CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlage Omgevingswaarden

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Fêststellen (Diel)struktuerfyzje Warkum Súd4.491 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Haalbaarheid beleid en milieu- en omgevingsaspecten

1

Inhoud 1.

Beleid ............................................................................................................................................... 3 1.1

Overzicht relevant Provinciaal beleid ...................................................................................... 3

1.1.1

Omgevingsvisie “De Romte Diele” .................................................................................. 3

1.1.2

Grutsk op 'e Romte .......................................................................................................... 3

1.1.3

Provinciale woningbouw afspraken 2022 – 2030 ........................................................... 3

Gemeentelijke Woonvisie 2017 - 2022 ........................................................................................... 4 1.2

2.

Overzicht relevant Gemeentelijk beleid .................................................................................. 5

1.2.1

Omgevingsvisie 1.0 ‘Oars tinke yn Súdwest’ (2021)........................................................ 5

1.2.2

Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie (2021) ............................................................ 6

1.2.3

Kwaliteitsimpuls Workum uitvoeringsstrategie van de stadsvisie Workum 2010-2025. 6

Haalbaarheid vanuit milieu- en omgevingsaspecten ...................................................................... 7 2.1

Overzicht relevante milieu en overige aspecten ..................................................................... 7

2.1.1

Geluid .............................................................................................................................. 7

2.1.2

Externe veiligheid ............................................................................................................ 7

2.1.3

Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................ 8

2.1.4

Flora en fauna .................................................................................................................. 9

2.1.5

Archeologie en cultuurhistorie ...................................................................................... 11

2.1.6

Water ............................................................................................................................. 12

2.1.6

Verkeer en parkeren...................................................................................................... 13

2.1.7

Milieueffectrapportage ................................................................................................. 13

2

1.

Beleid

1.1

Overzicht relevant Provinciaal beleid

1.1.1 Omgevingsvisie “De Romte Diele” In de visie is aangegeven waar de provincie heen wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Hoe dit gestalte moet krijgen is niet precies aangegeven. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: • • • •

Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit.

1.1.2 Grutsk op 'e Romte De karakteristieke omgevingskwaliteiten van landschap en cultuurhistorie die Fryslân herkenbaar maken en waardevol zijn, staan beschreven in de nota Grutsk op ‘e Romte (2014). Het streven is dat deze omgevingskwaliteiten herkenbaar blijven en gebruikt worden bij nieuwe plannen. In deze visie worden verschillende deelgebieden onderscheiden, met ieder een eigen cultuurhistorische en landschappelijk karakter. Workum ligt daarbij in het Kleigebied Westergo en grenst aan de zuidoostzijde aan het Merengebied. Vanuit de visie zijn voor het plangebied de volgende kernkwaliteiten van belang binnen de gebieden: Kleigebied Westergo Workum is gelegen op een relatief jonge kwelderwal waar de snelle overgangen tussen zeeklei en veen karakteristiek zijn. De kwelderwal aan de IJsselmeerkust is een betrekkelijk laat fenomeen (Middeleeuwen) en is ontstaan door overslaggronden ten tijde van de uitdijing van het IJsselmeer. De dunne kwelderwal vormt een abrupte, snelle overgang tussen de oude zeekleigronden en de veengronden. Uitgangspunt is dat het lineaire karakter van de kwelderwallen gerespecteerd wordt, daarbij dient de ritmiek van de steden en dorpen als leesbare afzonderlijke eenheden op de wal met de openheid daartussen behouden te blijven.

Ook de stads- en dorpssilhouetten, met als baken de kerktorens, moeten herkenbaar blijven zonder dat ruis ontstaat tussen de stads- en dorpsranden en het omliggende landschap; de zichtlijnen die de kern van de stad of het dorp verbinden met het landschap dienen gehandhaafd te blijven.

1.1.3 Provinciale woningbouw afspraken 2022 – 2030 1.1.3.1 Algemeen Friezen zijn de gelukkigste inwoners van Nederland en het provinciebestuur van Fryslân zet zich er voor in dat dat de komende jaren ook zo blijft. Het welzijn van de Friezen zit niet alleen in materiële rijkdom. Integendeel: dat is de Friese paradox. Friezen zijn de gelukkigste inwoners van Nederland, ondanks dat het inkomen er lager ligt dan het landelijk gemiddelde. De rijkdom van de inwoners van Fryslân zit in andere waarden. Die waarden wil het provinciebestuur van Fryslân doorgeven aan de kinderen en de generaties daarna. Daarom zet het bestuur van de provincie Fryslân in op brede welvaart. 3

In Fryslân is de druk op de woningmarkt merkbaar. Weliswaar heeft Fryslân een relatief laag woningtekort, maar ook hier staat het leven van steeds meer inwoners stil omdat zij geen passende woning kunnen vinden. Jongeren kunnen niet uitvliegen en een gezin beginnen; ouderen willen graag naar een woning die bij hun levensfase past; doorstromers slagen er niet meer in op de door hen gewenste plek een passende en voor hen betaalbare woning te vinden. De provincie Fryslân omarmt daarom de ambitie van het Rijk om de woningbouw te versnellen. Uit de inventarisatie en de reality check is gebleken dat in Fryslân – onder randvoorwaarden - 17.500 woningen kunnen worden bijgebouwd. Dat doet de provincie als middenbestuur in overleg met de Friese partners in De Friese Aanpak. Dit wordt vertaald in regionale woondeals. 1.1.3.2 Regionale woondeal 2022 – 2030 Regio Zuidwest Fryslân De regio kent een grote verscheidenheid aan kernen, variërend van steden en grotere kernen, tot dorpen en buurtschappen met een sterk variërend voorzieningenniveau. Kern van het woonbeleid in beide gemeenten is dat in alle kernen wordt voorzien in de woonbehoefte. Dit betekent dat de woonvraagstukken op verschillende manieren moeten worden aangepakt. Variërend van strakke planologische sturing tot het faciliteren van initiatieven van onderop.

Het faciliteren en daarmee adaptief programmeren van deze initiatieven vormt een aanzienlijk deel van de bouwproductie en leent zich in beginsel niet in een vooraf te gedefinieerde programmatische aanpak. De gemeenten in de regio Zuidwest Fryslân zetten zich gezamenlijk in voor de realisatie van 3.100 woningen. Elke gemeente neemt een haalbaar en passend deel van de regionale opgave. In diverse kernen en wijken worden kleinschalige projecten gerealiseerd. Deze woningen dragen bij aan de lokale behoefte van deze kernen, passend naar de aard en schaal van Fryslân en de kern. Alle partijen zetten zich in voor voldoende betaalbare woningen. In Nederland wordt er gestreefd naar een balans in de bestaande voorraad van 30% sociale huurwoningen per gemeente en een nieuwbouwopgave met voor twee derde betaalbare woningen. Voor de Gemeente Súdwest-Fryslân en met name het plangebied Workum-Zuid geldt dat dit gebied opgenomen is als ‘Sleutelproject’. Sleutelprojecten zijn projecten die een bijdrage leveren aan de volkshuisvestelijke doelen (voldoende betaalbare woningen, corporatiewoningen en wonen en zorg voor ouderen) in relatie tot de autonome behoefte waarvan partijen vinden dat we daar gezamenlijke energie, tijd en financiële middelen op moeten inzetten. Er is rekening gehouden met circa 120 woningen, waarvan 64 sociale huur, 31 betaalbare koop en 25 dure koop.

Ruimtelijke ordeningsaspecten Alle partijen zetten zich in voor voldoende betaalbare woningen. In Nederland wordt er gestreefd naar een balans in de bestaande voorraad van 30% sociale huurwoningen per gemeente en een nieuwbouwopgave met voor twee derde betaalbare woningen. Gemeentelijke Woonvisie 2017 - 2022 De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente goed kunnen wonen. Daarom heeft de gemeenteraad in juli 2017 een Woonvisie vastgesteld waarin de gemeentelijke ambities voor een rechtvaardige en evenwichtige woonruimteverdeling zijn vastgelegd voor de sociale huurvoorraad en de particuliere woningvoorraad. In de Woonvisie is vastgelegd hoe de gemeente zorgt voor een optimaal functioneren van de woningmarkt. Hierbij is bijzondere aandacht voor de volgende thema’s: • • •

Beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor alle doelgroepen, Wonen, zorg en participatie, Kwaliteit en duurzaamheid. 4

1.2

Overzicht relevant Gemeentelijk beleid

1.2.1 Omgevingsvisie 1.0 ‘Oars tinke yn Súdwest’ (2021) 1.2.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 29 april 2021 de Omgevingsvisie 1.0 ‘Oars tinke yn Súdwest’: samenwerken aan een gezonde leefomgeving’ als structuurvisie vastgesteld. Een Omgevingsvisie die voldoet aan de artikelen 4.9 en 4.10 van de Invoeringswet Omgevingswet kan op basis van de overgangswetgeving automatisch de status van een Omgevingsvisie krijgen. De visie is tot stand gekomen met de inwoners en ketenpartners van Súdwest Fryslân. De Omgevingsvisie 1.0 schetst de hoofdlijnen van de ontwikkelingsrichtingen voor de woon-, werken leefomgeving op de langere termijn. De Omgevingsvisie helpt om keuzes te maken bij ontwikkelingen die de fysieke leefomgeving beïnvloeden en nodigt uit tot ontwikkelingen. Met deze omgevingsvisie kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest-Fryslân passen. De Omgevingsvisie 1.0 bestaat uit vijf thema’s: • • • • •

Gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving; Sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap; Veerkrachtige en leefbare wijken, dorpen en steden; Vitaal en aantrekkelijk landschap; Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief.

In de Omgevingsvisie 1.0 is een koppeling gelegd met de 17 duurzame ontwikkeldoelen (Sustainable Development Goals) zoals die wereldwijd worden gehanteerd. De Raad heeft in de Omgevingsvisie 1.0 de kaders op hoofdlijnen voor toekomstige ontwikkelingen vastgesteld. De maatregelen om de vastgestelde thema uit te kunnen werken worden beschreven in, samen met de ketenpartners, op te stellen omgevingsprogramma’s. Dit om de ambities uit de Omgevingsvisie 1.0 dichterbij te brengen. Het College van B&W stelt de omgevingsprogramma’s vast. Zoals in de thema-onderdelen van de Omgevingsvisie benoemd, worden de volgende omgevingsprogramma’s opgesteld: • • • • •

Gezond Wonen Omgevingskwaliteit Vitaal landschap Klimaatmitigatie Klimaatadaptatie

1.2.1.1 Deelgebied IJsselmeergebied – Locatiespecifieke aandachtspunten De IDeekaarten benoemen de aandachtspunten voor de gebieden. Hierbij is weer dezelfde indeling van de vijf thema’s gebruikt. De IDeekaarten bestaan uit een kaart met legenda met gebied specifieke punten en daarnaast punten die voor het deelgebied als geheel gelden. Voor Workum en zijn omgeving zijn de volgende specifieke aandachtspunten van belang: Gezonde vitale mensen in een gezonde en veilige omgeving; Bij inrichting van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met het creëren, recreatieve en sportieve rondjes (wandelen en fietsen); aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers, o.a. zoeken naar mogelijkheden voor ommetjes rond de kernen.

5

Sterke kernwaarden: cultureel erfgoed, natuur, weids en waterrijk landschap; Koester de dijk als verbindend en continu element, met het geknikte verloop en de natuurlijke (o.a. de kliffen) en door de mens gemaakte hoogteverschillen, Ook zijn de wisselende panorama’s en weidse zichten over land en water karakteristiek en waardevol. Koester de historische steden zoals Workum en de beschermde stads- en dorpsgezichten.

1.2.2 Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie (2021) Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân is de nadere uitwerking van de Klimaatagenda SWF 2020 en het thema Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief” uit de Omgevingsvisie 1.0. Het programma is door de gemeenteraad vastgesteld op 17 augustus 2021. Het omgevingsprogramma benoemt concrete projecten op de korte termijn tot 2025 en geeft een aanzet voor de langere termijn maatregelen richting 2050. Daarbij is de ambitie dat de gemeente in 2050 CO2-neutraal, klimaatbestendig, energieneutraal en circulair is. Dat sluit aan bij de nationale klimaatdoelstellingen. Het is wenselijk om de verschillende opgaven met elkaar te verbinden. Dat leidt tot een gezonde, veilige en goede kwaliteit van de leefomgeving. Voor het bereiken van een klimaatbestendig gemeente ligt de nadruk op ruimtelijke adaptatie, zodat de door SWF onderschreven landelijke doelstellingen (Deltabeslissing Ruimtelijk Adaptatie) worden gehaald: 1. vanaf 2020 klimaatadaptief handelen is ‘het nieuwe normaal’ en 2. in 2050 is Súdwest-Fryslân klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Voor de in dit programma opgenomen maatregelen zijn vijf strategieën opgesteld om de ambitie en doelstellingen te behalen. Deze strategieën zijn tevens opgenomen in de omgevingsvisie 1.0. 1. Water- en klimaatbewustwording vergroten, zowel in- als extern. 2.

In de praktijk brengen van klimaatadaptatie door te werken aan de opgaven in onze gemeente. Integraal werken, zowel intern tussen teams als extern met verschillende partners. 3. Verankeren van klimaatadaptatie in gemeentelijk beleid en handelen waardoor klimaatadaptatie een integraal onderdeel wordt van afwegingen. 4. Met samenwerkingspartners werken aan (regionale) opgaven. Rolbewustheid is hier onderdeel van. Elk gebied heeft zijn eigen specifieke kenmerken, die leidend moeten zijn in de keuzes die we maken ten aanzien van klimaatadaptatie en de integrale afwegingen. 5. Het benutten en versterken van de cyclus van kennis en monitoring. Met het dynamische karakter van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân ontstaat de mogelijkheid om acties en maatregelen doorlopend verder aan te scherpen en aan te vullen.

1.2.3 Kwaliteitsimpuls Workum uitvoeringsstrategie van de stadsvisie Workum 2010-2025 De Kwaliteitsimpuls is opgesteld door Plaatselijk Belang Workum in samenwerking met de gemeente Súdwest-Fryslân. De Kwaliteitsimpuls toont in ieder geval aan dat Workum bewust is van de noodzaak om de stad verder te ontwikkelen en staat hierbij bol van ambitie, ideeën en kansen. Verdeelt over 6 deelthema’s beschrijft deze Kwaliteitsimpuls per stadsdeel de door Workum zelf bepaalde kansrijke projecten die het verdienen om de komende jaren in samenwerking met de gemeente Súdwest-Fryslân en Provincie Fryslân verder uitgewerkt te worden. Deze kansrijke projecten zijn bepaald ‘fan ûnderen op út e Mienskip’ en met oog voor de gezamenlijke belangen van de inwoners, ondernemers en bezoekers van Workum.

6

2.

Haalbaarheid vanuit milieu- en omgevingsaspecten

2.1

Overzicht relevante milieu en overige aspecten

2.1.1 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder is een geluidzone van kracht rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/u en spoorwegen. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke zone van de Sudergoawei, Aldedyk en de Hearewei. Verder ligt het plangebied, voor een klein deel, binnen de geluidzone rond het bedrijventerrein It Soal. Verder zijn geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen en spoorwegen aanwezig. Realisatie van woningen in de zone van de Sudergoawei en de geluidszone It Soal is niet zonder meer mogelijk. Indien op korte afstand van deze zones woningen beoogd worden moet eerst uitgezocht worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

2.1.2 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: • • •

het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens.

Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico's gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). De aanwijzing van buisleidingen, de risicoafstanden en de aanwijzing van de rekenmethodiek zijn opgenomen in de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revi). De toetsingssystematiek uit het Bevi wordt ook toegepast bij buisleidingen. Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Groepsrisico (GR) Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Beoordeling Risicokaart In de nabijheid van het plangebied lopen diverse hogedruk aardgastransportleidingen van Gasunie. De leidingen hebben de volgende kenmerken: Hogedruk aardgastransportleiding Eigenaar Naam Diameter (inch) Gasunie N-501-01 4 Gasunie A-545 36

Druk (bar) 40 66,20

Invloedsgebied 1% letaliteit (m) 50 430

Invloedsgebied 100% letaliteit (m) 30 180 7

Gasunie Gasunie

A-546 A-652

42 48

66,20 79,9

490 580

190 220

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze buisleidingen. Dit betekent dat de PR 10-6 contour inzichtelijk moet worden gemaakt want binnen die contour mag niet worden voorzien in (beperkt) kwetsbare objecten. Wordt buiten deze contour gebleven dan dient de toename van het groepsrisico inzichtelijk gemaakt te worden voor een invloedsgebied van 220 meter van de leiding A652. Er zal op een later moment afhankelijk van de invulling van het plangebied gekeken moeten worden naar de ligging van de PR 10-6 contour en het groepsrisico.

Afbeelding 5: Uitsnede van de risicokaart (Bron: Atlasleefomgeving.nl - Risicokaart)

2.1.3 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen op een verantwoorde afstand van elkaar worden gesitueerd. Op deze wijze wordt gevaar en hinder voor de milieugevoelige functies voorkomen danwel zoveel mogelijk beperkt en omgekeerd wordt voldoende zekerheid aan milieubelastende activiteiten geboden zodat deze activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden uitgeoefend kunnen worden. Hierbij wordt gekeken naar de ‘Staat van Bedrijfsactiviteiten’. Deze lijst is gebaseerd op de categorale indeling van bedrijfstypen uit de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Bij deze indeling is de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek gevolgd. Elk bedrijfstype heeft een eigen code. Naast een omschrijving van de bedrijfstypen is per type aangegeven welke richtafstanden gelden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Dit is een indicatie van de minimale afstand die in 8

beginsel, vanuit een bedrijf tot een rustige woonwijk, aangehouden moet worden. De grootste afstand is bepalend voor de indeling van een bedrijfstype in een milieucategorie. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn de milieucategorieën 1 t/m 4.1 van toepassing. Deze zijn voornamelijk aanwezig op de bestaande bedrijventerreinen It Soal en Horsa/Burevaart. Milieu categorie

Richtafstanden rustige woonwijk

Richtafstanden gemengd gebied

Richtafstanden bedrijfswoning op bedrijventerrein

1

10 m

0m

0m

2

30 m

10 m

0m

3.1

50 m

30 m

10 m

3.2

100 m

50 m

30 m

4.1

200 m

100 m

50 m

4.2

300 m

200 m

100 m

5.1

500 m

300 m

200 m

Ten noordwesten is het bedrijventerrein It Soal gelegen. Ter plaatse is ook een ‘geluidszone – industrie’ opgenomen, die zoals reeds gezegd, gedeeltelijk in het plangebied ligt. Ter plaatse geldt bescherming voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten, veroorzaakt door het industrieterrein. De bedrijvigheid die op beide bedrijventerreinen is toegestaan is op voldoende afstand en vormt geen belemmering voor woningbouwontwikkeling. Ook zijn al woningen van derden die maatgevend zijn waardoor de bedrijven niet extra worden belemmerd door de nieuwe woningenbouwplannen van Workum Zuid. Hetzelfde geldt met betrekking tot het aspect geur. Hiermee is rekening gehouden met de aanwezigheid van Culterra (gedroogde mestkorrels) die voor (een deel van) het nieuwe woongebied mogelijkerwijs stankoverlast met zich mee zou kunnen brengen. In de milieuvergunning is een norm opgenomen om te voorkomen dat het bedrijf onevenredige geurhinder veroorzaakt. Ten westen bevindt zich een gemengd gebied, ter plaatse is onder meer een kampeerterrein en een agrarische nevenbedrijf in de vorm van een paardenhouderij is toegestaan. De paardenhouderij is hierin maatgevend. In de VNG-uitgave wordt het ‘fokken en houden van graasdieren/paardenfokkerij’ ingeschaald als milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 30 meter voor geluid en stof en 50 meter voor geur.

Indien woningen nabij deze gemengde bestemming worden gerealiseerd moet de situatie ter plaatse onderzocht worden. Via een mondelinge zienswijze is aandacht gevraagd voor de in de omgeving aanwezige windturbines en bij de verdere uitwerking van de plannen zal hier rekening mee worden gehouden.

2.1.4 Flora en fauna Bij een toekomstig ruimtelijk plan moet, met het oog op beschermende natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming.

9

Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Natuurbeschermingswet. Wanneer ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het provinciaal beleid ten aanzien van het NatuurNetwerk Nederland (vroeger de Ecologisch Hoofdstructuur afgekort als EHS). In het plangebied zijn geen gebieden die behoren tot Natura 2000-gebied of het NatuurNetwerk Nederland. Wel zal onderzocht moeten worden of een planvoornemen door externe werking invloed kan hebben op deze natuurgebieden. Stikstof Rondom Workum bevinden zich enkele natuurgebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna en daarom zijn aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze tot effecten kunnen leiden die van invloed zijn op de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het noodzakelijk om aan te tonen dat er op het gebied van stikstof geen sprake is van significant negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden.

Natura 2000-gebied IJsselmeer ligt op circa 1,4 kilometer van het plangebied en op circa 3 kilometer afstand ligt Natura 2000-gebied ‘Oudegaasterbrekken Fluessen en omgeving’. Geadviseerd wordt indien het programma duidelijk wordt tijdig een stikstofonderzoek uit te voeren naar de haalbaarheid van het plan. Soortenbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming geldt een algemeen verbod voor het verstoren en vernietigen van beschermde planten- en diersoorten en de vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor soorten die vermeld staan op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst-soorten zijn deze voorwaarden zeer streng. De Wet natuurbescherming is altijd van kracht. Dit betekent dat op het moment dat nieuwe activiteiten aan de orde zijn - ook in het kader van de Wet natuurbescherming- de mogelijke effecten op de te beschermen soorten worden meegewogen. Het beoogde woongebied is nog niet ontwikkeld en momenteel in gebruik als agrarisch grond. Er is sprake van agrarisch gebied, waarbij de daar aanwezige waterlopen bij de ontwikkeling behouden zullen blijven. Als onderdeel van het opstellen van een ruimtelijk plan of een vergunning zal onderzocht moeten worden of de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op beschermde soorten in het plangebied.

10

Afbeelding 6: Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN en Natura 2000-gebieden (Bron: Atlasleefomgeving.nl)

2.1.5 Archeologie en cultuurhistorie Het archeologische en cultuurhistorische beleid is geregeld meerdere beleidsstukken. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en –nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Daarnaast is gebruik gemaakt van de thematische structuurvisie ‘Grutsk op ‘e Romte’ waarin de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap in Friesland beschreven staan. Archeologie Uit archeologisch onderzoek op basis van de adviezen op de FAMKE in 2002 destijds voor het bestemmingsplan Thomashof (Veenstra, H. W., 2002, Bestemmingsplan Thomashof te Workum Gemeente Nijefurd; Een inventariserend archeologisch onderzoek, RAAP-rapport 780, Amsterdam) is echter al gebleken dat zich in het plangebied Workum Zuid geen behoudenswaardige vindplaatsen (meer) te verwachten zijn. Er geldt dus voor dit plan geen archeologische verwachtingswaarde meer. Cultuurhistorie Op basis van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân blijkt dat het gebied grenst aan het beschermde stadsgezicht van Workum. Het plangebied bevindt zich tevens in een gebied dat een opstrekkende verkaveling met grootschalige regelmaat kent.

De ministers van Cultuur en Ruimtelijke Ordening wijzen gezamenlijk de beschermde stads- en dorpsgezichten aan. Bij de aanwijzing hoort een kaart waarop de begrenzing van het gebied is aangegeven en een toelichting. Vervolgens moet de gemeente een bestemmingsplan maken voor het betreffende gebied, dat recht doet aan de bijzondere karakteristieken. Daarnaast is de historische verkaveling nog deels intact. Het betreft hier oorspronkelijk een opstrekkende verkaveling met grote regelmaat. Nadat het veengebied rondom Workum is 11

ontgonnen is door daling van het maaiveld en het ontstaan van de Zuiderzee, het plangebied overspoeld geraakt met klei. Doordat de klei steeds hoger opslibte ontstond ter hoogte van het plangebied een kwelderwal. Een deel van de sloten is in de loop van de tijd gedempt, maar er zijn nog onderdelen van de hoofdstructuur van de verkaveling aanwezig.

Afbeelding 7: Ligging van het plangebied ten opzichte van de cultuurhistorische kaart (Bron: FAMKE)

2.1.6 Water Bij de voorgenomen ontwikkeling van de woonwijk moet uitgebreid onderzoek gedaan worden naar het waterhuishoudkundig systeem in het plangebied. Dit zal in overleg tot stand moeten komen met het Wetterskip Fryslân. Bij een eerste inventarisatie is het volgende gebleken: Regionale en/of lokale waterkeringen In het plangebied liggen regionale keringen. Door een hoog maaiveld zijn de keringen niet altijd direct herkenbaar als zijnde een kade. Een regionale kering of boezemkade beschermt het achterliggende gebied tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. De regionale kering heeft met een bepaalde hoogte een kerende werking. Deze kerende werking moet te allen tijde gehandhaafd worden. Aan beide kanten van de kering hanteert Wetterskip Fryslân een obstakelvrije zone van 5 meter gerekend vanaf de teen van de kade. Deze obstakelvrije zone is nodig voor beheer en onderhoud van de boezemkade. Voor werkzaamheden binnen de kernzone en de obstakelvrije zone van de boezemkade is een watervergunning nodig. Hoofdwatergangen en overig oppervlaktewater De hoofdwatergangen hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoer functie. Voor het onderhoud van deze watergangen is aan beide zijden een obstakelvrije zone van 5 meter vanaf de oever noodzakelijk. In dit gebied mag niet worden gebouwd. Naast de hoofdwatergangen zijn er ook schouwwatergangen en overige wateren.

In principe moet het bestemmingsplan al het oppervlaktewater in het plangebied planologisch mogelijk maken.

12

2.1.6 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied is omgeven door water, op de noordzijde na. Plaatselijk Belang heeft ook in de huidige situatie al aandacht gevraagd voor de huidige verkeersstructuur. Het is essentieel dat er tijdens het ontwerpproces voldoende aandacht wordt besteed aan het creëren van goede en veilige wegen en ontsluitingen. Verder vormen de zuid- en noordrand een onderdeel van een provinciaal en gemeentelijk aangewezen fiets-/wandelnetwerk. Met voorliggend initiatief bestaan kansen om dit netwerk te versterken en uit te breiden. Parkeren Wat betreft parkeren geldt als uitgangspunt dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd conform de gemeentelijke parkeernormen. Tevens moet worden gekeken naar toekomstige trends en ontwikkelingen op het gebied van parkeren. Denk hierbij aan elektrische auto’s en deelauto’s in combinatie met collectieve parkeerkamers.

2.1.7 Milieueffectrapportage Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dan een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. In dit geval is de deelstructuurvisie te globaal om als voldoende kaderstellend beleidsdocument te worden beschouwd. De realisatie van de beoogde situatie kan worden gekwalificeerd als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de activiteit is de indicatieve drempelwaarde van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer heeft. Gezien de omvang van de gronden van het gebied wordt ruimschoots onder de indicatieve drempelwaarden gebleven. Daarnaast is de toekomstige planologische realisatie nog indicatief en nog niet voldoende duidelijk.

In het vervolgtraject zal dit duidelijk worden en zullen de milieu-effecten van een op te stellen plan getoetst worden. Naar alle waarschijnlijkheid kan worden volstaan met een vormvrije beoordeling. Opgemerkt dient te worden, dat vanuit het natuurspoor mogelijk aanleiding kan ontstaan om in het kader van een passende beoordeling het proces van een volledige milieueffectrapportage te doorlopen. Hiervan zijn geen indicaties maar de te verzorgen natuuronderzoeken in het kader van het toekomstig op te stellen plandocument zullen dit definitief moeten uitwijzen. Geadviseerd wordt om dit aspect in een vroeg stadium in het planproces in beeld te brengen.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13520740/1