Bijlage 2 - Bijlagen Nota openbare ruimte 2020-2025
Tekst van het document
Definitef CONCEPT
CONCEPT*
Bijlagen Nota Openbare Ruimte 2020-2025 Streven naar een openbare ruimte waarin iedereen zich thuis voelt!
Pagina 2 van 27
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................. 3 Bijlage I: Bronvermelding ............................................................................................................................ 4 Bijlage II: Begrippenlijst ............................................................................................................................... 5 Bijlage III: De duurzame aanpak nader toegelicht ............................................................................... 6 Bijlage IV: Uitwerking scenario’s ........................................................................................................ 7 1.1
Scenario 1: huidige situatie continueren ...................................................................................... 8
1.2
Scenario 2: kwaliteit leefomgeving verbeteren............................................................................ 9
1.3
Scenario 3: Focus op aanpak achterstallig onderhoud............................................................... 10
1.4
Scenario 4: een optimaal functionerende openbare ruimte...................................................... 12
1.5
Welk scenario is gegeven de ontwikkelingen de beste keuze? .................................................. 12
Bijlage V: Factsheets per onderdeel van de openbare ruimte ........................................................... 14 Bijlage VI: Wat vindt de inwoner? .................................................................................................... 23 Bijlage VII: Organisatiewaardenmatrix ............................................................................................. 26
Pagina 3 van 27
CONCEPT
Bijlage I: Bronvermelding -
-
-
Commissie BBV (2020), Notitie Materiele Vaste Activa, geraadpleegd van https://www.commissiebbv.nl/cms/view/57979479/materiele-vaste-activa. Fries Sociaal Planbureau (2019), Leven in Fryslân, editie 2019, geraadpleegd van https://www.fsp.nl/leveninfryslan/ Centraal Planbureau (2018), Waarom zijn de gemeente-investeringen sinds 2009 sterk gedaald?, geraadpleegd van https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-11juli2018Waarom-zijn-de-gemeente-investeringen-sinds-2009-sterk-gedaald.pdf Witteveen+Bos (2020), Ondezoeksresultaten Second opinion kapitaalgoederen Gemeente SúdwestFryslân Citytec BV (2019), Adviesrapport Energieakkoord Inzicht & Advies Gemeente Súdwest-Fryslân 2018, Wageningen Environmental Research (Alterra) (2019), Benchmark Gemeentelijk Groen, individuele rapportage boekjaar 2018, Cobouw (2020), Miljoenenstrop dreigt bij brugrenovaties: ‘Discussie verzandt op overlegtafels’, geraadpleegd van https://www.cobouw.nl/infra/nieuws/2020/01/miljoenenstrop-dreigt-bijbrugrenovaties-verspilling-101281344 Gemeente Súdwest-Fryslân (2017).
SWF ontwikkeld en verduurzaamt, Hoofdlijnenakkoord Bestuursperiode 2018-2022 Gemeente Súdwest-Fryslân (2019), Kadernota 2020 Vitaal, gezond en duurzaam Gemeente Súdwest-Fryslân (2019), Programmabegroting 2020 en meerjarenraming 2021-2023 Gemeente Súdwest-Fryslân (2020), Programmabegroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 Gemeente Súdwest-Fryslân, (2019), Concept opbrengst Rondje SWF Provinsje Fryslân (2019), Financieel toezicht begroting 2020, kenmerk 0 1719961
Pagina 4 van 27
CONCEPT
Bijlage II: Begrippenlijst Assetmanagement Beheer en onderhoud
Klein onderhoud (beheer/dienstverlening)
Groot onderhoud
Correctief onderhoud
Herinrichting
Vervanging/ Renovatie
Achterstallig onderhoud
BBV IP
Pagina 5 van 27
Het vergroten van de waarde van assets door optimaal beheer te realiseren op basis van afgewogen kosten, prestaties en risico’s over de gehele levenscyclus van assets. Maatregelen om de bestaande openbare ruimte in stand te houden op een vastgesteld niveau. Het gaat zowel om het in technisch goede staat houden (‘heel’ en ‘veilig’) als om de reiniging en verzorging (‘schoon’). Beheer en onderhoud bestaat uit klein onderhoud, groot onderhoud en vervanging . Bij klein onderhoud gaat het om frequent terugkerende onderhoudsmaatregelen die nodig zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden. Hierbij moet gedacht worden aan maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Voorbeelden zijn het reinigen van het rioolstelsel, vervangen van een kapot ruit, doorsmeren van een brug, reinigen van schilderwerk, straatvegen, opvullen van een gat in een asfaltweg of herstel van een kuil in een klinkerweg, etc. Bij groot onderhoud gaat het vaak om grootschalige onderhoudswerkzaamheden met een planmatig karakter die gericht zijn op het verlengen van de levensduur en meerjarig (“om de zoveel jaar”) worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn het vervangen van pompen van een rioolstelsels, baggeren, vervangen van slijtlagen van asfaltwegen, etc.
Niet gepland onderhoud dat acuut moet worden uitgevoerd om gevaar voor de gebruiker of vervolgschade te voorkomen of tot een minimum te beperken. Wordt ook wel calamiteiten- of curatief onderhoud genoemd. Maatregelen om de verharding en de inrichting van de weg aan te passen aan de huidige (hogere) eisen. Bijvoorbeeld de reconstructie van een kruispunt naar rotonde ivm verkeersveiligheid. Vervanging gebeurt aan het einde van de technische levensduur. Het gaat dan om vernieuwen van (onderdelen van) de openbare ruimte waarbij de inrichting gelijk blijft (profiel, materiaal, etc.). Vaak vindt er bij vervanging wel (op beperkte schaal) enige modernisering van materialen, e.d. plaats, maar de essentie is dat de openbare ruimte niet in functionele zin wordt vernieuwd. Renovatie of renoveren is herstellen en wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een investeringsgoed, waardoor het beter bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en normen. Onderhoud dat niet op tijd is uitgevoerd, waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet (meer) wordt voldaan aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Achterstallig onderhoud kan leiden tot schade en/of onveilige situaties, hetgeen vaak leidt tot hogere herstelkosten. In dat geval is er een zodanig slechte onderhoudstoestand dat de waarde, het gebruik en/of de levensduur van het investeringsgoed wordt aangetast.
De BBV schrijft voor dat in geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties, er op basis van artikel 44 lid 1a BBV een voorziening wordt gevormd of het achterstallig onderhoud binnen een termijn van maximaal vier jaar ingelopen wordt (daadwerkelijk en financieel). Er kan ook sprake zijn van achterstallig onderhoud zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daar is sprake van wanneer de onderhoudstoestand van een kapitaalgoed lager is dan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Wanneer dit veroorzaakt wordt door onvoldoende beschikbaar gesteld budget door de raad, is het noodzakelijk dat de raad een besluit neemt om óf meer budget beschikbaar te stellen óf het kwaliteitsniveau naar beneden bij te stellen zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Besluit Begroting en Verantwoording Investeringsprogramma, Bijlage C programmabegroting
CONCEPT
Bijlage III: De duurzame aanpak nader toegelicht In onderstaande figuur wordt de duurzame aanpak schematisch toegelicht aan de hand van onderhoud asfaltwegen.
Figuur x: Toelichting op Duurzame aanpak Figuur x laat zien dat door de duurzame, preventieve aanpak een asfaltweg twee keer zo lang meegaat (groene lijn). Een asfaltweg gaat gemiddeld ongeveer 13 jaar mee. Zonder onderhoud wordt een asfaltweg na 13 jaar vervangen. Dit geeft de rode lijn aan. Wanneer verslechtering van de kwaliteit zichtbaar is, na gemiddeld 11 jaar kunnen maatregelen getroffen worden. Dit verlengt de levensduur van de weg met 2 tot 3 jaar. Dit ziet u weergegeven in de blauwe lijn. Bij duurzaam onderhoud vindt preventief onderhoud plaats terwijl het uiterlijk van de weg er nog goed uitziet. Hiermee verlengen we de levensduur aanzienlijk. Dit wordt gevisualiseerd door de groene lijn. Op lange termijn en beschouwd op de totale levensduur van in dit geval asfaltverharding, is duurzaam onderhoud de goedkoopste oplossing: een financieel gedegen aanpak. In het groen krijgt de duurzame aanpak een andere invulling omdat de cyclus voor groen een andere onderhoudscurve heeft. Bij aanleg is niet direct het gewenste eindbeeld of kwaliteitsniveau bereikt. Vanaf het moment van aanleg is wel direct onderhoud nodig (gras maaien, onkruid verwijderen, etc). Daarnaast is vaak extra begeleiding en inzet nodig om het gewenste eindbeeld in het groen te bereiken. Vooral jonge aanplant krijgt extra begeleiding.
Als het groen het gewenste eindbeeld bereikt heeft, is regulier onderhoud nodig. De onderhoudscyclus van groen kent ook een groot onderhoud- en uiteindelijk een vervangingsmoment, zie onderstaande figuur. In het budget voor groen zijn de kosten voor groot onderhoud en vervanging geïntegreerd.
Figuur: onderhoudscyclus groen
Pagina 6 van 27
CONCEPT
Bijlage IV:
Uitwerking scenario’s
(Toekomstige) vraagstukken Vervangingsopgave: Een aantal assets bevinden zich aan het einde van de levensduur. De komende jaren staan in het teken van de vervangingsopgave van een groeiend aantal assets die in de jaren 60, 70 of 80 van de vorige eeuw zijn aangelegd.. Op dit moment is het budget niet toereikend voor deze vervangingsopgave; Achterstallig onderhoud: Bij elementenverharding, bruggen, oevers en waterbodems zijn forse achterstanden. Er is onvoldoende budget om dit in te halen; Budget: het samenspel tussen onderhoud en vervanging en renovatie is niet goed ingeregeld. Gebruik en intensiteit verandert: intensiteit van verkeer neemt toe, elektrische voertuigen en landbouwverkeer zijn zwaarder geworden waardoor assets sneller slijten en robuuster moeten worden uitgevoerd. Mensen worden ouder en blijven langer thuis wonen. Toegankelijkheid wordt belangrijker. Opgaven van de toekomst: klimaatverandering heeft grote gevolgen voor de openbare ruimte. De komende decennia staat de gemeente voor grote opgaven op gebied van de energie- en warmtetransitie en aanpassingen op veranderende weersomstandigheden. Complexe opgaven met een grote mate van onzekerheid die zeker effect hebben op de openbare ruimte. Bovenstaande korte probleemanalyse heeft effect op onderstaande organisatiewaarden: Veiligheid: de kans neemt op ongelukken met letsel neemt toe.
De gemeente zal vaker aansprakelijk worden gesteld. Hierin is al een stijgende lijn zichtbaar. Kwaliteit leefomgeving: het onderhoudsniveau bepaalt grotendeels de uitstraling van een wijk of dorp. Op dit moment zoeken we aansluiting bij het impulsgeld kwaliteit kernen; hiermee kunnen we in beperkt mate wensen van de Mienskip verwezenlijken. Het structurele budget laat niet toe om in te spelen op wensen vanuit de Mienskip of op ontwikkelingen zoals de warmte transitie; Bereikbaarheid: het risico op uitval van objecten neemt toe. Hierbij kunt u denken aan storing in brugbediening, dichtslibben van watergangen of stankoverlast door onvoldoende doorstroming, etc. Deze situaties komen al voor. Financieel: het risico neemt toe dat we vanwege de onderhoudsstaat en de veiligheid maatregelen moeten nemen en we daardoor financieel niet in control zijn. Enerzijds is door het uitvoeren van inspecties de kwaliteit steeds beter in beeld waardoor we onderhoud ook beter kunnen plannen. Door onvoldoende budget stellen we onderhoud uit waardoor het kantelpunt naar noodzakelijk onderhoud steeds eerder komt. Hierdoor sturen we niet meer op de laagste kosten van de gehele levenscyclus en nemen kosten toe. Zie onderstaande figuur en Bijlage III.
Met name inwoners, ondernemers en recreanten/toeristen ervaren de effecten van het lagere onderhoudsniveau: • Inwoners: de enquête is afgenomen in 2013, 2016 en 2019 en laat een dalende trend zien.. Met name de toegankelijkheid van het openbare gebied, voor alle leeftijden, is een punt van aandacht. In de clusteragenda’s, dorps- en wijkvisie en in gesprekken met inwoners komt de kwaliteit van de openbare ruimte aan de orde. • Ondernemers: voor winkeliers en de horeca is de kwaliteit van omgeving een punt van aandacht. Voor andere type bedrijven is daarnaast de bereikbaarheid over weg en water van belang. Voor onze aannemers speelt werkgelegenheid/-zekerheid een rol. • Recreanten/toeristen: In onze prachtige gemeente is het goed recreëren. Toeristen komen hier graag. Bezoekers betalen toeristenbelasting voor voorzieningen zoals veilige fietspaden en vaarwater.
Pagina 7 van 27
CONCEPT
Om een keuze te kunnen maken voor ons beheer en onderhoud zijn vier scenario’s ontwikkeld: 1. Huidige situatie continueren 2. Verbeteren kwaliteit leefomgeving 3. Focus op aanpak achterstallig onderhoud 4. Optimaal functioneren openbare ruimte We passen assetmanagement toe om een keuze te maken voor een scenario dat bijdraagt aan onze doelstellingen op basis van een afweging tussen kosten, prestaties en risico’s over de gehele levenscyclus van assets.
Scenario 1: huidige situatie continueren In dit scenario gaan we verder op de huidige voet. Dit betekent: Bijstellen van het vastgestelde onderhoudsniveau van elementen en de waterbouw naar Laag; Huidige beschikbare budget: flexibele inzet budgetten, kosten over gehele levensduur, programmatisch werken; Werkwijze: door ontwikkelen werkwijze op basis van Asset management waaronder slim samenwerken en ontwikkelen risico gestuurd werken. Effecten van het continueren van de huidige situatie Prestaties Risico’s en kansen het onderhoudsniveau voor elementen en waterbouw en elementen moet naar laag worden bijgesteld (huidige praktijk). Voor deze onderdelen geven we geen invulling aan het uitgangspunt van de laagste kosten over de totale levensduur en voldoen we niet aan de richtlijn van het CROW. De provincie zal in haar rol als toezichthouder op de begroting hier alert op blijven. onderhoud is gericht is op instandhouding. De wensen vanuit de mienskip om onderhoud te combineren met opwaardering van de leefomgeving ( bijv. extra parkeerplekken) krijgen maar zeer beperkt uitvoering; bij de elementenverharding en waterbouw worden de beschikbare middelen ingezet voor de urgente onderhoudsopgaven want er blijft minder geld over voor preventieve maatregelen zoals schoonmaken van bruggen, lantaarnpalen en borden.
Ook dit heeft effect op de kwaliteit van de leefomgeving; het aantal meldingen neemt toe doordat de kwaliteit leefomgeving per saldo afneemt. De uitrol van het insectennetwerk vindt niet plaats het huidige achterstallig onderhoud neemt toe: o Wegen: van € 13 miljoen naar circa € 19 miljoen in 2025 o Bruggen: van € 8 miljoen naar circa € 10,5 miljoen o Oevers en kaden: van € 10 miljoen naar circa € 17 miljoen in 2025 o Waterbodems: 5,5 mln naar circa 10 miljoen
Pagina 8 van 27
In feite betekent continueren van de huidige situatie dat we onveilige situaties accepteren en een verdere verslechtering ervan, het aantal ongevallen blijft toenemen en onze verzekeringspremie stijgt. De kans op ongevallen met letsel neemt toe. De toegankelijkheid in de openbare ruimte verslechterd. Het beeld “fertuteazet”. De kwaliteit van de leefomgeving verslechterd terwijl inwoners en toeristen een verzorgde omgeving meer waarderen. Het aantal storingen neemt toe en de beschikbaarheid neemt af door bijv. afsluiting van bepaalde assets Er wordt niet ingespeeld op de veroudering van het areaal
CONCEPT
Kosten • In dit scenario lopen de structurele kosten op naar circa € 40 miljoen vanaf 2040, zie grafiek. In een periode van 30 jaar zijn de totale kosten circa € 60 miljoen hoger dan in scenario 2. • De operationele kosten (OPEX) voor het klein onderhoud dat nodig is om het object in goede en veilige staat te houden, blijven min of meer constant. • De kosten van correctieve vervanging nemen toe (zie begrippenlijst. Dit is een gevolg van de toenemende leeftijd van objecten. Het budget is net voldoende om het areaal in stand te houden. Door de vervangingsopgave wordt vaker een beroep op de Algemene Reserve gedaan om urgente situaties aan te pakken zodat we veilig gebruik van de openbare ruimte kunnen waarborgen; • De reparatiekosten nemen toe omdat de objecten ouder worden • Externe storingen doordat bijvoorbeeld verouderde systemen niet meer worden ondersteund, nemen toe. Het gaat hier om verkeerslichten en beweegbare bruggen. • Vanwege veranderd gebruik en/of intensiteit voldoen sommige assets niet meer aan de functionele eisen en moeten deze of onderdelen ervan vervangen worden. We verwachten niet dat dit tot extra kosten zal leiden.
In deze grafiek zijn de financiële effecten van het continueren van de huidige situatie weergegeven.
In alle modellen worden achterstanden in jaar 1 ingehaald. Ook in bovenstaande grafiek is het uitgangspunt dat er geen achterstallig onderhoud is. In deze grafiek blijven de kosten voor dagelijks onderhoud (OPEX, donkerblauw) ongeveer gelijk. De correctieve (dus niet gepland acuut onderhoud) neemt toe waardoor over 20 jaar een structureel budget van circa € 40 miljoen nodig zal zijn.
Scenario 2: kwaliteit leefomgeving verbeteren In dit scenario gaan we uit van: Continueren van het vastgestelde gedifferentieerde onderhoudsniveau Gemiddeld Basis; Budget: o Inregelen achterstallig onderhoud, vervanging en renovatie m.b.v. egalisatiefonds in bijv. 10, 15 of 20 jaar o Slim samenspel tussen onderhoudsbudget en egalisatiefonds o Dekking voor kapitaalslasten en onderhoud op orde via ingroeimodel Werkwijze: door ontwikkelen werkwijze op basis van Asset management waaronder slim samenwerken en ontwikkelen risico gestuurd werken. Effecten van het Verbeteren kwaliteit leefomgeving: Prestaties Risico’s en kansen het onderhoudsniveau voor elementen en waterbouw en elementen groeit naar Gemiddeld Basis. Er worden mogelijkheden gecreëerd om kansen te benutten om wensen vanuit de mienskip te combineren met onderhoud Er komt ruimte voor planmatig onderhoud waardoor we toekomstige opgaven zoals de warmtetranistie beter kunnen inplannen. Ook kunnen we de mienskip beter informeren en betrekken. het aantal meldingen blijft stabiel of neemt af het huidige achterstallig onderhoud neemt gestaag af we kunnen aannemers werkzekerheid bieden, ook in tijden van laagconjunctuur
Pagina 9 van 27
afhankelijk van de termijn zal de eerste jaren nog sprake zijn van toename van onveiliger situaties en storingen maar dit neemt in de tijd af. toegankelijkheid zal verbeteren. beleving zal geleidelijk toenemen.
CONCEPT
Kosten • In het voorstel voor het egalisatiefonds komen we ook met een voorstel voor voeding (evt via ingroeimodel) voor een optimaal beheer en onderhoud tegen zo laag mogelijke kosten over de gehele levenscyclus onder voorwaarde van indexering en compensatie areaaluitbreiding. • Over 30 jaar is dit scenario zo’n € 60 miljoen goedkoper dan het voortzetten van de huidige situatie • De operationele kosten (OPEX) voor het klein onderhoud dat nodig is om het object in goede en veilige staat te houden, blijven min of meer constant (afhankelijk van. areaaluitbreiding). • De kosten van correctieve vervanging nemen af • Er is financiële ruimte voor planmatig onderhoud • Functionele vervanging blijft
In dit scenario worden achterstanden ingelopen en er ontstaan ook geen nieuwe achterstanden. Het is een enorme uitdaging om dit te realiseren. Om dit waar te kunnen maken, moet er gekozen worden voor een realistisch tijdspad zowel voor de eigen dienst als de aannemers. Er moet een constante stroom van werk zijn. Voorstel is om de achterstanden in tien jaar weg te werken. Hiervoor is globaal drie tot 5 miljoen per jaar noodzakelijk. In het licht van toekomstige ontwikkelingen wordt dit bedrag na tien jaar structureel in combinatie met een jaarlijkse indexering om toename areaal en de inflatie op te vangen. Toename areaal kan door middel van een jaarlijkse uitdraai vanuit het beheer pakket GBI.
Scenario 3: Focus op aanpak achterstallig onderhoud In dit scenario gaan we uit van: Continueren van het vastgestelde gedifferentieerde onderhoudsniveau Gemiddeld Basis; Focus op wegwerken achterstallig onderhoud bij elementen en waterbouw binnen een bepaalde periode met behulp van incidentele middelen. Structurele budget blijft gelijk Budget: uitgangspunt flexibele inzet budgetten, kosten over gehele levensduur, programmatisch werken Werkwijze: door ontwikkelen werkwijze op basis van Asset management waaronder slim samenwerken en ontwikkelen risico gestuurd werken.
Pagina 10 van 27
CONCEPT
Effecten van focus op achterstallig onderhoud: Prestaties Risico’s en kansen het huidige achterstallig onderhoud neemt gestaag af doordat het structurele budget gelijk blijft, ontstaan wel nieuwe achterstanden het onderhoudsniveau voor elementen en waterbouw en elementen groeit naar Gemiddeld Basis en zal weer naar laag buigen omdat de middelen structureel niet o orde zijn. Dit is een vorm van kapitaalvernietiging. Er worden mogelijkheden gecreëerd om kansen te benutten om wensen vanuit de mienskip te combineren met onderhoud het aantal meldingen blijft stabiel of neemt af we kunnen aannemers de komende jaren werkzekerheid bieden,
afhankelijk van de termijn zal de eerste jaren nog sprake zijn van toename van onveiliger situaties en storingen maar dit neemt in de tijd af. toegankelijkheid zal deels verbeteren dit scenario biedt de kans om de tijd te benutten om structurele oplossingen te zoeken. Na de planperiode van deze Nota is in ieder geval meer bekend over de planning van de Warmtetransitie.
Kosten • Het huidige beschikbare structurele budget is niet voldoende om de komende jaren optimaal onderhoud uit te voeren, vergelijkbaar met scenario 1. • Indexering en areaaluitbreiding worden niet gecompenseerd waardoor het structurele tekort oploopt. • De operationele kosten (OPEX) voor het klein onderhoud dat nodig is om het object in goede en veilige staat te houden, blijven min of meer constant. • De kosten van correctieve vervanging worden verwerkt in het voorstel voor het egalisatiefonds. Dit heeft een tijdelijk karakter en is bedoeld om de achterstanden in te halen. Correctieve kosten nemen de eerste cyclus af en de volgende cyclus toe • De reparatiekosten nemen toe omdat nieuwe of recente objecten over een aantal jaren ouder zijn geworden • Functionele vervanging blijft
Het huidige beschikbare budget is onvoldoende om achterstallig onderhoud in te lopen. Uitgangspunt van de trends uit modellen is dat in het eerste jaar achterstanden zijn weggewerkt. Scenario 3 betreft het wegnemen van achterstallig onderhoud met behulp van een tijdelijk egalisatiefonds waarbij voor het structurele budget feitelijk de gevolgen voor het structurele budget gelijk aan het eerste scenario. Over 20 jaar zal door uitbreiding en indexatie een structureel budget van circa € 40 miljoen nodig zijn. Scenario 3 heeft effect op de hoogte van achterstallig onderhoud. Dit zal lager zijn terwijl het in het eerste scenario toeneemt.
Pagina 11 van 27
CONCEPT
Scenario 4: een optimaal functionerende openbare ruimte In dit scenario gaan we uit van: Het verhogen van het onderhoudsniveau naar Hoog; Budget: uitgangspunt flexibele inzet budgetten, kosten over gehele levensduur, programmatisch werken o Op orde brengen van het structurele budget binnen een bepaalde periode bijv. o Achterstallig onderhoud wegwerken met behulp van incidentele middelen binnen een bepaalde periode Werkwijze: door ontwikkelen werkwijze op basis van Asset management waaronder slim samenwerken en ontwikkelen risico gestuurd werken. Effecten van een optimaal functionerende openbare ruimte: Prestaties Risico’s en kansen het onderhoudsniveau groeit naar Gemiddeld Hoog. Er worden mogelijkheden gecreëerd om kansen te benutten om wensen vanuit de mienskip te combineren met onderhoud Er is voldoende ruimte om aan te sluiten bij toekomstige opgaven zoals de warmtetransitie Optimaal planmatig onderhoud Optimale communicatie en participatie van de mienskip het aantal meldingen neemt fors af geen achterstallig onderhoud we kunnen aannemers werkzekerheid bieden, ook in tijden van laagconjunctuur er is voldoende ruimte voor innovaties
de openbare ruimte is veilig en toegankelijk er zijn optimale kansen om in te spelen op de wensen van de mienskip en ontwikkelingen zoals de warmtetransitie
Kosten • We verwachten met een structureel budget van circa € 38 miljoen de komende 20 jaar een optimaal beheer en onderhoud tegen zo laag mogelijke kosten over de gehele levenscyclus uit te kunnen voeren. • In dit scenario trekken we als het ware het planmatig onderhoud naar voren. Hierdoor ontstaat in de periode tussen ongeveer 2033 tot 2046 financieel voordeel (zie grafiek). • De totale kosten over de periode t/m 2050 zijn circa € 70 miljoen hoger dan scenario 2 en € 10 miljoen hoger dan scenario 1 en 3 maar het optimale scenario heeft grote maatschappelijke waarde. • Er is financiële ruimte voor planmatig onderhoud. • Functionele vervanging blijft.
In het optimale scenario worden achterstanden ingelopen en er ontstaan ook geen nieuwe achterstanden. Er is voldoende ruimte voor planmatig onderhoud. Het is een enorme uitdaging om dit te realiseren, zowel financieel als organisatorisch.
Pagina 12 van 27
CONCEPT
Welk scenario is gegeven de ontwikkelingen de beste keuze? Toetsing van de scenario’s aan onze organisatiewaardenmatrix laat het volgende beeld zien:
Veiligheid Bereikbaarheid Kwaliteit leefomgeving Duurzaamheid Imago Economie
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
-
± + +
± ± ±
+ + +
€€
+ + €
+ + €€
+ + €€€
Scenario 2 is de beste optie als we wettelijke eisen, maatschappelijke effecten en de kosten over de gehele levensduur in ogenschouw nemen. In scenario 2 zijn de kosten zijn over de gehele levensduur het laagst. Binnen dit scenario zetten we in op het structureel inregelen van het kapitaalgoederencomplex door slim samenspel tussen onderhoudsbudget en egalisatiefonds. Wanneer de periode tot en met 2025 het uitgangspunt is, dan is het alternatief om van scenario 3 uit te gaan. In dit scenario ligt de focus op achterstallig onderhoud. Met ingang van Programmabegroting 2021 is structureel € 300.000 aan het kapitaalgoederencomplex toegevoegd. Door dit bedrag in te zetten als dekking voor kapitaalslasten voor inhalen achterstallig onderhoud, vervanging en renovatie, ontstaat ruimte om: • het voorstel voor een egalisatiefonds verder uit te werken en het samenspel exploitatie en investeringen te verfijnen. • de kwalitatieve planning op basis van inspecties uit te werken; • Het risicogestuurd beheer voor wegen en de objecten in de waterbouw verder uit te werken; • De eerste tranches van de warmtetransitie, ontwikkelagenda en werken in de openbare ruimte op elkaar af te stemmen. Daarnaast blijft aanvullend structureel onderhoudsbudget nodig voor het realiseren van onder meer het insectennetwerk, de baggeropgave, indexatie en areaaluitbreiding.
Scenario 4 is optimaal en sluit goed aan bij maatschappelijke ontwikkelingen. Door de daarmee gepaard gaande hoge kosten, achten wij dit scenario niet kansrijk. Scenario 1 is niet wenselijk want dit leidt op langere termijn tot hogere kosten. Bij een keuze voor dit scenario is de vraag relevant hoe we in de openbare ruimte om moeten gaan met de verwachtingen van de Mienskip. Daarnaast is er maar zeer beperkte ruimte om mee te gaan met de ontwikkelingen die met zekerheid op ons afkomen.
Hoog
Scenario 4: Optimaal
Scenario 2: Verbeteren leefomgeving in 10 of 20 jaar
Basis
Scenario 3: Focus op achterstallig onderhoud
Laag
Scenario 1: Continueren huidige situatie
Zeer laag 2011
2015
Pagina 13 van 27
2020
2025
CONCEPT
2030
2035
2040
Bijlage IV: Factsheets per onderdeel van de openbare ruimte
Pagina 14 van 27
Pagina 15 van 27
CONCEPT
Pagina 16 van 27
CONCEPT
Pagina 17 van 27
CONCEPT
Pagina 18 van 27
CONCEPT
Pagina 19 van 27
CONCEPT
Pagina 20 van 27
CONCEPT
Pagina 21 van 27
CONCEPT
Pagina 22 van 27
CONCEPT
Bijlage V: Wat vindt de inwoner? Voor inwoners, bedrijven en bezoekers, kortom De Mienskip, is beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen belangrijk omdat ze er elke dag gebruik van maken. Voor de gemeente als eigenaar van de kapitaalgoederen, is beheer en onderhoud van de openbare ruimte een belangrijke taak. Primair om veiligheid en beschikbaarheid te garanderen. We hebben daarom de mening gevraagd van dorps- en wijkbelangen en de meldingen openbare ruimte in de periode 2011-2019 geanalyseerd. Resultaten enquête In 2011 zijn de besturen van de stads-, dorps- en wijkbelangen gevraagd naar hun mening over de staat van onderhoud door middel van een enquête. Begin 2016 is exact dezelfde vragenlijst uitgezet onder de besturen van de stads-, dorps- en wijkbelangen. In 2019 is de enquête aangevuld met vragen over dienstverlening in de openbare ruimte. Bij de raadpleging voor de omgevingsvisie zijn de enquêtes uitgedeeld, de link naar de enquête is gedeeld via facebook en met de besturen van dorps- en wijkbelangen. Doel is om een beeld te krijgen hoe (beheer en onderhoud van) de openbare ruimte ervaren wordt. Uiteraard willen we de resultaten uit 2019 vergelijken met de resultaten uit 2011 en 2016. Er zijn 475 enquêtes ingevuld door inwoners uit 64 kernen. Dit is 72% van het totaal aantal kernen in Súdwest-Fryslân.
In 2016 is door 51% van de dorps- en wijkbelangen gereageerd en in 2011 door 68%. Het gemiddelde cijfer is - 2011: 6,5 - 2016: 6,3 - 2019: 6,1 Gevraagd is 29 onderdelen in de openbare ruimte te beoordelen, waarbij per kapitaalgoed een rapportcijfer van tussen de 1 en 10 kon worden gegeven. Tevens was er ruimte op het formulier om per kapitaalgoed opmerkingen te maken. Van deze mogelijkheid is goed gebruik gemaakt. Daarnaast is gevraagd op welke (maximaal) 5 onderdelen meer en op welke (maximaal) 5 onderdelen minder onderhoud zou kunnen worden uitgevoerd. Het enquêteformulier is toegevoegd in bijlage 4. De gemiddelde rapportcijfers die elk kapitaalgoed heeft gekregen, staan in onderstaande tabel. Zowel de cijfers van 2011, 2016 en 2019 zijn weergegeven. De kapitaalgoederen zijn erg uiteenlopend beoordeeld. Tabel: Waardering openbare ruimte Kapitaalgoed/Dienstverlening Wegen - Asfaltwegen - Klinkerwegen - Trottoirs - Wandelpaden - Fietspaden - Bankjes, bordjes, etc Verlichting - verlichting (binnen bebouwde kom) - verlichting (buiten bebouwde kom) Groen - kleine stukjes groen en perkjes - parken en plantsoenen - sportvelden - speelvoorzieningen - begraafplaatsen - bermen
Pagina 23 van 27
Gemiddelde waardering 2011 2016 2019 6,5 5,8 5,9 6,0 6,5 6,5
6,5 6,1 5,4 5,2 6,4 6,5
6,7 5,5 4,3 5 6,1 5,7
7,0 6,1
7,2 6,7
7,0 6,4
6,1 6,5 7,4 6,8 7,5 6,3
5,9 6,2 7,0 6,7 7,1 5,8
5,5 5,8 7,0 6,0 6,9 5,5
- sloten en vijvers - onkruidbestrijding wegen, trottoirs, etc Kunstwerken - Vaste bruggen - Beweegbare bruggen* - Fiets/voetgangersbrug* Oevers en kaden - Oevers en beschoeiingen - kademuren - waterbodems (baggeren) Riolering - Afvoer regenwater (putjes) - Afvoer afvalwater huishoudens (riool) Gebouwen - (dag)recreatie voorzieningen* - sportaccommodaties en zwembaden* - Dorpshuis, MFC, etc* - gemeentelijke huisvesting Gemeentelijke monumenten Dienstverlening: afvalinzameling - Restafval - GFT - Oud papier - Brengpunt glas en textiel - Klein chemisch afval - Inleveren afval bij milieustraten - Digitale afvalkalender Dienstverlening: hoe schoon vind je het op straat - Onkruid - Zwerfafval - Graffiti - Wildplakken - Kauwgum
6,2 5,0
6,6 5,2
5,7 3,9
6,3 6,8 6,6
6,6 6,9 6,3
6,6 6,4 6,4
6,0 6,5 5,7
5,3 5,3 5,7
5,9 5,8 5,5
6,9 7,3
6,4 6,8
6,3 6,8
6,5 6,8 6,9
6,0 6,3 7,1 5,9 6,7
6,7 6,4 6,7 6,9 6,8 7,5 7,5 7,4 7,0 6,2 7,0 7,0
Nieuw in 2019 6,1 5,1 3,7 4,1 4,2
Meldingen Inwoners en bezoekers maken dagelijks gebruik van de openbare ruimte. Als zij iets opmerken, bijvoorbeeld een gat in de weg, dan kunnen ze dit aan de gemeente doorgeven via een zogenoemde Melding Openbare Ruimte (MOR) of Melding Overlast Leefomgeving (MOL). Het aantal meldingen is in de periode 2011 tot en met 2015 meer dan verdubbeld. In de jaren daarna is het aantal meldingen redelijk constant gebleven.
Totaal aantal meldingen per jaar 10000 8000 6000 Totaaloverzicht
4000 2000 0 2011 2012 2013 2014 2015 2017 2018 2019 Pagina 24 van 27
CONCEPT
Bijna de helft van het aantal meldingen betreft de wegen. Daarna volgen meldingen over Openbaar Groen. Hieronder treft u een overzicht aan van het aantal meldingen van 2011 tot en met 2019. per jaar met een verdeling naar het onderdeel waar de betreffende meldingen over gaan.
3500 3000 2500
2011
2000
2012
1500
2013
1000
2014
500
2015
0
2017 2018 2019
Pagina 25 van 27
CONCEPT
Bijlagen: Organisatiewaardenmatrix
Pagina 26 van 27
Pagina 27 van 27