier verder op in.
Kosten vervanging schuimvormend blusmiddel Op basis van de wet- en regelgeving moeten we het gebruik van per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS)-houdend blusschuim staken. Dit betekent concreet: onze blussystemen reinigen, de voorraden en restproducten laten verwerken en op zoek gaan naar geschikte (PFAS-vrije) alternatieven. Voor het reinigen en laten afvoeren en verwerken van voorraden en restproducten, gelden strikte regels. Ervaringen van andere regio's laten zien dat deze vereisten een flinke financiële inspanning vragen. De kosten hiervan maken we de komende periode inzichtelijk. Ook doen we onderzoek naar geschikte alternatieven, waarbij we aanhaken bij landelijke ontwikkelingen. De provincie Fryslân en de gemeente Leeuwarden inventariseren nu op welke locaties een verhoogd risico op PFAS-vervuiling valt te verwachten. Daarbij nemen zij ook de locaties van brandweerkazernes mee. We verwachten dat er op termijn bodemonderzoek gedaan wordt. In hoeverre er sprake is van vervuiling, weten we nog niet. We kunnen daarom ook nog niks zeggen over mogelijke maatregelen en de daarmee gepaard gaande kosten.
Schuimblushaakarmbak aan vervanging toe Voor specialistische schuimblussing maakt brandweer Fryslân gebruik van een speciaal voertuig, de zogenaamde 'schuimblushaakarmbak' (SBH). Dit voertuig is aan vervanging toe. Als we uitgaan van de landelijke kengetallen, verwachten we dat we een aanzienlijk groter, en daardoor duurder, voertuig moeten aanbesteden. Hier hadden we financieel gezien geen rekening mee gehouden. We onderzoeken de komende periode hoe we de vervanging van onze SBH vormgeven. Dit doen we aan de hand van ons risicoprofiel en de landelijke kengetallen.
11
I VEILIGHEIDSREGIO
Ï FRYS LAN
4. Inhoudelijke ontwikkelingen en bijstellingen - Crisisbeheersing Versterking Crisisbeheersing in Nederland De kans dat er de komende jaren gebeurtenissen plaatsvinden, die de nationale veiligheid raken, is relatief groot. Dat blijkt uit de Rijksbrede Risicoanalyse en de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden. Volgens Rijk en Veiligheidsregio's vraagt dit om versterking van de wijze waarop we met alle partners crisis beheersen. Ook is het nodig dat we met elkaar een hogere paraatheid en weerbaarheid van de samenleving organiseren. De komende jaren zetten we in op het verbeteren van de verbinding tussen de regionale, bovenregionale en de landelijke crisisbeheersingsorganisatie. De extra Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR), die elke Veiligheidsregio ontvangt, is gelabeld om deze bovenregionale en landelijke verbinding te versterken. Dit doen we door regionaal een robuuste crisisbeheersing en informatiepositie te borgen. Bovenregionale en landelijke crisisbeheersing is volop in ontwikkeling. De richting hierin wordt bepaald, maar de omvang in taken voor crisisbeheersing is onzeker. In opdracht van de afdeling Crisisbeheersing en Brandweer Fryslân heeft Planbureau Fryslân de landelijke toekomstverkenningen vertaald naar de situatie in Fryslân.
Dit geeft inzicht in de trends die specifiek voor Fryslân relevant zijn inclusief de mogelijke extreme toekomstscenario's. Deze informatie gebruiken we in 2024 om een concreet toekomstbeeld van onze organisatie te vormen. We houden het bestuur hiervan op de hoogte.
Mogelijke verhuizing Regionaal Coördinatiecentrum en Regionaal Beleidsteam VRF heeft de wens om het Regionaal Coördinatiecentrum (RCC) en de ruimte voor het Regionale Beleidsteam (RBT) te huisvesten in het hoofdkantoor in Leeuwarden. Sinds 2011 zijn het RCC en de RBT-ruimte ondergebracht bij de Politie in Drachten. Deze constructie is niet flexibel. We kunnen de ruimtes namelijk niet aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen zoals de komst van de nieuwe sectie Communicatie en het Veiligheidsinformatieknooppunt. Daarnaast staan de toegankelijkheid en beschikbaarheid onder druk. In kwartaal vier van 2023 hebben we daarom een programma van eisen opgesteld. In 2024 doen we verder onderzoek naar de haalbaarheid van huisvesting in het hoofdkantoor van Leeuwarden. Deze ontwikkeling leidt niet tot een aanpassing van het financieel kader voor Crisisbeheersing.
Realiseren veiligheidsinformatieknooppunt Fryslân Eén van de doelen voor het aanwenden van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) is het versterken en waarborgen van de informatiepositie van de veiligheidsregio's door het inrichten van veiligheidsinformatieknooppunten (VIK) per veiligheidsregio. Dit stelt veiligheidsregio's in staat om: ^ gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld. ^ de besluitvorming tijdens crises te ondersteunen. ^ informatie uit te wisselen met netwerkpartners. Dit doel hebben we ook als ambitie opgenomen in onze Meerjarenkoers 2023-2026. We streven ernaar om in het derde kwartaal van 2024 een volledig operationeel VIK Fryslân te realiseren. Deze termijn hebben we afgeleid uit de ambitie van de Regionaal Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio's. Die ambitie luidt als volgt: eind 2024 heeft elke veiligheidsregio een operationeel VIK dat is aangesloten op het landelijk informatieknooppunt.
12
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
In 2024 is het raamwerk voor het dynamisch risicobeeld klaar. Dit raamwerk richten we zo in dat het in kan spelen op ontwikkelingen en behoeften op informatiegebied. De doorontwikkeling van het VIK wordt gedekt uit de extra BDUR en leidt niet tot een aanpassing van het financieel kader voor Crisisbeheersing.
Uniform kwaliteitsniveau Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie In februari 2022 startte, in opdracht van het Veiligheidsberaad, een landelijke werkgroep met de opdracht om een uniform kwaliteitsniveau voor Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie te realiseren. De aanleiding is de evaluatie van de Wet veiligheidsregio (december 2020). Het doel is om met gezamenlijke kaders, normen en beleid te komen tot een landelijke uniforme werkwijze voor Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie. Dit vergroot de mogelijkheid om crisisfunctionarissen tijdens een crisis tussen regio's uit te wisselen. VRF voldoet hier al grotendeels aan gelet op de huidige samenwerking met de Friese gemeenten op het gebied van Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie. Dit proces loopt in Fryslân al sinds 2012 en kunnen we gerust robuust noemen. De verplichte implementatie van de nieuwe vakbekwaamheidseisen heeft echter financiële consequenties van ruim f 35.000. Deze extra kosten kunnen we vooralsnog binnen de huidige begroting van Crisisbeheersing opvangen. Als dit in de toekomst verandert door landelijke wetgeving, komen wij terug bij het bestuur.
Andere invulling werkgeverschap calamiteitencoördinator op meldkamer Bij een multidisciplinair incident coördineert een calamiteitencoördinator (caco) vanuit de meldkamer de processen tussen politie, brandweer, ambulancezorg en bevolkingszorg. Op dit moment verschilt het per meldkamer hoe het werkgeverschap van de caco's is ingevuld. In de ene meldkamer worden de caco's volledig geleverd vanuit de veiligheidsregio, terwijl in andere meldkamers ook de politie en/of ambulancezorg caco's leveren. Dit laatste is in Noord-Nederland het geval. Landelijk is besloten dat de caco's onderdeel zijn van de veiligheidsregio's. De veiligheidsregio's zijn daarmee ook eigenaar. Voor de meldkamer Noord-Nederland betekent dit dat de politie vanaf 2024 niet meer financieel bijdraagt aan de caco's. De politie vervult nu nog 50% van de caco-diensten, maar dat verandert nu ook. Vanaf 2025 zijn de drie veiligheidsregio's in Noord-Nederland volledig verantwoordelijk voor een 24-uurs bezetting van de caco op de meldkamer in Drachten. In 2024 leggen we een voorstel voor de structurele dekking van de caco-functie - voor de jaren 2025 en verder voor aan het bestuur.
Beter voorbereid op rampen en crises met het zorgrisicoprofiel In de contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg staat dat we voor de GHOR een zorgrisicoprofiel moeten opstellen. In dit risicoprofiel worden de incidenttypen en geprioriteerde zorgrisico's beschreven, waar de acute en publieke geneeskundige zorg zich op moet voorbereiden. Op die manier kunnen zorginstellingen nog beter reageren op rampen en crises. Naar aanleiding van een besluit van de drie directeuren publieke gezondheid (DPG) in Noord-Nederland, zijn we in kwartaal twee van 2023 met het project "Zorgrisicoprofiel GHOR Noord-Nederland" gestart. In nauwe samenwerking met het Acute Zorg Netwerk en de zorgpartners maken we een zorgrisicoprofiel. Dit leveren we in kwartaal drie van 2024 op.
13
I VEILIGHEIDSREGIO
Ï FRYS LAN
5. Financiën Financiële uitgangspunten kaderbrief Nieuwe financiële verordening Bij het bepalen van het financiële kader geldt een aantal bestuurlijke spelregels. In deze spelregels staan afspraken over hoe wij omgaan met autonome ontwikkelingen. Denk daarbij onder andere aan de indexatie van materiële kosten, het verwerken van cao-effecten en de wijze waarop we omgaan met rentekosten. De spelregels zijn vastgelegd in de financiële verordening. Als gevolg van de hoge inflatie in 2022 hebben we deze spelregels geëvalueerd en aangepast. Dit heeft geleid tot een aanscherping van diverse passages uit de financiële verordening. We bieden de gemeenteraden de nieuwe financiële verordening gelijktijdig aan met de kaderbrief 2025-2028 (ter zienswijze). Deze kaderbrief hebben we op basis van de nieuwe uitgangspunten opgesteld. Bij het onderdeel autonome ontwikkelingen lichten we deze uitgangspunten kort toe.
Operatie 'Doorlichting begroting' De begroting is een cruciaal instrument voor het algemeen bestuur om zijn toezichthoudende rol te kunnen vervullen. In de begroting staan namelijk: ^ de doelstellingen van de veiligheidsregio. ^ de activiteiten die worden uitgevoerd om deze doelstellingen te halen. ^ de financiële vertaling van deze activiteiten. Daarom is het van belang dat we de begroting periodiek toetsen. Dit doen we eens per vier jaar onder de projectnaam 'Doorlichting begroting'. Tijdens deze periodieke toetsing stellen we vast welke kansen en risico's de begroting mogelijk bevat en of we onze activiteiten en taken nog realistisch begroten. De uitkomsten van de doorlichting hebben we in november 2023 in de bestuurscommissies gepresenteerd. Uit de doorlichting blijkt vooral dat op de gebieden huisvesting en materieelbeheer de begroting ontoereikend is. Dit tekort zit voor een groot deel bij de brandweer, maar raakt ook de overige bedrijfsonderdelen. Het tekort op deze onderdelen bedraagt C1,3 miljoen. Daarnaast spelen een aantal andere ontwikkelingen, die gezamenlijk leiden tot een totaal tekort van C 1,5 miljoen in de begroting. Het totale tekort van C 1,5 miljoen kunnen we voor een groot deel oplossen door de inzet van aanvullende BDUR-middelen en een interne taakstelling.
Daarnaast doen we onderzoek naar het tekort op huisvesting van de GGD (zie ook hoofdstuk 2) voor het vinden van oplossingsrichtingen. Zodra we dit onderzoek afronden, dienen we een voorstel in bij de bestuurscommissie Gezondheid. Het resterende bedrag hebben we opgenomen in de aanpassing van het financiële kader. De doorlichting van de begroting leidt tot het volgende overzicht:
Onderdeel
Brandweer
Uitkomsten
-910.00
Inzet BDUR-middelen
767.00
Crisis
Resterende saldo
Organisatie
Totaal
-200.000
-415.000
-1.525.000 767.00
Uitstel tot nader onderzoek Taakstelling
GGD
200.000
200.000
143.000 -
143.000 -
-
-415.000
-415.000
Bovenstaande bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil 2023. Deze zijn ten behoeve van het financiële kader geïndexeerd.
14
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
Scenario 3 Methode Bij de kaderbrief 2024-2027 hebben we afgesproken om het effect van de inflatie van de materiële kosten volgens het afgestemde 'scenario 3' te verrekenen. In dit scenario wordt de indexatie van de materiële kosten voor 2024 voorlopig afgetopt op 8%. Deze indexatie evalueren en verrekenen we achteraf over de jaren 2022, 2023 en 2024, op basis van de werkelijke ontwikkeling van het gemeentefonds. Het te verrekenen bedrag betreft dus het verschil tussen wat de gemeenten aan indexatie hebben afgedragen aan Veiligheidsregio Fryslân en hetgeen ze zouden hebben bijgedragen, wanneer de indexatie van het gemeentefonds zou zijn gehanteerd. Resultaten scenario 3 Voor 2022 en 2023 zijn de verschillen inmiddels definitief bepaald. Voor 2024 is de meicirculaire 2024 van het gemeentefonds nodig om een definitief bedrag te bepalen. Op basis van de huidige inzichten is het effect van scenario 3 als volgt:
2022
2023
2024
Verschil
-1.122.000
-1.186.000
-263.000
Cumulatief verschil
-1.122.000
-2.308.000
-2.570.000
Uit de tabel blijkt dat het totale effect van scenario 3 over de periode 2022 t/m 2024 geschat wordt op f 2.570.000.
Incidenteel versus structureel Bij de uitwerking van financiële ontwikkelingen is het van belang om onderscheid te maken tussen incidentele en structurele effecten. Voor scenario 3 geldt hierbij het volgende: Incidenteel Er ontstaat een incidenteel verschil van f 2.570.000. Dit betreft het totale verschil over de jaren 2022, 2023 en 2024 bij elkaar opgeteld. Er is sprake van een verrekening van een periode en daarmee van een incidenteel verschil. Structureel In 2024 ontstaat een verschil van f 263.000. Omdat 2024 de basis is voor de bepaling van het financieel kader van 2025 werkt dit verschil structureel door in de begroting van Veiligheidsregio Fryslân. De basis waarop het kader 2025 wordt bepaald is immers te laag. De verrekening van dit bedrag (i.e. de effectuering van scenario 3) dient daarom plaats te vinden via een verhoging van het kader 2025. Deze verhoging betreft een indexatiecorrectie en is daarmee een autonome ontwikkeling.
Huidig financieel kader Het op dit moment geldende financiële kader hebben we vastgesteld in de kaderbrief 2024-2027. Dit kader werkt door in de begroting 2024 en in de daarin opgenomen meerjarenraming. De totale gemeentelijke bijdrage, zoals vastgesteld in de begroting 2024, is als volgt:
Huidig financieel kader (*ĉ 1.000) Meerjarig beeld (vastgestelde begroting 2024)
2025
2026
2027
2028*
82.279
85.118
88.057
91.092
*Bijdrage 2028 is niet opgenomen in de begroting 2024, maar is bepaald volgens dezelfde uitgangspunten.
15
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
De totale begroting van de veiligheidsregio bestaat uit meer dan alleen de bijdragen van de Friese gemeenten. Voor 2025 ziet de begroting er in het huidig geldende kader 2024-2027 als volgt uit: Totale lasten Rijksbijdrage BDUR Opbrengst maatwerk en diensten Reservemutaties
derden
Gemeentelijke bijdrage (zie tabelhierboven)
99.977 9.086 7.951 661 82.279
Nieuw financieel kader De beleidsmatige en autonome financiële ontwikkelingen leiden tot een nieuw kader:
Kader 2025-2028
2025
2026
2027
2028
82.279
85.118
88.057
91.092
Doorlichting begroting
452
452
452
452
Totaal doorlichting begroting
452
452
452
452
6.564
7.538
8.069
8.633
Ontwikkeling materiële kosten
520
516
746
882
Rijksvaccinatieprogramma
146
146
146
146
Totaal autonome ontwikkelingen
7.230
8.199
8.961
9.661
Terugstorten begrote storting egalisatiereserve
-391
-375
-359
-359
Totaal overig
-391
-375
-359
-359
Totaal effecten
7.290
8.277
9.055
9.755
Procentuele ontwikkeling
8,90Z
9,7Z
10,30Zo
10,7Z
Gemeentelijke bijdrage
89.569
93.395
97.112
100.847
Gemeentelijke bijdrage Beleidsontwikkelingen Geen
Autonome ontwikkelingen Loonontwikkeling
Autonome ontwikkelingen Ontwikkeling loonkosten De huidige cao loopt tot 1 mei 2024. Daarom moeten wij nu een inschatting maken van de indexatie van de loonkosten voor het kader 2025 en daarna. Conform de bestuurlijke afspraken gebruiken wij hiervoor de indexering voor de loonkosten zoals vermeld in de septembercirculaire van het gemeentefonds. Daarin staat als loonvoet sector overheid voor 2024 een ontwikkeling van 6,7%. Voor de jaren daarna gelden de volgende indexaties: 5,8Z voor 2025, 4,8Z voor 2026, 4,2Z voor 2027 en 4,2Z voor 2028.
16
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
Indexering materiële kosten In de nieuwe financiële verordening staat de aangepaste indexering voor materiële kosten. Het volgende uitgangspunt hebben we hierbij gehanteerd: de materiële kosten in de begroting van Veiligheidsregio Fryslân worden op dezelfde wijze geïndexeerd als de indexatie zoals opgenomen in het gemeentefonds. Het gemeentefonds is nog niet bekend bij het opstellen van deze kaderbrief. Daarom moeten we bij de opstelling van het financiële kader een inschatting maken. Deze inschatting maken we op basis van de verwachte consumentenprijsindex (CPI), die in de septembercirculaire van het gemeentefonds staat. Dit bedrag verrekenen we in het lopende begrotingsjaar via een begrotingswijziging met de werkelijke loonprijscompensatie uit het gemeentefonds. Uitgangspunt hierbij is de informatie uit de meicirculaire van het betreffende begrotingsjaar De opgenomen consumentprijsindex voor 2025 is 2,5% voor 2025. Voor de jaren daarna gelden de volgende percentages: 2,4% voor 2026, 2,3% voor 2027 en 2,3% voor 2028.
Ontwikkeling rentekosten Met het bestuur hebben we een aantal jaar geleden de afspraak gemaakt om, gelet op de lage rente, de rentebudgetten te verlagen, waarmee deze weer reëel werden begroot. Dit is overigens ook wettelijk voorgeschreven. We hebben toen ook het risico besproken. Namelijk: zodra de marktrente stijgt, zijn de budgetten ontoereikend en moeten we deze verhogen. Nu de marktrente daadwerkelijk stijgt, is dit risico nu aan de orde. De budgetten zijn niet langer toereikend en die moeten we verhogen. Dit betekent direct een uitzetting van de begroting. Deze uitzetting hebben we als autonome ontwikkeling opgevoerd in de kaderbrief. De basis voor de begroting van de rentekosten is de financieringsbehoefte zoals deze staat in het vastgestelde meerjareninvesteringsplan (MIP). Daarbij hebben we een inschatting gemaakt van de geldende marktrente: 3,5%. Het werkelijke financieringsresultaat verrekenen we na afloop van het jaar.
RVP Met ingang van 2024 worden extra middelen toegevoegd aan het gemeentefonds voor de uitvoering van de maternale Kinkhoestvaccinatie. Voor Fryslân betreft het een bedrag van C 146.000. Bij de decentralisatie van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) heeft de bestuurscommissie Gezondheid besloten om de middelen, die aan het gemeentefonds worden toegevoegd, beschikbaar te stellen aan de GGD (taakgerichte bekostiging). In lijn met deze besluitvorming wordt dit doorberekend in de gemeentelijke bijdrage.
Overig Terugstorten begrote storting egalisatiereserve Door de toevoeging van een aantal incidentele meevallers aan de egalisatiereserve, bevindt het saldo van deze reserve zich binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedtes. Daarom is het niet nodig om de initieel begrote storting te effecturen.
17
I VEILIGHEIDSREGIO
Ï FRYS LAN
6. Onzekerheden en risico's Van een aantal van de hiervoor genoemde beleidsmatige en autonome ontwikkelingen weten we de gevolgen op onze begroting. Deze hebben we dan ook vertaald in het meerjarig financieel kader. Van een aantal ontwikkelingen weten we dat ook niet. Daarom zijn deze nog niet meegenomen in de begroting. De belangrijkste risico's van deze ontwikkelingen hebben we hieronder benoemd.
Omgevingswet De komst van de Omgevingswet bevordert de integrale afweging als het gaat om besluiten in de fysieke leefomgeving. Alle aspecten die van invloed zijn, moeten meegenomen worden. Dit geldt dus zeker ook voor veiligheid en gezondheid. De invoering van de Omgevingswet brengt de nodige onzekerheden met zich mee. Zo is het onduidelijk hoe groot de vraag vanuit de gemeenten echt gaat worden. Verder laten landelijke onderzoeken zien dat de komst van de Omgevingswet meer tijd en geld gaat kosten. De minister van Binnenlandse Zaken heeft dit - en ook de bijzondere positie voor veiligheidsregio's hierin - onderkend. De invoering van de wet is inmiddels weer uitgesteld tot 1 januari 2024. De onzekerheid is op korte termijn niet opgelost.
Onderhouds- en exploitatielasten vastgoed Om onze onderhouds en exploitatielasten beter te kunnen voorspellen, moeten we aanvullend specialistisch onderzoek doen om de staat van onze panden beter in kaart te brengen. Het is onzeker wat er uit dit onderzoek komt.
Verduurzaming gebouwen en materieel Het verder verduurzamen van onze gebouwen en materieel heeft de aandacht. VRF heeft hierin al op eigen initiatief stappen gezet. Op het moment dat er vanuit de Rijksoverheid of vanuit Europese duurzaamheidsdoelstellingen meer verduurzaming verplicht wordt gesteld, kan dit een verhoging van de kosten betekenen. We kunnen de financiële consequenties op dit moment niet concreet maken.
Langere en onbetrouwbare levertijden Als gevolg van grondstoftekorten en krapte op de arbeidsmarkt, hebben we te maken met problemen bij de tijdige levering van materieel, materiaal en diensten. Daar moeten we bij aanbestedingen in de planning rekening mee houden. Het is belangrijk dat we trajecten vroeg beginnen en duidelijke afspraken met leveranciers maken. Voor ons regulier onderhoud en de aanschaf van kleiner materiaal is het nodig dat we voldoende aandacht aan het voorraadbeheer besteden. We moeten voorkomen dat er, door problemen met de levertijden, risico's in de uitvoering van de hulpverlening ontstaan. De ontwikkelingen rond levertijden kunnen financiële consequenties hebben (verschuiving van kosten in de tijd).
Functioneel leeftijdsontslag (FLO) Door de landelijke netto-afspraak hebben wijzingen in diverse wet- en regelgeving, zoals cao-verhogingen, directe financiële gevolgen op het FLO. Ontwikkelingen in de cao van gemeenten en de afschaffing van de levensloopregeling, kunnen ervoor zorgen dat de bestemmingsreserve eerder uitgeput is.
18
Kaderbrief 2025 - 2028 ^ Veiligheidsregio Fryslân
Functiewaardering verpleegkundigen en doktersassistenten De inhoud van het werk van verpleegkundigen en doktersassistenten wordt geëvalueerd. Met de betreffende groepen worden gesprekken gevoerd en profielen opgesteld. Op basis van de uitkomsten van die evaluatie, kunnen we vaststellen of de functionele inschaling nog passend is. In vergelijking met de meeste andere GGD'en hanteren wij een lagere inschaling. Als wij de landelijke lijn volgen, leidt dit tot een uitzetting in de begroting van C 1 miljoen.
Instroom Jeugdgezondheidszorg De afgelopen jaren bleek het gefixeerde budget toereikend om op gepaste wijze invulling te geven aan de inhoud van de zorgactiviteiten. Wanneer de kindaantallen (fors) toenemen door het Oekraïneconflict en andere ontheemden, ontstaat hier een mogelijk budgettair risico. Dit kan ertoe leiden dat óf het budget óf de inhoud ter discussie komt te staan.
Vakbekwame brandweermensen Brandweeropleidingen Noord BV (BON) is de opleidingsinstelling waar de brandweer aan gebonden is voor het afnemen van opleidingen en het vakbekwaam houden van de brandweermensen. De beschikbare capaciteit sluit niet altijd aan bij de behoefte. Het verloop onder de vrijwilligers is wisselend waardoor de behoefte aan nieuwe vrijwilligers en opleidingsplekken varieert.
19