CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Concept Friese Energievisie - NL

Raadsvergadering 18 juli 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Sjenswize op konsept ‘Friese Energievisie’17.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het Friese energiesysteem staat in verbinding met het landelijke netwerk, bijvoorbeeld via de waterstofbackbone voor flexibel vermogen of via het hoogspanningsnetwerk voor duurzame elektriciteit vanaf de Noordzee.

3. TOEKOMSTBEELD EN IMPLICATIE OP DE RUIMTE Dit hoofdstuk geeft een eerste schets van een toekomstig

Fryslân heeft aanzienlijk bespaard, zodat het Friese landschap en energiesysteem zorgvuldig wordt ingezet. De Friese energievraag is in 2050 teruggebracht van 17 TWh naar ongeveer 12 TWh. Besparing heeft plaatsgevonden in bedrijfspanden, door inwoners in huizen en door efficiëntere apparaten en elektrisch transport. Huizen en gebouwen zijn goed geïsoleerd waardoor de energiebehoefte flink gedaald is. Gebruik van elektrisch openbaar vervoer en deelmobiliteit is

energiesysteem in Fryslân in 2050. Het toekomstbeeld is een

de norm. Energieneutrale ondernemers profiteren van een gunstig vestigingsbeleid. Er vinden

doorvertaling van de gezamenlijke ambitie en vijf leidende

reguliere gesprekken met ondernemers plaats om verder te besparen of om bij te dragen aan een

principes. Er wordt in de eerste paragraaf nader ingegaan op Friese

betrouwbaar en gebalanceerd energiesysteem.

energiebesparing, -productie, -opslag, -conversie en -infrastructuur in 2050. De Energievisie is onder meer een bouwsteen voor de

Fryslân heeft een robuust en flexibel energiesysteem. Groene waterstof uit de waterstofbackbone wordt gebruikt voor flexibel vermogen bij Burgum.

Omgevingsvisie Fryslân. In paragraaf twee volgt een schatting van

Lokaal wordt er op een beperkt aantal plekken groene waterstof geproduceerd voor de inzet van

de hoeveelheid ruimte die gevraagd is voor een toekomstbestendig,

de logistiek of voor conversie en opslag. De gevarieerde energiemix, in combinatie met opslag

fossielvrij energiesysteem in 2050.

en conversie van elektriciteit, warmte en gassen zorgen ervoor dat het energiesysteem goed kan bufferen. Door het gebruik van slimme technologieën kunnen energiestromen efficiënt worden beheerd en kan vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd.

30

31

Friese Energietafel Fryslân produceert zijn eigen energie: grootschalig in clusters en kleinschalig in dorpen Fryslân profiteert optimaal van de potentie aan duurzame energiebronnen binnen de provincie.

Figuur 3.1

Friese opgave 2050 in TWh

Friese energiemix in 2050,

12

11,7

inclusief het RES-bod en

Door een grote variatie aan duurzame bronnen (wind, zon, duurzame warmte, biomassa,

invulling van de overige

getijdenenergie en blue energy) lukt het Fryslân om op jaarbasis energieneutraal te zijn (figuur

opgave met geclusterde productie van energie,

3.1). Ongetwijfeld zijn er nieuwe, innovatieve energiebronnen waar Fryslân gebruik van maakt

kleinschalige productie en

en waar Friese bedrijven in pionieren. Om energieneutraal te worden, zijn er een beperkt aantal

innovatieve technieken.

plekken aangewezen waar grootschalige opwek van duurzame elektriciteit geclusterd wordt, passend bij grootschalig landschap. Dit resulteerde in vier opweklocaties van elk 400 ha die 0,3

jaarlijks in totaal ongeveer 2 TWh aan Friese stroom leveren16. Het landelijk gebied is vrijwel energieneutraal door een lage energievraag en door productie

Vraag in 2050 (na besparing)

RES 1.0

Opgave na RES 1.0

van biogas door boeren, kleinschalige warmtenetten in dorpen, zon op daken en dorpsmolens.

Biogas en duurzame warmte

Overige opgave

Vier clusters Vier clusters duurzame opwek bij opwek energievraag

Kleinschalige opwek

Getijdenenergie

Blue energy

Daarnaast wordt in het landelijk gebied slim gebruik gemaakt van energieopslag en vraagsturing. Ook maken de Waddeneilanden gebruik van blue energy17, getijdenenergie en grootschalige batterijen, wat ervoor zorgt dat ze vrijwel energieneutraal zijn. De vier grote kernen voorzien voor een belangrijk deel in hun eigen energiebehoefte Het stedelijk gebied heeft weinig ruimte voor energieopwek- en infrastructuur. Toch voorzien de vier kernen (Leeuwarden, Heerenveen, Drachten, Sneek) voor een groot deel in de eigen energievraag. De kernen hebben fors ingezet op energiebesparing in de gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie. Dit voorkomt de noodzaak om extra energie op te wekken in het landschap. De kernen hebben in een significant aantal wijken lokale warmtenetten aangelegd op geothermie, aquathermie of restwarmte in combinatie met seizoensoplag. Biogas wordt gebruik in panden die lastig te isoleren zijn of als back-up voor het warmtenet. Personenvervoer is volledig fossielvrij. Net-bewust en bidirectioneel laden via publieke laadpalen is de norm. Batterijen met grote vermogens om snel te laden zijn hierin onmisbaar op bijvoorbeeld logistieke knooppunten. De relatief grote dakoppervlakten van distributiecentra worden gebruikt voor grootschalige zon op dak. Industriële clusters worden gekenmerkt door een combinatie van grote energievraag en grootschalige opwek.

Er wordt duurzame elektriciteit op bedrijventerreinen geproduceerd waarmee de kernen een groot deel van de eigen energievraag opwekken en bijdragen aan een efficiënt systeem omdat deze elektriciteit relatief dichtbij weer ingezet of opgeslagen kan worden. In totaal produceren deze kernen ongeveer 1,5 TWh aan duurzame elektriciteit op bedrijventerreinen18, wat een aanzienlijk deel is van de Friese energievraag. 16.

Op basis van een combinatie van windturbines en zonnepanelen (in vermogensverhouding van 1:1). Voor wind is uitgegaan van een ruime opstelling van 20 hectare per turbine, een vermogen van 5 MW per turbine en 3500 vollasturen. Ter vergelijking: het NP RES gaat uit van een windmolenpark van 10 molens van 450 hectare (4,5 ha hectare per turbine) en een vermogen van 5,6 MW per turbine. Voor de zonnepanelen is gerekend met 950 vollasturen

17.

en is rekening gehouden met curtailment (500Zo vermogen = 9007o opbrengst). De potentie van blue energy kan alleen verwezenlijkt wordt als er voldoende zoet water beschikbaar is. Dit moet

18.

nader onderzocht worden. Schatting op basis van een door de provincie Fryslân uitgevoerde GIS-analyse van de beschikbare oppervlakte voor duurzame opwek op bedrijventerreinen bij Leeuwarden, Heerenveen, Drachten en Sneek. Dezelfde aannames zijn gedaan als genoemd bij voetnoot 16, maar er is voor een ruimere opstelling gekozen van 30 ha/windmolen. Er is echter geen rekening gehouden met landelijke afstandsnormen of huidige plannen van de gemeenten. Het is zaak om het praktisch potentieel op de bedrijventerreinen van de vier grote kernen nader te bepalen.

32

FRIESE ENERGIEVISIE

33

Friese Energietafel 3.2 Implicatie op de ruimte In deze Energievisie is uitgebreid ingegaan op het energiesysteem in relatie tot het Friese Ruimte nodig

landschap en de leefomgeving. Beleidsmatige ruimte is hard nodig om de leidende principes te

Doel van

kunnen omzetten naar acties die bijdragen aan het toekomstige energiesysteem. Ook fysieke

benodigde

ruimte is nodig voor een toekomstbestendig en duurzaam energiesysteem, maar hier moet

Scenario

ruimte

op bedrijven­ terreinen grote kernen

Hoeveel opwekclusters in buitengebied nodig (van 400 ha)?

Ruimte in buitengebied nodig voor opwekclusters

zorgvuldig mee om worden gegaan. Ruimtelijke ontwikkelingen worden integraal afgewogen. Energie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingsvisies. Ruimtelijke afspraken en principes die de deelnemers van de Friese Energietafel in deze Energievisie vastleggen worden bekrachtigd in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Gemeentelijke Omgevingsvisies (GOVI). Dit zijn bijvoorbeeld ruimtelijke principes over clustering van productie van energie, het plaatsen van

Grootschalige opwek van zon-en windenergie

Geschat potentieel bedrijventerreinen bij vier kernen volledig benutten (zie voorbeeld figuur 3.1)

1600 ha

4

1600 ha

Geschat potentieel bedrijventerreinen bij vier kernen 500Zo benutten

800 ha

6

2400 ha

Geschat potentieel bedrijventerreinen bij vier kernen niet benutten

0 ha

8

3200 ha

energieaanbod bij vraag en het ‘schaal bij schaal’-principe. Daarnaast kan er via de POVI en GOVI ruimte gereserveerd worden die nodig is voor het Friese energiesysteem. Dit is ruimte die nodig is voor productie, productie, opslag en infrastructuur. Het uitgangspunt nu is om zoveel mogelijk op daken te leggen en andere opties, zoals geschetst in de zonneladder. Maar alleen daarmee komen we er niet. In tabel 3.1 geven we een schatting van de hoeveelheid ruimte die nodig is voor grootschalige duurzame productie van elektriciteit in Fryslân tot 2050. Deze ruimte is nodig om evenveel energie op te wekken als te gebruiken in Fryslân. We geven drie scenario’s weer, afhankelijk van hoeveel productie er op bedrijventerreinen van de vier grote kernen gerealiseerd wordt. Indien het totale potentieel voor de productie van duurzame elektriciteit benut wordt op de bedrijventerreinen van de vier kernen (Leeuwarden, Heerenveen, Drachten en Sneek) kost dit ongeveer 1600 ha aan ruimte op deze terreinen. Om energieneutraal te worden, kost dit aanvullend nog 1600 ha (vier clusters van 400 hectare) aan landoppervlak in het buitengebied. Indien er minder productie wordt gerealiseerd op de bedrijventerreinen van de vier kernen, kost dit extra ruimte in de opwekclusters.

Als er geen aanvullende opwek wordt gerealiseerd op de bedrijventerreinen, zou dit acht clusters van 400 ha (3200 ha) in het buitengebied kosten. Er is niet alleen ruimte nodig voor energieproductie, maar ook voor energie-infrastructuur en -opslag. Benodigde ruimte voor opslag wordt nader bepaald in de opslagstrategie en batterijbeleid dat respectievelijk door de deelnemers van de FET en de provincie Fryslân opgesteld zal worden. Benodigde ruimte voor grotere verdeelstations wordt nader bepaald in de pMIEK 2.0, die begin 2025 wordt vastgesteld. Er is daarnaast nog veel meer ruimte voor energieinfrastructuur nodig, voor kabels, kleinere verdeelstations en voor duizenden trafostations (middenspanningsruimtes). Naast bovengrondse uitbreidingen van energie-infrastructuur zijn er ook vele kilometers aan ondergrondse kabels benodigd. De ruimtelijke impact hiervan moet nader worden bepaald. In de bijlage wordt per ontwikkelpad de impact van systeemkeuzes op de hoeveelheid onderstations en middenspanningsruimtes getoond.

FRIESE ENERGIEVISIE

Tabel 3.1 Inschatting benodigde ruimte voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit tot 2050

Friese Energietafel

Figuur 4.1 Schematisch overzicht van vervolgstappen en borging van Friese Energievisie.

4.1 Energievisie en pMIEK 2.0 De Energievisie is onderdeel van het proces Integraal programmeren. Met integraal wordt bedoeld het maken van plannen over de vraagsectoren heen (mobiliteit, industrie, gebouwde omgeving

4. BORGING EN UITVOERING

en landbouw). Dit is een cyclisch proces bestaande uit vijf stappen. Deze stappen komen overeen met de nationale handreiking voor het proces welke is opgesteld door de werkgroep Integraal Programmeren19 (figuur 4.2).

De Friese Energievisie is géén blauwdruk van het toekomstige energiesysteem, maar geeft wel

We zien de energietransitie als een estafette, waarbij we gezamenlijk de uitdaging aangaan om de

richting. De borging van het agenderende karakter van deze visie krijgt vorm via drie sporen, die

eindstreep te halen. We kijken verder dan individuele bestuursperiodes en gemeentegrenzen en

ook onlosmakelijk van elkaar zijn verbonden:

streven gezamenlijk naar een succesvolle finish.

^ Als input en onderdeel van Integraal Programmeren om sturing te geven aan de investeringen in

Elke twee jaar zal er in Fryslân een nieuwe pMIEK worden opgeleverd, om te beginnen in 2025

het energienetwerk met pMIEK als (tussen)product. Een periodieke herijking van de Energievisie

(hoofdstuk 4.3). De Energievisie zal elke vier jaar geëvalueerd en, indien nodig en gewenst,

wordt ook afgestemd op dit cyclisch traject.

geactualiseerd worden.

^ Als input en bouwsteen voor de Provinciale en Gemeentelijke Omgevingsvisies. ^ Als gezamenlijke visie en product van de Friese Energietafel. De Energievisie is richtinggevend

In 2024 stelt een nieuwe Friese Energietafel het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur

voor de uitvoering van de bestaande samenwerking waarbinnen elke organisatie zijn eigen

Energie en Klimaat (pMIEK 2.0) op, waarin de uitvoering van projecten ter uitbreiding van de

bevoegdheid en verantwoordelijkheid behoudt. De visie wordt gebruikt voor een herijking en

energie-infrastructuur wordt geprioriteerd. Landelijk is bepaald dat dit programma begin 2025

vernieuwing van de huidige uitvoeringsagenda.

opgeleverd moet worden.

19. De werkgroep bestaat uit een samenwerking van IPO, VNG, Unie van Waterschappen, Netbeheer Nederland, NP RES, TNO en van de ministeries Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

36

FRIESE ENERGIEVISIE

37

Friese Energietafel Hiertoe maken we voor alle regio’s ontwikkelpaden zoals in deze visie al voor drie gebieden is gedaan (bijlage 1). Deze ontwikkelpaden geven inzicht in de systeemkeuzes die voorliggen per gebied en de energie-infrastructuurprojecten die hiervoor benodigd zijn. Parallel werken we aan een Fries afwegingskader op basis van het nationale afwegingskader en de leidende principes uit deze visie. Dit kader wordt richting het pMIEK gebruikt om bepaalde energieinfrastructuurprojecten te prioriteren boven andere. Deze projecten, zoals de uitbreiding van onderstations of de aanleg van een warmtenet, volgen uit de verschillende ontwikkelpaden. In deze Energievisie zijn ook een aantal onderzoeksprojecten geagendeerd voor de pMIEK 2.0 of 3.0 (hoofdstuk 4.3). Als eindresultaat geeft het pMIEK een overzicht van energie-infrastructuurprojecten van regionaal belang die het meest bijdragen aan het realiseren van deze regionale Energievisie. Het pMIEK bevat verschillende type projecten die voldoen aan een bepaalde schaal. Tijdens het traject om te komen tot het pMIEK worden er afspraken gemaakt over de doorwerking van het pMIEK in de investeringsplannen van netbeheerders. Elke twee jaar wordt het pMIEK geactualiseerd. Figuur 4.2

4.2 Ruimtelijke ordening Deze Energievisie levert input voor de Provinciale en Gemeentelijke Omgevingsvisies. In de Energievisie staat de richting waar het energiesysteem van de toekomst heen gaat bewegen. Deze richting is gebaseerd op de feitelijke en verwachte ontwikkelingen van vraag en aanbod van verschillende sectoren en op basis van ambitie, richtinggevende principes en toekomstbeeld die zijn geformuleerd door de deelnemers van de Friese Energietafel. Ook staat in hoofdstuk 3 toegelicht wat de benodigde ruimte zal zijn voor de clusters met duurzame elektriciteit. De consequenties van de Energievisie voor de ruimtelijke ontwikkelingen worden in het proces van de herijking van de Provinciale Omgevingsvisie en Gemeentelijke Omgevingsvisies afgewogen tegen ook andere opgaven die (zowel beleidsmatige als fysieke) ruimte vragen. Waar mogelijk worden koppelkansen zoveel mogelijk benut. De afronding van de herijking van de Provinciale Omgevingsvisie wordt in 2026 verwacht. De gemeentelijke Omgevingsvisies en omgevingsplannen kunnen richting geven aan de inpassing van de benodigde infrastructuur. Het gaat daarbij niet alleen over de grote verdeelstations (de onderstations), maar ook over kabeltracés, kleinere

Cyclus integraal

verdeelstations en de enorme hoeveelheid transformatorhuisjes die in dorpen, wijken en buurten

programmeren.

die in de komende jaren (in verband met de toenemende elektrificatie) een plek moeten krijgen. Na de vaststelling van de Provinciale Omgevingsvisie volgt het Provinciale Omgevingsprogramma dat de ruimtelijke consequenties van het nieuwe, duurzame, energiesysteem, verder in detail uitwerkt. Hierop wordt de invulling van de Provinciale Omgevingsverordening gebaseerd. Waar nodig worden de regels in de Provinciale Omgevingsverordening hierop aangepast.

FRIESE ENERGIEVISIE

39

Friese Energietafel 4.3 Doorwerking in andere, ook sectorale, beleidsplannen

4.4 Uitvoeringsagenda Energievisie

Enerzijds is deze visie gebaseerd op andere sectorale plannen en anderzijds zal deze visie

De Friese Energievisie is agenderend van aard; dat betekent dat er met de vaststelling van deze

doorwerken in sectorale plannen, bijvoorbeeld plannen op het gebied van mobiliteit, economie,

visie leidende principes worden vastgesteld voor een Fries toekomstig energiesysteem en dat

landbouw, wonen, de RES, natuur en landschap en samenleving.

er nog openstaande keuzes en nadere uitwerking geagendeerd worden. Door de keuzes en uitwerking te agenderen en tijdig te maken, kunnen alle deelnemers van de Friese Energietafel

De basis van deze visie is gelegd door de ontwikkelingen en bijbehorende energievraag en

(FET) de nodige voorbereidingen treffen voor de uitrol van een volledig duurzaam energiesysteem.

-aanbod, die bij de verschillende sectoren worden verwacht in beeld te brengen. Deze prognoses zijn terug te vinden in het Kennisdocument dat als bijlage bij deze visie is opgenomen. Verder zijn

De urgentie van stappen zetten kan niet genoeg worden benadrukt. Veel bedrijven en inwoners

de onderwerpen natuur en landschap en samenleving betrokken door deze nadrukkelijk een plek

zijn bezig met verduurzamingsplannen en de daaropvolgende investeringsbeslissingen. Het is

te geven in de leidinggevende principes.

daarom van belang dat er snel keuzes worden gemaakt over de energiemix en locaties.

De doorwerking van deze visie in sectorale plannen zal in de toekomst gaan plaatsvinden. De

De borging en uitvoering van de Energievisie wordt nader geconcretiseerd in een gezamenlijke

energietransitie raakt immers alle beleidsvelden, en vice versa. Daarover zijn nog geen gesprekken

uitvoeringsagenda die in 2024-2025 wordt opgesteld door de organisaties van de Friese

gevoerd, maar dit onderwerp zal een plek kunnen krijgen in de uitvoeringsagenda. Gedurende

Energietafel. Dit is een actualisatie van de huidige FET-uitvoeringsagenda. Deze agenda kan

het traject van het opstellen van de Energievisie is in ieder geval als aandachtspunt benoemd

voorstellen bevatten voor het opstellen van nieuw beleid of het herzien van beleid, maar ook

de relatie met de doelstellingen van het bereiken van de RES-doelen, een circulaire economie,

het uitvoeren van specifieke projecten of acties die door verschillende deelnemers van de FET

klimaatadaptatie en biodiversiteit evenals de relatie met sociaaleconomische aspecten als

opgepakt worden. De RES wordt elke twee jaar beoordeeld en zo nodig herijkt indien er sprake is

betaalbaarheid en beschikbaarheid van energie voor alle inwoners in Friesland.

van bijgesteld ambities. Voor 1 juli 2025 dient de volgende voortgangsrapportage van de RES 1.0 óf de herijking naar een RES 2.0 ingediend te worden bij het NP RES. De uitvoering past binnen de afspraken die gemaakt zijn bij ondertekening van het Samenwerkingsdocument Friese Energietafel. Binnen de Friese Energietafel behoudt elke organisatie zijn eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid. Voor de uitvoering zullen menskracht en middelen worden vrijgemaakt. Eén en ander is ook afhankelijk van de middelen van het Rijk, die moeten zorgen voor een blijvende ondersteuning. Het lobbyen daarvoor zal ook onderdeel uitmaken van de uitvoeringsagenda. Met het opstellen, uitvoeren en monitoren van de uitvoeringsagenda houden de deelnemers van de FET grip op de uitvoering op de kortere termijn en blijven ze op koers volgens de principes voor het energiesysteem op de langere termijn. Een initieel (niet uitputtend) overzicht van acties per leidend principe die opgenomen kunnen worden in de uitvoeringsagenda, staan in bijlage 5.

40

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE CONCEPT

41

Friese Energietafel

BIJLAGEN BIJLAGE 1: ONTWIKKELPADEN De Energievisie geeft inzicht in de leidende principes en inrichting van het toekomstige Friese energiesysteem. Deze bijlage geeft een gebiedsgerichte uitwerking van de systeemkeuzes die voorliggen om de overstap te maken naar een duurzaam energiesysteem. Welke keuze gemaakt wordt door een sector of door overheden, heeft invloed op de type en de hoeveelheid infrastructuur die benodigd is. Sommige keuzes zijn al gemaakt binnen een gebied, maar vaak moeten er nog knopen doorgehakt worden. Deze bijlage geeft inzicht in de keuzes die voorliggen, en de consequenties van deze keuzes voor de infrastructuur en ontwikkelduur. In dit hoofdstuk worden er drie gebiedsgerichte ontwikkelpaden getoond: voor gemeente Noardeast-Fryslân, voor de regio Harlingen-Waadhoeke en voor de stad Leeuwarden. Deze ontwikkelpaden zijn illustratief voor 1) een landelijke gemeente (Noardeast), 2) een stad (Leeuwarden) en 3) een plek waar vraag en aanbod bij elkaar komt (Harlingen-Waadhoeke). Elk ontwikkelpad geeft een overzicht van mogelijke verduurzamingsroutes per sector, wanneer er naar verwachting keuzes gemaakt (moeten) worden en de consequenties van deze keuzes voor de nodige uitbreiding van energie-infrastructuur en bronontwikkeling.

De data van de regio-analyses, welke een perspectief hebben tot 2030/2035, hebben voor deze periode ook als basis gediend voor de ontwikkelpaden. De ambitie is om in 2024 voor andere gebieden in Fryslân ook ontwikkelpaden te maken in voorbereiding op de pMIEK 2.0 (zie hoofdstuk 4). De drie ontwikkelpaden uit deze bijlage fungeren dus als voorbeeld waar andere gebieden van kunnen leren en hebben verder geen status. In de praktijk vraagt energietransitie met stakeholders een zorgvuldig proces. Het gezamenlijk bouwen aan gemeenschappelijke handelingsperspectieven en het leren van elkaar is hier een belangrijk onderdeel van. De ontwikkelpaden zijn bedoeld om een onderbouwd gesprek te faciliteren tussen overheden en maatschappelijke partners. De ontwikkelpaden zijn beschreven met een technisch perspectief, maar om te komen tot daadwerkelijke keuzes zullen er zorgvuldige processen door alle deelnemers van de FET gefaciliteerd worden. De ontwikkelpaden beschrijven dus het ‘wat’ en nog niet het ‘hoe’.

FRIESE ENERGIEVISIE

Friese Energietafel 1.1 Methodiek ontwikkelpaden

1.2 Gemeente Noardeast-Fryslân

De ontwikkelpaden in hoofdstuk 1.2 t/m 1.4 geven inzicht in systeemkeuzes voor een aantal

Gemeente Noardeast-Fryslân is een grote gemeente in het noordoosten van Friesland. Het is een

segmenten (sectoren of subsectoren) voor zowel energievraag (grijze kaders) als energieproductie

landelijke gemeente met een aantal dorpen en Dokkum als grootste stad. De gemeente kenmerkt

(groene kaders). De sectoren die de grootste impact hebben op het energiesysteem en

zich door een grote hoeveelheid groen-gasinvoeders, een industrieel cluster (met o.a. bakkers)

het elektriciteitsnet, zijn meegenomen in de figuren. Dit is gebaseerd op de analyse die is

bij Hallum en de verduurzaming van de gebouwde omgeving en mobiliteit in de dorpen en stad

uitgevoerd in het Kennisdocument (bijlage 4). In figuur 1.1 is er een legenda opgenomen voor

Dokkum. Vanuit Holwerd vertrekt de veerdienst richting Ameland.

de drie ontwikkelpaden. Alleen de segmenten met de grootste impact op de energiebalans en het elektriciteitsnetwerk zijn opgenomen in de ontwikkelpaden en kunnen variëren per

In alle segmenten is volledige elektrificatie van vraag en productie is mogelijk, maar voor elk

gebied. Aan de linkerkant van de ontwikkelpaden staan diverse mijlpalen en beslismomenten

segment zijn er ook alternatieve energiebronnen- en dragers mogelijk. De provincie Fryslân en

beschreven die richtinggevend zijn voor de systeemkeuzes die gemaakt worden. Deze besluiten

de gemeente Leeuwarden hebben gedeeltelijk invloed op de systeemkeuzes die gemaakt worden

worden door gemeenten, provincie, het Rijk of het bedrijfsleven genomen. Sommige zaken zijn

voor de mobiliteit, gebouwde omgeving en duurzame opwek.

randvoorwaardelijk of kaderstellend voor een keuze in een gebied, zoals de Wet collectieve warmte of het vaststellen van de nieuwe Omgevingsvisie Fryslân.

Doorwerking leidende principes in ontwikkelpad De vijf leidende principes die in deze visie worden vastgesteld hebben betrekking op

Voor elke systeemkeuze zijn er verschillende opties uitgewerkt (langs de vier energiedragers),

energiebesparing, duurzame productie van energie met meerdere bronnen, een goede inpassing

met elk een bepaalde duur voor de uitbreiding van infrastructuur of ontwikkeling van duurzame

in het landschap en energiesysteem en de flexibiliteit van het energiesysteem. Deze principes

energiebronnen. Per energiedrager wordt er aangegeven welke bron of techniek worden

werken met name door in de ontwikkelpaden door te kiezen voor duurzame alternatieven, naast

overwogen in het gebied. Vaak zijn er ook combinaties aangegeven als optie. Een collectief

elektriciteit, door zo veel mogelijk energieproductie (bij energievraag) te clusteren en door te

warmtenet zal bijvoorbeeld vaak ook elektriciteit vragen en daarnaast zullen niet alle gebouwen

kiezen voor slimme oplossingen ten behoeve van de flexibiliteit van het elektriciteitsnet.

op een warmtenet overstappen in een dorp of stad. Leidende principes volgen Voor de duur van de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hanteert Liander een periode van

Wanneer de leidende principes worden toegepast, wordt in verschillende sectoren voor

8-10 jaar (aanleg nieuw onderstation). Voor de aanleg van een warmtenet is dit korter, namelijk

alternatieve energiebronnen gekozen om het elektriciteitsnetwerk minder te belasten. Gemeenten

zo’n 4-6 jaar. In alle drie de gebieden is er een regio-analyse uitgevoerd. De inzichten en data uit

en provincie en Rijk kunnen de keuze voor de gebouwde omgeving, mobiliteit en duurzame

deze analyses zijn overgenomen in de ontwikkelpaden.

opwek (deels) zelf maken of invloed op uitoefenen met beleid, (financiële) ondersteuning of bewustwording bij ondernemers. Overheden en ondernemers zouden volgens de principes ook sterk inzetten op de versterking van de flexibiliteit van het lokale energiesysteem met batterijen,

Figuur bijlage 1.1 Legenda bij ontwikkelpaden

Legenda voor ontwikkelpad

Besluit 8i Beleid

seizoensopslag of conversie. Wanneer de leidende principes worden toegepast, zou: Symbool

We rkzaa m hed e n

A

Elektrificatie

© Netuitbreiding nodig

terwijl de netbeheerder benodigde uitbreidingen realiseert. In 2029 zijn de concessies

Q Provinciebesluit

Biodiesel

^ Bronontwikkeling nodig

voor de Friese veerdiensten naar de Waddeneilanden verlopen. Op dit moment wordt de

O Gemeentebesluit

Groengas

m Batterij nodig

Q Bedrijfsbesluit

Uitbreiding of extra onderstation

0

Rijksbesluit

ţ Mijlpaal Randvoorwaardelijk of kaderstellend beleid/proces

a

,j- į

Zonne-energie Windenergie

A Duurzame warmtebron

Bron en infrastructuur gereed

aanbestedingsprocedure voorbereid. De kaders die hierin leidend zijn bepalen in grote mate de wijze van systeemkeuze die voor de veerdiensten gemaakt wordt. ^ De gebouwde omgeving voor een klein deel overgaan op een collectieve warmtevoorziening. Anjum en Dokkum zijn in de Transitievisie Warmte van de gemeente aangewezen als

Type energiedrager Elektriciteit ^ Watmte Biogas of -brandstof WaCerstof

44

^ De veerdienst (als transitiemiddel) naar Ameland tijdelijk op biobrandstof kunnen varen

startkernen. Hier wil werkt de gemeente aan wijkuitvoeringsplannen en heeft de ambitie rond in 2030 een lokaal warmtenet te hebben gerealiseerd. ^ De (bakkers)industrie in Hallum energie dichtbij vraag realiseren en alternatieve energiebronnen gebruiken, zoals duurzame warmte of groen gas. Er vinden momenteel gesprekken tussen de provincie, gemeente en ondernemers plaats over de mogelijke verduurzamingsroutes in Hallum.

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE CONCEPT

45

Friese Energietafel ^ De gemeente productie van duurzame energie realiseren, geclusterd en, naast zonne-energie,

Implicaties voor energie-infrastructuur

Figuur bijlage 1.3 Schets van energie-

ook windenergie en groen gas. Vanwege de grote potentie aan groen gas in de gemeente zijn

De twee hierboven beschreven scenario’s hebben verschillende implicaties voor de energie-

infrastructuur in Noardeast

monovergisters kansrijk.

infrastructuur.

Fryslân in 2050.

Bij het minimaal belasten van het elektriciteitsnetwerk, doordat er bijvoorbeeld wordt gekozen voor een ander pad (warmte of biogas) dan elektrificatie, zijn niet alle uitbreidingen nodig. Uiteraard is dit helemaal afhankelijk van de locatie en de grootte van het verschil in elektriciteitsvraag groei tussen de paden. De consequenties van dit scenario op de infrastructuur zijn hieronder en in figuur 1.3 nader toegelicht.

Figuur bijlage 1.2 Ontwikkelpad Noardeast-Fryslân

Elektrificatiepad In het gebied Noardeast-Fryslân lijkt er bij inzet op het electrificatiepad een extra onderstation nodig te zijn om aan de elektravraag te voldoen. Als de elektrificatievraag toeneemt moeten ook de bestaande stations maximaal worden uitgebreid. Daarnaast zijn er ook meer elektriciteitshuisjes (MSR’s) nodig om de energievraag in met name van de gebouwde omgeving op te vangen. De flexibiliteit en opslag behoefte zal in vergelijking tot de andere gebieden minder nodig zijn vanwege een lagere totale energievraag en piekbelasting in dit gebied. Door relatief minder duurzame opwek en mobiliteit is er minder piekbelasting op het netwerk. Leidende principes Bij de keuze voor warmte of biogas ontstaat er meer ruimte in het elektriciteitsnet op zowel de middenspanning als op de hoogspanning (onderstation niveau). Er zijn naar schatting ook hier veel minder elektriciteitshuisjes (MSR’s) nodig. Het onderstation Dokkum zal in beide paden uitgebreid moeten worden. Maar de bouw van nieuw onderstation kan mogelijk worden vermeden.

FRIESE ENERGIEVISIE

Friese Energietafel 1.3 Regio Harlingen-Waadhoeke In het noordwesten van de provincie Fryslân, grenzend aan de Waddenzee, ligt het gebied Harlingen-Waadhoeke (figuur 1.4). Dit gebied heeft een gezamenlijk ontwikkelpad omdat de gemeenten Waadhoeke en Harlingen voor een groot deel gebruikmaken van dezelfde energieinfrastructuur. Zo worden Harlingen en Waadhoeke allebei gevoed vanuit onderstation Herbaijum. Het oostelijke gedeelte van Waadhoeke wordt gevoed vanuit onderstation Leeuwarden. Gemeente Harlingen wordt gekenmerkt door de Port of Harlingen, vanuit waar dagelijks meerdere veerboten naar Terschelling en Vlieland vertrekken. Er ligt ook een grote industriehaven, er is visserij en de bruine vloot. Op een klein oppervlak komt er dus veel bedrijvigheid (en dus energiegebruik) bij elkaar. De verduurzaming op Terschelling en Vlieland is relevant voor Harlingen-Waadhoeke omdat de onderliggende netten ook zijn aangesloten op onderstation Herbaijum en daarmee invloed hebben op de beschikbare capaciteit. Op dit moment is de beschikbare capaciteit gering. Netbeheerders zoeken naar mogelijkheden om de capaciteit rondom Herbaijum te vergroten. Er worden ook gesprekken gevoerd over de aanleg van wadkabels naar de eilanden. Figuur bijlage 1.4 Ontwikkelpad Harlingen-Waadhoeke

De gemeente Waadhoeke heeft flinke ambities voor de productie van duurzame energie. De gemeente werkt aan de ontwikkeling van een Energielandschap waar deze productie wordt geclusterd. De gemeente heeft verschillende opties voor het landschap en bepaalt de precieze inrichting hiervan de komende jaren mede op basis van een gebiedsontwikkelingsproces. Naast het Energielandschap is ook de aanwezigheid van glastuinbouw kenmerkend voor de regio. Waadhoeke is de enige gemeente in Fryslân met glastuinbouw met twee grotere clusters van 60-70 ha (Sexbierum en Berlicum). Deze sector heeft verschillende verduurzamingsopties, zoals elektrificatie, duurzame warmte of groen gas en het is nog niet duidelijk waar de voorkeur ligt van de tuinders. De keuze die genomen wordt heeft mogelijk grote impact op het elektriciteitssysteem Er is een grote relatie tussen de keuzes die gemaakt worden in het Energielandschap en de verduurzamingsroute van de glastuinbouw. Het ontwikkelpad Harlingen-Waadhoeke (figuur 1.3) kenmerkt zich primair door de verduurzaming van de veerdienst en logistiek, de glastuinbouw, de gebouwde omgeving, de industrie en het Energielandschap, d. In dit ontwikkelpad is volledige elektrificatie van energievraag en -productie mogelijk voor alle segmenten, maar er zijn alternatieven beschikbaar.

Het Rijk, de provincie Fryslân en de gemeenten Waadhoeke en Harlingen hebben gedeeltelijk invloed op de systeemkeuze die gemaakt wordt voor de veerdienst, de gebouwde omgeving en het Energielandschap. Doorwerking leidende principes in ontwikkelpad Leidende principes volgen Wanneer de leidende principes worden toegepast, wordt in verschillende sectoren voor alternatieve energiebronnen gekozen om het elektriciteitsnetwerk minder te belasten. Gemeenten, provincie en Rijk kunnen de systeemkeuze voor de veerdienst, de gebouwde omgeving en het Energielandschap gedeeltelijk zelf maken of beïnvloeden. De overheden kunnen invloed uitoefenen op keuzes die in de overige segmenten gemaakt worden, met beleid, (financiële) ondersteuning of bewustwording bij ondernemers. Overheden en ondernemers zouden volgens de principes ook sterk inzetten op de versterking van de flexibiliteit van het lokale energiesysteem met batterijen, seizoensopslag of conversie. Wanneer de leidende principes worden toegepast, zou: ^ De veerdiensten naar Terschelling en Vlieland (als transitiemiddel) tijdelijk op biobrandstof kunnen varen terwijl de netbeheerder benodigde uitbreidingen realiseert. In 2029 gaan de nieuwe concessies in voor de Friese veerdiensten naar de Waddeneilanden. Op dit moment wordt de aanbestedingsprocedure voorbereid.

De kaders die hierin leidend zijn bepalen in grote mate de wijze van systeemkeuze die voor de veerdiensten gemaakt wordt. ^ De zwaardere logistiek en binnenvaart op groen gas of biobrandstof kunnen overstappen als alternatief voor elektrificatie.

48

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

49

Friese Energietafel ^ De gebouwde omgeving, industrie en glastuinbouw, naast elektrificatie, ook gebruik maken

Implicaties voor energie-infrastructuur

Figuur bijlage 1.5

van duurzame warmtebronnen (restwarmte, aquathermie of geothermie) en/of groen gas

De twee hierboven beschreven scenario’s hebben verschillende implicaties voor de energie-

Schets van energie-

in combinatie met (seizoens)opslag. Gemeenten Waadhoeke en Harlingen hebben de regie

infrastructuur. Het scenario dat leidende principes hanteert, resulteert in gevarieerde

voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving via de TVW, warmteprogramma en

infrastructuur en minder uitbreiding van of nieuwe onderstations.

^ Het Energielandschap, naast zonne-energie, ook windenergie en duurzame warmte produceren Hl'|'| Oļl fĻļttJůJ ^íifviŕ

De consequenties van dit scenario op de infrastructuur zijn hierna en in figuur 1.5 nader toegelicht. Elektrificatiepad Het scenario waarin overheden en bedrijven inzetten op elektrificatie, waarbij andere energiebronnen- en dragers minimaal worden toegepast en er niet wordt ingezet op slimme oplossingen, is vanuit het energiesysteem en het elekriciteitsnetwerk onwenselijk. Dit scenario volgt niet de leidende principes uit de Energievisie. In dit scenario zijn er grote uitbreidingen van de elektriciteitsinfrastructuur nodig, wat tijd, uitvoeringskracht en geld kost. Netcongestie blijft in dit scenario een belemmerende factor, ook op de langere termijn. Wanneer de veerdienst, de logistiek, de glastuinbouw, de industrie en de gebouwde omgeving volledig elektrificeren in Harlingen-Waadhoeke, wordt dit scenario in dit gebied werkelijkheid. Gezien de grote vermogensvraag die elektrificatie in de segmenten vraagt, is het vroegtijdig informeren van de netbeheerders van groot belang. In vrijwel alle segmenten vindt momenteel al elektrificatie

Ll'-lri -kŕliupod

bttOtmĴť principe

plaats. De Port of Harlingen kampt bijvoorbeeld op dit moment al met problemen om nieuwe -3

netaansluitingen te krijgen. Door niet tijdig te kiezen voor een andere energiebron of -drager, zal

.-.r-r ti *,****.i

het elektrificatiescenario automatisch werkelijkheid worden. De consequenties van dit scenario op de infrastructuur zijn hieronder en in figuur 1.5 nader toegelicht. Elektrificatiepad Er wordt met name impact verwacht op het middenspanningsnet als het electrificatiepad (links) zich ontvouwd. Er zijn veel elektriciteitshuisjes (middenspanningsruimten: MSR’s) nodig om de energievraag van huishoudens, elektrisch vervoer, landbouw en midden- en klein bedrijf op te kunnen vangen. Op onderstation niveau zijn er drie nieuwe stations nodig. Eén 110/50/20W station en twee 50/20W stations. Deze zullen naar mate de elektrificatievraag toeneemt ook maximaal uitgebreid moeten worden in de toekomst. Deze stations zijn nodig om de grotere ontwikkelingen rondom glastuinbouw, industrie en het energielandschap te faciliteren. Ook zal er een grote flexibiliteit en opslag behoefte zijn om het elektriciteitsnet en energievraag en aanbod in balans te houden. Met name de veerdiensten, industrie en logistiek hebben ook energie nodig als het niet waait of de zon niet schijnt. Voor de warmtevraag in de gebouwde omgeving is daarnaast seizoensopslag of import van energie nodig om de energiebalans te waarborgen.

FRIESE ENERGIEVISIE

Harlingen-Waadhoeke in 2050 in twee scenario’s.

wijkuitvoeringsplannen. (zonthermie wordt momenteel door de gemeente overwogen voor de inzet in de glastuinbouw).

infrastructuur in

Friese Energietafel ^ Gemeente Leeuwarden de bedrijventerreinen maximaal benutten voor productie van duurzame

Leidende principes Bij het realiseren van meer warmte infrastructuur en meer inzet op biogas betekent dit concreet

energie. Zo wordt er energieaanbod dicht bij vraag gerealiseerd en zorgt windenergie voor een

minder investeringen in het elektriciteitsnet op middenspanning- en hoogspanningsniveau. Er

relatief lagere impact op het elektriciteitsnet dan zonne-energie. De gemeente heeft de ambitie

zijn significant minder elektriciteitshuisjes nodig en de drie nieuwe onderstations hebben minder

om 35 windturbines te realiseren op bedrijventerreinen in Leeuwarden. De gemeente geeft

investeringen voor uitbreiding nodig in de toekomst. Daarnaast zorgen de andere energiedragers

voorkeur van windenergie boven zon-pv. De gemeente is van plan een belemmeringenstudie

(warmte en biogas) voor een betere balancering in het totale energiesysteem.

te doen naar windturbines op bedrijventerreinen in Leeuwarden. De uitkomsten van dit onderzoek, deze Energievisie en de nieuwe Provinciale Omgevingsvisie bepalen in hoge mate wat de gemeente in haar nieuwe Energieagenda zal opnemen.

1.4 Leeuwarden Leeuwarden is als Friese hoofdstad meegenomen als ontwikkelpad (figuur 1.6). Leeuwarden

De consequenties van dit scenario op de infrastructuur zijn hieronder en in figuur 1.7 nader

kenmerkt zich door de aanwezigheid van bedrijventerreinen met voedingsmiddelenindustrie,

toegelicht.

een grote verduurzamingsopgave in de gebouwde omgeving en een hoge ambitie van duurzame productie van duurzame elektriciteit. Ook in dit ontwikkelpad is volledige elektrificatie van

Elektrificatiepad

energievraag en -productie mogelijk voor alle segmenten, maar ook hier zijn er alternatieven

Ook voor Leeuwarden is er een scenario denkbaar met maximale elektrificatie van energievraag

beschikbaar. De provincie Fryslân en de gemeente Leeuwarden hebben gedeeltelijk invloed op de

en -aanbod. Dit scenario volgt niet de leidende principes uit de Energievisie. In vrijwel alle

systeemkeuzes die gemaakt worden voor de mobiliteit, gebouwde omgeving en duurzame opwek.

segmenten vindt momenteel al elektrificatie plaats. In de periode 2022-2030 wordt in Leeuwarden

Doorwerking leidende principes in ontwikkelpad

snelheid van elektrificatie, bijvoorbeeld bij de industrie, waardoor een groei van meer dan 100%

Leidende principes volgen

tot 2030 niet uitgesloten is. Door niet tijdig te kiezen voor alternatieve energiebronnen en -dragers,

Wanneer de leidende principes worden toegepast, wordt in verschillende sectoren voor

wordt het maximale elektrificatiescenario werkelijkheid. De consequenties van dit scenario op de

alternatieve energiebronnen gekozen om het elektriciteitsnetwerk minder te belasten. Gemeenten

infrastructuur zijn hieronder en in figuur 1.7 nader toegelicht.

een groei van 30% van de elektriciteitsvraag verwacht. Er is veel onzekerheid over de mate van en

Figuur bijlage 1.6 Ontwikkelpad Leeuwarden

en provincie en Rijk kunnen de keuze voor de gebouwde omgeving, mobiliteit en duurzame opwek (deels) zelf maken of invloed op uitoefenen met beleid, (financiële) ondersteuning of bewustwording bij ondernemers. Overheden en ondernemers zouden volgens de principes ook sterk inzetten op de versterking van de flexibiliteit van het lokale energiesysteem met batterijen, seizoensopslag of conversie. Wanneer de leidende principes worden toegepast, zou: ^ Een deel van de (voedingsmiddelen)industrie en bedrijven op een duurzame warmtevoorziening

Mobiliteit Personen

Mobiliteit Logistiek

overstappen. Friesland Campina overweegt bijvoorbeeld het gebruiken van de eigen restwarmte of het boren van een geothermiebron. In Leeuwarden zijn er vooralsnog weinig bedrijven die groen gas willen inzetten als verduurzamingsoptie. Er blijft naar verwachting alsnog een groot deel van de industrie over die zal elektrificeren.

Gebouwde omgeving Warmtetransitie

^ De zwaardere logistiek gedeeltelijk op groen gas of biobrandstof overstappen als alternatief voor elektrificatie. Op termijn (na 2035) zou vrachtverkeer dat langere afstanden moet rijden groene waterstof kunnen overwegen. Vóór die tijd is er niet voldoende groene waterstof beschikbaar

Industrie

in Nederland. Het personenvervoer zal vrijwel zeker gaan elektricifceren. Vanaf 2028 bereidt de gemeente een zero-emissiezone voor in de stad. ^ De gebouwde omgeving voor een belangrijk deel overgaan op een collectieve warmtevoorziening. Er is in de stad potentie voor o.a. geothermie. De gemeente ziet momenteel

Energieproductie..... —4

kansen voor een warmtenet in ongeveer 40% van de wijken in Leeuwarden. Onlangs heeft de gemeente een intentieovereenkomst gesloten voor duurzame warmte in de wijk Heechterp.

Nu

2025

FRIESE ENERGIEVISIE

2030

2035

2050

Friese Energietafel Implicaties voor energie-infrastructuur De twee hierboven beschreven scenario’s hebben verschillende implicaties voor de energie-

BIJLAGE 2: FRIESE ENERGIE-INITIATIEVEN

infrastructuur. Het nieuwe energiesysteem is niet van de ene dag op de andere gerealiseerd. We zitten in een Elektrificatiepad

energietransitie tot 2050 waarbij de invulling van het toekomstig energiesysteem nog geen

Ook in en rondom Leeuwarden wordt met name de impact verwacht op het middenspanningsnet

platgetreden pad is. Daarom is het van belang om lerend vooruit te gaan, stappen te zetten

als het elektrificatiepad zich ontvouwt. Er zullen veel elektriciteitshuisjes (MSR’s) nodig zijn om

en ervaringen op te doen en ook risico’s te nemen. En om weg te gooien wat niet werkt en te

de energievraag van de gebouwde omgeving op te vangen. Op onderstation niveau is er één

behouden en versterken wat kansrijk lijkt.

nieuw station nodig. Een 110/20W onderstation. Deze en huidige stations moeten naar mate de elektrificatievraag toeneemt ook maximaal worden uitgebreid. Ook in dit gebied zal er een

In Fryslân zijn diverse initiatieven die experimenteren met nieuwe en duurzame vormen van

grote flexibiliteit en opslag behoefte zijn voor de industrie en logistieke hubs. Daarnaast is er

energievoorziening. Deze brengen we in beeld om inzicht te krijgen in welke experimenten

seizoensopslag van energie nodig om te voldoen aan de warmtevraag van de gebouwde omgeving

worden gedaan en welke lessen we hieruit kunnen leren. Geleerde lessen kunnen we in de

in de winter.

uitwerkingen van de Energievisie oppakken en meenemen in de uitvoering.

Leidende principes

Op de website van de Friese Energietafel zijn deze initiatieven in een overzicht te vinden. De

Bij een keuze voor warmtenetten of inzet op meer biogas ontstaat er ruimte in het elektriciteitsnet

projecten zijn kort beschreven en bevatten links naar websites waar meer informatie op te

op zowel het middenspanning- als het hoogspanningsnet (onderstation niveau). Er zijn naar

halen is.

schatting veel minder middenspanningsruimten (MSR’s) nodig omdat een groot gedeelte van Figuur bijlage 1.7 Schets van energie~ infrastructuur in Leeuwarden in 2050.

de energievraag opgevangen kan worden door warmte. Het nieuwe onderstation zal er in beide paden moeten komen, maar er is meer capaciteit over op het onderstation in 2050 voor andere ontwikkelingen (zoals op plekken buiten Leeuwarden die op dit onderstation zijn aangesloten).

FRIESE ENERGIEVISIE

Friese Energietafel

BIJLAGE 3: BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN Begrip/afkorting

Toelichting

Centraal energiesysteem

Aquathermie

Het gebruik van warmte en koude uit het oppervlaktewater, drinkwater of afvalwater voor het verwarmen en koelen van gebouwen. De warmte wordt als dat nodig is opgeslagen in de bodem en daarna opgewaardeerd met een warmtepomp. Bron: https://www.nplw.nl/technieken/warmtebronnen/default.aspx

Een energiesysteem waarbij energie op een centraal punt wordt geproduceerd en van daaruit wordt getransporteerd, vaak over grotere afstand, naar de energievragers.

Congestie

Tekort aan transportcapaciteit dat opstopping veroorzaakt, meestal op het elektriciteitsnet, maar soms ook op het gasnet.

Congestiemanagement

Het beter benutten van het energiesysteem door vraag en aanbod in tijd en hoeveelheid meer op elkaar af te stemmen. Meer informatie: https://www.liander.nI/-/media/files/ energietransitie/liander-brochure-mogelijke-oplossingentransportschaarste-versie-juli-2023.pdf

Covergisting

Vergisting van dierlijke mest samen met andere organische afval- of reststoffen. Kan op verschillend schaalniveau plaatsvinden, van boerderijniveau tot grote industriële vergisters. Als restproduct blijft digestaat (het natte eindproduct) over.

Decentraal energiesysteem

Een energiesysteem waarbij opwek en productie vanuit meerdere kleiner locaties getransporteerd wordt naar energievragers in de directe omgeving.

Energiegemeenschap

Een groep van burgers die gezamenlijk hun energie regelt. Meer informatie: https://topsectorenergie.nl/nl/kennisbank/ kennisdossier-energiecollectieven/

Energiehub

Is een lokaal afgebakend energiesysteem dat is verbonden met het openbare energienet. In een energiehub wordt energievraag en -aanbod van gas, warmte en elektriciteit lokaal op elkaar afgestemd. Het streven binnen een energiehub is om de lokale productie en de energievraag zoveel mogelijk gelijktijdig te laten plaatsvinden. Hierdoor wordt het openbare net zo minimaal mogelijk belast en kan er zoveel mogelijk lokale energie worden uitgewisseld zonder afhankelijkheid van de externe energiemarkt. Een energiehub kan veel vormen aannemen, in grootte en organisatie.

Energieneutraal

Evenveel energie duurzaam opwekken of produceren als gebruiken.

Betaalbaarheid

Draaglijke kosten van energie voor gebruikers en lage maatschappelijke kosten voor het energiesysteem voor de samenleving als geheel. Bron: https://open.overheid.nl/ documenten^c656bf0-e388-4baf-88d6-96ac6aa326ddffile

Betrouwbaarheid

Zekerheid van toegang tot energie, oftewel leveringszekerheid. Voor de lange termijn zet, landelijk, het kabinet in op een hogere mate van energie-onafhankelijkheid door eigen productie dan tot nu toe het geval was, integratie in Europa en een diversificatie voor de toevoer van buiten Europa. https:// open.overheid.nl/documenten/9c656bf0-e388-4baf-88d696ac6aa326ddfile

Bodemenergie

Het gebruik van warmte en koude uit de bodem tot een diepte van maximaal 500 meter. Een warmtepomp waardeert de warmte uit de bodem op tot een voor gebouwen bruikbaar niveau. Er wordt onderscheid gemaakt in gesloten (bodemwarmtewisselaar GBES) en open systemen (Warmtekoudeopslag WKO). Bron: https://www.nplw.nl/ technieken/warmtebronnen/default.aspx

Bidirectioneel laden

Twee kanten opladen met de elektrische auto: opladen en elektriciteit leveren. Bron: Feiten en fabels over bidirectioneel laden | ANWB

Biogas

Een gasmengsel dat ontstaat uit biologische afbraak van organisch materiaal (zoals mest, rioolslib of GFT afval) door enzymen. Het bestaat onder meer uit methaan en koolstofdioxide.

Cablepooling

Verschillende energiebronnen (bijvoorbeeld wind- en zonneparken) maken gebruik van één aansluiting. Dit verlaagt maatschappelijke kosten, de doorlooptijd tot realisatie en vermindert het ruimtebeslag. Met een slim managementsysteem wordt gezorgd voor een continue balancering. Bron: Cable pooling - Firan

FRIESE ENERGIEVISIE

Friese Energietafel

Energiesysteem

De verbinding tussen vraag en aanbod, ofwel opwek en productie en gebruik, transport en opslag van verschillende energievormen. Bron: https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiesysteem/nieuwenergiesysteem

Energietransitie

De overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen. Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/ economie/industrie-en-energie/energietransitie

EMS

Energie Management Systeem: software om energieverbruik en energieproductie van een gebouw of industriële installatie nauwkeurig te meten en te analyseren.

FET

Friese Energietafel https://frieseenergietafel.nl/

Fossiele energie

Energie die wordt opgewekt of geproduceerd uit fossiele bronnen als steenkool, aardolie of aardgas. De verbranding van fossiele brandstoffen brengt uitstoot van CO2 -gas met zich mee, dat een versterkt broeikaseffect veroorzaakt, dat weer zorgt voor een opwarming van de aarde.

Fossielvrij

Niet gebruikmakend van fossiele energie

Friese Energietafel

Netwerk van alle overheden, maatschappelijke organisaties, netbeheerders en samenwerkende burgers in Friesland. Bron: https://frieseenergietafel.nl/

Geothermie

Het gebruik van warmte uit de diepe ondergrond vanaf 500 meter en dieper voor het verwarmen van huizen, gebouwen, kassen en lichte industrie, ook wel aardwarmte genoemd. Bron: https://www.nplw.nl/technieken/warmtebronnen/geothermie/ default.aspx

Impact elektriciteitsnet

De effecten op het elektriciteitsnet als gevolg van toenemende vraag en aanbod van elektriciteit. De vraag neemt toe, omdat veel energievragers (bedrijven, woningen, mobiliteit) gaan elektrificeren. Het aanbod neemt toe, omdat er lokaal steeds meer duurzame opwek wordt georganiseerd (zon op dak, zon op land, wind en dergelijke). Deze ontwikkelingen kunnen opstopping (congestie) op het net veroorzaken. Meer informatie: https://vng.nl/sites/default/files/2023-07/ infographic-impact-van-de-warmtetransitie 1.pdf

Klimaatdoelen

De doelen uit het Klimaatakkoord (2019). Dit akkoord is de Nederlandse invulling van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Daarin hebben 195 landen, inclusief Nederland, afgesproken om in 2050 de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius, zo mogelijk 1,5 graden Celsius. Volgens het Klimaatakkoord moet in 2030 de uitstoot in Nederland t.o.v. 1990 49% lager zijn. Inmiddels is deze doelstelling verhoogd tot 55% (Klimaatplan). Gedacht wordt nu aan verdere ophoging van deze doelstelling. In 2050 moet 90% van de CO2 uitstoot zijn teruggebracht. Bron: https://www.klimaatakkoord.nl/

Klimaatneutraal

Alle activiteiten door de mens hebben geen effecten op het klimaat.

Klimaatneutraal Energiesysteem

Een energiesysteem dat geen invloed heeft op het klimaat. Om klimaatneutraal te zijn, moet dit systeem overgaan op hernieuwbare (duurzame) energievormen, zoals groene elektriciteit, gassen, warmte en vervoersbrandstoffen.

Leidende principes

Vuistregels die, in dit geval, richting geven aan de inrichting van het energiesysteem van de toekomst.

GOVI

Gemeentelijke Omgevingsvisie

Mono(mest)vergister

Is het vergisten van mest al of niet op eigen bedrijf om warmte en biogas te leveren.

Groen gas

Hernieuwbaar biogas dat is opgewaardeerd tot dezelfde kwaliteit als aardgas, zodat het geleverd kan worden aan het aardgasnet.

Netcongestie

Tekort aan transportcapaciteit meestal op het elektriciteitsnet, maar soms ook op het gasnet.

Netcongestiemanagement

Het beter benutten van het energiesysteem door vraag en aanbod in tijd en hoeveelheid meer op elkaar af te stemmen. Meer informatie: https:^www.liander.nffVmediafiiles/ energietransitie/liander-brochure-mogelijke-oplossingentransportschaarste-versie-juli-2023.pdf

NPE

Nationaal Plan Energiesysteem is de kabinetsvisie voor het Energiesysteem tot 2050. Deze is vastgesteld in 2023 en wordt elke 5 jaar herzien. Nationaal plan Energiesysteem

Hernieuwbare energie

Energie die afkomstig is van natuurlijke bronnen die op korte termijn continu worden aangevuld, zoals wind, water, zon, bodem, lucht en biomassa. Fossiele energie en kernenergie vallen hier niet onder, omdat deze bronnen niet worden aangevuld. Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/faq/specifiek/wat-ishernieuwbare-energie

FRIESE ENERGIEVISIE

Friese Energietafel

Onafhankelijk

Ontwikkelpaden

60

Onafhankelijk van fossiele brandstoffen betekent dat de samenleving energie gebruikt (of kan gebruiken) zonder dat daar fossiele brandstoffen voor zijn ingezet. Met grotendeels onafhankelijk van energie die van buiten de provincie Fryslân wordt bedoeld dat in hoeveelheid in de provincie evenveel wordt opgewekt als er vraag is. Praktisch gezien zullen er wel elektronen en gasmoleculen de provinciegrens passeren. Routes waarlangs het energiesysteem zich kan ontwikkelen naar een duurzaam energiesysteem van de toekomst. Deze zijn niet ‘af’ maar geven richting volgens de huidige inzichten. Ze kunnen gedurende de rit naar 2050, bij nieuwe inzichten en ontwikkelingen, worden bijgesteld. Bron: Nationaal plan Energiesysteem

OVEF

Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân

pMIEK

Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat. In dit programma, dat elke 2 jaar vernieuwd wordt, staat hoe toegewerkt wordt naar het energiesysteem van de toekomst. Het geeft onder andere aan in welke volgorde aanpassingen, zoals nieuwe of vergroten van elektriciteitsstations, gerealiseerd worden. In Fryslân wordt het programma ontwikkeld door de samenwerkende partijen binnen de Friese Energietafel en door Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân vastgesteld. De regionale netbeheerders (Liander, Stedin) nemen de projecten uit de pMIEK met prioriteit op in hun investeringsplannen. Deze worden telkens ter consultatie aan ‘stakeholders’ aangeboden. In 2025 is de pMIEK 2.0, die gebaseerd wordt op de Energievisie, klaar. https://www.ipo.nl/nieuws/iedere-provincie-eenpMIEK-1-0/

PCES

Provinciale aanpak Cluster Energie Strategie, in Friesland met name Cluster 6: voedingsmiddelenindustrie, keramiek en papier- en kartonindustrie.

PEH

Programma Energiehoofdstructuur, het programma van de Rijksoverheid dat laat zien welke nationale energieinfrastructuur nodig is richting 2050. https://www.rvo.nl/ onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/peh

POVI

Provinciale Omgevingsvisie

RWZI

Rioolwaterzuiveringsinstallatie

Samenwerkingsdocument Friese Energietafel

httpsV/frieseenergietafeLnl/files/fet-samenwerkingsdocument. pdf

SPUK-gelden

Specifieke Uitkering, bijvoorbeeld voor nationale isolatieprogramma, nationaal programma lokale warmte en verduurzaming bedrijventerreinen.

TEA

Thermische energie (warmte) uit afvalwater

TEO

Thermische energie (warmte) uit oppervlaktewater

Toekomstbeeld

Het beeld van de inrichting van het energiesysteem dat de partijen van de Friese Energietafel voor ogen hebben voor de toekomst (2050). Dit is een energiesysteem dat onafhankelijk is van fossiele brandstoffen en waarin de energiebehoefte in Fryslân duurzaam wordt opgewekt of geproduceerd.

TWh

Terawattuur, eenheid voor elektrische energie. Het jaarlijks elektriciteitsverbruik in Nederland schommelt rond de 120 TWh.

WEQ

Woningequivalent. Eenheid van warmtevraag gebruikt in het ontwerpen van warmtenetten.

WKK

Warmtekrachtkoppeling: produceert zowel elektriciteit (kracht) als warmte uit één brandstof (bijvoorbeeld aardgas of biogas). Hierbij komt ook CO2 vrij.

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

61

Friese Energietafel

BIJLAGE 4: KENNISDOCUMENT Deze bijlage is digitaal beschikbaar op de website van de Friese Energietafel. Een fysiek exemplaar kunt u opvragen bij het emailadres van de Friese Energietafel: fet@leeuwarden.nl

BIJLAGE 5: VOORBEELDEN VAN ACTIES IN DE UITVOERINGSAGENDA De borging en uitvoering van de Energievisie wordt nader geconcretiseerd in een gezamenlijke uitvoeringsagenda die in 2024-2025 wordt opgesteld door de organisaties van de Friese Energietafel. Dit is een actualisatie van het huidige FET-uitvoeringsprogramma. Een initieel (niet uitputtend) overzicht van voorbeelden van acties per leidend principe die opgenomen kunnen worden in de uitvoeringsagenda, staan in deze bijlage 5. Ook vindt u dit overzicht op de website van de FET. Fryslân stimuleert energie voor en door de gemeenschap. ^ Per 1 januari 2024 is het Fries Energiehuis van start gegaan, dat dit jaar nader ingericht wordt. Het Energiehuis stimuleert initiatieven en kennisdeling in lokale gemeenschappen. De deelnemers van de FET richten in 2024 het Fries Energiehuis nader in. ^ De deelnemers van de FET werken in 2024 een gezamenlijke Friese definitie uit voor lokale energiegemeenschappen. ^ De deelnemers van de FET verkennen gezamenlijk hoe beleid de samenwerking binnen energiegemeenschappen kan stimuleren en belemmeringen kan wegnemen (o.a. financiering of juridische (on)mogelijkheden). ^ De deelnemers van het FET verkennen samen hoe lokale warmteschappen een succes kunnen worden. ^ In Fryslân worden er in 2024 minstens twee energiegemeenschappen opgericht. Fryslân zet maximaal in op energiebesparing.

De beschikbaarheid van energie is niet altijd vanzelfsprekend. ^ De deelnemers van de FET verkennen een gezamenlijk besparingsdoel. ^ De deelnemers van de FET stellen een gezamenlijk plan van aanpak energiebesparing op met daarin bestaande en nieuwe programma’s, projecten en activiteiten. Dit plan wordt opgenomen in de uitvoeringsagenda die naar aanleiding van deze Energievisie opgesteld wordt. ^ De deelnemers van de FET verkennen met het bedrijfsleven hoe bedrijven kunnen besparen, hoe ze zoveel mogelijk hun eigen energie kunnen produceren en hoe zij zo goed mogelijk kunnen bijdragen aan een gebalanceerd en flexibel energiesysteem. ^ De deelnemers van de FET verkennen hoe zij met beleid of inzet energieneutrale bedrijven kunnen stimuleren.

62

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

63

Friese Energietafel Alle duurzame bronnen zijn nodig. Naast kleinschalige productie van energie, is ook grootschalige productie nodig. ^ De Friese gemeenten stellen warmteprogramma’s op (voorheen: Transitievisie Warmte). ^ De provincie en gemeenten onderzoeken de mogelijkheid van het plaatsen van een aantal grotere vergisters in Fryslân. De locatiekeuzes hiervoor worden afgewogen in de Omgevingsvisie Fryslân. ^ De provincie neemt in 2025 in de pMIEK 2.0 een onderzoeksproject op over de ombouw van de energiecentrale in Burgum in een waterstofcentrale. ^ De deelnemers van de FET houden zicht op mogelijk innovatieve technieken die kunnen bijdragen aan het Friese energiesysteem. Innovatie wordt een pijler in de gezamenlijke uitvoeringsagenda. Fryslân past productie en opslag van duurzame energie zo goed mogelijk in, in het landschap en in het energiesysteem. ^ De provincie onderzoekt in 2025 via de Omgevingsvisie Fryslân waar grootschalige opwek en opslag van duurzame elektriciteit geclusterd kan worden. De Energievisie (en onderliggende principes) is hiervoor een belangrijke bouwsteen. ^ De provincie en de F4-gemeenten verkennen in 2024-2025 de mogelijkheden voor het dichtbij brengen van energieproductie bij energievraag op basis van het onderzoek Haalbaarheid en aanvaardbaarheid van Energiehubs in Fryslân door FREON en de provincie.

Naar aanleiding hiervan wordt ook een (aantal) onderzoeksproject(en) in de pMIEK 2.0 en/of 3.0 opgenomen. Fryslân versterkt de flexibiliteit van het energiesysteem. ^ De deelnemers van de FET stellen een opslagstrategie op als bouwsteen voor de Omgevingsvisie Fryslân. ^ De provincie en de F4-gemeenten verkennen in 2024 de mogelijkheden voor het dichtbij brengen van energieproductie bij energievraag op basis van het onderzoek Haalbaarheid en aanvaardbaarheid van Energiehubs in Fryslân door FREON en de provincie. Naar aanleiding hiervan wordt ook een (aantal) onderzoeksproject(en) in de pMIEK 2.0 en/of 3.0 opgenomen.

FRIESE ENERGIEVISIE

Friese Energietafel VERBINDEN I VERGROENEN I VERSNELLEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14294755/1